Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201130872 nr. 79

30 872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 79 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 augustus 2011

Meer waarde uit afval

Nederland loopt voorop in de wereld als het gaat om afvalbeheer: de groei van onze afvalproductie is gestopt, het afval wordt hoogwaardig verwerkt en de afvalsector is een duurzame en innovatieve sector. De cijfers bevestigen dit: 80% van ons afval wordt gerecycled en uit 16% van ons afval wordt energie gewonnen. Maar 4% van ons afval belandt op de stortplaats. Ter vergelijking: in 2008 werd in de Europese Unie 38% van het afval gerecycled en 40% gestort. Kortom, de Nederlandse afvalsector bewijst nationaal en internationaal dat economie en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan.

Dit kabinet heeft de ambitie om onze economie weer gezond en meer concurrerend te maken. Het efficiënt omgaan met onze grondstoffen is een belangrijke succesfactor in die ambitie. De wereldbevolking groeit de komende decennia fors, de vraag naar voedsel en energie stijgt, grondstoffen worden schaars.

Een innovatieve afvalsector weet op deze grote vraagstukken in te spelen en economische kansen te grijpen. Minder afval, meer recyclen en minder storten van afval maakt dat grondstoffen opnieuw kunnen worden gebruikt en minder primaire grondstoffen hoeven te worden gewonnen. Daarmee neemt de milieudruk verder af.

Het kan nog beter

We zijn al een heel eind in Nederland. Maar het kan nog beter. De milieudruk moet en kan verder verminderen, willen we in Nederland prettig en leefbaar blijven wonen en werken. In de bijlage1 bij de voorliggende brief geef ik aan wat ik in deze kabinetsperiode ga doen om de milieudruk in het afvalbeheer te verminderen en tegelijkertijd de (kennis)economie te versterken.

Jaarlijks wordt er in Nederland ruim 60 miljard kilo afval door burgers en bedrijfsleven afgedankt en weggegooid, omdat men met dat afval niets meer wil of kan doen, omdat men er geen waarde meer in ziet.

Die miljarden kilo’s afval wil ik verder naar beneden brengen. Want minder afval betekent dat er nog minder primaire grondstoffen hoeven te worden gewonnen, minder energie nodig is om producten te maken, minder primaire brandstoffen worden verbrand en afval meer waarde krijgt.

Verder is het mijn ambitie om van het afval dat wel ontstaat, het al hoge percentage recycling van 80% te verhogen naar 83%. Ik noem u een aantal belangrijke acties waarvan ik denk dat ze het percentage recycling verder kunnen verhogen:

  • door innovatie te stimuleren en kennis te bundelen en uit te wisselen, onder meer in de vorm van de grondstoffenrotonde. Daarbij wil ik bestaande samenwerkingsverbanden beter benutten en waar nodig nieuwe verbanden in het leven roepen;

  • door de administratieve lastendruk te verminderen, onder meer bij (grensoverschrijdend) transport en door het opstellen van einde-afval criteria voor puingranulaat, en de regelgeving voor met name het toepassen van organische reststromen te verlichten;

  • door consumenten meer bewust te maken van het belang van preventie en nog meer afvalscheiding. Voldoende draagvlak onder de Nederlandse bevolking vormt tenslotte mede de basis voor een succesvol afvalbeleid.

Leidend in het afvalbeheer is en blijft de afvalhiërarchie, ook bekend als de ladder van Lansink. Preventie staat daarin op de hoogste plaats, gevolgd door recycling, overige nuttige toepassing (zoals verbranden met terugwinning van energie) en verwijdering.

Afvalbeheer heeft een internationaal karakter en er zijn nauwelijks geografische grenzen meer. Afvalstoffen worden namelijk als normale goederen over de hele wereld getransporteerd. Het is ook een bedrijfstak waar veel geld te verdienen is. Daarbij is de verleiding tot overtredingen groot. Goede handhaving is daarom van essentieel belang, niet alleen om beleidsdoelen op het gebied van preventie en recycling te halen, maar ook om milieu en volksgezondheid te beschermen. Daarom is het belangrijk dat de VROM-Inspectie (vanaf 1 januari 2012 de Inspectie Leefomgeving en Transport) toezicht houdt, samen met binnen- én buitenlandse partners. Dan kunnen overtreders en «freeriders» worden aangepakt en voelen welwillenden zich gesteund in hun naleving.

Internationaal

Wereldwijd is er een toenemende aandacht voor (schaarste aan) natuurlijke hulpbronnen, waaronder grondstoffen. Zo heeft de Europese Commissie in januari van dit jaar de mededeling uitgebracht over het «Efficiënt gebruik van hulpbronnen – vlaggenschipinitiatief onder de Europa 2020-strategie». In september komt de routekaart voor een hulpbronnenefficiënt Europa uit, waar maatregelen voor kringloopsluiting van grondstoffen en verbetering van de recycling naar verwachting onderdeel van zullen uitmaken.

Veel van de acties en maatregelen in de voorliggende afvalbrief gaan over minder afval (preventie) en meer en hoogwaardiger recycling. Mijn beleid draagt daarmee bij aan het bereiken van een efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa en een gelijkwaardig speelveld voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Duurzaamheidsagenda en Grondstoffennotitie

Voor Prinsjesdag ontvangt uw Kamer nog mijn Duurzaamheidsagenda, die ik nu in samenwerking met BZ, EL&I en BZK voorbereid. Het bedrijfsleven en kennisinstellingen zijn nauw betrokken bij het opstellen ervan. In deze agenda worden de kabinetsbrede visie op duurzaamheid, de ambities en de samenhang tussen de departementale initiatieven op dit gebied beschreven. Aan de agenda liggen de duurzaamheidsdoelen ten grondslag die onder meer in Europees verband tot stand zijn gekomen, zoals duurzame energievoorziening, klimaatverandering, duurzaam en efficiënt gebruik van grondstoffen, behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en duurzaam produceren en consumeren.

Op 15 juli 2011 heeft uw Kamer van de minister van BZ, de staatssecretaris van BZ, de minister van EL&I en mij, de grondstoffennotitie ontvangen (32 852, nr. 1). Deze strategische notitie is een antwoord op de motie Nicolaï/Ormel (32 500 V, 81) en vormt de aanzet van het Nederlandse beleid voor de voorzieningszekerheid van grondstoffen, waarbij duurzaamheid een expliciete randvoorwaarde is om deze te kunnen blijven garanderen. Waar het gaat om acties die zich richten op verduurzaming van het grondstoffenaanbod door recycling en kringloopsluiting zijn deze in de bijlage bij de voorliggende brief opgenomen.

Verpakkingsafval

Het gaat goed met het inzamelen en verwerken van verpakkingsafval. De hoeveelheid verpakkingsafval die wordt ingezameld, blijft stijgen en de doelstellingen die gelden, worden keurig gehaald. Een compliment voor de Nederlandse burger en de sector waard!

De afgelopen jaren is verpakkingsafval veelvuldig in uw Kamer aan de orde geweest. Er spelen binnen dat dossier diverse belangrijke zaken. Twee daarvan wil ik er hier uitlichten. Het eerste is het aflopen van de Raamovereenkomst verpakkingen aan het eind van 2012. Het tweede is dat met het Regeerakkoord 2010 de bijdrage aan het Afvalfonds vanaf 2013 wordt afgeschaft.

Ik heb eerder dit jaar gezegd dat ik met het bedrijfsleven en de VNG in overleg ben over het vervolg van dit dossier en toegezegd dat ik daarover vóór de zomer van 2011 duidelijkheid zal geven. Het bedrijfsleven en de VNG hebben mij echter, ten behoeve van kwaliteit en zorgvuldigheid, verzocht om meer tijd te nemen voor het maken van afspraken. Hoewel ik graag snel duidelijkheid wil geven, hecht ik veel waarde aan een goede samenwerking met de betrokken partijen. Dat is immers essentieel voor een structureel en kwalitatief hoogstaand akkoord over het vervolg van het verpakkingenbeleid. Om deze reden ben ik akkoord gegaan met het verzoek van het bedrijfsleven en de VNG, onder de voorwaarde dat vóór het einde van dit jaar duidelijk is hoe het beleid na 2012 zal worden gecontinueerd. Het is immers voor de verwerkers en de gemeenten van groot belang dat ze voldoende tijd hebben om in te spelen op de nieuwe afspraken.

Ik streef er naar om al eerder dan eind van het jaar samen met het verpakkende bedrijfsleven en de VNG duidelijkheid te geven over de positie van nascheiding in de huidige Raamovereenkomst. Ik doel dan met name op de vergoedingen en te leveren prestaties, omdat ik vind dat gemeenten en bedrijfsleven recht hebben om hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen binnen de huidige overeenkomst. Dit in verband met investeringen die moeten worden gedaan en de keuzevrijheid van de gemeenten.

Op het dossier verpakkingen is de samenwerking met het verpakkend bedrijfsleven en de VNG onontbeerlijk en alle inzet is er op gericht om nog dit jaar goede afspraken te maken. Mocht de bereidheid tot samenwerking bij de genoemde partijen gaan ontbreken, dan zal ik in het uiterste geval mijn verantwoordelijkheid nemen en met (aanvullende) regelgeving komen.

Samenwerken

De bijlage bij deze brief bevat veel acties en voornemens. Acties en voornemens waar ik andere partijen bij nodig heb. Een goede samenwerking met andere overheden, wetenschap, bedrijfsleven en de burger is dan ook essentieel, willen we onze doelen halen.

De rol van de rijksoverheid is vooral die van faciliteren, stimuleren en belemmeringen wegnemen. Ik neem die verantwoordelijkheid op me. En ik verwacht dat de andere partijen in de keten ook die verantwoordelijkheid oppakken. Want alleen dan kunnen we meer waarde uit afval halen.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.