Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 50

50 Moties en toezeggingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen

Aan de orde is het VSO Moties en toezeggingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen inzake de passage over de werkzame stoffen thiram en diquat (27858, nr. 429).

De voorzitter:

We gaan door met het volgende debat en dat is het VSO over moties en toezeggingen op het gebied van gewasbeschermingmiddelen inzake de passage over de werkzame stoffen thiram en diquat. We hebben twee sprekers van de zijde van de Kamer. 50% daarvan staat nu al achter het spreekgestoelte en dat is de heer Von Martels van het CDA. Het woord is aan hem.

De heer Von Martels (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Het is inmiddels niet vijf voor twaalf, maar vijf over twaalf. Ik heb de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Ctgb in het kader van de REFIT van de gewasbeschermingsmiddelenverordening in zijn jaarverslag 2017 aangeeft dat voor de herbeoordeling van een werkzame stof de verordening in overeenstemming dient te worden gebracht met de praktijk voor wat betreft de tijdslijnen;

verzoekt de regering een inspanning te verrichten om in aansluiting met het advies van het Ctgb voor lopende en toekomstige beoordelingen een inspanning te verrichten dat informatie, waarvan het ontbreken niet eerder naar voren kwam, kan worden aangeleverd bij de beoordeling door EFSA,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Von Martels en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 431 (27858).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Om welke informatie gaat het dan? Gaat het om informatie van de bedrijven zelf die dan ad hoc nog met allerlei veldproeven beginnen? Of gaat het om álle informatie, die ook door onafhankelijke wetenschappers kan worden aangedragen? Waar doelt het CDA op met deze motie?

De heer Von Martels (CDA):

De vraag is duidelijk, maar u geeft er zelf ook al het antwoord bij. Het gaat om alle studies die extra informatie kunnen verschaffen, dus nieuwe studies die op dit moment nog niet beschikbaar zijn maar op een bepaald moment wel naar voren komen. Het gaat dus, zeg maar, om nieuwe inzichten waarvan we in ieder geval willen dat het Ctgb die aandraagt voor de EFSA.

De voorzitter:

Perfect. Dank voor uw bijdrage. Het woord is aan mevrouw Ouwehand van de fractie van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. In Europa gaat de EFSA over de beoordeling van bestrijdingsmiddelen, van landbouwgif. Die middelen moeten af en toe opnieuw beoordeeld worden. En nu blijkt dat eerder toegelaten middelen diquat en thiram toch grotere gevaren voor mens en dier opleveren dan eerder gedacht. En dus zegt de minister, in lijn met wat de meerderheid hier in de Kamer altijd zegt: als de EFSA tot die conclusie komt en het Ctgb ook, dan steunen we een voorstel voor het niet vernieuwen van de toelating. Dank daarvoor.

Ik begrijp uit de beantwoording van de minister dat de betreffende bedrijven zich daar niet bij neerleggen en zeggen: nou, maar wij gaan nieuwe veldproeven doen. Dan komt er dus nieuwe informatie vrij. De minister heeft gezegd: daar kunnen we niet voortdurend rekening mee houden. Mijn vraag zou zijn: houdt de minister die lijn vast? Want als ik de motie van het CDA zo hoor, dan lijkt het erop dat het CDA probeert om oneindig de deur open te houden voor nieuwe informatie die van de bedrijven zelf moet komen. Als dat zo is, hoelang zou de minister dat dan voor zich zien? Ik zou haar willen steunen in de lijn die ze tot nu toe heeft ingezet en haar willen oproepen om de deur niet open te zetten voor bedrijven die met eigen veldproeven oneindig lang de deur open kunnen laten door te zeggen: er komt misschien nog meer informatie aan, dus dit besluit kan nu nog niet vallen.

Voorzitter, en dan heb ik niet eens een motie. Dat scheelt er weer een voor de stemmingen vanavond.

De voorzitter:

U haalt me wel een beetje uit mijn ritme op deze manier, want dat zijn we niet van u gewend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zie het; u bent helemaal van slag. Dank u wel.

De voorzitter:

En dat na twaalven. Het woord is aan de minister, die meteen antwoord kan geven, de motie kan becommentariëren en de vraag van mevrouw Ouwehand kan beantwoorden. Het woord is aan haar.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. Staat u mij ook toe om de leden van de commissie te bedanken voor dit parlementaire jaar. Want wij zijn natuurlijk bijna klaar, of u bent bijna klaar. Het was een mooi en bijzonder jaar.

Dan de motie van de heer Von Martels en mevrouw Lodders. Die vraagt om voor lopende en toekomstige beoordelingen een inspanning te verrichten over het aanleveren van informatie. Op dit moment is het niet mogelijk om gedurende het beoordelings- en het besluitvormingsproces aanvullende informatie in te dienen, tenzij de rapporterende lidstaat of de Europese Commissie daar expliciet om vraagt. Dat staat in de verordening en dat ligt daarin vast. Dus voor lopende beoordelingen kan ik dat niet doen, want zo is het gewoon vastgelegd in de verordening. Wat betreft de toekomstige informatie zeg ik: we hebben gewoon een proces daarin afgesproken.

Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik gelijk ook maar: op het moment dat er een beoordeling van een werkzame stof plaatsvindt, pakt ook de EFSA dat op, en ook het Ctgb gaat er daarna weer naar kijken. Dat zijn de momenten waarop er ook elke keer weer nieuwe inzichten bij betrokken worden en waarop er ook besluitvorming plaatsvindt. Dat heeft nu ook plaatsgevonden rondom thiram en diquat, of daar zij we op dit moment mee bezig. Dus dat hangt ook gewoon samen met de hele beoordelingssystematiek. Toekomstige onderzoeken worden daar weer bij betrokken. Als er weer een beoordelingsproces loopt, worden daar de nieuwste inzichten bij betrokken.

Dus voor de toekomstige beoordeling kan ik het wel doen, maar voor de lopende niet. Want dan moet ik de verordening gaan aanpassen, en dat gaat niet zomaar lukken. Als de heer Von Martels dus bereid is om zijn motie aan te passen zodanig dat het daarin gaat over toekomstige beoordelingen, dan kan het wel. Maar bij de lopende beoordelingen kan dat op dit moment niet. Dus dan is het: ontraden.

De heer Von Martels (CDA):

Het enige wat ik in die motie vraag, is om een inspanning te verrichten om dat wel te doen. Daar gaat het eigenlijk om, om die inspanning. Hoe u die inspanning invult laat ik geheel aan u over. Maar als u de motie goed leest, ziet u dat het woord "inspanning" het enige is waar wij een verschil van mening over hebben. Als u moeite zou willen doen om die te getroosten, zou ons dat verder helpen.

Minister Schouten:

Maar dan is het een inspanning die nergens op gericht is. Want op het moment dat er een beoordeling loopt, mag die informatie niet meer betrokken worden. Dan is er een beoordelingsproces en heb ik heel veel inspanningen gedaan om informatie aan te leveren, maar dan wordt het toch niet betrokken. Dus dat is niet zo zinvol. Het enige wat de heer Von Martels wel kan vragen is het volgende. Op het moment dat er nieuwe inzichten zijn en er een toekomstige beoordeling is, wordt die informatie weer betrokken en dan kan ik ook wel kijken of ik die bij elkaar kan zetten en er een nietje doorheen kan doen. Maar voor lopende zaken heeft het echt geen zin, want die informatie kan er niet bij betrokken worden.

De voorzitter:

Maar de vraag was, meneer Von Martels, of u bereid bent uw motie aan te passen. Ik begrijp dat dat niet het geval is.

De heer Von Martels (CDA):

Dat wil ik even overleggen met de mede-indiener. Dan zullen we er iets over zeggen.

De voorzitter:

Maar u weet dat we vannacht nog over die motie moeten gaan stemmen, dus u gaat de Griffie heel nerveus maken ...

De heer Von Martels (CDA):

Nee, dat kunnen we binnen twintig seconden beslissen.

De voorzitter:

Dat moet u dan wel communiceren met de Griffie, want een en ander moet dan weer worden rondgestuurd et cetera.

Minister Schouten:

Als de motie wordt aangepast in de zin van "over toekomstig", dan kan ik haar aan het oordeel van de Kamer laten. Zoals het er nu staat moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:

Meneer Von Martels, hom of kuit?

De heer Von Martels (CDA):

Gezien de beantwoording van de minister is het, denk ik, toch wijs om de motie nog even aan te houden en haar op een later moment misschien alsnog in te dienen. Voortschrijdend inzicht zal dan misschien blijk geven ...

De voorzitter:

U heeft een heel reces om erover na te denken.

Op verzoek van de heer Von Martels stel ik voor zijn motie (27858, nr. 431) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Tot zover dit debat. We gaan er vannacht nog over stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.