Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 95, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor om het VAO Kabinetsstandpunt rapport staatscommissie Grondwet en aanpassing artikel 13 van de Grondwet van de agenda af te voeren.

Op verzoek van de SP-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het lid Bashir tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Irrgang.

Ik deel mee dat ingevolge artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde, de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 25883-201; 33000-VIII-113; 29247-156; 32814-15; 31482-79;19637-1498; 29544-376; 32793-32; 21501-08-407; 21501-08-413;21501-08-414; 28286-550; 32620-52; 33149-5; 33149-6; 28973-95; 28973-100; 28973-101; 33106-80; 28286-558; 24170-135; 24170-136; 31839-183; 32666-17; 19637-1503; 32175-25; 25424-167; 25424-169; 31288-270.

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 28973-108; 28973-109; 28973-104; 2012Z05928; 28286-562; 28973-105; 2012Z07484; 28973-106; 2012Z07439; 2012Z07188; 21501-32-603; 22112-1424; 32201-45; 22112-1416; 21501-32-600; 21501-32-601; 27529-107; 27529-105; 27529-106; 2011Z26713; 19637-1540; 30872-111; 32813-17; 30872-110; 29515-337; 30872-79; 30872-112; 32813-18; 22112-1410; 28694-92; 25834-75; 31289-117; 29544-358; 21501-34-191; 33000-VIII-198; 2012Z10547; 31289-125; 31524-136; 2012Z10020; 2012Z09797; 26643-239; 2012Z09577; 33000-VIII-191; 31535-9; 20361-162; 32605-96; 33000-V-147; 32605-97; 30481-8; 33000-V-144; 30952-77; 32605-92; 22112-1380; 21501-20-636; 21501-20-628; 22112-1384; 2012Z10241; 33000-XVI-11; 24077-269; 32189-22; 29628-203; 29248-133; 31765-18; 32670-60; 32670-57; 32670-59; 32670-56; 32670-54; 32670-58; 32670-55; 29453-250; 31490-87; 32600-45; 32635-5; 33000-V-148; 32623-62; 32793-19; 29282-152; 30111-56; 21501-31-275; 29282-149; 29282-151; 32620-57; 31765-58; 23235-95; 29282-146; 30597-245; 32437-14; 33163-4; 33163-3; 33000-XVI-170; 33000-XII-123; 30079-34; 30952-78; 31495-23; 29383-196.

Aangezien voor een aantal stukken de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, de volgende stukken voor kennisgeving aan te nemen; 28694-91; 30872-82; 30421-29; 29544-363; 27664-80; 33255-1; 32156-33; 27926-164; 32757-29.

Aangezien voor een aantal stukken de termijn is verstreken, stel ik vast, dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken 33232, 33257 en 33256 (R1982) zijn goedgekeurd. Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen:

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Hamer.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Voorzitter. Gisteren ontving de Kamer een open brief van zes hoogleraren. In deze brief maken de hoogleraren, om het parlementair te zeggen, gehakt van de plannen van de Kunduzcoalitie ten aanzien van de versoepeling van het ontslagrecht. Dit lijkt mij een belangrijk signaal, van mensen die er verstand van hebben. Ik vraag dan ook per ommegaande een reactie van het kabinet op deze brief.

De heer Van Hijum (CDA):

Het verzoek om een reactie wil ik op zich wel steunen. Wij verwachten nog een notitie van het kabinet over dit onderwerp. Ik kan mij voorstellen dat ook deze aandachtspunten in de notitie worden meegenomen.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik hecht aan een aparte brief over dit onderwerp, en wel per ommegaande. Wij hebben immers geen idee wanneer wij de notitie krijgen. Ik handhaaf mijn verzoek dan ook.

Mevrouw Karabulut (SP):

Steun voor het verzoek van mevrouw Hamer. De notitie mag van mij achterwege blijven.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Hamer voor haar tweede verzoek.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Gisteren vroeg ik om een brief over de oplopende werkloosheid. Wij vroegen of deze brief er uiterlijk voor morgen om 12.00 uur kon zijn. Vandaag kregen wij een nieuw bericht over de oplopende werkloosheid, dit keer van de OESO. Kan het kabinet, voor zover de brief nog niet is uitgegaan, dit rapport meenemen in zijn brief? Als het er niet meer in verwerkt kan worden, vragen wij om een aparte brief. Het rapport heeft uiteraard wel met het onderwerp van gisteren te maken.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden.

Het woord is aan mevrouw Dijkstra.

Mevrouw Dijkstra (D66):

Voorzitter. Gisteren heb ik van de minister van Onderwijs antwoord gekregen op mijn vragen over de invoering op scholen van de verplichte voorlichting over seksuele diversiteit. Uit dit antwoord blijkt dat de invoering een jaar wordt uitgesteld. Ik vind dit onacceptabel. Ik wil op zo kort mogelijke termijn hierover een debat voeren met de Kamer. Ik heb begrepen dat er vanmiddag een debat plaatsvindt. Kunnen wij aansluitend daarop met de minister over dit onderwerp spreken?

De voorzitter:

Er vinden hier voortdurend debatten plaats.

De heer El Fassed (GroenLinks):

Ik ben het van harte eens met dit voorstel.

De heer Elias (VVD):

Wij hebben een "Spiesje" gehad over het boerkaverbod, gisteren een "Leersje" over de gezinshereniging. Dit moet niet een "Van Bijsterveldtje" over de homovoorlichting worden. Wij zijn het eens met dit verzoek. Wat de suggestie van mevrouw Dijkstra betreft: wij hebben vanmiddag een onderwijsdebat dat wat korter duurt dan ingepland, dus zou het heel goed kunnen.

De voorzitter:

U hebt een glazen bol, zo begrijp ik. Heeft mevrouw Smits ook een glazen bol?

Mevrouw Smits (SP):

Nee, voorzitter. Ik spreek wel graag mijn steun uit voor het verzoek.

De heer Van Klaveren (PVV):

Wij steunen het verzoek ook.

De heer Marcouch (PvdA):

Wij vinden het schandalig dat het zo uitgesteld wordt. Wat ons betreft steun voor het debat.

De voorzitter:

Er is ruime steun voor een debat. Wat de planning betreft: daar ken ik u allen te goed voor. U hebt al ruim een uur ingeschreven voor het debat dat om 15.00 uur begint. U zegt: dat kan sneller. Dat kan, maar dan hebben wij nog een VAO over landbouw. Ik wil u aanbieden dat wij vanavond om 21.00 uur een debat houden.

Mevrouw Smits (SP):

Misschien heb ik het verkeerd, maar volgens mij hebben wij gisteren ook gesproken over een spoedig AO over het homohuwelijk en weigerambtenaren. Misschien kunnen wij dit punt daarbij betrekken.

De voorzitter:

Dat lijken me heel andere bewindspersonen. Dit is een goede poging, maar ik denk niet dat dit gaat lukken. Als u mij even laat nadenken, dan zal ik bekijken wat kan. Ik heb geen bezwaar; ik kan altijd vergaderen. De Kamer ook. We doen dan drie minuten spreektijd per fractie. En ik ben helemaal gekleed voor de wedstrijd.

Het woord is aan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Banken hebben een aantal gokkende corporatiebestuurders opgezadeld met giftige financiële producten. Ze moeten nu, terecht, voor een deel daarvoor op de blaren zitten. Maar nu komt het bericht dat ze, omdat ze weigeren om die verantwoordelijkheid te nemen, geen kredieten meer verstrekken aan corporaties en dat mogelijk de bouw vanaf juli stil komt te liggen. Ik wil van de minister van Binnenlandse Zaken graag een brief over deze berichten, waarin ze hierop reageert, haar analyse hiervan geeft en vooral ook aangeeft wat volgens haar de oplossingen zijn. Die brief wil ik graag volgende week ontvangen.

De heer Monasch (PvdA):

Steun voor het verzoek, met de nadrukkelijke aantekening van collega Karabulut dat die brief er moet zijn voor het geplande AO woningcorporaties. Vanwege deze berichtgeving over iets wat zo'n grote wissel zal trekken op de hele corporatiesector, dien ik nu dan ook via u het verzoek in bij de Griffie om dit AO te verlengen, want we zullen daar echt veel meer tijd voor nodig hebben dan nu gepland staat.

De voorzitter:

Daar gaat de Griffie niet over, maar uw eigen commissie. Ik zal het stenogram doorgeleiden.

Het woord is aan mevrouw Van Toorenburg. Ik zie dat de heer Van Hijum het woord zal doen.

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Ik spreek namens collega Van Toorenburg. Zij wil graag van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een brief over het bericht dat deurwaarders opzettelijk tijdens de EK-wedstrijden tv's in beslag komen nemen.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Berndsen.

Mevrouw Berndsen (D66):

Voorzitter. Het College bescherming persoonsgegevens heeft geconstateerd dat een aantal politiekorpsen en de Koninklijke Marechaussee zich niet houden aan de Wet politiegegevens. Ik wil graag een brief van de minister van Veiligheid en Justitie, waarin hij aangeeft wat hij hier eindelijk eens aan gaat doen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden.

De heer Elissen (PVV):

Uiteraard steun voor het verzoek om een brief.

De heer El Fassed (GroenLinks):

Steun voor het verzoek om een brief.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Namens de VVD-fractie steun voor het verzoek om een brief.

De voorzitter:

Ik vind het heel leuk dat u dit doet, maar het hoeft niet. Als u er geen bezwaar tegen hebt, dan geleid ik het stenogram altijd gewoon door. En bezwaren accepteer ik nooit, want ik vind dat iedereen recht op informatie heeft. Dus eigenlijk hoeft u niets te doen.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. We konden gisteren in NRC Handelsblad lezen dat de minister vindt dat studenten geneeskunde – bij de aanmelding gaf ik het verkeerd op – meer zelf voor hun opleiding moeten gaan betalen. Wij hebben daarover geen bericht gehad. Het lijkt de SP zeer onwenselijk. Ik wil graag deze week nog de plannen van de minister weten, om ze dan vervolgens naar de prullenbak te verwijzen.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden.

Mevrouw Straus (VVD):

Ik steun het verzoek om meer informatie over dit onderwerp. Ik heb echter gelezen dat het een ambtelijke werkgroep is die met dit advies is gekomen. Volgens mij is het dus wat voorbarig om te concluderen dat het om plannen van de minister gaat, maar ook dat zien we dan wel terug in de brief.

Mevrouw Leijten (SP):

Het wordt niet voor niets gelekt. Zo ken ik de media ook wel.

Ik heb nog een verzoek. Vorige week heb ik gevraagd om een debat over de ondervoeding bij thuiswonende ouderen. Ik verzocht om dat debat met de minister te voeren. We hebben toen besloten om dit samen te voegen met het debat dat morgen zal plaatsvinden. Dat vond ik in orde op voorwaarde dat de minister daarbij zou zijn. Ik hoor nu geluiden dat het debat morgen alleen met de staatssecretaris zou worden gevoerd. Ik wil daarom uitdrukkelijk mijn verzoek handhaven om de minister uit te nodigen voor het debat van morgen.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Mulder, die stropdas van u is ook mooi.

De heer Mulder (VVD):

Dit is een VVD-das. Die raad ik iedereen aan, maar dat terzijde. Geen steun voor het verzoek. Het door mevrouw Leijten aangehaalde onderwerp valt onder de staatssecretaris, het zit in haar portefeuille, en verder spreekt het kabinet met één mond.

De voorzitter:

Ook dit staat in het stenogram.

De heer Marcouch (PvdA):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Uitslag (CDA):

Ook steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden.

Mevrouw Leijten (SP):

Even ter toelichting, het gaat over thuis wonende ouderen, van wie een derde thuiszorg heeft. Die vallen onder de staatssecretaris, maar publieke gezondheidszorg is een taak van de gemeenten en daar gaat de minister over. Ik zou haar in het kader van de Wet publieke gezondheidszorg een aantal voorstellen willen doen. Vandaar dat ik om haar aanwezigheid vraag.

De voorzitter:

Het punt is duidelijk. Het verzoek van de Kamer breng ik over. Aan het eind van de rit weet u hoe de afweging gemaakt kan worden. Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de regeling van werkzaamheden.