Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 5

5 Personen- en familierecht

Aan de orde is het VAO Personen- en familierecht (AO d.d. 16/5).

De voorzitter:

Aan het woord is de heer Van Nispen van de SP, want mevrouw Kuiken komt als aanvrager van dit VAO hopelijk straks nog.

De heer Van Nispen (SP):

Voorzitter. We hebben verschillende onderwerpen besproken in het debat. Allereerst over internationale kinderontvoering. De minister sprak tijdens het algemeen overleg uit dat hij het ondenkbaar vindt dat Nederlandse instanties meewerken aan uitspraken van landen waar de procedure aantoonbaar niet deugt. Dat zijn wij volkomen met hem eens. Juist daarom is het zo raar dat letterlijk op dit moment het tegenovergestelde gebeurt in de kwestie van de meneer over wie ik al eerder samen met het CDA en de VVD Kamervragen heb gesteld; de meneer die vervolgens wordt aangeslagen om kinderalimentatie te betalen voor zijn dochter die naar Oekraïne is ontvoerd, nu nog steeds, vandaag de dag nog. Is de minister bereid om toch ook te laten kijken naar de bestaande schrijnende gevallen? In antwoord op Kamervragen gaat het alleen over toekomstige gevallen. Dat begrijp ik wel, maar juist nu zijn er schrijnende toestanden en is het zaak om daarover met het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen in gesprek te gaan.

Voorzitter. We hebben natuurlijk ook aandacht gevraagd voor problematische echtscheidingen waarbij omgangsregelingen niet goed worden nagekomen. Van je partner kun je scheiden, maar ouderschap blijft. Over ouderverstoting hebben wij de volgende motie, die dien ik mede in namens de heer Koopmans en mevrouw Bergkamp.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het frustreren van een omgangsregeling een ernstige aangelegenheid is met grote gevolgen voor het welzijn van het kind en de andere ouder;

constaterende dat het belang van het kind ook een door de samenleving te beschermen belang is dat adequate bescherming behoeft die onder de huidige civiele procedures niet voldoende wordt gewaarborgd;

overwegende dat het Platform Scheiden zonder Schade stelt dat het van belang is dat er meer erkenning en herkenning van ouderverstoting komt en in overweging geeft het voortdurend frustreren van omgangsregelingen strafbaar te stellen;

constaterende dat het WODC op dit moment onderzoek uitvoert naar het niet nakomen van omgangsregelingen;

verzoekt de regering onmiddellijk na ommekomst van het WODC-onderzoek met voorstellen te komen hoe ouders, beter dan nu, gedwongen kunnen worden zich aan omgangsregelingen te houden, waaronder voor zover nodig en mogelijk aanscherping van het huidige strafrecht en/of actiever gebruik daarvan, waarbij het belang van het kind centraal staat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Koopmans en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (33836).

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ploumen, die mevrouw Kuiken vervangt.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Kuiken is ergens in dit land opgehouden in een vervoermiddel. Vandaar dat ik haar vervang.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat als een kind eenmaal door middel van internationale kinderontvoering aan het wettelijk gezag van een ouder is onttrokken, terugdraaien van die situatie vaak moeilijk is en soms zelfs door tijdsverloop onmogelijk blijkt;

overwegende dat het voorbereiden van internationale kinderontvoering strafbaar is;

van mening dat onduidelijk is of en in hoeverre het strafrecht in het geval van voorbereiding daadwerkelijk wordt toegepast;

verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre politie en Openbaar Ministerie beleid voeren en actief zijn ten aanzien van het bestraffen van voorbereiding van internationale kinderontvoering;

verzoekt de regering tevens om in overleg met het Openbaar Ministerie te bezien of er een aanwijzing met betrekking tot internationale kinderontvoering nodig is en daarover de Kamer voor het einde van dit kalenderjaar te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (33836).

Dank u wel. Dan is nu het woord, als hij weer bij stem is, aan de heer Koopmans van de VVD.

De heer Koopmans (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben niet zo goed bij stem. Daarom wil ik alleen zeggen: het probleem van ouderverstoting moeten we hard aanpakken. Dus steun voor de motie die de heer Van Nispen samen met mij en anderen heeft ontwikkeld. Er is een andere motie die ik samen met mevrouw Van der Graaf indien, maar omdat ik niet zo bij stem ben, zal zij die uitspreken.

De voorzitter:

Dank, meneer Koopmans, en sterkte met uw stem. Dan is nu het woord aan de heer Van Dam van het CDA. Nee? Dan is het woord aan de heer Markusower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zou graag een motie willen indienen. Het dictum spreekt voor zich.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks ongeveer 200 Nederlandse kinderen worden ontvoerd;

constaterende dat het vaak lastig is deze ontvoerde kinderen terug te halen;

overwegende dat de Nederlandse overheid nu niet rapporteert over de actie die zij onderneemt om ontvoerde kinderen terug te halen;

verzoekt de regering de Kamer jaarlijks een overzicht te sturen waarin staat welke actie is ondernomen door het ministerie van Justitie en Veiligheid per land en per ontvoerd kind om de betreffende kinderen terug te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29 (33836).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel voor het woord, mevrouw de voorzitter. Een van de grote pijnpunten na een scheiding is soms het frustreren van de omgangsregeling door een van de ouders. De andere ouder moet dan naar dwangmiddelen grijpen die strijdig kunnen zijn met het welzijn en het belang van het kind. De andere ouder staat daar vaak machteloos bij en het kind is de dupe. Er is zojuist een motie ingediend om strafbaarstelling te onderzoeken, maar op dit moment moeten we het nog doen met de OM-richtlijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het niet nakomen van de omgangsregeling door een van de ouders grote gevolgen heeft voor het welbevinden van het kind;

constaterende dat op 15 maart jongstleden de richtlijn voor strafvordering onttrekking minderjarige aan wettig gezag in werking is getreden;

constaterende dat het nieuwe strafvorderingsbeleid van het Openbaar Ministerie inhoudt dat bewust dwarsbomen van de omgangsregeling aanleiding kan zijn voor vervolging door het Openbaar Ministerie;

van mening dat kenbaarheid van deze nieuwe regeling een preventieve werking kan hebben met betrekking tot het frustreren van omgangsregelingen;

verzoekt de regering deze nieuwe richtlijn actief onder de aandacht te brengen, zodat ouders zich bewust zijn van de rechten en plichten bij het overeenkomen van een omgangsregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (33836).

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Voorzitter. Dan de motie waar de heer Koopmans zojuist al aan refereerde en die ik mede namens hem en anderen indien. Omgangsregelingen vragen maatwerk. De uitgangspunten voor de verdeling van zorg zijn nu niet vastgelegd. Daarom deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het vaststellen van een omgangsregeling een precaire aangelegenheid is in het scheidingsproces en de omgangsregeling serieuze consequenties heeft voor het welzijn van het kind;

overwegende dat het welzijn van het kind in iedere echtscheidingsprocedure de leidende factor moet zijn;

overwegende dat omgangsregelingen maatwerk vereisen;

constaterende dat er in het huidige Burgerlijk Wetboek geen uitgangspunt is opgenomen met betrekking tot de deling van de omgang voor de vaststelling van een omgangsregeling;

verzoekt de regering te onderzoeken of de belangen van kinderen en ouders worden gediend met een mogelijk wettelijk startpunt dat de zorgrechten en zorgplichten gelijk worden verdeeld over beide ouders, waarbij het vervolgens geheel vrijstaat aan ouders of waar nodig aan de rechter om te komen tot een andere verdeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Koopmans, Van Nispen, Kuiken en Buitenweg.

Zij krijgt nr. 31 (33836).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Buitenweg van GroenLinks.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De minister krijgt het maar druk deze zomer. Een van de onderwerpen waar hij zich ook nog over gaat buigen, is hoe vrouwen die tegen hun zin vastzitten in een religieus huwelijk daaruit bevrijd kunnen worden door hun partner te dwingen mee te werken aan het ontbinden van het huwelijk. Ik heb de minister tijdens het algemeen overleg uitgebreid gecomplimenteerd met zijn inspanningen op dit vlak.

Het enige punt van zorg — dat wil ik hem voor de zomer meegeven — is dat ik daarna hoorde dat hij denkt aan wetgeving die alleen soelaas zal bieden aan vrouwen die ook een burgerlijk huwelijk hebben gesloten. Het is natuurlijk helder dat je pas een religieus huwelijk mag hebben als je ook een burgerlijk huwelijk hebt afgesloten. Ik vraag de minister om er bij het uitwerken van de variant wel voor te zorgen dat we alle vrouwen en ook alle mannen bereiken om uit een huwelijk te kunnen stappen. Het is namelijk belangrijk dat iedereen het recht heeft om te trouwen met wie ze willen, maar ook het recht om te scheiden als ze niet langer willen samenleven. Dus dat als extra huiswerk voor welke variant de minister wil gaan kiezen.

Dan heb ik een motie over adoptie. Ik wil dat we echt stappen zetten om mensen te helpen achterhalen waar ze vandaan komen. Dat is zo cruciaal voor je identiteit en voor het je realiseren van je mensenrechten. Vandaar dat ik een motie heb die ik aan u wil voorleggen. Ze is meeondertekend door de heer Van Nispen en de heer Van der Staaij.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het op dit moment ontbreekt aan adequate begeleiding en ondersteuning van geadopteerden in hun zoektocht naar hun herkomst;

overwegende dat een aantal adoptiebelangenorganisaties zelf inmiddels het initiatief hebben genomen tot de oprichting van de stichting United Adoptees International (UAI) om geadopteerden onder meer te ondersteunen met praktische informatie, het verstrekken van DNA-kits, het operationaliseren van de sociale kaart, het organiseren van rootsreizen en belangenbehartiging in de meest brede zin van het woord;

verzoekt de regering om intensiever financiële ondersteuning te bieden voor initiatieven van adoptiebelangenorganisaties en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Buitenweg, Van Nispen en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (33836).

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik schors enkele ogenblikken voordat ik het woord geef aan de minister voor zijn beantwoording.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Dekker:

Voorzitter, dank. Er zijn twee vragen gesteld. Daarna zal ik ingaan op de moties.

Het eerste punt was van de heer Van Nispen. Hij had het over een concrete zaak die speelt. Daarover zijn gesprekken geweest. Ik zal dat ook nog opnieuw doen. Ik ben altijd voorzichtig met het bespreken van individuele casussen, om verschillende redenen. Vanwege betrokkenen, maar ook omdat er soms dingen rond een zaak spelen die niet altijd hier volledig in het debat kunnen worden gedeeld.

Dan de vraag van mevrouw Buitenweg over huwelijksdwang. Ik neem dat punt mee. Feit is natuurlijk wel dat wij als wetgever vooral wat kunnen doen in relatie tot de regels die wij zelf stellen. Een van die regels is dat je pas een formeel religieus huwelijk mag aangaan nadat er een burgerlijk huwelijk is gesloten. We weten allebei dat het in de praktijk niet altijd zo loopt en dat dat voor vrouwen een enorm probleem kan zijn, maar ons handelingsperspectief zal daar wel beperkter zijn. Dat laat onverlet dat ik het meeneem in de gesprekken die ik ook bijvoorbeeld met Femmes for Freedom zal hebben deze zomer.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik vraag niet aan de minister daar ook maar iets aan te veranderen, want ik vind het belangrijk dat het burgerlijk huwelijk gesloten moet zijn voordat je een religieus huwelijk hebt. Ik weet dat er verschillende manieren zijn om deze vrouwen te helpen. Zonder dat je die regel hoeft te veranderen dat het burgerlijk huwelijk eigenlijk altijd gesloten moet worden voor een religieus huwelijk, zijn er verschillende variaties mogelijk om huwelijksdwang tegen te gaan. Ik doe een klemmend beroep om die te kiezen die alle vrouwen soelaas zal bieden.

Minister Dekker:

Ik neem dat mee. Ik kom daar ook op terug.

De moties. De motie van de heer Van Nispen, de heer Koopmans en mevrouw Bergkamp gaat over omgangsregelingen en kijken hoe die steviger kunnen worden gehandhaafd. Ik denk dat dat een goede zaak is. Ik kan het oordeel aan de Kamer laten. Ik kan uit de voeten met deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 27 krijgt oordeel Kamer.

Minister Dekker:

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 28. Ook daarvoor geldt oordeel Kamer. Ik heb daar geen bezwaren tegen.

Ik heb wel een bezwaar tegen de motie-Markuszower op stuk nr. 29 om allerlei redenen. Ik denk dat het niet goed is om hier op het niveau van individuele casussen en kinderen te rapporteren over onze activiteiten. Daarom ontraad ik haar.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 29 wordt ontraden.

Minister Dekker:

De motie-Van der Graaf op stuk nr. 30 gaat over ouderverstoting.

De voorzitter:

De heer Markuszower heeft een vraag over de motie op stuk nr. 29.

De heer Markuszower (PVV):

Het is toch mogelijk om zo'n overzicht te geven met gebruikmaking van anonimisering van de kinderen?

Minister Dekker:

Maar dat is niet wat deze motie vraagt. Vraag twee is of dat dan zinvol is. Ook daar heb ik zeer mijn twijfels bij.

De motie-Van der Graaf op stuk nr. 30 gaat over ouderverstoting. Ik heb daar geen bezwaar tegen en kan het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 30 krijgt oordeel Kamer.

Minister Dekker:

Dat is anders voor de motie op stuk nr. 31. Die is van mevrouw Van der Graaf en de heer Koopmans. Ik ben haast jaloers op zijn stem. Die doet mij denken aan zo'n maffiafilm: "Hey, Johnny." Dit is een punt waar we uitvoerig in het AO over hebben gedebatteerd, waarbij het uitgangspunt in de wet gelijkwaardig ouderschap is. Ik vind dat juist een heel goed uitgangspunt omdat gelijkwaardig ouderschap in de praktijk, ook in de gevallen waar het goed gaat, niet altijd leidt tot een fiftyfiftyverdeling van de ouderschapstaken. Dat nu wel als uitgangspunt, als defaultoptie neerleggen zou in mijn ogen eerder kwaad dan goed doen, want dat leidt ertoe dat er in het uitwerken van het gelijkwaardig ouderschap misschien partijen zijn die zeggen: "Dat is wat de wetgever erbij bedoelt, fiftyfifty. Als je daarvan af wilt wijken, moet je met goede redenen komen." Ik weet niet of het in het belang is van het kind dat die discussies altijd langs die lijn worden gevoerd. Daarom zou ik graag willen vasthouden aan het wat bredere begrip gelijkwaardig ouderschap dat de wet nu omvat zonder daar concrete cijfers bij te gaan benoemen.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Graaf heeft een vraag.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Ik begrijp het punt dat de minister aanhaalt, maar de motie roept op om te onderzoeken of het een toegevoegde waarde heeft. De vraag is eigenlijk of de regering daartoe bereid is. De motie roept nog niet op tot een verandering van het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap maar wel om onderzoek te doen. Is de regering daartoe bereid?

Minister Dekker:

Van onderzoek kun je natuurlijk altijd zeggen dat het onschuldig is, maar ik vind ook dat we geen dingen moeten gaan onderzoeken waarvan ik het gevoel heb dat er geen perspectief is. Als je zegt dat er in beginsel een heleboel haken en ogen zitten aan een fiftyfiftyverdeling, dan is even de vraag wat een onderzoek daar precies aan gaat toevoegen. Daarom ben ik wat aarzelend en ontraad ik de motie.

De voorzitter:

Een vraag van de heer Koopmans.

De heer Koopmans (VVD):

Voorzitter, ik ga het proberen. Het probleem hier is — en dan sluit ik aan bij het aardige wat de minister over mij zei — dat de praktijk soms kennelijk is dat mensen het idee hebben dat ze een "offer they can't refuse" aangeboden krijgen, omdat de zorg voor de kinderen niet daadwerkelijk gelijk gedeeld verdeeld wordt. De bedoeling van deze motie is om in ieder geval te onderzoeken of dat niet het startpunt kan zijn, waarbij we volledig vrijlaten of het in de praktijk ook zo is. Kan de minister in ieder geval misschien op dit aanbod ingaan?

Minister Dekker:

Voorzitter. Het lastige is dat de wet niet voorschrijft dat gelijkwaardig ouderschap 50-50 moet worden uitgewerkt. De vraag is wat het doet als je wel zegt dat dat wel ons uitgangspunt is. Daar begint het mee. Ik vermoed dat dat in de praktijk zal leiden tot meer getouwtrek dan nu het geval is, waarbij je uitgaat van gelijkwaardigheid, zonder dat nou in precieze percentages vast te leggen, omdat je bij de verdeling van ouderschapstaken altijd een gesprek hebben tussen ouders die vinden dat ze meer of juist minder moeten doen. Nogmaals, ik heb zeer grote aarzelingen bij het nut van dát concreet invullen bij wet. Sterker nog: ik denk dat dat alleen maar tot meer gedoe gaat leiden.

De voorzitter:

Dus de motie op stuk nr. 31 wordt ontraden.

Minister Dekker:

Ja, die motie ontraad ik, voorzitter.

Voorzitter. Ook de motie op stuk nr. 32 ontraad ik. Ik heb al eerder richting uw Kamer gezegd dat ikzelf grote vraagtekens zet bij de effectiviteit van dat DNA-onderzoek en of dat nou echt een oplossing biedt. Daarbij heb ik overigens ook toegezegd dat ik met een aantal van de partijen die hiervoor pleiten graag in gesprek ga. Dat staat gepland voor augustus en dat ga ik dus ook doen. Deze motie gaat eigenlijk een stap verder en zegt: regel het nu. Daar zou ik geen voorstander van zijn, even los van dat het vraagt om financiële ondersteuning waarvoor geen dekking bestaat.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Hier staat niet dat er een DNA-kit moet worden verstrekt, er staat dat er allerlei organisaties zijn die verschillende voorstellen hebben gedaan. Wat we hebben gezien in de afgelopen jaren, is dat deze organisaties heel veel naar het parlement toe komen en zich weinig echt geholpen voelen in hun zoektocht om hun familie te vinden. Ik wil heel graag — en ik denk dat meer collega's in dit parlement dat willen — dat deze kinderen meer geholpen worden. Dat gebeurt, denk ik, door uit te spreken dat wij hen willen helpen op een manier die voor hen ook zinnig is. Dat kan voor sommigen een DNA-kit zijn, dat kan voor sommigen een andere vorm van informatieverstrekking zijn, en dat is dus ook mijn vraag aan de minister. Het gaat dus niet eenzijdig alleen om DNA, maar het is in brede zin een oproep om hier gewoon wat ruimhartiger in te zijn.

Minister Dekker:

Laat ik dat dan in mijn oren knopen. Dat is ook de reden dat ik dat gesprek aanga. Ik wil ook echt wel kijken wat ik kan doen om hulp te bieden, zeker als er ook een verantwoordelijkheid ligt voor de overheid. Deze motie gaat natuurlijk een stap verder. Ze praat gewoon over intensievere financiële ondersteuning. Dat is precies waar mijn punt ook zit, bij de vraag of hulp altijd gepaard moet gaan met subsidie of met bekostiging van bepaalde dingen. Ik vind dat nu gewoon een stap te ver gaan en vandaar mijn ontraden van deze motie.

De heer Van Nispen (SP):

Over de verantwoordelijkheid van Nederland bij adopties uit het verleden valt heel veel te zeggen, wat ik nu niet zal doen. De minister zegt, in gesprek te gaan met organisaties. Er staat nog een VAO Adoptie gepland. Kunnen wij van de minister een brief verwachten waarin hij in ieder geval uitlegt wat deze mensen dan wel van de Nederlandse overheid kunnen verwachten? Kan hij in die brief onder andere ook de suggestie betrekken om mensen die op zoek zijn naar hun herkomst, hun roots een financiële tegemoetkoming — dus geen volledige compensatie van kosten — te geven? Dat kost een heleboel geld, de verantwoordelijkheid van de overheid in het verleden, maar kan de minister die brief in ieder geval toezeggen? Dan komen we daar in het VAO Adoptie op terug.

Minister Dekker:

Ik wil best terugkoppelen hoe dat gesprek is gegaan. Maar ik vind het nu echt een stap te ver om allerlei voorschotten te nemen en toezeggingen te doen over financiële tegemoetkomingen. Ik zou het heel prettig vinden als ik het gesprek gewoon kan aangaan en ook van de betrokken partijen kan horen wat er nou precies speelt, waar ze tegenaan lopen, waar we steun kunnen bieden en waarom men vindt dat daar een rol ligt voor de rijksoverheid om te ondersteunen. Nou, ik wil graag terugkoppelen over dat gesprek, prima, maar volgens mij moeten we hier niet in het parlement voorschotten nemen op de uitkomst van gesprekken.

De voorzitter:

Dank. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties die zijn ingediend bij het VAO Tbs en over de moties die zijn ingediend bij dit VAO wordt vanavond gestemd. Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer en ik dank de leden.

De vergadering wordt van 11.00 uur tot 11.09 uur geschorst.