Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 9

9 Berging van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog

Aan de orde is het VSO Stand van zaken van de toezegging inzake het beleid van gemeenten bij verzoeken tot berging van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog (32156, nr. 92).

De voorzitter:

Aan de orde is de stand van zaken rond de toezegging inzake het beleid van gemeenten bij verzoeken tot berging van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel voor het woord, mevrouw de voorzitter. De berging van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog met daarin nog vermiste piloten en bemanningsleden is een erezaak. Nabestaanden willen graag dat vliegtuigwrakken worden opgegraven, zodat hun familieleden, ook al hebben ze henzelf niet eens gekend, kunnen worden geïdentificeerd en herbegraven.

In de afgelopen maanden hebben de collega's Van der Molen en Van Haga en ikzelf veel contact gehad met de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, zeer betrokken vrijwilligers die al jaren onderzoek doen naar waar die vliegtuigwrakken zich bevinden. Zij hebben ontdekt dat er nog zo'n 30 tot 50 zijn die geborgen kunnen worden en waarin zich mogelijk stoffelijke resten van vermiste bemanningsleden bevinden. Momenteel kunnen nabestaanden of belanghebbenden een verzoek indienen bij de gemeenten, maar het is soms best een lastige afweging om dan over te gaan tot berging, niet in de laatste plaats vanwege de kosten. En die drempel willen wij graag wegnemen.

Als eerbetoon aan de piloten en de bemanningsleden die in de oorlog hun leven gaven voor onze vrijheid en om recht te doen aan de wens van nabestaanden, dien ik hierbij mede namens de collega's Van der Molen en Van Haga een motie in om te komen tot een nationaal bergingsprogramma om de vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog te bergen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inzichten van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 erop wijzen dat er zich in Nederland en zijn territoriale wateren 30 tot 50 vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog bevinden waarin zich mogelijk stoffelijke resten bevinden van vermiste piloten en bemanningsleden;

overwegende dat in 2020 75 jaar bevrijding zal worden gevierd en dat voor deze bevrijding een hevige strijd is geleverd;

voorts overwegende dat het een erezaak is om vermisten de laatste eer te bewijzen en recht te doen aan de wens van nabestaanden om hen te kunnen identificeren en te begraven;

verzoekt de regering in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Stafdienst Vliegtuigberging te komen tot een nationaal bergingsprogramma;

verzoekt de regering tevens de bijdrage in de kosten aan gemeenten voor de berging voortaan volledig aan te vullen vanuit het Gemeentefonds, waarin voor de berging van vliegtuigwrakken nu al een reservering is opgenomen;

verzoekt de regering voorts de Kamer voor de begrotingsbehandeling te informeren over de nadere uitwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Van der Molen en Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93 (32156).

Dank u wel, mevrouw Van der Graaf. Dan is nu het woord aan de heer Van der Molen van het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Kamerlid mogen zijn is een heel eervolle verantwoordelijkheid. Het is ook heel eervol dat je als Kamerlid ook een aantal onderwerpen mag behartigen die heel veel mensen beroeren. Zo'n onderwerp staat nu op de agenda: het bergen van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog.

Samen met collega Van Haga van de VVD en collega Van der Graaf van de ChristenUnie heb ik me de afgelopen maanden verdiept in dit probleem voor sommigen. Er zijn nabestaanden die heel graag duidelijkheid willen hebben over waar familieleden die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld, zich bevinden. Ze willen duidelijkheid. Ze willen dat er als dat mogelijk is een plek komt waar ze naartoe kunnen gaan. Zoals mevrouw Van der Graaf al zei: ook al kenden zij hun voorouders misschien niet, toch voelen zij steeds die betrokkenheid.

De CDA-fractie voelt ook die betrokkenheid bij dit onderwerp. Dit zijn mensen die wellicht nog in die vliegtuigwrakken aanwezig zijn en die gevochten hebben voor onze vrijheid. Als wij in 2020 met elkaar vieren dat wij 75 jaar in vrijheid kunnen leven, dan is het een erezaak om te kijken of wij nu nationaal aangestuurd een begin kunnen maken om ook die laatste wrakken die nog in onze bodem en wellicht op de bodem van bijvoorbeeld het IJsselmeer aanwezig zijn, te kunnen bergen. Vandaar dat ik van harte de motie ondersteun die mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie heeft ingediend, ook namens VVD en CDA, om nu voor het eerst ook nationaal aangestuurd, in samenwerking met de gemeenten, hier werk van te maken, en om ook dat financiële argument waar gemeenten mee worstelen, buiten de discussie te plaatsen. Ik hoop ook zeer dat als de minister met de nadere uitwerking naar de Kamer komt zo na de zomer, zij daarin ook kan aangeven dat die samenwerking met gemeenten de leidraad is geweest en ook goed is gelukt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank aan de heer Van der Molen. Tot slot het woord aan de heer Van Haga van de VVD.

De heer Van Haga (VVD):

Dank u wel, voorzitter. 75 jaar geleden vochten jonge militairen voor onze vrijheid. Velen van hen brachten hier zelfs het ultieme offer voor en werden gedood tijdens het gevecht. Maar liefst 2.000 vliegtuigen die in de Tweede Wereldoorlog werden neergeschoten, liggen nog in de Nederlandse akkers of in het water. In bijna 400 van deze vliegtuigwrakken zitten nog stoffelijke overschotten van deze helden. Er zijn nabestaanden die over de akkers ploegen en met bootjes over het IJsselmeer varen om deze mensen te herdenken. Bij ongeveer 30 van deze vliegtuigwrakken is de situatie schrijnend, omdat er nabestaanden zijn die vragen om berging van hun familieleden en vaak nul op het rekest krijgen. Niet uit onwil, maar omdat de algemene circulaire die is opgetuigd voor ongeveer 2.000 vliegtuigwrakken voor een beperkt aantal gevallen niet helemaal toereikend is.

Ik kan niet nalaten te benadrukken hoe dankbaar wij deze helden moeten zijn die voor onze vrijheid zijn gestorven. Het is daarom goed dat we een uitzondering gaan maken voor ongeveer 30 specifieke vliegtuigwrakken, zodat deze geborgen kunnen worden en de bemanning kan worden herbegraven. Er is reeds geld gereserveerd in het Gemeentefonds voor vliegtuigbergingen, en er is voldoende ruimte om een en ander een beetje te herschikken, zodat deze uitzondering gemaakt kan worden. Dank ook aan onze minister voor haar constructieve opstelling in dezen.

Het is onze morele plicht tegenover deze helden. Ik ben dan ook uitermate trots dat ik namens de VVD mijn naam heb mogen zetten, samen met collega Van der Molen, onder de motie die door collega Van der Graaf zojuist is ingediend. We hopen op een goede afloop.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:

Dank u, voorzitter. Dank ook aan de sprekers die zonet in mooie woorden over deze kwestie hebben gesproken. Ik sta daar sympathiek tegenover. Het is, maar dat weten de indieners van de motie ook, een wijziging van staand beleid, want deze wrakken worden conform internationale verdragen eigenlijk als oorlogsgraf gezien en daarom in beginsel ongeroerd gelaten. Maar ik vind het met de indieners een mooi en eigenlijk ook heel respectvol gebaar richting de nabestaanden van mensen die inderdaad het hoogste offer hebben gebracht voor onze vrijheid.

Ik zal in reactie op de motie, als die zo wordt aangenomen, samen met de betrokken partijen, en dat zijn ook het ministerie van Defensie en de VNG, een stuurgroep instellen voor de ontwikkeling van een programma waarin we goed gaan kijken naar de uitvoerbaarheid, de fasering, ja de afbakening eigenlijk van deze aanpak. Ik denk, voor zover we dat nu kunnen overzien, dat kansrijke bergingen vaak op land zullen zijn, maar inderdaad, het IJsselmeer is mogelijk ook in beeld. Maar het gaat denk ik om de afspraak die we maken over een proces dat we opstarten. Bij dat proces hoort vanzelfsprekend zorgvuldigheid.

De berging van een vliegtuigwrak — ik ben daarover geïnformeerd — kost een gemeente gemiddeld een half miljoen. We hebben het nu over ongeveer 30 wrakken waar we dit voor zouden kunnen gaan doen. Die kosten van ongeveer 4,5 komen daar dus bovenop. Er zullen kosten zijn voor het Rijk, voor de bergingsdienst, voor Defensie. BZK zal kosten maken in de coördinatie. Maar ik zie het dan als een gezamenlijk programma, waarvoor we met elkaar de financiering zullen moeten vinden. Er is een regeling waarbij gemeenten via het Gemeentefonds een bijdrage van 70% kunnen krijgen in de kosten die ze maken. Dat is de zogenaamde bommenregeling, die geldt als er een verdenking van de aanwezigheid van explosieven is. Voor het gemeentelijk aandeel in de berging van de wrakken wil ik kijken of dat inderdaad in te passen is, zoals ook in de motie wordt geschetst, in de bestaande financiële regeling in het Gemeentefonds. Maar ik zal dat natuurlijk wel in nauw overleg moeten doen met de VNG.

Kortom, voorzitter, een mooi gebaar, en ik laat graag het oordeel over de motie over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 93 krijgt oordeel Kamer. Waarmee we aan het einde zijn gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de motie wordt vanavond gestemd. Ik dank de minister voor haar komst naar de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.