Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3486-3514

Aan de orde is het debat over het verslag van de Europese Top op 11 en 12 december te Brussel.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. De Ieren zijn tegemoetgekomen. Een nieuw referendum volgt. Op zichzelf doet dat recht aan de aard van de Europese Unie, waarin soevereine natiestaten tot een soeverein oordeel moeten komen of zij verdere Europese samenwerking zien zitten.

Wij zijn in de tijd van de jaaroverzichten. Ik wil daarom nog even memoreren dat staatssecretaris Timmermans de Ieren in juni nog in de ban wilde doen. Zij moesten maar kiezen. Er was het Verdrag van Lissabon en er was het Verdrag van Nice; meer smaken waren er immers niet. Dit kabinet wil al helemaal niet nadenken over oplossingen. Noch mijn voorstellen in juni, noch die van collega Van Baalen bij de Staat van de Unie vonden enig gehoor. Wij moesten maar wachten op de uitkomsten. Die hebben wij dan nu.

Voordat ik die uitkomsten aan een kritische beschouwing onderwerp, zeg ik eerst nog dit. Het woord "boycot", dat letterlijk in de ban doen of zelfs doodverklaren betekent, stamt uit Ierland. Een zekere kapitein Charles Boycott, rentmeester van een prachtig Iers landgoed, werd in 1880 door de Ierse landadel in de ban gedaan. De VVD is tevreden dat de Europese landadel Ierland niet in de ban heeft gedaan maar heeft geluisterd. De doodverklaring van het Verdrag van Lissabon, zoals de heer Van Bommel die in juni al had aangekondigd, kan weliswaar nog even uitblijven, maar of het verdrag uit zijn coma ontwaakt, zoals ik het zelf destijds heb gezegd, weten wij pas in oktober volgend jaar, na het Ierse referendum.

Zoals bekend is, kon de VVD leven met het verdrag van Nice, mits daarop enkele noodzakelijke aanvullingen zouden volgen. Wij hebben daartoe ook enkele voorstellen gedaan. Indien het Verdrag van Lissabon er alsnog komt – dat valt natuurlijk nog te bezien – zijn een paar kritische vragen over de toegevingen van de regeringsleiders afgelopen vrijdag in Brussel op hun plaats. Klopt het dat de juridische garanties die Ierland vroeg en ook kreeg op het gebied van zijn neutraliteit, de abortuswetgeving en de belastingheffing, zullen worden geregeld bij de toetredingsakte van Kroatië, zoals president Sarkozy in zijn persconferentie na afloop van de top meedeelde? Betekent dit, vraag ik de regering, dat indien de Ieren ja zouden zeggen in oktober en ratificatie van Lissabon mogelijk wordt, deze toegevingen aan Ierland alleen gestand kunnen worden gedaan als Kroatië lid wordt? Moet een ja voor de Ieren dus leiden tot een ja voor Kroatië? Laat ik duidelijk zijn: voor de VVD kan er geen sprake van zijn dat een toegeving aan Ierland automatisch leidt tot de toetreding van Kroatië. Kan de premier onomwonden verklaren dat er geen enkele relatie is tussen de toegeving aan Ierland en een op zichzelf staande beslissing over de toetreding van Kroatië? Afhankelijk van het antwoord overweeg ik een motie.

Hoe verklaart het kabinet dat weliswaar de toetredingsdatum voor Kroatië terecht uit de conclusies is geschrapt, maar dat dezelfde heer Sarkozy zich in een lange en dubieuze lijst van EU-leiders voegt door tijdens een persconferentie vrolijk weer 2011 als toetredingsdatum te noemen?

De heer Van Bommel (SP):

Ik stel de heer Ten Broeke graag een vraag ter verheldering op het vorige punt. Betekent zijn verzoek aan het kabinet om daarover duidelijkheid te verschaffen dat er wat hem betreft in het toetredingsverdrag van Kroatië met geen woord, op geen enkele manier, mag worden verwezen naar de situatie die is ontstaan met betrekking tot Ierland?

De heer Ten Broeke (VVD):

Of het dat betekent, hangt van het antwoord van de regering af. Wat ik in elk geval niet wil, is dat de toegeving aan Ierland, waarmee ik op zichzelf voor een groot gedeelte zou kunnen leven, ineens aan een ander verdrag, zijnde het toetredingsverdrag van Kroatië, wordt toegevoegd, en dat wij om die reden ineens tot een andere afweging komen. Ik wil met mijn fractie een zelfstandige afweging kunnen maken over de eventuele toetreding van Kroatië, mocht die ooit aan de orde zijn, en dat verdrag niet vervuild zien worden door wat afgelopen vrijdag is afgesproken.

De heer Van Bommel (SP):

Dan kan de conclusie toch niet anders zijn dan dat de voorwaarden die gesteld zijn en waaraan de Europese Unie wil voldoen, niet in dat verdrag mogen staan, maar dat die in een apart document moeten zijn opgenomen?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik wil even horen hoe het precies geregeld is. Hoe het precies zit, hoop ik van de regering te horen. Ik kan het niet uit de conclusies opmaken, maar moet het doen met de persconferentie van de heer Sarkozy. Dat is altijd een beetje lastig, zeker bij deze voorzitter. Ik vind het in ieder geval een onlogische koppeling.

Hoe verklaart het kabinet dat weliswaar de toetredingsdatum van Kroatië terecht is geschrapt, maar dat toch weer 2011 is genoemd? Nu wij het toch hebben over de automatische piloot van de EU-uitbreiding, vraag ik de Nederlandse regering om een reactie op het onzalige voornemen van het inkomende Tsjechische voorzitterschap om Servië alweer een EU-kandidaatstatus aan te bieden, nog voordat men zelfs maar aan de voorwaarden voor een samenwerkingsovereenkomst heeft voldaan. Dit is exact waarvoor wij al een jaar waarschuwen in de Kamer. Ik voeg er namens de VVD aan toe dat indien wel aan die voorwaarde wordt voldaan, als Brammertz blij is en de Mladic bij wijze van spreken nog voor de kerst gearresteerd is, er ook dan geen sprake kan zijn van een kandidaatstatus voor Servië. Sterker nog, nu de rest van Europa weer laat zien waarvoor wij al een jaar waarschuwen, nu het weer in strijd met de eigen afspraken van december 2006 handelt, nu het weer aantoont niets te snappen van het uitbreidingsartikel in het Verdrag van Lissabon, breekt de tijd aan om tegengas te geven. De VVD overweegt dan ook de samenwerkingsovereenkomst met Servië, mocht die ooit ons parlement bereiken, niet goed te keuren. Wij zijn wel goed voor onze afspraken, maar niet als enige. Al te goed is buurmans gek. Dit geldt ook voor de aanspraak die Montenegro meent te kunnen maken op een kandidaatstatus. Er is net een samenwerkingsakkoord en meteen denkt men lid te kunnen worden. Daarin heeft men gelijk, omdat iedereen het doet en de EU zich telkens weer gevoelig toont. Wat gaat de regering doen om de VVD ervan te overtuigen dat afspraak afspraak is bij de uitbreiding?

De Commissie zelf blijft bestaan uit 27 leden. Voor ons is het geen halszaak dat de commissarissen uit alle lidstaten komen, zolang het efficiënte functioneren van de Unie niet wordt aangetast. Maar een Europese Unie die zich richt op haar kerntaken markt, munt, veiligheid en vrijheid, past geen dagelijks bestuur dat als een zelfrijzend bakmeel maar groeit en groeit.

De heer Pechtold (D66):

"Afspraak is afspraak" is een mooi uitgangspunt. Ook het standpunt van de heer Ten Broeke rond Servië begrijp ik. Montenegro is kandidaat en meldt zich nu aan. Kan het niet strategisch zijn voor de Europese Unie om toch te luisteren naar de landen op de Balkan of om op zijn minst interesse te tonen? Is dat niet beter dan al te strak iedereen maar van ons af te houden, zoals de heer Ten Broeke wil?

De heer Ten Broeke (VVD):

Dat is de strategie van het verleden, die keer op keer gefaald heeft. Het werkt niet in het voordeel van de landen waarom het gaat. Het is ook niet bevorderlijk voor het vertrouwen in en de legitimiteit van de Europese Unie, waarover de heer Pechtold zich ook zorgen maakt. Wij moeten nu onze afspraken gestand doen. Dat hebben wij in het verleden nog nooit gedaan. Het is hoog tijd dat dit nu gaat gebeuren.

De heer Pechtold (D66):

Met name voor de burgers voor deze streken, waar nog onlangs veel onrust heeft geheerst, kan dit een enorme stimulans zijn. Het zou er ook toe kunnen leiden dat afspraken worden nagekomen, wanneer men voelt dat de één een wat rapper tempo ontwikkelt dan de ander.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik sta hier in de eerste plaats voor de burgers van Nederland. De burgers in Montenegro hebben zojuist een vrijhandelsakkoord gekregen met de Unie. Wij hebben daar van harte voor gestemd. Er is geen automatisme dat een vrijhandelsakkoord moet leiden tot een kandidaatstatus en dat die kandidaatstatus weer leidt tot onderhandelingen. Bij sommige landen is dit automatisme er wel. In andere landen met een kandidaatstatus, zoals Macedonië, gebeurden drie jaar geleden goede dingen. Zij hebben nooit meer een gesprek gehad. Ondertussen zien wij bloedvergieten bij de verkiezingen. Daar moeten wij vanaf.

De heer Van der Staaij (SGP):

De heer Ten Broeke sprak zojuist over één commissaris per lidstaat. Hij zei dat de toegeeflijkheid aan Ierland voor de VVD geen halszaak is. Daarmee valt te leven, proef ik een beetje. Maar is hiermee niet een oude VVD-wens ingewilligd? De heer Van Baalen heeft in 2003 al een motie met deze strekking ingediend.

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij debatteren nu al een kleine twee jaar over het Verdrag van Lissabon. Al twee jaar is de positie van de VVD bekend. In januari 2007 hebben wij onze positie bepaald. Ik heb ook heel nadrukkelijk over de commissaris en de omvang van de commissie gesproken. Wij hebben gezegd dat het voor ons geen halszaak is. De lijn die wij kiezen, is voor een efficiënt bestuur. Dit betekent dat, gegeven mogelijke uitbreidingen in de toekomst, je niet kunt doorgaan met een commissie die maar groeit en groeit en groeit en waarin veel commissarissen zitten die eigenlijk niets te doen hebben. Wij snappen waarom landen vasthouden aan het idee van een "commissaris". Ik zeg dit tussen aanhalingstekens, want dit is natuurlijk geen eigen commissaris. Wij denken echter dat er ook betere middelen zijn om aan het nationale gezicht vorm te geven. Daarom heeft de Kamer ook voorstellen van ons gezien voor de verbetering van de rol van dit parlement.

Ik heb zojuist al iets gezegd over de Commissie. De VVD-fractie heeft natuurlijk niet voor niets een ander punt ingebracht in de discussie over het Verdrag van Lissabon, namelijk het absorptievermogen van de EU-instellingen. Als de EU verder uitbreidt, moet Nederland de omvang van de Commissie en daarmee het absorptievermogen van de Unie en haar instellingen mede als voorwaarde stellen. Het kabinet heeft herhaaldelijk aangegeven dat de Kamer zijn visie op dit absorptievermogen zou mogen ontvangen, maar dat is tot op heden niet gebeurd. Kan dat worden gedaan in het kader van de notitie over de EU na 2025, die collega Pechtold al eens heeft gevraagd? Kan dan ook verslag worden gedaan van de voortgang of het gebrek daaraan van de groep-Gonzales?

De VVD-fractie heeft zich blauw geërgerd – de rode lamp is misschien meer op zijn plaats – aan het recente optreden van de heer Barosso, voorzitter van de Commissie. Op allerlei minitopjes toonde hij zich een schoothondje van de grote landen, terwijl hij alle lidstaten moet dienen. Als voormalig premier van Portugal was hij een bekend zondaar van het Groei- en Stabiliteitspact, en als voorzitter van de Commissie toont hij zich veel te begripvol voor de pactschenders, die hij nu moet aanpakken. Hij noemde data voor uitbreiding, hij gaf Ierland direct zijn zin op het punt van de Commissieomvang. Ik wil graag van onze premier een appreciatie horen van de opstelling van de heer Barosso gedurende de afgelopen maanden en over het feit dat het erop lijkt dat deze man zijn herverkiezing al op zak heeft.

Mijn fractie heeft behoefte aan een debat met de premier over de strategische inzet van de Nederlandse regering ten aanzien van de samenstelling van de nieuwe Commissie, die na de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2009 begint met de verkiezing van haar nieuwe voorzitter. Ik meen te weten dat de heer Pechtold op dat punt met voorstellen zal komen.

Klopt de indruk van de VVD-fractie dat het aantal zetels van Nederland in het Europees Parlement na de verkiezingen van 2009 aanvankelijk 25 zal bedragen, maar bij een Iers ja weer op 26 zal uitkomen? Zo ja, dan wordt het een interessante verkiezingsuitslag.

De verkiezingen voor het Europees Parlement zullen ongetwijfeld in het teken staan van de kredietcrisis, de economische crisis en de klimaatcrisis. Op Google is de combinatie van de trefwoorden "EU" en "crisis" ondertussen alweer goed voor 17,5 miljoen hits. Ik loop een aantal van de Europese antwoorden op die crisis eens even langs. Volgens de VVD-fractie is het klimaat- en energiepakket gewoon een klimaatpakket, vooral als het gaat om het klimaat tussen de regeringsleiders. Op het NOS Journaal zag ik een soort van high five tussen premier Balkenende en president Sarkozy. Ik vond dat een opmerkelijk Angelsaksisch gebaar tussen een degelijke Zeeuw en een hyper-Fransman. Waarom en waarmee is de premier eigenlijk zo tevreden? Is hij soms tevreden met het feit dat de drie maal 20% CO2-reductiedoelstelling overeind is gebleven? Hoe zit het dan met de revisieclausule die Italië erin heeft gekregen en die de hoogte van deze doelstelling afhankelijk stelt van de uitkomst van Kopenhagen? Dan nog, als je al die vrijstellingen meeweegt, dan blijft er van de hoofddoelstelling, min 20% CO2 in 2020, misschien maar 4% over. Is de premier niet bang voor de eeuwige fout van de EU, die haar geloofwaardigheid telkens weer aantast: overpromise and then underdeliver? Waarom krijgen Polen en Duitsland een uitzondering voor het veilingsysteem voor hun elektriciteitsbedrijven, maar Nederland niet? Daar bestaat dus een gevaar voor windfall profits. Waarom mag Duitsland tussen 2013 en 2016 zijn veilingopbrengsten investeren in nieuwe centrales, maar gaat in Nederland gewoon de elektriciteitsrekening fors omhoog? Ik roep de premier op toe te geven dat het veilingsysteem voor energie-intensieve bedrijven gewoon is geschrapt en voor de rest van de industrie pas in 2027 in plaats van 2020 volledig wordt doorgevoerd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het leek er even op dat nu inderdaad GroenRechts definitief is opgestaan. Kunt u bevestigen dat de VVD-fractie vindt dat het klimaat- en energiepakket lang niet ver genoeg gaat en dat het veel strakker, strenger en stringenter moet? Of bent u daarentegen eigenlijk wel blij dat het zoveel gaten in het klimaatpakket zijn geschoten? Hoe zit het nu precies?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik kan me voorstellen dat u bij mijn opsomming van zojuist dacht "dat had ik ook kunnen zeggen". Misschien zegt u het straks wel in uw eigen bijdrage. Ik vind het typerend dat u waarschijnlijk het minst gelukkig bent met deze uitkomst, maar ik heb het nu nog even over de inzet van dit kabinet.

Ik zal u de VVD-appreciatie geven, welke anders is dan u waarschijnlijk had verwacht. Mijn fractie houdt namelijk dit kabinet, en u trouwens ook, al een jaar voor dat deze specifieke veiling, het ETS-systeem, op de helling moet. Vandaag stel ik vast dat u het voor de meeste categorieën inderdaad doet en er zelfs een soort van nepbenchmark aan toevoegt. Wij pleiten echter voor een zuivere benchmark: een uitvoerbaar systeem, maar bovenal alle ballen op energiebeleid. Wij kennen liberalisering, splitsing, koppeling van netwerken, aanleg van gasrotondes, bronbeleid, Euro 5, Euro 6 of wat mij betreft Euro 7, maar van de noodzakelijke focus op energie is niets terug te vinden. Daar ben ik teleurgesteld over. Er is niets te vinden over kernenergie, niets over kernfusie en zelfs niets over technische innovaties en fundamenteel onderzoek. De heer Balkenende is gekeerd, maar hij dwaalt nog. Onze premier heeft een lichtje nodig. Ik zie dat mijn lichtje ook gaat branden. Ik heb nog een paar seconden, dus ik zal iets overslaan.

De voorzitter:

Ik zou een paar punten overslaan, want u hebt nog één zin.

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij horen graag van de regering hoe het precies zit met het veilingsysteem. Wat is er over? Wat zijn de doelstellingen die de regering werkelijk denkt te halen?

Wij hebben ook gevraagd om een veiligheidsstrategie van de heer Solana. Die kwam toen niet en nu lijkt er in de conclusies over de nieuwe veiligheidsroutine van de Europese Unie, die wij cruciaal achten, een aantal van de politieke uitwerkingen niet te zijn meegenomen. Ik heb ze althans niet gevonden. Wij zouden ze graag ontvangen, want wij vinden het belangrijk.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Tegen de zin van een grote minderheid in de Kamer en ook tegen de zin van een groot deel van de Nederlandse bevolking is het Verdrag van Lissabon door onze regering geratificeerd, zonder dat daarover in ons land een referendum is gehouden. Het kabinet heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat onze bevolking, die de Europese grondwet eerder bij referendum wel had verworpen, nog eens zo'n kans zou krijgen. Het kabinet heeft alles in het werk gesteld om een referendum over het Verdrag van Lissabon, dat grote gelijkenis vertoonde met de eerder verworpen Europese grondwet, te voorkomen. Het heeft, met steun van een meerderheid van deze Kamer, de bevolking daarbij helaas buitenspel gezet.

De Ierse bevolking kreeg het referendum dat de Nederlanders is onthouden wél en heeft het Verdrag van Lissabon weggestemd. Dat was zeer tegen de zin van de Europese elite, die door het weggestemd worden van het verdrag de voortgang op weg naar meer Europa en naar een groter Europa geblokkeerd zag. Ook onze regering was daarover ontstemd, zeer ontstemd. Zij heeft de Ierse regering duidelijk gemaakt dat het Verdrag van Lissabon er wel moet komen en dat Ierland alles moet doen om het er zo gauw mogelijk bij een nieuw referendum in Ierland wél door te krijgen.

Er is de afgelopen maanden een koehandel op touw gezet om Ierland zo ver te krijgen dat in het land opnieuw een referendum wordt gehouden over het Verdrag van Lissabon. In die koehandel heeft Ierland eisen gesteld en ingewilligd gekregen tijdens de Europese Top van vorige week. Ook onze regering heeft met de eisen van Ierland ingestemd. Hoe blij de voorstanders van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder onze regering, daarmee zijn, blijkt wel uit het feit dat het regeringsverslag van die Europese Top van vorige week, waar die koehandel zijn beslag kreeg, begint met de aankondiging van wat men aanduidt als "een grote doorbraak". De regering beschouwt het als een grote doorbraak dat Ierland volgend jaar al het Verdrag van Lissabon opnieuw in referendum zal brengen. Om dat mogelijk te maken, heeft onze regering, in haar eigen woorden, een forse handreiking gedaan aan Ierland. Een forse handreiking aan de Nederlandse bevolking in de vorm van een referendum over het Verdrag van Lissabon in ons land, kon er niet af. De Nederlandse regering is echter wel bereid tot een forse handreiking aan Ierland.

De regering gaat gewoon door op het pad van het weggeven van Nederlandse belangen. Als het Verdrag van Lissabon maar gered kan worden, lijkt niets heilig voor de regering. Terwijl het tot voor kort zo belangrijk heette om in het belang van de bestuurbaarheid van Europa het aantal eurocommissarissen te verminderen, heeft onze regering er nu mee ingestemd dat het aantal vet betaalde eurobonzen niet alleen niet wordt verminderd, maar zelfs nog zal worden vermeerderd, bij toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie. Er komt dus wederom niet minder, maar meer Europese bureaucratie. Dat is het pad waarvoor de regering kiest.

De technische uitwerking hiervan is onduidelijk. Op het moment dat er na de verkiezing volgend jaar van een nieuw Europees parlement een nieuwe Europese Commissie geformeerd moet worden, is nog onduidelijk uit hoeveel leden die commissie zal moeten bestaan. Formeel moet dan volgens het Verdrag van Nice worden gehandeld, dus moeten er minder eurocommissarissen komen. Feitelijk zal echter met het proces dat dan op gang komt rekening worden gehouden met de toezegging aan Ierland en zullen er dus evenveel eurocommissarissen zijn als nu. Bij toetreding van nieuwe lidstaten zullen er nog meer eurocommissarissen zijn.

Wat gebeurt er – en die vraag wil ik vandaag door de bewindslieden beantwoord zien – als tussen nu en dan ergens in Europa een regering aan het bewind komt die het met deze deal niet eens is? Stel dat die regering bijvoorbeeld in de tweede helft van volgende jaar zegt: als Ierland dat Lissabonverdrag bekrachtigt, gaan wij toch niet akkoord met uitbreiding van het aantal eurocommissarissen. Dan is de voor zo'n besluit vereiste unanimiteit er niet. Hoe zal die kwestie juridisch en politiek worden opgelost? Hierop krijg ik graag een toelichting van de regering.

Aan Ierland zijn vorige week meer toezeggingen gedaan in de vorm van, wat heet, juridische garanties. Ten eerste: het Lissabonverdrag verandert niets aan de reikwijdte of de werking van de EU-bevoegdheden met betrekking tot belastingheffing. Ten tweede: het Lissabonverdrag laat het veiligheids- en defensiebeleid van de lidstaten en ook de Ierse neutraliteit onverlet. Ten derde: het Lissabonverdrag kent aan het EU-handvest van de grondrechten een juridische status toe als ook aan de JBZ-bepalingen van het Lissabonverdrag. Dat alles laat de Ierse grondwettelijke bepalingen met betrekking tot het recht op leven, onderwijs en gezin onverlet.

Keiharde juridische garanties zijn hiermee ook door onze regering afgegeven nog voordat het door ons land geratificeerde Lissabonverdrag in werking is getreden. Zaken die normaal betrokken worden bij het ratificatieproces in ons land, worden nu door onze regering gegarandeerd zonder dat ons parlement erover kan beslissen. Krijgen we, het Nederlandse parlement, er nog iets over te zeggen? Graag krijg ik hierop een reactie van de regering.

Als het aan president Sarkozy ligt, krijgen wij er inderdaad iets over te zeggen, maar dan wel bij de ratificatie van de toetredingsacte van Kroatië tot de Europese Unie. Veel gekker moet het niet worden. Belangrijke garanties omtrent het Lissabonverdrag worden onlosmakelijk gekoppeld aan instemming of aan afkeuring van toetreding van Kroatië: twee geheel verschillende zaken van geheel verschillende orde worden dan onlosmakelijk en wat mij betreft op een onsmakelijke wijze aan elkaar gekoppeld. De toezeggingen aan Ierland moeten wat ons betreft worden gegoten in de vorm van een separate wijziging van het Lissabonverdrag. Wil de regering toezeggen dat zij niet akkoord zal gaan met koppeling van de garanties voor Ierland aan enig ander verdrag en dat zij zal eisen dat die toezeggingen worden gegoten in de vorm van een wijziging van het Lissabonverdrag?

De heer Blom (PvdA):

Voorzitter. Het is jammer dat het verslag zo kort voor het debat naar de Kamer is gezonden. Het meeste hebben wij natuurlijk uit de kranten kunnen vernemen. Doordat het verslag zo laat is gekomen, hebben wij alle tijd gehad om op basis van de krantenberichten te speculeren. Wat is namelijk het geval? Naast het besluit van de Raad om Ierland tegemoet te komen door te beslissen dat ook na 2014 de Commissie uit één onderdaan per lidstaat zal bestaan, is aan Ierland een aantal juridische garanties toegezegd. Uit de conclusies van de Raad is niet op te maken hoe deze juridische garanties vormgegeven zullen worden. Er staat alleen dat er geen verdragswijziging komt.

Tijdens zijn persconferentie heeft de huidige voorzitter van de Raad, de heer Sarkozy, gezegd dat de juridische garanties zullen worden opgenomen in de toetredingsacte voor Kroatië en dat die in 2009 zal worden opgesteld. Daaraan heeft Sarkozy toegevoegd dat Kroatië dan in 2011 lid van de EU kan worden. Voorafgaande aan de Raad is toegezegd dat voor toetreding van kandidaat-lidstaten geen data zullen worden genoemd. Via deze indirecte weg lijkt er het op, dat dat nu toch is gedaan.

Natuurlijk kunnen wij de regering niet verantwoordelijk houden voor wat iemand zegt, maar wanneer die persoon de voorzitter van de Raad is, wordt de indruk gewekt dat er niets op papier mag staan, terwijl over de constructie wel is gesproken. In het kabinetsverslag van de Europese Raad kunnen wij hierover niets teruglezen. Wij willen op dit punt wel graag duidelijkheid.

Voorzitter. Anders dan het Verdrag van Nice opent het Verdrag van Lissabon voor de Europese Raad de mogelijkheid om een besluit te nemen over de omvang van de Commissie. Met het Verdrag van Lissabon is niet voor niets gekozen voor een kleinere, meer slagvaardige Europese Commissie. De Partij van de Arbeid is dan ook niet erg enthousiast over de beslissing van de Raad om een zodanig besluit te nemen dat de huidige omvang van de Commissie in stand blijft en die dus niet kleiner zal worden, hetgeen wel was afgesproken met het Verdrag van Lissabon. Het is natuurlijk preken voor eigen parochie, want ook de Nederlandse regering is daarvan geen voorstander. Helaas bleek tijdens de Raad dat alleen België hierover hetzelfde denkt. Op zich merkwaardig, want eerder hebben alle lidstaten met het Verdrag van Lissabon wel gekozen voor een kleinere en slagvaardige Commissie. Dat de Nederlandse regering tevreden is over het huidige pakket afspraken, doet niets af aan onze teleurstelling dat de omvang van de Commissie in onze ogen te groot blijft. Wanneer de omvang van de Europese Commissie niet kleiner wordt, mag dat zeker niet ten koste gaan van de slagvaardigheid van diezelfde Commissie. Wij zitten ook niet te wachten op een eurocommissaris die weinig te doen heeft en om zich nuttig te voelen besluiten neemt over en zich bemoeit met bijvoorbeeld de kromming van komkommers of zich vastbijt in vette worsten. De Kamer zal dus net als de regering heel alert en actief moeten reageren op de voorstellen die zullen komen.

Over de omvang van de Commissie heb ik ook nog een praktische vraag. De termijn van de huidige Europese Commissie zal niet worden verlengd. Tijdens de Raad is afgesproken dat bij de ratificatie van het Verdrag van Lissabon de Raad unaniem zal besluiten dat de Europese Commissie de huidige omvang zal behouden. Zolang Lissabon niet in werking is, werkt het Verdrag van Nice door. Daarin is weer opgenomen dat het aantal eurocommissarissen kleiner zal zijn. Mijn vraag aan de regering luidt hoe het in de praktijk zal gaan, wanneer men na de verkiezing van het Europees Parlement aan de slag gaat met de samenstelling van de nieuwe Commissie en het Verdrag van Lissabon, dat dan nog niet in werking is getreden. Op basis van welk verdrag zal de samenstelling van de Commissie nu worden gebaseerd? Wordt zij kleiner op basis van Nice of blijf de huidige omvang van de Commissie behouden? Moet de omvang tussentijds worden bijgesteld als het Verdrag van Lissabon in werking treedt?

Over het klimaatpakket hebben wij gemengde gevoelens. Het is een geweldige prestatie dat de pijlers van het pakket, de doelstellingen, overeind zijn gebleven, maar het is ronduit jammer dat een deel van de innovatieve prikkels uit het systeem is gehaald door een afzwakking van de veilingvoorwaarden en een verruiming van de mogelijkheden om de doelstelling in het buitenland te behalen. Over dat laatste doen nogal wat percentages de ronde, zoals de 80% die wordt genoemd door de milieubeweging. Wij zijn benieuwd welke lezing de regering heeft over dit punt van het akkoord. Wij gaan er wel van uit dat Nederland in ieder geval zelf binnen de grens van 35% tot 40% blijft die volgens ons voor Nederland uit deze afspraken voortvloeit.

Al met al betekent dit resultaat een mijlpaal in de Europese strijd tegen klimaatverandering en oprakende energievoorraden en een belangrijke stap in de richting van een wereldwijd klimaatakkoord dat straks in Kopenhagen moet worden gesloten. Europa heeft en houdt daarbij met dit klimaatpakket de leiding. Wij hebben ons dan ook een beetje verbaasd over de verwijten dat Europa hiermee de bom legt onder het klimaatverdrag. De milieubeweging die met de EU bekvecht over een klimaatakkoord heeft iets van een conflict tussen een lactovegetariër en een veganist in een slagerij. Het miskent de echte tegenstellingen. De echte tegenstellingen moeten op weg naar Kopenhagen worden overwonnen. Dit akkoord was daartoe nog maar een kleine en eerste stap. Het komt nu op het volgend jaar aan. Wij rekenen daarbij op de volle inzet van het kabinet.

Over de kredietcrisis is in de Kamer al veel en vaak gesproken. Wij kunnen hierover nu kort zijn. De inzet van Nederland stemt ons zeer tevreden, evenals de conclusies van de Raad. De maatregelen zijn tijdelijk en de regels van het Stabiliteits- en Groeipact blijven overeind. De conclusies van de Raad op dit punt zijn helder.

Bij de conclusies van de Raad zit een mooie verklaring over de sport. Het is een mooie verklaring omdat de Raad het belang van sport voor de Europese maatschappij erkent. Ook erkent de Raad dat er rekening dient te worden gehouden met het specifieke karakter van sport bovenop de economische waarde die sport ook heeft. Wij gaan ervan uit dat deze verklaring ook de Europese Commissie bereikt. Ik zal niet weer beginnen over de 6+5-regel, maar ik ben erg benieuwd naar de manier waarop de Europese Commissie deze verklaring van de Raad zal oppakken. Ik kijk uit naar de resultaten van het Europese Sport Forum, dat door de Europese Commissie zal worden georganiseerd.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Bij de voorbereiding van de EU-top heeft mijn fractie gezegd: liever een geklapte top dan een halfzacht akkoord. Dat halfzachte akkoord is er nu wel uitgekomen. Het akkoord toont niet de maximale inzet van de EU voor Kopenhagen. D66 meent dat Europa de onderhandelingen volgend jaar moet ingaan met het meest ambitieuze scenario om alle andere deelnemers extra onder druk te zetten. Als er al water bij de wijn wordt gedaan, dan moet dat in Kopenhagen gebeuren en niet een jaar vóór die onderhandelingen met onder andere Amerika, Rusland en de opkomende economieën.

Gisteren heeft het Europees Parlement over het klimaatpakket gestemd. Mijn fractie heeft ingestemd met het pakket, zij het tegen een aantal onderdelen die wat ons betreft te weinig ambitieus zijn. Het gaat dan om de maatregelen om de personenauto's schoner te maken en om uitstoot van broeikasgassen terug te brengen. Er zijn meerdere elementen die veel scherper hadden kunnen worden gesteld. Er zijn te veel uitzonderingen voor landen met ouderwets vervuilende energiecentrales, er zijn te weinig harde afspraken over wanneer deze landen volwaardig alle maatregelen moeten implementeren, en er zijn te veel gratis rechten, waardoor er veel minder geld beschikbaar is voor innovatie richting een duurzamer energievoorziening.

De doelstellingen van het pakket voor de binnenlandse sectoren zijn te vrijblijvend. Er zijn geen handhavingsmechanismen afgesproken. De grootste winst wordt elders en niet binnen de EU geboekt. Wat positief is, is dat 100% van de rechten in de elektriciteitssector wordt geveild, maar daar staat dan weer tegenover dat slechts 8% van de rechten voor de industriesectoren wordt geveild. Klopt het dat de nieuwe kolencentrales die CCS-proof zijn volgens de ETS-richtlijn een subsidie kunnen krijgen tot 15% van de initiële investeringskosten, omdat een lidstaat dit mag betalen uit de veilingopbrengsten? Waarom was dit acceptabel voor de Nederlandse regering? Niet de koplopers, maar de achterblijvers bepalen de agenda en het tempo, en dat is een gemiste kans.

Over de financiële en economische afspraken kan ik kort zijn. In het plan is afgesproken dat lidstaten 1,5% van het bbp investeren in de economie. Wat gaat Nederland doen?

Gelukkig durft de Ierse regering het aan om een tweede referendum uit te schrijven. Daar kan dit kabinet nog wat van leren. Het mag dan soms lastig zijn om burgers bij Europa te betrekken, maar het lukt door ze altijd te blijven betrekken bij Europa en niet als dat toevallig een keer uitkomt.

Wij vinden het compromis dat ieder land zijn eigen eurocommissaris houdt een achteruitgang. Hier is niet gekozen voor de bestuurskracht van de Europese Commissie en dat is jammer. Wat betekent dit compromis voor de toetreding van nieuwe lidstaten? Komen er dan steeds nieuwe eurocommissarissen bij? Wat zijn de concrete gevolgen voor de verkiezingen van het Europees Parlement en de aanstelling van de nieuwe Europese Commissie? Het kabinet zegt dat de nodige voorzieningen dienen te worden getroffen. Over welke voorzieningen hebben wij het dan? Wat wordt de inzet voor de nieuwe Commissie? Hoeveel zetels heeft Nederland straks in het Europees Parlement te verdelen? Blijft dat aantal gelijk of wordt het minder?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. De samenloop vorige week was bijzonder. Terwijl de leden van de Europese Raad zich in Brussel verzamelden om over het Europese klimaat- en energiepakket te spreken, vond in Poznañ de klimaatconferentie plaats in vervolg op Bali en in aanloop naar Kopenhagen, waar een akkoord getekend moet worden. Een cruciaal onderdeel van het klimaatakkoord is de verdeling van lasten van het tegengaan van klimaatverandering en de positie van ontwikkelingslanden daarin. De speech van minister Cramer in Poznán werd goed ontvangen, zo merkte ik ter plekke. Zij sprak over eerlijkheid, effectiviteit en efficiëntie. De leden van het kabinet zijn naar Brussel afgereisd nadat in de Kamer een debat had plaatsgevonden waarin de oproep klonk om de thema's kredietcrisis en klimaatcrisis aan elkaar te verbinden en om dit moment te gebruiken om de omslag naar een duurzame economie te maken. In deze context heeft de Europese Raad conclusies getrokken en besluiten genomen.

De reacties op het bereikte akkoord in Brussel zijn divers. Natuur- en milieuorganisaties spreken van een zwarte dag. Premier Balkenende toont zich zeer verheugd en spreekt van een historisch klimaatakkoord. Van een zwarte dag zou ik niet willen spreken, maar wel over de nadrukkelijke schaduwzijden die in het akkoord zijn terug te vinden en die bij ons vragen oproepen. Is het resultaat van de Europese top werkelijk de green deal waarom wij hebben gevraagd? Is de economische crisis werkelijk aangegrepen als hét moment om een omslag te maken naar een duurzame economie? Zijn de drie e's waar minister Cramer over sprak in Poznañ op het bereikte akkoord van toepassing? Daar heeft mijn fractie twijfels over: de vervuilende industrie is ontzien, de Duitse auto-industrie wordt een hand boven het hoofd gehouden en het veilingsprincipe heeft een flinke knauw opgelopen.

Hoewel de doelstellingen overeind zijn gebleven en het veilen van emissierechten slechts een instrument is, vraagt mijn fractie zich wel af hoe de doelstellingen nu gehaald gaan worden. Is er voldoende prikkel overgebleven voor de industrie om de omslag naar duurzaamheid te maken, zeker gelet op de grote hoeveelheid CDM's die beschikbaar is om de doelstelling in het buitenland te halen? Hoe eerlijk is het om de reductiedoelstellingen in ontwikkelingslanden te halen, terwijl wij zelf op dezelfde vervuilende voet verdergaan. Hiermee worden de aanbevelingen van het IPCC, dat zegt dat binnen de geïndustrialiseerde landen een reductie van 25% tot 40% nodig is, niet opgevolgd.

De fractie van de ChristenUnie is blij met het budget dat is binnengehaald voor proefprojecten voor CO2-opslag, maar laten wij CCS niet verwarren met duurzame oplossingen. CCS is slechts een verlegenheidsoplossing om de transitieperiode naar een duurzame energievoorziening door te komen. Een nadeel van veel CDM's is dat de ETS-prijs volgens de impact assessment van de EU niet boven de € 30 per ton CO2 zal komen. Dat betekent dat veel innovatieve technologie, zoals CCS, niet rendabel zal worden. Dus zelfs als er subsidies voor CCS-demo's komen, zal het voor een bedrijf niet rendabel zijn om een kolencentrale op volledige schaal te voorzien van CCS.

In de ETS-richtlijn lijkt te zijn afgesproken dat nieuwe kolencentrales die CCS-ready zijn, een subsidie kunnen krijgen tot 15% van de initiële investeringskosten. Een lidstaat mag dat betalen uit de veilingopbrengsten. Klopt het dat alle lidstaten deze subsidie mogen verstrekken? Ik vraag het kabinet om een toezegging dat Nederland deze subsidie niet gaat verstrekken voor nieuwe kolencentrales. Dat lijkt mij trouwens ook in strijd met de staatssteunregels.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben zojuist gedetailleerd ingegaan op onder andere kolencentrales, maar ik heb ook een algemeen oordeel geveld over het bereikte akkoord. Zo'n oordeel heb ik van u nog niet zo helder gehoord.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Het is ook heel lastig te duiden. Ik ben erg blij dat de doelstellingen van 20% overeind zijn gebleven, maar ik zet wel vraagtekens bij de uitwerking. Als de doelstellingen gegarandeerd gehaald worden en het slechts een kwestie van fasering is, dan is dat prima. Maar als ik op mij in laat werken wat de subsidies, het uitstel en de lage CO2-prijs kunnen betekenen voor de verdere voortgang, dan vraag ik mij af of deze effecten voldoende zijn meegenomen in de overwegingen van het kabinet, tenzij wij nu echt heel harde garanties krijgen dat dit niet gaat gebeuren. Op dat terrein zal ik echt overtuigd moeten worden.

De heer Pechtold (D66):

U bent het toch met mij eens dat dit een onderhandeling in een onderhandeling is? De Europese Unie onderhandelt onderling en onderhandelt vervolgens in Kopenhagen met andere landen, waarbij misschien nog wel een grotere brug te slaan valt. Je moet nu maximaliseren om straks misschien alsnog water bij de wijn te kunnen doen. Als je nu al aangelengde wijn hebt, dan heb je straks een drabje dat niet meer te drinken valt. Je kunt wijn niet eeuwig aanlengen. Het moet wel wijn blijven. Wat is nu uw algemene oordeel? Ik heb ook niet alle punten op de i, maar ik zou graag een politiek oordeel over het bereikte resultaat krijgen. Ik zal u een eindje op weg helpen. Bent u het met mij eens dat dit eigenlijk een te afgezwakt akkoord is?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik blijf in de beeldspraak van de wijn. Wij geloven in wonderen, dat water wijn kan worden. Ik wil hoopvol zijn. Ik ben niet geneigd om te zeggen dat het kabinet het maar had moeten laten klappen, want dat was helemaal een slecht teken geweest. Ik heb liever dat er iets is. Ik kom straks nog met wat suggesties om de inzet van Europa verder te versterken, juist met het oog op Kopenhagen. Ik ben bang dat dit een kwestie is van glas halfvol of halfleeg. Ik kies voor half vol, maar ik maak mij wel zorgen over de impact op de internationale onderhandelingen die gaande zijn. Vandaar dat ik hier niet sta te juichen, maar toch ook niet allerlei doemscenario's verkondig. Daar is ook geen reden toe.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ook wat betreft kolencentrales is het Europees pakket ronduit een domper. Geen normering voor elektriciteitscentrales, zoals het Europees Parlement op voorspraak van mijn politieke vriendin Kathalijne Buitenweg die wel had voorgesteld. Geen verplichting tot CCS maar wel een geweldige bak subsidies, met het uitzicht op structurele subsidies via die 15%-regeling. U zegt terecht: dat gaan wij in ieder geval niet meemaken als ChristenUnie, die 15% toebedelen aan kolengestookte elektriciteitscentrales. Maar zou het misschien dan een tandje radicaler kunnen? Moet u in het licht van dit akkoord niet opnieuw nadenken of u nog politieke steun kunt geven aan een kabinet dat vergunningen gaat afgeven voor vijf kolencentrales in Nederland?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik geloof dat mijn inzet hier wel helder is, evenals hetgeen ik het kabinet meegeef. Hierbij vind ik ook heel erg belangrijk de afweging of het er nu heel erg dramatisch uitziet dan wel of verwacht mag worden dat door het vasthouden aan de reductiedoelstelling van 20% in 2020 de negatieve scenario's op basis van de subsidies en dergelijke zullen verdwijnen. Als in Kopenhagen het klimaatakkoord ligt waarin wellicht over hogere reducties wordt gesproken, zal dat misschien een nog sterker effect hebben. Ik heb dat op dit moment echter nog niet helder. Dus ik vind nu het antwoord van het kabinet heel belangrijk. Ik verwacht overigens dat wij deze discussie ook binnen de vaste commissie voor VROM nog verder zullen voeren.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik vond u heel helder in uw analyse van wat dit pakket betekent voor kolencentrales in Nederland. Dit gaat maar één kant op: wij gaan ze massaal subsidiëren want anders halen wij de doelstelling niet, volgend op CCS. Als u zegt dat u daartegen bent, dan zit u hier een vierkante cirkel te tekenen. Daarom nodig ik u uit om weer terug te gaan naar het oorspronkelijke besluit. Moeten wij überhaupt vergunningen gaan afgeven aan vijf kolencentrales in Nederland met dit enorme risico?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik ben inderdaad heel helder. Ik heb zorgen over het effect dat dit zal hebben op de bouw van kolencentrales. Tot nu toe had ik steeds de verwachting dat er van dit klimaat- en energiepakket van Europa vanzelf wel een werking zou uitgaan richting de kolencentrales, in de zin dat het op deze voet niet eens interessant wordt om ze te bouwen. Als mijn analyse juist is dat er inderdaad deuren wijder open worden gezet, dan maak ik mij inderdaad zorgen. Wat dat betreft ben ik dan ook heel erg benieuwd naar de inzet van het kabinet. Het antwoord van het kabinet daarop is voor mij ook een heel belangrijke factor.

De heer Ten Broeke (VVD):

Waar u spreekt over het halfvolle of het halflege glas is, doet u in feite hetzelfde als de heer Pechtold toen hij het Verdrag van Lissabon moest kwalificeren. Dus u heeft wat mij betreft het volste recht op dezelfde slappe kwalificatie. Maar dat het een slappe kwalificatie is, moeten wij hier wel met elkaar vaststellen, want een jaar lang heeft u dit kabinet opgeroepen om veel verder te gaan. Dan kunt u zeggen dat u in wonderen gelooft dat wijn water kan worden of water wijn, maar hierbij is ongelofelijk veel water bij de wijn gedaan. Je kunt je afvragen of er überhaupt nog wijn is. Dan moet u toch harder zijn in uw oordeel?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik geloof dat ik heel helder en hard ben. Echter, om nu te zeggen dat het zo slap is dat er beter niets had kunnen gebeuren, is weer wat anders. Ik ben mij heel erg bewust van de marges waarbinnen dit kabinet heeft geopereerd. Ik heb ook geen moment getwijfeld over de inzet van dit kabinet. Als ChristenUnie hebben wij ook steeds gezegd dat die inzet goed is. Ik denk alleen al aan het principe van 100% veilen. Dat had wat ons betreft rechtoverheid mogen blijven, maar ik heb wel begrepen dat in de onderhandelingen daarover de positie van Nederland heel lastig te handhaven was, met een enorme druk van landen zoals Duitsland en Frankrijk, waarvan wij toch wel wat meer hadden verwacht.

De heer Ten Broeke (VVD):

Als u ziet welke toegevingen en vrijstellingen er zijn gedaan, ook voor ontwikkelde landen zoals Duitsland – ik heb zo-even aangegeven dat de meeste ervan de goedkeuring van mijn fractie kunnen wegdragen omdat het op zichzelf de goede kant opgaat – dan kunt u hier vandaag toch niet volstaan met de kwalificatie "het glas is halfvol of halfleeg en wij gaan weer over tot de orde van de dag"?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Waarom zou ik daar niet mee mogen volstaan? Ik mag mijn oordeel toch wel geven? Ik vind het positief dat de doelstellingen, die percentages overeind zijn gebleven, maar ik heb wel zorgen over de weg waarlangs dat bereikt gaat worden. Helderder kan ik niet zijn. Dus ik ben niet juichend maar ik ben ook niet ronduit negatief. Het had slechter gekund, maar het had ook veel beter gekund.

Voorzitter. Ik wil graag geloven dat dit akkoord gegeven de situatie het maximaal haalbare was en dat er van alles geprobeerd is. Toch wil ik de woorden van Al Gore aanhalen die hij vorige week in Poznan sprak: "Wij kunnen niet slechts proberen resultaten te boeken. Er zijn twee opties: wij hebben succes of wij falen." De ChristenUniefractie roept het kabinet ertoe op om nu niet achterover te leunen, maar actie te ondernemen binnen de EU. Ik zal een paar suggesties doen. Zorg voor een goed handhavingmechanisme, zoals een boetesysteem. Zorg ervoor dat er verdergaande kwaliteitseisen aan CDM-credits worden gesteld, zodat additionaliteit en een bijdrage aan duurzame ontwikkeling worden gegarandeerd. Zorg voor een lineair reductiepad voor non-ETS-sectoren. Zorg ervoor dat de EU uitblinkt in het bedrag dat in het internationale klimaatadaptatiefonds gestort moet worden. Waak ervoor dat boskredieten in deze situatie in het CDM worden ondergebracht. Pak door op grensoverschrijdend treinverkeer, zodat de transportsector verder verduurzaamd wordt.

Tot slot nog enkele opmerkingen over het Verdrag van Lissabon. De ChristenUniefractie is blij dat de impasse rond het Ierse "nee" is doorbroken. De belofte aan de Ieren dat de Europese samenwerking de Ierse autonomie op het terrein van belastingen en abortus ongemoeid laat en dat ook de Ierse militaire neutraliteit wordt gegarandeerd, is geheel in lijn met het pleidooi dat de ChristenUniefractie altijd al heeft gevoerd over een heldere en duidelijk afgebakende bevoegdheidsverdeling. Deze belofte lijkt ons geen privilege voor de Ieren, maar een grondbeginsel dat voor de gehele EU geldt. Ik wil graag een bevestiging op dat punt.

De regeringsleiders zijn overeengekomen dat, in tegenstelling tot wat in het nieuwe Europese Verdrag staat, alle EU-landen recht houden op een lid in de Europese Commissie. Juristen zoeken nog naar een vorm voor die beloften. Ik wil graag een reactie op wat de consequenties hiervan zijn in het verdere proces en wat de inzet van het Nederlandse kabinet op dat punt is.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Met kunst- en vliegwerk is de Europese Raad erin geslaagd om de Ierse regering over de streep te trekken. De Ierse premier Cowen heeft beloofd om hetzelfde verdrag nogmaals aan de Ierse bevolking voor te leggen. Hij komt dus met hetzelfde verdrag, want men is zo bang voor de weerstand onder de bevolking en voor eventuele nieuwe referenda dat men een nieuwe ratificatieronde uit alle macht wil voorkomen. Dat hebben wij gezien. De bevolking zal dus gevraagd worden om eerst "ja" te zeggen om er dan maar op te vertrouwen dat al die tijdens de Europese Raad gedane beloften ook daadwerkelijk gestand worden gedaan. De belangrijkste belofte – althans de belofte die de meeste aandacht heeft getrokken – is de belofte tot het behoud van de eigen Eurocommissaris. De missie van de staatssecretaris die daarmee de internationale pers nog haalde, is duidelijk mislukt. Alle regeringsleiders zullen nadat de Ieren "ja" hebben gezegd, unaniem besluiten dat ieder land een Eurocommissaris behoudt. Voor hoelang is die toezegging wat waard? De Ierse premier had in een eerder stadium de eigen Eurocommissaris al een keer weggegeven. Wie zegt dat een toekomstige Ierse premier dat niet alsnog doet? De Ieren hebben er dan niets meer over te zeggen.

Men zal proberen om de andere beloften, zoals garanties dat de Ieren geen zeggenschap verliezen over belastingen en abortus en dat hun neutraliteit niet wordt aangetast, juridisch bindend te maken. Hoe moet dat gestalte krijgen zonder het verdrag te veranderen? Als wij de Franse president Sarkozy moeten geloven, worden die beloften verpakt in een totaal ander verdrag: het verdrag dat de toetreding van Kroatië regelt. Ik kan mij niet voorstellen dat het daadwerkelijk zo zal gaan. Het is bovendien buitengewoon onwenselijk dat het zo gebeurt. Zo ga je kwesties met elkaar verbinden die niets met elkaar te maken hebben. Als ik de conclusies goed lees, zie ik ook dat het helemaal niet kan in verband met het tempo dat daar wordt beloofd. Volgend jaar zouden deze beloften al moeten worden uitgewerkt en uitgevoerd. Dan zou er aan het einde van het jaar een referendum in Ierland kunnen zijn. Als die conclusie juist is, kan het nooit met het toetredingverdrag van Kroatië geregeld worden. Ik wil hier graag opheldering over.

Ik wil ingaan op de garantie om de Ierse neutraliteit te respecteren. Kunnen de bewindslieden mij het begrip "neutraal" uitleggen? De Ieren hoeven weliswaar misschien niet in militaire zin voor de EU naar het buitenland, maar Ierland moet wel met die missies instemmen. Als lidstaat zal Ierland in het buitenland ook aangesproken worden als soldaten ergens opereren onder de EU-vlag. Vergelijk het maar even met de politieke steun die Nederland gaf aan de inval in Irak. Wij stuurden geen militairen, maar wij waren ook niet neutraal. Hoe neutraal is Ierland dan onder de afgesproken beloften? Het probleem van het streven naar een militair Europa, een militair machtsblok, valt niet af te zweren met een neutraliteitsverklaring voor Ierland. Ik wens de Ierse premier dan ook veel succes om dit gammele succes in zijn eigen land aan de bevolking te verkopen.

Ik kom bij het klimaat- en energiepakket. Het resultaat stelt ons zwaar teleur. Weliswaar is binnen een jaar een klimaatpakket aangenomen, maar het ambitieniveau ervan is drastisch naar beneden bijgesteld. De doelstelling blijft onaangetast, 20% in 2020, maar de manier waarop men dat wil bereiken, met het veilen van emissierechten, is zwaar aangetast. Zo moeten sectoren die geen last hebben van concurrentie op wereldschaal pas in 2027 voor 100% meebetalen voor hun emissierechten. Hoe valt dit te rijmen met het principe dat de vervuiler betaalt? De ambities zijn zo weer zeven jaar vooruitgeschoven. Het is vreemd dat er in de periode tot 2020 per jaar slechts 6% van de emissierechten extra geveild wordt, terwijl daarna tot 2027 er 4% extra wordt geveild. Kortom, op het einde gaat men ook nog eens op de rem staan. Graag uitleg van het kabinet hierover.

Helemaal schandalig is het dat er totaal geen ambities zijn met betrekking tot de sectoren die wel last zouden kunnen hebben van een concurrentienadeel op wereldschaal. In plaats van manieren te zoeken en te vinden om dat concurrentienadeel op andere manieren op te heffen, zoals bijvoorbeeld een importheffing, hoeven die sectoren tot in lengte van dagen helemaal niet te betalen voor hun uitstoot. Zij krijgen hun emissierechten gratis. En de energiesector? Er zou meteen na het aflopen van Kyoto, in 2013, voor 100% geveild worden. De zwaar vervuilende kolen- en bruinkoolcentrales hebben nog eens zeven jaar uitstel gekregen, met de afspraak dat hiernaar om de twee jaar goed wordt gekeken. Wij gaan nu de grootste vervuilers, zoals de Duitse bruinkoolindustrie, belonen omdat zij de afgelopen jaren achterover hebben geleund. Of heeft het kabinet een andere conclusie?

Het halen van de doelstelling is daarmee zeer onzeker geworden. Kan het kabinet daarom eens een kwantitatief overzicht aanleveren per onderdeel van het slotcompromis waaruit blijkt wat de gevolgen zijn voor de totale uitstoot van de Europese Unie en de verdeling over de lidstaten?

Intussen kraaide de Europese Unie victorie over het bereikte akkoord. Het is uniek in de wereld, zo wordt geroepen. Men kan zich op de borst kloppen dat nergens anders ter wereld zulke vergaande maatregelen zijn afgesproken, maar wat is dat waard als die maatregelen niet genoeg zijn om aan de ambities te voldoen? De armste mensen ter wereld, die nu al het meeste last hebben van de klimaatverandering, zijn er het slachtoffer van dat Europa de belangen van haar bedrijfsleven boven hun belangen verkiest. De Europese Unie kan nog een beetje haar gezicht redden door snel geld voor het adaptatiefonds beschikbaar te stellen, zodat ontwikkelingslanden middelen krijgen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. Wat doet het kabinet? De minister van VROM sprak vooraf grote woorden: wij zijn leidend in Europa en de wereld. Maar nog voordat de onderhandelingen begonnen, gaf de minister van Economische Zaken al signalen af waaruit iedereen in Europa kon afleiden dat Nederland zich neer zou leggen bij een sterk afgezwakt akkoord.

Het kabinet leek vooral Europees geld te willen veiligstellen voor het eigen paradepaardje, de CO2-opslag van troetelkindje Shell, wat overigens helemaal geen duurzame oplossing is voor de CO2-uitstoot. Het schuift het probleem alleen maar door naar toekomstige generaties en zadelt ons op met eeuwenlange zorg voor die putten. Dit terwijl er voldoende echt duurzame technologieën zijn, waarin kan worden geïnvesteerd. Dat zijn investeringen die ook vanwege het bestrijden van de financiële en de economische crisis meer dan ooit nodig zijn. De wereldeconomie heeft te maken met overproductie vanwege tekort aan vraag. De recessie slaat overal in de wereld toe. Alleen budgettaire expansie van de overheden kan daarop een antwoord vormen. Ook daarvoor is Europese samenwerking noodzakelijk, vanwege de interne markt maar nog meer door het voeren van een gezamenlijke munt. Dit kan alleen voldoende effect sorteren wanneer alle lidstaten daaraan bijdragen. De positieve effecten daarvan komen overal in de Unie terecht.

Op de afgelopen Top lijkt ook sprake van gezamenlijk optreden door het afspraken van een herstelplan dat neerkomt op 1,5% van het Europese bruto product. Terwijl het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk flink in de buidel tasten, loopt Nederland net als Duitsland daarbij ver achter. Met wat creatief boekhouden, met maatregelen die het kabinet grotendeels toch al van plan was te nemen, komt het kabinet met een pakket van 6 mld. Volgens de Brusselse Breugeldenktank heeft Nederland met 0,21% een van de kleinste stimuleringspakketten van Europa. Wij profiteren dus van de stijging van de overheidsuitgaven van andere landen, maar dragen er zelf nauwelijks aan bij. Noemt het kabinet dat Europese solidariteit, wel profiteren maar niet meebetalen? Hetzelfde geldt voor het Stabiliteits- en Groeipact. Het terugdringen van het overheidstekort gaat moeilijk samen met het opvoeren van investeringen. Het slechtste wat men nu kan doen, is flink snoeien in de overheidsuitgaven, want daarmee zou men de recessie alleen maar aanwakkeren. Dat moet het kabinet toch met mij eens zijn?

Het is niet ondenkbaar dat de economische crisis leidt tot tekorten bij lidstaten die groter zijn dan de flexibiliteit van het pact toelaat. Hoe gaat men dan handelen? Hoe gaat de regering dan handelen? Wij zien nu al dat de markt de kredietwaardigheid van eurolanden verschillend waardeert. Zo moeten Griekenland en Italië nu al meer rente betalen over hun staatsschuld dan Nederland en Duitsland.

Gezien de onwenselijkheid van bezuinigingen is stabiliteit van de inkomsten zeer belangrijk. Waarom wordt er dan niets gedaan om belastingconcurrentie tussen lidstaten tegen te gaan? Opeenvolgende Nederlandse kabinetten, ook het huidige, zijn zeer bedreven in het structureel verlagen van de belastingdruk voor bedrijven. Ook hier draagt het kabinet bij aan Europese solidariteit. De euro mag ons dan voor de korte termijn gered hebben van de grillen van de valuta markt, op de lange termijn moet dat financiële huwelijk zich nog bewijzen.

De uitdagingen die ik heb geschetst, leiden nog niet tot ongelukken, maar de kans daarop wordt snel groter. Europa staat dan ook voor een keuze. Of de landen stellen zich solidair op bij de aanpak van elkaars, en daarmee de gezamenlijke, economische problemen of de lidstaten gaan door met elkaar beconcurreren op lonen, belastingen, arbeidsvoorwaarden enzovoort, enzovoort, tot het punt wordt bereikt dat landen zich gedwongen voelen of uit dat huwelijk te stappen of anders te kiezen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Iedere lidstaat behoudt een plek in de Europese Commissie. Dat is een van de resultaten van de laatste Europese Top. Daarover ben ik zeker positief. Het is namelijk een oude wens van de SGP. Wij hebben dan ook niet voor niets in 2003 de motie-Van Baalen ondertekend, een motie die door een meerderheid is aangenomen. Wij hadden er niet op gerekend dat dit punt ooit nog eens binnengehaald zou kunnen worden, maar met dank aan de Ieren is het er toch van gekomen! Hoe je het wendt of keert, het is een serieuze concessie. Er verander wel iets aan de regels die al waren afgesproken.

De Europese ruilhandel is inmiddels concreet geworden. Naast het behoud van hun eurocommissaris krijgen de Ieren ook juridische garanties voor hun militaire neutraliteit, het recht op leven, het gezin, onderwijs en nationale bevoegdheden op fiscaal gebied. In ruil voor deze belofte zal Ierland in het najaar van 2009 een nieuw referendum houden.

Als ik het goed heb gezien, staat er niet in de conclusies hoe deze garanties juridisch vorm worden gegeven. De voorzitter van de Europese Raad heeft aangegeven dat de juridische garanties worden opgenomen in de toetredingsakte voor Kroatië. Is dat zo? Zo ja, dan is dat een merkwaardige gang van zaken. Het Verdrag van Lissabon blinkt al niet uit in helderheid, maar moeten wij nu voor een volledig beeld over Lissabon in de toekomst de toetredingsakte voor Kroatië raadplegen? In het verleden zijn inderdaad amendementen op EU-verdragen verwerkt in toetredingsakten, maar dan betrof het louter juridisch-technische wijzigingen. Deze weg zou dan ook een unicum zijn.

Hierbij rijst de vraag hoe stevig die ruilhandel is geregeld. Wij nemen het nu op in een toetredingsakte voor Kroatië. Maar wat gebeurt er als het Verdrag van Lissabon na een ja van Ierland in werking is getreden, maar de toetredingsakte van Kroatië nog niet? Kan het dan alsnog in de lucht komen te hangen?

De vraag of de concessies aan Ierland bevredigend zijn, moet door de Ieren worden beantwoord en niet door mij of door de Tweede Kamer. Of dat zo is, zal blijken uit het referendum dat zal worden gehouden. Kunnen de bewindslieden mij verder zeggen of de eurocommissaris per lidstaat duurzaam is geregeld? Is er nu weer een verdragswijziging voor nodig om dat terug te draaien, of kan het ook door andere besluitvorming toch weer teruggedraaid worden?

Ik kom bij de andere toezeggingen op het terrein van de waarborgen op het terrein van de belastingheffing en het nationaal veiligheids- en defensiebeleid. Heb ik het goed begrepen dat dat, met alle respect voor de formuleringen die zullen worden gekozen, toch eigenlijk open deuren zijn? Eerlijk gezegd had ik uit het Europees veiligheids- en defensiebeleid, de Europese belastingheffing en het Verdrag van Lissabon tot nu toe niet anders begrepen dan dat het al zo is.

De punten die ik net noemde, gelden ook voor alle landen, maar bij het laatste punt veerde ik even op, omdat dit thema's zijn die ons ook wel aanspreken: recht op leven, onderwijs en gezin. Die punten lijken specifiek toegespitst te zijn op de Ierse grondwet. Klopt dat? In hoeverre is dit iets wat alleen voor de Ieren gaat gelden? Ik ben wel een beetje beducht voor een redenering a contrario dat op dit soort terreinen alleen maar aan de Ieren bepaalde tegemoetkomingen zijn gedaan. Hierover krijg ik graag helderheid. Is dit alleen maar een kwestie van interpretatie van het verdrag, maar verandert er helemaal niets? Of is daar meer aan de hand?

Wij zijn positief over wat er is afgesproken over het economisch herstelplan. Wel krijg ik graag nog een reactie op de kritiek dat, nu aan de lidstaten wordt overgelaten welke maatregelen zij nemen, het geld niet efficiënt wordt ingezet doordat door de interne markt een groot deel van de individuele overheidsinvesteringen weer naar andere EU-landen verdwijnt. Dat roept ook de vraag op of het stimuleringsbeleid niet sterker op EU-niveau dient te worden gecoördineerd.

Daarnaast schijnen de stimuleringsplannen van de lidstaten veel kleiner te zijn dan de bedragen die zij hebben toegezegd. Bovendien vraag ik mij af of de bedragen die worden uitgetrokken in de vorm van staatsgaranties en leningen zomaar kunnen worden opgeteld bij de bedragen voor belastingverlagingen en overheidsinvesteringen, wat in veel nationale plannen wel gebeurt. Hoe doet Nederland dit?

Tot slot nog een opmerking over het energie- en klimaatpakket. Niet alle punten zijn daarbij binnengehaald. Toch zijn wij daar wel positief over, omdat hiermee toch, hoe men het ook wendt of keert en gezien de verhouding binnen de verschillende lidstaten, betekenisvolle stappen worden gezet.

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. Het is goed om te vernemen dat er voortgang is gemaakt in de afspraken met Ierland zonder het verdrag open te breken. De Ierse Taoiseach heeft een goede beurt gemaakt, net als de Europese Unie als geheel. Elke lidstaat houdt zijn vertegenwoordiger. Dat was het harde punt van Ierland. Het CDA heeft daaraan steun gegeven. De staatssecretaris gaf aan dat er dan wel aan noodzakelijke randvoorwaarden moet worden voldaan. Graag horen wij van hem welke randvoorwaarden zijn binnengehaald.

Ten aanzien van de nadere uitwerking in relatie tot de samenstelling van het Europees Parlement hebben wij nog wel vragen, zoals ook eerdere woordvoerders die hadden. Hoe gaat het nu bij de Europese verkiezingen? Gaan wij nu kiezen voor 25 leden van het Europees Parlement? Dat lijkt mij logisch, maar wat gebeurt er dan met het 26ste lid? Wanneer en op welke wijze komt dat lid dan in het Europees Parlement? Graag horen wij daar meer over.

Ten aanzien van het financiële en economische pakket is het goed dat de Europese lidstaten gecoördineerd optrekken. Een hele set aan maatregelen moet leiden tot stimulering van de economie.

Over de economie heeft de minister-president belangwekkende uitspraken gedaan in de rede die hij uitsprak ter ere van het feit dat hij de Benelux Europaprijs in ontvangst nam. Ik feliciteer hem daar van harte mee, want dit is een prestigieuze prijs. Hij haalde daar de woorden van de Letse minister-president aan: "Deelname aan de euro is niet zomaar een economische kwestie, het is niets minder dan een zaak van nationale veiligheid." Natuurlijk is het dat. De Europese Unie beschermt en die laat dat in deze tijd van economische crisis nadrukkelijk zien. Een nadere uitwerking van de mondiale afspraken over toezicht volgt in de volgende raden en in aanloop naar de Top op 2 april aanstaande in Londen. Toch is het belangrijk om ook nu al de langeretermijnvisie neer te leggen. Een sociale, mensgerichte markteconomie, daar moet de Europese Unie voor staan. Wij steunen de afspraken over het Stabiliteits- en Groeipact en de staatssteun, maar die moet nadrukkelijk tijdelijk zijn. Wij lezen uit het verslag dat de minister-president daar ook nadrukkelijk op heeft gewezen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

De volledige GroenLinksfractie heeft zondag naar Het Buitenhof gekeken en wij zagen daar de fractieleider van het CDA. Tot onze bijzonder grote vreugde zei de heer Van Geel dat strengere uitstootnormen van auto's voorwaarde dienen te zijn voor steun aan de auto-industrie in de Europese Unie. Nu lezen wij daar helemaal niets over in conclusie 12 van het voorzitterschap. Moet ik dan met de heer Van Geel concluderen dat dit onderdeel van de Europese Raad voor de CDA-fractie onaanvaardbaar is?

De heer Ormel (CDA):

De CDA-fractie is nadrukkelijk van mening dat steunmaatregelen voor de auto-industrie gericht moeten zijn op innovatie en verduurzaming. Wij zijn dan ook niet tevreden over de herziening van de richtlijn over de milieuprestatie van auto's. Vooral door Duitsland is die doelstelling minder ambitieus geworden en zijn er uitzonderingen mogelijk voor bepaalde types of merken auto's. Ik weet niet zo veel van auto's behalve dat ze rijden en uitstoten. Daar zijn wij dus niet helemaal gelukkig mee, maar het is een kwestie van compromissen vinden. Wij wijzen echter wel op het feit dat staatssteun tijdelijk wordt gegeven en dat nadrukkelijk wordt gepoogd om die staatssteun dan ook in te zetten voor innovatie en duurzaamheid.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Uit het feit dat de heer Van Geel dit zei in Het Buitenhof twee dagen nadat de Europese leiders over dat pakket hadden besloten, mag ik toch opmaken dat dit een nieuw punt is voor het CDA dat alsnog dwingend het kabinet wordt voorgelegd om in te brengen in een nieuw Europees overleg? Geen staatssteun aan de auto-industrie in Duitsland, Frankrijk of waar dan ook tenzij daar de hoogste emissienormen op van toepassing worden verklaard. Ik neem toch aan, dat het CDA die ambitie toch nog wel heeft in dit debat?

De heer Ormel (CDA):

Die ambitie had het CDA, heeft het CDA en zal het CDA houden. Het is ook helemaal geen nieuw punt. Laat ik er nog duidelijker over zijn. Het feit dat tijdelijk staatssteun wordt gegeven, betekent niet dat je als een blind paard ergens geld moet in pompen. Dat betekent natuurlijk dat je daarop moet inzetten. Ook de Amerikanen zeggen dat. Iedereen is van mening dat in ieder geval moet worden gelet op innovatie en duurzaamheid als moet worden ingezet op steun. Duurzaamheid is innovatie.

Voorzitter. Puur in de historische context gezien is het absoluut uniek dat een zo veelomvattend klimaat- en energiepakket binnen elf maanden een politiek akkoord is geworden. Het is een prestatie waarover zeer velen vooraf sceptisch waren en zij zijn nu ronduit azijnerig. Alle doelen – de 20-20 in 2020 – staan recht overeind. Het gaat concreet om voorstellen over hernieuwbare energie. Het is een positief resultaat. Veel van de duurzaamheidscriteria die door Nederland zijn ontwikkeld en voorgesteld, zijn overgenomen en wij complimenteren de minister-president, de staatssecretaris en ook de minister van Buitenlandse Zaken met dit resultaat. De taakstellingen per lidstaat over de te bereiken percentages reductie van uitstoot en duurzame energie zijn redelijk overeind gebleven. Wel is een forse concessie aan Polen gedaan en die hadden wij liever minder groot gezien.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik weet dat je altijd moet oppassen geen appels met peren te vergelijken, maar ik verbaas mij over de verschillende geluiden die ik vanuit diezelfde CDA-fractie hoor. Gisteren was er nog een commissievergadering over ontwikkelingssamenwerking en hernieuwbare energie, waarin de CDA-fractie ontzettend kritisch was over de inhoud van voorstellen, over het budget en of er wel voldoende verschil wordt gemaakt. Er was alle reden om aan te geven dat daar verder over moest worden gesproken en dat wij niet op die weg verder zouden kunnen gaan. Nu ligt er een klimaat- en energiepakket voor, waarbij heel grote kanttekeningen zijn geplaatst, maar dat vindt het CDA historisch en veelomvattend. De heer Ormel deelt zijn complimenten daarvoor uit. Ik vind dat een te groot contrast.

De heer Ormel (CDA):

Ik vind dat nadrukkelijk niet. Bij de besteding van nationale ontwikkelingsgelden gaat het om nationaal geld waarover wij direct iets kunnen zeggen. Wij spreken in dit geval over een akkoord tussen een groot aantal landen. De doelen van die landen lagen zeer ver uiteen, zover dat niemand een jaar geleden durfde te dromen van een akkoord. Dan kun je nu zeggen dat wat er ligt, schraal is en dat er te veel water bij de wijn is gedaan. Mevrouw Wiegman sprak samen met de heer Pechtold over wijn, maar ik hoor hier vooral azijn. De chemische samenstelling van azijn is CH3COOH. Daarmee hebben wij in ieder geval flink wat koolstof uit de lucht gehaald.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Toch viel het mij gisteren zo op dat Ormelhet CDA vooral azijn produceerde en zo weinig over wijn sprak. Ik vind dat heel lastig. Zorg dan voor een heldere lijn en steun die duurzame maatregelen waar nodig en mogelijk. Wees dus evenwichtig.

De heer Ormel (CDA):

Precies, waar nodig en waar mogelijk. Bij de besteding van nationale gelden is er meer mogelijk vanuit dit huis dan wanneer het gaat om een compromis dat wij met 27 lidstaten bereiken. Ik zet overigens wel degelijk kanttekeningen bij wat er is bereikt op de laatste top, maar wij hebben wel wat bereikt. Wij zijn daar blij mee. Het kernpunt is dat wij voor het eerst doelen hebben vastgesteld. Daar committeren alle lidstaten van de EU zich aan.

De heer Ten Broeke (VVD):

De heer Ormel haalde zojuist de premier aan, die een prijs heeft gewonnen. Ook felicitaties van mijn kant daarvoor, maar de premier zou hebben gezegd dat de euro van nationaal veiligheidsbelang is. In Engeland, een niet-euroland, wordt een ontzettend expansief begrotingsbeleid gevoerd. Het Engelse pond is de afgelopen dagen enorm in waarde gekelderd. Daarvoor betaalt Nederland een enorme prijs, gelet op onze export. Het CDA gaat ermee akkoord dat de PvdA binnen deze coalitie druk uitoefent om de begrotingsregels aan de laars te lappen, want er wordt door die 2% heengegaan. In die zin wordt er een expansief begrotingsbeleid gevoerd, met allerlei belastingverhogingen.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Ten Broeke (VVD):

Het CDA is bezig met het creëren van een nationaal veiligheidsprobleem. Wat gaat de heer Ormel daaraan doen?

De heer Ormel (CDA):

De voorzitter vroeg u terecht wat uw vraag is, want u gaat via het pond naar het nationale veiligheidsbeleid. Dit debat wordt op vele plaatsen in dit huis gevoerd. Het is duidelijk dat wij te maken hebben met zeer bijzondere economische omstandigheden. Wij hebben een Stabiliteits- en Groeipact afgesproken in de EU. Onder uitzonderlijke omstandigheden is het wellicht nodig dat daar tijdelijk van wordt afgeweken. Wat mijn fractie betreft staat het Stabiliteits- en Groeipact recht overeind, maar er kan tijdelijk van worden afgeweken.

Dan het klimaat- en energieplan van de Europese Unie. Een jaar geleden sprak de heer Dehaene wat dat betreft nog over de kolen en staal van vandaag. Wat betreft de emissiehandel is een zwakkere richtlijn dan aanvankelijk de bedoeling was, voorgesteld. Afzwakkingen hebben plaatsgevonden ten aanzien van grote delen van de industrie die emissierechten niet via een veiling hoeven te kopen, maar die gratis of bijna gratis kunnen krijgen. Wij hebben steeds gesteld dat veilen een middel is en geen doel. Wij kunnen daarom leven met deze aanpassingen. Met uitzondering van de elektriciteitssector die 100% gaat veilen vanaf 2013 gaat de rest van de industrie niet of een gering percentage veilen. Hierbij worden de sectoren nog niet met naam en toenaam genoemd. Wij vragen daar een nadere specificatie van.

Ten aanzien van carbon capture en storage, de afvang en opslag van CO2, is er zonder meer een winstpunt voor Nederland binnengehaald. In het akkoord is afgesproken dat zeker 300 mln. beschikbaar komt voor CCS-projecten. Nederland heeft zich sterk ingespannen voor meer geld. Wij steunen de regering in haar opvatting dat zeker twee van deze projecten in Nederland gerealiseerd zouden moeten worden. Wij vragen de regering hoe zij daarmee door denkt te gaan.

Dan nog enkele korte opmerkingen over het Europees nabuurschapsbeleid. Wij stemmen in met de ingezette lijn. Ten aanzien van het Oostelijk Partnerschap kunnen wij onder het Tsjechische voorzitterschap een top verwachten. Wij hebben hierover in de Raadsconclusies nadrukkelijk iets kunnen lezen. In het verslag las men hierover echter wat minder. Wij willen de regering vragen om in te zetten op het partenariaat. Wij hebben hierover al eerder gesproken.

Wij vragen de regering ook om uitermate kritisch te zijn ten aanzien van Belarus. Dit land wordt met name genoemd. Wij vinden dat Belarus alleen onder vooraf genoemde voorwaarden deel zou kunnen nemen aan deze besprekingen. Zoals het er nu in dat land aan toe gaat, zou dat niet kunnen.

Dan Montenegro. Dit land vraagt het kandidaat-lidmaatschap aan. Het CDA is zich bewust van het feit dat alle landen op de Westelijke Balkan een Europees perspectief is geboden. Echter, wij zijn tegenstander van bevroren kandidaat-lidmaatschappen. Wij vinden nadrukkelijk dat een land dat kandidaat-lid wordt, binnen een afzienbare periode de mogelijkheid moet hebben om echt lid te worden. Kijk naar Macedonië en de situatie waarin dat land verkeert. Het is kandidaat-lid, maar er vinden geen besprekingen plaats. Wij vinden dit geen wenselijke situatie. Wij willen niet dat het met Montenegro die kant opgaat.

Ten aanzien van Zimbabwe zijn wij zeer verheugd dat er een toegevoegde verklaring is gekomen. Wij lezen in het verslag dat in de marge door commissaris Ferrero-Waldner is toegezegd dat de verrijking van het regime Mugabe via de diamanthandel zal worden aangepakt. Wij verwachten concrete voorstellen en hopen hierover te worden ingelicht.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil in dit debat niet verhelen dat het klimaat- en energiepakket, zoals dat afgelopen vrijdag in Europa tot stand is gekomen, de GroenLinksfractie rauw op haar dak is gevallen. Er is één lichtpuntje: de richtlijn voor duurzame energie. Deze is een beetje buiten de publiciteit gebleven. Onze partijgenoot in het Europees Parlement, Claude Turmes, heeft hier hard aan gewerkt als rapporteur. Deze richtlijn lijkt min of meer ongeschonden door de Europese Raad te zijn vastgesteld. Dat is niet onbelangrijk. Voor het overige – ik zeg het maar even heel huiselijk – baalt GroenLinks als een stekker.

Net als mevrouw Wiegman keer ik even terug naar Poznañ. Ik was daar ook. Mij zijn daar drie dingen opgevallen. Ik vond het ten eerste uitermate onhandig dat de Europese Unie niet op tijd klaar was om een actieve rol te kunnen spelen. Terwijl in Poznan de nauwelijks noemenswaardige onderhandelingen zich voortsleepten, kwam het ene na het andere bericht binnen over allerlei versoepelingen in het voorgenomen klimaat- en energiepakket van de Europese Unie. Europa stond in Poznan met de broek op de enkels. Dat mag nooit meer het geval zijn, en al helemaal niet volgend jaar in Kopenhagen.

Mijn tweede waarneming in Poznan was de toespraak van Al Gore. Deze was in alle opzichten prachtig, briljant en interessant. Al Gore deed één uitspraak waarop ik de reactie van de Nederlandse regering wil vernemen. De heer Gore zei dat de doelstelling voor klimaatbeleid omhoog moet en dat de wereld zo snel mogelijk moet streven naar stabilisatie van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer tot een niveau van 350 ppm, waar alle reductiepakketten, ook de pakketten waarover in Europa gesproken wordt, uitgaan van 450 ppm. Wat is het commentaar van de Nederlandse regering op de nieuwe normstelling voor klimaatbeleid die de heer Gore in Poznan naar voren heeft gebracht? Dat deed hij niet zonder reden. Er is inmiddels een overstelpende hoeveelheid wetenschappelijke aanwijzingen dat de klimaatverandering harder gaat en ingrijpender is dan verwacht en dat wij meer moeten doen om de mondiale temperatuurstijging binnen de twee graden te houden.

Van de reeks van afzwakkingen gruwelt mijn fractie eerlijk gezegd. Ik mis in de brief van de Nederlandse regering evenals in de conclusies het voornemen dat bij een Kopenhagenakkoord de Europese Unie er meteen 10% bovenop gooit: min 30% in 2020. Ik zie het zo dat dit van tafel is. Gelet op de opmerking van de heer Gore is dat dubbel verlies.

Vervolgens is er het CDM-lek. Het is mooi dat het systeem van veilen overeind is gebleven en dat de doelstellingen voor nationale en Europese CO2-reducties in stand zijn gebleven, maar er zit daar een gapend gat. Dit betekent namelijk dat de innovatieve impuls om met grote snelheid koers te zetten naar een low carbon economy zeer sterk wordt afgezwakt, en dat is ernstiger dan de heer Blom zojuist suggereerde. Onze berekening – ik vraag de regering om die te bevestigen – is dat in de ETS-sectoren 50% van de emissiereducties gehaald kunnen worden in het buitenland en in non-ETS zelfs 70%. Dat betekent een enorme aflaat voor Europa om zelf met de handen op elkaar te blijven zitten. Daarin zit een elementair gebrek aan innovatieve impuls.

Het veilen is al aan de orde geweest. In de energiesector krijgen de Oost-Europese landen een enorm uitstel tot 2020. De industrie is één groot drama. Als ik goed lees wat de voorwaarden zijn om wegens carbon leakage in aanmerking te komen voor gratis emissierechten, voldoet bijna de hele industrie in Europa en Nederland daaraan. Dat is een drama. Dit betekent dat het hele ETS daarop helemaal vastloopt. Ook daarvan gaat in de richting van de Europese industrie geen enkele innovatieve impuls uit om af te komen van de verslaving aan gas, kolen en olie.

Een volgend punt betreft de CCS-subsidie, waarvoor de Nederlandse regering zo heeft gepleit. CCS is geen duurzame oplossing; het is hooguit een tussentijdse variant om de uitstoot van CO2 uit fossiele brandstoffen in ieder geval te mitigeren. Dat gaan wij nu subsidiëren voor miljarden, met het uitzicht – zoals ik net in de interruptie bij het betoog van mevrouw Wiegman heb proberen duidelijk te maken – dat wij duurzaam kolencentrales in Europa gaan subsidiëren om alsjeblieft CO2 onder de grond op te slaan. Met het ETS zoals dat nu vorm krijgt, en de wijze waarop de energiesector daarin belandt, wordt het nooit renderend. Dat kan dus alleen gesubsidieerd worden. Dan gaan wij kolencentrales tot in lengte van dagen onderdeel laten uitmaken van onze energievoorziening. Hoe dom kun je zijn?

Mijn conclusie is duidelijk. Binnenkort kunnen wij met een wetsvoorstel komen; het is al in behandeling. Dat zal ik hier graag in vak K verdedigen. Ik vraag het opnieuw: kabinet, kap met kolen! Dat is de beste oplossing om het drama dat nu aanstaande is rond kolen en CCS en de subsidies van de overheid, te voorkomen.

Tot slot: in Poznan was ook volstrekt duidelijk dat in de bron van geld die wij mogelijk en hopelijk op weg naar Kopenhagen zouden kunnen aanwenden om ontwikkelingslanden te helpen met adaptatie, een fors wak is geschoten nu al die emissierechten zo ongeveer gratis worden weggegeven. Dat is buitengewoon onverstandig. Ik vraag de Nederlandse regering: wat dan? Het is zeer evident dat er volgend jaar twee dingen nodig zijn om in Kopenhagen een succes te behalen. Ten eerste moet de Europese Unie haar geschonden imago in Kopenhagen echt weer corrigeren, met wat ons betreft een fellere inzet dan wat nu op tafel ligt. Wij moeten immers in het rijke Westen, als rijk Europa, vooroplopen. Ten tweede moeten wij, net als de Europese Unie, ons committeren aan substantiële bedragen op het gebied van adaptatie. Dat geldt overigens ook voor mitigatie, maar op dat punt heb ik gisteren de minister voor Ontwikkelingssamenwerking namens mijn fractie al een compliment gemaakt. Daarbij doet Nederland het wel goed. Adaptatie is echter voor veel landen nog een veel groter probleem dan de kwestie van mitigatie. Wat gaat het kabinet op dat punt doen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik deel de analyse en de zorgen van de heer Vendrik als het gaat om CCS en de positie van de kolenenergie en de kolenindustrie. Tegelijk vind ik het heel apart dat de heer Vendrik eigenlijk terugvalt door met een wetsvoorstel te komen. Dan denk ik: hoe dom kun je zijn? Dat betekent namelijk dat je dit in Nederland wilt gaan regelen, terwijl nu net het grote probleem is wat er op Europees niveau is afgesproken en hoe wij ervoor kunnen zorgen dat met behoud van het level playing field voor de complete Europese energievoorziening goede stappen worden gezet. Wij moeten niet zeggen: wij trekken ons terug in ons landje en wij zullen wel even laten zien dat wij wat kunnen doen tegen de kolencentrales.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik had begrepen dat de ChristenUnie deel uitmaakt van een coalitie die ernaar streeft dat Nederland vooroploopt als schoonste economie van Europa. Daarover gaat het wetsvoorstel. Ik vind het buitengewoon onverstandig dat dit kabinet ruimte maakt voor vijf kolencentrales. Dat vond de ChristenUnie ook, in aanloop naar de verkiezingen. Dit is werkelijk het allerdomste dat je kunt doen als je streeft naar een klimaatneutrale economie. Die willen wij allemaal. Van de zaken die je niet moet doen, staat met stip op 1: ruimte bieden voor kolencentrales. Dit kabinet doet dit. De vergunningen komen er aan. Wij hebben nog één vriend, de Raad van State. Deze heeft de boel in de Eemshaven even opgehouden, maar ik vrees dat dit ook wel weer geplooid zal worden. Dan komen de kolencentrales in Nederland er.

Wij kunnen burgers in Nederland lastigvallen met spaarlampen en leuke acties om nog eens een tochtstrip te plaatsen, maar dat valt allemaal volstrekt in het niet bij het probleem dat Nederland, dat dit kabinet, uw kabinet, mevrouw Wiegman, over zichzelf afroept door het plaatsen van vijf kolencentrales. Mijn pleidooi blijft dus, dit niet te doen. Europa doet dit niet voor ons, ook niet bij de normstelling voor de Europese elektriciteitssector. Het Europees Parlement had dit voorgesteld en Nederland steunde dit gelukkig. Ik dank daarvoor de regering, maar het voorstel heeft het niet gehaald. Het is van tafel. Ons rest maar één oplossing. Laten wij niet het slechte voorbeeld geven, zeker niet op weg naar Kopenhagen.

De voorzitter:

Het is niet de bedoeling dat de Kamerleden elkaar rechtstreeks aanspreken. Ik snap dat dit nu in het vuur van het betoog gebeurde, maar de Kamerleden moeten via de voorzitter spreken.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat zal ik doen, mevrouw de voorzitter.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik ben helemaal te porren voor goede voorbeelden en voor vooroplopen, maar bij vooroplopen moet je wel weten dat een heleboel landen je zullen volgen. Het is volgens mij heel erg dom als je het risico loopt van vooroplopen met puur nationale voorstellen, waarmee je de band en het level playing field van de Europese Unie compleet kwijtraakt.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Ik begrijp dat mevrouw Wiegman ... Ik richt mij tot u als voorzitter en kijk u maar aan.

De voorzitter:

Ik ga er even voor zitten.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik begrijp dat mevrouw Wiegman haar eigen straatje probeert schoon te vegen. De ChristenUnie was namelijk tegen de kolencentrales, maar ze komen toch. Deze veer hebt u moeten laten. Dat is dom, dom, dom. Wij gaan dit proberen te herstellen met onze kappen-met-kolenwet. Wij hebben vanzelfsprekend gewacht op de Europese besluitvorming. Wij hadden namelijk gehoopt dat Europa op dit punt wel de goede dingen zou doen, zoals het pakket rondom kolencentrales dat klaar lag in het Europees Parlement uitvoeren. Dat is allemaal afgeschoten. Wij zien helaas in Europa en dus ook in Nederland een briljante toekomst van kolencentrales. Dit staat haaks op het effectieve klimaatbeleid. Er rest ons maar één ding. Dat is ervoor zorgen dat wij in Nederland niet dezelfde fout maken.

Ik vraag het kabinet, toe te zeggen om het Europese klimaatpakket en de betekenis ervan voor Nederland middels een quick scan te laten doorrekenen door het Planbureau voor de Leefomgeving en ECN. Als de berekening er is, zal ik vragen om een politiek oordeel. Ik overweeg op dat punt ook een motie in tweede termijn in te dienen.

Het valt ons ook op dat de "Green New Deal" van de heer Barroso helemaal verdwenen is uit de betreffende Raadsconclusies ter zake. Dat spijt ons buitengemeen. Wat is er gebeurd? Specifiek betreft dit de auto-industrie. Hoe kan het dat de oproep van de heer Van Geel niet op tijd verstaan is in de Europese vergaderkamer? Verder heb ik dezelfde vraag als de heer Van Bommel. Nederland geeft ongeveer 0,2% van het bbp uit aan het pakket. Dat geef ik toe. Nederland heeft een financieel waterhoofd, dus daarin zitten wij wat extra zwaar. Dat mag je volgens mij wel verdisconteren. Maar dan nog kom ik nooit aan de 1,2% die Brussel met iedereen in Europa heeft afgesproken.

Het allerlaatste punt betreft het Ierse referendum. De Ieren is verzekerd dat zij helemaal zelf gaan over abortus, defensie en belasting. Kan de minister-president dan wel de staatssecretaris ons geruststellen dat in de tekst waarvoor nu gekozen is en die dat ter zake bepaalt, nog voldoende ruimte is voor andere lidstaten, om kopgroepen te vormen, bijvoorbeeld op het punt van belastingen?

Minister Balkenende:

Voorzitter. Ik bedank de Kamerleden voor hun inbreng in eerste termijn.

Ik begin met een heel korte waarneming over de Europese Raad. Vervolgens sta ik stil bij drie blokken, zijnde het Verdrag van Lissabon, de economische en financiële kwesties en klimaat en energie. Daarbij geef ik eerst een algemene uitzetting en ga ik daarna in op de afzonderlijke vragen van de Kamerleden, zulks misschien ook ter voorkoming van onnodige interrupties. De staatssecretaris zet vervolgens de beantwoording voort. Hij zal stilstaan bij het buitenlands beleid. Ook zal hij de punten behandelen die ik niet naar voren heb gebracht, zoals het clean developmentmechanisme. De staatssecretaris zal ook reageren op enkele opmerkingen van de heer Vendrik.

Eerst wil ik een algemeen oordeel over de Europese Raad geven. Ik ben tevreden met het resultaat van de Europese Raad. Het was een belangrijke Raad, die belangrijke besluiten heeft durven nemen. In deze context past ook lof voor het Frans voorzitterschap. President Sarkozy heeft onmiskenbaar heel goed leiderschap getoond bij de onderhandelingen over het klimaat- en energiepakket, bij de Europese reactie op de financiële crisis en bij het bewerkstelligen van een nieuwe Ierse ratificatiepoging van het Verdrag van Lissabon. Het voorwerk door de Franse diplomatie was ronduit indrukwekkend. Kortom, bij deze Europese Raad had ik gewoon een goed gevoel, zeker na de eerdere signalen die wij hadden gekregen. Zoals ik vaker heb gezegd, was de Europese Raad van oktober jongstleden een lastige Raad, maar sindsdien is er duidelijk vooruitgang geboekt. Ik ga daar nader op in bij de behandeling van de afzonderlijke onderdelen.

Een gezamenlijke oplossing voor het Verdrag van Lissabon is heel belangrijk. Alle lidstaten moeten zich in zo'n oplossing kunnen vinden, zoals in deze Kamer al vaker is benadrukt. Ik ben verheugd dat wij nu tot afspraken zijn gekomen over die gezamenlijke weg vooruit. Dit is een weg die, als de Ierse bevolking haar goedkeuring aan deze oplossing kan geven, het mogelijk maakt dat wij in 2010 met het Verdrag van Lissabon kunnen werken. Ik ben blij dat Ierland heeft toegezegd opnieuw een ratificatiepoging te ondernemen. Wij mogen het Ierse referendum en het Ierse nee niet negeren. Op deze manier geven wij de Ieren een nieuwe kans om zich uit te spreken over het Verdrag, nadat op de Ierse zorgen is ingegaan.

De Europese Raad heeft twee dingen besloten, teneinde aan die zorgen tegemoet te komen. Ten eerste: als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, zal de Europese Raad te zijner tijd besluiten dat ook na 2014 de Europese Commissie zal bestaan uit één eurocommissaris per lidstaat. Dat gebeurt binnen het kader van het Verdrag. Ten tweede worden voor de tweede helft van 2009 teksten uitgewerkt over de overige Ierse zorgpunten, namelijk belastingneutraliteit, recht op leven, onderwijs en familie en werknemersrechten. Deze teksten moeten een verkeerde interpretatie van het Verdrag van Lissabon uitsluiten. Voorts is een aantal verklaringen opgenomen om enkele praktische problemen rondom de EU-instellingen te ondervangen, die voortkomen uit het later in werking treden van het Verdrag van Lissabon, terwijl in 2009 wel de verkiezingen voor het Europees Parlement plaatsvinden en het mandaat van de huidige Commissie verstrijkt. In het verslag dat aan de Kamer is gezonden, wordt daarop nader ingegaan. Kortom, wij hebben een goed resultaat bereikt: Ierland gaat door met het ratificatieproces en het Verdrag van Lissabon blijft recht overeind.

Dan kom ik nu bij een aantal opmerkingen van de zijde van de Kamer. De leden Ten Broeke, De Roon, Blom, maar ook andere leden spraken over de koppeling met het toetredingsverdrag van Kroatië. De heer Ten Broeke stelde de volstrekt heldere vraag: is er een koppeling met het toetredingsverdrag? Mijn antwoord is klip en klaar: nee, dat is er niet en er zijn ook geen afspraken dienaangaande gemaakt tijdens de Europese Raad. Onder het Tsjechisch voorzitterschap zullen de lidstaten de toezeggingen aan Ierland inhoudelijk uitwerken, inclusief de juridische vorm waarin deze zullen worden gegoten. Daarover zou in juni kunnen worden gesproken.

Tijdens de Europese Raad heb ik heel duidelijk gesteld dat er geen kunstmatige tijdsdruk mag komen op het uitbreidingsproces. Ik ben het dus eens met de heer Ten Broeke: toetreding van Kroatië is een eigenstandige kwestie. Ik hecht eraan hier op te merken dat ik dat punt ook in de Europese Raad nadrukkelijk naar voren heb gebracht. Ik weet wat er is gezegd over 2011 en ik weet ook wat andere landen hebben gezegd, maar Nederland vindt dat het gaat om de inhoud en dat je pas daarna kunt spreken over een datum, en niet andersom. Er mag dus geen oneigenlijke koppeling ontstaan.

Daarmee kom ik op het punt van de juridische vorm. Er is gesproken over een protocol, maar er zijn ook andere vormen denkbaar. Wij zullen ons daarover buigen, maar daarmee heb ik volgens mij in alle helderheid aangegeven dat er geen koppeling is. Deze hele discussie mag zeker geen aansporing zijn om extra tempo te maken bij de toetreding van Kroatië. Dat kan en mag niet gebeuren.

De voorzitter:

Was dat wat u wilde zeggen over het Verdrag van Lissabon?

Minister Balkenende:

Ik heb nog veel meer over Lissabon te zeggen, maar dit was het over dit punt.

De voorzitter:

Ik wil het niet bij ieder punt doen. Mijnheer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Dat snap ik, maar dit punt hebben wij allemaal genoemd omdat het erg belangrijk is.

Ik ben blij met de toezegging van de minister-president, maar zo langzamerhand rijst er wel een andere vraag. Minister-president, u beweert dat hier iedere keer, u bezweert het eigenlijk ook, u stelt ons gerust en bij de volgende top laat weer een andere collega van u zich in andere zin uit. Wat gaat u doen om uw collega's ervan te doordringen, wat hier in dit parlement voortdurend aan de orde is, dat die automatische koppeling, die drietrapsraket, niet meer bestaat, niet vanwege de decemberraad van 2006 en niet vanwege het Verdrag van Lissabon dat men wil hebben? Nederland wil dit niet. Het staat in het verdrag en de minister-president moet dit een keer duidelijk maken aan zijn collega's.

De voorzitter:

Ook voor u geldt: niet rechtstreeks, maar via de voorzitter.

De heer Ten Broeke (VVD):

Mijn excuses, voorzitter.

Minister Balkenende:

De vraag van de heer Ten Broeke verbaast mij zeer. Als er één land is dat altijd helder is geweest over het omgaan met criteria, is het Nederland. Ik noem bijvoorbeeld scherpte die wij aan de dag hebben gelegd ten aanzien van landen als Kroatië. De heer Ten Broeke weet wat er destijds is gebeurd met Gotovina. Ik noem ook onze positie ten opzichte van Servië. Iedereen weet dat Nederland strak is ten aanzien van de criteria die gelden voor de uitbreiding. Iedereen weet ook dat wij nooit akkoord gaan met het noemen van data als de zaak niet eerst is afgerond. De positie van Nederland is op dit punt glashelder. Ik heb net gezegd dat ik ook tijdens de laatste Europese Raad heb aangegeven dat over de inhoud gesproken moet worden en dat er om die reden ook geen datum genoemd moet worden in de conclusie. Dat is ook niet gebeurd.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik spreek de minister-president niet aan op zijn gedrag; dat is helder. Ik spreek hem erop aan dat ondanks het feit dat Nederland er kennelijk zo helder over is, dit voortdurend niet wordt begrepen in andere landen en door andere regeringsleiders of ministers van Buitenlandse Zaken. Ik kan de minister-president een waslijst geven van collega's van hem die zich het afgelopen jaar heel anders hebben uitgelaten, maar die lijst kent hij zelf ook.

Minister Balkenende:

Dat is waar, maar het is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Er zijn altijd landen die makkelijker omgaan met de toetredingscriteria. Er zijn altijd landen die andere wegingen maken. Er zijn altijd landen die eerder over data spreken. Ik merk dat heel vaak. Het enige wat daar tegenover gesteld moet worden, is het voortdurend aangeven waar het om gaat, wat de criteria zijn en waaraan landen te voldoen hebben. De positie van Nederland daarin is glas- en glashelder.

De voorzitter:

De minister-president vervolgt zijn betoog.

Minister Balkenende:

De heer Ten Broeke vroeg ook hoe het zit met het aantal zetels in het Europees Parlement en of daar een verdragswijziging voor nodig is. Krijgt Nederland een extra zetel? Het aantal zetels van het Europees Parlement wordt pas ná de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon uitgebreid. Lidstaten die op grond van het Verdrag van Lissabon meer zetels krijgen, waaronder Nederland, dat één zetel extra krijgt, mogen die zetels na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in de lopende zittingsperiode van het Europees Parlement innemen. Dat is in de periode 2009-2014. Het plafond van de zetels van het EP – dat zijn er volgens het Verdrag van Lissabon 751 – moet daarom tijdelijk verhoogd worden. Dit tijdelijke arrangement is formeel een verdragswijziging en zal te zijner tijd ter goedkeuring aan de lidstaten worden voorgelegd, bijvoorbeeld in de vorm van een protocol. Ook de staatssecretaris zal hierop nog nader ingaan. Op basis van het Verdrag van Nice hebben wij 25 zetels en op basis van het Verdrag van Lissabon hebben wij er 26. Als het Verdrag van Lissabon is geratificeerd, zal Nederland er op enig moment een zetel bij krijgen. Over de verdere invulling zullen wij ons nog nader buigen.

De heer De Roon zegt dat de Nederlandse regering harde garanties heeft weggegeven aan Ierland, terwijl het parlement er nog niet over heeft kunnen beslissen. Hij vraagt wanneer het parlement de gelegenheid krijgt om hierover nog iets te zeggen. Bij deze Europese Raad is dezelfde procedure ten aanzien van de Kamer gevolgd als voor eerdere Europese Raden. De Kamer is vooraf geïnformeerd over de verwachting en de inzet van de Nederlandse regering bij de Europese Raad en de regering is hierover in debat gegaan met de Kamer. Het was dan ook vooraf bekend dat Ierland enige garanties nodig zou hebben om te kunnen toezeggen dat het Verdrag van Lissabon nogmaals bij referendum aan de bevolking wordt voorgelegd. De Nederlandse regering was, onder voorwaarden, dat is bekend, bereid om deze garanties te geven met het oog op een inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. De Kamer kan ons daar nu op aanspreken en bij iedere gelegenheid die zich voordoet. Dat geldt ook in de nabije toekomst. Op de Europese Raad in juni 2009 zal over de nadere uitwerking van het pakket maatregelen nog worden gesproken. In de aanloop naar deze Europese Raden zal de gebruikelijke procedure worden gevolgd en zal het parlement de gelegenheid worden geboden om hierover met de regering in debat te gaan.

Een andere vraag van de heer De Roon betreft de omvang van de Commissie. Wat gebeurt er als ondertussen in een lidstaat een nieuwe regering aantreedt en die regering af wil van de uitbreiding van het aantal commissarissen? Hoe kan dat dan politiek worden opgelost? De kans dat in een van de lidstaten een andere regering aantreedt, kan natuurlijk nooit worden uitgesloten. Dit is in een democratie zelfs een redelijk gebruikelijk fenomeen en in het verleden vaker voorgekomen. De kans dat daarmee de afspraken van de Europese Raad worden opengebroken, acht ik uitgesloten. Het besluit over de omvang van de Commissie is een cruciaal onderdeel van de oplossing waar Ierland noch de andere lidstaten eenvoudig van af zullen stappen. Dit is een belangrijk gegeven, want als de Europese Raad van de gemaakte afspraken wil afstappen, zal daarvoor de unanieme instemming van alle lidstaten nodig zijn. Met de besluitvorming van de afgelopen Europese Raad is een heldere positie ingenomen en de betekenis daarvan voor de toekomst is duidelijk.

De heer Pechtold vroeg of er bij elke uitbreiding commissarissen bijkomen. Als na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het beginsel van één onderdaan per lidstaat in de Commissie wordt geformaliseerd, zal uiteraard bij elke toekomstige uitbreiding telkens één commissaris uit de nieuwe lidstaat toetreden tot de Commissie.

Blijft het Verdrag van Nice gelden, dan is de situatie anders. Met het Verdrag van Nice is immers bepaald dat de nieuwe Commissie per 1 november 2009 verkleind wordt. Het aantal commissarissen moet met een raadsbesluit nader geregeld worden. Treedt na het nemen van dat raadsbesluit een nieuwe lidstaat toe, terwijl het Verdrag van Nice van kracht is, dan moet op dat moment worden bezien of de toetreding aanleiding is om de omvang van de Commissie te herzien. Hiermee is de complexiteit van de discussie aangegeven. Wij krijgen te maken met een verkiezing en er zal gewerkt worden aan de samenstelling van een nieuwe Commissie. Wij willen dan ook weten wat het Ierse referendum gaat opleveren. Als dat eenmaal duidelijk is, kunnen wij de vraag onder de ogen zien: wordt er gewerkt op basis van het Verdrag van Nice of op basis van het Verdrag van Lissabon? Dat is de stand van zaken. Hierop kunnen wij ons met de opstelling van de agenda prepareren.

De heer Pechtold (D66):

Wat die commissarissen betreft, dreig ik te snappen wat u zegt. Dit is een ingewikkelde kwestie, maar wat betekent dit voor het aantal zetels? Daarover spraken anderen ook. Is het mogelijk dat, uitgaande van de huidige situatie, wij 25 zetels te verdelen hebben en dat na het Ierse referendum blijkt dat er nog een 26ste restzetel is?

Minister Balkenende:

U zegt het correct. Dit is de precies de situatie. Wij beginnen met 25 zetels. Zou er een "nee" volgen, dan blijft het aantal zetels 25. Dan gelden namelijk de huidige regels. Treedt het Verdrag van Lissabon echter in werking, dan zal op enig moment Nederland een zetel extra krijgen. Ik heb aangegeven hoe het proces zich zal vertrekken. Daarover zullen wij nader overleg voeren.

Voorzitter. De heren Ormel en Van der Staaij vroegen wat er gebeurt ten aanzien van de eigen commissaris van Ierland. Ik heb zojuist aangegeven wat de systematiek is. Wij zullen zien wat de uitkomst van het proces in Ierland is. Die uitkomst is relevant voor dit vraagstuk.

Over de waarborgen die Ierland heeft gevraagd, zal worden gesproken tijdens het Tsjechische voorzitterschap. Dan zal de vraag aan de orde komen hoe die worden omschreven en welke vorm die krijgen. Ik hoef nu niet in te gaan op de mogelijkheid van het werken met een protocol, een zelfstandig besluit of een raadsconclusie. Die mogelijkheden kunnen dan aan de orde komen.

Ik hecht er wel aan, op te merken dat datgene wat Ierland naar voren heeft gebracht op het gebied van neutraliteit, het belastingstelsel of het recht op leven de regeling niet anders maakt dan die nu geldt met het Verdrag van Lissabon. Men wil alleen nog eens duidelijk aangegeven hebben dat over de interpretatie van het Verdrag van Lissabon geen verschil van mening kan ontstaan. Met de toezegging aan Ierland is het mandaat van het Verdrag van Lissabon volledig in acht genomen. Het is goed om dat hier nog eens duidelijk te zeggen. Over de manier waarop de toezeggingen vorm en inhoud zullen krijgen, zal nog gesproken worden. Dat laat onverlet dat datgene wat door Ierland is gevraagd volledig past bij de inhoud van het Verdrag van Lissabon.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Vindt de minister-president het juist dat om die reden verklaringen zo algemeen mogelijk geformuleerd worden? Kan dat niet de schijn hebben dat dit iets is wat voor Ierland geldt?

Minister Balkenende:

Hiermee hebt u een goed punt. U en ik zijn het erover eens dat er sprake moet zijn van een formulering met een algemeen karakter en niet van een uitzonderingsbepaling voor dit land. Het gaat ons om een verduidelijking van datgene wat nu al in het verdrag besloten ligt, en niet meer dan dat.

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. De minister-president zegt dat de toezeggingen de vorm van een protocol kunnen krijgen en dat zij ook kunnen bestaan uit een toevoeging aan de raadsconclusies. Er moet sprake zijn van juridische garanties. Als de toezeggingen geformaliseerd worden met raadsconclusies, zijn juridische garanties geboden. Zou dat niet de meest wenselijke weg zijn?

Minister Balkenende:

Ik geef aan wat partijen bindt. Een raadsconclusie bindt partijen, een protocol bindt partijen en misschien zijn er andere mogelijkheden. De heer Van Bommel had het over een zelfstandig besluit. Wij zullen bezien wat kan. Dit is niet het moment om daarover te spreken. De komende maanden zullen wij ongetwijfeld hierover met elkaar van gedachten wisselen. De essentie is natuurlijk wel dat Ierland behoefte heeft aan helderheid op dit punt. Het gaat daarbij om de inhoud. Ik heb net al aan de heer Van der Staaij aangegeven wat de betekenis is van wat is gezegd. Het behoort wat ons betreft een algemene bepaling te zijn. Voor de exacte invulling zijn verschillende vormen denkbaar, maar daarover zullen wij nog met de Kamer van gedachten wisselen.

De heer Van der Staaij heeft gevraagd of de juridische garanties voor Ierland in het toetredingsverdrag vervallen als dit niet wordt geratificeerd. Ik zei net al dat over de juridische vorm waarin de Ierse garanties worden opgenomen, nog moet worden gesproken. Wordt een instrument gekozen ter ratificatie dan wordt gevergd dat alle 27 lidstaten het instrument goedkeuren. Mocht onverhoopt zo'n instrument niet in werking treden dan blijft de politieke afspraak van de Europese Raad staan en zal dit anderszins vorm moeten krijgen. Ik heb net aangegeven hoe deze systematiek werkt. Hiermee ben ik gekomen aan het eind van het blokje over het Verdrag van Lissabon.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Misschien heb ik een antwoord gemist, maar ik heb nog gevraagd of de Ierse tekst of verduidelijking enige consequentie heeft voor de ruimte die lidstaten nu hebben om kopgroepen te vormen op de terreinen die zijn benoemd in de betreffende passage.

Minister Balkenende:

De ruimte die lidstaten hebben, is gegeven in het Verdrag van Lissabon. Daaraan doet dit niets af. Ik heb ook aangegeven dat hetgeen Ierland heeft gevraagd feitelijk een bevestiging is van hetgeen is neergelegd in het Verdrag van Lissabon. Wij konden er daarom mee akkoord gaan omdat er niet iets anders tot stand komt. Ik heb aangegeven dat wij over de vorm nog zullen spreken. Het is denkbaar om andere dingen te doen, voor zover het Verdrag van Lissabon dit mogelijk maakt in verband met de verantwoordelijkheidsverdeling.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik heb de premier een vraag gesteld over het automatisme dat nu gaat gelden, namelijk dat bij de uitbreiding van de Unie ook de Commissie zal uitbreiden. Gaat Nederland, omdat het zich heeft ingespannen voor het opnemen van het absorptiecriterium, telkens weer de omvang van de Commissie aan de orde stellen en zal het de omvang laten meewegen in de beoordeling van de uitbreiding?

Minister Balkenende:

Het gaat nu om een toezegging aan Ierland. Wij hebben gezegd dat elke lidstaat een commissaris heeft. Als wij deze toezegging hebben gedaan, moeten wij niet nu alweer gaan morrelen aan die afspraak. Ik heb de neiging te zeggen dat dit een handreiking is geweest van de Europese Raad aan Ierland. Dit is niet onbelangrijk. Ik vind dat wij dat systeem hebben te respecteren. Kun je uitsluiten dat in de toekomst veranderingen zullen plaatsvinden? Natuurlijk kan dat een keer gebeuren. Dat is ook mogelijk binnen de context van het Verdrag van Lissabon, maar wij moeten nu wel zeggen: een afspraak bindt partijen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij weten allemaal dat het de Ieren vooral om een Ierse commissaris ging. Met wat de minister-president nu zegt, laat hij feitelijk de Nederlandse onderhandelingsinzet van destijds bij het Verdrag van Lissabon varen om het absorptievermogen van de instellingen te laten meewegen in de volgende uitbreiding.

Minister Balkenende:

Wij spreken nu over een oplossing die moest worden gevonden voor Ierland. Nederland heeft zich ingezet voor een kleinere Commissie. Dat is hier ook verdedigd. De fractie van de heer Ten Broeke heeft gevraagd om één commissaris per lidstaat. Uiteindelijk is het zover gekomen. Ik neem aan dat hij daarmee zeer gelukkig is. Tegelijkertijd denk ik: hier is mee te werken, maar het zal wel eisen stellen aan de wijze waarop bijvoorbeeld een voorzitter van de Europese Commissie let op doelmatigheid. Eén ding ben ik wel met de heer Ten Broeke eens: het gaat om een slagvaardige Europese Commissie. Wat een institutioneel evenwicht betreft, is de vraag wat de rol is van het Parlement, van de Raad en van de Commissie. Die balans is voorzien in het Verdrag van Lissabon en blijft zo. Of dit met een kleinere of wat grotere Commissie zal zijn, laat wat mij betreft de balans onverlet.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Is dit punt voldoende besproken, namelijk het nu bestaande risico dat te weinig portefeuilles met te veel commissarissen moeten worden gedeeld, of is die angst er niet zozeer?

Minister Balkenende:

Daarom refereerde ik even aan de debatten die in Nederland zijn gevoerd. Er zijn ook stemmen geweest in de Nederlandse politiek om juist te hechten aan de ene commissaris per lidstaat. Uiteindelijk is destijds een andere keuze gemaakt. Op basis van wat zich in Ierland heeft afgespeeld, hebben wij onze ogen niet willen sluiten voor de vraag hoe Ierland nu de stap kan zetten naar een tweede ronde voor het referendum. Daarop is deze afweging gemaakt. Iedereen ziet natuurlijk dat dit betekent dat taken verdeeld zullen moeten worden. Natuurlijk is dat zo. Het zal eisen stellen aan een voorzitter en degenen die behoren tot de top van de Europese Commissie, de vicevoorzitters. Er zullen extra inspanningen worden gevraagd om te kunnen opereren. Maar er ontstaat geen onwerkbare situatie. Iedereen is zich daarvan bewust.

Ik kom op het tweede blok: de economische en financiële kwesties. Tijdens de Europese Raad is overeenstemming bereikt over een gecoördineerd antwoord op de economische crisis op basis van het economisch herstelplan van de Commissie. De Europese Raad is overeengekomen om een gezamenlijke krachtsinspanning te leveren om de economische terugval te beteugelen. Die gezamenlijke inspanning wordt becijferd op ongeveer 1,5% van het bbp in de EU. Dat percentage heeft een indicatief karakter. Er wordt rekening gehouden met de onderlinge verschillen tussen de lidstaten door de relevante maatregelen ruim te omschrijven. Ik denk dat dat een verstandige aanpak is. Er zijn nu eenmaal forse verschillen tussen de lidstaten. Sommige lidstaten hebben een hoge werkloosheid, andere, zoals Nederland, hebben vooralsnog veel vacatures. Sommige lidstaten hebben forse maatregelen moeten treffen voor hun financiële sector. Bij andere lidstaten concentreren de problemen zich in andere economische sectoren. Zo zijn er tal van verschillen. Maatwerk is dus geboden.

De maatregelen die het kabinet op 21 november bekendmaakte, sluiten prima aan bij de overeengekomen aanpak. Via deze maatregelen helpt het kabinet burgers en bedrijven de crisis te doorstaan, onder andere via de regeling voor werktijdverkorting en door bedrijven fiscaal te stimuleren om ook in 2009 en 2010 te blijven investeren. Met de stimuleringsmaatregelen in de Miljoenennota, met de doorwerking van het Nederlandse trendmatige begrotingsbeleid en met de maatregelen die nog worden onderzocht, zal Nederland ruimschoots zijn aandeel leveren. Terwijl wij voor de korte termijn doen wat wij moeten doen, verliezen wij de lange termijn niet uit het oog. Daarom heeft Nederland veel nadruk gelegd op de tijdelijke aard van de extra maatregelen en de noodzaak om, zodra de uitzonderlijke omstandigheden achter de rug zijn, zo spoedig mogelijk terug te keren naar de referentiewaarden van het Stabiliteits- en Groeipact.

Verder is voor Nederland steeds van groot belang geweest dat wij blijven werken aan het verbeteren van de economische structuur, het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven en de verduurzaming van de economie. Ook die elementen krijgen in de conclusies de nodige aandacht. Het moet glashelder zijn dat het economisch herstelplan niet de regels op het gebied van staatssteun wenst te veranderen. De nadruk ligt op een beter gebruik van het reeds bestaande instrumentarium.

De heer Ormel heeft gesproken over het concept van sociaaleconomische ordening. Zijn opvattingen over de sociale markteconomie deel ik graag. Het is goed dat wij juist in deze tijd het beeld voor ogen houden. Hoe kijken wij aan tegen de economische ordening? Hoe kijken wij aan tegen de rol van bedrijven, van sociale partners en van overheden? Hoe staat het met de langetermijnoriëntatie, hoe staat het met de sociale vangnetten? Dit alles wordt gekoppeld aan ondernemerschap, aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Daar zitten geweldige uitdagingen in. Dat is ook de strekking geweest van mijn betoog toen ik de genoemde prijs kreeg. Ik dank de heer Ormel voor zijn gelukwens. Ik zal doorgaan. Dit debat zal meer en meer aandacht vergen. Ik verwijs ook naar het betoog van mijn collega Leterme bij het Nieuwspoortdiner hier in Den Haag. Het was een heel interessante beschouwing. Het debat over de economische orde zal steeds weer naar voren komen.

Doet Nederland wel genoeg? Brussel, althans het instituut Bruegel, heeft verklaard dat Nederland slechts 0,2% doet. De maatregelen die het kabinet op 21 november bekendmaakte sluiten aan bij de overeengekomen aanpak. Met deze maatregelen helpt het kabinet burgers en bedrijven de crisis te doorstaan. Ik heb gewezen op de werktijdverkorting en de vervroegde afschrijving. Wij leveren ons aandeel ruimschoots. In het rapport van Bruegel wordt slechts een gedeelte van de Nederlandse inspanning genoemd, namelijk de 1,3 mld. Een aantal Nederlandse maatregelen past blijkbaar niet in de definitie van de denktank. Wij moeten overigens voorkomen dat wij in een discussie over percentages, tijdspanne en het al of niet meetellen van zaken terechtkomen. Het gaat om de aard van de maatregelen en om de vraag of ze helpen. Onze staatsschuldquote gaat 15 punten omhoog. Er is een verslechtering van het saldo van 2,5%. Dat raakt de automatische stabilisatoren. In september hebben wij koopkrachtmaatregelen getroffen. Ik tel daarbij dan ook nog op het economisch pakket dat wij onlangs hebben vastgesteld. Wij doen daarmee absoluut wat wij behoren te doen. De situatie hier is nu eenmaal niet hetzelfde als in andere landen. Om die reden hebben wij grote kritiek op de manier waarop in het onderzoeksrapport onze inspanningen worden gekwalificeerd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het klopt dat lidstaten verschillen in de actuele economische situatie en dat daarom nationale maatregelen zullen verschillen. De minister-president heeft echter ingestemd met de conclusie dat er in Europa een stimuleringspakket moet komen ter waarde van 1,5% van het Europese bbp. Voor mij hoeft het ook niet eens pondspondsgewijs verdeeld te worden. Ik kan mij voorstellen dat de ene lidstaat meer doet dan de andere. Voor zover ik het kan overzien, met alle additionele pakketten die in de diverse lidstaten rondgaan, kom ik nergens aan 1,5%. Wat is dan de waarde van die afspraak? Hoe moeten wij die interpreteren?

Minister Balkenende:

Rekening houdend met het trendmatig begrotingsbeleid en de automatische stabilisatoren en gelet op het feit dat een verslechtering van de overheidsfinanciën wordt toegelaten, is het gewoon een relevante economische maatregel. Wij hebben onlangs gediscussieerd over de btw-maatregel en de koopkrachtontwikkelingen in relatie tot de concurrentiemaatregel. Die maatregel is relevant voor wat zich hierbij afspeelt, want dat raakt de concurrentiekracht van Nederland. Als je het pakket becijfert dat wij hebben genoemd in onze brief van enige tijd geleden, dan heb je, alles bij elkaar opgeteld, te maken met veel grotere bedragen dan die welke de 1,2% omvatten. Ik heb mij ertegen verzet dat wij alleen zouden worden afgerekend op 1,2% op stimuleringsmaatregelen die op de begroting drukken, los van andere zaken. Als wij geen rekening mogen houden met bijvoorbeeld de financiële sector of de automatische stabilisatoren, dan is dat een onjuiste analyse van de maatregelen die wij nemen. Daarom wijs ik op het verschil. U hebt de term "financieel waterhoofd" gebruikt, maar ik ben er trots op dat Nederland de zevende financiële sector ter wereld is. Dat veronderstelt tegelijkertijd ook meer maatregelen voor de financiële sector. Daar mag rekening mee worden gehouden. Het is niet correct om maar één onderdeel eruit te lichten. Daarom heb ik gezegd: spreek nu niet in termen van fiscal measures, maar sta ruimte toe, want de situatie in lidstaten is veranderd. Daar hebben wij ons voor ingezet en dat hebben wij ook binnengehaald.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dit is mij net iets te gemakkelijk. Toen de Europese Commissie eind november een Europabreed stimuleringspakket voorstelde, ontspon zich onmiddellijk een discussie over de uitzonderingsclausule van het Stabiliteits- en Groeipact. Tot op heden geeft het pact Nederland en andere landen de ruimte om de grens van 3% te overschrijden, in het kader van: laat de begroting haar werk doen via de automatische stabilisatoren. Dat is geen stimuleringspakket. Dat is gewoon gezond begrotingsbeleid. Er ontstond direct discussie over de 1,2% van Barroso, omdat het zou gaan over het overschrijden van de 3%-grens met actief beleid. Het betreft dus altijd maatregelen die je actief neemt. Het gaat niet over een begroting met automatische stabilisatoren, maar over een extra impuls. Dan kom ik niet aan die 1,5%. Ik weet ook niet wat die afspraak waard is.

Minister Balkenende:

Je kunt een land niet alleen afrekenen op wat het doet aan economische stimuleringsmaatregelen die op de begroting drukken. Je moet rekening houden met de situatie in het land. Nederland heeft bijvoorbeeld nog 200.000 vacatures. Voor Nederland kan een instrument dat mensen van werk naar werk begeleidt effectief zijn om mensen aan het werk te houden. Dat kan in andere landen anders liggen. Kortom, je moet rekening houden met de aard van de maatregelen in relatie tot de sociaaleconomische problematiek. Met betrekking tot de 1,2% zie ik wel een verslechtering van het saldo met enkele procentpunten. Als het gaat om de financiële sector, wil ik graag rekening houden met de verslechtering van de staatsschuld. Het gaat mij om het totaal. Daarbij is ook timing van belang. Ik heb in mijn brief aangekondigd dat het kabinet denkt aan intensivering van de groeifaciliteit. Het heeft ook gesproken over de mogelijkheid van deblokkeren van spaarlonen. De vraag is wel wat de beste timing voor dat soort instrumenten is. Wij komen met maatregelen. Dat doen wij op een verstandige manier. Wij kiezen niet voor een stapeling van maatregelen, maar voor maatregelen waarvan wij het gevoel hebben dat ze nodig zijn. Ik verzet mij tegen het beeld dat Nederland niet genoeg doet. De veelheid aan maatregelen die wij feitelijk nemen, past bij onze situatie. Ik ben blij dat deze ruimte is ontstaan met deze formulering. Dat heb ik ook naar voren gebracht in het debat met de andere regeringsleiders op donderdagavond. Ik ben ook gelukkig met het feit dat de regels van het Stabiliteits- en Groeipact worden gerespecteerd, want u weet ook dat de politieke hypotheek bij deze Europese Raad was dat sommige lidstaten zeiden: laten wij de hele zaak een paar jaar buiten werking stellen. Met steun van de Europese Commissie hebben wij gezegd: nee, het Stabiliteits- en Groeipact voorziet in een bepaling voor uitzonderlijke omstandigheden. Je mag over die 3% heen maar dan moet je wel aangeven dat wanneer de economische ontwikkeling weer beter is, je teruggaat naar de waarden die ervoor gelden. Dat vind ik de grote betekenis van de besluitvorming en die komt ook tegemoet aan de Nederlandse inzet.

De heer Pechtold (D66):

Heeft u daar nu vastgelegd of de huidige omstandigheden er wel of niet van invloed op zijn? Of is het aan ieder land zelf om te bepalen of het erover heen mag? Ik hoop dat de 27 landen er elkaar wel op aan blijven spreken.

Minister Balkenende:

Dat is een goed punt van u. Bij een paar landen was er de wens om het pact een paar jaar buiten werking te stellen. Wij hebben daarop gezegd: nee, je moet die systematiek blijven respecteren. Landen mogen in deze omstandigheden boven de 3% uitgaan, gegeven het feit dat het uitzonderlijke omstandigheden zijn. Er komt nog wel iets anders bij. En dat betreft de vraag hoe dat tekort ontstaat. Is dat toe te schrijven aan de economische ontwikkeling van dit moment of heeft men sowieso een beleid dat kwetsbaar is? Dat is een discussie die wij de afgelopen jaren steeds hebben gehad. Dat betekent dat dit relevant zal zijn voor de plannen die deze landen moeten indienen om weer te komen tot een herstel. Dus je mag boven de 3% uitkomen, maar dan zal je wel moeten aangeven waarom dit het geval is. De Commissie vraagt er ook naar. Wanneer je boven die waarde uitkomt, moet je in de richting van de Commissie aangeven wat het programma is dat je hanteert om weer te komen tot de waarden die beneden de 3% liggen, als de economische ontwikkeling daar aanleiding toe geeft. Er zijn altijd landen geweest die de afgelopen jaren hebben willen morrelen aan het Stabiliteitspact, die eigenlijk vinden dat het een strak keurslijf is. Daarvan zal mijn boodschap steeds zijn: je moet nu niet deze situatie gaan gebruiken voor een oneigenlijk doel, namelijk om het pact onderuit te halen. U weet dat Nederland daar strak in is. Dat hebben wij ook naar voren gebracht in de richting van het voorzitterschap. De formules die hier naar voren zijn gekomen, vind ik dan ook sluitend.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben wel erg geïnteresseerd in de technische uitwerking hiervan. Ik vraag de regering of zij daarover een brief kan sturen aan de Kamer. Er zijn landen die er sowieso al rijp voor waren om over dat percentage van 3 heen te schieten, terwijl andere landen over die 3% heen gaan puur vanwege de huidige economische ontwikkeling. Dus graag een brief daarover. Daarnaast verneem ik graag van u hoe Nederland met dat percentage omgaat. Wij hebben afspraken over 3% maar ook over 2%.

Minister Balkenende:

Wat betreft die laatste vraag, zou ik het nu kort willen houden. Wij hebben de vorige week een uitgebreid debat over deze zaak gehad. Er is toen gesproken over signaalwaarden en het type maatregelen. Ik verwijs dus nu naar die discussie.

Dan uw verzoek over een brief over de systematiek. De ministers van Financiën in de Ecofin hebben het verzoek gekregen om zich nader over dit alles te buigen. Het lijkt mij het beste dat de informatie die u vraagt, wordt betrokken bij de voorbereiding die in Ecofin-verband op het ogenblik plaatsvindt.

De heer Pechtold (D66):

Ik neem aan dat u dat doorgeleidt aan de minister van Financiën, opdat wij dan ruim voor de Ecofin die informatie kunnen krijgen?

Minister Balkenende:

Ja, omdat hierbij een verband bestaat met de inzet van het type maatregelen. Dat lijkt mij de beste weg.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik steun het verzoek van de heer Pechtold. Het is goed dat die brief er komt. Gisteren was de minister van Financiën hier en die gaf volgens mij aan – dat staat een beetje op gespannen voet met wat ik in de conclusies lees – dat in het geval van landen die de 3% overschrijden of die nu al in de gevarenzone zitten zonder dat daar goede redenen voor zijn, de excessievetekortenprocedure kan worden gehanteerd.

Minister Balkenende:

Dat is ook zo.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dat blijft dus zo?

Minister Balkenende:

Ja.

Voorzitter. Dit waren tevens de punten die ik naar voren wilde brengen naar aanleiding van de economische en financiële aspecten. Dan kom ik nu te spreken over het onderdeel klimaat en energie.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik had nog een vraag gesteld over de groene voorwaarden in relatie tot eventuele staatssteun.

Minister Balkenende:

Excuus, u heeft gelijk, die vraag moet ik nog beantwoorden. Ik moet zeggen dat ik wel wat enthousiast was toen vanuit de Europese Commissie het geluid kwam dat wanneer je instrumenten toepast richting de automobielindustrie, je dat zou moeten koppelen aan het thema duurzaamheid. Het pakket van de Europese Commissie moet overigens nog nader worden uitgewerkt. Daar komen wij nog over te spreken. Ik heb ook goed kennisgenomen van uw opvatting hierover en ik deel die ook. Wanneer de Commissie deze maatregelen entameert, is het niet zomaar een kwestie van het stimuleren van de automobielindustrie. Het zal wat ons betreft dan ook een verband behoren te hebben met het thema duurzaamheid. Wellicht dat de staatssecretaris straks nog iets meer kan zeggen over het tijdschema.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat is goed om te horen. Dat betekent dat de raadsconclusie nu door de minister-president wat betreft de Nederlandse inzet wordt aangevuld. Kan het zo concreet zijn dat Nederland in het Europees overleg, bij de nadere uitwerking van met name punt 12 van de conclusies, voorstelt dat steunverlening aan de auto-industrie alleen maar mogelijk is als het oorspronkelijke emissierichtlijnvoorstel voor auto's door de desbetreffende industrie onmiddellijk wordt nagekomen?

Minister Balkenende:

Dat wil ik even goed met mijn collega's nagaan, want wij moeten praten over de consequenties. Ik heb een algemene opmerking willen maken over het leggen van een verband tussen steunmaatregelen en het thema duurzaamheid. Op de precieze invulling daarvan en de techniek wil ik nu even niet ingaan. Ik heb goed gehoord wat u zei. Weet dat wij op dit punt nader zullen terugkomen. Het beste moment om dat te doen, is wanneer de Europese Commissie een uitwerking heeft gemaakt. Uiteraard hebben wij ook vooraf contact met de Europese Commissie. Het lijkt mij goed om langs bilaterale weg aan de Europese Commissie het gevoelen dat u heeft over te brengen.

Voorzitter. Dan ben ik bij het thema klimaat en energie. President Sarkozy zei vrijdag na afloop van de Europese Raad: geen continent heeft zichzelf zulke zware verplichtingen opgelegd in de strijd tegen klimaatverandering als de Europese Unie. En zo is het ook. Dit is het signaal van de Europese Unie aan de wereld: wij hebben ons huiswerk gedaan en wie volgt? De klimaatdoelstellingen voor 2020 zijn recht overeind gebleven: 20% emissiereductie, 20% hernieuwbare energie en 20% energiebesparing. Ook de doelstelling voor een schoner verkeer is overeind gebleven. Het transport moet 10% hernieuwbare energie gebruiken in 2020. De Europese Unie gaat van 20% naar 30% reductie bij een goed internationaal klimaatakkoord. Tegen de heer Vendrik zeg ik: die 30% staat in alle conclusies van de Europese Raad tot nu toe. Die is echter wel afhankelijk gesteld van internationale maatregelen. Dus op dat punt is geen ander besluit genomen. Het is wel van belang wat er in Kopenhagen zal gebeuren. Overigens kom ik daar straks nog op terug. Dat hebben wij echter steeds tegen elkaar gezegd.

Voor het emissiehandelsstelsel komt er één emissieplafond op Europees niveau. Daar heeft Nederland de afgelopen jaren hard voor gepleit. Dat plafond is veel sterker dan de 27 nationale plafonds. Er komt daarmee een waterdicht systeem, waarin precies zo veel emissierechten zitten als nodig is om de vereiste reductie te bereiken.

Het veilen is een toewijzingsmechanisme en is niet van belang voor het halen van de reductiedoelstelling. Het systeem van veilen en de toetsing op het risico van carbon leakage zijn overeind gebleven. In de grootste uitstootsector, die van de elektriciteitopwekking, zullen de emissierechten voor 100% worden geveild. Alleen de nieuwe lidstaten mogen het veilen in de elektriciteitssector geleidelijk in faseren. In de industrie blijft veilen wel het uitgangspunt, maar de industrie met risico op carbon leakage wordt hiervoor uitgezonderd. De lidstaten wilden dat risico zo klein mogelijk maken. Daar zijn de criteria ook op afgestemd.

Kan de industrie dan nu achterover leunen? Nee, dat kan natuurlijk niet. Alle bedrijven, ook als zij gratis rechten krijgen, moeten samen voldoen aan de reductiedoelstelling. Zij krijgen dus elk jaar minder rechten. Verder moeten alle bedrijven voldoen aan een strenge benchmark met de best available technology. Het bedrijf dat niet voldoet moet rechten bijkopen. De inschatting is dat gedurende de hele periode de helft van alle emissierechten in de Europese Unie zal worden geveild. Het veilen zal geleidelijk toenemen. Daarbij mag een deel van de reductie buiten de EU worden gekocht. Dat hoort bij de marktconforme, efficiënte aanpak van het klimaatprobleem. Wij willen echter wel een geloofwaardige inspanning op eigen grondgebied. Daarom zijn er limieten gesteld aan de inzet van het Clean Development Mechanism en de Joint Implementation. De staatssecretaris zal hier straks op ingaan.

Fossiele energiebronnen – de heer Vendrik en anderen hebben daarover gesproken – ook kolen, blijven nog lang een grote rol spelen in onze energiemix. Het is van essentieel belang dat energieproducenten de emissies afvangen en opslaan. Dan praten wij over CCS, Carbon Capture en Storage. De technologieën voor CCS moeten wij de komende jaren commercieel toepasbaar maken. Daarom is het zo belangrijk dat de Europese Unie fors investeert in grootschalige CCS-demonstratieprojecten. Hiervoor heeft Nederland in de afgelopen maanden met het Verenigd Koninkrijk een "uphill battle" moeten voeren. Gelukkig hadden wij het Europees Parlement aan onze zijde. Het resultaat dat wij hebben bereikt, is dat er een bedrag beschikbaar komt van naar schatting tussen 6 mld. en de 9 mld., afhankelijk van de toekomstige CO2-prijs. Nederland heeft zoals bekend goede kandidaten voor de demonstratieprojecten.

Hernieuwbare energie. De Europese Unie verbruikt momenteel nog geen 9% hernieuwbare energie. Wij moeten dat aandeel tegen 2020 dus meer dan verdubbelen. Dat wordt een zware inspanning, zeker ook voor Nederland. Wel is handel tussen lidstaten mogelijk. De ontwikkeling van hernieuwbare energie is daarnaast een sterke impuls voor innovatie en werkgelegenheid. Voor de inzet van biobrandstoffen heeft Nederland bereikt dat er op Europees niveau goede duurzaamheidscriteria zijn vastgelegd.

Dan kom ik op een aantal vragen van de Kamer. De eerste vraag heeft betrekking op het ETS, waar mevrouw Wiegman en de heren Pechtold en Ten Broeke over spraken. Kunnen kolencentrales nu worden gesubsidieerd? Gaat Nederland dat ook doen? Hoe wordt rekening gehouden met concurrentieverstoring door de subsidiëring van nieuwe, efficiënte elektriciteitscentrales? Hoogefficiënte energiecentrales kunnen inderdaad onder strikte voorwaarden worden gesubsidieerd, en niet alleen in Duitsland, zo zeg ik tot de heer Ten Broeke. Ook kolencentrales kunnen hieronder vallen. Lidstaten mogen hiervoor veilingopbrengsten aanwenden tussen 2013 en 2016, alleen als de centrales hoogefficiënt zijn en klaar voor CO2-afvang en -opslag. Er is geen sprake van een verplichting; de 15% is een maximum. Het kabinet beraadt zich op mogelijke consequenties voor Nederland. Juist vanwege de rol die kolen ook in de toekomst in de energievoorziening zullen spelen, heeft het kabinet sterk ingezet op EU-financiering van CCS-demonstratie­projecten. Het is cruciaal dat de techniek van CO2-afvang en -opslag wordt ontwikkeld tot een commercieel beschikbare techniek voor grote elektriciteitscentrales, in het bijzonder de kolencentrales.

Enigszins in het verlengde van deze thematiek heeft mevrouw Wiegman een vraag gesteld over CCS. Het opslaan van CO2 is een tijdelijke oplossing in de transitie naar duurzame-energieoplossingen. Volgens mij zijn wij het daar allemaal over eens. Onderzoek naar duurzame-energietechnologie moet ook gewoon doorgaan, maar zolang wij gebruikmaken van fossiele brandstoffen kunnen wij niet buiten CCS om. Ook wereldwijd is dat heel belangrijk. Landen zoals China zijn nog lang aangewezen op kolen. Als wij CCS bruikbaar kunnen maken, is dat heel nuttig, ook voor het mondiale vraagstuk. In de ETS-richtlijn is bepaald dat de 300 mln. aan emissierechten uit de nieuwkomersreserve wordt vrijgesteld voor grootschalige CCS-demonstratie­projecten en voor demonstratieprojecten voor innovatieve energietechnologieën. Door deze toevoeging is het voor lidstaten dus ook mogelijk om hernieuwbare energietechnologieën voor te dragen als demonstratieproject.

Mevrouw Wiegman heeft ook gevraagd naar ETS en de subsidiëring van de kolencentrales. Met datgene wat ik heb gezegd, heb ik feitelijk al antwoord gegeven op de vraag naar de techniek. Zolang je bent aangewezen op kolen, en dat is voorlopig het geval, is het van belang dat wij op een verstandige manier omgaan met de CO2-uitstoot. Daarom zijn CCS-projecten van een zo grote betekenis.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Is nu de conclusie in Europa, en dus ook in Nederland – dat zijn twee vragen – dat CCS niet verplicht wordt?

Minister Balkenende:

Bij de mogelijkheden die bestaan om grote energiecentrales te ondersteunen, is een verband gelegd met CCS. Ik doel op de maatregel tussen 2013 en 2016, die dus gekoppeld is aan de CCS-afvang, aan de mogelijkheid om een installatie daarop af te stellen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik vraag het omdat ik hetzelfde lees als wat de minister-president nu zegt: de verplichting om CCS als onderdeel van je centrale te hebben, is slechts gekoppeld aan die subsidie.

Minister Balkenende:

Het gaat om de formulering in deze conclusie.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Die betekent dus dat voor alle andere kolencentrales die mogelijk niet in aanmerking willen komen voor deze subsidie, CCS niet verplicht is, ook niet in Nederland.

Minister Balkenende:

Wanneer wij het hebben over deze steunverlening, moet precies de formulering van deze tekst worden gevolgd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat snap ik, maar wat betekent dat voor andere kolencentrales in andere landen die niet gebruikmaken van de mogelijkheid om een deel van de veilingopbrengsten tot een maximum van 15% als subsidie weg te geven?

Minister Balkenende:

Landen hebben natuurlijk nog steeds de vrijheid om kolencentrales te bouwen. Dat gaat ook gebeuren. Ik heb niet voor niets gewezen op een land zoals China, waar voorlopig nog heel veel kolencentrales bij zullen komen. Dat zal ook in de Europese context gelden. Wij hebben het hier over een nieuwe techniek. Wij praten dus over demonstratieprojecten. Wanneer er installaties zijn die worden gekoppeld aan dit subsidieregime, hebben wij de bepaling gemaakt dat zij dan gereed moeten zijn voor CO2-opslag. Dat is de bepaling.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter, als u mij nog één keer toestaat? Ik krijg namelijk toch niet helemaal antwoord op mijn vraag. Had de Europese Raad gekozen voor een algemene, sterke norm voor uitstoot van centrales, dan was CCS voor kolencentrales vrijwel automatisch verplicht geworden. Die norm is van tafel. De vraag is nu wat er gebeurt met kolencentrales in Europa en Nederland indien zij geen gebruik willen maken van de subsidiefaciliteit. Wordt CCS verplicht in Europa? Neen, volgens mij niet. Wordt CCS nu verplicht in Nederland? Ik vrees van niet.

Minister Balkenende:

De heer Vendrik heeft kritiek op de geplande kolencentrales in Nederland. Ik heb goed naar hem geluisterd. Deze Nederlandse centrales zullen gereed worden gemaakt voor CCS, los van wat wij zelf doen op het vlak van ondersteuning daarvan. Dat is ook nadrukkelijk het doel geweest bij de ontwikkeling van deze nieuwe centrales. Het is geen verplichting om CCS te gebruiken, maar ook andere landen hebben te maken met hun CO2-inspanning. Men doet er dus goed aan om rekening te houden met deze technologie. Vorig jaar heb ik een pleidooi gehouden voor CCS. Ik stond toen alleen. Wij zijn nu een jaar verder. CCS is nu opgenomen in de conclusies, er wordt nu ook ruimte voor geboden en er komen financiële middelen voor vrij. Wij zijn dus al geweldig opgeschoten. Laten wij daarom ook een beetje onze zegeningen tellen ten opzichte van de situatie van een jaar geleden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik sta hier niet zuur te doen, maar ik wil mijn zorg met het kabinet delen; laat dat duidelijk zijn. Mijn grootste zorg op het moment is dat er rechten worden uitgegeven. Op het moment dat kolencentrales de mogelijkheid hebben om subsidie te verwerven, kan, mede in combinatie met CDM, de prijs van CO2 te laag worden. Wij kunnen dan misschien wel blij zijn met die subsidies, maar tegelijkertijd moeten wij dan zeggen dat wij het daar niet mee redden, omdat de CO2-opslag simpelweg niet rendabel wordt. Op dat moment zullen wij bezig zijn met het financieren van kolencentrales, terwijl wij niet de omslag naar werkelijk duurzame energie krijgen, omdat de prijs van CO2 gewoon te laag is.

Minister Balkenende:

Dat is een goed punt. Zo-even heb ik al gezegd dat wij praten over de rechten voor 300 miljoen ton. Ik heb aangegeven wat dit financieel betekent. Het gaat om een bedrag tussen 6 mld. en 9 mld., afhankelijk van de toekomstige CO2-prijs.

Voorzitter. Mevrouw Wiegman legt een verband met de CDM-discussie. Ik heb al gezegd dat de staatssecretaris daarop zal ingaan. Het lijkt mij het beste dat de staatssecretaris dit punt voor zijn rekening neemt.

Mevrouw Wiegman heeft voorts gevraagd of "de drie e's", te weten effectiviteit, efficiency en eerlijkheid, waar minister Cramer in Poznan over gesproken heeft tijdens de veertiende conferentie van de bij het VN-Klimaat­verdrag betrokken partijen, van toepassing zijn op het daar bereikte akkoord. In Poznan stelde Nederland zich tot doel om brede erkenning te krijgen van de criteria voor de vernieuwende internationale financiële architectuur ter ondersteuning van het internationale klimaatbeleid. De structuur en opbouw van de financiële architectuur heeft wortel geschoten in Poznañ. Mede door de inzet van minister Cramer zijn nu de criteria effectiviteit, efficiency en eerlijkheid breed omarmd. Deze criteria moeten leiden tot een adequate, stabiele en voorspelbare financiering met een solide beheerstructuur en voldoende legitimiteit. Als wij de genoemde principes betrekken op het EU-klimaatakkoord, dan kunnen wij constateren dat deze principes wel degelijk op het gehele pakket van toepassing zijn. Het pakket is effectief met betrekking tot het bereiken van de noodzakelijke Europese emissiereductie. Het beginsel "de vervuiler betaalt" is door middel van het veilingsysteem goed gewaarborgd. Het pakket is efficiënt. De doelstellingen zullen en moeten wij bereiken tegen de laagst mogelijke kosten, terwijl wij inspelen op kansen die zich voordoen in termen van economische ontwikkeling. Dit betekent ook het behouden van het goede en overgaan tot verbeteringen en vernieuwing waar dit noodzakelijk is. Het pakket is eerlijk en billijk; de inspanning van de Europese Unie is naar draagkracht tussen de lidstaten verdeeld. Dat is mijn visie op het geheel.

Laat ik de volgende algemene opmerking maken. Natuurlijk kunnen wij zeggen dat er meer bereikt had kunnen worden. Het gaat er echter ook om waar wij anderhalf of twee maanden geleden stonden. Ik stel vast dat er sindsdien winst geboekt is. Het werk is daarmee niet af. Wij hebben nu te maken met de voorbereiding van Kopenhagen 2009. Wij weten wat ons te doen staat.

Ik heb ook geluisterd naar wat de heer Pechtold zei: beter geen akkoord dan een halfzacht akkoord. Wat zou er zijn gebeurd wanneer wij geen overeenstemming bereikt zouden hebben over het energiepakket? Wat zou dan de uitstraling voor de Europese Unie zijn geweest richting Kopenhagen? Ik denk dat het werk dan buitengewoon belemmerd zou zijn. Ik zie de aansporing van de heer Pechtold zeer wel, maar ik heb aangegeven dat wij in Europa te maken hebben met een complexe situatie. Dat hebben wij in de afgelopen maanden ook gezien. Wij hebben echter wel een heel belangrijke stap gezet. Dat zal de opmaat moeten vormen tot wat volgend jaar bij de klimaattop in Kopenhagen naar voren zal komen. Wij zijn daarbij ook afhankelijk van andere landen en van de nieuwe Amerikaanse regering. In Europa zelf zal het nodige werk gedaan moeten worden, maar ik vind wel dat de afgelopen Europese Raad een behoorlijke bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding die volgend jaar moet leiden tot een mooi resultaat in Kopenhagen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit laatste zal ik ook zeker niet ontkennen, want het is ook mijn waarneming geweest dat in Poznan wel degelijk stappen vooruit zijn gezet. Toch wil ik nog iets zeggen over de drie e's, met name over de eerlijkheid. Ik herken een mate van solidariteit in Europa, solidariteit ook op bepaalde terreinen waarvan ik denk: die had ik liever niet op die terreinen gezien. Ik begrijp dat er onderhandeld moest worden binnen bepaalde marges. Die "e" van eerlijkheid gaat wat mij Balkenendebetreft vooral ook over de relatie tussen Europa en de ontwikkelingslanden. Hoe eerlijk is het om binnen Europa solidair te zijn met elkaar en de vervuilende industrie toch nog wat te ontzien, terwijl het CDM eigenlijk als een soort "aflaat" – zoals de heer Vendrik het uitdrukte – wordt gebruikt in de ontwikkelingslanden? Wij halen daar onze reductiedoelstellingen, terwijl wij daarmee de ontwikkelingslanden eigenlijk op achterstand zetten ten opzichte van Europa, omdat Europa op de oude voet verder kan gaan.

Minister Balkenende:

Stel dat wij niet zouden kiezen voor CDM, dan vind ik dat ook een gemiste kans. Soms kun je elders in de wereld met minder kosten meer resultaat boeken. Solidariteit is breder dan dit aspect. Het heeft ook te maken met de ontwikkelingsinspanning en het hangt samen met de MDG's. Volgend jaar zullen er in Kopenhagen slagen gemaakt moeten worden, ook op het terrein van de wereldwijde verdelingsvraagstukken. U hebt het ook over vervuilende industrie. Ik begrijp best dat u op bepaalde onderdelen liever een ander resultaat had gezien, maar het is ook een gegeven dat wij graag zouden zien dat industrieën de Europese omgeving verlaten omdat men elders niet te maken heeft met allerlei verplichtingen. Het gevaar van carbon leakage is aanwezig, en dat moet je kost wat kost zien te voorkomen. Wij hebben nu een pakket aan maatregelen en wij hebben doelstellingen. Dat moet er ook niet toe leiden dat wij alleen onze eigen industrie het leven zuur maken, zodat die zich naar andere delen in de wereld verplaatst, waar geen oplossing wordt gevonden. Daarom vind ik de wijze waarop met de veiling van rechten wordt omgegaan, gerechtvaardigd in deze omstandigheden, waarin zich het gevaar voordoet van carbon leakage. Ik kan mij best voorstellen dat wij meer hadden willen hebben, maar wij kunnen niet aan die situatie voorbijgaan.

Voorzitter. Internationale solidariteit is een belangrijk goed. Dat zal het komende jaar nadrukkelijk in de verdere voorbereidingen aan de orde komen. De resultaten van deze Europese Raad zijn echter zoals zij zijn en ik verdedig ze graag. Natuurlijk kunnen wij meer willen hebben, maar wij moeten ook beseffen dat hetgeen nu in Europa naar voren komt, gezien moet worden tegen de achtergrond van de mondiale context, en dat is de conferentie volgend jaar.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik vroeg de minister-president in eerste termijn om een politieke reactie op de toespraak van de heer Al Gore, in het bijzonder op de hogere norm voor klimaatbeleid die hij verdedigde.

In het Europese klimaat- en energiepakket zit allerlei ruimte voor nationale lidstaten om wel of geen gebruik te maken van de mogelijkheid om te veilen. Is de Nederlandse regering bereid om de ruimte die tot afzwakking van het klimaatbeleid leidt, de komende jaren niet te gebruiken?

Minister Balkenende:

Over die laatste vraag wil ik graag eerst in het kabinet spreken. Wij hebben nu een algemeen kader aangegeven. U vraagt naar de operationalisering daarvan. Dat vergt nader kabinetsbeleid, want het heeft nogal wat consequenties.

De opvattingen van Al Gore zijn mondiaal verplichtend. Hij heeft terecht een enorme reputatie opgebouwd wat betreft de zorg over wat er met onze aarde gebeurt. Ik heb zelf ook meerdere malen met hem gesproken, zowel in de Verenigde Staten als hier. Wat betreft de doelstellingen denk ik dat wij een stap-voor-stapbenade­ring moeten hebben. Ik zie de ernst van de situatie, maar ik zie ook dat het verhogen van de huidige 20%-norm tot 30% mondiale afspraken vergt. Ik hoop dan ook dat het betoog van Al Gore mondiaal zo zal worden ontvangen, dat een nieuwe regering in de Verenigde Staten, maar ook nieuwe industrialiserende landen, grootmachten die ontstaan, zich laten leiden door dit soort overwegingen. Daarom is het essentieel dat wij volgend jaar van "Kopenhagen" een succes maken. Ik maak mij zorgen over de mogelijkheid dat er geen akkoord zal worden bereikt, of een te slap akkoord, of dat je elders in de wereld veel vervuilender kunt produceren. Ik beschouw het betoog van Al Gore zo, dat de conferentie van volgend jaar in Kopenhagen in ieder geval een succes moet worden. Dat kan voor Europa als consequentie hebben, dat wij van 20% naar 30% kunnen gaan. Verder dan dat kunnen wij op dit ogenblik niet gaan.

De heer Pechtold (D66):

Daarnet stelde de premier mij een retorische vraag, omdat ik had gezegd: ik had liever geen akkoord dan dit akkoord. Als er geen akkoord was geweest, zouden wij hebben dooronderhandeld. Wij hebben de tijd en wij kunnen nog door. Wij kunnen het ambitieniveau nog opvijzelen, omdat wij van Kopenhagen inderdaad een succes moeten maken. De premier gebruikt een paar keer het woord succes. Vindt hij het nu bereikte akkoord een succes?

Minister Balkenende:

Ja. Ik vind het een succes. U zegt dat wij verder hadden moeten onderhandelen, maar als deze Europese Raad niet in staat was geweest, conclusies te bereiken, zouden wij de situatie hebben meegemaakt die wij ook bij de vorige Europese Raad hebben gehad. Dan heb je een verdeeld Europa, een verdeeld Europa dat Kopenhagen 2000 moet voorbereiden. Dat zou pas ernstig zijn geweest. Daarom vind ik het een succes. Ben ik volledig tevreden? Nee, ik ben natuurlijk niet tevreden. Er kan altijd meer en er moet ook meer gedaan worden. Ik versta de heer Pechtold heel goed, alleen is het milieubeleid iets wat naar zijn aard internationaal is en altijd in stappen gaat. Ik heb de voorbeelden genoemd: Carbon capture and storage (CCS) is vorig jaar besproken, nu wordt de zaak op de rails gezet. Wij hebben het over doelstellingen die zijn gemarkeerd. Wij hebben verdere slagen gemaakt. Dat betekent dat dit de opmaat zal zijn naar volgend jaar.

De heer Pechtold (D66):

Als u dit beoordeelt als een succes, hoe kunt u dan vervolgens nog onderhandelen met de partijen die u nog zover moet krijgen, met al die andere continenten die nog helemaal niet zo ver zijn? U moet dadelijk nog water bij de wijn doen! Of zegt u: dit is het, poot stijf, Europa mag nu ook helemaal niet meer toegeven aan de Russen, de Amerikanen of de Zuid-Amerikanen?

Minister Balkenende:

Waarom spreek ik met mijn collega's in andere landen over de conferentie in Kopenhagen? Ik heb laatst met de heer Obama gesproken. Toen hebben wij het ook gehad over Kopenhagen volgend jaar. Ik heb er met Kevin Rudd, de premier van Australië, over gesproken toen ik in China was. Al deze contacten leggen wij juist om ervoor te zorgen dat het een succes wordt, om iedereen te wijzen op de mondiale verantwoordelijkheid. Als Europa op dit moment niet als een eenheid opereert, dan voorzie ik echt grote problemen. Dat zou ook een legitimatie zijn voor anderen om te zeggen: nou, dan doen wij maar niets. Europa heeft bepaalde stappen gezet. Is dat genoeg? Ja, misschien op dit moment, maar het is natuurlijk niet genoeg voor de totale problematiek. Er moet ook meer gebeuren, maar daartoe zijn stappen nodig. In die zin ben ik gelukkig met de uitkomsten. Ik zie ze als opmaat naar verdergaande stappen, want wij zijn er nog niet. Dat zeg ik ook maar in alle eerlijkheid.

Dan heeft mevrouw Wiegman een aantal verzoeken gedaan. Vergaande kwaliteitseisen aan CDM-kredieten, een lineair reductiepad voor non-ETS-sectoren, een goed handhavingsmechanisme inclusief boetes, de EU moet uitblinken bij storting in het adaptatiefonds en geen bosKrediet onder CDM. Aan vrijwel alle verzoeken van de fractie van de ChristenUnie wordt voldaan in het pakket en ik kan de Kamer verzekeren dat Nederland zich in VN-kader hard zal maken voor goede afspraken over de kwaliteit van CDM, inclusief over boskredieten. In het pakket staan bij CDM de principes van additionaliteit en duurzame ontwikkeling ook centraal.

De SP-fractie heeft een vraag gesteld over een cijfermatig overzicht van de doelstellingen. De Europese Unie heeft een 20% doelstelling voor de uitstootvermindering van broeikasgassen ten opzichte van 1990. Deze doelstelling heeft geen moment ter discussie gestaan. De onderverdeling aan de lidstaten is opgenomen in de bijlagen bij de beschikking over de inspanningenverdeling en in de richtlijn voor hernieuwbare energie.

Het punt van de buitenlandse betrekkingen zal worden behandeld door de staatssecretaris. Ik heb zelf op de Europese Raad het thema Zimbabwe aan de orde gesteld in het verlengde van het overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken. Daar is ook een passage over opgenomen.

Ten slotte refereerde de heer Blom aan een bepaling die is opgenomen over sport. Ik wil op dit punt graag mijn grote waardering uitspreken voor de staatssecretaris die zich de afgelopen tijd zeer om het onderwerp heeft bekommerd en veel contacten heeft gelegd. Het is mooi dat deze bepaling er nu in staat. Ik denk ook zeker dat de naam van de staatssecretaris eraan verbonden mag worden.

De voorzitter:

Ik vraag u allen om ook te denken aan uw collega's die eigenlijk over vijf minuten met het volgende VAO zouden beginnen. Als de leden dat nu een beetje in gedachte houden en als de staatssecretaris ook een beetje aan zijn collega's wil denken ...

Staatssecretaris Timmermans:

Voorzitter. Zeker, ik begrijp uw waarschuwing heel goed.

De heer Ten Broeke heeft gevraagd naar de ambities van de Tsjechen over Servië. Laat een ding duidelijk zijn: Nederland handhaaft de positie die het op dit punt altijd heeft ingenomen. Servië heeft ook nog geen lidmaatschapsaanvraag gedaan. Zelfs de stabilisatie- en associatieovereenkomst is nog niet geratificeerd. Dat kan ook pas als Servië volledige medewerking verleent aan het Joegoslaviëtribunaal en daarvan is op dit moment geen sprake. U kent de positie van onze regering in dezen. Daar verandert niets aan.

Over Montenegro heeft de heer Ten Broeke ook een vraag gesteld. Montenegro heeft inderdaad een lidmaatschapsaanvraag gedaan. Die zal worden behandeld zoals dat gebruikelijk is met lidmaatschapsaanvragen. Daar zal eerst de Commissie een advies over verlenen, dan moet de Raad zich erover buigen. Wil een land kandidaat-lid worden, dan moet er een unaniem besluit worden genomen van de Raad. Nederland kan dus helemaal zelfstandig bepalen of het daarmee instemt of niet. Op dit moment – maar daarmee vertel ik u geen geheim – voldoet Montenegro nog lang niet aan de criteria om kandidaat-lidstaat te worden. Men is weliswaar op de goede weg, maar de tekortkomingen zijn nog zeer omvangrijk. Dat is ook reeds met uw Kamer besloten. De minister van Buitenlandse Zaken en uw Kamer hebben daarover al afspraken gemaakt.

De heer Ten Broeke heeft naar het rapport van de hoge vertegenwoordiger Solana gevraagd. Hij vraagt of in de conclusies van de Europese Raad afstand wordt genomen van hetgeen eerder in 2003 is afgesproken. Dat is niet zo. Het betreft een nadere uitwerking van hetgeen in 2003 is afgesproken. In de woorden van de hoge vertegenwoordiger gaat het om een update. De discussie over de verdere gevolgen en de concrete uitwerkingen daarvan zal in de Razeb plaatsvinden.

De heer Ten Broeke heeft ook gevraagd wat er gebeurt als wij na Kopenhagen van 20% naar 30% reductiedoelstelling voor CO2gaan. Dan gebeurt hetzelfde als nu ook gebeurt. De Commissie zal deze doelstelling vertalen in concrete voorstellen voor de nationale programma's. Die worden met meerderheidsbesluitvorming in de Raad vastgesteld. De Europese Raad buigt zich er dan over. Dat is niet ongebruikelijk en is nu ook gebeurd. Dit gaat in goede samenspraak met het Europees Parlement, zoals men dat deze keer ook heeft gezien.

De heer Ten Broeke en de heer Blom hebben beiden gevraagd hoe het met de percentages zit. Het klopt dat er minder zal worden geveild dan de Commissie oorspronkelijk heeft voorgesteld en de Nederlandse regering wenste. Op dit moment zou slecht 3% worden geveild, maar dit stijgt nu naar ongeveer 50%. In Nederland wordt ongeveer 65% van de rechten geveild op basis van het huidige voorstel in de periode 2013 tot 2020. In de EU loopt het percentage op tot gemiddeld 50 in 2020, omdat de elektriciteitsproducenten in de nieuwe lidstaten, met een uitzondering, geleidelijk meer zullen moeten kopen. Na Kopenhagen wordt dit opnieuw tegen het licht gehouden.

Dit is ook deels een antwoord op de vraag die eerder is gesteld over de vuile centrales. Die gaan gewoon meedraaien in de emissiehandel. Dat worden dus zeer dure centrales. Hiermee wordt daar een innovatiedruk neergelegd. Ik benadruk nogmaals dat door de gewone industrie weliswaar veel minder wordt geveild dan aanvankelijk de bedoeling was in de visie van de Nederlandse regering, maar dat er tegelijkertijd wel 100% wordt geveild in de energiesector. Die is voor 60% verantwoordelijk voor de emissies. Wat dat betreft worden er slagen gemaakt door de emissiehandel.

Voor het Clean Development Mechanism is ruimte geboden. Als je die ruimte totaal optelt, kan die bijdragen aan 50% tot 60% van de reductiedoelstelling. Dat moet nog precies worden geanalyseerd. Het feit dat die ruimte er is, wil natuurlijk niet zeggen dat je hem ook moet benutten. Dat zijn nationale keuzen. Laten wij niet vergeten dat er momenteel geen maximum geldt voor het buiten de EU realiseren van reducties. Dat komt er in het nieuwe systeem wel. Het is dus vanaf welke kant je het benadert. Als er geen akkoord was gekomen, waren er op dat punt ook geen afspraken gemaakt.

De minister-president heeft al gesproken over sport. Ik dank de heer Blom voor zijn opmerking daarover. Zoals ik weet, is dit een zaak die bij de Kamer veel belangstelling geniet. Het is echter een begin en wij hebben nog een lange weg te gaan voordat wij concrete resultaten hebben bereikt.

Mevrouw Wiegman heeft gevraagd of er voor de industrie voldoende prikkel is overgebleven om de omslag naar duurzaamheid te maken, ook in het licht van de grote hoeveelheid CDM. Het IPCC zegt dat een reductie van 25% tot 40% binnen de geïndustrialiseerde landen nodig is. Ik heb al over het CDM gesproken. In Europa betekent dit, dat wij nog altijd tenminste 40% van de reducties zelf zullen moeten realiseren. Bovendien benadruk ik dat de CDM-producten aan zeer strenge eisen moeten voldoen en daardoor de structuurverandering die in de ontwikkelingslanden moet plaatsvinden, kan stimuleren. Het CDM kan dus helpen, nu die landen terecht een groter aandeel in de wereldeconomie opeisen, om het grotere en groeiende aandeel te koppelen aan een schonere economie. Het CDM kan daaraan bijdragen, dat mogen wij niet vergeten.

De aanbeveling van het IPCC wordt zeker ter harte genomen. De EU verbindt zich nu unilateraal aan een reductiedoelstelling van 20%, ongeacht wat andere landen doen. Er is niemand in de rest van de wereld die dat op dit moment doet. Dat zeg ik ook tegen de heer Vendrik, met al zijn frustratie over dit akkoord: niemand doet ons dit na op dit moment. Als er in Kopenhagen een internationaal akkoord tot stand kan komen, kunnen wij naar 30% gaan. Dan kunnen wij ook toewerken naar 60% tot 80% reductie in 2050. Dat zou een grote verworvenheid zijn.

De heer Ormel heeft het oostelijk nabuurschapsbeleid genoemd. Ik neem zijn opmerking zeer ter harte. De conclusies van de Europese Raad zijn volgens mij in lijn met hetgeen de CDA-fractie bepleit, met name dat wij ten aanzien van de zes landen in de oostelijke dimensie per land afzonderlijk kunnen bepalen hoe wij met dat land omgaan. Dat is ontzettend belangrijk. Hier is geen "one size fits all"-benadering mogelijk. Ik neem ook de opmerkingen van de heer Ormel over Wit-Rusland zeer ter harte. De minister-president heeft al over Zimbabwe gesproken.

Ik kom nu op de opmerkingen van de heer Vendrik over klimaat. De minister-president heeft ook al gesproken over de CCS-projecten. De heer Vendrik kan wel zeggen: kolencentrales, foei, niet doen. Stel nu eens voor dat wij er wel in slagen om een functionerend systeem voor CCS te ontwikkelen. Dat werd vorig jaar nog technisch onmogelijk geacht en nu zegt men dat het technisch wel kan. Dat is gebeurd in een jaar. Kijk eens wat er in China bijna dagelijks gebeurt aan het bouwen van kolencentrales. De morele verontwaardiging en de boosheid van de heer Vendrik zullen, zo vrees ik, niet al te veel indruk maken op de Chinese beslissers. Zij hebben namelijk kolen en niets anders. Zij zullen kolencentrales blijven bouwen om niet alleen afhankelijk te zijn van energie-importen van elders. Stel nu dat wij erin slagen om een technologie te ontwikkelen waarmee de gigantische CO2-uitstoot van die tientallen zo niet honderden kolencentrales kan worden opgevangen. Bewijzen wij dan het milieu en goede dienst of niet? De heer Vendrik kan wel dagen lang volhouden dat het symptoombestrijding is. Dat zegt mevrouw Wiegman ook. Als wij hier in slagen, leveren wij een substantiële bijdrage aan de reductie van CO2-emissies in de wereld. Daar wil ik mijn kinderen wel recht voor in de ogen kijken, als wij daarin slagen.

De heer Vendrik en mevrouw Wiegman vroegen ook wat is afgesproken over veilen in de elektriciteitssector. De emissierechten voor deze sector zullen vanaf 2013 voor 100% worden geveild. Voor een aantal nieuwe lidstaten is de mogelijkheid geschapen om gefaseerd te gaan veilen: 30% in 2012 oplopend naar 100% in 2020. Als de nieuwe lidstaten daar gebruik van maken, zullen zij zelf voor het verlies aan veilingopbrengsten moeten opdraaien.

Carbon leakage in de industrie was een groot punt voor een aantal lidstaten. De omvang van het veilen is erdoor beperkt. Het verlenen van de rechten is voor een groot deel gratis gebeurd. Mevrouw Wiegman moet niet de denkfout maken dat het feit dat rechten gratis worden verleend, betekent dat het systeem niet werkt. Het risico zit dan elders. Als je de rechten meteen beprijst, zit het risico in carbon leakage. Als de rechten gratis worden weggegeven, zit het risico in windfall profits. Dat betekent dat men die rechten heeft, die vervolgens verkoopt en dan ergens anders gewoon weer gaat produceren. Daar moeten in dat geval garanties voor worden afgesproken. Dat is nu ook gebeurd. Het lijkt mij iets te ver gaan om te veronderstellen dat het systeem niet werkt alleen omdat er gratis rechten worden verleend. Dat is niet zo. Dat doet niets af aan het feit dat het kabinet graag veel meer had geveild. Dat is er echter niet van gekomen. Wij hebben nu wel een systeem van veilen. Dat is het meest eerlijke systeem om hier iets aan te doen. De minister-president heeft al over de kolencentrales gesproken.

De heer Vendrik vroeg naar de Green Deal, de auto-industrie. Lidstaten en de private sector kunnen in het kader van het Europese economisch herstelplan hun uitgaven aan onderwijs en onderzoek verhogen. Dat mag geschieden volgens de nationale R&D-doelstellingen. Het zal bijdragen aan verdere vergroening. Voor de auto-industrie is er het Green Car Initiative. Dat programma zal zich toespitsen op het stimuleren van het gebruik van hernieuwbare, minder vervuilende energiebronnen, alsmede op veiligheid in het geval van verkeersopstoppingen. Daarvoor is 5 mld. beschikbaar. Een ander initiatief voor lidstaten dat betrekking heeft op auto's, kan bijvoorbeeld zijn het verlagen van de registratie- en de verbruiksbelasting voor schonere auto's en het stimuleren van recycling. Dit alles moet overigens wel passen binnen de kaders van de regelingen voor staatssteun. Als je de auto-industrie op deze wijze ondersteunt, kan dat hand in hand gaan met innovatie. Dat is dus een totaal andere benadering dan die, welke in Detroit is gekozen. Daar is namelijk gekozen voor het in stand houden van datgene wat er is. In dit geval wordt gekozen voor het stimuleren van de vernieuwing die er toch moet komen. Zodoende snijdt het mes aan twee kanten: je houdt de miljoenen mensen aan het werk die in Europa in deze industrie in toeleveringsbedrijven werken. Tegelijkertijd stimuleer je een versnelling van de vergroening. Begin 2009 zal de commissie concrete voorstellen doen. Die zullen wij beoordelen aan de hand van onze randvoorwaarden.

De heer Vendrik heeft gevraagd naar het doorrekenen van gevolgen van het EU-pakket voor Nederland. Dat pakket is vorig jaar doorgerekend door PBL/ECN. Dat pakket is in de doelstellingen ongewijzigd gebleven. Het kabinet ziet daarom geen enkele aanleiding om dat opnieuw te laten doorrekenen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Omwille van de tijd en om de oproep van de voorzitter goed te verstaan, doe ik slechts een procedureel verzoek aan het kabinet. Ik begreep net ook al van de minister-president dat het kabinet zich nog nader beraadt op wat dit pakket betekent voor het Nederlandse klimaatbeleid. Is het kabinet bereid om bijvoorbeeld over anderhalve maand tot twee maanden een brief aan de Kamer te sturen waarin het Europese klimaat- en energiepakket nader in detail wordt toegelicht, bijvoorbeeld met betrekking tot CDM. De staatssecretaris zei dat er wat dat betreft nog moet worden gerekend. Dat zou in die brief goed kunnen landen. En kan het kabinet in die brief aangeven hoe het in het nationale klimaatbeleid wil omgaan met de afspraken die in Brussel zijn gemaakt? Is dat te doen?

Staatssecretaris Timmermans:

Ik neem het verzoek van de heer Vendrik graag mee en overleg graag met de betrokken bewindslieden. Wij moeten ten aanzien van dit pakket immers zo langzamerhand de gedachten laten gaan over de vraag hoe wij naar Kopenhagen gaan. In die context neem ik de suggestie van de heer Vendrik mee. Ik kan niet zeggen of dat binnen een paar weken of een maand gebeurt. Als de heer Vendrik mij toestaat dat ik het in die context plaats, dus hoe wij dit gaan vertalen, wat het nationaal betekent en voor onze inzet ten aanzien van Kopenhagen, neem ik die suggestie graag mee naar het kabinet.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Volgens mij verstaan wij elkaar goed. Dan komt er binnen niet al te lange tijd een prachtige brief.

Staatssecretaris Timmermans:

U krijgt van dit kabinet alleen maar prachtige brieven.

De voorzitter:

Zo is het wel weer genoeg. Ik constateer dat de Kamer behoefte heeft aan een tweede termijn. Ik verzoek de leden om slechts enkele zinnen te spreken en verder alleen moties in te dienen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor hun beantwoording, met name op het gebied van de koppeling tussen de toegeving van Ierland en de toetreding van Kroatië. Dat is helder. Het is wel vreemd dat president Sarkozy zich daarover anders uitlaat. Ik vind het dan ook te laconiek om te zeggen: "Ach de meningen verschillen wel eens." De Europese Raad heeft zichzelf in 2006 immers opgelegd om dit soort data niet meer te noemen, geen achterdeurtjes te openen en geen koppelingen meer aan te brengen. De regeringsleiders hebben dat niet alleen in de decemberraad afgesproken, maar zij lieten dat ook in het Verdrag van Lissabon vastleggen. En uw collega's lappen dat eigenlijk consequent aan hun laars. Ik heb gesproken over een commissaris per lidstaat waarvan bij elke volgende uitbreiding sprake is. Gaat de Nederlandse regering de omvang van de commissie meenemen in de afweging voor verdere uitbreiding? Ik dien over dit onderwerp de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Raad concessies aan Ierland heeft gedaan die leiden tot het beginsel van "één commissaris per lidstaat";

constaterende dat door deze concessie het onder Nederlandse druk in het Verdrag van Lissabon vastgelegde "absorptievermogen van de EU-instellingen" (waaronder de Europese Commissie) wordt afgezwakt;

verzoekt de regering, bij de volgende EU-uitbreiding de omvang van de Commissie in de beoordeling van de desbetreffende uitbreiding mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Broeke. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 409(21501-20).

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Het kabinet was ook helder over Montenegro. Maar om er zeker van te zijn dat die helderheid direct tot duidelijkheid in de Europese Raad leidt, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Montenegro zich heeft gemeld voor een kandidaat-lidmaatschap van de EU;

verzoekt de regering, haar veto in de Europese Raad uit te spreken ten aanzien van het verlenen van deze status aan Montenegro,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Broeke. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 410(21501-20).

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Tot slot wens ik de bewindspersonen een buitengewoon prettige en onbezorgde Kerst, met een kerstboom, liefst met een kluit. Zij moeten deze na de Kerst wel in de grond stoppen, zodat de CO2-uitstoot wordt afgevangen.

De voorzitter:

Ik hoop dat de heer Vendrik dat ook een goed plan vindt.

De heer Ormel (CDA):

Kan de heer Ten Broeke een nadere duiding geven over zijn tweede motie? Hoe kan hij de regering vragen om een veto uit te spreken? Een veto wordt namelijk uitgesproken als alle andere lidstaten voor is. Dan zou Nederland dus als enige een veto moeten uitspreken.

Het is heel goed mogelijk dat de helft of driekwart van de lidstaten op dit moment vindt dat Montenegro niet klaar is voor een kandidaat-lidmaatschap. Kortom, wat de heer Ten Broeke in zijn motie vraagt, kan op dit moment niet. Je kunt pas om een veto vragen op het moment dat duidelijk is dat Nederland alleen staat. Dan pas kan de heer Ten Broeke de regering vragen haar rug recht te houden.

De heer Ten Broeke (VVD):

Zeggen dat Kroatië in 2010 lid zou kunnen worden, kan volgens de huidige afspraken niet, net zo min dat Kroatië in 2011 lid zou kunnen worden. Zeggen dat Servië automatisch kan doorlopen naar een kandidaat-status kan ook niet. Toch ziet u dat zeer veel lidstaten – buiten Nederland bijna alle lidstaten – dat voortdurend doen. De VVD-fractie wil deze achterdeur zeker dichtslaan; vandaar mijn motie.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De toezeggingen en garanties aan Ierland zijn belangrijk. Als deze tijdens het onderhandelingsproces over het Verdrag van Lissabon aan Ierland zouden zijn gedaan, zouden zij zeker in een verdragstekst of protocol zijn neergeslagen. Dan had ons parlement ook de betekenis ervan kunnen betrekken in zijn beoordeling van het Verdrag van Lissabon.

Zo is het echter niet gelopen en de Ierse bevolking krijgt nu als enige in heel Europa de kans om het Verdrag en deze toezeggingen en garanties als één geheel te beoordelen en te aanvaarden of te verwerpen. Onze regering heeft de bevolking buitenspel gezet door een referendum over het Verdrag te weigeren. Ik ben bang dat de regering deze Kamer nu ook buitenspel zet, als de minister-president zegt "nou ja, de vormgeving van die garantie zullen we nog weleens zien, misschien een protocol of een raadsconclusie". Blijkbaar mogen wij er niet over meebeslissen. Dat moet echter wel en daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van oordeel dat de tijdens de Europese Raad aan Ierland gedane toezeggingen en gegeven garanties van wezenlijk belang zijn voor de toepassing van het Lissabonverdrag;

verzoekt de regering, te eisen dat die eisen en garanties uitsluitend in een (niet aan enig ander verdrag gekoppeld) wijzigingsverdrag met betrekking tot het Lissabonverdrag worden gegoten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 412(21501-20).

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb een korte tweede termijn, waarbij ik allereerst de bewindspersonen bedank voor hun antwoorden.

Ik heb even overwogen moties in te dienen, maar ik heb besloten dat niet te doen. Volgens mij kunnen wij vandaag namelijk in deze samenstelling de vraag wat het klimaat- en energiepakket voor de Nederlandse situatie maar ook op weg naar Kopenhagen betekent, niet beantwoorden, maar moet deze nadrukkelijk worden besproken in de vaste commissie voor VROM.

Ik ben blij met de toezegging over brieven, die de staatssecretaris in de richting van de heer Vendrik heeft gedaan. Dat wil ik graag benadrukken en onderstrepen, want in die brieven wil ik een aantal dingen terugzien, zoals de betekenis van het klimaat- en energiepakket voor de Nederlandse situatie en voor de uitvoering van het programma "Schoon en Zuinig". Graag wil ik ook in die brief aandacht voor wat dit systeem en deze uitkomst betekenen voor de verwachtingen voor de ontwikkeling van de CO2-prijs. Ook zie ik graag een uitwerking van de suggesties die ik deed in eerste termijn, waarover de premier zei, "ja, dat doen wij." Ik wil graag uitgewerkt zien wat dat boetesysteem precies betekent en wat het inhoudt dat het "additioneel" moet zijn. Ik onderstreep wat er is gezegd over boskredieten die niet in het CDM ondergebracht moeten worden. Deze uitspraak had ik nog niet eerder van dit kabinet gehoord.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Over een aantal dingen blijven de bewindspersonen en mijn fractie het oneens, zoals de waardering voor de klimaatovereenkomst in Poznañ en zaken die samenhangen met de kredietcrisis. Wat mij echter het meeste steekt, is de onduidelijkheid die hier vandaag is gecreëerd – ik zeg bewust "gecreëerd"– over wat er is afgesproken met de Ieren. De minister-president zegt twee zaken heel duidelijk: het verdrag van Lissabon blijft recht overeind en de Ieren krijgen een bevestiging van hetgeen is vastgelegd in Lissabon. Met andere woorden, de garanties die de Ieren worden gegeven, zaten al vervat in het Verdrag van Lissabon. De Ieren krijgen dus helemaal niets extra's. Dat alleen kan de uitleg zijn van de woorden van het kabinet hier vandaag. Onder die omstandigheden heeft het "nee"-kamp het in Ierland straks wel heel erg gemakkelijk. Dat hoeft namelijk alleen maar te verwijzen naar dit debat, waarin klip en klaar is gezegd dat er helemaal niets extra's is voor de Ieren, en dat zij het alleen nog een keertje beter uitgelegd hebben gekregen. Het enige wat daadwerkelijk is toegevoegd en wat echt als verandering geldt, is dat er een commissaris blijft. Dit is een commissaris uit Ierland; niet een commissaris voor Ierland of een commissaris van Ierland, maar een commissaris bij de Europese Commissie die toevallig uit Ierland komt. Dit staat weer op gespannen voet met alles wat eerder is gezegd over dit punt betreffende slagvaardigheid en taken. Collega Ten Broeke heeft het een feestcommissaris genoemd; het pakket zal wel navenant zijn. Met deze afspraken wordt het er in Europa niet geloofwaardiger op!

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. Ik dank de regering voor haar beantwoording in eerste termijn. Wij hebben het vanmiddag over veel belangrijke zaken gehad. Wat het Verdrag van Lissabon betreft vind ik in tegenstelling tot de heer Van Bommel juist dat de Ieren veel binnen hebben gekregen. Mijn complimenten voor de Ierse Taoiseach. Ik wil wel graag dat de afspraken, die volgens mij al juridisch bindend zijn doordat zij nu al in de raadsconclusies staan, nog nader worden uitgewerkt. Ik heb er volledig begrip voor dat de regering zich nu niet vastlegt over de wijze waarop de afspraken worden neergelegd. Ik denk wel dat het verstandig is en de koninklijke weg als die raadsconclusies worden neergelegd.

Dank aan het Franse voorzitterschap. Wij hebben het afgelopen halfjaar zeer veel meegemaakt binnen de Europese Unie. Het is duidelijk geworden hoe belangrijk de Europese Unie is, hoe belangrijk het is dat wij de euro hebben, hoe belangrijk het is dat wij vrede en veiligheid kennen op ons continent. Wij hebben dit halfjaar ook een oorlog meegemaakt op dit continent, laten wij daar toch niet aan voorbijgaan! Mijn fractie wenst de inkomend voorzitter Tsjechië succes.

Wij danken de regering voor de inzet. Er is veel gesproken over azijn en over wijn. Ik sluit af met: goede wijn behoeft geen krans.

Dank u wel.

De heer Pechtold (D66):

En ook geen oude zakken!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Ik snap de laatste opmerking van de heer Ormel over de heer Sarkozy; wij zeggen bij GroenLinks al langer: Vive la republique! Dat geldt vandaag ook. Verder dank ik voor de toezegging dat er een stevige, mooie en pittige brief komt. Anders dan mevrouw Wiegman sta ik te popelen om hierover met de minister-president door te debatteren. Het klimaatbeleid is wat ons betreft echt Chefsache aan het worden, zeker op weg naar Kopenhagen. Ik wacht de brief met grote spanning af, want er valt nog veel over te discussiëren.

Ik herhaal nog eens het volgende punt uit mijn eerste termijn. Het feit dat Nederland gedaan heeft gekregen dat miljarden besteed gaan worden aan demonstratieprojecten CCS waarmee straks de Chinezen blij gemaakt gaan worden, vind ik echt een gotspe. Voor een echt toekomstgericht klimaat- en energiepakket had je miljarden moeten regelen voor zonne-energie, want daar valt nog een enorme stap te maken. Nu gaan wij echter feitelijk de kolencentrales in Europa subsidiëren. CCS wordt niet verplicht, maar wij gaan het met zijn allen subsidiëren. Dat is oude industriepolitiek en geen Green Deal. Het is terug naar af en dat had niet mogen gebeuren. Het is echter toch gebeurd. Ik hoop dat de Nederlandse regering geen gebruik maakt van deze middelen. Dat is een debat dat wij in het nieuwe jaar gaan vervolgen op basis van een prachtige brief van het kabinet.

Ik hecht eraan dat de consequentie van het Europese klimaat- en energiepakket voor Schoon en zuinig op weg naar 2020 en het bestaande klimaatbeleid van dit kabinet opnieuw wordt doorgerekend. Wat PBL en ECN hadden doorgerekend was op basis van een oud pakket. Sindsdien is het nog fors veranderd en het moet ook nog nader worden ingevuld door het kabinet. De minister-president heeft dat zelf gezegd. PBL en ECN moeten doorrekenen wat het kabinet bij het te voeren klimaat- en energiepakket wel en niet relevant verklaard voor Nederland. Daarover gaat de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het definitieve Europese klimaat- en energiepakket op onderdelen een wijziging inhoudt van de oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie, met name waar het de toepassing van externe kredieten en de verdeling tussen veilen en gratis verstrekken van emissierechten betreft;

overwegende dat de Europese Commissie de mogelijkheid gaat onderzoeken dat lidstaten ervoor kunnen kiezen minder dan het hun toebedeelde maximumpercentage te veilen (onderdeel 9 van het finale compromis van de Raad d.d. 12 december 2008);

verzoekt de regering, PBL en ECN opdracht te geven een quick scan te maken van de betekenis van het Europese klimaat- en energiepakket voor het bereiken van de doelen uit het coalitieakkoord op het gebied van broeikasgasreductie, duurzame energie en energiebesparing, en daarin de optie mee te nemen dat Nederland niet alle toebedeelde rechten veilt om zodoende de eigen hogere ambitie van 30% reductie waar te maken, en de Kamer deze quick scan met een kabinetsreactie binnen twee maanden toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 413(21501-20).

Minister Balkenende:

Voorzitter. Ik dank de leden van de Kamer voor hun inbreng in tweede termijn die vooral bestond uit het indienen van enkele moties.

De heer Ten Broeke heeft ons het beste gewenst met de kerst. Ik wens ook hem en alle andere leden van de Kamer goede kerstdagen toe en al het goede voor het komende jaar. De motie van de heer Ten Broeke heeft betrekking op een discussie die wij vanmiddag hebben gevoerd over de samenstelling van de Commissie. De regering wordt in de motie verzocht om bij de volgende EU-uitbreiding de beoordeling van de Commissie van de desbetreffende uitbreiding mee te wegen. Ik ontraad het aannemen van deze motie om de volgende reden. Als wij met de Ieren proberen een oplossing te vinden, maar bij de eerste de beste keer weer een signaal geven dat wij eraan tornen, vind ik dat niet echt geloofwaardig. Je kunt niets uitsluiten voor de toekomst, maar deze motie lijkt mij niet goed in relatie tot wat vorige week is afgesproken.

Vaker heb ik met de heer De Roon een debat gevoerd over diens mening dat de bevolking buitenspel wordt gezet. Volgens de heer De Roon kan de bevolking alleen maar aan het woord komen via een referendum. Op dat punt verschil ik radicaal met hem van mening, want het komt neer op een miskenning van de representatieve democratie. In Ierland is de situatie ook anders. Het is niet zo dat de regering of het parlement daar een referendum wil; het is een kwestie van een constitutioneel voorschrift. Dat mag ook nog worden genoemd. In ieder geval ben ik van mening dat de bevolking evenzeer wordt gepresenteerd door de representatieve democratie.

De heer De Roon zegt met zijn motie dat de toezeggingen en de garanties uitsluitend met een verdrag tot wijziging van het Verdrag van Lissabon gestalte zouden moeten krijgen. Het gaat echter niet om een wijziging van het Verdrag van Lissabon. Dat is het eerste belangrijke punt. Het tweede is: de gesprekken over de juridische vormgeving worden nog gevoerd. Wij zullen bij dit onderwerp nog stilstaan. Tegen die achtergrond ontraad ik aanneming van deze motie.

De opmerkingen van mevrouw Wiegman zullen door de staatssecretaris worden besproken.

Tegen de heer Van Bommel zeg ik: de weging van datgene wat Ierland naar voren heeft gebracht, kan leiden tot een verduidelijking van wat uiteindelijk besloten ligt in het Verdrag van Lissabon. In ieder geval was premier Cowen tevreden met de manier waarop wij hierover hebben gesproken.

De heer Ormel heeft zijn voorkeur voor het werken met Raadsconclusies uitgesproken. Ik ken zijn opvatting. Ik heb aangegeven dat de komende tijd zal moeten blijken wat de weging van de mogelijkheden met zich meebrengt.

Zijn opmerkingen over de betekenis van de Europese Unie deel ik volledig. In de afgelopen maanden hebben wij gezien hoe belangrijk het werk van de Europese Unie is. Dat hebben wij bijvoorbeeld gezien bij het gemeenschappelijk optreden ten aanzien van Georgië en bij de financiële crisis. Bij de opstelling van het klimaatpakket is eveneens gebleken dat de lidstaten van de EU met één mond kunnen spreken en dat zij weten wat hun verantwoordelijkheid is. Op de genoemde punten heeft de Europese Unie haar waarde dus nadrukkelijk bewezen.

De geachte afgevaardigde heeft Tsjechië succes gewenst bij het vervullen van zijn voorzitterschap. Daar sluit ik mij graag bij aan.

Dan kom ik toe aan de reactie op de opmerkingen van de heer Vendrik. Ik ken zijn kritiek op het werken met kolencentrales. Ik wijs er echter op dat zolang er kolencentrales zijn, die techniek zeer bruikbaar is. Ik verwijs verder naar datgene wat ik eerder heb gezegd.

De motie van de heer Vendrik heb ik nog niet goed kunnen bekijken. De staatssecretaris zal erop reageren. Ik heb begrepen dat al enig onderzoek is verricht. De vraag is dan ook wat het gevraagde nog zou moeten opleveren. Ik heb grote aarzelingen bij aanneming van deze motie, maar de staatssecretaris zal er op ingaan.

Voorzitter. Hiermee heb ik de punten besproken die ik voor mijn rekening wilde nemen. Ik dank de leden nogmaals voor hun inbreng in tweede termijn.

Staatssecretaris Timmermans:

Voorzitter. Ook ik dank de Kamer voor haar inbreng in tweede termijn. Mij rest het leveren van commentaar op twee moties. De eerste is die van de heer Ten Broeke. Hij verzoekt de regering in de Europese Raad een veto uit te spreken ten aanzien van het verlenen van staatssteun aan Montenegro. Ik zou dat echt een zeer rare gang van zaken vinden. De procedure is helder. Ik heb die in mijn eerste termijn geschetst. Montenegro doet een verzoek, de Commissie geeft advies en dan zijn wij met onze inbreng in Raad aan de beurt. Er is dan nog alle mogelijkheid om een uitspraak te doen. Ik zou het echt rommelig vinden als wij nu al afspreken dat wij met een veto komen. Wij weten namelijk helemaal nog niet welke situatie wij zullen aantreffen. Het moet de Kamer duidelijk zijn dat zij net zo goed als dit kabinet de handen volledig vrij heeft om te reageren als ons iets wordt voorgelegd. Dat kan zij haar positie innemen. Wij lopen nergens op vooruit. Er wordt geen enkele toezegging gedaan. Ik vind de motie volstrekt overbodig en niet passen bij een ordentelijke toepassing van de procedures waarover wij in Europa een afspraak hebben gemaakt. Dus ik moet aanneming van deze motie ontraden.

De heren Vendrik en Pechtold hebben met hun motie gevraagd om een onderzoek, een quick scan, uit te voeren door PBL en ECN. Ik herhaal wat ik in eerste termijn heb gezegd. PBL en ECN hebben het EU-pakket doorgerekend. De doelstellingen zijn volstrekt niet gewijzigd. Er is dan ook geen enkele aanleiding om de doorrekening nog eens dunnetjes over te doen, want het akkoord dat in Brussel is bereikt, heeft geen enkel effect op de doelstellingen. Aanneming van deze motie moet ik ook ontraden. Het onderzoek is niet nodig.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van het debat. Ik dank de bewindslieden voor hun antwoorden.

Er is een tweetal toezeggingen gedaan.

De minister-president zegt toe om in het kader van de voorbereiding van de Ecofinraad de Kamer te informeren over de te hanteren systematiek inzake de excessieve tekortprocedure.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken zegt toe, de Kamer een brief te sturen met een nadere toelichting op het tijdens de Europese Raad overeengekomen Europese klimaatpakket, de gevolgen ervan voor het nationale beleid en de inzet op de klimaatconferentie in 2009 in Kopenhagen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.