Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 52

52 Krimp in het onderwijs (AO d.d. 27/6)

Aan de orde is het VAO Krimp in het onderwijs (AO d.d. 27/6).

De voorzitter:

Wij gaan door met het volgende VAO. Dat is het VAO Krimp in het onderwijs. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van den Hul van de fractie van de Partij van de Arbeid. Het woord is aan haar.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Dank, voorzitter. Allereerst een motie over het uitbreiden van de experimenteerruimte.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat iedereen er zeker van moet zijn dat goed onderwijs in kleine kernen belangrijk is en dat verbinding en samenwerking daarbij een sleutel tot de beschikbaarheid van goed onderwijs in kleine kernen kan zijn;

constaterende dat er op dit moment een experiment voor de Jan Ligthartschool in Westbroek loopt vanuit het initiatief van de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen, maar dat het experiment zich tot één school beperkt;

constaterende dat het experiment oorspronkelijk groter opgezet was door de initiatiefnemers en dat er door verschillende gemeentebesturen in het land is aangegeven deel te willen nemen met scholen in hun gemeente;

verzoekt de regering ruimte te bieden voor uitbreiding van experimentruimte, op basis van de Experimentenwet onderwijs, zodat meer gemeenten en scholen de verbinding kunnen zoeken om goed onderwijs in de nabijheid te helpen borgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul, Westerveld en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 397 (31293).

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Tot slot is op verzoek van de minister een motie aangehouden, die ik samen met collega Westerveld heb ingediend bij het wetgevingsoverleg over het jaarverslag. Die wilde de minister graag betrekken bij het debat over krimp. Deze motie wil ik graag in stemming brengen. Die staat al op de stemmingslijst, maar ik vond het wel zo volledig om dat in dit verband ook even te melden.

De voorzitter:

Die motie staat op de stemmingslijst, dus dat zou goed moeten gaan. Dank u wel.

Dan de heer Kwint van de fractie van de SP.

De heer Kwint (SP):

Dank. Er is iets raars aan de hand, behalve dan dat we op dit tijdstip nog staan te debatteren. Dit kabinet wil de fusietoets afschaffen. Dat is op zich al raar. Maar het kabinet wil in aanloop daarnaartoe alvast de inhoudelijke fusietoets — het verschil zal ik u besparen — afschaffen, nog voordat wij het wetsvoorstel gaan bespreken. Dat is een buitengewoon slecht idee. We hebben de afgelopen tijd kunnen zien wat er mis kan gaan met schaalvergroting in het onderwijs. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering voornemens is de fusietoets voor primair en voortgezet onderwijs af te schaffen en daarom alle fusies per 1 augustus 2018 al gaan vallen onder de lichte (procedurele) toets;

overwegende dat voor grote en risicovolle fusies die kunnen leiden tot schaalvergroting van onderwijsinstellingen een inhoudelijke toets nodig blijft;

overwegende dat de wetsbehandeling over het schrappen van de fusietoets in p.o. en vo pas in 2019 behandeld gaat worden en dan het moment is om te spreken over de fusietoets an sich;

verzoekt de regering de inhoudelijke fusietoets per 1 augustus 2018 niet te schrappen en het geëigende moment hiervoor — de wetsbehandeling over het afschaffen van de fusietoets — netjes af te wachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Westerveld en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 398 (31293).

Dan de heer Rudmer Heerema van de fractie van de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Twee Kamerleden, namelijk de heer Rog en ikzelf, verschilden met de minister op één punt van mening. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal leerlingen in het Nederlandse onderwijs daalt als gevolg van demografische ontwikkelingen;

constaterende dat een daling van leerlingenaantallen leidt tot lagere budgetten voor scholen en dat scholen in krimpgebieden zich op het dalende leerlingenaantal voor moeten bereiden;

overwegende dat onderlinge concurrentie tussen scholen geen structurele oplossing biedt en een risico vormt voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs in een regio;

constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs in haar rapport de Staat van het Onderwijs aangeeft dat de krimpproblematiek nog te vaak leidt tot onderlinge concurrentie;

overwegende dat scholen rond open dagen geld dat bedoeld is voor het onderwijs uitgeven aan leerlingenwervingsacties;

verzoekt de regering door middel van een steekproef uit te zoeken hoeveel onderwijsgeld besteed wordt aan concurrentie, reclame en marketing tussen vo-scholen, en de Kamer daar voor de begrotingsbehandeling van 2019 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 399 (31293).

Dan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik heb drie moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal leerlingen flink afneemt en er alleen in het voortgezet onderwijs komend schooljaar al 10.000 leerlingen minder zijn;

constaterende dat scholen buiten de Randstad hier hard door worden geraakt;

constaterende dat veranderende wet- en regelgeving, zoals de onderwijsbekostiging, voor scholen in krimpgebieden vaak anders uitpakt dan voor scholen in de Randstad;

verzoekt de regering om bij nieuwe wet- en regelgeving te toetsen of dit nadelige gevolgen heeft voor scholen in krimpgebieden;

verzoekt de regering ook om de Kamer op de hoogte te stellen wanneer uit deze "krimpcheck" blijkt dat scholen in krimpgebieden worden benadeeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 400 (31293).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering heeft besloten de Commissie Fusietoets Onderwijs af te schaffen;

constaterende dat de commissie in haar afscheidsbrief stelt dat de positie van de medezeggenschap bij voorgenomen fusies versterking nodig heeft;

overwegende dat fusies op draagvlak onder ouders, leraren en leerlingen moeten kunnen rekenen;

verzoekt de regering om bij voorgenomen fusies in het primair en voortgezet onderwijs wettelijk te regelen dat het bevoegd gezag een overleg organiseert met de verschillende geledingen van de medezeggenschapsraad, zoals ook bedoeld in artikel 8a.1.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 401 (31293).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in krimpgebieden scholen zijn met een kleine bovenbouw;

overwegende dat een fusie tussen twee scholen vanwege een kleine bovenbouw een erg rigoureuze ingreep is;

constaterende dat twee scholen geen volledig gezamenlijke bovenbouw aan mogen bieden vanwege de regel dat een school altijd minimaal één havo- en vwo-profiel zelfstandig aan moet bieden;

verzoekt de regering te onderzoeken of deze belemmering weggenomen kan worden, zodat een gezamenlijke bovenbouw van twee scholen voor één of twee afdelingen mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 402 (31293).

Dank u wel. Dan de heer Beertema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Ik heb één motie. Die lijkt een beetje op de motie van de linkse oppositie, maar kennelijk zijn er twee opposities. Dit is dan een motie van de gezond rechtse oppositie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de in 2011 opgerichte CFTO, die toeziet op het verloop van fusies, juist in het leven is geroepen om te waken over nut en noodzaak van voorgenomen fusies;

overwegende dat de CFTO als stok achter de deur dient om onverantwoorde fusies te voorkomen;

constaterende dat de argumentatie die ten grondslag ligt aan het voornemen om de fusietoets af te schaffen en de CFTO op te heffen, onvoldoende onderbouwd is;

van mening dat het opheffen van de fusietoets in het kader van krimpproblematiek vroegtijdig is, zolang alle vormen van samenwerking van krimpscholen niet voldoende zijn verkend;

verzoekt de regering om af te zien van het voornemen om de CFTO op te heffen en de fusietoets af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 403 (31293).

Dank u wel. Dan de heer Bisschop van de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Ik denk dat ook in krimpgebieden niet zozeer fusies het probleem zijn, maar allerlei vage alternatieve bestuurlijke samenwerkingsconstructies. Daarom heb ik daar een motie over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat inmiddels in alle onderwijssectoren alternatieve bestuurlijke samenwerkingsconstructies voorkomen die het karakter van pseudofusies hebben;

overwegende dat deze samenwerkingsconstructies het bestuur van onderwijsinstellingen ondoorzichtiger maken en op gespannen voet staan met wettelijke normen inzake goed bestuur, zoals de onverenigbaarheid van functies;

verzoekt de regering te verkennen welke wettelijke waarborgen nodig zijn om onwenselijke alternatieve samenwerkingsconstructies te verhinderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 404 (31293).

De heer Bisschop (SGP):

Dank u zeer, voorzitter.

De voorzitter:

Tot zover. Dan de heer Rog van de fractie van het CDA. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

De heer Rog (CDA):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op steeds meer plekken in Nederland witte vlekken ontstaan waar onvoldoende aanbod is van profielen en opleidingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs;

overwegende dat de gevolgen van krimp ook in deze onderwijssectoren de komende jaren voelbaar zullen zijn, en dat daarmee een breed aanbod van opleidingen en profielen in toenemende mate onder druk zal komen te staan in krimpregio's;

tevens overwegende dat scholen in de huidige situatie eigenstandig de beslissing kunnen nemen dat het niet doelmatig is een profiel of opleiding in stand te houden zonder daarbij rekening te hoeven houden met de gevolgen hiervan voor het regionale aanbod;

verzoekt het kabinet samen met het onderwijsveld te onderzoeken op welke wijze een omgekeerde doelmatigheidstoets kan worden ingericht waarbij scholen samen de verantwoordelijkheid krijgen een minimaal dekkend aanbod in de regio in stand te houden en de Kamer daarover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog, Kuik en Amhaouch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 405 (31293).

Heeft de minister alle moties? Dat zal niet het geval zijn. Kan zij toch alvast beginnen met het becommentariëren van de moties? Dan komen de ontbrekende moties haar kant wel op. We proberen het allemaal kort en puntig te doen, dus als de minister daaraan wil meedoen, dan waarderen wij dat bijzonder.

Het woord is aan haar.

Minister Van Engelshoven:

Voorzitter. Dank u wel. Ik zal proberen om het zo kort mogelijk te doen. De motie op stuk nr. 397 van mevrouw Van den Hul gaat over de uitbreiding van de Experimentenwet. Het doel van het experiment is niet het openhouden van de kleine school, het gaat in het experiment om de participatie van dorpsbewoners. Het experiment is pas gestart in augustus 2017 en is dus nog geen jaar bezig. Het experiment wordt onderzocht door de Erasmus Universiteit. Het lijkt ons op dit moment niet dienstig om dat experiment lopende het experiment ook weer uit te breiden. Overigens zouden scholen die zich gemeld hebben, die mee zouden doen, ook weer opgericht moeten worden, want een aantal daarvan bestaat ook niet meer. De motie wordt dus ontraden.

Ik kom op de motie die al op de stemmingslijst stond, over de druk op de brede scholengemeenschappen en de vwo-afdelingen. Leerlingdaling beperkt zich niet tot alleen de vwo-afdelingen, maar ook tot andere kleine vo-afdelingen. Ik noem in het praktijkonderwijs de vmbo basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg. Het is van belang dat leerlingen in alle regio's voortgezet onderwijs kunnen volgen dat bij hen past en dat ook leerlingen met verschillende achtergronden dat kunnen blijven doen. Collega Slob heeft aangekondigd dat hij de commissie-Dijkgraaf onderzoek zal laten doen naar de gevolgen van krimp voor het aanbod. De commissie zal zich over dit soort uitdagingen buigen. Deze motie is voorbarig; ik zou die nu dus willen ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 398 van de heer Kwint over de fusietoets. De leerlingdaling in het voortgezet onderwijs is landelijk al ingezet. Het onderwijsveld wacht eigenlijk al lang op het afschaffen van de fusietoets, omdat ze ook ruimte hebben om oplossingen te vinden om met die krimp om te gaan. Het is ook nodig dat schoolbesturen daar proactief bij kunnen handelen. Een fusie is soms nodig om het onderwijsaanbod in de regio in stand te houden. Met de eerste stap die nu wordt gezet in de wijziging van de ministeriële regeling, wordt uitvoering gegeven aan het voornemen in het regeerakkoord om voorlopig nog slechts een lichte toets in te zetten. Dus deze motie ontraden wij.

De voorzitter:

Meneer Kwint, één vraag.

De heer Kwint (SP):

Wij hebben een wat chaotisch debat gehad met mensen die voortdurend heen en weer liepen vanwege het gedoe in Maastricht. Wij hebben nu een extreem kort VAO, want het is laat, het is bijna reces en er komen nog veel VAO's. Wij krijgen na de zomer uiteindelijk nog een keer het debat over de fusietoets. Wij zijn het inhoudelijk misschien niet eens over de rol van die fusietoets, maar dan is dat toch het geëigende moment om daar een goed debat over te voeren, daar met elkaar van gedachten over te wisselen en wijzigingen aan te brengen in de fusietoets, in plaats van nu, voordat de wetswijziging er is, alvast wat te rommelen aan die regeling? Los van wat je van de inhoud vindt, qua proces zou dat toch de nette weg zijn?

Minister Van Engelshoven:

We zullen bij het wetsvoorstel over de fusietoets nog in volle omvang praten over de fusietoets. Maar gelet op hoe de krimp zich in vele gebieden inzet, is het ook nodig om mogelijk te maken dat schoolbesturen daar ook nu proactief hun verantwoordelijkheid nemen. Met dit voornemen blijft er een lichte fusietoets in stand. Het wordt alleen minder omslachtig gemaakt. Dus er is nog ruimte voor voldoende inhoudelijke toetsing, maar het kabinet wil nu al wel scholen de ruimte geven om dat op een goede manier te doen. Het wil ook de ruimte geven voor proactief handelen.

Dan de motie op stuk nr. 399 van de heer Rudmer Heerema en de heer Rog over gelden die besteed worden aan concurrentie. We zien inderdaad dat sommige scholen helaas nog zo reageren op krimp dat ze vooral de concurrentie met elkaar aangaan en dat daar ook af en toe behoorlijke middelen worden ingezet om de school te promoten. Onze accountmanagers voeren dan al een goed gesprek met de school, waarbij ze de vraag neerleggen: is dat nou zo verstandig? Het is soms ook moeilijk om vast te stellen waar de grens ligt tussen goede voorlichting en concurrerende reclame. Het lijkt mij inderdaad een goed idee om daar steekproefsgewijs onderzoek naar te laten doen en de Kamer daarover te rapporteren in het voorjaar van 2019 ... O nee, u vraagt om het voor de begrotingsbehandeling te doen. We zullen proberen om dat te halen. Ik laat het oordeel over deze motie dan ook aan de Kamer.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 400 van mevrouw Westerveld en mevrouw Van den Hul over de "krimpcheck", als ik het zo mag noemen. Daarover laat ik het oordeel aan de Kamer. Zeker nu we zien dat krimp zich heel breed voordoet, denk ik dat het de verantwoordelijkheid van het departement is om altijd goed na te denken over wat de gevolgen zijn van allerlei onderwijsregelgeving voor die krimp. Dus ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Dan de motie van mevrouw Westerveld op stuk nr. 401 over het overleg bij voorgenomen fusies. Eigenlijk is dit punt al wettelijk geregeld, want de medezeggenschap heeft instemmingsrecht bij fusie. Dat is ook een voorwaarde voor de fusie. Omdat er bij de medezeggenschap instemmingsrecht is, is het natuurlijk verstandig als het schoolbestuur in een vroeg stadium met de medezeggenschap daarover in gesprek gaat. Dat moedigen wij ook aan. Daarnaast legt het bestuur ook in de fusie-effectrapportage vast hoe onder andere de medezeggenschap maar ook ouders, leerlingen en personeel zijn en worden betrokken bij de fusie. Deze motie is overbodig en wordt daarom ontraden.

De voorzitter:

Eén vraag, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Je hebt meer aan een goed gesprek dan aan een wettelijk recht. Dat is precies wat de motie vraagt: faciliteer nou dat goede gesprek. Daarom begrijp ik niet zo goed dat de minister deze motie ontraadt. Zou u daar nog een keer over willen nadenken?

Minister Van Engelshoven:

Dat heb ik inmiddels gedaan en het advies over de motie blijft hetzelfde. Soms kunnen we heel snel nadenken, zeker als de voorzitter tempo wil houden in de vergadering.

Dan de motie-Westerveld op stuk nr. 402, over het wegnemen van belemmeringen bij een gezamenlijke bovenbouw van twee scholen. Ik zou willen vragen: houd deze motie nu aan totdat de commissie-Dijkgraaf de kans heeft gehad om te adviseren. Dit is nu precies een van de dingen waarvan wij zeggen: laat die commissie nu goed kijken naar manieren die misschien nu nog niet voor de hand liggen, maar waarmee we wel de goede oplossingen voor krimp kunnen vinden. Ik zou zeggen: houd de motie even aan totdat we dat advies hebben.

De voorzitter:

Mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dat begrijp ik wel. Het is prima, ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (31293, nr. 402) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Engelshoven:

Dan kom ik op de motie-Beertema op stuk nr. 403. Ik begrijp dat de heer Beertema het wenselijk vindt om de fusietoets te handhaven. Het wetsvoorstel om de fusietoets af te schaffen ligt inmiddels voor internetconsultatie voor en zal te zijner tijd bij de Kamer worden ingediend en behandeld. Ik geloof dat ik de heer Beertema niet op zijn parlementaire recht hoef te wijzen dat hij dan dat wetsvoorstel kan amenderen dan wel daartegen stemmen. Op dit moment ontraad ik deze motie, want we gaan het wetsvoorstel wel indienen.

De motie-Bisschop op stuk nr. 404 gaat over het verkennen van wettelijke waarborgen om onwenselijke alternatieve samenwerkingsconstructies te verhinderen. Ik roep de heer Bisschop in herinnering dat voormalig staatssecretaris Dekker u in november 2016 heeft geïnformeerd over bestuurlijke samenwerkingsvormen in het funderend onderwijs. In de brief die hij toen stuurde heeft hij toegezegd om in 2018 vervolgonderzoek te doen naar die samenwerkingsconstructies. De resultaten van dat onderzoek verwacht ik eind 2018. Dat lijkt mij een goed moment om te bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn of niet. De motie wordt dus ontraden, want ik vind haar op dit moment overbodig.

Dan tot slot de motie-Rog op stuk nr. 405 over de omgekeerde doelmatigheidstoets, als ik het zo mag noemen. Zo noemt hij hem zelf ook. Als ik de motie zo mag interpreteren dat het geen wettelijke verplichting hoeft te zijn, maar ook een afspraak mag zijn in de sectorale codes die wij afspreken met de sectoren, laat ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vannacht stemmen wij over de moties. Wij gaan in één vloeiende beweging door naar het volgende debat.