Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 48

48 Nederlandse inzet in Afghanistan

Aan de orde is het debat over de Nederlandse inzet in Afghanistan.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de Nederlandse inzet in Afghanistan. Vanavond is de plenaire afronding in één termijn. Ik heet de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van harte welkom en geef de heer Ten Broeke namens de VVD het woord.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Nederlandse militairen hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan een veiliger Afghanistan, in ons belang, om ons in Nederland te behoeden voor internationaal terrorisme, door de inzet van commando's tijdens Enduring Freedom, F-16's boven en een pantserhouwitser richting Chora, infanterie in Uruzgan en politietrainers in Kunduz. En nu, tijdens de NAVO-missie Resolute Support is ons doel: de taliban eronder en Al Qaida eruit, grotendeels bereikt. Afghanistan is niet langer een uitvalsbasis voor wereldwijde terreur en het land staat er veel beter voor dan in 2001. Afghaanse strijdkrachten hebben enorme vooruitgang geboekt, maar zijn simpelweg nog niet in staat om zelfstandig de veiligheidssituatie op een acceptabel niveau te garanderen. Er ligt nu een heldere Afghanistanstrategie, gebaseerd op de terechte constatering dat we Afghanistan niet in de steek kunnen laten. Het betreft een plek waar we met bondgenoten optreden om stabiliteit te bewaren, om een land dat dit duidelijk echt wil, in staat te stellen om nu op eigen benen te gaan staan.

Het kabinet heeft onze zorgen over luchtsteun, medische afvoer en de gevolgen voor basisgereedheid in de briefing, een brief van 17 pagina's, een slide deck, een kleine 200 vragen en een vier uur durende eerste termijn weggenomen. De inzet is verantwoord. Dat staat niet in de weg aan ons doel om de basisgereedheid van de krijgsmacht in 2021 op orde te krijgen. Dat was de heldere uitspraak van de minister van Defensie.

Een zorg die echter nog niet geheel is weggenomen, betreft de mannen en vrouwen die het werk moeten gaan verrichten. Zijn we eerlijk over en naar onze militairen? Het doel is immers niet om Afghanistan democratisch te maken, maar om Afghanistan veiliger te maken. Te vaak heeft Den Haag militairen in onduidelijkheid laten verkeren.

De voorzitter:

In verband met onrust op de publieke tribune schors ik de vergadering enkele minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat. Ik geef het woord aan de heer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Onze militairen brengen dus veiligheid en vechten daarbij soms in het hoogste geweldsspectrum. Daar moeten we eerlijk over zijn. We moeten ook helder zijn over de wijze waarop we naar zo'n missie kijken. We hebben daar een mooi toetsingskader voor. Ik ben blij met de afspraken die wij daarover met het kabinet hebben kunnen maken.

Voorzitter. Het was mijn boodschap in de eerste termijn. Het echte werk zal nu moeten worden verricht door 160 mannen en vrouwen. Zij zullen in vaak zeer moeilijke omstandigheden belangrijk werk gaan doen. Belangrijk werk, in het belang van Nederland. De fractie van de VVD kan dus instemmen met de nieuwe Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support. We zijn trots op al die militairen, op hun bijdrage. We zijn ervan overtuigd dat zij ook deze klus kunnen klaren. Wij wensen onze mannen en vrouwen veel succes en een behouden thuiskomst.

De heer Öztürk (DENK):

Ik weet dat de VVD en de heer Han ten Broeke heel graag bijna alles of alle missies steunen, maar vindt de heer Ten Broeke dat een missie ook draagvlak in de Kamer moet hebben en draagvlak in de samenleving? We hebben net gezien dat het draagvlak in de samenleving steeds minder en minder en nog minder wordt.

De voorzitter:

Wat is de vraag, meneer Öztürk?

De heer Öztürk (DENK):

Mijn vraag aan de heer Han ten Broeke is de volgende. Vindt u dat u alsnog hiervoor moet kiezen op het moment dat het draagvlak minder wordt?

De heer Ten Broeke (VVD):

Het draagvlak in de samenleving, zo bleek tijdens de afgelopen vijftien jaar waarin we missies hebben gedaan, was vaak veel groter dan men in Den Haag had vermoed. Toen hier verzachtend en verhullend werd gesproken over een "opbouwmissie" en het een keiharde vechtmissie bleek te zijn — niet zo onlogisch gegeven het feit dat we daar een gevechtsbataljon hadden — en een harde slag om Chora is gevoerd, toen 24 Nederlanders en uiteindelijk ook een chirurg het leven hebben gelaten, bleek de Nederlandse bevolking daar toch mee te kunnen omgaan. Misschien wel beter dan wij hier hadden vermoed. De steun voor missies en de steun voor militairen nemen ook steeds meer toe. Dat zagen we afgelopen zaterdag nog op de Veteranendag. Ik ben heel erg blij en heel erg tevreden dat de bescherming van de internationale rechtsorde — die hebben wij in de Grondwet staan, wat vrij uniek is — en dat wat we met de NAVO-partners delen, namelijk artikel 5, in Afghanistan tot uitdrukking komen. Ik weet ook dat de steun van de Nederlandse samenleving daarvoor heel behoorlijk is. Ik hoorde u die vraag al eerder stellen in uw eerste termijn. Ik zal u straks een klein grafiekje doen toekomen. Hier wordt ook onderzoek naar gedaan, meneer Öztürk, en dat onderzoek bewijst dat u er gewoon naast zit. Sinds 2010 wordt dat onderzoek heel consequent gedaan en het blijkt dat de cijfers u ongelijk geven.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):

Ik kan mij voorstellen dat er op de Veteranendag heel veel draagvlak is. Maar wij zien toch dat het draagvlak in de Kamer en in de samenleving afneemt. Dat komt omdat heel veel mensen zien dat niet het brengen van vrede en veiligheid, maar andere belangen de beweegreden van een aantal landen is. Houdt u er ook rekening mee dat de vuile-oorlogsstrategie van grote landen aan het afbrokkelen is en dat wij toch iets aan het steunen zijn wat ook in de Nederlandse samenleving weinig draagvlak heeft?

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij hebben in de eerste termijn vrij uitgebreid stilgestaan bij de vraag of er nu vooruitgang is geboekt of niet in de afgelopen zeventien jaar — als je het goed bekijkt, zijn het vijftien jaar — waarin ook Nederland een bijdrage heeft geleverd, samen met nu 39 andere landen. Op het hoogtepunt zijn dat er bijna 60 geweest. Ik vind het vooruitgang op het moment dat een land onder de taliban slechts 900.000 jongens naar school kon laten gaan — dat waren geen echte scholen: dat waren Afghaanse versies van een madrassa — en dat er nu 9 miljoen kinderen naar school gaan. Dat is een vertienvoudiging, meneer Öztürk. Daarvan is 37% meisje. Er waren 500 EHBO-posten met amper verbandmiddelen. Nu zijn er 2.500 gezondheidscentra. Als het gaat om kindersterfte stond Afghanistan onder de taliban op plek 200 en nu is dat plek 70. De elektriciteit bereikte 1% van de bevolking en nu 43%. Er waren nul parlementariërs en nu is 27% van de parlementariërs vrouw. Nou, voorzitter, dat moet ook u uit het hart gegrepen zijn. Ook aan die zaken hebben wij een bijdrage geleverd. Maar het meest trots ben ik op onze militairen, die daar een geweldige bijdrage hebben geleverd aan een toegenomen veiligheid in Afghanistan.

De voorzitter:

Dit is een plenaire afronding. Ik begreep dat er een algemeen overleg heeft plaatsgevonden van ongeveer vijf uur. Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Dan terug naar de kern van de missie, waar de heer Ten Broeke inderdaad eerlijk over is, in tegenstelling tot vele anderen. Het doel is meer veiligheid, minder terrorisme en minder migratie. Het resultaat is precies het tegenovergestelde. Waarom steunt de VVD-fractie dan toch deze permanente oorlog, die ons niet minder maar meer terrorisme brengt, ons niet minder maar meer vluchtelingen brengt en ons niet meer maar minder veiligheid brengt?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik denk dat ik ook u een plezier doe, als ik probeer deze vraag maar eens heel kort te beantwoorden.

De voorzitter:

Kort, ja.

De heer Ten Broeke (VVD):

In 2001 had de taliban de beheersing over 100% — 100%! — van het grondgebied. Er was een uitvalsbasis met verschillende trainingskampen voor terreur, die het Westen in het hart heeft geraakt met de aanslagen op 9/11. Nogmaals, 100% van het grondgebied. Nu heeft de taliban nog slechts zeggenschap over 4% van het grondgebied. Inderdaad is het zo dat ze in een x-aantal districten — ik heb ze genoemd, het zijn er volgens mij elf of zo — vechten en praten met de Afghaanse regering, maar dat is heel gewoon. Dat is Afghanistan. Ook daar ben ik vanaf dag een eerlijk over geweest. En ik dank u voor uw compliment.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik constateer dat de heer Ten Broeke voorbijgaat aan het feit dat deze permanente oorlog meer terrorisme, meer onveiligheid en meer vluchtelingen heeft gebracht, in tegenstelling tot alle beloftes van dit kabinet en van de VVD aan de Nederlandse bevolking en aan de Afghanen. Dat is zeer te betreuren.

De voorzitter:

Dit is een constatering.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik constateer ook dat de VVD carte blanche geeft voor misschien nog wel twintig jaar oorlog in Afghanistan, met nul resultaat.

De voorzitter:

Dat is geen vraag. Mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Ik hoor de heer Ten Broeke heel veel cijfertjes noemen. Ik heb ook drie cijfers voor de heer Ten Broeke en ik zou graag willen dat hij daar even op reageert. Volgens UNICEF, in een rapport van juni 2018, is het aantal kinderen dat niet naar school gaat sinds 2002 niet zo hoog geweest. Dan een nieuwsbericht van 30 april 2018: een prominente Afghaanse fotograaf is vermoord. Hij deed vanaf 1998 verslag over de taliban en Afghanistan, en hij ...

De voorzitter:

Mevrouw, ik moet u onderbreken. Een interruptie is echt een korte vraag.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Dan ga ik door naar ...

De voorzitter:

... naar de vraag.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Wat vindt de heer Ten Broeke ervan dat er in 2017 21 journalisten werden vermoord en 169 mishandeld of bedreigd? Dat zijn ook cijfers.

De heer Ten Broeke (VVD):

Als een collega een dergelijke vraag stelt, zou ik bijna zeggen: wat denkt ze wat voor een antwoord ze hier kan verwachten? Denkt ze dat ik daarmee zou kunnen instemmen? Of dat ik dat fraai zou vinden? Nee, natuurlijk niet! Ik denk daar net zo over als, naar ik hoop, iedereen hier: ik vind dat afschuwelijk. Maar ik constateer wel dat in het jaartal dat u noemt, 2017, het aantal burgerslachtoffers met bijna 27% is afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor, en daarna nog een keer met 9%.

We kunnen elkaar eindeloos met cijfers om de oren slaan, maar het verschil is het volgende. Mijn partij heeft vanaf dag een helderheid geboden over wat deze missie was, wat het doel ervan was en wat het moest zijn. En dat is het nog steeds: de taliban eronder en Al Qaida eruit. Al Qaida is er grotendeels uit en speelt geen rol van betekenis meer, zoals dat in 2001 nog wel het geval was. En met de taliban is het kwaad kersen eten, maar er wordt wel mee gesproken. Af en toe wordt er ook een vredesdeal mee gesloten, maar dan wordt er weer oorlog gevoerd. Dat is Afghanistan. Dat is de werkelijkheid van Afghanistan. Wat heel veel partijen, inclusief de uwe, hier proberen te doen, is een Nederlandse werkelijkheid, een Europese werkelijkheid, op te dringen aan een land dat zeer is achtergebleven en dat helaas vijftien en zeventien jaar geleden in staat was ons in het hart te raken. Dat land is daar niet meer toe in staat. Daarvoor zaten we daar.

De voorzitter:

Mevrouw Van Kooten-Arissen, tot slot.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

De Afghaanse werkelijkheid is dat er niet meer veiligheid is; het is onveiliger geworden en er zijn meer burgerslachtoffers gevallen. Het wordt er niet veiliger op. Er zijn meer dan twintig terroristische groepen en de taliban hebben een flinke vinger in de pap.

De heer Ten Broeke (VVD):

Het verlangen naar 2001 begrijp ik niet goed. Dat was een situatie waarin iedereen zwaar te lijden had, niet alleen in Afghanistan zelf, maar ook in de rest van de wereld. Dat laatste is nu niet meer het geval en dat eerste is rap aan het veranderen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Karabulut namens de SP.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. De politiek zet pas militairen in in een oorlog als er niks anders meer mogelijk is. De politiek besluit mensen uit te zenden wanneer politiek met wapens zin heeft en een oplossing zal brengen. Het voorliggende besluit van het kabinet om naast de 100 soldaten die al in Afghanistan zitten, nog 60 commando's uit te zenden, zal deze oplossing niet brengen. Al zeventien jaar lang wordt er oorlog gevoerd door de NAVO en de Verenigde Staten in Afghanistan, met de belofte het terrorisme te verslaan en veiligheid en een klein beetje democratie te brengen. Daar zijn miljarden in geïnvesteerd. Er is geïnvesteerd in het veiligheidsapparaat. Biljoenen zijn in de oorlog tegen terrorisme geïnvesteerd en het resultaat is dat onze wereld onveiliger wordt. De oorlog in Afghanistan heeft niet minder, maar meer terrorisme opgeleverd. De oorlog in Afghanistan heeft Afghanen niet meer, maar minder veiligheid gebracht. De oorlog in Afghanistan heeft, in tegenstelling tot wat de minister beweert, niet minder, maar meer vluchtelingen gebracht. Oorlog, een permanente oorlog of een oorlog van misschien nog wel twintig jaar, is geen oplossing. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering haar besluit conform artikel 100 van de Grondwet inzake een militaire missie tot en met 2021 in Afghanistan in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 634 (27925).

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Dat de SP geen steun uitspreekt voor het sturen van 160 militairen naar Afghanistan laat natuurlijk onverlet dat wij hun een behouden thuiskomst wensen en de familie heel veel sterkte.

Voorzitter. Ik zou tot slot één oproep willen doen aan onze bewindspersonen. Wees nu eerlijk, kijk naar de resultaten van de war on terror sinds 2001. In Afghanistan, Irak en Libië heeft die oorlog chaos gecreëerd, een chaos waarin terrorisme en jihadisten kunnen gedijen. Tegen de heer Ten Broeke wil ik zeggen: Al Qaida is niet weg. De taliban zijn nog steeds heel erg sterk. En weet u wat, voorzitter? IS zit ook in Afghanistan. Stop met deze strategie, zet in op diplomatie en ondersteuning. Iedereen in deze zaal weet dat wij in Afghanistan niet de democratie kunnen brengen. We kunnen hoogstens de Afghanen ondersteunen en voorkomen dat er nog meer burgerslachtoffers vallen en vluchtelingen komen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Roon namens de PVV.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De minister heeft in het algemeen overleg een gepassioneerd betoog gehouden. Daarin gaf hij aan dat hij een aantal jaren geleden in Afghanistan was en dat hij er recent weer was. En hij legde uit hoeveel de situatie in zijn ogen wel niet verbeterd was. Er waren inmiddels veel minder buitenlandse militairen. In Kabul zag hij overal gezinnen winkelen. En met dat soort voorbeelden werd het beeld geschapen dat het een stuk beter met Afghanistan gaat.

Ik heb hier een rapport waaruit blijkt dat van de districten van Afghanistan in november 2015 nog 72% onder controle was van de centrale overheid, terwijl dat twee jaar later in oktober nog maar 56% was. En het percentage districten dat onder controle was van de opstandelingen, was in die periode verdubbeld. Daarnaast is er ook nog een aantal districten dat betwist is, en ook dat is toegenomen. Dus dat beeld dat het zo'n stuk beter met Afghanistan gaat, wordt weersproken door dit soort onderzoeken. Ik vind dat ik die kanttekening hier even moest maken.

In het rapport van het Overseas Development Institute dat in juni is verschenen, wordt op basis van een veldonderzoek ook uitgelegd dat de taliban in grote delen van Afghanistan een soort schaduwsysteem heeft ingericht. Weliswaar staan die delen nog formeel onder het bestuur van de centrale overheid, maar in werkelijkheid is de taliban daar overal binnengekomen in de publieke diensten, bestuurt die mede of neemt die volledig over, int gewoon de belastinggelden, int de elektriciteitsrekeningen enzovoorts. Het beeld dat de taliban dus eerst een gebied verovert en daarna daar gaat besturen, dat ligt precies andersom. Ze dringen eerst overal binnen in het bestuur en daarna nemen ze het gebied pas formeel over. Ik vind dat het goed is dat we ons dat realiseren en dat dus dat positieve beeld van de minister toch wel een beetje bijgesteld moet worden.

Verder heb ik geconstateerd dat als het gaat om de missie Resolute Support in de afgelopen jaren er eigenlijk geen meetmogelijkheid is om de effectiviteit van die missie, van die trainingen te meten. De regering kan ons niet vertellen hoeveel van die opgeleide militairen in Resolute Support nou nog steeds actief zijn bij de Afghaanse strijdkrachten. Dus we weten het effect gewoon niet.

Voorzitter. Ik ga afronden. Het idee dat het intensiveren van een Nederlandse militaire bijdrage en het stug doorzetten van het inmiddels vastgeroeste Afghanistanbeleid nu wel een nuttige bijdrage gaan leveren aan een veilig en stabiel Afghanistan, spreekt de PVV in ieder geval niet aan. Wij vinden het niet acceptabel dat het Afghanistanbeleid tot in den treuren wordt doorgezet. Die 336 miljoen euro die de regering in de komende drie jaar wil besteden aan Afghanistan, kunnen we beter besteden in Nederland en voor de Nederlanders.

De PVV steunt dus deze missie niet, maar we wensen wel alle militairen die eventueel toch moeten gaan, succes en een veilige terugkeer. En we wensen hun relaties in Nederland uiteraard veel sterkte.

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Sjoerdsma namens D66.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Ik zou willen beginnen met de drie bewindspersonen te danken voor hun uitvoerige beantwoording, en ook voor het uitvoerige voorbereidingsproces dat we hebben mogen doorlopen met een hoorzitting, een technische briefing, met vele feitelijke vragen en uiteindelijk het debat. Dat wordt zeer gewaardeerd, zeker omdat de Nederlandse betrokkenheid bij Afghanistan de afgelopen jaren onwaarschijnlijk groot is geweest, in Baghlan, in Uruzgan, in Kunduz, in Mazar. In onze aanwezigheid is Afghanistan van veel ver gekomen, op het gebied van onderwijs, op het gebied van gezondheidszorg, op het gebied van democratie, de positie van de vrouw.

Maar zijn we er, mevrouw de voorzitter? Nee, we zijn er nog lang niet, zou ik willen zeggen. Op het gebied van de veiligheid, op het gebied van onderwijs, op het gebied van de gezondheidszorg, op het gebied van de democratie valt er nog onwaarschijnlijk veel werk te verzetten.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter, mag ik de heer Sjoerdsma erop wijzen dat dit een militaire missie is? Wat vindt hij van de militaire resultaten, namelijk: meer onveiligheid, meer terroristische groepen, meer vluchtelingen?

De heer Sjoerdsma (D66):

Ja, ik ben mij ervan bewust dat dit een militaire missie is. Daar hebben we net een uitvoerig debat over gehad. Ik kom daar zeker nog op terug. De interruptie van mevrouw Karabulut laat ik even voor wat ze is, want ik kom bijna bij haar vraag. Wat ik wilde zeggen is: wil je geen militaire missies in Afghanistan meer nodig hebben, dan is er een vredesproces nodig dat uiteindelijk in veiligheid ontwikkeling mogelijk maakt. De voorwaarde voor zo'n vredesproces en voor die ontwikkeling is veiligheid, mevrouw Karabulut. Zonder veiligheid geen vredesproces. Zonder veiligheid geen ontwikkeling. Ik gun iedereen zijn gerede twijfels, zijn gerede zorgen en zijn gerede dilemma's. Die heeft mijn fractie ook. Maar als partijen zeggen "wij willen enkel ontwikkeling, en dat kan zonder militaire inzet", dan zeg ik tegen ze: was er met mij bij geweest in 2011 in Afghanistan, toen er zes oogartsen werden vermoord door de taliban. Dat gebeurde ergens in het hooggebergte. Wat wilden die oogartsen doen? Ze wilden enkel de lokale bevolking afhelpen van staar. Door wie werden ze vermoord? Door de taliban. Was er met mij bij geweest toen er in het noorden van Afghanistan, in Mazar-e-Sharif, waar nu onze militairen gaan werken, VN-medewerkers werden onthoofd. Door wie? Door de taliban. En weet u hoe dat kwam, mevrouw Karabulut? Dat kwam niet door een overdaad aan westerse militairen. Dat kwam door een tekort.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik krijg er tranen van in mijn ogen ...

De heer Sjoerdsma (D66):

Mooi.

Mevrouw Karabulut (SP):

... zou ik bijna zeggen. Alleen het feit is dat er nog meer mensen zijn vermoord, dat er nu nog meer kinderen niet naar school kunnen, dat er meisjes doodgaan, mede door westerse bommen. Die militaire aanwezigheid an sich is een reden voor terroristen om zich te nestelen. IS is nieuw in Afghanistan. Die militaire aanwezigheid is een beletsel. Reageert u daar dan op? Ik begrijp de goede bedoelingen van de heer Sjoerdsma. Maar ook al zouden we het willen, wij kunnen Afghanistan niet de democratie in bombarderen. Zo werkt het gewoon niet. Wanneer komt dat inzicht, na biljoenen investeren in deze oorlog, honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen?

De heer Sjoerdsma (D66):

Wij hoeven Afghanistan ook niet de democratie in te bombarderen, omdat Afghanistan zich de democratie in knokt. Elke democratische centimeter voor centimeter voor centimeter moeten ze bevechten om de democratische cultuur een beetje te leren kennen. Voor een land dat feitelijk nog verkeert in de middeleeuwen, met kalasjnikovs, waar de tribale samenleving overheersend is, is dat een onwaarschijnlijke prestatie. Dat het land überhaupt een parlement heeft, dat het land überhaupt verkiezingen kan houden op een manier die wij als enigszins vrij en relatief eerlijk beschouwen, is een onwaarschijnlijke prestatie als je bekijkt hoe het land er in 2001 uitzag. Als mevrouw Karabulut terug wil naar 2001, terug wil naar de taliban, terug wil naar vrouwenonderdrukking, terug wil naar een volledig gebrek aan democratie, dan mag dat, maar dan is dat haar verhaal. Als u zorgen heeft over de militaire inzet — dat kan ik mij voorstellen — dan ben ik uw man. Die zorgen heb ik ook, maar voor dit verhaal heb ik geen enkele sympathie.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat.

De heer Sjoerdsma (D66):

Absoluut, voorzitter. Het kabinet heeft op vragen van mijn fractie maar ook op vragen van andere fracties uitdrukkelijk bevestigd — ik hecht eraan om dat opnieuw te benadrukken — dat deze missie geen nadelige gevolgen zal hebben voor de ambitie om voor 2021 de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde te krijgen. Het kabinet heeft benadrukt dat, als het nodig mocht zijn, de luchtsteun aanwezig zal zijn óf dat de man- en vrouwschappen niet de poorten zullen verlaten. Het heeft benadrukt dat de medische voorzieningen aanwezig zijn. In die context, gezien onze betrokkenheid, gezien de doelstelling van deze missie, kan D66 instemmen met deze missie. Mijn fractie wenst alle mannen en vrouwen niet alleen een succesvolle missie maar vooral ook een behouden thuiskomst.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. De afgelopen uren hebben wij intensief met drie ministers en met elkaar gesproken over de vraag of wij het kabinetsbesluit kunnen steunen om 60 extra militairen naar Afghanistan te sturen. Het gaat in dit debat over de vraag in hoeverre een Nederlandse deelname aan de militaire missie kan bijdragen aan veiligheid en stabiliteit in Afghanistan. Er komen allerlei argumenten over tafel. Veel van mijn collega's zijn daar ten volle van doordrongen. Ook de zware kabinetsdelegatie doet haar best. Dank daarvoor. Het is duidelijk dat weggaan uit Afghanistan negatieve gevolgen kan hebben. Het land kan duidelijk nog niet op eigen benen staan. Maar voor mijn fractie blijft de vraag overeind of op dit moment 60 extra Nederlandse militairen sturen daaraan een wezenlijke bijdrage kan leveren. Nog belangrijker is de vraag of die bijdrage, als wij naar de totale situatie kijken waarin de krijgsmacht verkeert, wel verantwoord is.

Meerdere partijen hebben willens en wetens vele jaren fors bezuinigd op onze krijgsmacht, met alle gevolgen van dien. De Defensienota is daar ook duidelijk over en geeft aan welke inspanningen er nodig zijn om de krijgsmacht weer op orde te krijgen. Het rapport van de Algemene Rekenkamer spreekt boekdelen. Missies zijn meer dan een optelsom van de vrouwen en de mannen die ervoor worden ingezet. Ook in Nederland zelf gaat er veel tijd en energie zitten in het aansturen en begeleiden van die missies. Die tijd en die energie kan de krijgsmacht volgens 50PLUS ook anders gebruiken. Mijn fractie begrijpt het belang van een positie voor Nederland als betrouwbare NAVO-partner, maar we moeten niet blijven proberen ijzer met handen te breken. Wat 50PLUS betreft zetten we een tandje bij als het erom gaat de afspraak over de 2% van het bnp na te komen. Wat betreft deze missie zeggen we als 50PLUS met nog steeds enige aarzeling: nu en voor deze missie even niet.

Ik wil echter met nadruk zeggen dat onze fractie heel veel waardering heeft voor wat de vrouwen en mannen van de krijgsmacht in het kader van de buitenlandse missies doen en gaan doen. We wensen ze daarbij ... Sorry, ik word er werkelijk wat emotioneel van. Want ik vind dit echt altijd een heel moeilijk moment waarop wij besluiten om jonge mensen naar een dergelijk missiegebied te sturen. Daarom wens ik ze daarbij heel veel sterkte, succes en bovenal een behouden thuiskomst.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de fractie van de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Allereerst dank ik de drie ministers voor hun heldere antwoorden tijdens het algemeen overleg dat wij eerder vandaag hebben gevoerd. De SGP-fractie heeft haar steun uitgesproken voor de verschillende doelen van de Nederlandse bijdrage aan operatie Resolute Support. Het is goed om veiligheid te helpen versterken, reguliere migratie tegen te gaan en een solidaire bondgenoot te zijn. De SGP voegt daaraan toe dat er waar nodig en mogelijk ook oog moet zijn voor versterking van de godsdienstvrijheid in het land.

De ministers zijn ook ingegaan op onze vragen over de effectiviteit, veiligheid en draagkracht. De SGP heeft er vertrouwen in dat uitbreiding en verlenging van onze bijdrage effectief kan bijdragen aan het doel van een sterk Afghaans veiligheidsapparaat. De zorgelijke veiligheidssituatie is weliswaar een risico, maar onderstreept ook dat Afghanistan nog niet is waar het moet zijn en dat blijvende betrokkenheid nodig is. Juist vanwege de relatief kleinschalige intensivering kan onze krijgsmacht deze inzet ook goed aan, met inachtneming van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Voorzitter. In de aanloop naar dit debat bleef één opmerking van generaal De Kruif bij mij hangen. Ik parafraseer: "Het gaat in de Afghaanse cultuur niet om ratio maar om eer. Status gaat boven logica. En als we de Afghanen nu in de steek laten, dan treffen we hen diep in hun eer en creëren we een vijand voor het leven." Dat laatste is wat de SGP-fractie betreft zeer onwenselijk.

Alles overwegende kan de SGP-fractie instemmen met de beslissing van het kabinet en ook wij zijn trots op de militairen. We wensen dan ook de regering, de Defensiestaf, onze militairen op de grond en ook hun thuisgrond van harte Gods zegen toe voor een veilige en effectieve uitvoering van hun taken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Helvert namens het CDA.

De heer Van Helvert (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Nederland is gebaat bij wereldvrede en daarom hebben we de verantwoordelijkheid om missies af te wegen. Dat hebben we in de afgelopen periode en ook vandaag uitvoerig gedaan.

Door de taliban lag Afghanistan in puin. Dansen, muziek maken en vliegeren werden verboden. Cultureel erfgoed werd verwoest, vrouwen werden gestenigd, miljoenen Afghanen waren gevlucht en Al Qaida had een vrijhaven. Het Westen greep zeventien jaar geleden in en de vooruitgang is enorm. Het aantal schoolgaande kinderen is gestegen van 900.000, vrijwel alleen jongens, in 2001 naar bijna 9 miljoen in 2018, onder wie veel meisjes. De kindersterfte tot vijf jaar is teruggebracht met 60% en het aantal functionerende gezondheidscentra is bijna vervijfvoudigd. Meer dan 55% van de Afghaanse bevolking heeft toegang tot schoon drinkwater.

Maar, voorzitter, de vooruitgang is zeer kwetsbaar. Zeer kwetsbaar! De World Health Organization zei het treffend: we kunnen ons maatschappelijk werk, die vooruitgang, alleen maar doen als we de zekerheid en de veiligheid hebben die militairen ons kunnen bieden. Afghanistan kan nog niet op eigen benen staan en de vraag die we ons moeten stellen, is: willen we met de staart tussen de benen wegvluchten en de taliban en ISIS laten winnen, met als gevolg een exodus van miljoenen Afghanen, of willen we Afghanistan veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling bieden? Dat is de hamvraag.

Voorzitter. Wij hadden nog twee vragen aan het kabinet over de basisgereedheid van ons leger. Dat was voor onze fractie heel belangrijk. En daar heeft het kabinet een duidelijke garantie op gegeven. Die komt niet in gevaar door deze missie of door de samenhang van missies. Daarnaast hadden we ook duidelijke vragen over de garantie van luchtsteun. Onze vrouwen en mannen mogen de poort niet verlaten als luchtsteun niet gegarandeerd is. En ook dat heeft het kabinet gegarandeerd.

Tot slot, voorzitter. Het CDA is positief over de extra inzet om de mensen die er wonen te helpen en om de voedingsbodem voor terrorisme weg te nemen, zodat de vele Afghanen hun eigen land niet hoeven te ontvluchten. We wensen onze vrouwen en mannen heel veel succes toe en we danken hen voor hun dienst aan het vaderland. En we wensen hun ook een behouden thuiskomst.

De heer Öztürk (DENK):

De CDA-woordvoerder, de heer Van Helvert, heeft een aantal positieve punten genoemd van de missies van de afgelopen zeventien jaar. Ik neem aan dat hij ook heel kritisch is en ook een aantal negatieve punten weet te noemen, ook voor zijn eigen achterban. Kan hij ook vertellen waarom het in zeventien jaar met zo veel landen en met zo veel macht nog steeds niet is gelukt? Er zijn nog steeds twintig verschillende terreurorganisaties in Afghanistan actief!

De heer Van Helvert (CDA):

Dat is ook het grote probleem. We zitten in en oorlogssituatie met vele terroristische groepen. Het liefste wil ook het CDA dat we met een knip van de vingers konden zeggen: het is vrede! Die situatie beschrijft ook iedereen. Iedereen zegt ook: kijk uit, het is onveilig daar. Het is nog steeds onveilig en moeten we onze vrouwen en mannen dan wel daarheen sturen? Maar juist omdat het onveilig is, moeten we onze mannen en vrouwen sturen. Als het veilig was, dan was de aanwezigheid van ons leger niet nodig. Net als vele anderen heeft ook de CDA-fractie de wens geuit om juist dat maatschappelijke en dat diplomatieke de voorrang te geven om ervoor te zorgen dat mensen naar school kunnen, dat meisjes naar school kunnen, dat ziekenhuizen functioneren en dat er drinkwater is voor zo veel mogelijk mensen. Natuurlijk moet dat voorrang hebben. In het rondetafelgesprek werd er duidelijk gezegd: die balans moet er zijn, maar er werd ook gezegd dat we die balans alleen kunnen vinden als we de veiligheid en de zekerheid hebben, en daarvoor is de militaire missie heel hard nodig.

De heer Öztürk (DENK):

De heer Van Helvert zegt zelf: het is niet veilig in Afghanistan. Ik vraag hem: hoe komt dat? Hoe kan het nou zijn dat we al 17 jaar voor miljarden met al die landen daar zitten, en het er nog steeds niet veilig is? Wat doen wij niet goed? Durf ook op dat soort kritische punten vragen te stellen aan de eigen minister! Wat doen wij niet goed, waardoor we er nu weer voor twee, drie jaar, voor miljoenen euro's, heen moeten om daar zogenaamd veiligheid te brengen?

De voorzitter:

De heer Van Helvert. Korte reactie graag.

De heer Van Helvert (CDA):

Ook dat is heel duidelijk in de technische briefing naar voren gekomen, maar ook in het rondetafelgesprek. Daarom herstellen we dat nu. Want wat is gezegd? Sinds de NAVO de gevechtsmissie ISAF terugtrok, zijn de taliban weer in het offensief en is er ook ruimte gekomen voor andere groeperingen. Een aantal deskundigen hebben in het rondetafelgesprek gezegd: achteraf gezien hadden wij het misschien niet zo snel aan Afghanistan zelf moeten overlaten. Dus zijn er meer mensen nodig. Dat is wat we nu doen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook graag de bewindslieden voor de beantwoording van de vele vragen in het algemeen overleg dat we hadden. In dat algemeen overleg heb ik eigenlijk op twee punten kritische vragen gesteld over het besluit dat vandaag voorligt, de verlenging en uitbreiding van de trainingsmissie in Afghanistan. De samenhang van de aanpak binnen Afghanistan is het eerste punt, en de relatie tussen deze missie en wat we verder nog aan missies doen, is het tweede. Eerst over het eerste, de samenhang van de aanpak. De militaire trainingsmissie gericht op veiligheid en de strijd tegen de taliban moet ingebed zijn in een geïntegreerde aanpak, zowel instrumenten van ontwikkelingssamenwerking als een politieke strategie zijn noodzakelijk om elke militaire inzet, van welke omvang en aard dan ook, überhaupt effectief te kunnen laten zijn.

Bij de politieke strategie zijn kritische kanttekeningen te plaatsen. De minister van Buitenlandse Zaken is uitgebreid ingegaan op de goede wil van de Afghaanse president Ghani, maar de situatie is complex en onoverzichtelijk. Eigenlijk weten we niet of de combinatie van intensiever geweld en een uitgestoken hand naar de taliban succesvol zal zijn en ook is er onzekerheid over de vraag of de strategie van de regering Trump, de Amerikaanse regering, consistent en constructief zal zijn. Ondanks positieve ontwikkelingen die er gelukkig ook zijn, wekt Afghanistan de indruk van een eindeloze oorlog. Het is een complexe situatie, waarin de internationale gemeenschap met drie grote internationale operaties aanwezig is. Resolute Support, waar we vandaag over spreken; UNAMA, de VN-missie en dan heb je ook nog Freedom's Sentinel, de antiterrorismemissie onder leiding van de Verenigde Staten.

Ik zou de regering willen vragen om voorafgaand aan de vergadering van de contactgroep Afghanistan in november, tezamen met de bondgenoten nog eens te bezien hoe de samenhang in de aanpak en de helderheid over de nagestreefde doelen versterkt kunnen worden en de Kamer hierover te informeren. Dit biedt ons wellicht ook in de toekomst een kader om de voortgang van onze betrokkenheid bij Afghanistan te kunnen beoordelen.

Dan mijn tweede punt, mevrouw de voorzitter. Ik zie dat ik moet opschieten. Ook over de samenhang met de andere missiebesluiten ben ik in het algemeen overleg kritisch geweest. De missiedruk is te hoog, zegt de Rekenkamer, en Nederland heeft qua missies eigenlijk boven zijn stand geleefd. Dus moeten we in de toekomst scherpere keuzes maken. Daarom ware het des te belangrijker geweest dat wij de artikel 100-brieven met ingrijpende beslissingen over de strijd tegen ISIS, de afbouw van de missie in Mali, Afghanistan en een eventuele uitbreiding in Irak naast elkaar hadden kunnen leggen. Om dit in de tweede helft van 2018 beter te kunnen doen, verzoek ik de regering om de in die periode te nemen besluiten in samenhang aan de Kamer voor te leggen, zodat we de tussen de missies gemaakte keuze politiek kunnen wegen. Nederland, en ik sluit af, blijft betrokken bij de ontwikkeling van Afghanistan en GroenLinks steunt dat. Voortgaande sociale ontwikkelingen en versterking van de rechtsstaat zijn gebaat bij veiligheid. De training van soldaten en politieagenten levert daar een bescheiden bijdrage aan. Daarom zal GroenLinks, alles afwegende, instemmen met dit besluit en wens ik onze militairen veel succes. Zij doen belangrijk werk, ver van huis, onder moeilijke omstandigheden. Ik wens hun een behouden terugkeer.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Karabulut, dit is een plenaire afronding. Het is niet onbeperkt interrumperen. U mag een korte vraag stellen, maar ik ga er echt op toezien dat het beperkt blijft, want anders wordt het te gek.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

U kijkt naar mij, voorzitter, maar ik wacht de vraag van mevrouw Karabulut af!

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik wil een vraag stellen omdat de heer Van Ojik net zijn steun uitspreekt, terwijl dat in eerste en tweede termijn nog niet duidelijk was. Staat u mij dat toe?

De voorzitter:

Ja, natuurlijk. Kort graag.

Mevrouw Karabulut (SP):

De GroenLinks-fractie is altijd heel erg kritisch geweest, ook omdat een exitstrategie voor de militaire aanpak ontbreekt. De heer Van Ojik gaf zelf ook aan dat de Amerikanen daar ook zitten en ontzettend veel bombarderen. De veiligheid verslechtert. Wat zijn uw verwachtingen van deze militaire strategie, die inderdaad oneindig, permanent is geworden?

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Mevrouw Karabulut heeft gelijk: dit is voor mijn fractie altijd een lastige afweging geweest. De steun die de fractie van GroenLinks uiteindelijk altijd aan deze missie heeft gegeven, is uiteindelijk ingegeven door de overtuiging dat door het trainen van in dit geval militairen een bijdrage kan worden geleverd, hoe bescheiden misschien ook, aan sociale ontwikkeling en de ontwikkeling van de rechtsstaat in Afghanistan. Misschien is dat een verschil tussen mevrouw Karabulut en mij, zoals ik hier nu namens mijn fractie sta: de tegenstelling tussen veiligheid en ontwikkeling is in het geval van Afghanistan buitengewoon theoretisch. Meisjes naar school, gezondheidszorg en de toegang tot schoon drinkwater staan of vallen met het feit dat er een veilige omgeving is waarin die sociale ontwikkeling kan plaatsvinden. Daarvoor is een leger nodig. En als je dan toch een leger nodig hebt, heb je baat bij goed getrainde soldaten.

De voorzitter:

Goed. Ja. Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Maar juist omdat die politieke strategie en de exitstrategie ontbreken, omdat het met 140.000 militairen ook niet is gelukt om de veiligheid zoals GroenLinks die wenst, vorm te geven, en omdat de onveiligheid groeit, verbaast het mij — of laat ik het zo zeggen: vind ik het teleurstellend — dat GroenLinks eigenlijk instemt met een oorlog zonder einde. Want dat is het. Dat is ook wat de minister heel duidelijk heeft aangegeven. Dat vind ik jammer. Ik ben het met hem eens: sociale ontwikkeling zouden we op andere manieren kunnen en moeten blijven doen.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, dat was dus gewoon een conclusie. Dank u wel, meneer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

En als ik het nou eens niet met die conclusie eens ben, mevrouw de voorzitter?

De voorzitter:

Dat mag u zeggen, en dan mag u weer gaan zitten.

Mevrouw Van Kooten-Arissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. "Met militaire interventies kun je geen democratie of emancipatie opleggen. Het werkt slechts vernietigend en geweld is in onze wereld slechts een middel tot het bereiken van politieke en economische macht." Dit schreef de Duits-Joodse Hannah Arendt in haar boek On Violence al in de jaren zeventig en met dit citaat eindigde ik mijn bijdrage vorig jaar tijdens het artikel 100-debat over de missie in Afghanistan. Nu begin ik er maar mee, want het is nog steeds niet tot de ministers doorgedrongen.

Voorzitter. Sommige mensen trekken lessen uit de geschiedenis vol oorlogen en mensenleed, bijvoorbeeld dat je met een vicieuze cirkel van geweld geen oplossingen biedt voor een land waarin juist droogte, honger, armoede, een zwakke rechtsstaat en geen hoop op de toekomst de grootste dreiging van radicalisering en terrorisme doen ontstaan. Dit kabinet trekt geen lessen uit de geschiedenis. Zeventien jaar oorlog! Met deze verlenging wordt dat zo'n twintig jaar. Waar gaat dit heen? Waar gaat dit eindigen? De minister wist het vorig jaar niet en de minister weet het nu niet. Het is een eindeloze oorlog zonder winnaars met een alles behalve eenduidige vijand. Er zijn inmiddels meer dan twintig verschillende terroristische groeperingen, waardoor Afghanistan de zeer twijfelachtige eer heeft om de grootste concentratie van terroristische en extremistische organisaties van de wereld te herbergen. Zie het nieuwste Pentagonrapport, op pagina 25. En vergeet niet de zeer tegengestelde geopolitieke belangen, waarbij onder andere Rusland aan de touwtjes trekt en Nederland de VS zo ongeveer kritiekloos volgt in hun heilloze war on terror. In Afghanistan is er nog lang geen vrede: honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen, meer terrorisme en een onveiliger Afghanistan. Vrouwen kunnen niet meer veilig over straat in Kabul en diplomaten gaan met een helikopter naar hun afspraken. Ik zie de heer Ten Broeke lachen, maar ik vind dat alles behalve om te lachen.

UNICEF stelt dat Afghanistan het op een na gevaarlijkste land is voor kinderen. Er vallen duizenden kinderslachtoffers per jaar. Het aantal kinderen dat niet naar school gaat, is sinds 2002 niet zo hoog geweest. Kinderrechten, maar ook vrouwenrechten en mensenrechten in het algemeen zijn ver te zoeken. De Partij voor de Dieren vindt het nog steeds onbegrijpelijk dat we niet alle beschikbare gelden, kennis en energie gestoken hebben in opbouw van de rechterlijke macht, vrije pers, democratisering en onderwijs en in alles waarvan wij vinden dat het hoort bij beschaving, inclusief het opkomen voor de allerzwaksten.

Daarom kan mijn fractie niet anders dan wederom tot de conclusie komen dat de Partij voor de Dieren de voortzetting en uitbreiding van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support in Afghanistan niet zal steunen. Wel wensen wij de militairen heel veel sterkte, veel succes en een veilige thuisreis.

Dank u wel.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik heb een kort vraag. Ik wil niet het interruptiedebatje met mevrouw Karabulut van net overdoen, maar ik wil toch iets aan mevrouw Arissen vragen als zij zegt dat wij alles, alles moeten doen om democratie, rechtsstaat en onderwijs tot stand te brengen. Hoeveel hebben wij dan de afgelopen jaren gedaan? Hoeveel ontwikkelingsgeld hebben wij aan Afghanistan gegeven om dat voor elkaar te krijgen?

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Dan krijgt u ook hetzelfde antwoord. Dit is een militaire missie. Het is onveiliger geworden. Er gaan minder kinderen naar school dan ooit sinds 2002.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik vroeg naar de bijdrage.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Mag ik even een antwoord geven?

De voorzitter:

Ja, gaat u verder.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Oké. Ook de persvrijheid staat onder druk: 21 journalisten vermoord in 2017 en 169 mishandeld en bedreigd. Wat wil D66 met deze missie?

De heer Sjoerdsma (D66):

Wat ik in ieder geval niet wil, is willekeurige staatjes voorlezen zonder enige context. Wat ik in ieder geval niet wil, is doen alsof het in 2016 heel slecht was zonder het te vergelijken met hoe het in 2001 was. Mijn vraag aan mevrouw Arissen — het was natuurlijk flauw om een feitelijke vraag te stellen — ging over hoeveel ontwikkelingsgeld wij hebben gegeven aan Afghanistan de afgelopen jaren. Dat is 1,3 miljard, 1,3 miljard euro, en dat was samen met onze militaire inspanning niet voldoende om Afghanistan tot het Zwitserland van Centraal-Azië te maken. Dus mijn vraag aan mevrouw Arissen is waarom haar strategie, terwijl we al zoveel geld uitgeven aan ontwikkeling, wel zou werken. Want het enige dat zij doet, is de militaire kant daar onderuit zagen en ik vind dat simpelweg onuitlegbaar.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Ja, een wedervraag: hoeveel hebben we uitgegeven aan militaire missies de afgelopen jaren, hoeveel burgerslachtoffers zijn er gevallen en hoeveel onveiligheid heeft dat opgeleverd voor de kinderen die naar school zijn gegaan, terwijl dat er minder zijn dan in 2002? Ik vind dat een schande.

De voorzitter:

Dank u wel. Ja, meneer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik dank u wel voor uw coulance, mevrouw de voorzitter. Ik wil één ding toch wel rechtzetten. Ik heb dit debat nu al heel erg vaak gehoord, met het woord "burgerslachtoffers". Er wordt geen onderscheid gemaakt. Er wordt gedaan alsof de burgerslachtoffers — dat zijn inderdaad nog steeds schrikwekkende aantallen, maar ze nemen af — alleen zouden worden veroorzaakt door de NAVO-aanwezigheid daar, terwijl de werkelijkheid is dat meer dan twee derde wordt veroorzaakt door laffe, lafhartige aanslagen van de taliban en daar moet u zich ook rekenschap van geven.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Voorzitter. Mag ik hier nog even op reageren? Er zijn op dit moment meer dan twintig terroristische groeperingen in Afghanistan, de taliban is alleen maar weer opgekomen, en ISIS is daar op dit moment. Dus ik begrijp werkelijk niet hoe D66 en de VVD kunnen betogen dat het er zo veel veiliger op is geworden.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Weet mevrouw Arissen-Van Kooten ook waarom er minder kinderen naar school gaan op dit moment?

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Ja. Ik citeer UNICEF. Het gaat om "3,7 miljoen kinderen die niet naar school kunnen door de verslechterde veiligheidssituatie, de grote armoede en de discriminatie van meisjes". UNICEF geeft daar een aantal redenen voor en zegt dat het er dus onveiliger op is geworden in de afgelopen jaren, ondanks onze militaire missie en alle ontwikkelingssamenwerking, die de militaire missie dus tegenwerkt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dan moet de geachte afgevaardigde erbij zeggen dat die onveiligheid niet zozeer veroorzaakt wordt door de internationale troepen, maar doordat de taliban zijn grip heeft vergroot, waardoor de meisjes inderdaad niet meer naar school gaan en waardoor er minder kinderen naar school gaan. En als mevrouw Van Kooten werkelijk wil dat die kinderen wél naar school gaan, dan moet zij toch erkennen dat Afghanistan nog steeds die internationale troepen nodig heeft? Dat is de werkelijke oorzaak.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

De Partij voor de Dieren is van mening dat we de voedingsbodem voor terrorisme, voor oorlog en voor geweld weg moeten nemen. En dat doe je niet met wapens, maar dat doe je door mensen daadwerkelijk een toekomst te geven, en die niet uit handen te slaan met de zoveelste bom.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. We hebben vanmiddag de uitbreiding van de NAVO-missie besproken. Daarbij hebben wij onze zorgen uitgebreid aan de orde gebracht. Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om een laatste oproep te doen, een oproep om niet altijd maar weer mee te gaan met de oorlogszucht van de VS, een oproep om de wereld niet verder te ontwrichten, een oproep om onze militairen niet onnodig in gevaar te brengen, een oproep om deze eindeloze missie te stoppen. We hebben al genoeg gedaan. Het ging mis in Mali, het ging mis in Srebrenica en het gaat al zeventien jaar mis in Afghanistan. Er zijn 3.000 oorlogsslachtoffers, 7.000 gewonden, ondanks al die militairen, al die bommen, al die miljarden. Het gaat maar door. We boeken geen vooruitgang. Hoelang gaan we tegen beter weten in, onze militairen inzetten voor een kansloze missie? Wanneer durven we de conclusie te trekken die eerlijk en pijnlijk is?

Voorzitter. Onze militairen mogen niet onnodig gevaarlopen. Daarom benoem ik nogmaals onze drie criteria om een missie aan te toetsen. Ten eerste willen wij dat onze militairen worden voorzien van basisbehoeften, goede uitrusting en veilige munitie. We hebben gezien dat dat in de afgelopen jaren niet het geval was. Ten tweede moet onze bijdragen in Afghanistan om de juiste redenen worden geleverd. We moeten niet meegaan in de oorlogszucht van landen die hun wil om de verkeerde redenen aan anderen willen opleggen. Ons derde criterium is dat de missie transparant moet zijn. Neem een oorlogsombudsman mee om te rapporteren. Bovendien zijn er vanuit de samenleving alleen maar kritische geluiden over deze missie te horen. We hebben net de aanwezigheid van een actiegroep kunnen meemaken. Het volk wil geen oorlog. Zonder maatschappelijk draagvlak mogen wij onze militairen niet in gevaar brengen.

Tot slot, voorzitter. DENK gaat niet akkoord met de uitbreiding. Ik zie dat er toch een Kamermeerderheid voor is bij de establishmentpartijen, die al jarenlang meedoen als er een vraag komt om mee te doen met de missie. Mocht er dus toch een Kamermeerderheid blijken te zijn, dan wenst DENK onze militairen uiteraard een behouden thuiskomst.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter, we danken de drie ministers voor de beantwoording en de verheldering van onze vragen. We hebben als fractie inmiddels voldoende informatie om een afweging te kunnen maken. We hebben van de minister van Buitenlandse Zaken begrepen dat er nog een notificatiebrief komt — voor de kijkers thuis: dat is een aankondigingsbrief — over de maritieme missie. Dat kan, zo heb ik begrepen, óf de NAVO zijn óf de EU. We hebben in de samenhangbrief moeten zien dat er ook een vooraankondiging is van de missie in Irak en de VN-missie in Mali. Dat is duidelijk. Die artikel 100-brief wachten we dan ook af.

Andere collega's hebben het al een paar keer gezegd: we constateren dat er na 2001 meer schoolgaande kinderen zijn, namelijk 9 miljoen. Daar waar de taliban grip heeft gekregen op gebieden, gaat het aantal schoolgaande kinderen naar beneden. De positie van vrouwen en meisjes is substantieel verbeterd. Toegang tot schoon drinkwater? Verbeterd. Meer vrouwen hebben toegang tot het rechtssysteem. Deze positieve ontwikkelingen zijn alleen mogelijk geweest doordat de veiligheid in die met name stedelijke gebieden gegarandeerd was. Indien de NAVO-missie zou verzwakken, zou dit direct gevolgen hebben voor de sociale ontwikkeling en voor de versterking van de rechtsstaat.

Voorzitter. We weten ook dat een duurzame oplossing alleen kan via de onderhandelingstafel, maar tegelijkertijd constateren wij dat de uitbreiding nu helaas nodig is. Die uitbreiding met 60 militairen kunnen wij als ChristenUnie dan ook steunen. Want de ministers hebben ook duidelijk gemaakt dat luchtsteun verzekerd is door de Amerikanen, dat er Bushmasters aanwezig zullen zijn om het veilige vervoer over de grond te garanderen en dat medische evacuatie mogelijk is door de Duitsers indien er gewonden vallen; de 10.1.2 regel is gegarandeerd, hebben wij begrepen van de ministers. Omdat dit gegarandeerd is kunnen wij ook instemmen met deze missie. We wensen het thuisfront, de familie van de militairen, sterkte toe en de militairen zelf een succesvolle missie, Gods zegen en een behouden thuiskomst.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De afweging voor de Partij van de Arbeidfractie om wel of niet in te stemmen met deze missie begon met de vraag die we onszelf stelden: als wij daar nou zouden wonen? Als wij nou in Kabul of in een van de provincies zouden wonen en we het afgelopen jaar zouden hebben gezien dat inderdaad meer meisjes naar school kunnen maar ook dat er nog steeds bomaanslagen zijn. Als we zouden hebben gezien dat er hier en daar wat economische bedrijvigheid begint maar ook dat sommigen wegtrekken omdat ze geen enkele toekomst zien. Wat zouden we dan willen van de internationale gemeenschap? We zouden willen dat we niet in de steek worden gelaten. Dat is ook waarom Nederland de afgelopen jaren op verschillende manieren heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van Afghanistan, om mensen niet in de steek te laten. In onze Grondwet staat het geloof ik verwoord als de opdracht om bij te dragen aan een internationale rechtsorde.

Voorzitter. Tegen die achtergrond hebben wij wel een aantal vragen gesteld over het voorgenomen besluit om de missie uit te breiden en te verlengen. Daarbij hebben we met name vragen gesteld als: is de uitrusting van onze militairen en is het materieel waarover ze kunnen beschikken afdoende, kunnen ze rekenen op adequate medische zorg, ook nu het geweldspectrum eigenlijk een treetje hoger gaat, en op welke manier kunnen we diplomatiek en met ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan een Afghanistan waar mannen, vrouwen en jongens en meisjes veilig kunnen zijn?

Voorzitter. We vroegen ook: hoe hangt deze missie samen met andere missiebesluiten? Vandaag hebben we met de ministers daarover gesproken. We hebben kennis kunnen nemen van briefings en we hebben de Kamerbrieven gelezen. Op basis daarvan kan onze fractie instemmen met het kabinetsbesluit.

Voorzitter. We wensen de mannen en de vrouwen daarom heel veel succes met hun missie. We denken aan hun thuisfront in de periode dat ze hun geliefden moeten missen en we hopen bovenal op een behouden thuiskomst.

Dank u wel.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik heb een vraag. De Partij van de Arbeid heeft in het verleden wel en niet missies in Afghanistan gesteund. Zij heeft die wel gesteund daar waar het zou gaan om opbouw, wat later overigens anders bleek te zijn. Zij heeft die ook niet gesteund. Ik heb hier in dat kader een quote van de heer Timmersmans uit 2011, die sprak van "een sterke militaire missie vanwege de strategie van de NAVO". Mevrouw Ploumen zei het zelf ook al: dit zijn commando's en die moeten in het hoger geweldsspectrum meevechten. Wat zijn de overwegingen voor de fractie van de Partij van de Arbeid om hoewel een exitstrategie ontbreekt en de boel in Afghanistan onveiliger wordt, deze missie toch te steunen ...

De voorzitter:

Mevrouw Ploumen.

Mevrouw Karabulut (SP):

... wetende dat president Trump ook de boel flink aan het bombarderen is in Afghanistan?

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Een aantal jaren geleden heeft Afghanistan mede met hulp van de internationale gemeenschap gezegd: wij willen zelf voor onze veiligheid gaan zorgen. Dat heeft ertoe geleid dat Nederland, maar ook andere landen bijgedragen hebben aan het trainen van Afghaanse veiligheidstroepen, van bijvoorbeeld de politie, maar ook van militairen. In dat kader, namelijk de wens van Afghanistan om zelf voor de eigen veiligheid te kunnen zorgen, kunnen wij deze missie steunen. Want het is nadrukkelijk de bedoeling om ervoor te zorgen dat de veiligheidstroepen van Afghanistan in alle omstandigheden goed geoutilleerd en goed getraind zijn om de eigen bevolking te beschermen. Helaas hoort daar soms ook een hoger geweldsspectrum bij.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter, tot slot. Kan mevrouw Ploumen dan uitleggen waarom iets wat een aantal jaren geleden met 140.000 militairen niet gelukt is, nu zou lukken met 20.000 militairen, wetende dat er nu meer terroristische groepen zijn? Ziet mevrouw Ploumen niet dat juist deze militaire strategie een belemmering vormt voor het vredesproces en dat de onveiligheid groeit?

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Ik vind het spijtig dat mevrouw Karabulut zo weinig vertrouwen heeft in de Afghaanse veiligheidstroepen zelf. Ik zal niet zeggen dat die alles volledig onder controle hebben en dat alles state of the art is, maar men heeft daar het voornemen om zelf voor de veiligheid te zorgen en om de eigen bevolking te kunnen beschermen. Daardoor kunnen er inderdaad ook minder internationale bijdragen zijn. Deze is wat ons betreft heel specifiek gericht op een capaciteit die nog ontwikkeld moet worden bij het Afghaanse veiligheidsapparaat.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even of de minister van Buitenlandse Zaken al kan antwoorden. Ik wil eigenlijk nu een afspraak maken over het aantal interrupties. Ik laat twee interrupties toe. Het is aan jullie om te bepalen aan welke bewindspersoon jullie die richten. Het woord is aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Minister Blok:

Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst alle Kamerleden bedanken die ongeacht de vraag of ze de artikel 100-vraag van het kabinet steunen of niet, hun grote steun hebben uitgesproken voor de mannen en vrouwen die — mag ik nu concluderen — met steun van de meerderheid van de Kamer namens ons allemaal worden uitgezonden. Het is zeer terecht dat u allemaal op die manier ook uw waardering uitspreekt voor het moeilijke werk dat zij namens ons doen. Ik zal nu ingaan op de door ieder van de sprekers nog aan de orde gestelde vragen op mijn terrein, zoals de collega's dat op hun terrein zullen doen.

De heer Ten Broeke constateert dat Afghanistan een complex land zal blijven, maar dat er dankzij de inzet, ook van onze mannen en vrouwen, veel bereikt is en dat er om het uiteindelijk tot een succes te kunnen brengen, een voortgezette inzet nodig is. Ik dank hem dus voor zijn steun.

Mevrouw Karabulut heeft de twijfel die zij al tijdens het AO uitsprak over de inzet vastgelegd in een motie, waarmee zij verzoekt om het besluit conform artikel 100 van de Grondwet inzake een militaire missie tot en met 2021 in Afghanistan in te trekken. Het verzoek aan de Nederlandse regering is gedaan door de democratisch gekozen president van Afghanistan, zoals ik ook heb gezegd in het overleg. Hij heeft duidelijk gemaakt dat hij aan een vredesproces wil werken en daar ook een concreet voorstel voor gedaan. Daarbij heeft hij onze steun nodig om een eigen troepenmacht te kunnen opbouwen, om daarmee te zorgen voor stabiliteit, waardoor er sprake kan zijn van een rechtsstaat en veiligheid, zodat kinderen naar school kunnen gaan en een samenleving opgebouwd kan worden.

Als je zo'n verzoek krijgt, dat bovendien wordt ondersteund door de Verenigde Naties, die ook aanwezig is met een missie in dat land, dan moet je een heel goede reden hebben om zo'n verzoek af te wijzen. Dan moet je je ook realiseren wat het betekent wanneer er geen militaire aanwezigheid zou zijn. Mevrouw Karabulut was de eerste, en anderen gingen daar ook later op in, om de vergelijking met het verleden te trekken. Dan moet je ook wel een complete vergelijking met het verleden trekken. We weten hoe de situatie was voor 2002. Mevrouw Karabulut ging terug naar 2002. Dat was het jaar van de massale Amerikaanse inzet. Daarvoor, dus zonder westerse militaire inzet, was de taliban aan de macht, verkeerde het land in de donkere middeleeuwen, was er een islamitisch-fundamentalistisch bewind, dat daar verschrikkelijk heeft huisgehouden, en was de situatie voor vrouwen en meisjes een hel, zoals ik het ook in het overleg heb genoemd.

Het terugtrekken van militairen, zoals mevrouw Karabulut voorstelt, zou dus dramatisch zijn voor de bevolking van Afghanistan. Het zal duidelijk zijn dat ik deze motie dus ook ontraad.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voor de volledigheid: dit verzoek is niet alleen door de president van Afghanistan gedaan, maar ook door de NAVO, waar de Verenigde Staten en president Trump de grote drijvende kracht achter zijn. Maar nu even deze windowdressing voorbij en terug naar de motivatie en de argumenten die de minister geeft om deze missie met drie jaar, maar als het nodig is met nog twintig jaar, dus echt oneindig te verlengen. Dat is: veiligheid, terroristische groepen eruit en minder vluchtelingen. Op alle drie de punten verslechtert de situatie. We hebben meer terroristische groepen in Afghanistan. Er zijn meer vluchtelingen. Ook wij worden door deze inzet meer bedreigd. Dat schrijft de minister ook in de beantwoording.

De voorzitter:

De minister.

Mevrouw Karabulut (SP):

Wat is dan het doel van deze minister? Kan hij daar nu, want dat deed hij in het debat niet, inhoudelijk op ingaan?

Minister Blok:

Mevrouw Karabulut noemt drie aspecten, maar zij noemt bewust niet het aspect dat ik noemde. Ik zal op haar aspecten ingaan, maar ik vind dat veelzeggend. Ik schets de situatie waarin Afghanistan terecht zal komen als we doen wat mevrouw Karabulut vraagt, namelijk volledige militaire terugtrekking. Dat worden de donkere middeleeuwen. En inderdaad, dat heeft ook effecten op de punten die mevrouw Karabulut noemt. Dan zal het ook, nog veel meer dan nu, een uitvalsbasis zijn voor terrorisme. De reden voor het ingrijpen was de aanslag op de Twin Towers, echt een verschrikkelijke aanslag, georganiseerd vanuit Afghanistan. Er waren toen enorme vluchtelingenstromen, die ook op geen enkele manier terug konden naar hun land, want Afghanistan was de donkere middeleeuwen. Die situatie krijg je dan ook weer terug. En je krijgt een situatie waar voor de totale bevolking geen enkele sprake is van veiligheid. Er komen weer stenigingen. Er worden handen afgehakt voor diefstal. Islamitisch fundamentalisme heeft weer de macht. Dat kunnen we met z'n allen toch niet laten gebeuren?

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik constateer dat deze minister blijkbaar de mensen, de gewone Afghanen voor 2001 allemaal als achterlijk afschildert. Ik neem afstand van hoe hij daarover spreekt. Twee. Ik constateer dat de minister niet ingaat op de feiten zoals die nu zijn. Laat ik even helder wezen: natuurlijk vrouwenrechten en ondersteuning waar we kunnen, zeker. Maar kan de minister dan ook voor één keer eerlijk zijn dat die interventies, de permanente oorlog in Afghanistan, Irak en Libië niet die veiligheid brengen die deze minister en andere grootmachten ons beloven?

De voorzitter:

De minister.

Mevrouw Karabulut (SP):

Er zijn meer terroristische groepen en meer aanslagen. Dat is de motivatie die de minister gebruikt om ons deze eindeloze oorlog verder in te zuigen.

Minister Blok:

Mevrouw Karabulut noemt nu weer een heleboel dingen. Zij noemt toch onder meer dat zij wel voor de rechten van vrouwen en meisjes is. Hoe kun je voor de rechten van vrouwen en meisjes zijn en tegelijkertijd zeggen: trek de westerse troepen maar terug? Je weet toch wat er dan gaat gebeuren?

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik constateer wederom dat de minister dus geen antwoord heeft op de door hem aangedragen punten als reden voor deze interventie en dat hij dus instemt met het feit dat het onveiliger is geworden en dat er meer terrorisme is. Twee. Die vrouwen en meisjes worden ook kapotgebombardeerd door de VS. Er zijn ook droneaanvallen. Drie. De ngo's die wij hebben gesproken willen allemaal weg uit Afghanistan. Waarom? Omdat het er onveilig is. De Amerikaanse diplomaten ...

De voorzitter:

Nee, mevrouw Karabulut. Het is genoeg.

Mevrouw Karabulut (SP):

... kunnen niet zonder helikopter op reis.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Zou de minister daarop kunnen reflecteren?

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut. Ik wil voorstellen dat de minister gewoon ingaat op de vragen en dan gaan we verder met de andere Kamerleden. Ook zij hebben vragen gesteld.

Minister Blok:

Mevrouw Karabulut zegt dat ngo's Afghanistan willen verlaten. Als mevrouw Karabulut haar zin krijgt, zullen ze dat moeten omdat de taliban ze niet toe zullen laten.

Voorzitter. Dan kom ik bij de heer De Roon, die ook inging op cijfers over toenemend geweld en op het effect dat niet te meten zou zijn. Ik heb aangegeven dat er acht jaar geleden 130.000 buitenlandse troepen nodig waren om te kunnen zorgen voor stabiliteit in Afghanistan. Dat aantal is inmiddels teruggebracht tot 16.000, maar de Afghaanse regering, die democratisch is gekozen, vraagt wel onze steun om die troepen te leren, te ondersteunen, om de orde in het land te kunnen handhaven. Om de redenen die ik net met mevrouw Karabulut heb gewisseld, vind ik het juist om dat verzoek in samenwerking met bondgenoten en ingebed in een verdere ontwikkelingsstrategie te honoreren.

De heer Sjoerdsma had nog een aantal punten die specifiek betrekking hadden op de collega van Defensie. Zij zal daarop ingaan, maar ik dank hem voor zijn uitgesproken steun.

De heer Krol gaf aan hoe lastig de afweging voor zijn fractie was. Dat hij in ieder geval op dit moment geen steun uit kon spreken, betreur ik natuurlijk.

De heer Stoffer sprak zijn steun uit. Verwijzend naar de woorden van generaal De Kruif gaf hij aan hoe complex de inzet in Afghanistan is en hoe waardevol de bijdrage van onze mannen en vrouwen daar is. Ook hem dank ik voor zijn steun.

De heer Van Helvert ging ook in op het vele dat we gelukkig hebben kunnen bereiken. Ik dank hem voor zijn steun.

De heer Van Ojik had twee aanvullende vragen over de informatie en de samenhang in komende militaire missies. Daar zal collega Bijleveld op ingaan. Ook hem dank ik voor zijn steun.

Mevrouw Van Kooten koos ook voor de optie van het helemaal terugtrekken van militairen. Ik meen die optie in het debat met mevrouw Karabulut al voldoende toegelicht te hebben.

De heer Öztürk is ook voor het volledige terugtrekken van militairen. Ook hem wijs ik op de gevolgen die dat zou hebben. Ik heb ze al richting mevrouw Karabulut genoemd.

De heer Voordewind vroeg nogmaals naar een notificatie over een eventuele marinemissie. Als zo'n marinemissie er komt en het een artikel 100-missie is, dan zullen we die inderdaad tijdig notificeren. Ook hem dank ik voor de uitgesproken steun.

Mevrouw Ploumen eindigde met de zin waarmee ze vanmiddag ook begon en die wel heel treffend een belangrijke vraag illustreert waar wij vandaag voor stonden: wat zouden wij nou willen als wij in Afghanistan zouden wonen? Ook haar dank ik voor het feit dat zij het antwoord op die vraag invult door steun uit te spreken aan het voornemen van het kabinet.

Voorzitter. Ik hoop hiermee de vragen afdoende beantwoord te hebben.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Defensie.

Minister Bijleveld:

Dank u wel, voorzitter. Ik wil mij ook aansluiten bij de woorden die de collega van Buitenlandse Zaken heeft uitgesproken. Hij zei dat hij blij was met de brede steun die er in de Kamer is voor deze missie in Afghanistan, en uiteindelijk voor onze mannen en vrouwen die daar het werk doen. Dat doen ze uiteindelijk ook altijd met gevaar voor eigen leven. Daar zijn we ons meer dan bewust van. Wat wij kunnen doen om ze behouden naar huis te laten komen, zullen wij doen.

Er zijn nog een paar vragen in mijn richting overgebleven. De heer Ten Broeke heeft nog eens nadrukkelijk gezegd dat het heel belangrijk is dat we meer in de "end state"-gedachte gaan denken als het gaat om missies. Dat is ook de reden waarom we een langere termijn voor dit mandaat hebben gevraagd dan misschien gebruikelijk is, met een tussentijdse toets op die gedachte. We zullen daar ieder jaar evaluatief naar kijken. Dat hebben we afgesproken.

Dan de andere vragen. De heer Sjoerdsma heeft nog eens de punten waar wij voor staan, benadrukt. Ik denk dat hij goed heeft aangegeven waarom het heel erg van belang is dat we uiteindelijk met z'n allen inzetten op die veilige situatie in Afghanistan. Die missie heeft daar ook nadrukkelijk effect op, als wij de zaken goed regelen: het goede materiaal, een goede medische voorziening en luchtsteun. Als er geen luchtsteun is, zullen onze mannen niet naar buiten gaan. Dat heb ik vanmiddag in het debat ook tegen de heer Van Helvert gezegd. Die zaken zijn geregeld. Ik heb de Kamer ook verzekerd dat deze missie geen effect heeft op het uiteindelijke tijdpad naar de basisgereedheid van de krijgsmacht, die onze grootste zorg is.

Op andere punten is collega Blok ingegaan, dus ik ga in op die van de heer Van Ojik. Hij zei: "Ik heb vanmiddag twee punten ingebracht. Eén. De samenhang binnen Afghanistan. Hoe zit dat nou? En twee. De samenhang onderling aan de missiekant." Hij vroeg aan ons: wilt u in de contactgroep voor Afghanistan nog eens nadrukkelijk bespreken hoe de doelen met elkaar te versterken zijn? Het antwoord daarop is ja. Ik heb zelf bij de NAVO-ministeriële ook met de Afghaanse minister van Defensie gesproken, maar ook met de force commander in Afghanistan, generaal John Nicholson. Het is namelijk inderdaad een complexe en ingewikkelde situatie. Mevrouw Ploumen heeft dat aangegeven en u heeft dat vanmiddag ook gedaan. We moeten proberen om dat goed met elkaar in verband te brengen. Dus ik zal dat punt oppakken. We zullen dat bespreken.

Dan had u nog een tweede punt: de Rekenkamer, waar we twee weken geleden ook met elkaar over hebben gesproken, en de hoge missiedruk. U zei, en dat heeft u vanmiddag ook gezegd: "Het liefst zou ik alle besluiten rondom artikel 100-brieven, voor zover ze nodig zijn, in samenhang bespreken". Dat is natuurlijk de reden waarom we die samenhangbrief over wat eraan komt naar voren hebben gehaald. Normaal komt die in het najaar. Maar ook op de vraag "als het dan komt, kunt u het dan nog eens goed naast elkaar zetten?", is het antwoord ja. Wij zullen voor zover we dat kunnen dat in samenhang proberen aan te geven, ook indachtig wat de Algemene Rekenkamer in onze richting heeft aangegeven. We zullen dat gewoon successievelijk aflopen en ook in verband met elkaar brengen. Dus op beide vragen is het antwoord ja.

Ik denk dat het heel erg van belang is dat u nog eens hebt aangegeven — zo zie ik het echt en ook mevrouw Ploumen zei dat — dat uiteindelijk datgene wat onze militairen daar doen, echt bijdraagt aan de ontwikkeling van de rechtsstaat. Hoe wankel die ook is, want dat gaat met vallen en opstaan. Daar hebben we ook in de ene termijn in het algemeen overleg over gesproken. De capaciteit die wij leveren — dat zei mevrouw Ploumen ook nog, bijna bij het weglopen — oftewel de special forces, daar zijn wij ook goed in. Dat is uniek en dat is een capaciteit die daar nog echt moet worden ontwikkeld. In die zin is het, denk ik, heel erg van belang dat wij die capaciteit desgevraagd kunnen leveren.

Ten slotte wil ik nog zeggen dat de benadering die mevrouw Ploumen koos — hoe zouden wij ernaar kijken? — mij in het overleg al aansprak en nu weer. Uiteindelijk is dat ook de weging waar we voor staan met z'n allen. Ik wil u dus bedanken voor uw steun. In z'n totaliteit gaat het erom dat we beschermen wat ons dierbaar is, of dat nu hier in het Koninkrijk is of samen met bondgenoten elders in de wereld. Dat is waar wij dagdagelijks voor op pad zijn.

Daar wil ik het bij laten, omdat ik de vragen heb beantwoord.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit debat. Ik dank de Kamerleden en de bewindspersonen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende motie zullen we vannacht stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma