Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 95, item 9

9 Wet educatie en beroepsonderwijs

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie (33146).

De voorzitter:

We hebben met elkaar afgesproken – iedereen was daarbij – dat ik zal proberen het andere debat naar voren te halen als we dit debat heel snel doen. De voorwaarde is dan wel dat we op de tijd die op het schema staat, kunnen beginnen met de behandeling van de wijziging van enkele socialezekerheidswetten. Daaraan gaat nog een uur schorsing vooraf. Om 18.00 uur moeten beide debatten dan dus klaar zijn. Dat zeg ik maar zo luid en duidelijk als ik dat hier kan zeggen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Biskop (CDA):

Voorzitter. Ik zal aan dat streven bijdragen door kort te zijn. Ik zal meteen iedereen duidelijk maken dat de CDA-fractie positief is gestemd over dit wetsvoorstel. Het vavo, ooit begonnen als moedermavo, is van oudsher bedoeld om volwassenen in staat te stellen om alsnog een diploma voortgezet onderwijs te halen. De laatste jaren is het vavo echter steeds meer een onderwijsvorm geworden die geldt als tweede kans om te bevorderen dat jongeren die zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen, via het vavo toch nog een diploma kunnen behalen. Ik kan daar als vader over meepraten, want langs die weg heeft onze oudste dochter haar havodiploma kunnen behalen.

Een veranderende rol van het vavo, een veranderende verdeling van middelen. Nu krijgen de gemeenten het geld nog, waarmee ze moeten gaan inkopen, maar met dit wetsvoorstel worden de middelen voor het vavo en de middelen voor overige educatie gescheiden, waardoor het veel duidelijker wordt waar iedereen over gaat.

Over de uitwerking van de actieplannen betreffende het mbo en laaggeletterdheid en over het vavo en volwasseneneducatie heb ik nog een paar vragen. Hoe staat het met het transparant maken van de prijs-kwaliteitverhouding van de educatietrajecten die door gemeenten worden ingekocht? Kan de minister al iets zeggen over de afspraken die ze aan het maken is? Hoe staat het met de voorstellen waarmee het kabinet zou komen om prikkels in het systeem in te bouwen om volwassenen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om educatietrajecten te volgen en daadwerkelijk af te ronden? Kan de minister iets zeggen over de manier waarop de 5 mln. wordt besteed die vanaf 2012 is bestemd voor de pilots lezen en schrijven? Met die vragen rond ik mijn inbreng af.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Mijnheer Elias beet mij daarnet toe: gas geven! Dat is heel vriendelijk bedoeld voor ons allemaal, want we willen natuurlijk allemaal vanavond voetbal kijken. Dat gaat, geloof ik, over homovoorlichting op scholen en zo.

De voorzitter:

Daar weet u alles van!

De heer Van der Ham (D66):

We zijn ondertussen zo ver geëmancipeerd dat vrouwen én homo's graag naar voetbal kijken, zeg ik tegen de minister van homo-emancipatie. Ik kan daarover uit persoonlijke ervaring meespreken. We hopen dat we van de Duitsers winnen.

Vandaag spreken we over de wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie. Verschillende fracties hebben hiervoor al in het schriftelijk overleg hun inbreng geleverd. We hebben van de minister een beantwoording mogen ontvangen. Kern van het voorstel is dat de middelen van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs met ingang van 1 januari direct aan de opleidingscentra ter beschikking worden gesteld en niet meer aan gemeenten. Zo blijft de sturing hiervan bij het Rijk. Er wordt voorgesteld om ongeveer de helft van de educatiemiddelen van het totale budget rechtstreeks aan de opleidingen te verstrekken. De andere helft blijft onderdeel van het participatiebudget van gemeenten. Wij vinden het belangrijk dat gemeenten voldoende budget voor participatie en educatie behouden, wat in dit voorstel ook het geval is. Voor D66 heiligt in dit geval het doel de middelen. Er komt meer sturing vanuit het Rijk op het opleidingenaanbod van roc's en het aanbod wordt beperkt. Het aanbod richt zich op de versterking van rekenen en taal. NT2 is gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau voor het beroepsonderwijs. Dat vinden wij zeer belangrijk.

Zoals bekend willen we ook meer inzetten op taal en rekenen. Daar hebben we het ook in andere debatten uitgebreid over gehad. Die kennis is van groot belang om te kunnen participeren in de samenleving. Daarom is wat wij nu gaan doen, voor ons slechts een eerste stap, want het vavo-budget blijft deelnemersonafhankelijk. Stijgt de instroom van deelnemers, dan is er niet meer budget. Dat vinden wij een bezwaar. Dat gaan wij niet in dit wetsvoorstel regelen, maar in het kader van de verkiezingen en alles wat wij daarna gaan doen, vinden wij het van groot belang dat dat verder wordt uitgebreid. Maar dat staat los van dit debat.

Het nieuwe onderwijsaanbod voldoet in tegenstelling tot het bredere, oudere aanbod aan een duidelijke doelstelling en vastgestelde eindtermen. De keerzijde is dat de opleidingen die gericht zijn op breed maatschappelijk functioneren en sociale redzaamheid, komen te vervallen. Taal is de basis voor zelfredzaam zijn. De rest volgt vanzelf. Als wij moeten kiezen, zoals wij bij dit wetsvoorstel moeten doen, dan kan ik mij de lijn van het kabinet wel voorstellen. Ik pleit ervoor om het budget gericht in te zetten. Dat gebeurt nu met dit wetsvoorstel.

Ondanks deze korte inbreng mag het niet verbazingwekkend zijn dat wij onze steun uitspreken voor het wetsvoorstel van de minister. U bent blij daarmee, minister?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ja, u bent een goed voorbeeld.

De voorzitter:

U hebt het woord nog niet, minister. Het spijt mij.

De heer Van der Ham (D66):

De minister heeft het woord nog niet, maar zij knikt instemmend. Daar ben ik blij mee.

De voorzitter:

Het is altijd goed als er instemmend geknikt wordt.

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Ik zet ook de turbo erop. Ik heb mijn halve tekst geschrapt, maar ik wil wel even kwijt dat er zonder het vavo beduidend meer vroegtijdige schooluitval zou zijn. Heel veel jongvolwassenen zouden dan ook de kans mislopen op een succesvol leven als een burger die meedoet. Ik noem even de cijfers om het belang te benadrukken. In het schooljaar 2009–2010 volgden 17.000 jongeren een opleiding in het vavo. Slechts 1500 waren ouder dan 23 jaar. Zo'n 7000 jongeren haalden via het vavo een vmbo-, havo- of vwo-kwalificatie. Dat laat zien hoe ontzettend belangrijk het vavo is en hoe ontzettend die is veranderd sinds de tijd waarin die ooit als moedermavo begon.

In de nota naar aanleiding van het verslag antwoordt de minister op een vraag van de ChristenUnie dat er geen informatie is over het percentage vavo-middelen dat besteed wordt aan overhead. Dat komt doordat de roc's de afgelopen jaren aan gemeenten verantwoording hebben afgelegd over besteding van die vavo-middelen. Dat vind ik een beetje wonderlijk. Om duidelijkheid te krijgen, heb ik een vraag daarover aan de minister. Moet ik daaruit concluderen dat de gemeenten geen informatie over die overhead hebben verzameld? Of is die informatie er wel, maar is die niet in het bezit van de minister? In dat geval vragen wij de minister om die informatie alsnog op te vragen. Het kan de moeite waard zijn om die eens te bestuderen.

Ik heb nog twee technische vragen. Het is de PVV nog niet helemaal duidelijk hoe het kan dat roc's die alleen maar overige educatie verzorgen en geen vavo aanbieden, toch aan de wettelijke taak voldoen. De minister antwoordde dat dat het geval was op een vraag van de VVD-fractie daarover. Het gaat mij om de technische uitleg, want de PVV maakt zich daar zorgen over. Bijna alle roc's zijn heel grote, doorgefuseerde instellingen. Daarmee zijn ze vaak de facto monopolist in een groot verzorgingsgebied. Zij hebben dat zelf zo gewild en de Kamer heeft dat toegestaan, tot mijn verdriet. De roc's moeten zich echter wel realiseren dat dat een verantwoordelijkheid met zich meebrengt voor het faciliteren van wat voor onderwijsvraag er binnen die sector ook thuishoort. Het kan dan niet zo zijn dat een student die vavo wil volgen, moet uitwijken naar een ander roc en daarmee vaak ook naar een andere provincie of een andere regio. Dat valt niet mee als een student bijvoorbeeld nog één of twee vakken wil afsluiten.

Het vavo wordt budgetneutraal onder directe aansturing van het Rijk gebracht. De minister verzekert ons dat er geen extra administratieve lasten zijn, ook niet binnen de instellingen zelf. Dat klinkt mooi. De extra last die het geven van informatie door de roc's over het aantal inschrijvingen en uitschrijvingen aan DUO met zich brengt, wordt namelijk gecompenseerd door de last die wegvalt, namelijk het geven van diezelfde informatie aan gemeenten. Nu we het er toch over hebben, wil ik de minister een vraag stellen over de kwaliteit van de informatiestroom. Was de informatieoverdracht van de roc's aan gemeenten op orde? Als dat zo is, komt het bij DUO ook wel in orde. Bestaat er op dat vlak een infrastructuur? Kan de minister daar inzicht in geven? Was die informatiestroom naar de gemeenten sluitend? Was die altijd op tijd? Werden tussentijdse mutaties correct verwerkt? Of was er sprake van een administratieve chaos, zoals die nogal eens voorkomt bij roc's, bijvoorbeeld al bij de eenvoudige aanwezigheidsregistratie. Kan de minister ons op dit punt geruststellen? Zijn er evaluaties beschikbaar? Is het op orde? Zo nee, hoeveel geld vloeit er dan weg?

De voorzitter:

Het is zo heerlijk om te zien dat u allemaal binnen de tijd kunt blijven. Dat ga ik echt onthouden. Ik zal het opschrijven.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Wij spreken over het volwassenenonderwijs, ook wel vavo genoemd. Het gaat om onderwijs waarmee mensen een tweede kans krijgen, een zeer belangrijke voorziening. Op dit moment geeft niet elke gemeente evenveel uit aan het volwassenenonderwijs. Daar komt nu een eind aan. Dat is een goede zaak.

Het educatiebudget is nu onafhankelijk van het aantal mensen dat vavo volgt. Sommige gemeenten maximeren het aantal deelnemers. Dat kunnen zij straks niet meer doen. Toch verwacht de minister dat er niet meer deelnemers komen. Zij heeft het budget hierop ingesteld. Gezien de nu soms geringe inzet van sommige gemeenten, kun je echter groei van het aantal deelnemers verwachten. De SP vindt het daarom verstandig om een evaluatiemoment in te stellen. Hoe wordt de toelating tot het vavo geregeld? Kan een instelling strengere toelatingseisen stellen omdat ze anders per deelnemer minder budget krijgt?

Het educatiebudget van gemeenten wordt flink gekort. Dat is op zichzelf logisch, want een taak gaat naar de landelijke overheid toe, dus die wordt dan niet meer uitgevoerd door de gemeenten. Gemeenten vinden echter dat zij te hard worden gekort. De VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, zegt dat er nooit sprake van was dat de helft van het educatiebudget voor vavo bestemd zou zijn. Wat is hierop de reactie van de minister? De VNG schrijft dat in 2005 42 mln. werd besteed aan volwassenenonderwijs. Dat is 17% van het toenmalige budget. Er wordt nu 50% weggehaald. Hoe zit het met dat grote verschil?

Binnen enkele jaren is er geen geld meer voor inburgering. Mensen die verplicht zijn om in te burgeren of willen inburgeren, moeten de inburgeringscursus zelf betalen. Het inburgeringsbudget verdwijnt dus in fasen. Gemeenten willen deze mensen wel vaak helpen bij het zoeken naar werk door bijvoorbeeld taal- en rekenlessen aan te bieden. De oude vrijwillige inburgeraars zijn dus een nieuwe doelgroep. Denk hierbij ook aan Oost-Europeanen die de taal willen leren. Het aantal mensen dat bediend moet worden, wordt dus veel groter terwijl het budget kleiner wordt. Hoe verwacht de minister dat deze mensen worden geholpen?

Ondanks de mooie intenties van de minister is het aantal laaggeletterden al jaren ongeveer 1,5 miljoen. Hoe gaat zij haar doelstellingen verwezenlijken als zij het budget hiervoor zo vermindert? Mijn collega Smits heeft in oktober 2011 een motie ingediend, waarin de regering wordt verzocht er zorg voor te dragen dat de infrastructuur van educatie in stand blijft waardoor overal in het land voldoende aanbod van educatie blijft bestaan. De Kamer steunde dit verzoek, maar de gemeenten luidden toch de alarmbel. Voor sommige roc's is het met de verdere inkrimping van het budget tot 53 mln. niet meer rendabel om educatie aan te bieden, met als direct gevolg dat in sommige regio's geen educatie meer wordt aangeboden, aldus de VNG.

We stemmen in met de doelstelling van het wetsvoorstel om deze voorziening naar de landelijke overheid te halen. Het is immers een landelijke verantwoordelijkheid. We willen echter nog wel een aantal garanties rondom het budget.

De heer Çelik (PvdA):

Voorzitter. Het is een goede zaak dat de minister nog eens scherp heeft gekeken naar het rendement en heeft gemeend dat opknippen de beste manier is om alles uit de middelen te halen, zodat we zo veel mogelijk mensen weten te bereiken. Het vavo levert inderdaad, zoals collega Beertema zei, een aardige bijdrage in het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Er zijn goede cijfers van bekend. Nu onlangs voor 16- en 17-jarige leerlingen het bekostigd onderwijs is geregeld, waardoor zij in formele zin die vakken bij het vavo kunnen afnemen, groeit de kans dat leerlingen met een diploma het onderwijs verlaten.

Een van de sterke punten in het voorstel is nu juist dat wordt geconstateerd dat sommige gemeenten extra eisen stellen aan volwassenen die het vavo zouden moeten doen. Daardoor blijkt het voor sommige mensen niet toegankelijk te zijn. Het is goed dat we dit hebben onderkend. Ik wil van de minister weten of daarmee definitief is geborgd dat er geen extreme eisen worden gesteld aan volwassenen als zij het vavo rechtstreeks via bekostiging via het Rijk gaan volgen. Kortom, is het nu echt toegankelijk? Kunnen we echt zeggen dat alle roc's op dezelfde wijze omgaan met de studenten? Krijgen we geen extra eisen te horen?

Taal en rekenen vallen onder het funderend onderwijs. Het maakt feitelijk niets uit of men volwassen of minderjarig is. Het gaat om een tweede en soms om een derde kans. De overheid is dan moreel verantwoordelijk voor het bieden van voldoende mogelijkheden en voldoende ruimte. Ik lees dat het budget deelnemersonafhankelijk is. Enerzijds begrijp ik dat. Maar anderzijds, stel dat er heel veel studenten, heel veel ouderen zijn die toch nog een tweede kans willen grijpen en het budget, uit mijn hoofd 57 mln., niet meer toereikend is. Is de minister dan bereid om daarvoor extra middelen ter beschikking te stellen? Of zegt zij: op is op; niemand meer een extra kans?

We hebben kunnen lezen in het stuk dat opleidingen gericht op breed maatschappelijk functioneren en gericht op sociale redzaamheid komen te vervallen. In de schriftelijke inbreng hebben wij de minister gevraagd om een overzicht te geven van de opleidingen waar het om gaat. Het enige voorbeeld dat zij in de beantwoording gaf, was de fietscursus. Dat is wel heel erg mager. Ik vraag de minister nogmaals om een goed beeld te geven van het soort opleidingen waar het om gaat. De PvdA maakt zich namelijk zorgen dat we wellicht een groep tussen wal en schip laten vallen als we ons alleen maar focussen op taal en rekenen. Voor alle duidelijkheid zeg ik erbij dat deze focus overigens terecht is. Ik heb gezien dat de definitie in het actieplan laaggeletterdheid redelijk breed is, maar toch maakt mijn fractie zich zorgen dat sommige mensen tussen wal en schip vallen. Ik zou graag van de minister willen weten of zij die angst met ons deelt. Ik kom zo langzamerhand aan het eind van mijn betoog. Ik ben het eens met de heer Van Dijk over het evaluatiemoment. Om die reden heb ik vanmorgen een amendement ingediend, waarin staat dat over vijf jaar een evaluatie moet worden gehouden. Bij de evaluatiebespreking van een wet heeft de minister laatst nog opgemerkt hoe goed het is dat dit destijds is ingebouwd. Dat lijkt mij ook bij dit wetsvoorstel een goede zaak.

Er is een algemeen punt dat mij al langer dwarszit. Het wordt in dit stuk genoemd en daarom ga ik het nu ook noemen. Het gaat om de peildatum van 1 oktober. Ik begrijp dat er een moment moet zijn waarop de verdeling van gelden moet plaatsvinden. Wij constateren tegelijkertijd wel dat na 1 oktober plotseling heel veel leerlingen thuisonderwijs krijgen oftewel thuiszitten. In dit geval zou het kunnen zijn dat zij na twee of drie maanden te horen hebben gekregen dat zij het niveau niet aankunnen en dat zij beter iets anders kunnen doen. De school heeft dan wel het geld ontvangen. Is de minister bereid na te denken over een systeem waarbij het geld gedeeltelijk – en uiteraard niet helemaal – wordt teruggevorderd omdat de volwassenen uiteindelijk geen onderwijs hebben genoten?

De heer Elias (VVD):

Voorzitter. Eigenlijk zou je iedere dag Nederland-Duitsland moet hebben; het komt de efficiency van de Kamervergaderingen zeer ten goede. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er veel draagvlak voor het wetsvoorstel was en is. Dat maakt vaak dat de behandeling wat korter duurt dan wanneer het controversieel is. Met controversieel bedoel ik dat er zeer verschillend over wordt gedacht.

De VVD-fractie heeft zich tijdens de schriftelijke ronde al positief uitgelaten over dit wetsvoorstel. Volwassenenonderwijs biedt volwassen leerlingen de kans alsnog hun middelbareschooldiploma te halen. Het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs – ik wil de gewoonte om afkortingen te gebruiken zo min mogelijk toepassen vanaf het spreekgestoelte – is allang niet meer de moedermavo, maar is deels een onderwijsvoorziening voor jongeren geworden. Ongeveer 17.000 jongeren volgden in het schooljaar 2009–2010 een opleiding via het volwassenenonderwijs. Slechts 1500 leerlingen waren ouder dan 23 jaar. 7000 leerlingen behaalden hun diploma havo, vwo of vmbo. Het beleid voor de zogenaamde doorlopende leerlijn is dat taal en rekenen zich ook uitstrekken tot het vavo.

Het vavo is tevens een instrument dat de overheid gebruikt om laaggeletterdheid tegen te gaan en schooluitval te bestrijden. De VVD-fractie steunt de aanpak van de minister. Ik maak echter de volgende korte kanttekening.

Gedwongen winkelnering, namelijk opleidingen inkopen bij regionale onderwijscentra waar verschillende mbo-scholen zijn ondergebracht, zou moeten worden afgeschaft. Daartoe heb ik eerder een motie ingediend, die op 6 december 2011 is aangenomen. Ik wil weten waarom dit proces zo moeizaam verloopt. De Kamer zou voor het zomerreces worden geïnformeerd over de uitwerking van eenduidige criteria voor het educatietraject taal en rekenen. De minister heeft dat toegezegd in haar brief van 30 januari 2012. Gemeenten moeten bij aanbieders die voldoen aan deze criteria, zowel de roc's met mbo-opleidingen als de private aanbieders, educatie kunnen inkopen. Wanneer zorgt de minister ervoor dat dit daadwerkelijk mogelijk is? Het is de uitdrukkelijke wens van deze Kamer. De motie is niet voor niets aangenomen. Ik wil hier graag een echt antwoord en geen ontwijkend antwoord op. Dat is al een paar keer eerder gebeurd rond dit thema. Verder scharen wij ons achter dit wetsvoorstel.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Volwassenenonderwijs is belangrijk voor Nederland. Via het vavo komen mensen toch nog aan een diploma, dat noodzakelijk is om mee te doen op de arbeidsmarkt. Met een diploma van een NT2-opleiding kunnen mensen met een andere moedertaal volwaardig meedoen en bijvoorbeeld een beroepsopleiding volgen. Educatie is het bescheiden budget dubbel en dwars waard. Mensen leren zichzelf redden en hoeven minder vaak aan te kloppen bij de Staat. Daardoor zijn zij bovendien beter in staat om hun eigen plaats in de samenleving te vinden. Daarom zijn bezuinigingen op volwassenenonderwijs schadelijk. Wat wij hierdoor aan de ene kant besparen, leveren we aan de andere kant in door een verminderde participatie en ontwikkeling.

Dit is zeker een aandachtspunt nu migranten die al in Nederland zijn, niet in aanmerking komen voor de mogelijkheden tot het aangaan van een lening voor een inburgeringsopleiding. Zo is er bijvoorbeeld in Rotterdam Jasmin. Jasmin is een jonge gescheiden vrouw van Marokkaanse afkomst die van een bijstandsuitkering leeft. Als haar dochter naar school is, doet zij vrijwilligerswerk in een bejaardentehuis. Zij zou dolgraag een baan willen, bijvoorbeeld in de thuiszorg. Hiervoor moet zij echter eerst een NT2-diploma behalen, maar voor de opleiding heeft zij geen geld. Er is net genoeg om te eten en schoolspullen te kopen voor haar dochter. Verstrek haar dan toch een studiebeurs, zou ik zeggen, zodat zij verder kan komen. Of kan de minister als vertegenwoordiger van het kabinet-Rutte nou eens duidelijk uitleggen waarom zij het geld voor haar studie niet mag lenen om zo te investeren in haar eigen toekomst?

Helaas is de volwasseneneducatie de afgelopen jaren steeds verder uitgekleed. Als ik sommige brieven die wij hebben ontvangen, moet geloven, lijkt dit voorstel – ik zeg nadrukkelijk "lijkt" – nog een stukje verder te gaan. Hoewel de wet officieel budgetneutraal is, lijkt het erop dat het vavo goed wordt bedeeld en dat de overige educatie verder wordt gekort. Kan de minister hierop ingaan? Hoe komt de minister aan het percentage dat zij voor het vavo uit het participatiebudget voor gemeenten haalt? De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt dat er eerder nooit een fiftyfiftyverdeling was, maar dat juist een veel kleiner deel aan het vavo werd besteed. Wat is het antwoord van de minister hierop?

Mijn fractie vindt het niet per se verkeerd om het vavo direct onder het ministerie te brengen. Het is immers een aanvulling op het meer gebruikelijke voortgezet onderwijs. Welke effecten beogen we met deze wetswijziging? Hoeveel meer mensen worden bereikt? Hoeveel meer volwassenen behalen hun voortgezetonderwijsdiploma? Hoeveel mensen met een taalachterstand worden in het vervolg nog bereikt met het uitgeklede educatiebudget? Is het straks mogelijk om voor de studiekosten te lenen? Daarnaast vraag ik mij af of deze bekostigingssystematiek het allerbeste is. In het mbo hebben we schaalvergroting en een felle concurrentie om de studenten gezien bij een soortgelijke manier van bekostigen. Zijn alternatieve bekostigingsmodellen onderzocht? Hoe wordt voorkomen dat roc's tegen elkaar gaan opbieden met leerlingenaantallen en dat de onderwijskwaliteit het kind van de rekening wordt?

Ook de bekostiging van de overige educatie vind ik niet vanzelfsprekend. Welke vrijheid hebben gemeenten in de toekomst bij het inkopen van contacturen? Hoe weten zij of de bekostiging aansluit bij het aantal ingekochte uren?

Deze wet hangt samen met de wetswijziging omtrent inburgering. Minister Leers heeft, zeer tegen de zin van mijn fractie, ervoor gekozen om migranten die al in Nederland zijn, de zogenaamde oudkomers, uit te sluiten van de inburgeringsvoorzieningen. Deze vrijwillige inburgeraars worden niet met open armen ontvangen, maar moeten vechten voor een steeds schaarser wordend plekje in het klaslokaal. Bovendien mogen zij daarvoor geen studielening afsluiten. Verwacht de minister dat het aantal deelnemers aan NT2-opleidingen zal toenemen naar aanleiding van de wijziging in de Wet inburgering? Hoe gaat zij daarmee om? Welke maatregelen kunnen in de huidige wet worden genomen om de toegankelijkheid van educatie speciaal voor de oudkomers te bevorderen? Deze mensen willen maar wat graag meedoen in onze samenleving, maar zij moeten daar wel een eerlijke kans toe krijgen.

Dit wetsvoorstel brengt enkele wijzigingen aan in het volwassenenonderwijs. Ik ben er nog niet van overtuigd dat dit de wetswijziging is die de educatie beter of effectiever maakt, maar ik wacht de antwoorden van de minister af. Ik zal mijn afweging daarvan laten afhangen. Ik vind dat wij alles in het werk moeten stellen om het opleidingsniveau van volwassenen te verhogen en de geletterdheid te bevorderen. Ons educatiebeleid moet erop gericht zijn om mensen zoals Jasmin mee te laten doen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun reactie in eerste termijn. Over het algemeen klinkt in hun betogen door dat er breed draagvlak is voor dit wetsvoorstel. Ik ben daar blij mee. Vanzelfsprekend zal ik proberen de heer Klaver van GroenLinks ervan te overtuigen dat hij uiteindelijk ook voor deze goede wet zou moeten kunnen stemmen. Ik loop de fracties langs, dan kom ik alle vragen tegen.

Ik begin met de inbreng van de heer Biskop. Hij heeft gevraagd naar het transparant maken van de prijs-kwaliteitverhouding van de educatietrajecten die door de gemeenten worden ingekocht. Hij vraagt verder of ik al iets kan zeggen over de afspraken die hierover zijn gemaakt.

De outputverdeelafspraken voor de verdeling van het educatiebudget onder de gemeenten in het Besluit participatiebudgetten worden gewijzigd. Het is de bedoeling dat de gemeenten vanaf 2013 bijhouden hoeveel contacturen zij in een kalenderjaar hebben ingekocht voor educatie. Een contactuur is dan een klokuur onderwijs met daaraan verbonden een groepsgrootte en de onderscheiden opleiding. Zo krijgen wij meer transparantie.

Dat is belangrijk voor de gemeenten, want zij weten dan waar zij aan toe zijn bij de roc's, die natuurlijk toch monopolist zijn. Dit punt wordt regelmatig aangekaart door de heer Elias. Dit kan alleen maar als je goede afspraken maakt. Dat doen wij nu met de MBO Raad en de VNG. Er komen een richtprijs en nadere voorschriften. Dan is men in staat dit op een goede manier te doen.

Ik hoop die regelgeving per 1 januari 2013 te laten ingaan. Deze wet biedt de basis. Ik zal die in overleg met betrokkenen netjes uitwerken in onderliggende regelgeving, ministeriële regelingen et cetera.

Dan de prikkels om volwassenen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Dit begint met een wetsvoorstel van de minister van Sociale Zaken dat beoogt taaleisen te stellen in de bijstand. De VVD-fractie van de Tweede Kamer heeft hiervoor een alternatief voorgesteld. Dit zal in ieder geval te zijner tijd tot meer prikkeling leiden, want je zult aan een bepaald niveau moeten voldoen om in aanmerking te komen voor bijstand.

Ik werk aan de eindtermen opdat de educatieopleidingen ook echt ergens toe leiden. Deelnemers moeten bewust weten waarvoor zij zich inschrijven en dat zij ergens naartoe moeten werken. Ik ben ervan overtuigd dat dit prikkelt en scherpte geeft aan het onderwijsproces.

Ik wijs op de onderwijsovereenkomst die een mbo/vavo-instelling behoort te sluiten met zijn deelnemers. Dit staat in de wet. Ook dit biedt scherpte.

Tot slot vervult de gemeente hierin een belangrijke rol. De gemeente sluit de overeenkomst voor de volwasseneneducatie en de inkoop van educatie. De gemeente ziet ook toe op de prestaties van de roc's en maakt afspraken met de inwoners. De gemeenten kunnen hieraan dus ook afspraken verbinden.

Die prikkel krijgt dus op allerlei manieren vorm en inhoud.

De heer Biskop (CDA):

De minister verwijst naar mensen die voor bijstand in aanmerking komen en vervolgens gaat zij in op de vraag hoe een en ander wordt geborgd als mensen eenmaal in zo'n traject zitten. Dan blijft er echter nog een grote groep over die niet in de bijstand zit en nog niet aan een traject is begonnen. De vraag was eigenlijk daarop gericht. Hoe krijg je mensen zover dat zij die stap zetten?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dat doen wij op allerlei manieren. Bij de volwasseneneducatie hebben wij onder meer de alfabetisering. Wij zijn al jaren bezig om op allerlei plaatsen informatie neer te leggen om mensen uit dat onbesproken onderwerp te halen, namelijk dat zij analfabeet zijn, of beter gezegd laaggeletterd, want van hen zijn er veel meer in Nederland. Wij proberen mensen uit te dagen om dat te doen en die kans aan te grijpen.

Verder kunnen gemeenten erover spreken als iemand een uitkering aanvraagt. Dan kan worden gezegd: u hebt eerst een slag naar 2F nodig om vervolgens te kunnen instromen in het beroepsonderwijs, u moet dit nu ook oppakken. Uiteindelijk moeten volwassen mensen zelf die afweging kunnen maken. Ik geef u nog een heldere prikkel aan. Daarbij komt ook nog dat gemeenten afspraken maken met hun inwoners en om allerlei redenen met hen in contact zijn. De minister van Sociale Zaken geeft via zijn weg van de bijstand nog eens een heldere prikkel.

De heer Biskop (CDA):

Zou de minister er iets in zien om de onderwijsinstellingen zelf daarvoor te benutten? Ik kan mij namelijk goed voorstellen dat scholen doorhebben dat ouders van kinderen die met het leerproces op de basisschool beginnen tot de groep laaggeletterden behoren. Dat zou toch een heel mooie mogelijkheid zijn om de onderwijsinstellingen te benutten als een kanaal om volwassenen te prikkelen deel te nemen aan het educatietraject.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dat zou kunnen, maar het is aan de scholen om dat te organiseren. Scholen hebben daarin zelf een rol. Samen met de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor volwasseneneducatie, kunnen zij nadenken op welke wijze zij in staat zijn mensen te prikkelen om binnen te komen en van het aanbod gebruik te maken.

Ik kom bij het derde punt van de heer Biskop: hoe wordt de 5 mln. besteed die bestemd is voor de Stichting Lezen & Schrijven? Het programma Taal voor Leven is een driejarig programma waarvoor het geld per jaar en per subsidieaanvraag wordt toebedeeld. Voor 2012 heb ik 2,9 mln. toebedeeld. Dat geld wordt onder meer bestemd voor lokale medewerkers, een motoringsysteem, training van taaltrainers, werving van trainers en cursisten en noem maar op. Actuele informatie kunt u krijgen via de site Lezen & Schrijven, daar wordt u up to date gehouden.

Daarmee heb ik de heer Biskop in voldoende mate rechtgedaan en kom ik bij de punten van de PVV. Kan de minister aangeven of de regionale spreiding van vavo's daadwerkelijk is gegarandeerd? De huidige spreiding die op 1 augustus 2012 in werking treedt, zal het netwerk zijn van roc's die daadwerkelijk vavo zullen geven. In die zin is er op dit moment sprake van goede spreiding. Het geld wordt vervolgens aan de scholen aangeboden en de scholen gaan er ongetwijfeld mee aan de slag, want zij zijn er nu ook mee bezig. Zij hebben mensen in dienst en zullen dat graag blijven doen. Mochten er problemen ontstaan, dan ben ik er zelf altijd bij om te bekijken of ik in de regio een andere school kan vinden.

Is de informatieoverdracht naar gemeenten sluitend en ging dat op een goede manier? Elke gemeente bepaalt zelf welke rol het roc speelt en in welke situatie het roc het onderwijs verzorgt. Gemeenten verantwoorden de besteding van de educatiemiddelen tot op heden niet rechtstreeks aan mij, maar nu zitten wij er veel scherper op. Dat is de meerwaarde. Ik zal het aantal contacturen volgen en aan de hand daarvan zal ik het macrobudget verdelen. Ik denk dat we nu meer dan ooit grip krijgen op het geld. Het kan wel eens zijn dat we uiteindelijk effectiever zijn met het kleinere budget dan met het grotere budget waarbij we weinig inzicht hadden in waar het geld aan werd besteed.

Dan was er nog de vraag welk deel van het vavo-budget op dit moment wordt besteed aan overhead. Ik weet dat oprecht niet. Dat is tot op heden aan de gemeenten. Ik weet ook niet of ik dat in de loop der tijd ook echt wil zien, want ik ga uiteindelijk geld verdelen op basis van het aantal studenten, maar vooral op basis van het aantal behaalde vakdiploma's: Engels, wiskunde, Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde en de hele rataplan. Hoe men dat organiseert, is aan hen. Ik zeg slechts: veel succes! Het mooie van de vavo is dat we aan het eind van de rit een centraal examen kennen, zodat we zeker weten dat er geen perverse situaties ontstaan, maar dat er altijd voldaan moet worden aan de kwaliteitstoets aan het eind van de rit met een gemiddelde van minimaal 5,5.

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. De minister gaat dit bekostigen op basis van het aantal behaalde diploma's. In dat geval denk ik dat we toch heel blij moeten zijn met die landelijke examens, waar die scholen zelf geen invloed op hebben.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Zoals u het zegt, klinkt het weer een klein beetje negatief. Ik ga het vooral positief doen en zeg: mooi dat we dat hebben, inderdaad is er die externe toets.

Nemen de administratieve lasten toe voor de roc's? Ik denk van niet. De vavo-klantjes werden al via BRON bijgehouden. Voor de rest maakt men gewoon afspraken met de gemeenten. Eerlijk gezegd verwacht ik dat de onderhandelingen veel eenvoudiger zullen kunnen worden door de grotere uniformering aan de hand van richtlijnen voor prijs, uren en dat soort zaken; dit ook tot grote vreugde van de gemeenten. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen van de heer Beertema gehad. Ik zie hem knikken.

Ik ga naar de punten van de SP. De VNG stelt dat minder dan 50% van het participatiebudget wordt besteed aan vavo. Ook GroenLinks wilde daarop een reactie. Ik vind de instandhouding zowel van de overige educatie als van het vavo belangrijk. Voor de continuïteit van het vavo is gewoon een zekere kritische massa van geld nodig, anders krijgt een roc de organisatie niet rond. Een en ander maakt dat we tot een soort fiftyfifty zijn gekomen. We zijn het zicht op het geld toch al een beetje kwijtgeraakt, omdat er indertijd 50 mln. uit is gegaan voor rekenen en taal in het mbo. Dat geld krijgen de mbo-instellingen jaarlijks. In het begin van de economische recessie heb ik ongeveer 45 mln. eruit moeten halen om mee te doen aan de generieke taakstelling. Uiteindelijk is dit budget over. Mijn beeld, op basis van de cijfers, is dat hiermee verantwoord vorm en inhoud kan worden gegeven aan het vavo. In de volwasseneneducatie zullen we inderdaad prioriteiten moeten stellen. Mijn focus is scherper. De heer Çelik vroeg waar het aan mag worden besteed. Het mag inderdaad alleen aan taal en rekenen worden besteed, in het kader van de alfabetisering. Om met de woorden van de heer Van der Ham te spreken: dat is de basis voor welke vorming dan ook. Een en ander betekent dat andere zaken wegvallen, zoals de fietscursussen. Indertijd werden ook assertiviteitscursussen gegeven. Dat type activiteiten viel vroeger binnen de ouderen- en volwasseneneducatie. Wij hebben focus willen aanbrengen, waardoor het aanbod zo veel mogelijk een goede basis aan mensen zou gaan bieden en voor hen stappen in de richting van de arbeidsmarkt zou opleveren.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik moet vaststellen dat in dat geval de educatie zal worden gekort. Ik lees dat die in 2009 nog bijna 200 mln. ontving, dat gaat nu naar 53 mln. Kan de minister dan de motie-Smits nog wel uitvoeren, die stelt dat er overal in het land voldoende aanbod van educatie moet blijven bestaan?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dit is het budget dat wij hiervoor hebben; voor mij is dat gewoon een gegeven, daarmee moeten we het doen. De roc's beschikken over dit budget, ik toets maar op twee zaken. Allereerst op het aantal leerlingen. Dat moet men aan mij doorgeven en via de t-2 benadering calculeer ik dit en probeer ik het elke keer netjes te verevenen binnen het macrobudget. Ten tweede toets ik op het aantal vakdiploma's, in de zin van vo-vakken, dat men genereert. Maar daarmee moet men het doen. Er kunnen dan roc's zijn die op een bepaald moment bepaalde volwassenen niet meer kunnen opnemen; dit kent inderdaad zijn grenzen. Het is onaantrekkelijk om weinig mensen aan te nemen, omdat men dan weinig deelnemers zal hebben en aan het eind van de rit dus ook weinig vakdiploma's, wat men twee jaar later weer zal merken in de bekostiging. Er zit dus een gezonde spanning tussen het budget en de inspanning van een roc om zo veel mogelijk vavo-klanten aan te nemen. Ik geloof dat de heer Çelik net zei dat veel jonge mensen dit doen. We weten dat zij via de vo-lijn worden bekostigd.

De heer Çelik (PvdA):

Ik neem aan dat de minister gedeeltelijk op mijn vraag heeft gereageerd, vandaar deze interruptie. In het Actieplan Laaggeletterdheid wordt het begrip geletterdheid omschreven. Het is vernieuwd. Het omvat luisteren, spreken, lezen, schrijven, gecijferdheid en, in het kader van het gebruik van alledaagse technologie, communiceren en omgaan met informatie. Nu zijn er bijvoorbeeld zwakbegaafde mensen of mensen die sociaal zwak zijn, die iets meer nodig hebben dan alleen lezen, schrijven en rekenen. Hoe gaat de minister met de omschrijving van het begrip om voor die mensen? Zit daar nog ruimte in of niet?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Uiteindelijk zullen deze mensen, als zij daartoe in staat zijn, in die cursussen kunnen meedraaien. Het gaat wel om dat aanbod. Ander aanbod betaal ik niet met het budget van de volwasseneneducatie. Dan moet de gemeente bijvoorbeeld in het kader van de Wmo inspanningen plegen. De volwasseneneducatie wordt straks echt wettelijk begrensd tot datgene wat u zojuist prima op een rijtje zette.

Wat de toelating betreft kan het zijn dat er strengere eisen worden gesteld. Een van de vragen van de SP had daarop betrekking. Bij een roc moet men goed beoordelen of men de betrokken mensen in staat acht om een bepaald vak daadwerkelijk te halen. Ik vind dat een zaak van verstandig omgaan met belastinggeld. Wat betreft het verminderen van het aantal laaggeletterden door een daling van het budget voor educatie denk ik zelf dat wij met deze regels meer greep krijgen dan ooit op het volwasseneneducatiebudget. Dit budget heeft de afgelopen jaren echt een ontwikkeling doorgemaakt. Wij hebben er heel vaak met elkaar over gesproken. Wij hebben het gevoel dat wij, toen een deel de markt op ging, er minder greep op kregen. Hier hebben wij in ieder geval lekker scherp grip op. Ik houd daarvan, ook al zijn de heer Elias en ik het daarover nog niet eens in die zin dat wij het in ieder geval niet in deze kabinetsperiode veranderen. Ik kom nog uitgebreid terug op de bijdrage van de heer Elias, zeg ik erbij, voordat hij naar de interruptiemicrofoon zou willen lopen.

Door de heer Çelik van de PvdA-fractie zijn diverse vragen gesteld. Het begint met het punt: op is op. Ja, op is op. Als er straks weer extra geld in Nederland beschikbaar is, zeggen wij misschien wel dat wij meer aan zo'n onderwerp besteden. Misschien komt dat wel in een nieuw regeerakkoord te staan, maar daar blijf ik even van weg. Binnen de mogelijkheden die ik nu heb, is dit het budget. Het macrokader daarbinnen kan ik verdelen onder roc's, al naar gelang men zijn best doet om heel veel mensen aan te trekken. Daar ligt mijn grens van de verdeling. Ik verdeel dezelfde hoeveelheid pap, maar dan op een andere manier, over de roc's.

Er kunnen inderdaad extra eisen worden gesteld, zoals ik al had gezegd. 1 oktober is voor mij wel gewoon de werkelijkheid. Dat is de t-2 benadering die wij kennen. In het vavo betreft het maar voor een klein deel de deelnemers. Ik werk het uit in een ministeriële regeling. Het grootste deel zal het behaalde aantal vakdiploma's betreffen. Dat maakt de aantrekkelijkheid om rond 1 oktober te sjoemelen eigenlijk veel minder relevant dan dat je hele hebben en houwen afhankelijk is van het aantal deelnemers. Dan is de grens van 1 oktober een heel magisch moment. Ik denk dat ik daarmee behoorlijk tegemoetkom aan de zorg van de heer Çelik, die ik best begrijp, maar die bij deze manier van werken niet zijn effect zal hebben.

Er is mij gevraagd of ik overweeg om het budget terug te vorderen bij het niet-aanbieden van onderwijs aan volwassenen. Nee, maar ik ga dan wel de macroverdeling anders doen. Als je een tijdje wat minder doet, kun je dat één of twee jaar volhouden, maar daarna ga je het merken in je t-2 bekostiging. Zo houden wij de boel scherp om voldoende mensen binnen te halen en ervoor te zorgen dat zij voldoende vakdiploma's halen. Dat wordt de incentive, en dat is een veilige, wegens het feit dat de heer Beertema al noemde, namelijk dat wij de externe toets hebben met het centraal examen en die 5,5 die wij er hier met elkaar aan verbonden hebben.

Welk soort opleidingen valt nu onder educatie? Ik heb er al een paar genoemd: EHBO-cursussen – die schijnen er ook onder te vallen; het is heel bijzonder allemaal – intervisie, Engels voor op reis en kookcursussen. Ik zou zeggen: heel snel afschaffen en gewoon lekker taal en rekenen leren en dat wat nodig is om vooruit te komen in de samenleving. Koken doen we in onze vrije tijd.

Een evaluatie na vijf jaar vind ik een goed idee. Daarmee kom ik tegemoet aan de wens van een aantal Kamerleden. Dat betekent dus dat ik positief adviseer over het amendement en het oordeel aan de Kamer laat.

Het lijkt of ik de heer Van der Ham niet noem, maar hij had vooral een heel positief statement over de wet. Hij had geen vragen, maar wel een paar positieve conclusies en die onderschrijf ik van harte. Zo gaf hij aan dat taal en rekenen de basis is en dat het goed is dat daar de focus op ligt.

De heer Elias hield een warm pleidooi voor deze wet. Hij is een enthousiast aanhanger van de marktwerking. Gedwongen winkelnering bij de roc's vindt hij onplezierig en uit den boze. Hij heeft daarover ook een motie ingediend. Ik heb beloofd de Kamer daarover voor het zomerreces te informeren, maar het zomerreces start pas over vier weken. Ik ben er wel al zo enthousiast mee bezig dat ik hier de wet voor het eerste deel van zijn motie heb, namelijk het aanleggen van criteria op basis waarvan in de toekomst eventueel uitbesteed kan worden. Dat zijn kwalitatieve criteria die alleen met een rechtsgrond tot stand kunnen komen. Dat ligt voor in de wet en ik zal dat de komende tijd in lagere regelgeving, in ministeriële regelingen, verder uitwerken. Het gaat dan om de criteria, de eindtermen et cetera die we eraan koppelen. Ik ben dus volop bezig conform de motie. Dat is een. Het tweede punt betreft de modellen en verkenningen waarmee ik zou komen ten behoeve van de nieuwe coalitie. We dachten toen nog dat dat te zijner tijd aan de orde zou zijn. Inmiddels is het wat sneller aan de orde. Dat heeft ertoe geleid, en de heer Elias verwees daarvoor naar de heer Beertema en dat doe ik ook even, dat mijn organisatie een versnelling heeft aangebracht en de komende tijd de verkenning ook daadwerkelijk gaat uitvoeren. Een en ander met als doel om dit voor mijn eventuele opvolger in het nieuwe kabinet klaar te hebben liggen. Op basis van een goede verkenning kan dan de afweging worden gemaakt. Kortom, de heer Elias wordt van alle kanten bediend.

Dan kom ik bij de GroenLinks-fractie. Een aantal vragen heb ik al beantwoord bij mijn reactie op de bijdragen van de SP- en de PvdA-fractie. Een vraag is nog wat de gevolgen zijn van de uitname van het educatiebudget. Dat betekent dat er een lager educatiebudget achterblijft bij de gemeenten. De gemeenten kunnen het verder zelf bepalen en dienen daartoe goed te focussen en scherp de groepen aan te geven. Als iemand genaturaliseerd is en in Nederland woont, is er geen probleem, maar de gemeenten moeten daar wel voor kiezen. Voorts is het zo dat verplichte inburgeraars straks zelf verantwoordelijk zijn voor hun bekostiging. Zij mogen dus niet via deze lijn bekostigd worden. De desbetreffende wet ligt nu in de Eerste Kamer, maar het is nog wel even afwachten of die erdoor komt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is heel helder, maar mijn vraag was eigenlijk de volgende. Mensen die verplicht moeten inburgeren, hebben straks de mogelijkheid om gebruik te maken van een sociaal leenstelsel. Echter, mensen die hier al langere tijd verblijven en ook de Nederlandse taal willen leren door de NT2-opleiding via de volwasseneneducatie, hebben niet de mogelijkheid om voor hun studiekosten geld te lenen. Is de minister bereid om te onderzoeken of een sociaal leenstelsel ook voor deze groep mogelijk is?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Een sociaal leenstelsel is uiteindelijk altijd arbeidsmarktgericht. Dat onderscheidt deze groep, want die is niet altijd primair arbeidsmarktgericht. Daarvan is wel sprake bij de inburgeraars. Die mensen kunnen er ook niet voor sparen. De groep die de heer Klaver noemt, is niet arbeidsmarktgericht. Er is wel budget voor bij de gemeenten, maar zij moeten prioriteiten stellen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wil hier niet zozeer de gemeenten centraal stellen, maar de kansen van mensen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dat begrijp ik.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het gaat mij om de mensen die hier al langere tijd verblijven, maar die de taal niet machtig zijn. Dat is een enorme belemmering om actief te worden op de arbeidsmarkt. Daarom blijf ik bij mijn vraag of het niet interessant is om te onderzoeken of een sociaal leenstelsel ook voor deze groep mogelijk is. Dat geeft deze mensen de mogelijkheid om zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven te nemen. Het zou goed zijn om te kijken wat daarvan de effecten zijn. Ik verwacht dat daarvan door een grote groep gebruik zal worden gemaakt, dat het de overheid niets kost en dat het tot meer arbeidsparticipatie leidt van een groep voor wie de emancipatie juist heel erg belangrijk is.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dan zouden wij twee financieringsstromen naast elkaar krijgen, namelijk studiefinanciering en het volwasseneneducatiebudget. Het budget voor de volwasseneneducatie ligt bij de gemeenten. Gemeenten moeten prioriteiten stellen. Zij doen er verstandig aan om dit budget voor volwasseneneducatie vooral te richten op mensen die de slag naar de arbeidsmarkt moeten maken, gelet op het feit dat gemeenten ook verantwoordelijk zijn voor het budget voor de bijstand. Als ik kies voor én studiefinanciering én budget voor volwasseneneducatie, dan zullen gemeenten waarschijnlijk erg veel geld voor volwasseneneducatie overhouden. Waarom zouden zij dit immers financieren als het ook via de studiefinanciering kan lopen? Er zijn dan gewoon twee geldstromen vanuit het Rijk.

Er is nog gevraagd waarom er is gekozen voor het verdeelmodel van het vavo. Ik heb dat eigenlijk zojuist al uitgelegd. Ik vind dit op zichzelf wel een mooi verdeelmodel. Het model prikkelt roc's om gewoon veel mensen aan te nemen. Als zij dat doen, krijgen zij immers in het macrobudget een groter aandeel. Het verdeelmodel is bovendien niet alleen op het aantal mensen gebaseerd. Wij hebben in de loop van de tijd geleerd dat het aantal mensen niet altijd een goede norm is. Het model is straks vooral gebaseerd op vakdiploma's. Er is dus resultaat nodig. Dat is mogelijk omdat tegelijkertijd de centrale examens ervoor zorgen dat ook de kwaliteit goed is. Het is dus geen kwestie van het even snel afraffelen naar een diploma toe, om het daarna zelf maar te examineren. Ik druk me wat plat uit, maar ik ben dus zelf een voorstander van dit verdeelmodel. Wij zullen straks, bij de vijfjarenevaluatie van de heer Çelik, alles nog even onder de loep leggen.

Wat is de vrijheid die gemeenten hebben bij de inkoop van de contacturen? Gemeenten mogen contacturen inkopen voor de opleiding Nederlandse taal NT2 en rekenen. Zij mogen zelf bepalen hoeveel zij inkopen. Het is overigens ook mogelijk dat men via de Wmo voor nog meer inkoopt dan alleen voor het budget dat men heeft.

Volgens mij heb ik hiermee alle vragen beantwoord die zijn gesteld. Ik ben benieuwd naar de reacties van de Kamer in de tweede termijn.

De voorzitter:

Ik zie dat enkele woordvoerders behoefte hebben aan het leveren van een bijdrage in tweede termijn. Als eerste krijgt de heer Çelik daarvoor het woord.

De heer Çelik (PvdA):

Voorzitter. Ik kan kort zijn. Ik wil nog drie puntjes inbrengen naar aanleiding van de beantwoording van de minister en ik wil een motie indienen.

Waarom is in het primair en voortgezet onderwijs wel sprake van een openeindregeling en in het vavo niet? Het gaat hierbij toch om funderend onderwijs? Funderend onderwijs is in mijn ogen taal en rekenen. Wij hebben het ook in het vavo over taal en rekenen. Ik vind het erg jammer dat er geen extra geld komt terwijl het animo groot is. Dat wil ik graag genoemd hebben.

Ik vind het verder jammer en eigenlijk ook wel vreemd dat er eisen kunnen worden gesteld. Dat was juist een van de redenen waarom er in gemeenten sprake was van weinig deelnemers. Sommige gemeenten stelden namelijk wel heel extreme eisen. Dat gaat nu gewoon zo door. Dit leidt er feitelijk toe dat ook niveau 2 vanaf volgend jaar niet meer drempelloos is. Dat betekent dat de entreeopleiding in Nederland de enige drempelloze opleiding zal zijn. Ik moet daarover nog eens goed nadenken. Dit doet namelijk een beetje pijn.

Er zijn nog steeds zwakbegaafde mensen in Nederland. Er zijn nog steeds mensen die sociaal zodanig achterlopen dat alleen taal en rekenen niet voldoende zijn om het perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten. Alleen een verwijzing naar WON vind ik te licht. Daarover gaat mijn motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel inzake vavo en overige educatiezaken een nadere scheiding aanbrengt tussen het vavo en educatie;

overwegende dat er een groep mensen bestaat die niet meteen in staat is om zich een plek te verwerven op de Nederlandse arbeidsmarkt zodra zij maar het Nederlands voldoende beheersen na een cursus in de educatie;

van oordeel dat deze groep niet tussen wal en schip mag worden geduwd doordat hij aan zijn lot wordt overgelaten zodra een taalcursus is doorlopen;

verzoekt de regering, via de gemeenten voor deze groep mensen maatwerk te blijven waarborgen, opdat deze mensen een plaats op de arbeidsmarkt kunnen verwerven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Çelik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (33146).

De heer Elias (VVD):

Hartelijk dank voor de beantwoording, die mij tevreden stelde. Ik heb nog één vraag. Ik was even weg, anders had ik hem per interruptie gesteld. Ik heb begrepen dat de minister positief is over het amendement van de heer Ҫelik. Kunnen we er wel van uitgaan dat het een simpele, goedkope, kleinschalige evaluatie wordt op hoofdlijnen en niet een ongelooflijk ingewikkeld, dik, duur rapport?

De heer Klaver (GroenLinks):

De minister is ingegaan op de vragen die door mijn fractie zijn gesteld. Ze gaf aan dat ze het sociaal leenstelsel niet wenselijk acht. Ik vond het een wat formalistisch antwoord. Het gaat mij erom dat je mensen die graag vooruit willen in het leven en die verantwoordelijkheid willen nemen, de kans moet bieden om dat te doen. Ik zie dat daardoor verschillende financieringsstromen kunnen ontstaan, ik zie ook welke gevolgen het eventueel kan hebben maar wat voor mij voorop staat, is een eerlijke kans voor deze mensen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vrijwillige inburgeraars aangewezen zijn op het volwasseneneducatieprogramma en dat het overheidsbudget hiervoor in de afgelopen jaren sterk beperkt is en dat de bijdrage van de onderwijsdeelnemer hoger wordt;

overwegende dat het volgen van een NT2-opleiding belangrijk is om volwassen immigranten in staat te stellen om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de toegankelijkheid van volwasseneneducatie voor vrijwillige inburgeraars kan worden bevorderd, bijvoorbeeld door hen de mogelijkheid te geven een studielening af te sluiten bij de overheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (33146).

Het woord is aan de staatssecretaris.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ik doe het overal voor, voorzitter. Het maakt me eigenlijk geen moer uit.

De voorzitter:

Het is de minister natuurlijk. Dat is toch een verschil. U bent echt een minister.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Dank u wel, voorzitter, dat doet me goed om te horen.

Dank voor de reactie in tweede termijn door de geachte afgevaardigden. Ik begin bij de PvdA, die twee zorgen uitte. Twee keer hoorde ik licht verdriet in de stem van de heer Ҫelik. Maar ik kan hem geruststellen. Tenminste, deels moet ik zeggen dat er niets verandert en deels kan ik hem geruststellen. Funderend vavo zou onbeperkt moeten zijn, omdat het andere funderend onderwijs dat ook is. Met dit wetsvoorstel verandert er echter niets. Ook in de oude aanpak, toen het geld naar de gemeenten ging, was er sprake van begrenzing en budgettering. Ook toen weigerden gemeenten als ze op een bepaald moment meer aanmeldingen kregen dan het budget toeliet. De gemeenten hadden namelijk een bepaald aantal leerlingen afgesproken met de roc's. Het zal nu niet anders zijn voor een vavo-instelling die op een gegeven moment aangeeft dat het echt ophoudt, nadat ze het helemaal hebben opgerekt en nog meer mensen in de klas hebben opgenomen.

Minder mensen door extra eisen te stellen? Het voordeel voor de gemeente indertijd was dat ze daarmee het geld een beetje in hun zak hielden. Maar als men dat nu doet bij de roc's, is het nadeel dat men later gaat merken dat men te weinig mensen toegelaten heeft. In dit stelsel zitten dus meer waarborgen om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk volwassenen die zich aanmelden, worden aanvaard. Daarmee heb ik de heer Ҫelik blij gemaakt. Met het advies over de motie maak ik hem niet blij, denk ik. Ik vind de motie overbodig. We verzorgen op ontzettend veel terreinen praktijkonderwijs, er kunnen assistentenopleidingen in het verlengde van het vmbo gelopen worden, de Wmo wordt op allerlei manieren toegepast, sociale zakendirecties in gemeenten werken eraan: op allerlei manieren wordt er gekeken of we de extra kwetsbare mensen de arbeidsmarkt op kunnen krijgen. Naar mijn gevoel is het daarom een overbodige motie en zo zal ik haar ook volgens de zuiverheid van het parlementaire debat behandelen.

De heer Elias vraagt om de evaluatie simpel en op hoofdlijnen te houden. Ik vind het prima dat hij als een bok op de haverkist zit. Ik vind het zelf ook goed om het simpel te houden. Ik zou daarom in de handelingen de volgende duiding eraan willen geven: we evalueren over vijf jaar maar we doen dat buitengewoon doelmatig en eenvoudig. Ik denk dat iedereen daar weer heel vrolijk van wordt in deze zware financiële tijden.

Tot slot kom ik bij GroenLinks. Uit het feit dat er verder geen kritiek was van de heer Klaver maak ik op dat de GroenLinks-fractie er positief inzit. Ik zie de fractie knikken. Ik moet hem toch teleurstellen. Er zouden dan twee geldstromen naar deze groepen gaan en dat vind ik niet goed. Wij hebben de geldstroom van de volwasseneneducatie. Als wij kiezen voor de studiefinanciering, moeten de gelden voor de volwasseneneducatie wegvallen. Wij doen het nu via de weg van de volwasseneneducatie. De gemeente kan ter plekke kijken voor welke groep zij geld wil inzetten. Jaarlijks gaan er vele miljoenen heen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb goed geluisterd naar de minister in haar eerste termijn, vandaar dat ik niet aangeef dat er een sociaal leenstelsel moet komen. Ik geef aan dat dit een van de mogelijkheden is en ik doe het verzoek om te onderzoeken hoe de toegankelijkheid van volwasseneneducatie voor vrijwillige inburgeraars kan worden bevorderd. Wij constateren immers dat hier een probleem zit. Zo kunnen wij vrijwillige inburgeraars de mogelijkheid geven, een studielening af te sluiten. Als dit op weerstand stuit of als dit niet mogelijk is, begrijp ik dat heel goed. Het gaat mij er echter vooral om, te onderzoeken of de toegankelijkheid voor vrijwillige burgeraars verbeterd kan worden, juist om hun een kans op een goede toekomst te geven.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

De verplichte inburgeraars zijn uitgesloten van dit budget, laat dat helder zijn. De vrijwillige inburgeraars kunnen gebruikmaken van het budget. Dan vind ik het een zaak van de gemeenten om met dit budget te doen wat men kan. Ik vind het niet nodig om er nog een structuur omheen te zetten en ik blijf dan ook bij mijn oordeel: ik ontraad de motie.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de ingediende moties en over het wetsvoorstel vinden volgende week dinsdag plaats.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.