Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 51

51 Inburgering en integratie

Aan de orde is het VAO Inburgering en integratie (AO d.d. 4/7).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Inburgering en integratie. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Paternotte van de fractie van D66. Het woord is aan hem. Ik vraag de deelnemers om beknopt te zijn en als het even kan kort en puntig. Dat geldt straks ook voor de minister. Het woord is aan de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Voorzitter. Wij hebben een goed algemeen overleg gehad over inburgering van nieuwkomers. Vandaag is het VAO over het flink op de schop nemen van dat stelsel voor nieuwkomers. Daarbij denk ik gek genoeg vooral aan een vertrekker. D66 heeft namelijk vier integratiewoordvoerders in drie jaar gehad, maar er was één stabiele factor die in die jaren honderden moties, vragen en speeches heeft geschreven over het oude inburgeringsstelsel en die, dat vinden wij tenminste, er echt aan heeft bijgedragen dat er een politiek draagvlak voor een nieuw stelsel ligt, en dat is Maaike Zeeuw. Ik weet niet zo goed hoe ik het straks zonder haar moet doen, dus ik wil de collega's vragen om daar na het reces geen misbruik van te maken. Haar standaardfrase "ja, maar de Grondwet dan?" gaan we inlijsten. Maaike, dank je wel!

Voorzitter, dan de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige inburgeringsstelsel te ingewikkeld en niet effectief is gebleken;

van mening dat er ook voldoende aandacht moet zijn voor de groep inburgeraars die hier niet van profiteren omdat zij nog onder het oude stelsel vallen;

overwegende dat gemeenten verschillende elementen van het nieuwe stelsel al in de praktijk kunnen brengen, en sommigen dat ook doen, zoals met het ontzorgen van statushouders en het maken van persoonlijke plannen voor zo snel mogelijke integratie;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met gemeenten om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk beleidsvoornemens al binnen de kaders van de huidige wet uitgevoerd kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Segers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 224 (32824).

De heer Paternotte (D66):

We denken hierbij bijvoorbeeld aan een gemeente als Rotterdam, die reeds het ontzorgen in de praktijk brengt, of Amsterdam, waar al bij het begin wordt gewerkt met een persoonlijk plan voor iedere vluchteling om te zorgen dat zij zo snel mogelijk meedoen aan het werk of naar school gaan.

Dank u wel.

De voorzitter:

Prima. De heer Özdil van GroenLinks.

De heer Özdil (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Allereerst wil ik mijn collega's bedanken voor het constructieve debat dat we hebben gehad. Ook wil ik de minister namens mijn fractie nogmaals bedanken voor zijn mooie ambities om het publieke belang weer terug te brengen in het inburgeringsstelsel. Om die ambities verder vorm te geven dien ik twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister in 2020 een nieuw inburgeringsstelsel introduceert;

constaterende dat in het nieuwe stelsel gemeenten zeggenschap krijgen betreffende het selecteren van taalaanbieders;

overwegende dat het huidige stelsel gemeenten verbiedt om taaltrajecten voor inburgeraars in te kopen;

verzoekt de regering om te onderzoeken op welke manier gemeenten inburgeringsplichtigen die nog niet aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan kunnen ondersteunen bij het vinden van een passende taalaanbieder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Özdil en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 225 (32824).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

accepterende dat mbo-niveau 1 in tegenstelling tot de hogere mbo-niveaus niet leidt tot het voldoen aan de hele inburgeringsplicht;

constaterende dat inburgeraars die een mbo-1-niveau-opleiding volgen verplicht het onderdeel loopbaan en burgerschap succesvol moeten afronden;

constaterende dat het onderdeel "loopbaan en burgerschap" studenten op een "volwaardige deelname aan de maatschappij" voorbereidt en inhoudelijk identiek is aan het verplichte onderdeel van de inburgering "Kennis Nederlandse Maatschappij";

constaterende dat inburgeraars die een mbo-niveau-1-opleiding volgen al een vakrichting gekozen hebben, zich met behulp van een leerwerkbaan of verplichte stage al voluit oriënteren op de arbeidsmarkt in dat vak, en loopbaanbegeleiding onderdeel is van "loopbaan en burgerschap";

constaterende dat dit tezamen het inburgeringsonderdeel "Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt" overbodig maakt;

overwegende dat inburgeraars erbij gebaat zijn om zo snel mogelijk de inburgering af te ronden zodat zij kunnen participeren in de maatschappij;

verzoekt de regering inburgeraars die een mbo-1-niveau-traject succesvol afronden vrij te stellen van examinering betreffende KNM en ONA,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Özdil. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 226 (32824).

De heer Gijs van Dijk van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. We hebben gisteren een goed algemeen overleg gehad over het inburgeringsbeleid, dat nu een nieuwe weg in en de goede kant op gaat. Het leren kennen van de Nederlandse kernwaarden en de verzorgingsstaat is cruciaal. Ik steun daarom van harte de motie die straks wordt ingediend door de heer Segers en de heer Heerma. Ik heb ook een eigen motie en die gaat erover dat werk de beste vorm van integratie is.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat iedereen zeker moet kunnen zijn van een kans op werk;

constaterende dat aan het werk gaan de beste vorm van integratie is;

overwegende dat werkgevers aangeven niet altijd voldoende te worden ondersteund bij het aan het werk helpen van statushouders;

verzoekt de regering om met werkgevers, inclusief uitzendbranche en sociale werkbedrijven, in gesprek te gaan hoe zij beter ondersteund kunnen worden door gemeenten en rijksoverheid om statushouders aan het werk te helpen, met oog voor een goede begeleiding van deze statushouders en het ontzorgen van werkgevers en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 227 (32824).

Dan mevrouw Becker van de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Met het oog op de tijd begin ik meteen met mijn motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voorstelt gemeenten meer regie te geven over de uitvoering van het inburgeringstraject;

van mening dat gemeentelijke regie niet vrijblijvend mag zijn;

verzoekt de regering er via prestatiebekostiging voor te zorgen dat gemeenten van iedere inburgeraar vragen tijdig de taal te leren, aan het werk te gaan en onze vrije waarden te omarmen;

verzoekt de regering tevens er via niet vrijblijvende afspraken voor te zorgen dat gemeenten voor iedere inburgeraar:

  • -ontzorging by default aanbieden;

  • -consequenties aan verwijtbaar niet-inburgeren verbinden, zoals korten op de uitkering;

verzoekt de regering voorts daarbij afspraken te maken over de taaleis en tegenprestatie, met bijzondere aandacht voor voormalig inburgeraars die nu in de Participatiewet zitten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Becker en Pieter Heerma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 228 (32824).

De heer De Graaf van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer De Graaf (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Een korte opmerking vooraf, naar aanleiding van het AO van gisteren. Wat we zien, is dat we in een soort transitie zitten en dat deze minister die transitie wil gaan volbrengen. In Rutte I, van VVD, CDA en PVV, hadden we nog een heel mooie wet, waarin de bescherming van de Nederlandse superieure waarden en cultuur centraal stond. Waar we nu naartoe gaan, is Nederland als doorgangshuis, een sociaal plan voor half Afrika en het halve Midden-Oosten en ongeveer een generaal pardon voor iedereen die hier al is en eigenlijk hier niet had mogen zijn. Daarom de volgende motie, om de minister een klein zetje in de goede richting te geven.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog steeds geen effectieve plannen heeft gemaakt voor een grote groep inburgeraars die analfabeet zijn, analfabetisme voorwenden of om andere redenen het inburgeringstraject niet binnen de door de wet gestelde tijd afronden;

overwegende dat Nederland geen enkel belang heeft bij het hier houden van talloze falende inburgeringsklanten;

verzoekt de regering handhaving van inburgerfalen ter hand te nemen, geen generaal inburgeringspardon in te stellen en alle inburgerfalers het land uit te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 229 (32824).

Dank u wel. Dan de heer Jasper van Dijk van de fractie van de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nieuw inburgeringsbeleid in de maak is, maar dat de bestaande gevallen nog altijd te maken hebben met het huidige inburgeringsbeleid;

overwegende dat een aantal inburgeraars niet-verwijtbaar met schulden en boetes is geconfronteerd, terwijl dit beleid wordt afgeschaft;

verzoekt de regering mensen die niet-verwijtbaar met schulden en boetes te maken hebben, opnieuw te beoordelen op basis van het nieuwe beleid en waar mogelijk deze kwijt te schelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 230 (32824).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op het gebied van inburgering en taalonderwijs geen eisen worden gesteld aan arbeidsmigranten uit EU-landen;

van mening dat integratie en participatie voor deze groep lastig worden bereikt en dat het in een werkomgeving zelfs tot gevaarlijke situaties kan leiden vanwege taalproblemen;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze taalonderwijs aan arbeidsmigranten uit EU-lidstaten kan worden aangeboden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 231 (32824).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het roer omgaat in het beleid rond inburgering;

van mening dat goede arbeidsvoorwaarden van docenten inburgering daarbij cruciaal zijn;

verzoekt de regering een stevige positie en goede arbeidsvoorwaarden van docenten inburgering als inzet te nemen bij de uitwerking van het nieuwe beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 232 (32824).

Dan de heer Öztürk van DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Dank u wel, voorzitter. Voor een goede integratie en participatie heb je ook wederzijdse acceptatie nodig. Om dat te bewerkstelligen heb ik een motie om dat in beleid vast te leggen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie-Blok al in 2004 stelde dat "veel mensen met een migratieachtergrond zich wel geïntegreerd voelen, maar niet geaccepteerd";

overwegende dat participatie onmogelijk is zonder acceptatie;

verzoekt de regering om wederzijdse acceptatie een onlosmakelijk en integraal onderdeel te laten uitmaken van het integratiebeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 233 (32824).

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Segers van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dank, meneer de voorzitter. Ik heb een motie op het belangwekkende punt van culturele integratie en inburgering.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote verschillen bestaan in de wijze waarop gemeenten nieuwkomers voorbereiden op het ondertekenen van de participatieverklaring;

constaterende dat er gemeenten zijn, zoals de gemeente Leiden, die hier serieus werk van maken en een uitgebreid programma hebben ontwikkeld om nieuwkomers te introduceren in de Nederlandse samenleving en haar normen en waarden;

overwegende dat het cruciaal is dat nieuwkomers niet alleen in economisch en sociaal, maar ook in mentaal opzicht inburgeren waarbij onze rechtsstaat en haar vrijheden omarmd worden;

overwegende dat het voor de culturele inburgering van nieuwkomers niet wenselijk is dat er grote (kwaliteits)verschillen bestaan en dat gemeenten in staat moeten worden gesteld om een zo optimaal mogelijk inburgeringstraject aan te bieden;

verzoekt de regering om in overleg met de VNG te zorgen voor de best mogelijke culturele inburgering in alle gemeenten en voor een adequaat aanbod van materiaal voor gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Segers en Pieter Heerma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 234 (32824).

Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de minister de moties reeds becommentariëren? Kan hij alvast beginnen? Ja, we proberen we het gewoon. Gaat uw gang. Terwijl u praat komen de moties die u nog niet heeft, uw kant op.

Minister Koolmees:

Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Kamer voor het uitstekende debat van gisteren en voor de vele complimenten. Nogmaals dank daarvoor. Ik ga er snel doorheen.

De motie op stuk nr. 224 van de heer Paternotte verzoekt de regering om in gesprek te gaan met gemeenten om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk beleidsvoornemens al binnen de kaders van de huidige wet kunnen worden uitgevoerd. Dan ben ik inderdaad van plan. Deze motie geef ik graag oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 225 van de heren Özdil en Gijs van Dijk verzoekt de regering om te onderzoeken op welke manier gemeenten inburgeringsplichtigen die nog niet aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan, kunnen ondersteunen bij het vinden van een passende taalaanbieder. Deze motie geef ik graag oordeel Kamer.

Over de motie op stuk nr. 226 van de heer Özdil heb ik wat minder positief nieuws. Dat heb ik gisteren ook al in het AO gewisseld. We hebben nu een onderscheid tussen mbo-1-niveau en mbo-2-niveau. Door experts is daar goed naar gekeken. Dat is al tot stand gekomen en daarom moet ik deze motie ontraden.

De heer Özdil (GroenLinks):

Voorzitter, mijn motie op stuk nr. 226 houd ik graag aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Özdil stel ik voor zijn motie (32824, nr. 226) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 227 is van de heer Gijs van Dijk en gaat over het ondersteunen van werkgevers. Als ik haar zo mag interpreteren dat ik haar ook breder mag inzetten als het gaat om de verdere integratie en de arbeidsmarktaanpak, dan geef ik haar graag oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 228 van mevrouw Becker en de heer Heerma verzoekt de regering om afspraken te maken met de gemeente. Ik ga inderdaad gesprekken aan met de gemeenten om te komen tot het implementeren van de nieuwe inburgeringsplannen. Deze uitgangspunten zijn zeer zeker belangrijke uitgangspunten. Daarom geef ik haar oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 229 van de heer De Graaf verzoekt de regering handhaving ter hand te nemen, geen generaal inburgeringspardon in te stellen en inburgerfalers het land uit te zetten. Deze motie moet ik ontraden. De derde afweging kan ook niet. Dat heb ik ook laten weten bij mijn toelichting op de motie-Heerma.

De motie op stuk nr. 230 van de heer Jasper van Dijk verzoekt de regering mensen die niet-verwijtbaar met schulden en boetes te maken hebben, opnieuw te beoordelen op basis het nieuwe beleid en waar mogelijk deze schulden en boetes kwijt te schelden. Deze motie moet ik ontraden. Ik heb in het AO aangegeven dat we ook naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraken van de Raad van State samen met DUO aan het kijken zijn naar niet-verwijtbare effecten. Er bestaan ook procedures voor bezwaar en beroep. Die worden ook gevolgd, maar deze algemene lijn kan ik helaas niet uitvoeren. Daarom moet ik haar ontraden.

De motie op stuk nr. 231 van de heer Jasper van Dijk verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze taalonderwijs aan arbeidsmigranten uit EU-lidstaten kan worden aangeboden. Dit is al staand beleid. Dit kan al. Daar is ook geld voor beschikbaar. Daardoor is het overbodig om dit te onderzoeken, want het geld is er al. Het beleid bestaat ook al.

De voorzitter:

"Overbodig" wil zeggen?

Minister Koolmees:

Ontraden. Sorry, "overbodig" mag niet, meer geloof ik.

De voorzitter:

Het mag wel, maar er moet altijd iets achteraan.

Minister Koolmees:

Ja. De motie op stuk nr. 232 van Jasper van Dijk verzoekt de regering een stevige positie en goede arbeidsvoorwaarden van docenten inburgering als inzet te nemen bij de uitwerking van het nieuwe beleid. In zijn algemeenheid vind ik goede arbeidsvoorwaarden altijd belangrijk, maar het gaat natuurlijk ook over onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Daarbij zie ik geen rol voor de minister van Sociale Zaken. Daarom moet ik deze motie ook ontraden.

De motie op stuk nr. 233 van de heer Öztürk verzoekt de regering om wederzijdse acceptatie een onlosmakelijk en integraal onderdeel te laten uitmaken van het integratiebeleid. Dat vind ik een ingewikkelde motie, want daar voer ik geen beleid op. Daarom moet ik deze motie ontraden, alhoewel ik het wel met de algemene lijn eens ben. Dat heb ik ook al tegenover de heer Kuzu aangegeven. Ik heb hier geen beleid op te voeren.

De laatste motie is de motie op stuk nr. 234 van de heer Segers. Ik zie dat de heer Öztürk naar voren komt lopen. Dan moeten we altijd even wachten.

De voorzitter:

Dan wachten we altijd even. De heer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):

Ik begrijp dat de minister daar nog geen beleid op voert, maar de bedoeling is dat wij of de Kamer u zover krijgen om daar wel beleid op te kunnen voeren. Als u daar positief tegenover staat, bent u dan bereid om een onderzoek te doen of een notitie te maken inzake wederzijdse acceptatie?

Minister Koolmees:

Ik vind het ingewikkeld om het concept "wederzijdse acceptatie" te vangen in beleid. Daarom blijf ik toch bij mijn oordeel: ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 234.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 234 is van de heren Segers en Heerma. Zij verzoekt de regering om in overleg met de VNG te zorgen voor de best mogelijke culturele inburgering. Dat ben ik zeer met de indieners eens. Dat ga ik doen. Oordeel Kamer.

Dat was het voorzitter, in een razend tempo.

De voorzitter:

Ja, dank u wel. Dat waardeer ik enorm. De complimenten voor uw beknoptheid. De heer Van Dijk wil nog terugkomen op moties die we al enige tijd geleden hebben besproken.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Waarvoor mijn dank, voorzitter. Nog heel even over de motie op stuk nr. 231. Als ik het dictum wijzig in "taalonderwijs aan arbeidsmigranten uit EU-lidstaten te stimuleren", kan de minister daar dan mee leven?

Minister Koolmees:

Ik waardeer de poging van de heer Van Dijk. Er is dus budget beschikbaar. De mogelijkheden zijn er al, zoals taalbuddy's en taalcursussen. Wat ik voor u kan doen — dat zeg ik u toe en dan zou ik u willen vragen om de motie aan te houden — is op schrift zetten wat daar precies gebeurt en of er inderdaad behoefte is om dat breder bij gemeenten te verspreiden. Als u de motie aanhoudt, dan geef ik de toezegging dat ik na de zomer een kort briefje daarover stuur.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Op dit tijdstip ben ik in een schappelijke bui.

Minister Koolmees:

Ik ook.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

We moeten de vergaderingen vaker zo laat houden!

Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (32824, nr. 231) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan wij verder met het volgende VAO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.