Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 46

46 Myanmar

Aan de orde is het VAO Myanmar (AO d.d. 27/6).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Myanmar. Niet weglopen, mevrouw Ploumen! Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Buitenlandse Zaken. Fijn dat u bij ons zit.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Ploumen van de Partij van de Arbeid, die de verkeerde kant op loopt! Zo wordt het nachtwerk! U herneemt zich, zie ik? Het was een lange dag voor u, zal ik maar zeggen. U heeft net als alle deelnemers aan dit debat twee minuten spreektijd. Uw tijd gaat nu in.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie, die ik zo ga voorlezen. Ik wil de minister graag bedanken voor alle inzet die ook hij doet om de Rohingya die gevlucht zijn uit Myanmar een menswaardig en rechtvaardig bestaan te geven. Dat is een moeilijke strijd die wij met elkaar aangaan. Dank ook aan de minister voor zijn toezeggingen.

Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in Myanmar honderdduizenden Rohingya zijn getroffen door geweld en van huis en haard zijn verdreven;

overwegende dat met inzet van de Verenigde Naties bescherming, een veilige terugkeer en nieuw perspectief voor de Rohingya mogelijk kan worden gemaakt;

verzoekt de regering in internationaal verband te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot een VN-missie in Myanmar te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 200 (32735).

Dan mevrouw Karabulut van de fractie van de SP, die afziet van haar spreektijd. De heer Sjoersdma spreekt wel. Het woord is aan hem.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter, heel kort. Alles wat wij kunnen doen tegen de grootschalige mensenrechtenschendingen in Myanmar moeten we ook doen. Vandaar deze motie, mede namens mevrouw Luca Schmidt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Myanmar op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden;

constaterende dat hiertoe zeven Myanmarese legerofficieren op de EU-sanctielijst zijn geplaatst;

overwegende dat de straffeloosheid van dergelijke mensenrechtenschendingen op alle mogelijke manieren tegengegaan dient te worden;

verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor uitbreiding van de EU-sanctielijst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma, Ten Broeke, Van Helvert en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 201 (32735).

Dan de heer Kuzu van de fractie van DENK.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter, mijn eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Myanmarese overheid weigert om de Rohingyabevolking te beschouwen als volledige staatsburgers en hun daarmee geen staatsburgerschap toekent;

van mening dat dit een duurzame oplossing voor de situatie ten aanzien van de Rohingya in Myanmar bemoeilijkt;

verzoekt de regering om in de VN-Veiligheidsraad steun te vergaren voor het in VN-verband oproepen van de Myanmarese overheid om het grootste deel van de Rohingyabevolking volledige en gelijkwaardige burgerrechten toe te kennen en daartoe een plan van aanpak met gerichte VN-maatregelen op te laten stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 202 (32735).

Was dat uw bijdrage, meneer Kuzu?

De heer Kuzu (DENK):

Nee, ik corrigeerde een klein spelfoutje. Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Amnesty-rapport wordt gewezen op een stapel aan bewijs van de georganiseerde en systematische aanval op de Rohingyabevolking;

constaterende dat specifieke personen binnen de Myanmarese veiligheidstroepen als verantwoordelijken zijn aangewezen voor negen van de elf typen misdaden tegen de menselijkheid zoals vastgelegd in het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof;

verzoekt de regering om in alle relevante bilaterale contacten en via internationale gremia diplomatieke actie te ondernemen om de Myanmarese regering lidmaatschap te laten verkrijgen van het Internationaal Strafhof;

verzoekt de regering tevens de nodige voorbereidingen te treffen om de situatie in Myanmar voor te leggen aan het Internationale Strafhof voor onderzoek en vervolging, zodra zij lid zijn geworden van het ICC,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 203 (32735).

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter, de laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische regering blijft doorgaan met het bewapenen en trainen van Myanmarese soldaten in hun geweldsuitbarsting tegen de totale Rohingyabevolking;

constaterende dat de VN het geweld tegen de Rohingya aanduidt als een "schoolvoorbeeld van etnische zuivering";

overwegende dat de Israëlische regering hiermee financiële belangen boven mensenlevens zet;

verzoekt het kabinet om de Israëlische regering in bilaterale contacten aan te sporen om de wapenexport naar Myanmar te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 204 (32735).

De heer Kuzu (DENK):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van Helvert van het CDA, die afziet zijn spreektijd. Dan was dit de termijn van de Kamer. Kan de minister reeds de moties becommentariëren? Hij heeft ze nog niet allemaal. Ik schors een enkel minuutje.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Blok:

Dank u wel, voorzitter. Ik kom eerst op de motie van mevrouw Ploumen, op stuk nr. 200, waarin de regering wordt verzocht om in internationaal verband te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot een VN-missie in Myanmar te komen. Ik ben het met mevrouw Ploumen eens dat dat zeer wenselijk zou zijn. Mevrouw Ploumen weet ook dat het niet mee zal vallen, maar ik span me er graag voor in. Dus ik laat de motie aan het oordeel van de Kamer.

In de motie van de heren Sjoerdsma, Ten Broeke, Van Helvert en Voordewind, op stuk nr. 201, wordt de regering verzocht om in Europees verband te pleiten voor uitbreiding van de EU-sanctielijst. Ik vind het een belangrijke verworvenheid dat we vorige week een aantal Myanmarese regeringsverantwoordelijken op de sanctielijst hebben gekregen, en ik ben het met de indieners eens dat het wenselijk is om nog meer mensen aan die lijst toe te voegen zodra daar voldoende onderbouwing voor is. Dus ook deze motie laat ik graag aan het oordeel van de Kamer.

In hun motie op stuk nr. 202 verzoeken de heer Kuzu en mevrouw Ploumen de regering om in de VN-Veiligheidsraad steun te vergaren voor het in VN-verband oproepen van de Myanmarese overheid om het grootste deel van de Rohingyabevolking volledige en gelijkwaardige burgerrechten toe te kennen en daartoe een plan van aanpak op te laten stellen. De wenselijkheid van het toekennen van burgerrechten maakt onderdeel uit van het rapport van de heer Annan en wordt ook door de Nederlandse regering volledig onderschreven. De motie roept op om in de Veiligheidsraad steun te verwerven. Dat is niet reëel. Een aantal permanente leden zullen dat sowieso niet steunen. De namen ervan zijn hier ook welbekend. Dat maakt het dictum van de motie niet reëel. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De motie op stuk nr. 203 verzoekt de regering in bilaterale contacten en via internationale gremia de Myanmarese regering lidmaatschap te laten verkrijgen van het Internationaal Strafhof, en verzoekt de regering tevens de nodige voorbereiding te treffen om de situatie in Myanmar voor te leggen aan het Internationaal Strafhof. Ik zou het zeer wenselijk vinden dat Myanmar lid wordt van het Internationaal Strafhof, maar precies vanwege datgene wat de motie zegt, zal de Myanmarese regering dat niet doen, omdat men zich zal realiseren dat men dan onmiddellijk voor het Strafhof komt. Dus ook hier geldt dat ik wel de wens deel, maar dat de oproep in de motie niet reëel is. Daarom moet ik ook deze ontraden.

In de laatste motie, op stuk nr. 204, wordt het kabinet verzocht om de Israëlische regering in bilaterale contacten aan te sporen om de wapenexport naar Myanmar te stoppen. Ik heb ook in het AO aangegeven dat ik het ermee eens ben dat het onwenselijk is om het regime in Myanmar van wapens te voorzien. Ik heb ook aangegeven dat als ik leden van de Israëlische regering spreek, ik ook hen daarop aan wil spreken. Maar deze motie suggereert dat alleen de Israëlische overheid betrokken is bij wapenleveranties. Dat is een onjuist beeld van de zaken. Dus omdat deze motie op één land focust, moet ik ook deze ontraden.

De voorzitter:

Eén vraag van de heer Ten Broeke. Houdt u het kort, want ik wil door naar het volgende debat.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat over de allereerste motie, van mevrouw Ploumen. Het verzoek dat zij daarin doet, is ook in het debat uitgebreid aan de orde geweest en werd ook door mijzelf positief benaderd. En ik meende uit de beantwoording van de minister af te leiden dat hij die poging al had ondernomen. Maar ik begrijp dat ik de volgende keer gewoon een motie moet indienen als ik niet helemaal zeker ben of er een toezegging is gedaan?

Minister Blok:

Dit is eigenlijk geen vraag aan mij. De reden dat ik de motie graag aan het oordeel van de Kamer overlaat, is omdat ik over de situatie in Myanmar, en helaas ook over een aantal andere situaties, heb gezegd dat we weliswaar nog geen succes hebben behaald, maar dat het wel mijn volle inzet blijft om dat succes uiteindelijk te behalen. Zo lees ik de motie ook en die inspanning zal ik graag leveren.

De voorzitter:

Ik zie dat u hier weer op wilt reageren, maar we gaan nu door met het volgende debat, meneer Ten Broeke, sorry.

De beraadslaging wordt gesloten.