- de motie-Anker c.s. over het in het leven roepen van een fonds voor het aantrekken
van studenten uit partnerlanden (31700 VIII, nr. 73);
- de motie-Pechtold over aandacht voor mensen- en kinderrechten in het onderwijscurriculum
(31700 VIII, nr. 111);
- de gewijzigde motie-Pechtold/Dezentjé
Hamming-Bluemink over de doelstelling dat een school nooit langer dan één
jaar het predicaat zeer zwak kan hebben (31700 VIII, nr. 119).
De voorzitter:
De motie-Anker c.s. (31700-VIII, nr. 73) is in die zin gewijzigd dat zij
thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering in de internationaliseringsagenda uitspreekt
dat wanneer een buitenlandse student eenmaal bekend is met het Nederlandse
hoger onderwijs, ervoor gezorgd moet worden dat die student ook in Nederland
kán studeren;
constaterende dat de drempel voor studenten van buiten de Europese Economische
Ruimte om toe te treden tot het Nederlandse hoger onderwijs aanzienlijk is
verhoogd, nu instellingen vrij zijn om een instellingscollegegeld te vragen;
overwegende dat de minister het voornemen heeft laten varen om een deel
van de totale met niet-EER studenten gemoeide rijksbijdrage onder de noemer
Kennisbeurzen bestuurlijk te oormerken;
overwegende dat participatie van studenten van buiten de
Europese Economische Ruimte in het Nederlandse hoger onderwijs een waardevolle
bijdrage kan leveren aan de "international classroom":
overwegende dat voor de vorming van het maatschappelijk kader in ontwikkelingslanden
de mogelijkheid voor studenten uit die landen om deel te nemen aan het Nederlandse
hoger onderwijs van groot belang is;
verzoekt de regering, te komen tot een plan van aanpak ter realisatie
van een fonds met als doelstellingen in ieder geval:
- het aantrekken
van talentvolle, kwalitatief goede studenten uit de partnerlanden op het gebied
van ontwikkelingssamenwerking die bijdragen aan de ontwikkeling van de "international
classroom";
- de ontwikkeling van het maatschappelijk kader in ontwikkelingslanden;
verzoekt de regering voorts, de daartoe benodigde middelen beschikbaar
te stellen en daarbij voorwaarden te stellen om een braindrain vanuit ontwikkelingslanden
te voorkomen en de Kamer hierover voor de Voorjaarsnota 2009 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 123 (31700-VIII).
De motie-Pechtold (31700-VIII, nr. 111), zoals eerder gewijzigd onder
nr. 124 (31700-VIII), is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat kennis van de mensen- en kinderrechten van fundamenteel
belang is voor de verwezenlijking ervan, en dat Nederland op dit gebied verplichtingen
heeft, zoals vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag en uitgewerkt in het VN
Actieplan;
van mening dat iedereen in Nederland bekend dient te zijn met de mensenrechten;
overwegende dat recent onderzoek laat zien dat in diverse vakken aandacht
kan worden besteed aan democratie, burgerschap en aanverwante zaken, maar
dat mensen- en kinderrechten in de praktijk onvoldoende structurele en expliciete
aandacht krijgen in de lesmethodes in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs;
verzoekt het kabinet, met respect voor de onderwijsvrijheid en de bevindingen
van de commissie Onderwijsvernieuwing te bekijken hoe mensen- en kinderrechten
wel de noodzakelijke aandacht binnen het onderwijscurriculum kunnen krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze nader gewijzigde motie voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 125 (31700-VIII).
De gewijzigde motie-Pechtold/Dezentjé Hamming-Bluemink (31700-VIII,
nr. 119) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door alleen
het lid Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 126 (31700-VIII).
Ik stel vast dat wij nu over de gewijzigde moties kunnen stemmen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA,
GroenLinks, D66, de PvdD, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze gewijzigde
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is
aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA,
D66, de PvdD, de ChristenUnie, het CDA en het lid Verdonk voor deze nader
gewijzigde motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties
ertegen, zodat zij is aangenomen.