Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-XII nr. 123

33 000 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2012

Nr. 123 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Ontvangen ter Griffie op 20 maart 2012.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 18 april 2012.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2012

Hierbij stel ik u in kennis van een voorgenomen wijziging van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur1.

Het ontwerpbesluit is onderdeel van de implementatie van de Europese richtlijn nr. 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur. Daarom is voor de milieuwetgeving in het ontwerpbesluit de procedure van artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer van toepassing. Dit betekent dat niet het ontwerpbesluit hoeft te worden voorgehangen, maar dat aan de beide Kamers der Staten-Generaal slechts ter kennisgeving moet worden toegezonden de motivering voor het regelen op het niveau van de algemene maatregel van bestuur in plaats van een ministeriële regeling. Ook dient een korte opgave van de inhoud te worden gedaan. Over de reden voor algemene maatregel van bestuur en de inhoud van de voorgenomen wijziging bericht ik u daarom het volgende.

Het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur bevat regels met betrekking tot het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur. Deze regels vloeien onder andere voort uit de implementatie van richtlijn nr. 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PbEU L 37). De richtlijn heeft als doel om het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te beperken en zo bij te dragen aan gezondheidsbescherming en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van apparatuur. De rechtsbasis is artikel 114 van het EU-Verdrag.

Deze richtlijn is vervangen door richtlijn nr. 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (herschikking) (PbEU L 174/88). Deze richtlijn dient op 22 juli 2013 te zijn geïmplementeerd in de nationale regelgeving.

De nieuwe richtlijn heeft hetzelfde doel als de oorspronkelijke en beoogt in aanvulling daarop verbeterde en geharmoniseerde uitvoering en handhaving, verbeterde samenhang met verwante communautaire productwetgeving en grotere milieuvoordelen. Ook beoogt de nieuwe richtlijn de administratieve lasten te verminderen en ten opzichte van de oorspronkelijke richtlijn kosteneffectiever te maken.

Om recht te doen aan de Europese harmonisatie op het gebied van elektrische en elektronische apparatuur wordt de implementatie van de richtlijn nr. 2011/65/EU zo strikt mogelijk uitgevoerd. De implementatie vindt plaats in de Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.

De reden van bij ministeriële regeling implementeren van de richtlijn is de verplichting, bedoeld in artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer. Daarin is bepaald dat de implementatie van voor Nederland bindende internationale voorschriften, niet in een algemene maatregel van bestuur, maar bij ministeriële regeling geschiedt.

De implementatie brengt echter ook met zich mee dat de regels in het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur die betrekking hebben op het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur op grond van de oorspronkelijke richtlijn dienen te vervallen. Het doel van dit wijzigingsbesluit is om hierin te voorzien.

Een eensluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Het ontwerpbesluit is gelijktijdig met het verzenden van deze brief aan de Koningin voorgelegd met het verzoek het advies van de Raad van State in te winnen.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J. J. Atsma


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.