Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 44

44 Versterkingsoperatie en schadeafhandeling in Groningen

Aan de orde is het debat over de versterkingsoperatie en schadeafhandeling in Groningen.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de versterkingsoperatie en schadeafhandeling in Groningen. Ik heet iedereen, de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune, van harte welkom. Ik begrijp dat heel veel mensen dit debat volgen. Ik heet ook de minister van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. De spreektijden zijn precies vijf minuten.

Ik geef het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Vanavond spreken we over de deal die nooit gesloten had mogen worden tussen Exxon, Shell en het kabinet. Vanmiddag spreken we over de versterking. Het is nu 5 juli. Op 1 juli zou het allemaal duidelijk zijn. Dat is ons beloofd door deze minister en door de coalitiepartijen. Niets is minder waar. In Groningen, in Overschild, in Ten Post, in Ten Boer weet niemand waar hij aan toe is. Ja, er zijn nieuwe cijfers bekend. Er zijn uitspraken gedaan over batches. Maar als je in een individueel huis zit, in of buiten het gebied, weet je nu niet wat er gaat gebeuren. Dat is precies waar de hele oppositie voor heeft gewaarschuwd. Een maand geleden had de minister gewoon de afspraken moeten nakomen die waren gemaakt met de inwoners van die dorpen. Het is nog prangender: uit de analyse van het Staatstoezicht op de Mijnen blijkt dat het veiligheidsrisico, het risico op aardbevingen, het komende jaar nog verder zal toenemen, omdat de gaswinning nog op hetzelfde niveau blijft. Ik schrok daar eerlijk gezegd van. In het rapport van het Staatstoezicht op de Mijnen staat dat de risico's de komende jaren weliswaar fors afnemen, maar dat het het komende jaar nog erger wordt. Die ernst onderstreept nog eens dat de halsstarrigheid van de minister om de afspraken met de regio en de inwoners niet na te komen, een onjuiste keuze is geweest.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

De heer Nijboer refereert aan het rapport van de Mijnraad. Daar hebben we gisteren lang over gesproken en daar zullen we vandaag ook lang over spreken. De voorzitter van de Mijnraad zei letterlijk: als er niet op die pauzeknop was gedrukt, als er niet een pas op de plaats was gemaakt, dan was dat ten koste gegaan van de veiligheid. Ik ben benieuwd hoe de heer Nijboer die woorden weegt.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vind dat als de overheid afspraken maakt met mensen, met inwoners in Overschild, ze die moet nakomen en ze niet moet opzeggen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik zou graag een antwoord willen. De voorzitter van de Mijnraad zei: als er niet op de pauzeknop was gedrukt, als er geen pas op de plaats was gemaakt in verband met de versterking, dan was dat ten koste gegaan van de veiligheid. Dit citaat zit zo ook in mijn spreektekst. Ik zou graag van de heer Nijboer willen weten hoe hij die uitspraak van de voorzitter van de Mijnraad beoordeelt.

De heer Nijboer (PvdA):

Die beoordeel ik als onjuist. Het is toch ondenkbaar dat, als je drie maanden niks doet, alles gewoon stilzet, geen huizen verstevigt, dit de veiligheid vergroot? Wat is dat voor verdraaiing van de werkelijkheid? Wat de heer Verdaas heeft gezegd, snap ik wel want een heel aantal huizen buiten die 1.588 en 1.581 blijken ook onveilig te zijn. Die moeten prioriteit hebben, maar die hadden de afgelopen tijd geen prioriteit. Daar is ook niks gebeurd. Het is niet zo dat als je dingen stillegt, het dan veiliger wordt. Er is ook niemand die dat gelooft.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Nijboer (PvdA):

Wat de PvdA betreft had het dus gewoon doorgezet moeten worden. Je ziet nu ook dat de minister dat uiteindelijk moet doen, want de Mijnraad zegt: we hebben dingen toegezegd, dit kun je niet maken, je moet mensen laten kiezen. Het argument dat we de hele provincie afbreken, is ook onjuist. Dat gaan mensen niet uit zichzelf doen. Het is dus goed dat die mensen de keuze wordt gelaten, maar dat had drie maanden eerder ook gekund.

Voorzitter. Ik kom op de ministerraad van afgelopen dinsdag. De PvdA wil graag weten wat daar is afgesproken, wat er is besproken en wat het kost. En hoe kan het nu weer dat het lijkt alsof het Rijk moet opdraaien voor de verstevigingsopgave? Vorige week maandag stonden Shell en Exxon naast de minister en zeiden ze dat ze garant stonden voor de schades en de versterking. We zijn nog geen week verder en het lijkt erop dat de belastingbetaler de portemonnee kan trekken. Dat is toch ongelooflijk. Het is toch ongelooflijk als dat zo is? Ik wil ook graag dat de minister hier ook in de Kamer duidelijk maakt dat niet de regio en de woningcorporaties ervoor op moeten draaien. Dat was in de media gezegd. Dat is teruggenomen, maar ik wil ook graag dat u dat in de Kamer doet, zodat daar in ieder geval helderheid over komt, want dat zou wel helemaal de omgekeerde wereld zijn.

Voorzitter. Ik kom op de oude schades. We hebben vandaag een brief gekregen. 74% heeft het aanbod geaccepteerd. Dat lijken goede scores. Dat zijn het voor eenvoudige gevallen wellicht ook. Mensen zijn dan akkoord gegaan, soms ook tegen heug en meug zeg ik daarbij, om af te zijn van het gezeur. 26%, dat zijn meer dan 1.500 mensen, is dus niet akkoord gegaan. Dat zijn vaak, weten wij uit de praktijk, de mensen bij wie het heel moeilijk gaat, bij wie het jaren duurt, waar enorme schades zijn, waar het huis eigenlijk niet meer heel is en de NAM het nog steeds ontkent. Dat zijn heel ernstige gevallen. Achter de statistieken die heel mooi lijken, gaat in de praktijk nog heel veel ellende schuil. Ik vraag de minister daar echt oog voor te hebben en daar wat aan te doen. Zelfs een handtekening onder 74% betekent dat er nog meer dan 1.500 mensen nog steeds in onzekerheid zijn en nog steeds afhankelijk van de NAM.

Voorzitter. Ik kom op het derde punt. Dat is het toekomstperspectief voor de regio. Dat dreigt nu met al deze discussies, extra ministerraden, ministers die weer moeten bijlappen en dat ook weleens zat zijn, "want Groningen heeft wel een keer genoeg gehad", helemaal achter de horizon te verdwijnen. Er is nog heel veel meer nodig in Groningen dan alleen versterkingsafspraken en schadevergoedingen. De regio heeft een enorme klap gekregen, is het vertrouwen in de overheid kwijt en raakt het vertrouwen in zijn toekomst kwijt. Het vergt echt meer dan in een kabinet steeds ruziemaken over een paar centen die dan net te weinig blijken en waar de rekening dan ook nog uiteindelijk voor een groot deel bij de belastingbetaler terechtkomt. Dat vergt — ik kom bij het eind van mijn betoog — dat niet voor de multinationals, voor Shell en Exxon, de deur wagenwijd openstaat. Wat dat betreft was wat er vorige week gebeurde exemplarisch. Bewoners komen hier en worden niet ontvangen. Voor Shell en Exxon staat de deur open. Ik roep de minister op om veel meer te luisteren naar de mensen, veel meer te luisteren naar de inwoners, veel meer te luisteren naar de burgemeesters en daar ook naar te handelen en niet zo eigenheimerig te zijn als de afgelopen tijd.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Even een vraag aan de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid over die schadeafhandeling. Inderdaad heeft 74% het geaccepteerd. Dat is natuurlijk heel erg mooi, maar ik hoor ook heel veel verhalen uit de regio dat mensen murw zijn. Ik zou er dus graag meer inzage in willen hebben door onafhankelijk onderzoek om te zien hoe het nou gaat met die schadeafhandelingen, zodat de nieuwe Tijdelijke commissie mijnbouwschade kan leren van hoe de afhandeling van deze schades is gegaan. Zou de heer Nijboer het verzoek aan de minister willen ondersteunen om dat eens onafhankelijk te laten onderzoeken? Ik hoor de Nijboer alleen maar fulmineren over alles wat er niet goed gaat, maar zou hij met dit constructieve voorstel willen instemmen?

De heer Nijboer (PvdA):

Er gaat ook een heleboel niet goed in Groningen. Ik zeg dit niet voor niks. Ik denk op zichzelf dat mensen al heel veel inspecteurs en onderzoekers thuis langs hebben gehad en dat ze er niet heel erg op zitten te wachten. Tegelijkertijd snap ik wel dat mevrouw Mulder zegt dat we daar de druk op moeten houden en dat ze dat goed inzichtelijk wil hebben. Ik ben daar dus niet tegen, maar ik denk wel dat mensen veel meer geholpen zijn als er een keer een beetje menselijk wordt gekeken naar hoe de situatie is. U weet net zo goed als ik hoeveel mensen er lijden, al jarenlang. Ze voeren eindeloze processen en lopen steeds weer vast. De voorbeelden zijn talloos. Als dat opgelost wordt, komen uit die onderzoeken ook betere resultaten. Maar ik zou me niet verzetten tegen zo'n voorstel, als u dat doet.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Agnes Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

De reden waarom dat zo belangrijk is voor ons is omdat de heer Posthumus in het onderzoek over de versterking, en dan met name de geestelijke versterking, heeft gezegd dat je langduriger moet volgen hoe het dan wel goed wordt opgelost. Dat is toch waarvoor we allemaal willen strijden?

De heer Nijboer (PvdA):

Dat laatste is waar, maar dat langdurige volgen heb ik de laatste jaren kunnen doen en ik kan daar wel een conclusie uit trekken. Het gaat ontzettend slecht. Mevrouw Mulder heeft dat ook als geen ander kunnen doen, net als mevrouw Beckerman en wij allemaal. De conclusie is helder: het gaat voor geen meter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Beckerman namens de SP-fractie.

Mevrouw Beckerman (SP):

"Wij hadden een droom: gewoon heerlijk huisje, boompje, beestje. Maar nu hebben we alleen maar huisje, boompje, scheurtje. Ik ben letterlijk ziek van de stress en kapot van verdriet. Ik hoop zo dat je een sterk punt maakt, dat ze zien hoe het echt zit, dat Nederland ineens samen sterk staat voor al zijn burgers en dat het werkelijke verhaal, het werkelijke verdriet nu eens te zien is voor iedereen." Dat schrijft een van de gedupeerden met oude schades mij. Op 31 januari jongstleden besloot de minister dat de NAM voor 1 juli 2018 alle 6.000 oude schademeldingen moest afhandelen. In de woorden van de minister: "hetzij door ze op te lossen, hetzij door een redelijk eindbod te doen." Daarop volgden al snel de verhalen die het tegendeel aantoonden. Mensen kregen een zeer onredelijk aanbod en voelden zich andermaal geschoffeerd. In de voortgangsrapportages bleef de minister echter melden dat de afhandeling van oude schades voorspoedig verliep. De minister sprak van "onmiskenbaar positief".

U constateerde dat de NAM goed gevolg gaf aan de gemaakte afspraken. Van het door ons gevraagde onafhankelijke onderzoek moest u niets weten. Daarom vroegen wij de gedupeerden naar hun verhaal. De reacties laten een ontluisterend beeld zien. Waar uw beeld positief, redelijk en goed is, blijkt de realiteit negatief, onredelijk en slecht. Uit deze verhalen spreekt een ongekende wanhoop en een mensonterende behandeling van slachtoffers van de gaswinning en uw beleid. Zij zijn murw, moe, boos, ziek en/of depressief.

Voorzitter. Ik heb een zwartboek met meer dan 80 verhalen van gedupeerden. Dat laat ik graag ronddelen aan de minister en de Kamerleden. Zo zijn daar Cor en Elly Hoogeveen uit Woudbloem. Een contraexpert stelde vast dat ze voor €80.000 schade hebben. De NAM biedt ze €10.000. Zij zeggen: wij hebben inmiddels het vertrouwen in de goede afloop verloren.

Of Gerard en Loes Wolthoorn, die al vijf jaar strijden om hun schade vergoed te krijgen. De NAM bood ze €6.500. Een door het Centrum Veilig Wonen goedgekeurd schadeherstelbedrijf schatte de schade op €15.958. Zij zeggen tegen mij: dit is de grootste naoorlogse ramp.

Of Bea Blokhuis, docente op een gymnasium, die voor meer dan €30.000 schade aan haar woning heeft en nu een bod krijgt van, schrik niet, €3.353,58. Zij zegt tegen mij: "De leerlingen, dat vind ik het ergste. Wat mij speciaal bijblijft is een leerling die uiteindelijk afstroomde van het gymnasium naar een ander schooltype, mede door het gedoe, waardoor hij in zijn wisselwoninkje, met vliegenplaag, niet aan zijn schoolwerk toe kwam." De strijd van gedupeerden tegen de NAM is een ongelijke strijd. Veel mensen moesten bijvoorbeeld zelf hun contraexpertise betalen.

Johannes Christiaanse schrijft hier treffend over naar mij. Hij schrijft: "Ik ben een slimme jongen, maar heb van alle juridische regels geen enkel verstand. Ik had het gevoel tegen een kudde leeuwen te moeten vechten, enkel met een rietje in mijn hand — kansloos." Sommige gedupeerden accepteren dat bod, maar anderen vechten door. De rode lijn is dat zij stuk voor stuk de hoop op een goede afloop verliezen of hebben verloren.

Helma Tigelaar bijvoorbeeld. Zij zegt: "Ik heb behoorlijke psychische en lichamelijke klachten. Ik hoop echt dat er zo snel mogelijk gerechtigheid is en dat de NAM alle schades betaalt, zodat wij gedupeerden allemaal weer lekker kunnen slapen en van het leven kunnen genieten." Haar schade is door de contraexpert vastgesteld op €125.000. Wat biedt de NAM? €4.975,07, nog geen 5% van haar schade.

Een bijzonder ernstige categorie in het zwartboek dat voorligt, wordt gevormd door boeren en ondernemers, zoals Wiard Kraak en Margreet Kadijk, die al twee jaar met hun jonge kinderen in een keet achter hun monumentale boerderij wonen en al sinds 2012 zonder succes bezig zijn schade aan hun huis en boerderij vergoed te krijgen. Het onrecht dat deze mensen is aangedaan is gigantisch. Er is hun zo veel afgenomen, niet alleen hun veilige huis, maar vaak ook hun gezondheid en geluk. De overheid heeft hier grandioos gefaald, en het is de allerhoogste tijd voor gerechtigheid. Is de minister het met me eens dat deze mensen nog voor de zomer een redelijk en rechtvaardig aanbod moeten krijgen? Achteraf moet u dat deel van de kosten dat de NAM moet betalen volgens de oude regeling maar op hen verhalen. Mijn oproep: zorg voor een generaal pardon waarbij u ruimhartig schuld erkent.

De voorzitter:

Dank u wel. Nog 13 seconden.

Mevrouw Beckerman (SP):

We staan nu voor een nieuw besluit over de versterking. Vandaag sprak ik Wouter van der Tuin, die met zijn vrouw en zijn kinderen van 4jaar en 2 jaar in Schildwolde woont. Drie weken geleden kregen ze een ingrijpend versterkingsadvies. Bij een beving kunnen de muren klappen, staat in dat advies. Zij horen bij die batch van 1.588 en gisteren hebben zij van de NCG te horen gekregen dat het nog maar de vraag is of zij ook onder de toezegging van de minister vallen dat hun huis versterkt wordt. Wouter zegt mij: mijn vrouw en ik snakken naar duidelijkheid, zekerheid en vooral naar veiligheid.

Voorzitter. Op dit moment weet niemand in Groningen waar hij of zij aan toe is op basis van weer nieuwe rapporten.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Beckerman (SP):

Daarom vragen wij de minister of hij nog deze week mensen duidelijkheid kan geven zoals is opgedragen in de motie-Agnes Mulder.

De voorzitter:

Dank u wel. Iedereen heeft vijf minuten, u ook mevrouw Beckerman, zeg ik even tegen de anderen die ook nog moeten spreken. De heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Ik wil allereerst mevrouw Beckerman complimenteren met al het werk dat achter het zwartboek zit. Ik denk dat zij daarmee ook de verhalen achter de schades laat zien. Maar vijf minuten tijd, ik begrijp dat mevrouw Beckerman die vooral daaraan heeft besteed. We hebben gisteren een uitgebreide technische briefing gehad. Van het Staatstoezicht, de Mijnraad en andere experts hoorden we heel helder dat we dankzij het advies van de Mijnraad er nu voor kunnen zorgen dat de 1.500 meest onveilige huizen als eerste kunnen worden aangepakt. Steunt mevrouw Beckerman dat advies van de Mijnraad?

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik vertelde net het verhaal van Wouter van der Tuin. Hij woont met zijn vrouw en zijn kinderen van 4 jaar en twee jaar in Schildwolde. Jarenlang zijn ze bezig geweest om zijn huis te onderzoeken, en drie weken geleden hoorde hij: dit huis is onveilig. Het kan instorten, muren kunnen instorten als er weer zo'n aardbeving komt. We weten dat die kans het komende jaar ook nog toeneemt. Deze man en heel veel andere Groningers weten nu totaal niet waar ze aan toe zijn. Zitten ze in de veilige groep of zitten ze in de onveilige groep? Uiteraard moet elk onveilig huis versterkt worden, maar de Groningers moeten ook duidelijkheid krijgen.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

In de motie-Agnes Mulder c.s. staat letterlijk: in de eerste week van juli moet iedereen in de twee batches duidelijkheid hebben. Ik hoop dat u ook daar nog steeds achter staat. Ik vind dat uiteraard iedereen in een onveilige woning dat verdient, maar ook al die mensen die nu in onveiligheid zitten, maar het model is nog geen werkelijkheid. Daarvoor moeten we bij die huizen naar binnen.

De voorzitter:

De heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Mevrouw Beckerman en ik stonden allebei onder die motie om zo snel mogelijk in begin juli duidelijkheid te geven. Dat steun ik nog steeds. Mevrouw Beckerman wijst terecht op de onduidelijkheid waarin Groningse gezinnen nu nog zitten. Maar het overnemen van het advies van de Mijnraad en de koers die het kabinet de afgelopen maanden met de regio heeft ingezet zal wel betekenen dat we de 1.500 onveilige woningen nu als eerste gaan aanpakken, maar ook dat we de 1.588 uit die batch ook allemaal de mogelijkheid geven om het versterkingsadvies uit te voeren. Ik ben er zelf heel erg blij mee dat het kabinet die keuze heeft gemaakt. Door te prioriteren op die 1.500 onveilige woningen en daarna de 1.588 woningen uit de batch aan te pakken, betekent dat we in timing de komende maanden ...

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Jetten (D66):

Mijn vraag is: steunt mevrouw Beckerman die prioritering? Alle onveilige huizen nu direct aanpakken en daarna meteen beginnen met die 1.588, voor zover die veilig zijn maar wel een versterkingsadvies hebben gekregen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Een hele lange vraag, maar volgens mij maakt u een heel klein foutje. De Mijnraad zei helemaal niet: daarna pas aan de slag met die woningen. Die zei: deze trajecten moeten alle drie tegelijkertijd starten. Onveilige woningen aanpakken en nu bij de woningen die veilig lijken naar binnen gaan en bekijken of dat model echt klopt. En tegelijkertijd perspectief bieden aan de regio. De eerste week juli is al bijna voorbij, dus ik hoop dat u daar nog steeds achter staat. De Mijnraad heeft dit nooit gezegd. Ik heb het over mensen over wie ik het net had, over mensen die echt bang zijn dat hun huis instort door een beving die nog steeds kan komen. Ik zou nooit kunnen instemmen met een voorstel waarin we tegen hen zeggen: wij gaan lekker acht weken met reces, tot ziens, we hebben hier een stapel rapporten, misschien kunt u zelf even uitzoeken hoe het zit. Nooit.

De heer Jetten (D66):

Dat heb ik ook niet gezegd en dat heeft de Mijnraad volgens mij ook niet gezegd. Ik sta hier ook niet om de verschillen tussen elkaar te vergroten. Volgens mij constateren we hier met elkaar dat we het heel erg eens zijn: alle onveilige huizen zo snel mogelijk aanpakken en doorgaan met de versterkingsaanpak voor al die huizen die al een versterkingsadvies hadden. Mevrouw Beckerman heeft haar spreektijd terecht aan het zwartboek besteed, maar ik wil hier even met elkaar vaststellen dat we het heel erg eens zijn over die versterkingsaanpak.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat is natuurlijk nog wel een groot probleem. Op dit moment weten we van geen enkel adres of het veilig of onveilig is. De vorige keer heeft de coalitie geroepen: we gaan niet met reces voordat we het weten, we gaan niet met reces voordat die motie-Agnes Mulder c.s. is uitgevoerd. En op dit moment is die eerste week van juli wel echt bijna voorbij en nog niemand weet het. Niemand.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Er is de afgelopen negen maanden veel gebeurd op het gasdossier. We stoppen met de gaswinning in Groningen, waardoor het heel snel veel veiliger wordt. Alle onveilige woningen worden versterkt. De aanpak van woningen uit de batch-1.588 gaat door. Nieuwe schades worden zonder de NAM afgehandeld.

De impact van al die kabinetsbesluiten is niet altijd direct duidelijk. En de soms wat onhandige communicatie leidde tot onrust en onduidelijkheid. Maar gelukkig zitten kabinet en regio sinds maandag weer met elkaar om tafel en werken zij samen aan een nieuw perspectief voor Groningen.

Maandag kwam de Mijnraad met zijn conclusies en aanbevelingen. Door de gaswinning snel af te bouwen wordt het veel veiliger in Groningen. 1.500 woningen blijven langere tijd onveilig en moeten zo snel mogelijk worden aangepakt. Bovendien moeten de bewoners van de 5.700 woningen die nog niet aan de veiligheidsnorm voldoen, de keuze krijgen om maatregelen aan hun huis uit te voeren. Voor woningen die veilig zijn, maar waarvoor er al wel een versterkingsadvies lag, moet dat advies gewoon kunnen worden uitgevoerd. Het zijn heldere aanbevelingen van de Mijnraad.

De minister neemt deze adviezen over en zet daarmee samen met de regio de versterkingsoperatie voort. Dat is volgens D66 de enig juiste keuze voor Groningen. Dankzij het advies van de Mijnraad kunnen we nu zo snel mogelijk aan de slag met de meest onveilige huizen. Door bewoners uit de zogeheten batch-1.588 zelf de keuze te geven, respecteert het kabinet de gemaakte afspraken met duizenden Groningse gezinnen in Delfzijl, Appingedam, Overschild en Ten Boer. Ik ben blij dat de minister op die manier de motie-Jetten c.s. uitvoert.

Tegelijkertijd zijn er natuurlijk ook vragen. Wanneer kan de minister op adresniveau duidelijkheid bieden? In de batch-1.588 zitten ook een aantal woningen die reeds een versterkingsadvies hebben ontvangen. Krijgen deze woningen net als de batch-1.588 de keuze om door te gaan, ook als hun huis veilig is? Wanneer kunnen de bewoners van de overige woningen in Groningen een keukentafelgesprek verwachten en wat wordt bij die gesprekken de insteek? Kunnen Groningers die zich zorgen maken over hun huis alsnog een inspectie van hun woning krijgen? Worden naast woningen nu ook andere gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, aangepakt?

Voorzitter. Door het advies van de Mijnraad zijn er ook vragen gerezen over de wijze waarop we de versterkingsoperatie de afgelopen jaren hadden ingericht. Er komen steeds meer signalen over verouderde cijfers en wetenschappers en experts die zich niet vrij voelden om hun werk te doen. Hierdoor ontstond gisteren bij de technische briefing een beeld dat de meest onveilige huizen niet als eerste werden aangepakt en sommige Groningers onnodig in onzekerheid hebben gezeten. Hoe beoordeelt de minister deze signalen?

Voorzitter. Veilige huizen betekenen helaas niet dat er nooit meer scheuren zullen zijn. Daarom is het belangrijk dat schades fatsoenlijk worden afgehandeld. Dat geldt allereerst voor de 6.000 oude schadegevallen. De NAM heeft al die mensen nu een bod gedaan. In hoeverre vindt de minister dat de NAM daarbij ook echt ruimhartig is geweest? Hoe reageert de minister op de signalen die mevrouw Beckerman net heeft verwoord en die ook in haar zwartboek naar voren komen? Ik refereerde er vorige week al aan: een aantal Groningers die inmiddels een schadevergoeding hebben gekregen, krijgen nu van de Belastingdienst het signaal dat er gekort gaat worden op hun kind- of huurtoeslag. De heer Nijboer en mevrouw Beckerman hebben er al schriftelijke vragen over gesteld. Ik hoor graag van de minister hoe hij tegen die signalen aankijkt en of hij er een oplossing voor kan vinden.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik heb een vraag aan de heer Jetten. Vanochtend om tien voor elf kregen wij de informatie dat alle 6.000 oude gevallen een laatste aanbod van de NAM zouden hebben gehad. Om tien voor één kregen we allemaal een mail van Theo Elsing uit Haven, die meldt: ik heb helemaal geen laatste aanbod gehad. Wat is het oordeel van de heer Jetten daarover?

De heer Jetten (D66):

Die laatste mail had ik nog niet gezien in de drukte van vandaag. Ik had wel gelezen dat alle 6.000 gevallen een aanbod hebben gehad. Als dat niet zo is, dan hoop ik dat de minister daar in dit debat helderheid over kan geven.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat is ook echt niet zo. De mensen over wie ik het in mijn verhaal had, die mensen die met hun twee kleine kinderen op hun erf wonen, hebben ook geen aanbod gehad. Maar daar kwam ik niet om vragen. U zegt net dat het echt ongelooflijk treurig is dat mensen die een schadevergoeding krijgen, daar belasting over moeten betalen. Nog geen halfuur geleden heeft u tegen een motie gestemd, Leijten/Beckerman, om schadevergoeding voor bevingsschade of letselschade niet te beschouwen als vermogen. Dat is trouwens heel gebruikelijk, zoals bij de ramp met de brand in Volendam en de mensen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik in de katholieke kerk. Dat wordt allemaal niet belast. Gaswinningschade wel. U stemt tegen. En u gaat het nu nog een keer vriendelijk aan de minister vragen? Hoe kan het?

De heer Jetten (D66):

Ik heb ook in het debat vorige week aangegeven dat ik het korten op kind- en huurtoeslagen echt onbegrijpelijk vind. De motie waar we net over hebben gestemd, is gister ingediend bij de Voorjaarsnota. Voor zover ik het begrepen heb, heeft de minister van Financiën aangegeven dat die motie op die manier niet uit te voeren is. Ik hoor wel graag van het kabinet op welke andere manieren we dan gaan voorkomen dat mensen gekort gaan worden op hun toeslagen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dus u doet mee als ik vandaag een nieuwe motie indien om dit schandalige gegeven ... Ik heb voorbeelden van mensen die echt ziek zijn, die nog aan het afbetalen zijn en een betalingsregeling met de Belastingdienst hebben. U tekent mee als we vandaag met een motie komen om hier per direct mee te stoppen en de mensen die het getroffen heeft, weer compensatie daarvoor te geven?

De heer Jetten (D66):

Het maakt mij niet zoveel uit hoe we het gaan regelen. Ik hoor graag van het kabinet hoe we dit kunnen voorkomen, want ik ben het helemaal met u eens dat het niet zo kan zijn dat we mensen gaan korten op hun toeslagen als ze eindelijk hun langverwachte schadevergoeding hebben gekregen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik sprak net al over die 6.000 oude schadegevallen. We hebben net ook van mevrouw Beckerman gehoord wat er allemaal mis is gegaan. Gelukkig vallen nieuwe schadegevallen dan ook onder het nieuwe schadeprotocol, waarin de NAM geen enkele rol meer heeft. Maar hoe staat het met dat nieuwe schadeprotocol? Hoe staat het met de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade? Kan deze commissie haar werk onafhankelijk en goed uitvoeren? Daarnaast wil D66 dat ook boeren niet meer bij de NAM hoeven aan te kloppen om hun recht te halen. Vallen schades bij agrarische bedrijven ook onder het nieuwe schadeprotocol?

Zojuist in het interruptiedebat tussen mevrouw Agnes Mulder en de heer Nijboer ging het er ook al over. Het gaat er bij de afwikkeling van de schades niet alleen over of we alle schadegevallen een aanbod hebben gedaan en hoeveel procent dat heeft geaccepteerd. Het gaat ook over de vraag of dat op een fatsoenlijke manier is gebeurd. Zijn die mensen fatsoenlijk geholpen en voelen zij ook dat die schades ruimhartig zijn vergoed? Daarom wil ik de minister vragen of hij bereid is om de komende jaren te monitoren in hoeverre de afhandeling van schades volgens het nieuwe protocol ook echt op een manier verloopt dat mensen in Groningen zich geholpen voelen.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ruiterlijk en ruimhartig, dat hebben we nog helemaal niet gezien van de NAM. Mij bereiken ook berichten dat mensen met schades, en dan gaat het om structurele schades, ook aan de constructie, te horen hebben gekregen: dat is geen schade, dat gaat over versterken; dan moet u een ander loket hebben. Nu hebben we gisteren, of deze week, de nieuwe berichten gehoord over de versterkingsoperatie, waarbij het aantal huizen drastisch afneemt. Wat gebeurt er nou met die structurele schade? Wie gaat dat nou oplossen?

De heer Jetten (D66):

Volgens mij is dit ook exact de reden waarom we die verantwoordelijkheid naar de Staat toe halen. Als Groninger hoef je niet meer continu bij al die verschillende NAM-loketten terecht voor schade of voor versterking. Wij gaan als overheid naast mensen staan om ze daarbij te helpen. Ik ben heel erg benieuwd hoeveel van dit soort voorbeelden, zoals de heer Van der Lee nu noemt, straks niet onder de maatregelen vallen zoals die nu door de Mijnraad zijn geadviseerd. Daar moeten we inderdaad heel erg goed naar kijken. Het kan niet zo zijn dat mensen die de afgelopen jaren zijn getraineerd in de afhandeling van hun schade, straks helemaal met lege handen achterblijven. Alle schades moeten gewoon worden vergoed of worden opgelost, en onveilige huizen moeten worden versterkt.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik ben eigenlijk aan het eind van mijn betoog gekomen. We hebben turbulente maanden gehad. We kunnen nu, kort voor het zomerreces, met elkaar concluderen dat dit kabinet heeft besloten om helemaal te stoppen met de gaswinning in Groningen. Staatstoezicht, de Mijnraad, andere experts hebben aangetoond dat het daardoor heel snel heel veel veiliger wordt in Groningen. Maar die omslag hadden we veel eerder moeten inzetten, want we hebben de afgelopen jaren veel kapotgemaakt in Groningen. Er zijn veel onnodige schades ontstaan. Er zijn veel mensen onnodig in onveiligheid geweest. Maar achteraf is het mooi wonen, zei de voorzitter van de Mijnraad, dus we moeten nu samen met de regio aan de slag.

De heer Nijboer (PvdA):

De getallen buitelden de afgelopen tijd over ons maar vooral over de Groningers heen. Het blijkt nu dat er ook nog heel veel onveilige huizen zijn buiten de huizen waar het eerst eigenlijk mee begonnen is. Vindt u ook dat alle mensen die zorgen hebben over de veiligheid van hun huis, een publiek gefinancierde inspecteur in huis zouden moeten kunnen krijgen om te kijken of het huis eigenlijk wel veilig is, om die zekerheid aan mensen te bieden? Daar zou de PvdA voor zijn. Ik ben benieuwd hoe D66 daartegenover staat.

De heer Jetten (D66):

Ik heb dat volgens mij al gezegd aan het begin van mijn betoog: alle onveilige huizen moeten wij zo snel mogelijk aanpakken, maar als Groningers zorgen hebben over hun huis terwijl ze niet in de onveilige batch zitten zoals die nu is aangewezen, dan moeten die mensen daar ook gewoon een gesprek over kunnen voeren en de zekerheid krijgen dat hun woning echt veilig is. Als bij nadere inspectie blijkt dat de woning toch onveilig is, moet die ook gewoon meteen worden aangepakt. Daar zijn de heer Nijboer en ik het helemaal over eens.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Agnes Mulder namens het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, dank. Afgelopen maandag kwam de Mijnraad met zijn advies over de versterkingsopgave in het door gaswinning getroffen Groningen. De Mijnraad heeft waardering voor het besluit van het kabinet om de gaswinning zo snel mogelijk terug te brengen naar nul. De onafhankelijke instanties, het Staatstoezicht op de Mijnen, het KNMI, TNO, NEN en onafhankelijke wetenschappers hebben elk afzonderlijk onafhankelijk de Mijnraad geadviseerd. Zij concluderen elk afzonderlijk dat het echt veilig gaat worden in Groningen door de gaswinning zo snel mogelijk te verlagen. Dat is de reden dat we dit allemaal doen.

De Mijnraad concludeert dat er door deze beslissing minder huizen hoeven te worden versterkt en dat de versterking ook minder ingrijpend kan worden gedaan dan tot nu toe aangenomen. In dat opzicht beoordeelt de Mijnraad de minister voor de pas op de plaats die hij heeft gemaakt na dit ingrijpende besluit. Tegelijkertijd geeft de Mijnraad aan dat er verwachtingen zijn gewekt, met name bij de groep inwoners in de zogenaamde 1.588 batch. Zij adviseren het kabinet om die inwoners de keuze te geven om wel hun huis te versterken ook als het niet strikt noodzakelijk is voor de veiligheid. De vraag aan de minister is of er heldere afspraken zijn gemaakt met de regio over wanneer deze mensen daarover geïnformeerd worden. En krijgen mensen in de 1.581-batch die al een versterkingsadvies hebben ontvangen en bij wie verwachtingen gewekt zijn, dan ook op korte termijn een nadere duiding? Want wij willen wel dat onze motie gestand wordt gedaan.

Voorzitter. Het is goed nieuws, maar in bepaalde media blijft de vraag hangen hoe het zit met de financiering van dit alles. Kan de minister dat vandaag nog eens helder uiteenzetten? Er is ook onduidelijkheid bij inwoners en sommige media over de aantallen gebouwen dan wel de adressen. Van het SodM ontvingen wij gisteren een A4'tje met daarop de aansluitende cijfers, maar ik stel vast dat die cijfers nog niet tot iedereen zijn doorgedrongen. Ik wil de minister vragen om daar vandaag nog eens helder op in te gaan.

Voorzitter. Het is echt goed nieuws dat, zoals het er nu naar uitziet, minder woningen hoeven te worden versterkt en ook minder ingrijpend. Met een aantal maatregelen zijn huizen snel veiliger te maken, hoorden wij gisteren wetenschapper Rots zeggen in de hoorzitting. Hij zei: neem no-regretmaatregelen, zoals ankers in de muren, en breng verstevigingen aan door verbindingen tussen draagbalken en draagmuren te zetten. Deze adviezen laat ik natuurlijk graag over aan de professionals, maar het spreekt me wel aan dat het allemaal wat sneller kan. Wanneer komt de minister met zijn aanpak daarvoor naar de Tweede Kamer?

Voorzitter. Daarnaast moet er zo snel mogelijk worden verdergegaan met de uitvoering van de versterking bij degenen die al adviezen hebben, ook als deze woningen misschien niet versterkt zouden hoeven worden vanwege de veiligheid. Hoe wordt de prioritering van de versterking van deze batch ingevuld? En stel dat je een inwoner bent van de eerste batch, van die 1.467, krijg je dan ook nog een alternatieve keus als je huis niet per se uit veiligheidsoogpunt versterkt hoeft te worden?

Voorzitter. 15% van de huizen van de 1.581-batch moet versterkt worden, lezen wij. We willen snel weten, vandaag, deze week, voor alle inwoners van die batch hoe het precies zit. Mevrouw Beckerman zegt terecht dat wij met z'n allen die motie hebben ondertekend. Laat die niet loos zijn geweest.

Voorzitter. Van onze mensen in Groningen hoor ik dat zij zorgen hebben over de inspecties. De Mijnraad geeft aan dat daar in principe mee gestopt kan worden. De zorg die ik terughoor, is: maar komen we dan niet in een papieren werkelijkheid terecht? Moeten de inspecties niet gewoon doorgaan? Over de wijze waarop de inspecties zouden moeten plaatsvinden is nog geen eensluidend beeld. Dat hoorden wij gisteren ook in de hoorzitting. Is de minister bereid om samen met de regio afspraken te maken over toekomstige inspecties? Want er zijn mensen in het gebied die graag een inspectie zouden ontvangen, omdat zij zich niet veilig voelen in hun huis, niet in een van deze batches zitten en toch graag de laatste nadere inzichten van de wetenschap voor zo'n inspectie zouden ontvangen. Waar moeten deze mensen zich straks melden? Is dat bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade?

Ik zie een vraag.

De voorzitter:

Ik ook.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik heb een korte vraag over uw motie. Daarin staat dat mensen in de eerste week van juli duidelijkheid moeten hebben. Ik vraag me af: staat u daar nog steeds achter? Want op dit moment heeft natuurlijk helemaal niemand duidelijkheid. Vindt u nog steeds, zoals in uw motie staat, dat iedereen in die twee batches deze week moet horen of zijn huis nu wordt gezien als veilig of als onveilig?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik vind dat die mensen moeten weten welke aanpak er komt voor hun huis. Die groep van 1.588 heeft deze week in die zin eigenlijk al duidelijkheid gekregen via alle media. Zij krijgen recht op versterking van hun huis, ook al is het misschien niet strikt noodzakelijk. Die duidelijkheid is er dus voor die volledige batch. Maar ik zou het wel waarderen als de minister dat hier vandaag ook nog eens een keer uitspreekt, en als ze vervolgens ook een brief krijgen over hoe het verdergaat met de procedure. Ik zie de minister knikken. Het lijkt mij terecht dat onze motie ook gewoon wordt uitgevoerd. Dat geldt natuurlijk ook voor die 1.581. Daar zitten een aantal mensen in die al een versterkingsadvies hebben ontvangen. Dat zijn mensen die onder andere hebben meegedaan aan een pilot. Die hebben al een versterkingsadvies thuis liggen. Dan lijkt mij dat die mensen hetzelfde traject in zouden gaan als de mensen in die 1.588-batch. Maar die duidelijkheid moet dan wel gegeven worden. Dat zijn allemaal vragen die ik hier vandaag heb voor de minister. Wat mij betreft komt die duidelijkheid er vandaag. Ik hoop dat mevrouw Beckerman dat ook graag wil vandaag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Sorry, maar wat zegt mevrouw Mulder nu precies? Zegt u nu: die mensen moeten deze week weten of hun huis nu veilig is verklaard of nog steeds onveilig is? Of zegt u: nee, dat kan nog wel even wachten; ze moeten alleen weten dat we een nieuw rapport hebben en dat we iets gaan doen voor die 1.588?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Volgens mij is het voor heel veel mensen in die batches ... Ik vind het vreselijk om zo over "batches" te spreken; daar blijf ik echt heel veel moeite mee houden. Maar als jij een woning hebt die valt onder die 1.588, dan moet je deze week weten of jij nog versterking nodig hebt vanwege de veiligheid. Anders moet je deze week in ieder geval van de minister horen dat je die versterking wel door kan zetten, ook al is het misschien niet nodig voor de veiligheid. Jij maakt dan de keus over wat je exact wilt gaan doen. Stel dat het niet nodig is voor de veiligheid, maar je wel de mogelijkheid krijgt om je huis te versterken. Dan moet je daar toch nog even over na kunnen denken? Dan hoeven we niet deze week al van de mensen zelf te horen wat ze daarmee doen, maar ze moeten wel in een brief die duidelijkheid krijgen.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik wou collega Beckerman toch op één punt bijvallen. Dat is het punt van de communicatie. We doen heel veel, met veel haast, de minister voorop. Maar het is complex. Dat delen we ook met elkaar. In de communicatie wordt vaker benadrukt dat we helderheid hebben geboden. Maar dan bedoelen we misschien helderheid over het beleid dat we willen gaan voeren, maar niet voor mensen aan de keukentafel zelf. Ik denk dat het voor iedereen in dit debat, ook de minister, goed is dat we dat onderscheid voortdurend blijven benoemen. Want ook in die motie wordt toch de suggestie gewekt dat je in één dag iedereen kunt informeren, en we wisten van tevoren al dat dat niet kon. Is mevrouw Mulder het dus met mij eens dat we wat zorgvuldiger moeten zijn in de communicatie, juist om de verwachtingen goed te managen?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Jawel, maar ik vind nog steeds dat die mensen op adresniveau gewoon een brief zouden moeten ontvangen deze week. Dat is de helderheid die u van mij vraagt, en dat is de helderheid die ik u geef. Dat is wat ik vind. Ik hoop dat de minister hier vandaag gaat zeggen dat hij dat ook gaat doen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. De schadeafhandeling. Onduidelijk blijft hoe er wordt omgegaan met bedrijfspanden, schuren en andere gebouwen die geen woonfunctie hebben, maar die wel onveilig zijn. Uit gesprekken in de regio en de hoorzitting over mentale versterking kwamen indringende verhalen hierover tot ons. Die staan onder andere ook in de bundel die we net hebben ontvangen van collega Beckerman, denk ik. Veel landbouwers kampen met schade door de mijnbouw. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Oogsten mislukken omdat de drainage stuk is en er lekken mestkelders, waardoor minder koeien kunnen worden gehouden en je financiering ineens niet meer klopt. Is de minister bereid om te kijken of er voor deze gebouw- en omzetschades een apart programma kan komen, zodat ook onze vaak agrarische ondernemers in Groningen snel en adequaat geholpen kunnen worden?

Dan de schadeafhandeling, de oude schades. Ook ik hoor dat er te veel alleen maar cosmetische aanbiedingen zijn gedaan en dat het nog niet goed genoeg is geweest. Ook al zijn de percentages misschien hoopvol, dan nog zou ik graag willen weten hoe het echt zit achter de percentages. Daarom wil ik daarnaar graag onderzoek van de minister, zodat hij dit samen met de regio oppakt, zoals de heer Posthumus ook heeft aangegeven. Dat zouden we graag willen weten.

Voorzitter, tot slot. Het nieuwe schadeprotocol is net van start gegaan. Kan de minister aangeven hoe dat loopt en of het al lukt om schadegevallen in een redelijke termijn te behandelen?

Voorzitter. Ik heb nog heel veel meer, maar ik moest schrappen.

De voorzitter:

Ja.

De heer Nijboer (PvdA):

Misschien kan ik helpen. Ik vind het heel terecht dat mevrouw Mulder aandacht voor de boeren vraagt. Er zijn heel veel problemen. Ik zou haar willen verzoeken om die aandacht ook te geven aan scholen — daar is al een programma voor — maar ook aan verzorgingshuizen, verpleeghuizen, ouderenwoningen en ondernemingen. Dat zijn allemaal geen woningen en ook daarbij kan veiligheid natuurlijk ook een belangrijke rol spelen. Is zij dat met mij eens?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Volledig.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Is er niet nog een wat langere vraag over een ander onderwerp?

De voorzitter:

Nee, dank u wel. Mevrouw Sazias namens 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. De minister heeft de versterkingsoperatie op pauze gezet om de adviezen af te wachten van het SodM en de Mijnraad. Die adviezen zijn er nu, maar duidelijkheid is er voor veel mensen nog niet, behalve dan dat er door de verminderde gaswinning minder huizen versterkt zouden moeten worden. Batches en getallen lopen in de verschillende rapporten niet synchroon, waardoor iedere Groninger zich nu kan afvragen: "In welke groep hoor ik nou thuis? Eerst was mijn huis onveilig en nu ineens niet meer."

Met de mensen die al een toezegging hebben over versterking, wordt een dialoog aangegaan. Hoe gaan die dialogen vorm krijgen en wie voert die gesprekken met de mensen? Het doet mij erg denken aan het Wmo-keukentafelgesprek, waarvan de uitkomst lang niet altijd naar tevredenheid van de cliënten is. Mijn vraag is dus of deze mensen ook ondersteuning krijgen in deze dialoog. Zullen mensen zich vrij en gelijkwaardig voelen? En wat zullen volgens de minister de resultaten van deze dialogen zijn?

De Mijnraad vindt dat je ruimhartig met de mensen om moet gaan, maar dat betekent ook een ruimhartig budget. We hebben er eigenlijk nog helemaal geen idee van wat dat budget zal zijn. Dat de Staat een groter deel van de kosten van de versterkingsoperatie op zich neemt, dat is dan maar zo, want wij hebben met z'n allen ook jarenlang van de gasbaten geprofiteerd. Maar dan moeten wel de werkelijke kosten worden vergoed, voor 100%, en dan moet het aanbod van de NAM niet ver onder de reële kostprijs liggen, zoals wij regelmatig hoorden, ook weer in de verhalen van mevrouw Beckerman. Dat is niet de bedoeling.

De deskundigen die we gisteren tijdens een briefing spraken, drukten ons op het hart dat we vooral open en eerlijk moeten communiceren over de feitelijke risico's. Dat is de afgelopen tijd niet altijd gebeurd. Er was zelfs een krachtenveld, zo werd ons verteld, om de laatste nieuw berekende norm maar niet te publiceren. Ook de wetenschappers voelden zich soms geremd om eerlijk te communiceren tegen bestuurders en in het publieke debat. Dat moet niet. We weten dat het een enorme operatie is. We weten ook dat het heel veel geld gaat kosten, maar we moeten het doen; we. Dat zijn we aan Groningen verplicht.

Het apart per woonhuis inspecteren kost heel veel tijd. Daarom worden woningtypes volgens standaarden geïnspecteerd. Toch zegt de NEN dat de huizen ook afzonderlijk bekeken moeten worden. Wat 50PLUS betreft nemen we eerst zo snel mogelijk die generieke maatregelen voor de gebouwen die het meeste risico lopen, maar daarna, als het grootste gevaar geweken is, moet er toch ook afzonderlijk worden geïnspecteerd.

En hoe staat het met de boerenbedrijven? Mevrouw Mulder noemde het net al even: Groningen is voor 80% agrarisch en van de zogenoemde complexe schadegevallen hebben er veel betrekking op de boeren. Er wordt steeds gerekend met risico op overlijden van de mensen, maar in hoeverre worden stallen en schuren, lekkende mestkelders en de veiligheid van de dieren meegenomen? Graag een reactie. Ik ben het met meneer Nijboer eens dat de scholen en de andere gebouwen ook van groot belang zijn.

De Nederlandse praktijkrichtlijn is een norm waarlangs de veiligheid van een gebouw wordt gemeten. Die NPR kan op basis van nieuwe inzichten worden aangepast. Dat kan vrij snel, maar de NEN streeft naar stabiele versies. De NPR 2018 is gebaseerd op de aanname dat bij verminderde gaswinning de aardbevingen zullen verminderen, terwijl het aardbevingsrisico volgens de prognoses tot en met 2019 nog gaat toenemen.

Eigenlijk zijn alle vooruitzichten op die aannames gebaseerd, maar moeder natuur neigt haar eigen gang te gaan en laat zich aan aannames over het algemeen weinig gelegen liggen. Er wordt gerekend met een model waar ook nog eens kritiek op is, maar dit is het enige gevalideerde model dat er bestaat, dus we hebben niks anders. Uiteindelijk weet niemand echt wat de toekomst gaat brengen. Als we dit jaar een heel koude winter krijgen, dan wordt ineens alles anders.

Wat 50PLUS betreft, wij zeggen: maak voort met het geven van duidelijkheid en hoe dan ook, wat er ook gebeurt, wat u ook doet, begin morgen met het onder handen nemen van die 1.500 kwetsbare gebouwen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Sazias. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wassenberg, namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst excuus dat ik iets later was, maar tegelijk met dit debat had ik een debat met de staatssecretaris van IenW. Normaal probeer ik dat te voorkomen, maar op deze laatste dag van het parlementaire jaar gebeuren er soms hele hectische dingen en is de agenda ietsje voller dan normaal, maar excuses daarvoor.

Voorzitter. De angst voor een echt zware aardbeving, de onzekerheid over je huis, de ellenlange procedures, dat beschadigt mensen in de kern van hun bestaan. De spanningen, de stress en de onrust in het gezin hebben ook een zeer negatieve uitwerking op de kinderen. De Kinderombudsman waarschuwde twee weken geleden tijdens een hoorzitting dat er nog geen voorzieningen en zorg gericht op de bescherming van kinderen zijn en dat de belangen van kinderen nog onvoldoende worden meegewogen in de beslissingen. Er moet meer aandacht komen voor kinderen en hun mentale weerbaarheid. Om die reden dient de Partij voor de Dieren samen met de heer Tom van der Lee en een aantal andere fracties dadelijk een motie in die vraagt om een onderzoek naar de gevolgen van de mijnbouwschade voor het welzijn van kinderen.

Tijdens diezelfde hoorzitting werd bevestigd dat door de voortdurende wijzigingen in de spelregels het vertrouwen in de rijksoverheid inmiddels een dieptepunt heeft bereikt. Wetenschappers, maatschappelijke organisaties en hulpverleners gaven een heel helder signaal: houdt het ministerie van EZK zo veel mogelijk op afstand. Daarover hoef ik overigens geen motie in te dienen, want daarover ligt al een aangenomen motie. Maak het ministerie van VWS hoofdverantwoordelijk voor de mentale versterking en geef zo veel mogelijk ruimte aan de regio zelf. Bewoners hebben behoefte aan regie van organisaties die ze kennen en vertrouwen. Ik kan u verzekeren dat de bewoners niet het ministerie van EZK vertrouwen, want dat is het ministerie van gaswinning en niet het ministerie van mentale versterking, Dat kan ook niet.

Gisteren hadden we een technische briefing om helderheid te verschaffen over de laatste versterkingsadviezen. Er heeft een bizarre verschuiving plaatsgevonden in het aantal huizen. De versterkingsoperatie betrof aanvankelijk meer dan 100.000 huizen, toen 22.000 en sinds deze week zijn er nog maar 1.500 acute en ernstige gevallen over. Dat betekent dat veel mensen jarenlang voor niets in onzekerheid, in angst en met stress hebben geleefd, en dat doen zij overigens nog steeds. Hoe kan dit allemaal, dat gerommel met cijfers? De commissie voor EZK hield gisteren een hoorzitting over de versterkingsoperatie. Van verschillende kanten kregen we te horen dat er in de discussie rond de versterking actief is gestuurd. De TNO-expert gaf aan dat het niet eenvoudig was om nuanceringen aan te brengen over bijvoorbeeld de risico's in het gasdossier. Ik citeer de TNO-expert: "rond ons waarden krachten die dat tegenhielden".

Het Nederlands normalisatie-instituut, NEN, was explicieter en zei dat een aangepaste en nauwkeuriger norm voor aardbevingsbestendig bouwen al in 2016 beschikbaar was, maar onder druk niet werd gepubliceerd en niet gebruikt kon worden. Daarbij zou druk zijn uitgeoefend door de NCG. De inschatting van de omvang van de versterkingsoperatie werd dus bewust gebaseerd op verouderde en achterhaalde informatie met een onnodig grote onzekerheidsmarge. Hoogleraar Helsloot van de Radboud Universiteit Nijmegen zei dat collega's zich niet vrij hadden gevoeld om zich vrij en onafhankelijk te uiten over de versterkingsoperatie.

Voorzitter. Ik vind dit schokkend. Het gevolg is dat er in de afgelopen jaren heel veel mist is gecreëerd over de versterkingsoperatie. Dit heeft geleid tot buitengewoon veel onzekerheid en frustratie. Sowieso is het heel zorgelijk dat wetenschappers en onafhankelijke adviesorganen zich kennelijk toch geremd voelen of soms zelfs geremd worden om in zo'n ongelofelijk belangrijk maatschappelijk dossier vrijuit te spreken en dat er ook geen transparantie is.

Voorzitter. De hoorzitting van gisteren was echt de druppel die de emmer deed overlopen. Er is zo veel misgegaan. Er is te veel misgegaan. In het begin van dit jaar noemde de minister het handelen rondom het Groningendossier trouwens zelf overheidsfalen van on-Nederlandse proporties. Dat vinden wij ook. Nu is wat ons betreft de tijd toch echt daar. Wij vinden echt dat dit schreeuwt om een parlementaire enquête. Ik dien straks opnieuw met de SP een motie in waarin wij daarom vragen. Er zijn nu te veel onopgehelderde zaken. Er zijn te veel vraagtekens overgebleven. De noodzaak voor een parlementaire enquête is alleen maar groter geworden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Wassenberg. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. De gaswinning gaat naar nul. Het wordt snel veel veiliger en er komt steeds meer duidelijkheid over de versterkingsopgave. Afgelopen maandag is de Mijnraad met een helder advies gekomen: ga eerst de meest risicovolle gebouwen versterken, ga het gesprek aan als toezeggingen zijn gedaan en verwachtingen zijn gewekt, laat bewoners kiezen en bouw samen met de regio aan het toekomstperspectief. Tegelijkertijd ervaren veel bewoners die duidelijkheid nog niet in hun persoonlijke situatie. De onzekerheid is er nog steeds. "Eerst zien, dan geloven" hoor ik van hen en dat kan ik heel goed begrijpen. Wanneer verwacht de minister dat er voor bewoners duidelijkheid komt? Afgelopen maandag is gebleken dat 1.000 gebouwen die eerder nog niet in beeld waren, wel en met prioriteit moeten worden aangepakt. Wanneer is het actieplan klaar en worden de bewoners geïnformeerd?

Voorzitter. De pauze in de versterkingsopgave was heel moeilijk voor mensen die al een versterkingsadvies hadden of op korte termijn zouden krijgen. Tegelijkertijd is door het rapport van de Mijnraad boven tafel gekomen dat we bezig waren met het versterken van deels de verkeerde woningen. De minister spreekt terecht over een verwarrende boodschap. Eerst was de woning niet veilig, maar nu ineens wel. Binnen twee weken worden bewoners geïnformeerd. De Mijnraad heeft het ook over een dialoog met bewoners en eigenaren. Hoe en wanneer wordt deze dialoog gestart? Hoe worden mensen ondersteund bij de lastige keuze die zij moeten maken? Is een helder advies ook onderdeel van deze dialoog?

Voorzitter. Nu wij weten waar de grootste risico's voor de veiligheid zijn, moeten we zo snel mogelijk aan de slag. Ik heb nog wel vragen over de aanpak. Dit kwam gisteren ook in de technische briefing uitgebreid aan de orde. Er is aangedrongen op generieke versterkingsmaatregelen per woningtypologie omdat daarmee snel veel meer veiligheid bereikt kan worden. Tegelijkertijd zijn zorgen uitgesproken over het vaststellen van het veiligheidsniveau van woningen zonder dat een inspectie heeft plaatsgevonden. Er wordt nu gebruikgemaakt van informatie uit het Kadaster en andere bronnen, maar het onderhoud van de woningen en eventuele verbouwingen kunnen wel van invloed zijn. Hoe gaat de minister om met de onzekerheden die in deze generieke aanpak zitten?

In de brief van de minister staat dat mensen uit de batches een inspectie krijgen als zij zorgen hebben over hun veiligheid. Hoe gaat dat precies plaatsvinden? Kunnen de mensen in het aardbevingsgebied die zorgen hebben over hun veiligheid, ook een inspectie laten uitvoeren?

Het Staatstoezicht adviseert om bij de versterkingsopgave de P90-veiligheidsmarge te hanteren. Met de 5.700 bewoners wordt overleg over deze onzekerheidsmarge. Klopt het dat de afspraak is ook deze woningen te versterken, als bewoners dat willen?

Voorzitter. Ook heb ik begrepen dat er nog geen afspraken zijn gemaakt over 70 zorggebouwen, die wel al geïnspecteerd zijn. Wanneer verwacht de minister hierover afspraken te maken? En hoe zit het met boerderijen, monumenten en bedrijfsgebouwen? En hoe zit het met de pilots, zoals Overschild? Klopt het dat er nu snel wisselwoningen gebouwd moeten worden, als belangrijke randvoorwaarde om de versterking door te zetten? Op veel locaties staan geen wisselwoningen, omdat er onzekerheid is of en hoe huizen versterkt worden. Iedereen wacht op het volgende rapport en op elkaar.

Voorzitter. De Mijnraad kon gisteren geen antwoord geven op de vraag waarom nu pas duidelijk is geworden dat we de verkeerde woningen wilden versterken. Ik heb gisteren ook gehoord — anderen hebben daar ook aan gerefereerd — dat de NCG wetenschappers onder druk zou hebben gezet om geen nieuwe NPR te publiceren. Daardoor bleef de versterkingsopgave onnodig groot in aantallen woningen en in intensiteit. Daardoor is uiteindelijk ook het zicht verloren gegaan op de meest onveilige woningen. Ik vind dat buitengewoon zorgelijk en vraag de minister hierop in te gaan.

De ChristenUnie vindt het belangrijk om jaarlijks de afbouw van de gaswinning, en de versterking, tegen het licht te houden om te kunnen bijsturen, ook omdat de modellen waarschijnlijk verfijnd zullen worden. Gebeurt dit ook, vraag ik aan de minister.

Ik zie dat er een interruptie is.

De voorzitter:

Ja, dat zie ik ook. De heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ook indachtig wat collega Wassenberg voor u zei: ik heb ook met stijgende verbijstering gekeken en geluisterd naar wat de technici van de verschillende instellingen ons gisteren hebben gezegd. Maar ik vind het ook verbijsterend dat er gezwartepiet wordt. We hebben de NCG niet kunnen horen hierover. Maar is dat alleen niet al een reden dat we hier een parlementaire enquête over gaan houden: om dit soort dingen ook allemaal uit te zoeken?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb ook echt even geaarzeld of ik dit nu wel of niet in het debat zou moeten brengen, maar omdat het gister uitdrukkelijk onderdeel was van de hoorzitting, wilde ik het toch benoemen. Het is niet mijn bedoeling om te zwartepieten, maar wel om dit expliciet onderdeel te maken van het debat. Ik heb ook al eerder gezegd: natuurlijk zal er een parlementaire enquête komen en dan zal dit zeker ook voor het voetlicht moeten worden gebracht. De vraag is wel: wanneer moet die parlementaire enquête gehouden worden? Dan zeg ik: niet nu. Maar goed, na gisteren is ook wel duidelijk geworden dat de noodzaak ervan alleen maar groter is geworden.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Over het tijdstip daarvan. Ik ga straks in mijn termijn pleiten om de voorbereidingen in dit kalenderjaar te starten. Ik denk namelijk dat we in het najaar de meeste wetten die nog in deze Kamer behandeld moeten worden, behandeld hebben. Dan wordt het ook echt wel tijd om dit in gang te zetten. Bent u dat met mij eens?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

In de vorige kabinetsperiode heb ik zelf ook aangedrongen op een parlementaire enquête, omdat ik zag dat er geen voortgang zat in het dossier. De enige die ervoor zorgde dat er een stap werd gezet, was de rechter: pas als de rechter een uitspraak deed, kwam het kabinet in actie. Dat was mijn reden om een parlementaire enquête te bepleiten: om zaken boven tafel te krijgen. Wat ik nu zie, is dat er een kabinet zit dat in enorm tempo zaken oppakt; soms zelfs een beetje sneller dan de oppositiepartijen lief is. Ik ben blij met de snelle aanpak van het kabinet en ik wil daar de ruimte voor geven. Ik denk dat als we nu gaan starten met een parlementaire enquête, de focus dan niet ligt op een snelle aanpak voor de mensen in Groningen, maar op de parlementaire enquête. En dat zou op dit moment echt de verkeerde focus zijn.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vond het niet zo chic wat u in de richting van Hans Alders deed. Hij kan zich ook niet verdedigen. Maar goed, dat laat ik voor uw rekening.

Ik vroeg me af wat u bedoelde met "het kabinet gaat sneller dan sommige oppositiepartijen willen"? Ik kan geen enkel voorbeeld bedenken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Volgens mij is vorige week door een aantal oppositiepartijen ervoor gepleit om het debat over het wetsvoorstel voor het minimaliseren van de gaswinning uit te stellen. Dat vond mijn fractie niet zo'n heel goed idee, omdat dat betekent dat er vertraging komt, het wetsvoorstel niet meer op tijd ingevoerd kan worden voor het nieuwe gaswinningsbesluit en we uiteindelijk meer gas zullen winnen dan nodig is.

De heer Nijboer (PvdA):

Dan is dat opgehelderd. Dat is het doordrukken van die Gaswet, terwijl alle Groningse maatschappelijke organisaties ons ertoe oproepen om het zorgvuldig te doen en beter te wegen. We hebben in de Kamer ook een heel debat en de minister heeft een hele brief geschreven. Dat bedoelt mevrouw Dik-Faber dus met "de oppositie wil soms langzamer". Nou, daar heeft ze groot gelijk in.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Volgens mij hebben we een ontzettend zorgvuldig traject gehad, met een schriftelijke ronde, met technische briefings, met twee debattermijnen in de Kamer en vandaag zelfs nog een derde termijn. Er is nog veel informatie naar de Kamer toegekomen, dus hoe zorgvuldig zou de heer Nijboer het willen hebben?

Ik ga verder. Ik moest heel erg schrappen in mijn tekst. Ik kom bijna tot een afronding. Ik wil vooruitkijken, het toekomstperspectief. De eerste twee trajecten die de Mijnraad schetst, hebben prioriteit, maar ook het derde traject, toekomstperspectief bieden, is heel belangrijk. De Mijnraad schrijft: "We zien dat mensen in de regio bang zijn dat zij 'vergeten worden', nu er zicht is op het beëindigen van de gaswinning binnen afzienbare tijd." "Pacificeren" — dat kwam gisteren naar voren — en "helen" — een woord uit het rapport van de Mijnraad — zijn voor mijn fractie belangrijke woorden, die niet zonder gevolgen mogen blijven en die we ons ook in de politiek zouden moeten aantrekken. We moeten de krachten bundelen, met een belangrijke rol voor de regio. Er moet een gedeeld perspectief komen. Ik zie uit naar deze gezamenlijke aanpak.

Tot slot. We hebben een brief ontvangen over de oude schademeldingen. De cijfers zijn duidelijk, maar achter al deze cijfers zitten verhalen van mensen. We hebben daar ook een zwartboek van gekregen. Is de minister bereid om te onderzoeken of de schadeafhandeling naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, zodat we daarvan kunnen leren voor de toekomst? De Mijnraad adviseert om dossiers te gaan sluiten door ruimhartig te handelen omdat er te veel geld is gaan zitten in transactiekosten. Ik krijg nog steeds mails over schadegevallen waarvan de afhandeling zich soms jarenlang voortsleept. Hoe wordt opvolging gegeven aan deze aanbeveling van de Mijnraad?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. 55 jaar geleden pleitte de Groningse ingenieur Willem Meiborg al voor de inrichting van een schadefonds. Tientallen jaren lang hebben we waarschuwingen in de wind geslagen en de risico's voor de Groningers verwaarloosd. Dat alleen al is reden voor een parlementaire enquête. De afgelopen weken, sinds ik het woord voer op dit dossier, zijn er bij mij alleen maar veel meer vragen gerezen en redenen naar boven gekomen waarom die enquête snel moet worden ingesteld; maar wel aan het einde van dit kalenderjaar.

De publicatie van afgelopen zaterdag door Follow the Money is een genadeloze weergave van de schandalige, tekortschietende schadeafhandeling. De NAM trad nooit ruiterlijk en ruimhartig op, maar hebzuchtig en hardvochtig. Er ontstonden perverse prikkels die vooral allerhande adviseurs en juristen een superdikke boterham opleverden. Duizenden mensen zijn tot wanhoop gedreven. Ik heb dan ook veel scepsis over het finale bod van de NAM. Mensen zijn uitgeput en accepteren het bod uit moedeloosheid. Denkt de minister eigenlijk zelf dat het zogenaamde passende aanbod van de NAM een ruiterlijk en ruimhartig aanbod is? Is de minister bereid om een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de tevredenheid van de gedupeerden over het finale bod van de NAM en hen zelf ook te laten ondervragen?

Bij de schade die vergoed wordt, gaat het om cosmetische reparaties. Structurele schade aan constructies bestempelt de NAM als versterking en dat is weer een ander loket. Mensen worden daarmee bewust met een kluitje in het riet gestuurd. Dit is extra schrijnend nu op bizarre wijze de aantallen te versterken woningen worden teruggebracht van ooit 150.000, via een tussenstap van 22.000, naar een kerngroep van 1.500 gebouwen, en daarbovenop 5.700 dialooggebouwen; zo noem ik ze maar even. Daarvan zegt de Mijnraad nu eigenlijk: die zijn niet onveilig, maar vanwege gewekte verwachtingen en beloften, moeten bewoners zelf de keuze krijgen of versterking wenselijk is. GroenLinks vindt het uiteraard winst dat door het dichtdraaien van de gaskraan de veiligheid sneller kan worden gegarandeerd, ten minste als we nu echt tempo maken met het versterken van die 1.500 meest kwetsbare woningen.

Ronduit onthutsend — en ook dat is voer voor de enquête — is het feit dat de experts gisteren tijdens de briefing plotseling meldden dat er veel te lang met een te conservatieve bouwnorm is gewerkt. En dan werd er gezwartepiet. Dat is niet fraai om te zien, maar ook dat is op zich — ik zei het net al bij interruptie — echt een reden om dit allemaal in een enquête uit te zoeken. Al die instellingen zijn jaren betrokken, en zij hebben zelf een verantwoordelijkheid om als zij nieuwe feiten en nieuwe kennis hebben, die ook naar voren te brengen.

Daarnaast houd ik echt wel twijfels over de kwaliteit, de aannames en de onafhankelijkheid van het gebruikte model. Dat heb ik ook aan de kaak proberen te stellen tijdens de technische briefing. Daar kan ik omwille van de tijd nu helaas niet op ingaan. Maar cruciaal is dat dit model zo goed en zo snel mogelijk gevalideerd wordt, ook aan de praktijk, en dus ook aan fysieke inspecties. Wil de minister er bovendien op toezien dat er een real time digital tool — sorry voor het Engels — komt waarin alle te versterken gebouwen zichtbaar worden gemaakt? Dat zijn dus de 1.500 uit het model, alle gebouwen die wegens structurele schade na inspectie versterkt moeten worden en alle gebouwen die na een dialoog versterkt moeten worden, zodat we allemaal kunnen zien, in Groningen maar ook hier in het parlement, om welke gebouwen het gaat en die informatie ook weer teruggestopt kan worden in het model om de jaarlijkse berekeningen te verbeteren.

Ik heb nog diverse andere wensen. De veiligheidsmarge die het SodM en de Mijnraad bepleiten, moet serieus genomen worden. Bij de dialooggebouwen moet gegarandeerd worden dat mensen echt zeggenschap krijgen, want een dialoog is zelden machtsvrij. Wie gaat die dialoog voeren met de mensen, krijgen zij daar ondersteuning bij, kunnen ze in beroep en waarom worden die kosten allemaal bij de Staat gelegd? Dat is toch ook onderdeel van de mijnbouwschade? Ik begrijp dat niet.

Communicatie is belangrijk. Daar ging het ook al over tijdens de interruptie. Als wij duidelijkheid denken te hebben over het beleid dat we willen gaan voeren, betekent dat nog niet dat mensen thuis die duidelijkheid hebben. Ik denk ook dat het goed is als de minister dat onderscheid aanbrengt in de communicatie. Wil hij omwille van de transparantie ook een jaaragenda opstellen van de belangrijke momenten, ieder jaar opnieuw? Want we zullen ieder jaar opnieuw berekeningen krijgen, en een nieuw gasbesluit. We krijgen rapportages. Het zou voor alle betrokkenen fijn zijn om een inzichtelijk jaaroverzicht te hebben, zodat iedereen weet waar hij in de tijd aan toe is.

Ik lees en hoor niets meer over de gebiedsgerichte aanpak en een nieuw perspectief voor Groningen. Er komt een miljard. Dat weten we. Zou de minister de WRR willen verzoeken om de Groningers te ondersteunen bij de ontwikkeling van gebiedsgerichte aanpak en nieuw perspectief, zodat het duurzaam, sociaal en economisch vitaal wordt?

Ik kan daar nu niets meer over zeggen, maar er komt een motie over de impact op kinderen. Doe daar alsjeblieft onderzoek naar. En laten we met die enquête aan het eind van het jaar starten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kops namens de PVV.

De heer Kops (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Het zoveelste debat over Groningen, een debat dat gaat over de versterkingsoperatie en de schadeafhandeling. En het wordt tijd dat we het daar eens echt over gaan hebben en dat er ook echt vaart mee wordt gemaakt. Want is het eigenlijk niet heel treurig dat wij worden gedwongen om het te hebben over een halfbakken wetsvoorstel, over een slechte gasdeal, over Shell en Exxon die worden gematst, over een minister die staat te stuntelen en geheimzinnig doet en over alle andere ellende, en dat de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie zelf eigenlijk een beetje ondergesneeuwd zijn geraakt?

Voorzitter. Wat een zootje! Afgelopen maandag kwam de Mijnraad met zijn advies. Het resultaat daarvan: weer nieuwe getallen. In Overschild werd de vlag halfstok gehangen, omdat alles hierdoor nog onduidelijker is geworden. Volgens de Mijnraad moeten 1.500 woningen direct worden versterkt. En bij 2.200 bewoners zijn bepaalde verwachtingen gewekt en zijn ook vaak toezeggingen gedaan. De Mijnraad is van mening dat ook die gehonoreerd moeten worden onder het mom van "beloofd is beloofd; afspraken nakomen". En zo hoort het ook.

Zo zullen 1.588 woningen, waarvan de versterking onlangs door de minister werd stilgelegd, alsnog worden versterkt; hoewel de meeste hiervan volgens de Mijnraad veilig zijn. De vraag is nu dus wat het uitstellen van die versterking in hemelsnaam voor zin heeft gehad. Wat heeft de minister daarbij gewonnen? Wat hij daarbij verloren heeft, is in ieder geval wel duidelijk: dat is weer een stuk vertrouwen.

Na afloop van een extra ministerraad zei de minister aanvankelijk dat de kosten van het versterken van deze woningen worden gedragen door de Staat, de provincie, de gemeenten en de woningcorporaties. Dat was onder het mom van: alle portemonnees doen mee. Maar al gauw bleek dit niet te kloppen. Een uur later werd de uitspraak van de minister door zijn eigen woordvoerder gecorrigeerd. De kosten komen toch voor rekening van de Staat. Ondertussen heeft de minister zich wel al de woede van de Groningers op de hals gehaald. "Lekker handig", zou ik zeggen. En hoe kan dit? Het gaat om veel huizen, het gaat om veel geld, om veel gedupeerden, en dat in een tijd dat het vertrouwen onder die gedupeerden tot een dieptepunt is gedaald. En dan zo'n geblunder! Van een minister die onlangs nog stond te stuntelen met allerlei memo's over de dividendbelasting en die als staatssecretaris van Financiën verantwoordelijk was voor de enorme puinhoop bij de Belastingdienst, hadden we op dit dossier toch wel wat minder gestuntel mogen verwachten.

Een ontelbaar aantal keren heeft de minister gezegd dat de NAM betaalt. Maar blijkbaar gaat dat niet om de kosten van de 1.588 woningen, omdat die officieel als "veilig" zijn bestempeld. Zou de NAM niet gewoon alle kosten moeten dragen, ongeacht of een woning als gevolg van de schade veilig is of niet? Oftewel: wat doet het feit dat de schade niet tot onveilige situaties leidt eraan af? Het betreft nu eenmaal schade als gevolg van de gaswinning. Schade is schade!

Dan de garanties. Volgens hoogleraar Ondernemingsrecht, de heer Bartman, bieden de garanties van Shell en Exxon maar een beperkte zekerheid. De schade die verhaald kan worden, is thans beperkt tot de omvang van het eigen vermogen van de twee dochtermaatschappijen. Het eigen vermogen van Shell bedroeg aan het einde van boekjaar 2016 2,9 miljard. Dat is toch bij lange na niet genoeg? Hoe gaat de minister garanderen dat er voldoende geld zal zijn?

Zo blijft het rommelig en schimmig. De Groningse Commissaris van de Koning zei eergisteren: ik denk dat de minister een beetje moe is. Ik ga de minister niet eens vragen of dat klopt, maar ik ga hem wel vragen of hij zich realiseert hoe moe de gedupeerde Groningers ondertussen zijn. Moegestreden, moe van jarenlange ellende. Natuurlijk is het goed nieuws dat de versterking weer van start zal gaan. Natuurlijk! Laten we ons daarbij vooral niet blindstaren op de al zo vaak genoemde aantallen: 1.500, 2.200, 1.588. Het zijn allemaal maar getallen. We moeten oog hebben voor alle schadegevallen, dus ook voor oude schadegevallen. Die mogen we niet vergeten, want — mevrouw Beckerman zei het al — die mensen worden afgescheept met een fooi. Dat kan toch niet, voorzitter?

De PVV zegt dan ook tegen de minister: zorg ervoor dat er nu echt vorderingen worden gemaakt en dat we niet over een tijdje weer hier staan te debatteren omdat alle beloftes wéér niet zijn waargemaakt. Niet voor niets stelt de Mijnraad in zijn advies dat niet alleen huizen, maar ook het vertrouwen moet worden versterkt. Helaas, wat dat betreft heeft de minister nog een lange weg te gaan.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kops. Dan ga ik nu naar de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Mevrouw Beckerman heeft al sprekende citaten gebruikt, maar ik heb een citaat dat doordrenkt is van moedeloosheid en uitzichtloosheid: "Overal zie je scheuren en je weet dat het onveilig is. Ze beloven dat het goed komt, maar ze houden zich niet aan hun beloften. Je ligt er wakker van, het sloopt je". Dat is een beetje de sfeer, de achtergrond waartegen deze discussie plaatsvindt.

De minister baseert zijn nieuwe versterkingsaanpak op de inschatting dat door daling van de gaswinning het aantal bevingen omlaag zal gaan. Het zal ongetwijfeld wetenschappelijk onderbouwd zijn, maar in de praktijk zal dat nog moeten blijken. Staatstoezicht constateert dat niet uitgesloten kan worden dat het aantal bevingen en de kans op zwaardere bevingen de komende jaren gelijk blijven. Is de kans niet reëel dat de toezegde afbouw van de gaswinning vertraging oploopt? Een strenge winter kan al roet in het eten gooien. Dat alles staat nog los van de veiligheidsbeleving. Daarom bepleiten wij een ruimhartige versterkingsaanpak. Doe de groep van 5.700 gebouwen niet af met de woorden "eigenlijk is versterking niet nodig". Pak het serieus op. Kies, zoals het Staatstoezicht adviseerde, voor een aanbod van vereiste maatregelen op basis van inspectie. TNO gaf aan dat je binnen één of twee maanden al deze huizen kort kunt bezoeken om een beeld te krijgen van de constructieve eigenschappen. Het maakt nogal wat uit of je bijvoorbeeld een houten of een betonnen tussenvloer hebt. Gaat de minister hier in deze zin ook werk van maken?

Kies ervoor om, als het even kan, zo veel mogelijk huizen fysiek te inspecteren als mensen dat graag willen, ook buiten de ruim 7.000 door de Mijnraad geselecteerde huizen. Scheep mensen niet af met een modelberekening die naar hun gevoel voor hun huis tekortschiet. De minister zegt dat de versterkingskosten voor de groep van 5.700 gebouwen niet op de NAM verhaald kunnen worden omdat er geen serieus veiligheidsprobleem zou zijn. Dat snap ik niet. Een deel woont nu gewoon nog in een onveilig huis. Ik heb net al de onzekerheden benoemd die niet in de modellen zitten, maar die er wel zijn. Het gaat gewoon om veiligheid, en niet om een zoethoudertje, een afkoopsom of iets van dien aard. Hoe kan het trouwens dat twee derde van de 1.500 gebouwen die met voorrang versterkt moeten worden, niet in de huidige drie batches zit en dus eerder over het hoofd is gezien? Ik wil daar graag een toelichting op.

Dan de problematiek van de landbouw. Ook mevrouw Mulder en mevrouw Sazias hebben daaraan gerefereerd. De agrarische sector wordt bijzonder zwaar getroffen. Boeren hebben problemen die tot nu toe onvoldoende geadresseerd kunnen worden: lekkende mestkelders, verzakkende silo's en betonpaden, drainageproblemen die het gevolg zijn van zowel aardbevingen als bodemdaling. In het debat van februari jongstleden heeft de minister toegezegd hier nog eens goed naar te zullen kijken. Het kan zijn dat het mij ontgaan is, maar ik heb daar tot nu toe weinig van teruggezien. Boeren geven aan dat ze nog steeds van het kastje naar de muur gestuurd worden. Met collega Nijboer vraag ik de minister om een apart programma op te zetten, net zoals dat voor scholen is gebeurd, en een regulier overleg tussen de landbouw en de betrokken instanties te organiseren.

Tot slot, voorzitter, de oude, slepende schadegevallen. Ze moeten het nog steeds met de oude NAM-aanpak doen. De minister had toegezegd dat de NAM met een ruimhartig aanbod zou komen. Maar wat ik terughoor — en ik ben echt niet de enige, merk ik aan de collega's — is dat daar in veel gevallen weinig van te merken is. Elke scheur wordt tegen het licht gehouden en reparaties worden zo beperkt mogelijk gehouden. Burgers voelen zich gemangeld. Is de minister bereid om alle nog niet afgehandelde gevallen de ruimte te geven om te kiezen voor een afhandeling via de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade?

Voorzitter, ik wil het hier even bij laten. Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bisschop. Tot slot mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken wij over de versterking en de schadeafhandeling in Groningen, een belangrijk onderwerp voor Groningers omdat het de kern raakt van veiligheid en zekerheid: weten dat je in een veilig huis slaapt, dat je kinderen veilig zijn, dat je niet dag en nacht bezig hoeft te zijn met angstige gevoelens, inspectie, formulieren, besluiten en meer. Het is dus enorm belangrijk dat de inwoners van Groningen hun schade ruimhartig vergoed krijgen en dat er duidelijkheid is over de versterking van hun woningen. Daarnaast wordt het een stuk eenvoudiger nu Groningers niets meer te maken hebben met de NAM.

Voordat ik verderga, moet mij iets anders van het hart. Wij hebben het van een aantal collega's ook gehoord. Gisteren waren wij aanwezig bij de technische briefing over de adviezen van onafhankelijke deskundigen en wetenschappers betreffende de veiligheidsrisico's en de versterkingsopgave. Ik moet u eerlijk zeggen dat mijn mond openviel toen diverse wetenschappers aangaven dat de risicoberekeningen gebaseerd waren op oude, conservatieve modellen uit 2014 en niet op de voortschrijdende kennis die al in 2017 beschikbaar was. De reden dat deze kennis ons nu pas bereikt, is gelegen in het feit dat deskundigen zich naar eigen zeggen niet vrij voelden om daarmee naar buiten te komen, mede onder druk van de Nationaal Coördinator Groningen. Het is niet om te zwartepieten, maar het is wel schokkend.

Het effect van dit alles was namelijk dat jarenlang het aantal woningen dat onveilig zou zijn enorm hoog is ingeschat. Zoals ons gisteren werd uitgelegd: een overschatting van het risico is ook een risico. Je pakt immers niet de meest onveilige woningen aan en je zorgt ervoor dat vele Groningers zich onnodig onveilig voelen en onnodig in onzekerheid zitten. Dit zijn niet mijn woorden; dit is wat ons gisteren keer op keer werd verteld door onafhankelijke onderzoekers.

Deze informatie alleen al is genoeg om te zeggen dat de versterkingsopgave echt volledig anders moet. Gelukkig gaan we dat ook doen. Daar gaat het vandaag over wat mij betreft. Uit alle onafhankelijke onderzoeken blijkt dat de geplande afbouw van de winning van Gronings gas Groningen in rap tempo veiliger maakt. Ik citeer de voorzitter van de Mijnraad: linksom of rechtsom, het wordt echt veel veiliger. We hebben nu de onderbouwing en wij hebben de meest actuele cijfers, dus we kunnen nu eindelijk duidelijkheid geven aan Groningers.

Even op een rij: laten we beginnen met de veiligheid. We weten nu dat 1.500 gebouwen niet veilig zijn en dat deze met urgentie opgepakt dienen te worden. Mede door het hanteren van oude normen is de pijnlijke conclusie dat maar een derde van deze 1.500 gebouwen in de eerste drie batches zat. Dat betekent dat 1.000 onveilige woningen met het huidige tempo voorlopig echt niet aan de beurt waren geweest. Dat is natuurlijk onbestaanbaar. De Mijnraad is hier ook heel helder over. We hoorden het gisteren allemaal. Als de minister niet op de pauzeknop had gedrukt, zou dat ten koste van de veiligheid zijn gegaan. Een keiharde conclusie, maar ook een die ons laat zien dat wij de afgelopen maanden wel het juiste hebben gedaan, hoe ingewikkeld dat voor sommigen ook is geweest. Daar heb ik ook alle begrip voor. Ik hoop echt dat wij in de toekomst die gevoelens van onzekerheid kunnen voorkomen. Het is ons allen een lief ding waard, denk ik en op de eerste plaats natuurlijk onze Groningers.

Alle onveilige huizen worden met prioriteit versterkt en de NAM betaalt de kosten. Kan de minister aangeven hoe dit verder in zijn werk zal gaan? De VVD gaat ervan uit dat deze bewoners op zeer korte termijn bericht krijgen en dat meteen begonnen kan worden met de versterking.

Daarnaast hebben we natuurlijk te maken met Groningers uit de zogenaamde tweede batch, de 1.588 adressen, die de onzekerheid voelden toenemen toen zij hoorden dat er even op de pauzeknop werd gedrukt. De VVD is er ook voor die mensen die nu horen dat het veilig is, maar die begrijpelijk nog steeds onzekerheid voelen omdat er verwachtingen waren gewekt. Het is heel goed dat de minister het advies van de Mijnraad overneemt en iedereen aanbiedt om samen te kijken wat er mogelijk is. Als iemand zich toch veiliger voelt bij versterking of nieuwbouw, doen we dat gewoon ook. Ook hierbij de vraag aan de minister: hoe gaat het nu verder? Wanneer horen die mensen meer?

Natuurlijk zijn er de mensen in de derde batch die wellicht graag ook extra zekerheid willen. Zij kunnen lichte inspectie krijgen als zij dat wensen. Wederom de vraag: hoe verder?

De voorzitter:

Mevrouw Agnes Mulder twijfelt of zij nu wel of geen vraag zal stellen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het kan ook straks nog.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter. De versterkingsopgave moet anders worden ingericht, gebaseerd op actuele bevindingen, correcte cijfers en met de focus op veiligheid. Kan de minister hier nader op ingaan?

Dan de schadeafhandeling. Ik wil graag weten wat de stand van zaken is van de oude schades die de NAM ruimhartig zou bekijken. Wat de nieuwe schades betreft in het nieuwe tijdelijke schadeloket: kan de minister nader ingaan op de werkwijze en op de eerste resultaten daarvan? Ik ben zelf twee weken op bezoek geweest geleden bij het schadeloket. Ik was erg onder de indruk van de mensen, Groningers, die daar elke dag andere Groningers proberen te helpen. Ik ben erg benieuwd naar de ervaringen en de informatie die de minister daarover heeft.

Ik hoop dat onze Groningers niet alleen horen, maar ook zien, meemaken en gaan voelen dat wij gezamenlijk met de regio, met de corporaties en met eenieder knetterhard werken en zullen blijven werken om een einde te maken aan de periode van onzekerheid en onveiligheid.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Misschien nog op het gebied van die laatste kennis en de onveiligheid. Hoe ziet mevrouw Yeşilgöz dat voor zich? We hebben mensen in verschillende batches, die wordt straks van alles aangeboden. Kan zij mij iets vertellen over hoe zij dat graag zou willen zien?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik ben eigenlijk wel heel erg blij met deze vraag van mevrouw Mulder, want daar ben ik niet op ingegaan in mijn spreektekst. Ik had nog maar 7 seconden. Wij gaan natuurlijk jaarlijks monitoren hoe die onzekerheidsmarge er uitziet en die kan veranderen. Wat ons betreft moet er snel geacteerd worden zodra duidelijk wordt dat een woning onveilig is, ook al zit die nu misschien niet bij dat aantal adressen, maar dat verandert. Dat moet dan per definitie de NAM gaan betalen. Dus fijn dat deze vraag is gesteld en dat ik daar duidelijkheid over kan geven. Wat de VVD betreft, betaalt de NAM in geval van onveiligheid per definitie.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik mag nog maar één vraag stellen, geloof ik.

De voorzitter:

Dat heeft u heel goed gezien.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik hoop ook op een duidelijk antwoord.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Wat een eer dat uw laatste interruptie voor mij is.

Mevrouw Beckerman (SP):

U bent de laatste spreker.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

O, dat zal het zijn.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar ik heb hem speciaal voor u opgespaard. U heeft een heel positief verhaal. Ik ben echt geschokt door de verhalen in mijn zwartboek van al die mensen met oude schades. Ik noemde al Helma Tigelaar, die volgens de contraexpert €125.000 schade heeft en nog geen 5.000 krijgt. Ik heb de minister een voorstel gedaan. Kom nou met een generaal pardon, zodat die mensen niet ... Sommigen hebben het geaccepteerd en sommigen vechten door, maar die moeten dan misschien nog weer een jaar wachten. Bent u met mij van mening dat de minister nu zou moeten regelen dat al die mensen, die al zo lang aan het wachten zijn, nog deze zomer een eerlijk aanbod krijgen?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ook dank voor deze vraag. Elk schrijnend verhaal, elk verhaal waar zo'n leven achter zit en wat nog niet is opgepakt, is er één te veel. Dus ik ben blij dat die vraag gesteld is aan de minister en dat hij daarop kan reageren. Hoe ziet het eruit met die oude schades? Wij hebben dezelfde cijfers gezien. Het overgrote deel van de mensen heeft het aanbod van de NAM aangenomen. Er is een deel van 10% dat daar gewoon niet tevreden mee is en een deel van 17% heeft nog niets laten horen. Dat zijn percentages en ik vind het heel goed dat mevrouw Beckerman heeft gezegd: "ik ga inzoomen op de verhalen achter deze getallen" en dat zij de vraag aan de minister voorlegt hoe wij nu omgaan met de oude schades die nog niet correct zijn afgehandeld. Ik wacht dat antwoord graag even af.

De voorzitter:

Ja, maar dat nodigt uit tot dezelfde vraag herhalen, want de vraag is aan ú gesteld. Anders krijgt mevrouw Beckerman weer het woord en dat wil ik eigenlijk niet.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ja, dat delen we dan. Ik zou heel graag willen weten ... Wij hebben het over 17% die nog niets heeft laten horen en 10% die er niet tevreden mee is, wat ik ook heel goed kan begrijpen als ik de verhalen zo hoor. Ik wil toch echt van de minister horen hoe hij denkt dat we daar het beste mee om kunnen gaan. Mevrouw Beckerman vraagt hoe de VVD daar instaat. Zoals we dat altijd hebben gezegd: een ruimhartige vergoeding voor de mensen die al zo lang met schade lopen. Daar kan geen enkel misverstand over bestaan.

De voorzitter:

Dan heeft de heer Nijboer nog een vraag voor u.

De heer Nijboer (PvdA):

Ook mijn laatste, voorzitter. Mevrouw Yeşilgöz is geschokt over de heer Alders, die nog gewoon ambtenaar is, dus de minister is verantwoordelijk. Ze is dus ook geschokt over haar eigen minister. Ze is geschokt over onderzoeken. Ik zou het een keer zo mooi en belangrijk vinden om in zo'n debat — en ik zou dit ook wel het moment daartoe vinden — geschokt te zijn over wat de Groningers overkomt, om daar eens wat over te horen van de VVD. Over mensen die al jaren met schades zitten die slecht worden opgelost. Over mensen die niet weten waar ze aan toe zijn. Over mensen die niet worden ontvangen door de minister, die hiernaartoe zijn gekomen en die gewoon onverrichter zake weer naar huis moeten. Ik had de geschoktheid van een volksvertegenwoordiger van de VVD graag dáár gezien.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik wil de heer Nijboer om te beginnen uitnodigen om de expertmeeting, de briefing die we gisteren hadden en waar hij helaas niet bij kon zijn, omdat hij in een ander debat zat, even terug te kijken. Want het was nogal wat, wat we daar hoorden. Mensen zeiden, onafhankelijke wetenschappers: we hadden nieuwe informatie, we hebben ervoor gewaarschuwd, je houdt de Groningers langer in onzekerheid als je daar op deze manier mee doorgaat. Daar is bewust voor gekozen. Dat is natuurlijk schokkend. Maar het is een hele goede vraag van de heer Nijboer, uiteraard juist ook omdat de VVD zegt: de veiligheid van Groningers moet centraal staan. Dat is niet zo geweest de afgelopen tijd. Dat heeft u de minister ook duidelijk horen zeggen. Dus we stoppen met de gaswinning. We hebben de nieuwe schades bij de NAM weggehaald en er is een loket opgericht. Oude schades worden zo goed mogelijk en ruimhartig vergoed. De versterking wordt ook volledig bij de NAM weggehaald en zal volledig vergoed worden. Onveilige huizen gaan eerst. Met mensen die zeggen dat er verwachtingen zijn gewerkt, gaan we ook aan tafel en daar gaan we tegen zeggen: natuurlijk heb je gelijk. Het gaat niet alleen om woorden. Het gaat ook om daden. Volgens mij is deze minister de afgelopen acht tot negen maanden knetterhard aan het werk geweest om het daar goed te krijgen en ik hoop dat we dat gezamenlijk kunnen steunen.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik schors de vergadering voor twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Minister Wiebes:

Voorzitter. Schade en versterking. Ik wil eerst ingaan op de oude schadegevallen en dan op de TCMG, waar verschillende vragen over zijn gesteld. Ik wil het versterken zo aanpakken dat ik door het Mijnraadadvies loop aan de hand van de afspraken die ik daarover met de regio heb gemaakt. Dan blijven er allerlei vragen van de verschillende woordvoerders over, die ik dan nog even meeneem. Ik loop dan langs iedere vraag van iedere woordvoerder, voor zover nog niet beantwoord.

Ik begin bij de oude gevallen. Die oude gevallen moeten zo'n beetje zijn waar de dialoog tussen de Kamer en het kabinet op dit onderwerp begon, want we hebben in het begin van deze kabinetsperiode gestaan voor een situatie waarin de schades niet meer werden uitgekeerd. De schade-uitkeringen stonden stil, de hele schadeafhandeling stond stil. Ik heb toen uitgesproken dat ik het onbestaanbaar vond om wel schade te veroorzaken, maar die niet te vergoeden. Dat is niet aanvaardbaar. Dat waren we hier in deze Kamer volledig met elkaar eens. Vervolgens zijn er twee stappen gezet. We hebben de schadeafhandeling voor de nieuwe gevallen publiekrechtelijk ingeregeld, al is dat nog niet helemaal op de definitieve manier. Ik had het liever op een definitieve manier gedaan, maar daarover ligt nu een wetsvoorstel in consultatie. Daarnaast hebben we de oude gevallen noodgedwongen bij de NAM ondergebracht. Ik denk nog steeds — ik zal daar straks ook iets over zeggen — dat dat niet anders had gekund. Ook dat was meer omdat het alleen maar zo kon, en niet omdat we het allemaal zo wilden. Dat was allemaal heel helder. Daar hadden we geen verschil van opvatting over. Mijn ideaalbeeld was het niet.

De verschillende woordvoerders hebben het gezegd: 100% zou een aanbieding hebben gekregen. Er werd net een naam genoemd van iemand die wel een oude schade zou hebben, maar geen aanbieding zou hebben gehad. Dat kan nog worden nagekeken. Volgens de rapportage zou 100% een aanbieding hebben. Driekwart zou daarmee afgehandeld zijn. En of dat altijd is op een manier die mensen nog jarenlang bejubelen? Ik denk dat we dat allemaal niet denken. Een deel heeft geweigerd en een deel heeft nog niet gereageerd.

Ik heb hier verschillende keren met de commissaris van de Koning over gesproken, met de NAM, om de voortgang in de gaten te houden. We hebben om te beginnen vastgesteld dat er actie moet komen richting de mensen die nog niet gereageerd hebben. Daar is een termijn voor. De laatste mensen hebben in de laatste week van juni nog een aanbod gekregen. Zij hebben dan oorspronkelijk drie, maar inmiddels vier weken om daarop te reageren. Dat is vanaf nu nog een week of drie. We denken dat het nuttig is om die mensen na te bellen en de NAM heeft toegezegd om dat te doen. Ook is er in het kantoor in Loppersum iets ingericht zodat mensen die vragen hebben, daar terechtkunnen. Er is veel zorg gehoord over de beperkte tijd. Die hebben we nu opgerekt van drie naar vier weken. De termijn waarin je naar de arbiter kan, hebben we ook verruimd. Naast dat er mensen zijn die nog niet gereageerd hebben, zijn er ook mensen die het aanbod hebben afgewezen.

Wij zijn dankbaar voor het zwartboek van mevrouw Beckerman — ik zeg dat oprecht — maar ook wij hebben signalen ontvangen. Wij zitten niet stil. Bij de regio en op het departement komen signalen binnen. Naar aanleiding daarvan hebben de commissaris van de Koning en ik vorige week met de NAM besproken dat dit ons toch nog niet voldoende lekker zit. De NAM heeft toen aangegeven om zelf te gaan kijken wat de redenen zouden kunnen zijn voor mensen om het aanbod af te wijzen. De commissaris van de Koning en ik hebben toen met elkaar afgesproken dat wij daarnaast ook een eigen onderzoekje zouden doen naar wat de redenen zouden kunnen zijn om het aanbod af te wijzen. Ook wij hebben gehoord dat er te cosmetisch zou zijn gewerkt. Dat willen wij ook zelf bekijken. We hebben dat in gang gezet, omdat wij, als wij toezeggen dat we het in de gaten houden, bij de mensen die het aanbod niet goed genoeg vinden, ook zelf moeten kunnen vaststellen wat er speelt. Vragen mensen dingen die niet goed over de bühne komen? Is er onhelderheid? Worden er andere rekenmethoden gehanteerd? Wij dienen dat te begrijpen. Daarom heb ik met de commissaris van de Koning afgesproken om daar eigenstandig in te duiken en ons te buigen over de mensen die redenen hebben gevonden om het aanbod van de NAM af te wijzen. We hebben ...

De voorzitter:

Mevrouw ... Ja, misschien wilt u eerst uw zin afmaken, minister?

Minister Wiebes:

Er zijn ook nog andere zwartboeken dan dat van mevrouw Beckerman. We hebben ook overzichten gekregen van het Groninger Gasberaad. Daarop staan ook namen van mensen zijn die het wel geaccepteerd hebben, maar daar een verhaal bij hebben waarvan wij denken dat dat ook niet de manier is waarop dat zou moeten gaan. Je kunt er pas een oordeel over vormen als je alle feiten hebt. Die dossiers hebben niet alle feiten, dus we hebben gezegd dat we daar nog nader induiken. Dat dossier is dus nog niet afgerond.

Mevrouw Beckerman (SP):

De minister zei net terecht: dit was een van de eerste besluiten die ik als minister nam. Het is dan wel heel triest om te constateren dat het zo'n enorme puinbak is geworden. Mensen krijgen een aanbod van €5.000 van de NAM, terwijl een contraexpert zegt dat het €125.000 moet zijn. Dat is dan een fooi, terwijl mensen jarenlang aan het strijden zijn. Het is zo ongelooflijk onbestaanbaar. De heer Nijboer, mevrouw Van Tongeren en ik hebben meerdere keren gevraagd om onafhankelijk onderzoek. Het is heel mooi dat de minister dit nu toezegt, maar er is meer nodig. Is de minister bereid om te kijken naar een generaal pardon, waarbij de mensen alsnog een redelijk aanbod wordt gedaan? Dit zal ook moeten gelden voor de mensen die het wel hebben geaccepteerd nadat ze moe en murw gebeukt zijn en hebben gezegd: dit kan ik niet meer; ik moet wel accepteren.

Minister Wiebes:

Dit soort woorden passen echt niet. Ik wil best aannemen dat als er 6.200 gevallen zijn, er ook gevallen bij zijn die niet zijn gelopen zoals we ons dat hadden voorgesteld. Driekwart van de mensen heeft het geaccepteerd, er zijn 4.500 gevallen afgemeld en ik ben niet tot andere oordelen te bewegen voordat ik daar netjes onderzoek naar heb gedaan. Dat gaan we nu doen bij de paar mensen die het wel hebben geaccepteerd, maar er een verhaal bij hebben wat ons ongerust heeft gemaakt. We gaan het ook doen bij een aantal mensen die het hebben afgewezen. Daarna kom ik tot conclusies. Als ik meen dat het niet netjes is gedaan, is het op dat moment tijd om de NAM daarop aan te spreken. We hebben eerder ook niet gezegd dat we er geen onderzoek naar willen doen. We hebben gezegd dat we het eerst willen afronden en dan willen kijken hoe het ermee staat. Dat is nu dit moment en daarover hebben we vorige week dit besloten.

Mevrouw Beckerman (SP):

Een onderzoek onder een paar mensen die boos zijn en die wel geaccepteerd hebben en een paar mensen die niet geaccepteerd hebben. U zegt zelf dat u meerdere zwartboeken heeft ontvangen, niet alleen van mij maar ook van anderen, ook van de onafhankelijk raadsman. Dit zijn mensen die echt ziek zijn van ellende. Ik vind het heel mooi dat u onderzoek doet, maar ik wil wel weten wat u er daarna mee gaat doen. Met het woord "onderzoek" zijn de Groningers inmiddels wel klaar. Daar hebben ze er heel veel van en ze hebben daden nodig. Dit was uw eerste besluit. Kunt u niet alvast aangeven — ik zal daarover ook een motie indienen als u het niet doet — dat deze mensen een redelijk aanbod krijgen, dat iedereen een redelijk aanbod verdient?

Minister Wiebes:

We hebben al een halfjaar geleden met elkaar afgesproken dat iedereen een redelijk aanbod verdient. De vraag is even of dit redelijk is, of er andere dingen spelen, of er misschien dingen in het systeem hebben gezeten die onzorgvuldig waren, dan wel dat we hier te maken hebben met mensen die een andere inschatting hebben van wat redelijk is. Dat kan allemaal. Ik ga dat bekijken. Ik heb toegezegd eerst de NAM een kans te geven en daarna te beoordelen of dat goed is gegaan. Dat doe ik samen met de commissaris van de Koning. Dit is wat we hebben afgesproken.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik ben blij met de toezegging. In eerste termijn vroeg ik om een onderzoek en dat gaat de minister doen. Sterker nog, hij heeft het eigenlijk al afgesproken. Ik ga ervan uit dat wij het krijgen zodra het er is. Er zit één aspect aan waar de minister net ook iets over zei. Stel dat mensen te horen hebben gekregen: voor een cosmetische reparatie krijgt u geld, maar structurele schade is versterking. Dan vraag ik me even af: wordt dit voor de oude gevallen door de NAM gerepareerd, of moeten deze mensen straks toch naar de tijdelijke commissie als blijkt dat ze niet in de reguliere versterkingsoperatie geholpen gaan worden?

Minister Wiebes:

Als we menen dat het schade is, dan horen ze niet bij de TCMG terecht te komen maar gewoon door de NAM geholpen te worden. Dit is een van de dingen waar de commissaris van de Koning en ik op gaan letten, want deze verhalen hebben we meerdere keren gehoord. Dit is er een. Als er daadwerkelijk versterking is, ook dan moet, als het noodzakelijke versterking betreft, dat gewoon gedaan worden. Daar is geen twijfel over. Maar ik kom zo op de versterking.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Wiebes:

We hebben ook gesteld dat we tijdelijk een publiekrechtelijk loket krijgen voor de nieuwe schades. Ik heb destijds aangegeven dat dat nog een zware dobber zou zijn. We moesten binnen een paar weken een hele organisatie uit de grond stampen, inclusief een pand huren. We hadden een belvloer ingericht. We hebben een schadeprotocol gemaakt met de regio, maar dat hele proces moest nog worden ingericht. Er moesten experts worden aangetrokken, net als specialistisch personeel. We hebben ook gezegd dat we zo min mogelijk gebruik wilden maken van mensen die dat eerder voor NAM of CVW hebben gedaan. Laat ik zelf het oordeel geven: ik vind dat het gewoon onvoldoende uit de startblokken is gekomen. Ik ben daar nog niet tevreden over. Ik vind het een zorg. Dit moet echt beter. We hebben een analyse in gang gezet: hoe komt dit, waardoor hebben we het tempo nog niet gehaald? Dan speelt ten eerste dat, enigszins tot mijn zorg, de dossiers bepaald niet besluitrijp klaarlagen. Er waren veel dossiers waar in de tussentijd te weinig aan gedaan was, te summier om er een schadebeoordeling op te kunnen loslaten en in sommige gevallen waren het bijna blanco dossiers. Dan heb je naam, adres, woonplaats en dat is het. Dat betekent dat we een enorme achterstand in te halen hebben, en dat voor een organisatie die echt uit de startblokken moet komen. Ik vind dat een tegenvaller. Dat vind ik zorgelijk. Ten tweede hebben we in ons voornemen om zo min mogelijk mensen van NAM en CVW in te zetten, ons een te beperkte beschikbaarheid veroorloofd van hoogwaardige schade-experts.

Dat zijn al twee dingen waar we iets aan moeten veranderen. Er zijn er nog meer. Ik heb met de voorzitter van de commissie ook nog gesproken over ICT, over tools, over werkwijze. De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen bereidt zich voor op versnellingsopties, is hiermee aan het werk en ik ben van plan om uw Kamer daarvan op de hoogte te houden. Maar ik ben nog niet gerustgesteld.

De heer Jetten (D66):

Het is heel fijn om te horen dat de minister die zorgen deelt en dat hij daar met de commissie bovenop zit. Een van de dingen die ik terughoor is dat er ook bij relatief kleine schades met relatief kleine bedragen een vrij ingewikkelde doorlooptijd is. Ziet de minister kans om kleine schades met kleine schadebedragen af te handelen zonder dat daar een hoop rompslomp bij komt kijken?

Minister Wiebes:

Dit is zonder meer de opzet van de tijdelijke commissie. Dat is een van de uitgangspunten bij het ontwerp. Het gegeven dat je onderscheid maakt tussen klein en groot is ook gebaseerd op hoe je met verzekeringen omgaat. Maar het punt is dat je bij heel veel dossiers op dit moment, tot mijn grote verdriet eigenlijk, niet eens kan beoordelen of het een kleine of een grote schade is, omdat het dossier te weinig uitgewerkt is. In de tussentijd, sinds de tijd dat het heeft stilgelegen, zijn de nieuwe schades achteraf bezien echt te weinig uitgewerkt om er meteen een vliegende start mee te kunnen maken. We werken nu een achterstand weg en dat valt de commissie zwaar, dat moet ik gewoon zeggen.

Voorzitter, tot zover schade. Ik kom daar nog op terug, zowel op de oude als de nieuwe schades, want we zijn hier gewoon nog niet mee klaar.

Ik wilde nu ook over versterking gaan praten. Ik wil daarbij zo veel mogelijk aan de hand van het Mijnraadadvies de afspraken langslopen die ik met de regio heb gemaakt deze week. Hier speelt wel een bepaalde achtergrond — ik denk dat dat belangrijk is om te weten; ik heb die ook meerdere keren met de Kamer gedeeld en ik denk dat vragen daarover ook vrij symmetrisch beantwoord zijn — en dat is dat het versterkingsdossier, de versterkingsoperatie wel echt een van de meest hoofdpijn bezorgende onderdelen is van de kwestie in Groningen. We lagen op het moment dat ik hier verantwoordelijk voor werd meer dan 90% achter op schema sinds 2015, ondanks alle goede bedoelingen, ondanks alle dingen waarbij het Rijk en alle overheden betrokken waren en ondanks een ongelofelijke inspanning, ook van de regio. Ik heb dat een "overheidsfalen" genoemd. Alle overheden zijn daarbij betrokken. Iedereen heeft dat geprobeerd. Daar hoort geen enkele naam in het bijzonder bij. Ik ben daar nu ook medeverantwoord voor. Iedereen heeft daar hard aan gewerkt, maar dit kan niet. Dat is ook de reden waarom we de gaswinning hebben stopgezet. En het was voor mij ook de reden om bij een veranderende situatie het Mijnraadadvies aan te vragen om echt opnieuw te kijken hoe dit moet, want de oude situatie — zeg maar, doorgaan met winnen en een buitengewoon intensieve en drastische versterkingsoperatie — is niet haalbaar gebleken.

De Mijnraad zegt twee dingen. Die zegt: het afbouwen van de gaswinning heeft een heel groot effect op de veiligheid. We gaan zeer drastisch terug in het aantal gebouwen. De heer Bisschop zegt: dat moet ik allemaal nog maar zien; vind je niet dat je veiliger moet zijn? Maar dat is nou juist wat ik aan de Mijnraad heb gevraagd. We hebben de beste aardbevingsdeskundigen en ondergronddeskundigen van Nederland bijeen gezet. We hebben een zwaar beroep op hen gedaan om in no time met een advies te komen. Dit, zo is mij ook opgebiecht, was het moeilijkste advies in de geschiedenis van de Mijnraad. Al die deskundigen die eraan hebben gewerkt hebben een fenomenale prestatie geleverd. Dan past het mij ook om niet daarbovenop af te gaan wijken van wat volgens deze experts de snelste weg naar veiligheid is en om daar niet een eigen lekenjudgment op los te laten en toch weer andere dingen te gaan doen. Ik ben systeemverantwoordelijk voor de veiligheid in het gebied. Ik heb de beste deskundigen gevraagd om hier een oordeel over te vellen. Ik dien dat advies heel serieus te nemen.

Het eerste is dus dat het een groot positief effect heeft op de veiligheid en het tweede is dat die operatie eigenlijk totaal anders moet. De Mijnraad zegt daar twee fundamentele dingen over. Ten eerste moet het risicogericht. Het is dus niet zo dat er geen gebiedszorgen meer zouden zijn. Die moeten ook aan bod komen, maar die moeten wel losgekoppeld worden van de veiligheidsoperatie. Het moet dus veel meer risicogericht. Dat gaat dus ook over dat verhaal van die 1.000 woningen. Maar ten tweede zegt de Mijnraad eigenlijk: we moeten dat ook niet door middel van een zeer intensieve versterking in een laag tempo doen; we moeten juist door een sneller proces, een snellere beoordeling, een lichtere versterking en minder huizen meer tempo maken om uiteindelijk datgene te brengen waar die operatie voor bedoeld is, namelijk gewoon veiligheid. Daar heb ik met de regio afspraken over gemaakt. We wisten dat wij in elk geval gehouden waren om afspraken te maken om de nieuwe aanpak uit te werken die ons echt voor een nieuwe opgave stelt. We wisten ook dat we voor 1.588 mensen duidelijkheid moesten bieden. Dat heeft een hele hoop huiswerk opgeleverd voor over de zomer, maar ook duidelijkheid nu, en daar zal ik zo iets over zeggen. Ik moet zeggen dat het in een buitengewoon plezierige en constructieve sfeer is gegaan, in dezelfde sfeer als waarin we schade en allerlei andere dingen samen hebben afgehandeld. Ik heb daar ook geformuleerd: het team is terug. Ik zie echt uit naar de samenwerking. We hebben een hoop met elkaar te doen.

Even een voor een; wat zijn de afspraken die gemaakt zijn? Ik wil even een passage uit de tekst van de heer Nijboer halen, want die kan wellicht verkeerd begrepen worden en die wordt ook steeds verkeerd begrepen. Misschien is het ons allemaal niet meer helder. De huizen waar we mee bezig waren, ruwweg 2.000, afhankelijk van hoe je ze telt, die zijn nooit gestopt. Daar is geen pauzeknop ingedrukt. Ik hoorde de heer Nijboer letterlijk spreken over niks doen, geen huizen versterken gedurende drie maanden. Nee, alle huizen die in het versterkingsproces zaten, daar is aan doorgewerkt. Er is geen versterking aan een concreet huis gestopt. Dat is er niet. Er is een Mijnraadadvies gevraagd en toen is besloten om voor de nieuwe huizen, naast die 2.000 die gewoon doorgingen, geen onomkeerbare stappen te nemen. Daar is de heer Nijboer het niet mee eens.

De heer Nijboer (PvdA):

We moeten elkaar niet voor de gek houden. De burgemeesters waren hartstikke boos. Waarom? Omdat er een aantal huizen waren waarmee begonnen zou worden. Men wist dat die onveilig waren. Er waren adviezen of die waren onderweg. En die zijn stilgezet. Dan is het proces toch stopgezet? Dan waren we toch anders begonnen met die huizen verstevigen? Daar ging toch het hele debat over, vorige keer, dat de minister dat niet wou en de hele oppositie wel? Dat ging toch over verdergaan met het verstevigen van huizen? Of ben ik bij een heel ander debat geweest dan de minister?

Minister Wiebes:

Dan moet ik u aan uw woorden herinneren. U zei zonet dat u vaststelt dat er drie maanden lang niets gedaan was aan het versterken van huizen.

De heer Nijboer (PvdA):

Van die groep huizen.

Minister Wiebes:

Kijk, dan zijn we er weer. Die 2.000 huizen zijn doorgegaan. Laat ik heel helder zeggen dat ik heb gezegd dat we met het toevoegen van nieuwe huizen aan wat een sloopmachine zou worden, even zouden wachten. Dat hebben we drie maanden uitgesteld. Zo zit het en dan denk ik dat de heer Nijboer en ik daar precies hetzelfde van zeggen.

Wat hebben wij afgesproken? We hebben afgesproken dat wij het advies van de Mijnraad leidend vinden om de veiligheid in het gebied terug te brengen. De Mijnraad noemt 1.500 gebouwen. Verschillende sprekers hebben dat genoemd. Wij hebben afgesproken dat er na de zomer een heel plan voor dient te liggen. Er zijn wel ferme waarschuwingen van de regio geweest die ik geheel onderschrijf, namelijk dat we ontzettend zorgvuldig moeten zijn met adressen. Als je een brief krijgt dat je in een risicovolle woning woont, terwijl je dat niet woont, of de brief wordt op een andere naam gesteld of is niet bedoeld voor dat adres, of wat dan ook, dan zaai je paniek. Als je die huizen mist, dan moet je later weer brieven gaan sturen en dat zorgt allemaal weer voor nieuwe verwarring. We hebben gezegd dat wij de uiterste zorgvuldigheid willen betrachten bij het op naam stellen van brieven en het identificeren van adressen.

Weet ook dat die 1.500 gebouwen niet 1.500 adressen zijn. Daar begint het al mee. Het zijn ruwweg 1.600 woningen, maar we weten nog niet heel precies welke. Dat is allemaal tot adres herleidbaar, maar dat moet allemaal drie keer gecheckt worden, want wij gaan het mensen niet aandoen dat we ze de verkeerde brief sturen.

Er is afgesproken om een heel plan te maken over wat de aanpak is, waar mensen recht op hebben, hoe die dialoog zal gaan, hoe je met mensen wil communiceren, en dan krijgen ze daarna de brief met die informatie erin. Dat is één. In dat plan komen ook de later nog te versterken woningen terug, maar daar kom ik zo op.

Ten tweede. We hebben een besluit genomen over de 1.588 woningen. Dit was de groep die de heer Nijboer net noemde, waaraan gevraagd is om tot juli te wachten en die nu recht heeft op zekerheid. Voor hen was de beëindiging van de gaswinning misschien in het begin een prettig bericht, maar leidde dat later ook tot verwarring. Voor die batch hebben we vastgesteld dat de mensen van de huizen die niet voldoen aan de norm, maar ook van de huizen die wel voldoen aan de norm, de keuze krijgen om door te gaan. De mensen van de huizen die strikt genomen geen versterking zouden behoeven, krijgen de kans om het oude versterkingsadvies uit te voeren, maar ze kunnen ook kiezen voor lichtere versterkingsmaatregelen. Ik kan me ook voorstellen dat het voor heel veel mensen een opluchting is dat hun huis niet versterkt hoeft te worden. Misschien zijn lichtere maatregelen dan voldoende. Dat willen wij aan die mensen zelf overlaten.

Dat is wel een andere situatie dan die daarvoor. Deze mensen zijn straks in elk geval geïnformeerd; zij weten dan of hun huis strikt genomen versterkt zou moeten worden. Zij hebben dus een meer geïnformeerde keuze. Maar er moeten ook nog vragen worden beantwoord over de volgorde, het tempo enzovoort. Maar deze mensen krijgen duidelijkheid. Met de regio is afgesproken dat aan deze mensen binnen twee weken wordt bericht waar ze recht op hebben. Maar we hebben ook gesteld dat zij eigenlijk al van tevoren op de maandagavond geïnformeerd zijn. Er komt een nette brief. Dat komt er allemaal; dat wordt met de regio voorbereid. Maar op maandag is voor deze mensen een stuk onzekerheid weggevallen. Zij krijgen in elk geval het recht om te kiezen.

Er zijn verschillende vragen gesteld over de betaling van deze batch. De heer Kops heeft daar zelfs een aantal kritische dingen over gezegd, maar ik geloof dat we daar nog niet helemaal aan toe zijn.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik begrijp van de minister dat die 1.500 nieuwe gevallen — zo noem ik het maar even — die in een keer naar voren kwamen als zijnde het meest risicovol, pas later een brief krijgen. Als ik het goed begrijp, gebeurt dat op uitdrukkelijk verzoek van de regio. De mensen in de 1.588-batch — er was natuurlijk al een zekere overlap met die 1.500, want daarvan zullen er een paar in die batch zitten — krijgen nu wel binnen twee weken een brief op de deurmat.

Minister Wiebes:

De batch-1.588, die we heel goed kennen, kunnen we heel snel informeren. Er moet nog wel even heel goed naar de adressenbestanden worden gekeken, want ook daarbij is natuurlijk de vertaling van gebouwen naar woningen te maken. Dat moet secuur, want deze mensen wil je niet een verkeerde brief sturen. De 1.500 mensen die we nog niet kennen, die geïdentificeerd zijn en echt als eersten aan de beurt moeten komen, krijgen na de zomer een goed voorbereide brief. Daar zal zo snel mogelijk mee moeten worden begonnen. Dat is afgesproken met de regio.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat dit is afgestemd met de regio vind ik wel heel belangrijk. Ik zou hopen dat we iets meer haast zouden kunnen maken, maar dat is mijn persoonlijke beleving.

Minister Wiebes:

Ja, dat is wenselijk. Maar we hebben ook gezegd — dit was echt een zwaar punt vanuit de regio — dat we moeten zorgen dat we niet overhaast brieven sturen en daardoor fouten maken met de adressen. Dat zou echt verkeerd zijn. Het wordt dus zorgvuldig voorbereid. Iedereen wil het liefst elke bewoner in het gebied een brief sturen waarin staat waar hij de komende jaren op kan rekenen, maar er zijn echt slechte ervaringen met verkeerde brieven naar de verkeerde mensen. Dus dit wordt ook op uitdrukkelijk verzoek van de regio gedaan, maar ik heb me daar volledig achter geschaard. Een check bij de NCG leverde op dat dit zeer verstandig is. We moeten wel zorgen dat de goede brief daar komt. Dus de 1.588 krijgen binnen twee weken bericht. De anderen krijgen na de zomer bericht, inclusief het plan, en vernemen dan wat de timing zou moeten zijn.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik vind dat wel laat voor die 1.500. Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen die in onzekerheid zitten. Ik sprak bijvoorbeeld mensen van Heft in eigen hand. Het waren drie gezinsleden die alle drie in een aparte woning wonen. Twee van hen weten al dat de versterking van hun woning doorgaat, maar een van hen weet dat nog niet. Ze zitten in hetzelfde programma. Dat doet heel veel met mensen. Natuurlijk moeten we geen verkeerde brieven versturen, maar heel veel mensen — ook mensen die denken dat uw rapporten wel zullen kloppen — willen weten of hun huis nou daadwerkelijk veilig is. Kunt u toch nog een tijdpad aan de Kamer kenbaar maken waaruit blijkt wanneer iedereen geïnformeerd gaat worden en welke informatie zij dan exact gaan krijgen?

Minister Wiebes:

Ja. Laat ik dat nu zeggen. Wij hadden allemaal de wens om zo snel mogelijk te beginnen met de 1.500 meest onveilige woningen. Dat moet echter zorgvuldiger. 500 daarvan komen trouwens gewoon aan bod in de batches die sowieso doorgaan. De 2.000 woningen, waarvan veel in de 1.467 en in de 1.588, gaan sowieso door. Die krijgen die mogelijkheid. Maar de 1.000 die we nog niet kennen en die ook zichzelf nog niet kennen — geen mensen die concreet op iets wachten, maar die we straks netjes moeten informeren — moeten we niet confronteren met een brief waarmee ze de stuipen op het lijf gejaagd worden, terwijl dat later niet nodig blijkt te zijn geweest. Dus daar hebben we de zomer even voor nodig. Dat is ook afgesproken met de regio. En de 1.588 moet meteen gebeuren.

Mevrouw Beckerman (SP):

Oké. En stel dat je in die 1.588 zit, je huis is onveilig, het versterkingsadvies is af en over twee weken krijg je die brief. Zou dat kunnen betekenen dat ze dan over drie weken ook gaan beginnen? Welke termijn moeten we ons daarbij voorstellen? Mevrouw Agnes Mulder heeft een motie ingediend, die is aangenomen, waarin stond dat mensen déze week een brief moeten krijgen. Dat gaat u weer uitstellen. Dat kennen we in Groningen, maar we willen nu natuurlijk wel een tijdpad hebben.

Minister Wiebes:

Laat ik zeggen dat deze mensen maandag helderheid is geboden, ook in de ogen van de regio. Dat is gezegd op allerlei persconferenties en ook door de commissaris. De regio hecht eraan dat er maandag helderheid is geschapen. Mensen in de 1.588-batch weten dat ze daarin zitten. Die helderheid is er, maar ze krijgen nu een nette brief. Maar het is wel zo, en daar heb ik nog steeds buikpijn van, dat onze bouwcapaciteit natuurlijk nog steeds beperkt is en dat wij goed moeten nadenken over wat wij precies beloven. Let wel — let wel! — wij hebben onszelf voor de afgelopen drie jaar, vanaf 2015, voorgenomen om 5.000 woningen per jaar te doen. Daar lopen we op dit moment, als ik het zo tel, 95% op achter. Dus wij moeten realistisch zijn. Wij moeten nooit weer mensen iets beloven wat wel leuk is om te beloven, maar wat we niet waarmaken. Dat is een ramp. Dat kunnen we niet. We hebben dit al die tijd serieus geprobeerd, met alle goede intenties en met een analyse dat dit kon. We weten nu dat dit niet heeft gekund.

Mevrouw Beckerman (SP):

U zegt dus ook dat we deze zomer nog niet eens kunnen beginnen met die huizen die al heel lang wachten en een versterkingsadvies hebben, terwijl we nu zeker weten dat ze onveilig zijn. Dat is natuurlijk wel een pijnlijke boodschap. U zegt dat u het secuur wilt doen. Kunt u deze zomer dan een langjarig plan maken met daarin opgenomen wanneer alles gereed is? Dan kunnen we het in de eerste week dat we hier weer terug zijn — van mij mag het ook veel eerder — in een nieuw debat hebben over wat dit nu gaat betekenen.

Minister Wiebes:

Daar heb ik met de regio net wat andere afspraken over gemaakt, want de regio heeft ook af en toe reces. Ik doe dit niet in mijn eentje. Ik doe dit echt met de regio. Ja, dat doe ik. Wij zitten hier samen in. Er waren ruwweg vijftien bestuurlijke vertegenwoordigers van de regio bij, dus het was toch een stevig bezochte vergadering. We hebben dat met elkaar gedaan en daar moet ik me ook aan houden. Dat betekent dat we nog niet in augustus helderheid kunnen geven aan die mensen met de goede brieven, want we hebben gezegd dat wij ernaar streven dat in september te doen.

We hebben ook het volgende tegen elkaar gezegd. Mensen in de 1.588-batch zouden een versterkingsadvies hebben gekregen. Dat krijgen ze nu ook. Maar ze zouden niet meteen aan de beurt zijn geweest, omdat het eenvoudigweg totaal onmogelijk was om die bouwcapaciteit daar zo snel voor te arrangeren. Dus er heeft al die tijd wel de gedachte geleefd van "als ik eenmaal een brief heb, dan heb ik daarna meteen een nieuwe huis", maar dat is ook onrealistisch. We moeten geen onrealistische dingen beloven.

Bovendien, en daar ga ik echt nog met de regio over praten, moeten ook nog de 1.500 meest urgente huizen worden gedaan. Dat moeten we recht doen. We hebben een Mijnraadadvies dat we recht moeten doen, omdat dat over veiligheid gaat. Dus we zouden allemaal dingen willen hier. Ik weet zeker dat op dit terrein — er zijn ook terreinen waar dat niet voor geldt — mevrouw Beckerman en ik hetzelfde willen. Dat geldt niet voor elk terrein, maar hier wel.

Maar ik zeg er ook even bij dat ik niet meer bereid ben om willens en wetens onrealistische verwachtingen te wekken in het gebied. Ik doe het niet meer. Dat moeten we niet meer doen. Alleen met realisme kom je er. Er zijn erg veel Groningers die mij zeggen: "Weet je? We snappen best dat iets niet kan. We balen er alleen zo van als jullie zeggen dat iets wel kan en het blijkt niet te kunnen". En dat is een waar woord.

De heer Jetten (D66):

Ik ben blij met de toezegging, of eigenlijk de benadrukking, van de minister dat de mensen uit die 1.588-batch binnen twee weken die brief krijgen en dat het voor die andere groep in overleg met de regio september wordt. Het is ook belangrijk dat het in overleg met de regio is vastgesteld.

Een deel van de huizen krijgt een keukentafelgesprek, een dialoog, waarbij mensen wellicht kunnen kiezen uit lichte versterkingsmaatregelen of andere aanpassingen. Bij de technische briefing werd gezegd: bij sommige huizen moet je in dat keukentafelgesprek ook een advies aan die mensen geven, omdat ze misschien niet kunnen overzien wat de tijdelijke onveiligheid betekent. Is de minister bereid om in die dialoogsessies ook een advies te geven als dat nodig is?

Minister Wiebes:

Ik kom straks op die groep, want dat gaat eigenlijk over een andere groep. Ik wil toch even proberen om er ordentelijk doorheen te komen. Ik ben nu bij de 1.588 woningen. Daarover is eerder een vraag gesteld over de financiering. Ook daar was weer onduidelijkheid over. Ik zal even uitleggen wat ik heb gezegd en hoe het zit.

De voorzitter:

U komt erop terug, goed.

Minister Wiebes:

De heer Kops creëert meer onduidelijkheid dan er misschien wel ooit is geweest hierover. Laat ik het zo zeggen. Voor een aanzienlijk deel van deze batch van 1.588 woningen wordt er natuurlijk betaald door de NAM, want een deel daarvan is onveilig dan wel ...

De voorzitter:

Gaat u nu een antwoord geven op de vraag van de heer Jetten, of komt u er later op terug? Want dan ga ik naar de heer Van der Lee.

Minister Wiebes:

Ik doe het groep voor groep. Er zijn drie groepen: de woningen met urgentie, de 1.588 woningen en de rest. De vraag van de heer Jetten heeft betrekking op de rest. Er zijn nog verschillende vragen gesteld over deze batch en die wil ik eerst beantwoorden, maar ik geloof dat de heer Van der Lee nog een vraag heeft over het vorige punt.

De voorzitter:

Meneer Van der Lee, over welke groep heeft u een vraag?

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik heb het over de groep van de 1.500, met name het deel dat we nog niet kennen, ongeveer 1.000 woningen. De minister heeft gesproken over het advies dat hij heeft gekregen en over zijn waardering voor de mensen die dat hebben gemaakt. Je kunt een discussie hebben over het model. Hij wil niet second guessen. Dat begrijp ik; dat ga ik nu dan ook maar niet doen. Maar er werd wel benadrukt, ook in de briefing, dat je zo'n model moet valideren in de praktijk. Je moet dus ook in de praktijk inspecties doen, waarschijnlijk ook bij die 1.000 woningen die we nog niet kennen. Hoe wordt dat dan gecommuniceerd? Is dat dan de eerste communicatie, of krijgt men op basis van het model een brief met de tekst "ja, u bent geïdentificeerd"? Hoe moet ik dat nou voor me zien?

Minister Wiebes:

Als een huis risicovol is, is de eerste stap om mensen te laten weten — dat is duidelijk — dat je met hen komt praten over versterking en dat daar een gesprek over mogelijk is. Ten eerste zijn er keuzemogelijkheden. Ten tweede is het ene huis onveiliger dan het andere en is het ene huis ook verschillend van het andere. Wat de Mijnraad met de keukentafelgesprekken bedoelt, slaat nog op een andere groep: dat slaat ook op die restgroep. Op basis van een model mensen een versterkingsadvies in de bus schuiven is uiteraard niet hoe het gaat. Dat kan ook niet. Dat kun je niet van een afstand doen. Daarin moet dus alsnog maatwerk worden geleverd, maar dan meer aan de hand van wat zij het catalogusmodel noemen.

De heer Nijboer (PvdA):

Normaal is een debat bedoeld om verheldering te krijgen, maar het wordt mij steeds minder helder. Het is toch wel duidelijk? De minister weet toch wel op adresniveau welke 1.000 huizen urgent versterkt moeten worden? Dat is toch wel bekend, hoop ik?

Minister Wiebes:

Zeker. Het gaat om 1.000 gebouwen. Die moeten vertaald worden naar adresniveau, maar dat moet gecheckt worden, want je wilt zeker weten dat je de goede huizen voor je hebt. Er kunnen fouten in zitten. Heus, die regio heeft mij terecht gevraagd om daar aandacht voor te hebben. We willen dat goed checken. We willen niet onbezonnen met 1.000 brieven in het rond gaan. Bovendien moet die mensen verteld worden via welke procedure het proces zal lopen en waar ze op kunnen rekenen. Dat vergt enige studie. Dit vergt zorgvuldigheid. Het gaat over mensen aan wie je gaat vertellen dat hun huis niet veilig is. Dat vergt goede voorbereiding.

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, en dan vind ik het al een heel gek begin om mensen een brief te sturen. Van deze mensen is vastgesteld dat hun huis niet veilig is. Dan vind ik het sturen van een brief echt geen methode voor de overheid. Daar ga je dan toch langs? Daar bel je dan toch aan om te zeggen: we hebben onderzoek gedaan en daaruit blijkt precies welke huizen niet veilig zijn? Ik vind dat nog heel moeilijk te bepalen, want elk huis is anders. Soms is een huis verbouwd en elk huis heeft een andere staat van onderhoud. Maar blijkbaar is dat bekend. Dan stuur je toch geen brief, dan ga je toch bij mensen langs?

Minister Wiebes:

Precies daarvoor willen we nou een aanpak ontwikkelen tijdens de zomer. Lukraak aanbellen is al helemaal niks, je zult het mensen op een nette manier moeten laten weten, met een procedure. Je zult langs moeten. Je zult allemaal dingen moeten. En dat gaan we nou precies uitdenken, maar dat heeft even tijd nodig. We gaan niet in straat na straat aanbellen.

De heer Nijboer (PvdA):

Het spijt me wel, maar de minister en ook de coalitiepartijen hebben in het vorige debat gezegd: op 1 juli heeft u echt duidelijkheid. Dat is echt beloofd. Er moest dan nog een week bij, het werd 8 juli, maar dan zou er echt duidelijkheid zijn. Als nu nog niet eens bekend is op welke manier mensen worden geïnformeerd, waar die huizen staan en wat de aanpak is, als nu wordt gezegd dat ze gewoon een brief krijgen, en dan een procesvoorstel, dan kan dat toch niet zo!

Minister Wiebes:

Dat heb ik toegezegd voor de batch van de 1.588 woningen. Daar spreek ik nu over. Dit gaat over het vorige punt. Het punt van de heer Nijboer gaat over huizen die toen nog helemaal niet in beeld waren, die we nu in beeld moeten brengen. Dit gaat over andere huizen. Daar heb ik het nu over. Dat zijn de huizen — mijn tweede groep — waarover ik met de regio een akkoord heb bereikt.

Onder anderen de heer Kops heeft vragen gesteld over de kosten. Ik heb gesteld dat de NAM daar natuurlijk een aanzienlijk deel van betaalt, omdat het huizen betreft die in de risicogroep zitten. Die huizen zitten erbij. Er zitten ook huizen bij die volgens de gangbare berekening wel aan de normen voldoen, maar met de onzekerheidsmarge niet meer. Die huizen vallen gewoon onder de aansprakelijkheid van de NAM. Verder heb ik van de NAM de toezegging gekregen dat zij ook een bijdrage levert aan de woningen die overigens veilig blijken te zijn, ook met de aangescherpte normen.

Dan is er vanuit BZK een aantal maanden een hele inventarisatie gemaakt. Er zijn reguliere volkshuisvestingsregelingen beschikbaar om daar ook een bijdrage aan te leveren. Er zijn allerlei gesprekken met de woningcorporaties geweest, want het zijn voor het merendeel woningen van woningcorporaties. Verder heeft de heer Verdaas in dat kader nog benadrukt dat er ook een eigen bijdrage van de woningcorporaties in de regio in de rede ligt. Dan hebben we met de regio nog afgesproken dat de begrotingen van de provincie en de gemeenten inderdaad niet in beeld zijn voor deze batch. Die zijn trouwens überhaupt niet in beeld voor versterking. Daar is de gemeentelijke en provinciale begroting niet voor bedoeld. Maar door de regio wordt wel gekeken naar een bijdrage vanuit een fonds voor het toekomstperspectief. Dat hebben we zo afgesproken. Rijk en regio zijn nu in bespreking over dat fonds. Maar in die zin zal de regio — en zo heb ik het woord ook genoemd — wel een bijdrage leveren. Dus ja, ook de regio helpt, onder andere via de woningcorporaties en via dat toekomstfonds. Maar nee, dat komt niet in de begroting van provincie of gemeentes terecht. En zo is dat ook afgesproken.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dat toekomstperspectief en het feit dat de regio daar ook gaat investeren, kan ik op zich nog wel volgen. Ik heb nog een vraag over de woningbouwcorporaties. Hoe worden die nu aangeslagen? Worden ze daarvoor gecompenseerd? Of gebeurt het op een manier die al eens eerder is gebruikt, dat men dan zogenaamd met een tegemoetkoming op de verhuurderheffing komt, dat die minder hoog wordt, maar dat er ook sprake is van een ophoging van de WOZ-waarde, waardoor het eigenlijk toch een sigaar uit eigen doos is?

Minister Wiebes:

De heer Van der Lee doet nu het reguliere volkshuisvestingsinstrumentarium van BZK een beetje tekort. Er zijn reguliere instrumenten waarbij je inderdaad dan wel via de verhuurderheffing dan wel op een andere manier — dat heeft te maken met gasloos, duurzaamheid of wat dan ook — een bijdrage kunt leveren, zoals elke corporatie dat kan aanvragen als zij een goed plan indient. Daarnaast is het gebruikelijk dat bij allerlei vormen van renovatie er ook een beroep wordt gedaan op de eigen financieringscapaciteit van corporaties. BZK heeft met die corporaties gesproken, heeft een inventarisatie gemaakt van de financieringscapaciteit en heeft daar passende berekeningen voor gemaakt. Die hebben de regio en ik betrokken bij deze opgave, ook omdat de heer Verdaas ons daartoe had opgeroepen. Zijn verhaal was eigenlijk: jongens, steek de koppen bij elkaar en los het samen op. Daarbij heeft hij met name gedoeld op deze batch. Daarbij heeft hij ook de woningcorporaties, het rijk en de regio genoemd en daar zijn we gewoon uitgekomen. Dat gebeurde in een prima gesprek. Wij waren het daar met elkaar eens.

Dan is er een derde groep. Dat zijn de huizen die volgens de gangbare berekening, zoals we die tot nu toe deden, veilig zijn, maar — en dit komt ook van SodM — die met een extra onzekerheidsmarge die SodM heeft toegevoegd, nu nog niet aan de veiligheidsnormen voldoen. Ook die huizen moeten we serieus nemen. Dus ook die huizen zouden we in de versterkingsopgave moeten meenemen. Die komen dus ook in die toekomstige plannen, waarbij de Mijnraad wel heel duidelijk zegt dat die niet als eerste aan de beurt moeten komen. Maar ook die worden in dat plan meegenomen.

Er is nog één speciale markering gemaakt door de regio, waar ik het overigens echt geheel mee eens was; we hebben er niet lang over gediscussieerd. In die batch 1.581 die bij dat toekomstverhaal hoort, is 85% veilig. Maar deze mensen zaten ook al een beetje in het proces. Er is nog geen versterkingsadvies beschikbaar, de meeste zijn nog niet af, maar die mensen hebben wel in dat proces gezeten en die kunnen daardoor zorgen hebben gekregen over de veiligheid. We hebben afgesproken dat deze mensen in elk geval de mogelijkheid krijgen om de veiligheid van hun woning opnieuw definitief te toetsen. Dat wordt meegenomen in de aanpak. We hebben ons daarbij — dat is ook een antwoord op de vraag van anderen — de vraag gesteld of we dat moeten doen voor de andere woningen, op welke manier en in welke mate. Want er zijn nog andere woningen. Die mensen krijgen straks geen brief, want die zijn veilig. Maar stel dat je in dat gebied woont en je hebt daar twijfels over. Hoe gaan we om met de mensen die zeggen: het zal allemaal wel, maar ik voel mij toch onveilig? We hebben met elkaar afgesproken dat dit onderdeel is van het hele nadenken en ontwikkelen in de zomer. Daar kom ik nog op terug. Ook de regio vond dat we daar eerst op een nette manier moesten nadenken.

Daarmee hebben wij dus onszelf beloofd om heel hard te werken in de zomer en met de NCG-organisaties samen te komen tot een aanpak voor die drie verschillende groepen, dus voor de meest urgente woningen en de woningen daarna. En over die 1.588 woningen moeten we gewoon meteen duidelijkheid scheppen en doorgaan. Dat is de afspraak die wij gemaakt hebben.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik weet niet of dit het juiste moment is voor deze vraag. Misschien heb ik zelfs het antwoord al gemist. Excuus daarvoor. Dit gaat over gebouwen en woningen. Wij krijgen ook berichten van mensen die vragen hoe het zit met bijvoorbeeld verpleeghuizen. Wordt er ook op dat niveau gekeken? Zit dat hier allemaal in? Als het niet het juiste moment is voor deze vraag, wil de minister er dan later op terugkomen?

Minister Wiebes:

Destijds zijn er voor scholen ook andere afspraken gemaakt, maar er zit ook een deel in de batches. Het is niet zo dat we niet aan de gang gaan met dingen die al liepen. We zijn al met 2.000 adressen bezig.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik maak me best wel zorgen over mensen die in het aardbevingsgebied wonen en die vermoeden dat hun huis onveilig is, daar geen zekerheid over hebben, maar die ook niet tot een bepaalde batch behoren. De minister gaf net aan dat hij de zorgen begrijpt en dat hij erover in gesprek is met de regio. Zou hij dat nog wat nader kunnen duiden? Hoe is daarover gesproken, wat zouden eventuele oplossingsrichtingen kunnen zijn? Ik kan me heel goed voorstellen dat we aan mensen die onveiligheidsgevoelens hebben, snel tegemoet kunnen komen met een lichte toets. Als dan blijkt dat er meer nodig is, dan moet dat gebeuren. Maar die lichte toets kan misschien heel veel goed doen en de mensen geruststellen.

Minister Wiebes:

Het grappige is dat het woord "lichte toets" inderdaad is gevallen. Maar laat ik daar niet op vooruitlopen. Ik heb een afspraak met de regio om dat uit te zoeken, dus daar wil ik niet op vooruitlopen. We hebben in elk geval met elkaar afgesproken dat als zou blijken dat er daadwerkelijk versterkingsmaatregelen nodig zijn, binnen de batch 1.588 of daarbuiten op basis van die eventuele toets, die maatregelen ook moeten worden genomen. Dat is glashelder, want je doet een toets niet voor niets.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zal nog even geduld moeten hebben. Ik laat het even bezinken.

Ik heb nog een andere vraag gesteld in het kader van de versterking. Hij komt rechtstreeks uit het gebied, dus ik leg hem graag even aan de minister voor. Mij is voorgehouden dat er een tekort aan wisselwoningen is. Er is aangegeven: we wachten allemaal op elkaar. Het zou goed zijn om, waar de versterkingsaanpak ook echt wordt doorgezet, te kijken naar het volgende. Stel dat mensen nou toch voor korte tijd hun huis uit moeten. Dan moet er worden gezorgd voor voldoende beschikbaarheid van wisselwoningen. Is dat ook iets waar de minister aan denkt?

Minister Wiebes:

Dat doe ik in elk geval vanaf nu. Ik heb dat signaal uit de regio niet gekregen, maar het is duidelijk dat de aanpak moet kloppen. Als er ergens een bottleneck zit, dan is dat een beperkende factor die het tempo omlaag brengt. En één ding is duidelijk: we moeten tempo maken. Dus ik zal het gewoon in de aanpak meenemen. Dus ik zal straks aan het kantoor van de NCG, dat hiermee bezig is, vragen om dit mee te nemen in de aanpak, zodat we ook kunnen zien wat voor tempo we kunnen maken. Eén ding is duidelijk: tempo is nodig.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het doet mij goed dat de minister samen met de regio wil kijken naar die inspecties en de vraag hoe dat op te pakken. Ik deel de zorg van mevrouw Dik-Faber. Volgens mij wordt die heel breed in deze Kamer gedeeld. De minister komt na de zomer met zijn aanpak over de totale versterking. Geeft hij dan per groep aan wat de richting is? Is dat de duidelijkheid die we direct in september van de minister mogen verwachten?

Minister Wiebes:

In elk geval moeten we het voor de groep 1.588 al wel eerder duidelijk hebben. Maar voor alle andere woningen, de urgente en de overige woningen, dus in die grote groep, moeten we dan een ruwe aanpak hebben. Er wordt gesproken van "de minister". Dat is allemaal aardig, maar ik doe dit echt samen met de regio. Dit is een project van tien gemeentes, de provincie en het Rijk. Op die manier praten we er ook over.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat waardeer ik. Ik denk dat het ook niet anders kan. Je moet het volgens mij ook niet anders willen. Het is fijn dat de minister het op deze manier oppakt. Krijgen we dan ook al meer inzage in hoe de versnelling van de versterking eruit kan zien? Ik heb me de afgelopen maanden oprecht zorgen gemaakt over het feit dat er maar 30 woningen zijn versterkt op de oude stijl. Er komen nu ook nog eens 1.500 woningen erbij. Dan denk ik: hoe gaan we dit op een goede manier doen? Kunnen we er dan in die plannen al wat meer over lezen? Of is dat te veel gevraagd?

Minister Wiebes:

Laat ik eerlijk zijn: ik maak mij hier vanaf november vreselijke zorgen over. Dit is een loodzwaar punt. We maken maar geen vaart met de versterkingsopgave. Het advies van de Mijnraad bevat al een heleboel elementen, zoals veel minder woningen en een veel snellere procedure. Inspectie en engineering worden echt op een heel andere manier ingericht. De vaststelling of het nodig is wordt echt heel anders gedaan. Het gaat ook vaak om lichtere versterkingsmaatregelen. Dat de NAM er nog uit gaat, zou ook kunnen helpen. We moeten echt vaart maken. We zullen de operationele uitwerking moeten realiseren, maar de ingrediënten zitten al in het Mijnraadadvies. Ze zitten er, eerlijk gezegd, nog steviger in dan ik had verwacht.

De voorzitter:

Goed. Gaat u verder.

Minister Wiebes:

Voordat ik op de vragen per spreker terugkom, zijn er een paar dingen waar meerdere mensen naar hebben gevraagd. Misschien is het niet eens compleet, maar ik ga straks langs het hele verhaal. Er wordt mij ook gevraagd om te reageren op de berichten dat er informatie zou zijn achtergehouden over de veiligheid. Ik heb dat ook gehoord en ik moet eerlijk zeggen dat ik onvoldoende basis heb om dat te kunnen beoordelen. Het gaat ook over mensen. Ik heb geen behoefte aan publieke functioneringsgesprekken. Het gaat over een organisatie die in mijn waarneming in de frontlinie heeft gestaan van een buitengewoon moeilijk proces. Ook de persoon die zijn naam hieraan verbonden heeft, heeft in elk geval in mijn waarneming en in mijn bijzijn de benen uit het lijf gerend. Hij heeft moeilijke boodschappen moeten geven aan mensen in moeilijke tijden. Ik ga geen oordeel vormen over dingen die ik niet helemaal weet.

Maar er bestaat ook nog een andere insteek waar ik op wil reageren. Ik had zorgen over de versterkingsoperatie. De beëindiging van de gaswinning heb ik aangegrepen als een moment om fundamenteel anders naar die versterking te kijken. Daar komt ook een fundamenteel andere aanpak uit. We moeten dat helemaal anders doen. Ik heb nu alle energie nodig om veiligheid te bereiken en voortgang te boeken. Ik begrijp de vragen die vanuit de controlefunctie van het parlement om beantwoording vragen, maar ik zeg zelf dat ik er nu voor kies om veiligheid in Groningen te gaan realiseren. Voortgang en duidelijkheid geven aan mensen: het is een zware klus. Het is niet makkelijk en het is niet ineens gedaan. Wij hebben nu alle energie nodig om voort te gaan. Zonder iets af te doen aan alle instrumenten die de leden hebben om hun terechte nieuwsgierigheid te bevredigen en hun terechte controletaak te kunnen uitvoeren, zou ik de leden hier in overweging willen geven om er niet nu een proces naast te starten waardoor dit mogelijk vertraging oplevert. U bent de Kamer en ik niet. U controleert mij en ik niet u, maar alles moet er wat mij betreft op gericht zijn om het advies van de Mijnraad tot uitvoering te brengen en veiligheid te creëren. Het wordt nog steeds niet makkelijk.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

De minister doelt volgens mij op de parlementaire enquête waar verschillende woordvoerders over hebben gesproken, onder wie ikzelf. Ik vraag mij af: ziet hij dat zo'n moment mogelijk is in deze kabinetsperiode?

Minister Wiebes:

Dat vind ik ingewikkeld, want ik praat over een situatie dat het plan nog niet af is. Ik stel de voorgang in Groningen en daarmee de veiligheid in Groningen nu even voorop. Ik dien enige afstand te houden tot de inzet van parlementaire middelen. Dat is aan het parlement. Mijn verhaal zou zijn: voortgang eerst. Dit is mijn overweging en verder bent u het parlement en ik niet.

De voorzitter:

Het is aan de Kamer.

Minister Wiebes:

Ik loop de vragen even langs, want ik heb zeker niet ieders vragen al helemaal beantwoord.

Tegen de heer Nijboer zeg ik dat ik erken dat er meer is dan alleen maar versterken en schalen. Dat zijn namelijk negatieve dingen. Dat zijn de dingen die je moet doen omdat er gevaar dan wel schade is. Dat is alleen het compenseren van negatieve dingen. Er zal een toekomstperspectief zijn. Ook daarover heb ik met de regio afspraken gemaakt. Na de zomer, in oktober, gaan wij daarover een sessie organiseren om met elkaar te bespreken wat wij gaan doen. Ja, er zullen middelen zijn en er zullen plannen zijn. Die zijn allemaal in ontwikkeling. Ik onderschrijf dat volledig.

Ik hoop enige helderheid te hebben gegeven op de vraag van de heer Jetten. Het fiscale punt heb ik nog niet behandeld. De heer Jetten heeft gevraagd wat het fiscaal betekent. Als iemand schade vergoed krijgt, kan hij daardoor, als gevolg van het hebben van vermogen, zijn toeslag verliezen. Laten we daar heel hard over zijn: ook het verliezen van een toeslag is vervolgschade en dient dus vergoed te worden. Het lijkt mij niet verstandig om dat vermogen niet mee te tellen, want dan ben je een schadelast aan het verschuiven van een private organisatie, de schadeveroorzaker, naar het Rijk. Dat moet niet. Het is vervolgschade. Ik weet dat die niet altijd makkelijk is vast te stellen, maar het is wel verstandig om dit zo te zien. Maar mensen hebben hier zonder meer recht op.

Ik heb al geantwoord dat scholen en zorggebouwen onder het schadeprotocol vallen.

De heer Jetten heeft verder gevraagd wat er gebeurt met de mensen die al een versterkingsadvies hebben en die in de latere batches zitten. Ik denk dat hij het heeft over de pilots. Ik kijk hem even aan ... Hij heeft het over de pilots. Hij heeft het in eigen hand; eigen initiatief. Overal waar het zo is dat in die batches gewerkt wordt en mensen hun versterkingsadvies al hebben, gaat het natuurlijk door. Er zijn ook allerlei gevallen die wel een versterkingsadvies hebben, maar waar nog niet aan is begonnen. Dan geldt de norm dat je meegaat als je een versterkingsadvies hebt. Dat geldt ook voor de pilots erfgoed en agro. Niets is verplicht, maar wie zo'n versterkingsadvies heeft, heeft daar recht op en de rest wordt meegenomen in de nieuwe aanpak. Maar dat zijn dus mensen die in een pilot zitten, maar nog niet echt, want ze hebben ook geen versterkingsadvies.

Op agrariërs kom ik straks terug, want daar heeft mevrouw Mulder nog uitgebreider vragen over gesteld. Verder ben ik, denk ik, ingegaan op de vragen van de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Dank aan de minister. Die pilots stonden in een voetnoot van de brief, maar ik wilde dat graag even extra duidelijk hebben, omdat het niet in de hoofdtekst van de brief stond. Even terug naar de fiscale effecten. Nijboer en Beckerman hebben daar ook schriftelijke vragen over gesteld. Ik kreeg net een antwoord van de minister dat waarschijnlijk helemaal klopt, gezien zijn vorige functie in het kabinet, maar ik ben geen fiscalist. Wat betekent dit antwoord nou concreet voor Groningers die van de Belastingdienst te horen krijgen: vanwege een uitbetaling van schadevergoeding wordt u gekort op uw toeslag?

Minister Wiebes:

Dat is weer een heel operationele vraag. Het is een goede vraag. Ik zal kijken of ik daar in tweede termijn een antwoord op heb. Het is een heel concrete, procedurele vraag, maar ik snap wel dat dit voor heel veel mensen, ook mensen die nu luisteren, een punt is. Ik ga proberen daar een antwoord op te laten verzorgen.

Even kijken. Op een heleboel vragen van mevrouw Mulder ben ik ingegaan dan wel komen we erop terug bij de uitwerking. Met name haar vraag over de agrariërs was belangrijk. Er zitten bij de oude gevallen agrariërs. Ik heb een keer een petitie in ontvangst genomen en toen heb ik om meer informatie gevraagd. Ik heb kort geleden tot mijn spijt ontdekt dat dat was blijven liggen. Dat is een beetje gênant, want je vraagt niet voor niks om vervolginformatie, dus daar wordt nu naar gekeken. Bij de oude schades kijken we daar ook naar. Agrariërs kunnen natuurlijk gewoon terecht bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Ze hoeven niet meer naar de NAM. Daar zitten ook de mestkelders enzovoorts in en er wordt gewerkt met de bestaande protocollen voor mestkelders. Dat is wat de TCMG heeft meegenomen.

Er zijn ook agrariërs die van de regeling gebruik willen maken. Dat is het Programma Groninger Schuren en Stallen, voor als je zelf uitbreidingsactiviteiten of wat voor activiteiten dan ook wilt koppelen aan de versterking. LTO Noord heeft bij de NAM bedongen dat het aanbod van NAM op tafel blijft voor zes maanden. Dat stelt hen in staat om de vergunningen te regelen en bankleningen aan te vragen voor hun eigen deel. Op die manier hopen we dat er een complete oplossing komt. Maar nogmaals, de mij aangeboden informatie over oude gevallen heeft tot mijn verdriet vertraging opgelopen. Daar moet ik dan ook wel weer het departement in bescherming nemen, want er zijn mensen op het departement die bijna omvallen. Dat ik daar zelf een van ben, heeft er niets mee te maken.

Even kijken. Ik geloof dat ik mevrouw Sazias een indruk heb gegeven van de verschillende soorten dialogen. Misschien nog niet zo duidelijk. Dat was ook eigenlijk een vraag van de heer Jetten die ook een beetje is blijven liggen, besef ik nu. Er zijn mensen die voldoen aan de gangbare normen qua veiligheid, maar met de verscherpte onzekerheidsmarge voldoen ze niet. Die mensen bied je een keuze, maar je kunt niet zomaar mensen een brief sturen met "u voldoet wel" of "u voldoet niet". Dat gaat niet. Dat is niet een gesprek wat je met mensen kan voeren. Dat is geen humane manier van mensen benaderen over veiligheid. Dus daar zijn die keukentafelgesprekken voor bedoeld en dan is het de bedoeling — zo schrijft de Mijnraad het ook op — dat er met hen gesproken wordt over de betekenis van het veiligheidsoordeel en het type maatregelen dat je zou kunnen nemen en de periode waarop die nog nuttig zouden kunnen zijn. Voor sommige mensen ligt de onveilige periode al snel achter de rug en voor anderen duurt dat langer. Afhankelijk daarvan moet je mensen gewoon een eerlijke afweging geven. Dat is de gedachte daarachter, waarbij natuurlijk nog steeds dat we de 1.500 adressen eerst moeten doen en dat deze gesprekken daarna aan de beurt komen. En dat is nog een hele uitdaging.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Er zijn ook mensen die al een toezegging hebben gehad voor versterking, terwijl nu eventueel blijkt dat het huis toch veilig is. Die toezegging wordt dan toch wel gestand gedaan?

Minister Wiebes:

Dank voor de vraag. Ja, zeker, dat zijn de batch van 1.588 en die van 1.467. In het ene geval betreft het een toezegging, in het andere geval een gewekte verwachting. Die mensen mogen doorgaan, maar je zou ook willen dat ze geïnformeerd doorgaan. Die mensen hebben immers de keuze om ervan af te zien. Als je weet dat je huis veilig is, zou je misschien ook wel de keuze willen hebben om te zeggen: aan mijn lijf geen polonaise; ik laat het liever zitten. Ook dat moeten geïnformeerde keuzes zijn. Als mensen zich bedenken, kunnen ze natuurlijk ook gewoon aan iemand vragen om daar nog eens op te reflecteren. Dat moet kunnen. Mensen kunnen zich bedenken.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Ja, maar andersom kunnen mensen ook denken: u kunt wel zeggen dat mijn huis veilig is, maar ik voel dat niet zo en ik wil toch dat jij de versterkingsmaatregelen die je mij hebt beloofd, voor mijn zekerheidsgevoel uitvoert. In een dialoog, die altijd tweezijdig is, moet je daar ook gewoon goed over kunnen praten. Het is toch geen eenzijdig gesprek, mag ik aannemen?

Minister Wiebes:

De kern van mijn afspraken met de regio is nu juist dat de mensen voor wie dit geldt of voor wie dit een beetje geldt — dat zijn de eerste twee batches — daadwerkelijk die mogelijkheid krijgen. Ook als hun huis op papier veilig is, kunnen ze kiezen voor de hun toegezegde maatregelen. Dat zijn de 2.000 mensen die al in het proces zitten en de 1.588 die even hebben moeten wachten, maar die ook nog kunnen laten uitvoeren wat onder de oude normen was bedacht. Mijn antwoord is daar dus ja.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Nog even voor de zekerheid: het is dus niet de bedoeling om dat versterkingsidee in de dialoog tijdens het keukentafelgesprek bij die mensen uit hun hoofd te praten?

Minister Wiebes:

Nee. Sterker nog, die mensen worden niet automatisch benaderd voor een keukentafelgesprek, alleen als ze zich bedenken. Dat kunnen ze, en dan kunnen ze ook om een gesprek vragen. Maar er wordt bij die mensen van uitgegaan dat ze gebruik willen maken van. In de brief die naar de 1.588 gaat, zal natuurlijk gememoreerd worden dat ze er ook voor kunnen kiezen om het niet te doen en dat ze daar ook een gesprek voor kunnen aanvragen. Maar er wordt ze niks opgedrongen en er wordt ze ook niks afgeraden. Mensen hebben de keuze gekregen. Dat heb ik met de regio afgesproken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mensen hebben behoefte aan duidelijkheid. Gisteren hoorden we in de technische briefing dat een keuze krijgen nog niet duidelijk hoeft te zijn, omdat mensen dan nog de keuze hebben. Het pleidooi tijdens de briefing gisteren was dat niet iedereen goed in staat is om de keuze te maken en dus bij de hand zou moeten worden genomen. De minister had het over geïnformeerde keuzes, inhoudelijke gesprekken en adviezen. Dat zijn woorden die ik wat dat betreft heel belangrijk vind, want niet iedereen is in staat om heel autonoom met volledige regie die keuze zelf te maken. Krijgen mensen daar de goede hulp bij?

Minister Wiebes:

In de brief aan de 1.588 mensen die de gelegenheid krijgen om de gereedgekomen versterkingsadviezen geheel uit te voeren, zal komen te staan dat zij zelf een keuze hebben. Er zal ook in staan hoe zij verder kunnen als zij twijfelen, en hoe zij daarover kunnen praten.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Wiebes:

De heer Wassenberg had het over "gerommel met cijfers". Ik denk dat hij die term in de technische sessie heeft opgepikt, als dat tenminste is wat hij bedoelt. Daar heb ik net een antwoord op gegeven.

De vragen van mevrouw Dik-Faber heb ik ook allemaal langsgelopen.

Dan ben ik nu bij de heer Van der Lee. Ik heb hem gemeld dat ik juist ga kijken of ik de aanbiedingen van de NAM passend en ruimhartig vind. Dat hebben wij gedaan.

Dan de real-time digital tool. De wens is natuurlijk helder. Wij moeten permanent kunnen zien welke huizen versterkt moeten worden. De vraag is even of je dat op een site moet zetten. Ik weet niet of iedereen het prettig vindt dat zijn huis wel of niet op een site staat. Dat vraag ik me even af. Ik denk dat we de plicht hebben om naar alle kanten helderheid te geven, maar wel gepast. Dus we moeten de mensen zelf niet alleen duidelijk maken wat er met hun huis aan de hand is, maar ook welke keuzes ze hebben. Dan moet de Kamer — want dat heeft u ook gevraagd — ook informatie hebben. Ik heb aangekondigd dat ik over de afbouw van de gaswinning jaarlijks en in het begin zelf halfjaarlijks zal rapporteren. Er zijn uitgebreide kwartaalrapportages van de NCG. Ik denk dat we die eerlijk gezegd in halfjaarrapportages moeten gaan veranderen en uiteindelijk in jaarrapportages, want anders maken we elkaar helemaal gek. Dan heb ik verder gezegd dat ik met Prinsjesdag een integrale brief maak met alle financiële aspecten die met gaswinning samenhangen, omdat ze allemaal tegen elkaar in en op elkaar in werken. Dat lijkt mij de juiste duidelijkheid. Ik weet niet nog of er nou één document kan komen waar alles in staat. Dan denk ik dat wij opnieuw een document hebben dat zo groot is dat we er niks mee kunnen. Daar twijfel ik dus een beetje aan.

De voorzitter:

Heeft u alle vragen van de heer Van der Lee behandeld?

Minister Wiebes:

Nee, nog niet helemaal.

De voorzitter:

Dan zou ik dat eerst doen.

Minister Wiebes:

Dan de gebiedsgerichte aanpak. Daar heeft de heer Van der Lee een vraag over gesteld. Het Mijnraadadvies is er helder over. Dat zegt dat je veiligheid en gebiedsverbetering moet loskoppelen. Desondanks ben ik het met de regio eens dat daar waar mogelijkheden zijn om ze in elk geval elkaar niet te laten tegenwerken, maar ze elkaar te laten helpen, die mogelijkheid aangegrepen zouden kunnen worden. Ik vind — dat heb ik ook aan de regio duidelijk gemaakt — dat wij die afwegingen niet vanuit Den Haag moeten maken. Ik voel me ook slecht als ik de regio ga vertellen dat die daar een advies over nodig heeft. Dat wilde ik even bij de regio laten. De regio heeft zeer uitvoerige ideeën op basis van jaren ervaring met de afwegingen rond gebiedsgerichtheid. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik bij het ontwerpen van de nieuwe aanpak voor dit aspect toch echt meer naar de regio kijk en probeer om, binnen de kaders van de veiligheid, ook te respecteren wat daar uitkomt, omdat zij daar meer van weten, meer belang bij hebben, meer bij betrokken zijn en daar zelf rollen in hebben. Ik wil niet vanuit Den Haag hier gaan zeggen dat zij daar advies voor nodig hebben. Dat vind ik echt raar. Ik wil dat in mijn dialoog met de regio gaan doen en daar vooral naar de regio luisteren. Als daar adviezen voor nodig zijn of andere dingen dan wil ik dat op allerlei manieren faciliteren, maar dit is echt even iets wat meer bij de regio ligt dan hier in Den Haag.

Voorzitter, dat was ik wel door de vragen van de heer Van der Lee heen.

De voorzitter:

Ja? Dan de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik kom nog even terug op het antwoord over dat digitale instrument. Het ging mij om de gebouwen, niet om de adressen. Ik denk dat het cruciaal is, voor de mensen daar en ook voor iedereen die betrokken is bij de hele operatie, dat volledig transparant is welke huizen —sorry, ik maak dezelfde fout — of welke gebouwen er versterkt moeten worden. Gebouwen staan al geregistreerd in kadasters. Ook als de gebouwen verkocht moeten worden en er iets is, moet je daar transparant over zijn. Ik vind dat heel belangrijk, omdat dat model gevalideerd moet worden. We moeten weten welke gebouwen versterkt moeten worden die niet voortkwamen uit het model. Dat moet voor iedereen die hierbij betrokken is transparant zijn. Ik denk dat we moeten waken voor privacyschendingen — dat zie ik wel — maar in dit geval is er toch echt een groot maatschappelijk belang en ik zou u willen oproepen om vanuit die insteek naar een zo transparant mogelijk instrument op zoek te gaan.

Minister Wiebes:

Maar nu komen we eigenlijk bij iets anders. Ik heb zelf benadrukt in mijn gesprekken met de regio dat wij moeten zorgen dat wij de modeluitkomsten ook toetsten door, steekproefsgewijs of hoe dan ook, dit soort toetsen ook uit te voeren. Maar of dat op een publieke website moet, is weer een ander verhaal. De kwaliteitsborging van de risicovaststelling moet transparant zijn, maar ik weet niet of dat op deze manier moet. Mag ik suggereren dat ik de kwaliteitsborging, maar ook de transparantie, probeer mee te nemen in de aanpak en dat we daar op een later moment over komen te spreken? Dan kan de heer Van der Lee terugkomen op zijn idee, en dan kijk ik of ik daar een beter idee tegenover kan stellen, dan wel dat er niks anders op zit dan dit idee van de heer Van der Lee aan boord te nemen, hoewel ik daar niet tegen opzie of zo. Maar daar hebben we het dan over.

Voorzitter. Ik heb wel behoefte om de Mijnraad, die hier nu niet is, enigszins te beschermen tegen de woorden van de heer Kops. Want hij heeft het nu over "weer nieuwe getallen". Inderdaad, de getallen waar de Mijnraad mee komt, zijn anders dan die van de SodM en zijn ook anders dan die van de NCG. De heer Kops noemt het "een zooitje". Maar kijk, ik vraag nou net een advies van de Mijnraad om de beste nieuwe getallen te krijgen. Die krijgen we, en die zijn anders dan nu, dus kennelijk was het een goed idee om een advies te vragen. En we kunnen blij zijn dat het veiliger wordt. Die vreugdedans heb ik de heer Kops niet zien maken, maar laat ik dan zeggen: dat is ook aan hem om vreugdedansen te overwegen. Maar het is aan mij om hier de Mijnraad even te beschermen tegen het woord "zooitje", want ik had de Mijnraad juist gevraagd om getallen op te leveren. En dat die anders zijn dan die van de andere organisaties: het zij zo, maar dat is dan het beste antwoord op de vraag die het Rijk gesteld had.

De heer Kops (PVV):

Eerst besluit de minister om de versterking van 1.588 woningen op te schorten omdat hij zo nodig een advies wil afwachten van inderdaad die Mijnraad. Vervolgens is de conclusie: nou, heel veel woningen zijn ook gewoon veilig, maar we gaan toch door met versterken, want beloofd is beloofd. En inderdaad, daar ben ik het helemaal mee eens: beloofd is beloofd. Maar wat heeft het dan in hemelsnaam voor nut gehad om die versterking op te schorten?

Minister Wiebes:

De Mijnraad heeft absoluut niet gezegd "beloofd is beloofd". En de regio en ik hebben dat ook niet gezegd. We hebben gezegd dat daar vanuit de verwekte verwachtingen goed over gesproken moest worden. De regio en ik hebben gemeend dat het het beste was om dat geheel over te nemen en geheel door te laten gaan, maar de situatie is écht wel anders dan wanneer we meteen waren doorgegaan. Hier kun je mensen geïnformeerd een keuze bieden. Nee, het is niet per se nodig om al die huizen te versterken. Dat betekent dat mensen een keuze hebben. En je hebt ook een belangrijke verantwoordelijkheid in het nadenken over de timing van deze woningen. En dat is echt anders; dat komt door het advies van de Mijnraad. Dat is een nuttig advies en wij gaan ermee aan de gang. Het is niet zo dat het "business as usual" is.

De heer Kops (PVV):

Er wordt dus eerst toegezegd om de woningen te gaan versterken. Vervolgens wordt die afspraak niet nagekomen: we schorten de versterking op. En nou komt de minister met het argument: ja, want dan hebben de mensen een keuze. Dus eerst ontneem je ze iets wat je ze hebt beloofd, en dan zeg je: ze hebben op deze manier een keuze. Sorry minister, maar ik geloof er echt geen snars van.

Minister Wiebes:

Wat deze mensen was beloofd, was niet een nieuwe woning of een versterking. Wat deze mensen was beloofd, was een advies in april. Ik heb een beroep op die mensen gedaan om dat drie maanden uit te stellen, om nieuwe inzichten te krijgen over de versterkingsoperatie. Dat advies is geen licht advies. Het gaat over de veiligheid in het gebied, en die waren we op dat moment niet aan het borgen! En we weten nu hoe het wél zou moeten. Dat is een buitengewoon belangrijk iets. En ik heb voor dat unieke moment inderdaad aan deze mensen meer geduld gevraagd. Nu hebben we gezegd: nee, we hebben geen toezegging gedaan, maar wel verwachtingen gewekt, dus we gaan ze nu de keuze geven om door te gaan. Ja, en daar sta ik voor en dat heb ik met de regio afgesproken.

Dan zegt de heer Kops: alles moet door de NAM betaald worden: schade is schade. Of hij hierbij de 1.588-batch of de 1.581-batch bedoelt, is overigens een beetje onhelder. Hier lopen echter wel héél veel dingen door elkaar. Schade is niet hetzelfde als versterking. Nee, niet alle woningen zijn onveilig. We moeten er natuurlijk zo veel mogelijk naar streven om woningen die niet onveilig zijn niet plat te gooien, tenzij er een reden is om ze te versterken met wat daar maar voor nodig is. Dit is een opmerking die ik van de heer Kops niet helemaal kan thuisbrengen.

Hoe wij kunnen garanderen dat er voldoende geld is bij de NAM voor de versterking is een debat wat wij hierna voeren. Ik kom er dan op terug.

Ik heb de heer Bisschop al gezegd dat ik echt ga proberen om niet eigenwijzig te doen tegenover de beste bodemdeskundigen en aardbevingsspecialisten van Nederland door hun advies in de wind te slaan. Als er onzekerheid is, moeten we zoeken hoe we mensen zekerheid kunnen bieden op basis van bijvoorbeeld een aanvullende toets. Dat is nou weer net wel wat ik met de regio heb afgesproken. Ik heb geen antwoord op zijn vraag waarom die 2.000 huizen niet in de batches zaten. Dat is in de technische sessie wel langsgekomen. Er zijn andere benaderingen gebruikt, maar dat is iets waar ik kennis van neem. Het is aan de experts om uit te leggen hoe ze dat hebben gedaan. Ik vind echt dat wij het kabinet geen eigenstandige oordelen moeten laten geven, los van experts, over welke huizen veilig zijn. Dan wordt het een rommeltje.

Dan heb ik ook de vragen van mevrouw Yeşilgöz behandeld en ben ik door deze termijn heen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Misschien nog een vraag over het afronden van de schades. Op een gegeven moment was de minister daar vrij vlot mee klaar en heb ik even mijn moment gemist. Ik grijp het nu. Een aantal mensen is het niet eens geworden met de NAM. Zij komen in het traject met de arbiter. Kunnen die zaken op een redelijke termijn door de arbiter worden behandeld? Kan de minister kijken of er versnelling in plaats kan vinden?

Minister Wiebes:

Ik ken de afhandelsnelheid van de arbiter niet. Ik heb daar geen actuele gegevens over, want dat is natuurlijk ook een punt. Ik zal kijken of die er zijn.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik heb nog een vraag over wie nou de versterking gaat financieren die niet per se geadviseerd is. Je kunt een hele juridische Angelsaksische redenering houden dat die bedrijven daartoe niet verplicht zijn. Aan de andere kant zijn al die discussies daarover direct gerelateerd aan aardbevingen, anders hadden we die versterkingsdiscussies niet gehad. Je kunt dus heel goed beargumenteren waarom Shell en Exxon of de NAM daarvoor bokje moeten staan. Is het nou echt zo dat het Rijk die kosten op zich neemt?

Minister Wiebes:

Ik heb net uitgelegd dat daar een heleboel portemonnees meedoen. Ik heb verder uitgelegd dat de NAM ook een bijdrage levert voor de woningen die veilig zijn. We hebben het daar net over gehad in het debat.

De heer Nijboer (PvdA):

Maar ik ben daar niet zo tevreden over. Zeker niet voor woningcorporaties, voor huurders. Bij kopers geldt dat dan niet, maar huurders moeten er wel aan bijdragen, want uiteindelijk moet de huurder betalen wat de woningcorporatie bezit. Gezien de afspraken die de minister heeft gemaakt, waar ik het niet mee eens ben want de afdracht van de Staat wordt al lager en de bijdrage van de Staat wordt al hoger, zeg ik dat we dat volledig voor rekening van de NAM moeten doen, dan betalen ze ook nog wat. Waarom is die afspraak niet zo gemaakt? Dat is toch alleszins redelijk na alle ellende die de NAM, Exxon en Shell Groningen hebben aangedaan?

Minister Wiebes:

Hier ben ik afgegaan op het Mijnraadadvies en de toelichting die de heer Verdaas daarover heeft gegeven. Hij heeft gezegd dat het in gevallen redelijk kan zijn om ook aan corporaties een bijdrage te vragen, namelijk in die gevallen waarin er op niet al te lange termijn sowieso inspanningen van hen nodig zouden zijn geweest om het bezit op waarde en kwaliteit te houden. Dat moet worden meegewogen en dat moeten we op een nette manier doen. Het is niet zo dat automatisch de corporatie voor dingen opdraait die anders niet nodig waren geweest. Ook dat moet in redelijkheid worden bekeken. Dat appel op redelijkheid en samenwerking van iedereen hebben de regio en ik goed gehoord in de presentatie van de Mijnraad. Daarmee hebben wij maandag iets gedaan.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dank u wel dat ik alsnog een keer een vraag mag stellen.

De voorzitter:

Nee, het is de laatste vraag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik moet hem goed uitkiezen. Ik merk dat de minister nog heel weinig antwoorden heeft op de vragen die heel erg leven over hoe het nu met de versterking gaat, want niemand weet nu waar hij aan toe is. Het heeft weinig zin om mijn laatste vraag daaraan te verspelen, want u geeft daar weinig antwoorden op. Ik doe het toch nog één keer op die oude schades, omdat het echt zo aan mijn hart gaat hoe erg dat is voor mensen. U heeft het nu over dat onderzoek gehad. Ik weet dat u niet mee wil in mijn optie voor een generaal pardon. Als uit uw onderzoek blijkt dat het in gevallen echt niet goed is gegaan, bent u dan bereid om mensen die wel hebben geaccepteerd omdat ze gewoon niet meer kunnen, omdat ze op zijn, omdat ze murw zijn, alsnog de keuze te geven om wel door te gaan met vechten?

Minister Wiebes:

Deze vraag loopt ver vooruit op een onderzoek dat nu net begonnen is. Het is duidelijk dat je een onderzoek niet voor niks doet. Je wil daar iets uit leren en als je iets hebt geleerd wil je er mogelijk iets mee doen. Ik ben niet doof voor redelijke verzoeken, maar we zijn nog niet halverwege. Het is net gestart. Laten we eerst kijken wat er uitkomt en daarna bepalen welke eventuele acties nog nodig zijn. Ik kan er echt niet goed antwoord op geven.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank, voorzitter, dank dat ik nog één keer mag. Ik maak me hier heel veel zorgen over, omdat dit echt mensen zijn die al heel lang aan het vechten zijn en die zich nu echt tekortgedaan voelen en maar opgeven. Zou u dan in ieder geval willen toezeggen dat u de onderzoeksopdracht naar ons toestuurt? Ik ben heel benieuwd wat voor onderzoek het is dat u gaat doen. U had het over een beperkt aantal mensen bevragen. Ik wil wel weten hoe het in elkaar zit, zodat wij er later eventueel op terug kunnen komen als we niet tevreden zijn. Wat is dit precies voor onderzoek? Wie voert het uit? Hoeveel mensen zijn erbij betrokken?

Minister Wiebes:

Hoeveel mensen zijn erbij betrokken? Laat ik zo zeggen, we doen een steekproef, de omvang ervan wordt bepaald. De methodes, hoe we aan de gegevens gaan komen wordt besproken. Er zijn ook privacyaspecten die even moeten worden uitgezocht. Ik heb geen idee hoeveel mensen daarmee bezig gaan. We zijn nu bezig met het opzetten van dit onderzoek om straks met redelijkheid te kunnen zeggen of wij vinden dat er overwegend te cosmetisch is gewerkt of dat er andere dingen zijn die niet zijn goed gegaan, dat het gesprek niet productief was of dat mensen onder druk zouden zijn gezet. Dat zijn allemaal dingen die je wil uitzoeken. Maar ik ga hier geen voorspellingen doen over hoeveel mensen bij het onderzoek betrokken zijn ...

De voorzitter:

Nee, de vraag was of de Kamer op de hoogte gesteld kan worden.

Minister Wiebes:

De onderzoeksopdracht heb ik ongeveer geformuleerd. Wij willen weten wat de redenen zijn en wij willen een indruk kunnen krijgen of het redelijke gronden zijn waarom deze mensen het eens zijn geworden of dat het onredelijke gronden zijn. Wij willen dus weten of het op een passende manier was — dit zijn de woorden van de heer Van der Lee, geloof ik; hij weet het uit zijn hoofd, ik niet — dus of het aanbod van de NAM passend was. Dat willen wij weten en daar zijn we nu mee bezig, met mensen op kantoor, bij de NAM en in de provincie.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Ik was om dezelfde reden als mevrouw Beckerman, die net haar vraag heeft gesteld, naar voren gelopen. Ik heb dus goed begrepen uit de beantwoording dat de minister de oude schadeafhandeling en de tevredenheid van mensen gaat onderzoeken?

Minister Wiebes:

Ja, op basis van een steekproef gaan we kijken of het op een naar ons oordeel nette manier is gebeurd, of dat er het een en ander op aan te merken zou zijn. Dan gaan we daarna nadenken over wat daarvan de conclusies zouden moeten zijn. Maar we gaan het eerst bekijken.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Laat ik niet te ver op de zaken vooruitlopen, maar heeft de minister in elk geval wel de intentie om het goed te maken met deze mensen waar het niet goed mee is gegaan?

Minister Wiebes:

Ik heb de NAM natuurlijk opgeroepen om het met deze mensen goed te maken en een fair aanbod te doen. Dat was het uitgangspunt. Maar laat ik ook niet op de zaken vooruitlopen. Laten we eerst eens kijken of we zelf tot de vaststelling kunnen komen of dat eigenlijk gelukt is. Dat is de eerste stap. Daarvoor doen we die steekproef, met de provincie. Daar krijgen we ook gegevens voor aangeleverd.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

En dat is wel voldoende onafhankelijk? Ik kan me voorstellen dat iedereen die "nee" heeft gezegd sowieso wordt geïnterviewd, want je wilt weten wat daarvoor de oorzaken zijn. Dan kun je misschien nog kijken of je in de andere groep van 76 een representatieve selectie maakt. Begrijp ik het zo goed?

Minister Wiebes:

Nou, of het iedereen is ... We moeten een steekproef doen. We hebben nu 1.500 gevallen nog niet gedaan. Een deel ervan gaat nog besluiten. Er zijn 600 gevallen die nu naar de arbiter zijn. We gaan daar op een passende manier naar kijken, maar ik kan nu niet vastleggen dat iedereen geïnterviewd wordt. We hebben ook capaciteit nodig voor de voortgang, onder andere voor de nieuwe schadegevallen. We gaan op een passende manier meten en vaststellen of we vinden dat dit ordentelijk is gebeurd. Ik ga me niet vastleggen op de precieze contouren van het onderzoek.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Nog een laatste opmerking hierover. Het woord "passend" komt van de NAM. Zij vinden dat het aanbod passend is. Nou, dat wordt anders geïnterpreteerd, laat ik het zo zeggen. Volgens mij willen we dat het ruimhartig is, maar het wordt als hardvochtig ervaren. De minister gaat dit onderzoek doen omdat hij een oordeel wil kunnen vellen. Dat begrijp ik.

Minister Wiebes:

Samen met de CdK.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Maar ik wil ook weten wat het oordeel van de bewoners zelf is. Als dat onderzoek klaar is, verwacht ik dat wij dat krijgen, maar dan met inzicht in wat de bewoners zelf vinden van wat hun is aangeboden.

Minister Wiebes:

Dat is inmiddels wel duidelijk, want we kijken natuurlijk naar mensen die akkoord zijn gegaan maar daar onvrede over hadden — daar gaan we een aantal gevallen van bekijken — en we gaan die steekproef doen van mensen die het hebben afgewezen. Het is dus duidelijk wat ze ervan vinden: ze vinden het aanbod niet goed. Ze willen naar de arbiter. Dat was al helder. We zitten in de groep die ontevreden is. Wij willen nu kunnen beoordelen of zij terecht ontevreden zijn, of er voldoende aan is gedaan om door te dringen tot deze mensen, en of er een passend en ruimhartig aanbod is gedaan. Dat is het doel.

De voorzitter:

Heel kort, meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik ervaar dat toch weer als een versmalling, want er zijn ook mensen die een bod aanvaard hebben met het verhaal "structurele schade, dat is versterking, dat hoort niet bij de schadeafhandeling". Die groep wil ik ook betrokken zien bij dit onderzoek.

Minister Wiebes:

Ja, maar ... 4.500 mensen hebben het geaccepteerd. We kunnen niet 4.500 interviews gaan doen. We moeten ons richten op de mensen die op een of andere manier, via het zwartboek van mevrouw Beckerman dan wel via allerlei andere kanalen, hebben laten weten dat ze zich niet op de beoogde manier behandeld voelen. En we moeten ons richten op de mensen die zelfs menen dat ze het aanbod niet moeten accepteren. Laten we daar nou even naar gaan kijken. Dat zijn de gevallen waarvan je zegt: daar is iets aan de hand. Aan de hand daarvan kunnen we gaan zien of daar patronen in te herkennen zijn of dat we zeggen: mensen hebben door de jaren heen misschien in sommige gevallen verwachtingen gekregen die niet meer te rechtvaardigen zijn. Misschien zijn er andere systematische dingen in het proces niet goed gegaan. Laten we dat nou gewoon even bekijken.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Wiebes:

Dat moet op een praktische manier, maar dat moet wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik begrijp dat er behoefte is aan een korte schorsing voordat we overgaan naar de tweede termijn. Klopt dat? Want anders gaan we gelijk door. Nee, er wordt gevraagd om een korte schorsing. Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 18.46 uur tot 18.55 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat over de versterkingsoperatie en schadeafhandeling in Groningen. We zijn toegekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef de heer Nijboer namens de PvdA het woord.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Er is nog wel veel onduidelijkheid en onzekerheid, moet ik vaststellen. Pas in het najaar weten de mensen die echt in een onveilig huis zitten, waar zij aan toe zijn. Hoe zij worden geïnformeerd, is ook nog niet helemaal bekend. Pas in oktober gaan de gesprekken over het regiofonds van start. Als je nu ziet hoeveel aanvragen er al liggen bij de publieke organisatie en hoe weinig voortgang daarmee wordt gemaakt, maakt de PvdA-fractie zich daarover wel grote zorgen. Van duidelijkheid op 1 juli is helaas geen sprake.

Voorzitter, ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er Groningers zijn die onzeker zijn over de veiligheid van hun huis;

verzoekt het kabinet iedere Groninger die zorgen heeft over de veiligheid van de woning de mogelijkheid te bieden een publiek gefinancierde inspectie uit te laten voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Bisschop, Beckerman, Wassenberg en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 504 (33529).

Mevrouw Agnes Mulder, een korte vraag over de motie.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Even tussen neus en lippen door zegt de PvdA dan dat er op 1 juli geen duidelijkheid was voor de mensen in de 1588-batch, maar die is er feitelijk wel. Zij kunnen gewoon de versterking oude stijl gaan krijgen. In het vorige debat is toegezegd dat die duidelijkheid wel zou komen, als dat nodig zou zijn, dus die duidelijkheid is er. Voor de andere mensen, in die 1581-batch, want ik kijk even naar mijn eigen motie, zou die duidelijkheid er ook komen, maar nu wordt dat even ontkend, dus dat snap ik eigenlijk niet van de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Als je in Overschild zit — ik weet niet of mevrouw Mulder daar contact heeft gehad — is echt niet iedereen bekend met hoe het zit en gaat. Dat geldt ook voor Ten Boer en Appingedam en Loppersum. Ze mogen in dialoog. Mevrouw Sazias heeft nog een motie over wat dat betekent, wat we kunnen doen en wat mensen kunnen verwachten. Ik vind dus niet dat er volledige duidelijkheid is. Als mevrouw Mulder zegt dat dat wel zo is, denk ik niet dat zij de waarheid spreekt.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik denk dat de heer Nijboer mijn woorden verdraait en het is een beetje jammer dat hij dat doet. Ik heb de vorige keer in een motie aangegeven dat ik duidelijkheid wilde hebben voor die beide batches en die duidelijkheid is er nu. Het is heel vervelend dat de heer Nijboer iedere keer net doet alsof dat niet zo is en daarmee de onduidelijkheid laat toenemen. Daar heeft hij dus zelf deel aan.

De heer Nijboer (PvdA):

Die batches interesseren mij eigenlijk heel weinig. Wat mij interesseert, zijn de mensen die er wonen. Er zijn nu duizend woningen die onveilig zijn; onveiliger zijn dan de woningen waar wij het steeds over hadden. Ik heb hier net gevraagd aan de minister of hij weet welke het zijn. Wanneer krijgen zij het? Krijgen zij een brief of komen er mensen langs? Dat leidt toch tot enorme onzekerheid? Dan kun je toch niet zeggen: we weten het allemaal precies en iedereen is zeker wanneer zijn huis wordt verstevigd en wat er moet gebeuren? Daar gaat het mij om. Het gaat er niet om wie er in een batch zit en wat er gebeurt. Het gaat mij erom dat mensen veilig zijn in hun huizen en weten wat er in hun eigen huis gaat gebeuren. De mensen weten zelf amper nog in welke batch zij zitten.

De voorzitter:

Dit is een tweede termijn. Er zijn heel veel debatten hierover gevoerd. Het debat begon heel goed, maar ik merk dat op de een of andere manier de emoties weer hoog opspelen. Ik doe een beroep op jullie allemaal om dit debat op een waardige manier af te ronden.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, ik zou niets liever doen dan dat, maar ik heb er wel problemen mee dat de heer Nijboer suggereert dat mijn motie niet gestand wordt gedaan, want dat wordt zij wel. Natuurlijk is er voor heel veel mensen nog steeds onduidelijkheid. Ik zeg ook niet dat dat niet zo is bij die 1.500 mensen, maar zoals de heer Nijboer dat even tussendoor propt, dan voel ik mij toch wel een beetje aangevallen en dat geef ik heel eerlijk toe. Het is goed dat hij dat merkt. Ik voel ook dat de mensen daarmee ook tekort worden gedaan. Dat zijn dezelfde mensen waarvoor de heer Nijboer en ik hier in de Kamer opkomen. Ik vind dat zo jammer dat iedere keer die aanvalslinie wordt gekozen in plaats van te kijken hoe je elkaar tegemoet kunt komen.

De heer Nijboer (PvdA):

Mevrouw Mulder voelt zich duidelijk aangesproken, maar ik heb heel de motie-Mulder of welke motie ook niet in de mond genomen. Ik heb alleen gezegd: Groningers hebben niet allemaal duidelijkheid en zitten in onzekerheid. Dat is waar ik een punt van maak. 1 juli zou er duidelijkheid zijn en die is er niet. Heel veel mensen weten niet waar zij aan toe zijn. Dat is mijn punt en dat blijf ik ook maken. Dat heeft niks met moties in de Kamer te maken. Ik heb mevrouw Mulder er ook niet persoonlijk op aangesproken. Die voelt zich heel erg aangesproken, maar dat is niet mijn punt.

De voorzitter:

Prima, dat heeft u gezegd.

Nee, mevrouw Mulder. U wilt interrumperen, maar u bent al geweest. Mevrouw Yeşilgöz.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

De heer Nijboer was niet bij de briefing.

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, dat klopt.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

De voorzitter van de Mijnraad zei toen tegen alle politieke partijen: ik snap dat er verwarring kan zijn over de cijfers, maar we zijn nu heel duidelijk; soms heb ik het idee dat sommige partijen het niet willen begrijpen. Ik breng die boodschap dus even over, want ik heb een beetje het idee dat de heer Nijboer het niet wil begrijpen op dit moment. Ik wil de heer Nijboer vragen hoe hij de antwoorden van de minister duidt. De minister zegt dat er duidelijkheid is per 1 juli en dat hij met de regio heel goed heeft afgesproken dat heel zorgvuldig uitgezocht moet worden over welke adressen het gaat zodat dit zorgvuldig wordt ingericht. Ik wil graag van de heer Nijboer horen wat hij nou vindt van deze afspraken tussen de regio en de minister ...

De voorzitter:

De heer Nijboer.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

... en de zorgvuldigheid daarbij.

De heer Nijboer (PvdA):

Allereerst: ik was niet bij de hoorzitting. Dat spijt mij zeer, maar toen voerden wij hier het debat over de Voorjaarsnota, waarin ik minister Hoekstra heb doorgezaagd over de deal met Shell en Exxon. Je kunt maar op één plek tegelijk zijn. Dus dat was de reden. Anders was ik er zeker geweest.

Voorzitter. Ten aanzien van de 1.000 mensen. Ik vind dat je daar langs moet gaan. Ik hoor de minister net zeggen dat mensen een brief krijgen. Ik vind dat die mensen eigenlijk volgende week of over twee weken al duidelijkheid moeten krijgen. En dat vind ik dus niet goed. Als je alles stokt, als je overal op laat wachten, dan duurt die onduidelijkheid langer. Dan duurt die onzekerheid langer en dat wordt Groningen hartstikke zat. Ik probeer daarvoor op te komen en ik probeer niet net te doen of alles goed gaat. Het gaat daar niet goed.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

De mensen in de 1.588-batch krijgen allemaal een brief en dat gebeurt binnen twee weken. Nu wordt precies uitgezocht welke adressen bij de 1.500 onveilige gebouwen horen waarvan er 1.000 niet in een van de drie batches zitten. Dat is afgesproken met de regio opdat heel zorgvuldig wordt gecommuniceerd en die mensen precies weten wat er gebeurt. Dat wordt deze zomer allemaal uitgezocht. Dus laten we niet dingen door elkaar halen. We hebben net uren gedebatteerd, maar we hebben ook met elkaar gesproken over hoe het precies zit. Het is ingewikkeld genoeg, maar het is wel helder.

De voorzitter:

Dan heeft u uw punt gemaakt.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik wil het graag met de heer Nijboer doornemen als het voor hem verwarrend blijft, maar het is eigenlijk inmiddels aardig helder.

De heer Nijboer (PvdA):

Neem dan het punt van Ten Boer. Een aantal huizen zitten in een zogenaamde batch. Ik ken dat dorp goed. Ik ben daar opgegroeid. Een aantal huizen zitten ongetwijfeld bij die 1.000. En er zijn ook huizen die daar misschien niet in zitten, maar waarin de mensen zelf wel stutten hebben geplaatst omdat ze zich nog steeds onveilig voelen. Het is maar echt de vraag of die er dan bij horen, terwijl iedereen kan zien dat die dingen niet veilig zijn. Dus er is een enorme onrust. We kunnen hier wel praten over batches en programma's en over zus en zo, en we kunnen wel zes vakken maken en zeggen "die krijgt een dialoog en die niet" en dan denken dat het is opgelost, maar het is vandaag in Groningen echt nog niet opgelost.

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat de heer Nijboer gelijk heeft als hij zegt dat er op individueel niveau nog onduidelijkheid en onrust is.

De heer Nijboer (PvdA):

En daar gaat het om.

De heer Jetten (D66):

Die is pas weg als die mensen hun gesprek hebben gehad en weten wat er echt met hun eigen huis gaat gebeuren. Dat ben ik helemaal met de heer Nijboer eens. Maar de minister heeft volgens mij net ook goed uitgelegd waarom het voor de groep van de 1.000 adressen nog even een aantal weken gaat duren, tot september. Die reden is dat de regio daar nadrukkelijk om heeft verzocht, want dan weten we echt zeker dat we met het juiste advies naar die mensen toegaan. Hoe beoordeelt de heer Nijboer dat verzoek van de regio en de afspraak die de minister daarmee heeft gemaakt?

De heer Nijboer (PvdA):

Dat je zorgvuldig moet zijn, snap ik wel. Maar als je zegt dat huizen onveilig zijn en het direct moet gebeuren, dan vind ik dit wel heel lang duren. Als je dan van plan bent om een brief te sturen en geen gesprek te voeren — misschien wil de minister dat alsnog wel doen — dan vind ik dat geen goede zaak.

De heer Jetten (D66):

We komen er langzaam. We zijn het dus met elkaar eens dat het zo zorgvuldig mogelijk moet gebeuren en dat de onrust bij mensen pas is weggenomen als zij het echt van hun eigen huis weten. Ik heb de minister net in de eerste termijn horen zeggen dat het niet alleen maar gaat om brieven, maar juist ook over het aangaan van het gesprek. Misschien is het goed als de minister dat in tweede termijn nogmaals benadrukt.

De voorzitter:

Dat lijkt mij ook.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. De coalitiepartijen proberen mij in de mond te leggen dat ik moet beamen dat het allemaal best wel goed gaat, maar ik vind dat het niet goed gaat.

De voorzitter:

Goed. Dan stel ik voor dat u verdergaat.

De heer Nijboer (PvdA):

Daar blijf ik bij. O, de heer Jetten wil nog een keer interrumperen.

De voorzitter:

Ik zie u staan, mevrouw Agnes Mulder, maar u bent geweest. De heer Jetten, tot slot.

De heer Jetten (D66):

Ik vind het toch jammer dat de heer Nijboer eindigt met die sneer, want ik heb hier echt geprobeerd om met open vragen nader tot elkaar te komen.

De voorzitter:

Goed. Dan heeft u ...

De heer Jetten (D66):

Volgens mij moeten wij het op die manier proberen te doen.

De voorzitter:

... ook dit punt duidelijk gemaakt. Ik stel voor dat u verdergaat, meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik ga dat doen, voorzitter. Ik ga de motie voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er onder Groningers onverminderd grote onrust en zorg is over de onveiligheid veroorzaakt door gaswinning;

overwegende dat het wenselijk is dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid, in vervolg op het onderzoek van 2015 en de rapportage van 2017, onderzoekt en rapporteert hoe het met de opvolging van zijn aanbevelingen is gesteld;

verzoekt de regering te bevorderen dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid opnieuw onderzoekt of en in hoeverre zijn aanbevelingen zijn opgevolgd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Wassenberg, Van der Lee en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 505 (33529).

Dank u wel.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ik praat toch altijd liever over hoe het gaat in de dorpen en over de mensen zelf — dat blijf ik ook doen — dan over moties en batches en weet ik wat nog allemaal meer.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Volgens mij is het inderdaad toch wel een treurig einde van zo'n debat als de coalitiepartijen echt stellen dat mensen nu duidelijkheid hebben. Het is namelijk echt een hele pijnlijke zaak. We zouden eigenlijk nu met z'n allen een dorp in moeten gaan en mensen simpelweg vragen: vindt u het duidelijk? Dan zal niemand dat beamen.

Ik heb twee moties. De eerste gaat over de afhandeling van oude schades. Ik vind dat echt triest. Wij hebben vooraf zó hard gewaarschuwd: doe het niet, minister. We hebben hier meerdere moties ingediend om te zeggen: de NAM kan dat niet.

De voorzitter:

Ik zou aan de moties beginnen, want anders komt u in tijdnood.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik weet het.

We hebben dat heel duidelijk gezegd en u heeft het toch gedaan. U heeft de NAM die schades laten afhandelen en dat loopt niet goed. Daarom deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een aanzienlijk deel van de gedupeerden na jarenlange strijd met de NAM moegestreden is;

van mening dat als gevolg hiervan velen een aanbod van de NAM hebben geaccepteerd dat veel te laag is gezien de geleden schade;

van mening dat deze mensen al te lang voor hun rechten hebben gestreden en een veilig thuis verdienen;

verzoekt de regering over te gaan tot een generaal pardon voor iedereen die het bod niet heeft geaccepteerd en iedereen die wel heeft geaccepteerd maar ontevreden is, waarbij de mensen voor 1 september 2018 een redelijk en rechtvaardig bod wordt gedaan door de Staat;

verzoekt de regering tevens deze kosten achteraf, volgens de oude verdeelsystematiek, op de NAM te verhalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 506 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onduidelijkheid blijft bestaan over de verantwoordelijkheid voor de financiële dekking van de versterkingsoperatie;

van mening dat de NAM hier haar verantwoordelijkheid dient te nemen;

van mening dat bewoners van de huizen die binnen de groepen 1588 en 1581 vallen duidelijkheid gegeven moet worden;

verzoekt de regering zo snel mogelijk tot versterking en/of verbetering van deze woningen over te gaan en hierbij de wensen van de bewoners leidend te laten zijn;

verzoekt de regering tevens er zorg voor te dragen dat de NAM haar deel van de kosten op zich neemt volgens de oude verdeelsleutel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 507 (33529).

Dank u wel.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan ga ik nu naar de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik begin met mijn moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat eigenaren van woningen uit de batch 1588, die volgens de laatste inzichten veilig zijn, vanwege de gewekte verwachtingen ervoor kunnen kiezen om het versterkingsadvies alsnog te laten uitvoeren;

overwegende dat enkele woningen uit de batch 1581 ook al een versterkingsadvies hebben ontvangen;

verzoekt de regering eigenaren van woningen uit de batch 1581 die al een versterkingsadvies hebben ontvangen eveneens de mogelijkheid te bieden om het versterkingsadvies uit te laten voeren, ook als hun woning volgens de laatste inzichten veilig is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Agnes Mulder, Dik-Faber, Van der Lee, Wassenberg, Bisschop, Sazias en Nijboer.

Zij krijgt nr. 508 (33529).

Gaat u verder.

De heer Jetten (D66):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de afhandeling van schades vooral wordt gekeken naar kwantitatieve aspecten als het aantal geaccepteerde aanbiedingen en de looptijd van een schade;

overwegende dat fatsoenlijke schadeafhandeling ook gaat over kwalitatieve vragen, zoals de wijze waarop mensen worden behandeld en de mate waarin bewoners een vergoeding als ruimhartig ervaren;

overwegende dat inzicht in de mate waarin Groningers zich geholpen voelen door het nieuwe schadeprotocol belangrijk is voor het continu verbeteren van schadeafhandeling;

verzoekt de regering de afwikkeling van schades onafhankelijk en periodiek te evalueren op kwantitatieve en kwalitatieve aspecten en de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten, Agnes Mulder, Dik-Faber en Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 509 (33529).

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Dan wil ik nog kort de minister bedanken voor de beantwoording. Ik denk dat hij in dit debat een aantal zaken heeft kunnen verduidelijken. Voor D66 staat voorop dat alle onveilige huizen worden versterkt en dat we dat zo snel mogelijk doen. We vinden het ook belangrijk dat woningen of gebouwen die al een versterkingsadvies hebben, ook allemaal dat advies kunnen laten uitvoeren. En richting een aantal collega's wil ik zeggen: ja, natuurlijk verdwijnt pas alle onduidelijkheid en onrust als mensen individueel, op adresniveau, voor hun eigen huis weten wat er gaat gebeuren. Maar ik denk wel dat we de afgelopen week voor de grote groepen duidelijkheid hebben kunnen scheppen over de richting die de versterkingsoperatie op gaat. En we hebben de duidelijkheid kunnen scheppen dat de versterkingsoperatie gewoon weer wordt opgepakt, door Rijk en regio samen, voor nieuw perspectief voor Groningen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Agnes Mulder namens het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, dank. Eerst maar eens even de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onduidelijk is of bedrijfsgebouwen boven het Groningenveld veilig zijn;

overwegende dat deze gebouwen, zoals karakteristieke boerenschuren, vaak langlopende schadeprocedures doorlopen;

verzoekt de regering te bekijken of een apart programma nodig is voor het inspecteren en versterken van bedrijfsgebouwen en het in beeld brengen van vervolgschade,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Dik-Faber, Bisschop, Sazias, Nijboer, Beckerman en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 510 (33529).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dank aan de minister voor zijn toezeggingen van vandaag, voor de duidelijkheid deze week voor de 1.588-batch en voor de brief die deze mensen binnen twee weken zullen ontvangen. Fijn dat er ook duidelijkheid is voor de inwoners van de 1.581-batch, waarvoor de brieven op verzoek van de regio iets later de deur uit zullen gaan. Het is ook goed dat de inwoners die onder de 1.581-batch vallen en al wel een versterkingsadvies hebben, naar voren worden gehaald, zoals net door collega Jetten naar voren is gebracht in zijn motie. Die heb ik daarom ook ondersteund. Het is ook van belang dat er een onafhankelijk onderzoek komt. Wat mij betreft mag dat zo breed mogelijk van opzet zijn; dus niet een te krappe populatie interviewen, maar het liefst zo breed mogelijk, want we hebben echt duidelijkheid nodig over hoe het nou gaat.

Voorzitter. Ik snap wel dat vandaag nog niet iedereen op adresniveau weet waar hij aan toe is en dat dat bijdraagt aan het gevoel van onzekerheid dat mensen nog steeds hebben. Ik hoop dat we dat zo snel mogelijk kunnen wegnemen, samen met de regio. Ik hoop dat er goede, heldere, duidelijke afspraken over worden gemaakt en dat we met elkaar de positieve lijn naar boven vinden, ook door het verder naar beneden brengen van de gaswinning. Dat is uiteindelijk waarvoor wij hier strijden in het parlement. Ik hoop op zo veel mogelijk medestanders.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Sazias namens 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Dank, voorzitter. We vinden het heel goed dat er onderzoek komt naar de schadeafhandeling van de oude gevallen. Ik hoop echt dat het goedgemaakt kan worden met de mensen die met een verkeerd en te laag bod zijn afgescheept. Ook dat hoort bij herstel van het vertrouwen.

De dialoog waar we het over gehad hebben, moet echt op een open en eerlijke manier gevoerd worden. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Mijnraad in zijn advies heeft aangegeven dat bij woningen die vallen onder het tweede traject geldt dat gedane toezeggingen niet eenzijdig kunnen worden opgezegd;

overwegende dat het de bedoeling is dat met deze bewoners een dialoog wordt aangegaan over het te volgen traject;

overwegende dat de regering aangegeven heeft het advies van de Mijnraad te volgen;

overwegende dat voor het herwinnen van vertrouwen gelijkwaardigheid van groot belang is;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat deze dialogen zodanig worden gevoerd, dat de betreffende bewoners zich op gelijkwaardige wijze gehoord voelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sazias, Nijboer, Bisschop, Van der Lee, Beckerman, Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Agnes Mulder, Dik-Faber, Kops en Wassenberg.

Zij krijgt nr. 511 (33529).

Dank u wel. De heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over het belang van de kinderen in Groningen. We hebben de afgelopen weken gehoord dat de belangen van de kinderen onvoldoende in het vizier waren van de rijksoverheid. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog geen zorg en voorzieningen zijn, gericht op de bescherming van kinderen tegen de spanningen en stress die de aardgaswinning en versterking met zich meebrengen;

constaterende dat volgens de Kinderombudsman de belangen van kinderen in het Groningse gaswinningsgebied onvoldoende worden meegenomen in beslissingen;

verzoekt de regering om meer aandacht te hebben voor kinderen in het Groningse gaswinningsgebied en hun mentale weerbaarheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Van der Lee, Beckerman, Dik-Faber, Jetten, Agnes Mulder, Yeşilgöz-Zegerius, Bisschop, Nijboer en Sazias.

Zij krijgt nr. 512 (33529).

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Afgelopen week zijn heel veel vragen beantwoord, maar het leek alsof elke beantwoorde vraag weer een nieuwe vraag opriep. Dat maakt, dat roept eigenlijk, dat smeekt toch om een parlementaire enquête. Ik ben bang dat we op een andere manier de onderste steen niet boven kunnen krijgen. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat waarheidsvinding essentieel is met het oog op het werken aan herstel van vertrouwen voor de Groningers;

overwegende dat het hard nodig is dat de Tweede Kamer zich een diepgaand inzicht verwerft in de vraag hoe het gasgebouw vanaf 1963 heeft gefunctioneerd, hoe is omgegaan met risico's en veiligheid van burgers, hoe de politieke besluitvorming is verlopen en wat de invloed en belangen van particuliere bedrijven zijn;

overwegende dat dit inzicht onder andere nodig is om met het oog op de toekomst de juiste maatregelen te treffen en om daaruit lessen voor de toekomst te kunnen trekken;

van mening dat een parlementaire enquête niet mag leiden tot vertraging in schadeherstel of vertraging in het tegengaan van risico's op aardbevingen en mijnbouwschade;

spreekt uit dat een parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen plaats dient te vinden;

verzoekt het Presidium nog dit kalenderjaar voorstellen te doen over de opzet en de vorm van het onderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Van der Lee en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 513 (33529).

Mevrouw Dik-Faber, een korte vraag. Ik kan bijna raden wat u gaat vragen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Toch de vraag aan de heer Wassenberg. Vreest hij niet dat nu juist alle focus is gericht op het nemen van maatregelen die goed zijn voor Groningen — de gaswinning omlaag, de versterking op gang brengen, schadeafhandeling et cetera, et cetera — dit boven de markt gaat hangen en dat het de verkeerde focus neerlegt?

De voorzitter:

Goed, een korte reactie.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dat zou het geval zijn als er in de motie zou staan dat het à la minuut moet gebeuren. Daarom staat er in de motie dat er dit kalenderjaar voorstellen moeten worden gedaan. En dit kalenderjaar duurt nog bijna zes maanden.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat wisten we niet.

Dan ga ik naar mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden die hij heeft gegeven. Volgens mij is er vandaag ook weer veel verduidelijkt. Ik wil hem danken voor een aantal toezeggingen, voor het onderzoek naar de afwikkeling van de oude schade en voor de wijze waarop de dialoog wordt gevoerd met de bewoners.

Ik heb twee moties. Vanwege de beperkte tijd zal ik die nu indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Mijnraad adviseert om binnen de P90-groep de mogelijkheid aan bewoners te geven voor een inspectie en risicoanalyse om vast te stellen of aan de veiligheidsnorm wordt voldaan;

overwegende dat conform het Mijnraadadvies een herijkte versterkingsaanpak omwille van de snelheid waarschijnlijk geen zware, individuele inspectie per woning meer bevat;

overwegende dat veel mensen in onzekerheid verkeren over de veiligheid van hun woning en dat onzekerheid zo snel mogelijk moet worden weggenomen;

verzoekt de regering om bewoners in de P90-groep de mogelijkheid te geven om via een inspectie en risicoanalyse met behulp van de NPER 9998:2018 vast te stellen of aan de veiligheidsnorm wordt voldaan én in het actieplan in september in samenspraak met de regio ook terug te komen op hoe er wordt omgegaan met bewoners die zich onveilig voelen in hun woning die niet in deze groep vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Bisschop, Van der Lee, Nijboer, Beckerman, Sazias en Wassenberg.

Zij krijgt nr. 514 (33529).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De tweede motie is wat korter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ongeveer 70 zorginstellingen wel geïnspecteerd zijn, maar dat er nog geen concrete afspraken zijn over de versterking van de gebouwen;

verzoekt de regering op korte termijn afspraken te maken over de versterking van zorginstellingen en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Bisschop, Wassenberg, Van der Lee, Nijboer, Beckerman en Sazias.

Zij krijgt nr. 515 (33529).

Dan ga ik nu naar de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog één opmerking maken over het onderzoek. Ik heb mijn wensen daarover kenbaar gemaakt, maar zou de minister nog één indringend verzoek willen doen, namelijk of hij het Gasberaad wil laten deelnemen in de begeleidingscommissie van dit onderzoek.

Dan heb ik twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog geen wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de effecten van de mijnbouwschade in Groningen op kinderen;

overwegende dat ook de Kinderombudsman heeft geconstateerd dat er te weinig aandacht is voor de gevolgen van de aardbevingsproblematiek voor kinderen;

overwegende dat ook kinderen te maken hebben met de materiële en immateriële gevolgen van de mijnbouwschade voor henzelf en het gezin waarvan zij deel uitmaken;

verzoekt de regering een opdracht te verstrekken aan een wetenschappelijk instituut om onafhankelijk te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de mijnbouwschade voor het welzijn van kinderen, zoals het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen en mogelijke invloed op schoolprestaties;

verzoekt de regering tevens op basis daarvan ook mogelijke handelingsadviezen te laten opstellen, deze serieus te overwegen en te bezien welke daarvan tot uitvoering kunnen worden gebracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Nijboer, Beckerman, Wassenberg, Jetten, Yeşilgöz-Zegerius, Agnes Mulder, Dik-Faber, Sazias en Stoffer.

Zij krijgt nr. 516 (33529).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het belangrijk is dat er goed wordt nagedacht over het ontwikkelen en uitvoeren van een gebiedsgerichte aanpak en van een nieuw toekomstperspectief voor Groningen;

overwegende dat hierbij ook nationale ondersteuning voor Groningen geboden is;

verzoekt de regering in overleg met de regionale bestuurders te bezien of het wenselijk is om vanuit het Rijk ondersteuning te bieden aan het ontwikkelen van gebiedsgerichte oplossingen en een nieuw perspectief dat duurzaam, sociaal en economisch vitaal is, bijvoorbeeld via de WRR,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 517 (33529).

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Als waarnemer van collega Stoffer vond ik het een goed debat en een goede gedachtewisseling, in mijn beleving hier en daar wel onnodige politisering van de vraagstukken. Mijn beleving is vooral dat iedereen in deze Kamer zoekt naar mogelijkheden om de problemen die in Groningen manifest zijn zo veel mogelijk aan te pakken. Dan zou je daarmee inderdaad een goede basis hebben om elkaar juist te vinden in plaats van elkaar vliegen af te vangen.

Dit gezegd hebbende — gezien mijn leeftijd mag ik dat doen, want ik ben al de oudste hier — heb ik één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat agrarische bedrijven als gevolg van aardbevingsschade en bodemdaling door de gaswinning te maken hebben met lekkende mestkelders, drainageproblemen, verzakkende silo's en andere sectorspecifieke problemen;

overwegende dat ondernemers regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd worden en schadegevallen niet erkend krijgen, terwijl de bijbehorende financiële gevolgen groot zijn;

verzoekt de regering de problemen bij agrarische bedrijven als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld meer aandacht te geven, bijvoorbeeld door het opzetten van een apart programma en het organiseren van regulier overleg tussen vertegenwoordigers van agrarische bedrijven en betrokken instanties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Stoffer, Nijboer, Sazias, Agnes Mulder, Dik-Faber, Jetten en Yeşilgöz-Zegerius.

Zij krijgt nr. 518 (33529).

De heer Bisschop (SGP):

Met name ter wille van de voorzitter heb ik ervoor gezorgd dat er een uiterst evenwichtige ondertekening is door mannen en door vrouwen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Goed, dank u wel. Zo ken ik u. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Yeşilgöz namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik begin met mijn motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de veiligheid in Groningen wordt uitgedrukt in de veiligheidsnorm van 10-5;

overwegende dat zowel de Mijnraad als het SodM vaststelt dat de verwachtingswaarde de correcte maat is om risico's uit te drukken;

overwegende dat er nog onzekerheden in het model zijn en dat SodM vanwege deze onzekerheden stelt dat er boven op de verwachtingswaarde een tijdelijke onzekerheidsmarge (P90) gehanteerd moet worden;

overwegende dat deze onzekerheidsmarge jaarlijks wordt getoetst in het licht van voortschrijdende kennis en dus leidt tot vermindering van onzekerheden;

overwegende dat NAM te allen tijde dient te betalen voor de versterking;

verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat de rekening voor alle huizen die versterkt worden op basis van verwachtingswaarde + onzekerheidsmarge betaald wordt door de NAM,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Yeşilgöz-Zegerius, Jetten, Agnes Mulder, Dik-Faber, Bisschop, Nijboer en Beckerman.

Zij krijgt nr. 519 (33529).

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter. Ik zou eerst graag nog even de minister willen bedanken voor zijn uitvoerige beantwoording. Als je kijkt naar hoeveel moties er vandaag zijn ingediend met heel veel handtekeningen eronder van coalitie tot oppositie, laat dat ook zien dat wij elkaar steeds beter weten te vinden en dat we ook met elkaar steeds beter stappen weten te zetten in Groningen, waarbij we de veiligheid centraal stellen en heel zorgvuldig omgaan met het feit dat er ook verwachtingen zijn gewekt bij mensen. Ik ben ontzettend blij dat de regio en de minister gezamenlijk kijken hoe we daar nou het beste mee verder kunnen, hoe we ervoor kunnen zorgen dat die veiligheid centraal staat en dat mensen op een zorgvuldige wijze geïnformeerd worden.

Ten slotte. Helaas moeten we het hier hebben over beleid en batches en percentages, maar dat doen we, zodat we daarna de gezinnen, de huishoudens daar kunnen helpen. Ik denk namelijk dat eenieder van ons heel goed beseft dat het over mensenlevens gaat en dat we hier juist daarom met elkaar verstandige dingen proberen te doen, zodat de mensen daar er beter van worden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Yeşilgöz. De minister heeft een paar minuten nodig.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Minister Wiebes:

Voorzitter, dan eerst nog drie vragen. De heer Jetten had in eerste termijn gevraagd wat de boodschap was aan mensen die nu een bericht van de Belastingdienst hebben ontvangen. Dit is gewoon te claimen als schade bij de TCMG; in een enkel geval bij NAM, maar dan gaat het om oude schades en zal het een ander geval zijn. Als er nu een bericht komt van de Belastingdienst, zal dat vrijwel zeker, of naar waarschijnlijkheid, een TCMG-geval zijn. Ze weten daar ook van. Daar is een afspraak over.

Mevrouw Mulder stelde ook een heel zinvolle vraag, maar daar komen we nog niet aan toe, want er zijn nog vragen.

De voorzitter:

Ik zou eerst even die vraag beantwoorden.

Minister Wiebes:

Oké. Mevrouw Mulder heeft gevraagd: wat is de afhandeling van de termijn? In de huidige situatie komt 10% van de mensen nu juist bij de arbiter terecht. 4.500 mensen verdwijnen uit het bestand en zouden deels al bij de arbiter hebben kunnen zitten. We moeten de telling dus gewoon even opnieuw maken. Er is een heleboel gebeurd. Een heleboel gevallen zijn verdwenen en er zijn ook weer nieuwe gevallen bij gekomen. We maken de balans op. Dat weten we na de zomer pas.

De heer Van der Lee vraagt of we bij het onderzoek een begeleidingscommissie inrichten en wie daar dan in zit. Dat doen we niet, want een begeleidingscommissie heb je bij een advies of bij een beleidstraject. Dan heb je een begeleidingsgroep. Dat kan, het hoeft niet, maar het is daar nuttig. Dit gaat gewoon om waarheidsvinding: wat is hier aan de hand? Ik heb de toezegging van het Gasberaad dat ook zij mij gevallen aanleveren die wij kunnen identificeren en die we zouden kunnen benaderen. Dat is de rol van het Gasberaad, maar we hebben hier geen begeleidingscommissie. Het gaat hier om waarheidsvinding. Daarna moeten we bedenken wat we ermee moeten. Dat doe ik weer met de regio. Mogelijk is het Gasberaad daar ook bij betrokken, maar ik doe dit in elk geval samen met de regio. Mijn antwoord is dus dat het zo niet in elkaar zit.

Dan was ik aan de moties toe.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman, een korte vraag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het gaat om die Belastingdienstaanslag. U zei: als mensen die in de toekomst krijgen, kunnen ze bij de TCMG terecht. Zei u dat nou? Ik begrijp daar namelijk helemaal niks van.

Minister Wiebes:

Ik was onduidelijk. Als mensen nu te horen krijgen dat ze een bepaalde toeslag niet krijgen, dan zou het kunnen zijn dat dit nieuwe schadegevallen zijn. Dan is het te claimen bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Is het van daarvoor, dan is dat alsnog bij de NAM te claimen, want het hoort gewoon tot de aansprakelijkheid. Het is iets waar je recht op hebt.

De voorzitter:

Is het nu duidelijk, mevrouw Beckerman? Nee? Dan mag u hierover één vraag stellen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ja, maar ik heb er wel meer. Ik heb hier ook schriftelijke vragen over gesteld die nog niet beantwoord zijn. Dat maakt het gewoon ingewikkeld omdat we acht weken met reces gaan. De vraag is: hoe zit het dan? Er zijn ook mensen die dit bijvoorbeeld bij de compensatie hebben gekregen. Die loopt via SNN. Dat gaat over de waardevermeerderingsregeling. Mensen weten dat niet en krijgen €4.000. Daarover kregen ze €1.500 belastingheffing. Dat konden ze simpelweg niet betalen. Kunnen ze dat alsnog verhalen bij SNN? Ik heb een voorbeeld in mijn zwartboek; dan kunt u het nalezen. Bent u bereid om die mensen hierbij te helpen? U kunt het nalezen op pagina 9, het geval van Koos en Aly Prak. Zij zitten wel echt in de ellende hierdoor. Dit zijn mensen ...

De voorzitter:

De minister.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ja, maar ik wil wel weten hoe dit zit.

Minister Wiebes:

Dat is echt een heel ander geval. Het wordt nu te veel een fiscaal spreekuur. Dit is weer echt een ander punt. Zal ik proberen dit in de schriftelijke behandeling mee te nemen, desnoods kunstmatig? Het gaat echt om iets anders. Maar ik zal proberen om deze vraag in die beantwoording mee te nemen.

De voorzitter:

Ja. Als u hierover schriftelijke vragen heeft gesteld, horen daar ook schriftelijke antwoorden op te komen, mevrouw Beckerman. Ik ga door naar de heer Jetten.

Minister Wiebes:

Ik zeg bovendien toe dat ik dit aan de schriftelijke antwoorden toevoeg.

De voorzitter:

Ja, en ook de bladzijde waar mevrouw Beckerman heeft verwezen. Volgens mij was het pagina 29.

Mevrouw Beckerman (SP):

Pagina 9.

De voorzitter:

Pagina 9. Zo. Dan staat dat ook in de Handelingen. Meneer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Dank u wel, voorzitter. Om het even heel precies te snappen: als je toeslagen misloopt doordat je een schadeclaim uitbetaald hebt gekregen, is het mislopen eigenlijk een gevolgschade en die gevolgschade kan je dan weer claimen bij of de NAM of de tijdelijke commissie?

Minister Wiebes:

Ja.

De heer Jetten (D66):

Heel fijn. Ik denk dat dat een hele hoop mensen in Groningen geruststelt. Dank u wel.

De voorzitter:

Dan de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank. Geen begeleidingscommissie begrijp ik, maar kunt u dan op zijn minst toezeggen dat u het Gasberaad ook betrekt bij de opzet van het onderzoek en dan niet alleen voor het aanleveren van cases?

Minister Wiebes:

De commissaris en ik hebben al met hen gesproken en er is verder contact, niet alleen over het aanleveren van gegevens.

De voorzitter:

Goed. Dan gaat u nu naar de moties.

Minister Wiebes:

Ja, ik ga naar de moties. De motie op stuk nr. 504. De heer Nijboer en anderen vragen om iedere Groninger een mogelijkheid te bieden. Nee, dat gaat mij dan weer te ver. Het Mijnraadadvies is daar helder over. Iedereen die in die tussengroep zit, moet de gelegenheid krijgen om een toets te laten doen. Daar gaat de motie op stuk nr. 514 over. Maar "iedere" Groninger is te grof gesteld.

De heer Nijboer (PvdA):

Mensen gaan echt niet voor de lol hun huis laten inspecteren. Dit gaat over mensen die zorgen hebben over hun veiligheid. Juist uit de Mijnraadstukken kwam dat dat over de hele provincie het geval is. Dat is juist niet alleen dicht bij Loppersum, maar dat is overal verspreid. Ik zou daar toch een soort garantie willen, vanwege het veiligheidsgevoel van mensen. Door de onduidelijkheid die er is, is het toch geen heel gek verzoek aan de overheid om als mensen zich niet veilig voelen de mogelijkheid te bieden om die inspectie te doen? Ik verwacht echt niet dat honderden Groningers dat heel graag willen, maar er zijn heel veel mensen die zich heel erg zorgen maken.

Minister Wiebes:

Ik ga niet voordat ik met de regio heb gesproken over uitvoering van het Mijnraadadvies eenzijdig hier een motie naar mij toehalen die daar tegenin gaat. Ik kan de heer Nijboer wel in overweging geven om haar aan te houden en erop terug te komen bij de behandeling van de aanpak. Maar ik heb afspraken met de regio om dat samen uit te zoeken. Het moet ook nog allemaal kunnen. Er zitten er tussen de 6.000 en 7.000 mensen in de resterende groep die volgens het Mijnraadadvies dit recht zou moeten hebben, maar er staan zo 200.000 huizen in de provincie Groningen. Dat is dus een heel andere orde van grootte. Voordat we zoiets even makkelijk op een achternamiddag doen, ga ik er echt met de regio over praten. Ik onraad haar dus, tenzij de heer Nijboer bereid is om haar aan te houden. Dan kunnen we er op een later momenten over komen te spreken.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik houd haar niet aan, voorzitter. Ik vind echt dat mensen deze zekerheid geboden moet worden.

De voorzitter:

Goed. Dan komt de motie in stemming.

Minister Wiebes:

Dan de tweede motie, de motie op stuk nr. 505. Die moet ik ook ontraden. Ik heb nu een Mijnraadadvies gevraagd, van de beste specialisten van Nederland. Ik ga daarmee aan de slag en ik moet nog uitwerken hoe dat kan. Dat is nog ingewikkeld genoeg.

Dan de motie op stuk nr. 506. Over een generaal pardon hebben wij gesproken. Ik moet die motie ontraden. Daar is het eerder over gegaan in het debat.

De motie op stuk nr. 507 van mevrouw Beckerman vraagt om zo snel mogelijk over te gaan tot. Dat is nou net wat ik met de regio onderzoek. Daar zitten ook keuzemogelijkheden in. Die aanpak is in september bekend en niet nu. Die afwegingen moeten we nog kunnen maken, ook met de regio. De volgordekwestie is daar natuurlijk aan de orde. Overigens, als het gaat om versterking op basis van veiligheid moet de NAM altijd betalen.

De voorzitter:

Wat is uw oordeel?

Minister Wiebes:

Ik ontraad de motie daarmee.

Dan de motie op stuk nr. 508. Die gaat over de mensen uit de batch hierna, die al een versterkingsadvies hebben ontvangen. Het gaat om een zeer beperkt aantal, maar ik laat de motie aan het oordeel van de Kamer.

De motie op stuk nr. 509 van de heer Jetten en anderen vraagt om een periodieke evaluatie van de afwikkeling van schades. Dat is zinvol. Ik laat die motie aan het oordeel van de Kamer.

Dan een motie van mevrouw Mulder, de motie op stuk nr. 510, waarin wordt gevraagd om te bezien of een apart programma nodig is. Dat lijkt mij een relevante vraag. Ik laat deze motie oordeel Kamer.

Mevrouw Sazias wil een gelijkwaardige dialoog. Het is onmogelijk om daartegen te zijn. Het is een sympathieke oproep. Ik laat het oordeel over deze motie, de motie op stuk nr. 511, aan de Kamer.

In de motie op stuk nr. 512 staat een oproep om meer aandacht voor kinderen te hebben. Het oordeel over die motie, van de heer Wassenberg, laat ik ook aan de Kamer.

Over de motie op stuk nr. 513 hoef ik volgens mij niets te zeggen.

De motie op stuk nr. 514 is in lijn met het advies van de Mijnraad waar het gaat om de mogelijkheid van een inspectie. Ik wil wel vragen aan de indienster, mevrouw Dik-Faber, of ik in samenwerking met de regio eventueel kan komen tot een toets met een kortere doorlooptijd of een verstandiger opzet. Wij denken namelijk aan tafel aan een lichte toets die mensen zekerheid geeft, die toelichting geeft, maar die niet tot een administratief monstrum moet uitgroeien. Ik wil dus die ruimte graag hebben, maar mét die ruimte laat ik de motie over aan het oordeel van de Kamer. Zonder die ruimte ga ik er heel erg over zitten piekeren, want dan kom ik in de problemen met mijn afspraken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb snel gekeken naar mijn mede-indieners. Het zijn er wel heel veel, dus ik kon ze niet allemaal aankijken, maar volgens mij zaten we allemaal te knikken.

Minister Wiebes:

Oké. En als het precies zo moet, wordt het precies zo, maar daar moeten we nou net nog even naar kijken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 515.

Minister Wiebes:

In de motie op stuk nr. 515 wordt de regering verzocht op korte termijn afspraken te maken over de versterking van zorginstellingen. Die motie van mevrouw Dik-Faber laat ik over aan het oordeel van de Kamer.

De indiener Van der Lee verzoekt in zijn motie op stuk nr. 516 de regering ook mogelijke handelingsadviezen te laten opstellen. Die motie laat ik ook over aan het oordeel van de Kamer.

In zijn motie op stuk nr. 517 vraagt de heer Van der Lee de regering in overleg met de regionale bestuurders te bezien of het wenselijk is om ondersteuning te bieden. Dat is iets anders dan de vraag die hij mij stelde. Dat "in overleg met regionale bestuurders bezien of" vind ik een oproep die ik goed begrijp. Die laat ik aan het oordeel van de Kamer.

De motie-Bisschop op stuk nr. 518 gaat over agrariërs. Ook die motie laat ik over aan het oordeel van de Kamer.

De laatste motie, op stuk nr. 519, van mevrouw Yeşilgöz, gaat over die tussengroep. Daarvan is het belangrijk dat daar een beroep wordt gedaan op aansprakelijkheid in het kader van veiligheid. Ik ondersteun deze motie en laat haar aan het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het eind gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we vanavond, of vannacht, stemmen. Ik dank de Kamerleden en de staatssecretaris.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

De minister!

De voorzitter:

Ja, de minister! Ik denk nog aan de oude situatie. De minister; zeker. Dank u wel, mevrouw Yeşilgöz. We gaan straks, na de schorsing, verder met het debat over de Gaswet.

De vergadering wordt van 19.44 uur tot 20.15 uur geschorst.