Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 53

53 Ontwikkelingen rondom examens VMBO Maastricht (AO d.d. 05/07)

Aan de orde is het VAO Ontwikkelingen rondom examens VMBO Maastricht (AO d.d. 05/07).

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Dank aan de minister voor het goede algemeen overleg dat wij over de problematiek van het VMBO Maastricht hebben gehad. Ik dank haar daarvoor, maar natuurlijk ook haar collega, die helaas ziek is. Ik wens hem van deze plek het allerbeste.

Gelukkig konden we constateren dat er heel veel goede maatregelen worden genomen om deze leerlingen weer een toekomst te bezorgen. Resteert nog wel een ander punt en daarover gaat deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 354 examenleerlingen van het VMBO Maastricht door bestuurlijk falen zeer ernstig zijn gedupeerd;

overwegende dat de voorzitter van het college van bestuur van LVO hiervoor verantwoordelijk is;

overwegende dat zijn aanblijven tot heden de maximaal benodigde aandacht voor het herkansingstraject van de leerlingen en de toekomst van het voortgezet onderwijs in Limburg onnodig in gevaar kan brengen;

spreekt uit dat het gewenst is dat na het ernstig bestuurlijk falen bij het Limburgs Voortgezet Onderwijs de verantwoordelijke bestuurder daar consequenties aan verbindt met betrekking tot zijn positie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Rudmer Heerema, Rog, Bruins, Kwint, Westerveld, Beertema, Azarkan, Bisschop, Krol en Van Raan.

Zij krijgt nr. 76 (30079).

Dan de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):

Een lang debat gehad. Wat rest zijn nog heel veel vragen over hoe het er in de toekomst uit gaat zien. Over twee punten werden wij het in het debat niet eens, namelijk de geldigheidstermijn van de examens en de toekomst van de onderwijskoepel LVO.

Over dat eerste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er duizenden tekortkomingen zijn geconstateerd in de schoolexamens op het VMBO Maastricht en er leerlingen zijn die daardoor tientallen schoolexamens in moeten halen binnen korte tijd;

overwegende dat de termijn voor geldigheid van de cijfers voor de centrale examens tot 1 januari 2019, zoals vastgesteld door de minister, mogelijk voor sommige leerlingen te kort zal zijn, maar ook zij een eerlijke kans verdienen om alsnog hun diploma te halen;

verzoekt de regering de termijn van 1 januari 2019 voor geldigheid van de cijfers voor de centrale examens indien noodzakelijk te verlengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Van den Hul en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 77 (30079).

De heer Kwint (SP):

En dan het LVO, de koepel waar het allemaal zo fout ging, de koepel waartoe zo ongeveer heel schoolgaand Limburg veroordeeld is, de koepel die de reden is dat ouders tegenwoordig in het weekend massaal open dagen in België bezoeken om hun kinderen daar naar de middelbare school te sturen. Wil je het vertrouwen in het onderwijs in Zuid-Limburg herstellen, dan moet je behalve van de bestuurder ook van LVO af. En daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ouders en leerlingen in grote delen van Limburg veroordeeld zijn tot de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs;

overwegende dat schaalvergroting met koepelbesturen op grote afstand van de onderwijspraktijk, kan leiden tot problemen zoals bij LVO;

overwegende dat het vertrouwen van de inwoners van Limburg, en in het bijzonder Maastricht, in het onderwijs hersteld dient te worden;

verzoekt de regering een start te maken met de ontmanteling van de onderwijskoepel LVO,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 78 (30079).

Dan de heer Rudmer Heerema van de fractie van de VVD. Maar hij heeft eerst nog een vraag voor de heer ...

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Ik doe het hier even.

De voorzitter:

U doet het even bij de interruptiemicrofoon. Maar dan heeft u de heer Kwint niet meer nodig.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Nee.

De heer Kwint (SP):

Dan ga ik naar mijn plek.

De voorzitter:

Bedankt, hè. Meneer Heerema, wat kan ik voor u betekenen?

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter. Heel simpel, de irritatie die ik in het algemeen overleg had, is uitstekend verwoord in de motie die de heer Van Meenen heeft opgesteld. Daarom staat mijn handtekening daaronder. Dat is mijn bijdrage.

De voorzitter:

Heel goed. Mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dank u, voorzitter. Wij staan ook onder de motie van de heer Van Meenen, maar het is natuurlijk niet zo dat je met het wegsturen van een bestuurder alle problemen oplost. Daarom hebben we nog twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij het VMBO Maastricht de toezichthouder niet heeft ingegrepen;

constaterende dat er al jarenlang onvrede was onder leerlingen, leraren en ouders;

overwegende dat raden van toezicht door hun samenstelling vaak ver afstaan van het primaire proces en daardoor signalen van leerlingen, leraren en ouders niet altijd zien;

overwegende dat raden van toezicht gebaat zijn bij een diverse samenstelling;

verzoekt de regering de samenstelling van raden van toezicht in het onderwijs te onderzoeken en hierbij na te gaan in hoeverre men binding heeft met het primaire proces op scholen;

verzoekt de regering tevens om zo nodig aanbevelingen te doen hoe deze samenstelling kan worden geoptimaliseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Kwint, Van den Hul, Azarkan en Beertema.

Zij krijgt nr. 79 (30079).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dan nog een motie, die gaat over het onderzoek van de inspectie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderwijsinspectie onderzoek gaat doen naar de situatie bij onderwijskoepel LVO;

constaterende dat de inspectie niet naar eerdere signalen heeft gehandeld en dat dit tot negatieve publiciteit heeft geleid;

overwegende dat hiermee de schijn van botsende belangen is gewekt;

verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de gang van zaken bij onderwijskoepel LVO en de bestuurscultuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van den Hul, Azarkan en Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 80 (30079).

Dan de heer Beertema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Drie moties. Ik steek meteen van wal.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in het onderwijs sprake is van twee soorten van vertrouwen die niet beschaamd mogen worden: enerzijds het vertrouwen in het civiel effect van diploma's en anderzijds het vertrouwen dat ouders, leerlingen en de samenleving als geheel mogen hebben dat als leerlingen de aanwijzingen van het onderwijs volgen én slagen voor het landelijk examen, zij in het bezit worden gesteld van een diploma;

van mening dat in deze casus van LVO het verlies van vertrouwen van ouders, leerlingen en samenleving in de integriteit van het onderwijs tot grotere maatschappelijke schade en onrust leidt dan de eenmalige schade aan het civiel effect als leerlingen zonder compleet PTA toch in het bezit worden gesteld van hun diploma;

constaterende dat de chaos bij de schoolexamens slechts te wijten is aan het desastreus onzorgvuldig handelen van leraren, teamleiders, directeuren, het college van bestuur en de raad van toezicht en niet aan de leerlingen;

constaterende dat de chaos dermate groot is, dat die tot op vandaag niet door de minister geïnventariseerd kan worden;

van mening dat met een reparatietraject dat mogelijk zes maanden zal duren, zonder garantie dat leerlingen dan alsnog in het bezit komen van het diploma, de gevolgen van deze onderwijsramp eenzijdig bij de leerlingen worden belegd;

verzoekt de minister om álle leerlingen die voor het landelijk examen zijn geslaagd, geen enkele uitgezonderd, hoe dan ook binnen twee weken van hun diploma te voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 81 (30079).

De heer Beertema (PVV):

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het LVO opereert als een bijna-onderwijsmonopolist;

overwegende dat het gebrek aan concurrentie en profilering leidt tot gebrek aan keuzevrijheid van ouders en bovendien leidt tot een cultuur van gemakzucht, slordigheid, nonchalance en laat maar waaien;

verzoekt de regering de scholenkoepel LVO te sluiten en alle gebouwen, personeel en leerlingen over te hevelen naar nieuw in te richten onderwijsinstellingen, bij voorkeur een openbare, een bijzondere en een algemeen bijzondere,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 82 (30079).

De heer Beertema (PVV):

En mijn laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de chaos bij de schoolexamens bij de onderwijskoepel LVO slechts te wijten is aan het desastreus onzorgvuldig handelen van leraren, teamleiders, directeuren, het college van bestuur en de raad van toezicht en niet aan de leerlingen;

verzoekt de regering de voltallige raad van toezicht en het college van bestuur persoonlijk aansprakelijk te stellen voor alle gevolgen van aantoonbaar structureel en bestuurlijk falen die ouders en leerlingen van het LVO eventueel kunnen ondervinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 83 (30079).

Dank u wel. De heer Beertema was de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik zie dat de minister direct kan beginnen met het becommentariëren van de moties. Dan geef ik het woord aan haar.

Minister Van Engelshoven:

Voorzitter, dank u wel. We hebben vanmiddag een goed en uitvoerig debat gevoerd. Ik zal de appreciatie van de moties kort houden en het daar gewisselde hier niet nog een keer herhalen.

De motie op stuk nr. 76 van de heer Van Meenen cum suis is niet een oproep aan het kabinet. Ik kan mij voorstellen dat de Kamer de behoefte voelt om deze uitspraak te doen, maar hierover is het oordeel uiteraard aan de Kamer. Het staat de Kamer vrij uit te spreken wat de Kamer zelf vindt.

Dan de motie op stuk nr. 77 van de heer Kwint over het verlengen van de geldigheid van de cijfers voor het centraal examen. Met alle leerlingen is inmiddels besproken dat zij moeten inhalen. Ik heb u ook uitgelegd dat de externe examencommissie een programma heeft ingericht dat het voor de meeste leerlingen haalbaar moet maken om nog deze zomer hun diploma te halen. Ook in oktober is er nog een herstelperiode. Leerlingen krijgen ook nog een herkansing voor die hersteltoetsen. Door de cijfers voor het centraal examen tot 1 januari te laten staan, creëren we een duidelijk perspectief. Je moet ook duidelijk kunnen zeggen dat aan dit proces een eind komt. We zetten er ook een streep achter. Ik heb u vanmiddag uitgelegd dat er voor die leerlingen voor wie het onverhoopt niet mogelijk zou zijn, voor wie die termijn te kort zou zijn, een mogelijkheid is om alsnog het vmbo voort te zetten, dus ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 78 van de heer Kwint vraagt om de ontmanteling van onderwijskoepel LVO. Ik heb u vanmiddag gezegd dat er een grondig onderzoek gaat geschieden naar het bestuurlijk handelen bij deze onderwijskoepel. Ik vind het nu te vroeg om dit soort vergaande conclusies te trekken. Overigens zouden wij, als we een bestuur gaan ontmantelen, ook treden in de inrichtingsvrijheid van het bestuur. Op basis van een onderzoek naar bestuurlijk handelen kunnen wij wel aanwijzingen geven, maar als je het bestuur ontmantelt, treed je echt in de inrichtingsvrijheid. Dat zou weleens een stap te ver kunnen zijn. Die bevoegdheid hebben wij ook niet.

De voorzitter:

En dus?

Minister Van Engelshoven:

De motie is ontraden.

De motie op stuk nr. 79 gaat over de samenstelling van de raden van toezicht en de binding van die raden van toezicht met het primaire proces. Natuurlijk is het van belang dat raden van toezicht een binding hebben met het primaire proces. Als u naar de advertenties kijkt die er vaak staan, ziet u dat dat in de meeste profielschetsen ook een vereiste is. Maar voor een goed toezicht is er meer nodig dan dat. Soms is het ook goed als een raad van toezicht een zekere distantie kan houden, en toezicht houden is ook een vak. Maar dat er binding is met het primaire proces is een voorwaarde die eigenlijk al wordt gesteld. In die zin vind ik de motie overbodig en is die ontraden.

De voorzitter:

Eén vraag, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Zou de minister het geen goed idee vinden als we eens keken of raden van toezicht niet versterkt kunnen worden met bijvoorbeeld oud-docenten, oud-leerlingen en andere mensen die veel meer weten van de sfeer op de werkvloer?

Minister Van Engelshoven:

Het is maar de vraag of oud-leerlingen of ouders altijd de beste toezichthouders voor precies die school zijn. Ik ben het geheel met u eens dat binding met het primaire proces, en de bereidheid om je daartoe te verhouden, een vereiste is. In de meeste gevallen gebeurt dat ook. Het hoeft niet per se ervaring op die school te zijn; het kan ook heel goed op een andere school zijn. En dan komen we op het punt dat we uiteindelijk allemaal oud-leerling zijn. Of dat nou uitmaakt of je een goed toezichthouder bent? Ik waag te betwijfelen of dat echt het criterium is.

Dan de motie op stuk nr. 80, die vraagt om een onafhankelijk onderzoek naar de gang van zaken bij onderwijskoepel LVO en de bestuurscultuur. Ik heb u vanmiddag uitvoerig uitgelegd dat er een uitgebreid onderzoek komt naar het bestuurlijk handelen bij deze koepel door de inspectie, en de inspectie is onafhankelijk toezicht. Ik zou hier de suggestie dat het onderzoek niet onafhankelijk zou zijn als de inspectie dat doet, verre van mij willen werpen. De inspectie is onafhankelijk en doet dat onderzoek.

De voorzitter:

En dus?

Minister Van Engelshoven:

De motie is ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 81 van de heer Beertema. Het is een beetje een vreemde figuur dat de heer Beertema hier pleit voor een generaal pardon, zoals hij dat vanmiddag ook noemde. Ik heb u vanmiddag ook gezegd dat het juist voor deze leerlingen zo ontzettend van belang is dat zij een diploma krijgen in de volle betekenis van dat diploma. We stellen die leerlingen ook maximaal in de gelegenheid om dat te doen. Om die reden ontraad ik deze motie.

Dan de motie van de heer Beertema op stuk nr. 82. Daarover kom ik eigenlijk tot hetzelfde oordeel als over de motie van de heer Kwint, waarvan ik niet meer weet welk nummer die had. Ook hier zouden we dan wel treden in die inrichtingsvrijheid. Nogmaals, laten we nou eerst eens zorgvuldig onderzoek doen naar het bestuurlijk handelen voordat we conclusies trekken over wat daar de stappen moeten zijn.

De voorzitter:

En dus?

Minister Van Engelshoven:

Ontraden.

Voor de motie op stuk nr. 83 van de heer Beertema geldt eigenlijk hetzelfde. Op dit moment wordt gewerkt aan een onderzoek naar het bestuurlijk handelen door de inspectie. Pas als dat onderzoek gereed is, kun je conclusies trekken over wat daar de consequenties van moeten zijn. Dus ik ontraad deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik dank de minister voor haar aanwezigheid op dit nachtelijke uur.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan later vannacht hier nog over stemmen. Dat gaat echt niet meer voor 2.00 uur gebeuren. Ik schors voor een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.