Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3561-3562

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2009 (31700 VIII), te weten:

- de motie-Anker c.s. over het in het leven roepen van een fonds voor het aantrekken van studenten uit partnerlanden (31700 VIII, nr. 73);

- de motie-Pechtold over aandacht voor mensen- en kinderrechten in het onderwijscurriculum (31700 VIII, nr. 111);

- de gewijzigde motie-Pechtold/Dezentjé Hamming-Bluemink over de doelstelling dat een school nooit langer dan één jaar het predicaat zeer zwak kan hebben (31700 VIII, nr. 119).

(Zie wetgevingsoverleg van 8 december 2008 en vergadering van 11 december 2008.)

De voorzitter:

De motie-Anker c.s. (31700-VIII, nr. 73) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in de internationaliseringsagenda uitspreekt dat wanneer een buitenlandse student eenmaal bekend is met het Nederlandse hoger onderwijs, ervoor gezorgd moet worden dat die student ook in Nederland kán studeren;

constaterende dat de drempel voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte om toe te treden tot het Nederlandse hoger onderwijs aanzienlijk is verhoogd, nu instellingen vrij zijn om een instellingscollegegeld te vragen;

overwegende dat de minister het voornemen heeft laten varen om een deel van de totale met niet-EER studenten gemoeide rijksbijdrage onder de noemer Kennisbeurzen bestuurlijk te oormerken;

overwegende dat participatie van studenten van buiten de Europese Economische Ruimte in het Nederlandse hoger onderwijs een waardevolle bijdrage kan leveren aan de "international classroom":

overwegende dat voor de vorming van het maatschappelijk kader in ontwikkelingslanden de mogelijkheid voor studenten uit die landen om deel te nemen aan het Nederlandse hoger onderwijs van groot belang is;

verzoekt de regering, te komen tot een plan van aanpak ter realisatie van een fonds met als doelstellingen in ieder geval:

  • - het aantrekken van talentvolle, kwalitatief goede studenten uit de partnerlanden op het gebied van ontwikkelingssamenwerking die bijdragen aan de ontwikkeling van de "international classroom";

  • - de ontwikkeling van het maatschappelijk kader in ontwikkelingslanden;

verzoekt de regering voorts, de daartoe benodigde middelen beschikbaar te stellen en daarbij voorwaarden te stellen om een braindrain vanuit ontwikkelingslanden te voorkomen en de Kamer hierover voor de Voorjaarsnota 2009 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 123 (31700-VIII).

De motie-Pechtold (31700-VIII, nr. 111), zoals eerder gewijzigd onder nr. 124 (31700-VIII), is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kennis van de mensen- en kinderrechten van fundamenteel belang is voor de verwezenlijking ervan, en dat Nederland op dit gebied verplichtingen heeft, zoals vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag en uitgewerkt in het VN Actieplan;

van mening dat iedereen in Nederland bekend dient te zijn met de mensenrechten;

overwegende dat recent onderzoek laat zien dat in diverse vakken aandacht kan worden besteed aan democratie, burgerschap en aanverwante zaken, maar dat mensen- en kinderrechten in de praktijk onvoldoende structurele en expliciete aandacht krijgen in de lesmethodes in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs;

verzoekt het kabinet, met respect voor de onderwijsvrijheid en de bevindingen van de commissie Onderwijsvernieuwing te bekijken hoe mensen- en kinderrechten wel de noodzakelijke aandacht binnen het onderwijscurriculum kunnen krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze nader gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 125 (31700-VIII).

De gewijzigde motie-Pechtold/Dezentjé Hamming-Bluemink (31700-VIII, nr. 119) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door alleen het lid Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126 (31700-VIII).

Ik stel vast dat wij nu over de gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Anker c.s. (31700-VIII, nr. 123).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Pechtold c.s. (31700-VIII, nr. 125).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, D66, de PvdD, de ChristenUnie, het CDA en het lid Verdonk voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Pechtold (31700-VIII, nr. 126).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze nader gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Ik dank de coalitie hartelijk voor haar steun voor mijn laatste motie. Graag zou ik na het kerstreces een eerste reactie van het kabinet daarop hebben.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van het vergadering doorzenden naar het kabinet.