Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3547-3550

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 18 december 2008 over het brede persbeleid.

De heer Bosma (PVV):

Voorzitter. Ik wil drie moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Ster een omzet heeft van 200 mln., geld waarvan anders in ieder geval een gedeelte ten goede was gekomen aan de dagbladen;

constaterende dat de tarieven van de Ster zeer laag zijn en dat dit dus een drukkend effect heeft op de advertentie-inkomsten van dagbladen;

overwegende dat snel teruglopende inkomsten en ontslagen bij kranten aan de orde van de dag zijn;

overwegende dat een bloeiend en veelzijdig dagbladwezen bijdraagt aan de democratie;

overwegende dat snel maatregelen genomen moeten worden teneinde het dagbladwezen te redden;

verzoekt de regering, op zo kort mogelijke termijn een einde te maken aan de uitzendingen van de Ster,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 3(31777).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Stimuleringsfonds voor de Pers miljoenen van ons belastinggeld weggeeft aan kansloze multiculti persprojecten;

constaterende dat het Stimuleringsfonds voor de Pers onder andere tot twee keer toe geld geeft aan Marokko.nl, dat bol staat van haat tegen joden, homo's, vrouwen en niet-moslims;

overwegende dat wij daar geen belasting voor betalen;

verzoekt de regering, onmiddellijk een einde te maken aan het Stimuleringsfonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 4(31777).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel internetactiviteiten van de publieke omroep zich bevinden op het terrein van dagbladen;

overwegende dat de dagbladen hiermee oneerlijke concurrentie wordt aangedaan, hetgeen de kranten bemoeilijkt, zich om te vormen van dagbladbedrijven naar multimediabedrijven;

verzoekt de regering, te bevorderen dat internetactiviteiten van de publieke omroep zich beperken tot hergebruik van reeds bestaande content die eerder is uitgezonden op radio of televisie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5(31777).

De heer Atsma (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie wil mede namens een aantal collega's de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering op korte termijn een tijdelijke commissie instelt, die zich buigt over het toekomstperspectief van de pers;

overwegende dat deze commissie aanbevelingen zal doen voor zowel de korte als middellange termijn;

verzoekt de regering, in de taakopdracht aan Atsmade commissie in elk geval aandacht te besteden aan de marktanalyse, de eigendomsverhoudingen in de pers, innovatie, alsmede crossmediale en internationale ontwikkelingen;

verzoekt de regering tevens, te onderzoeken waar mogelijke belemmeringen in de wetgeving kunnen worden weggenomen teneinde het perspectief van de pers, zowel landelijk, regionaal als lokaal te verbeteren;

verzoekt de regering voorts, in dit kader aandacht te besteden aan aspecten als de distributie, btw-problematiek en steunmaatregelen;

verzoekt de regering, hierover de Kamer begin juni 2009 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Atsma, Van Dam, Slob, Jasper van Dijk en Van der Vlies.

Zij krijgt nr. 6(31777).

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik wil de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onderzoeksjournalistiek past in een pluriform medialandschap en dat producten van onderzoeksjournalistiek passen in een democratische samenleving;

overwegende dat de regering een commissie wil benoemen die zich zal buigen over de vraag hoe de pers te versterken;

verzoekt de regering om deze commissie mede te vragen om bij hun onderzoek de volgende aspecten te betrekken:

  • - een vorm van fiscale regeling voor onderzoeksjournalisten zoals die ook voor andere sectoren bestaat binnen de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk);

  • - een (revolving) fund voor onderzoeksjournalistiek;

  • - matching grands voor onderzoeksjournalistiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7(31777).

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ter toelichting: eerder heb ik een motie met deze strekking ingediend, maar deze motie is daarvan een aanmerkelijk omvorming. Het leek mij eerlijk een motie met nieuwe formuleringen in te dienen.

Voorzitter. Ik wil nu de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een innovatiefonds de mediasector de gelegenheid kan geven, meer te innoveren;

overwegende dat de mediasector gebaat is bij een gelijk speelveld voor alle spelers;

verzoekt de regering, te borgen dat een dergelijk innovatiefonds marktwerking in de mediasector niet verstoort,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8(31777).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de publicatie van tijdschriften door de publieke omroep mogelijk de marktwerking kan verstoren in de mediasector;

verzoekt de regering om een inventarisatie te maken van activiteiten bij de publieke omroep die zich richten op het uitgeven van tijdschriften en gelijksoortige mogelijk marktverstorende activiteiten, en deze tezamen met een analyse van het kabinet voor de behandeling van de erkenningswet aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham en Remkes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9(31777).

De heer Remkes (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Excuseert u mij, maar ik had een medewerkster, van wie ik vandaag afscheid heb genomen. Sindsdien word ik niet meer precies op orde gehouden. Ik wil twee moties indienen in een interessante politieke combinatie.

De Kamer,

gehoord de Remkesberaadslaging,

overwegende de wenselijkheid van een "commercieel vrije" publieke omroep;

voorts overwegende de ongelijke concurrentieverhouding tussen de publieke omroep enerzijds en de commerciële mediapartijen anderzijds;

verzoekt de regering, de Tweede Kamer in 2009 een voorstel te doen tot vermindering van de opbrengsten van de Ster-reclame tot nul gedurende een periode van drie à vier jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Remkes en Halsema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10(31777).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende de wenselijkheid van gelijkwaardige concurrentieverhoudingen tussen de verschillende spelers in het medialandschap;

verzoekt de regering, te bevorderen dat de NMa onderzoek verricht naar mogelijke concurrentieverstoring en daarbij ook de inkomsten uit de Ster-reclame te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Remkes en Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11(31777).

Minister Plasterk:

Voorzitter. In de eerste motie van de heer Bosma wordt de regering verzocht over te gaan tot het afschaffen van de Ster. Ik wil allereerst daarbij aantekenen dat één van de overwegingen, namelijk dat de tarieven van de Ster zeer laag zijn, niet juist is. De tarieven van de Ster zijn immers marktconform en vergelijkbaar met die van de commerciële omroepen. Het is al eerder in het debat gesignaleerd, maar daarnaast denkt de regering anders dan de heer Bosma over de rol van de Ster en haar belang voor de publieke omroep. Dat is een bekend verschil van opvatting daarover. Ik ontraad de aanneming van deze motie.

In de tweede motie van de heer Bosma wordt het verder subsidiëren van het Stimuleringsfonds voor de Pers ontraden. De regering hecht echter zeer aan de huidige taak van het fonds, namelijk steun verlenen aan persorganen en aan onderzoek ten gunste van de hele bedrijfstak. Bovendien gaat het fonds nu juist ook een rol spelen bij de nieuwe innovatiemiddelen, die weliswaar met een lichtere regeling zijn ingesteld, en het bestemmen daarvan. Ik heb dat fonds dus hard nodig en daarom ontraad ik de aanneming van deze motie.

In de derde motie van de heer Bosma wordt gesteld dat de publieke omroep geen ander materiaal op het internet zou mogen aanbieden dan het reeds uitgezonden materiaal. Zoiets ontraad ik, al was het alleen maar omdat men bij het NOS-Journaal bijvoorbeeld de gewoonte heeft korte versies van de items, interviews en reportages in het Journaal uit te zenden en langere versies op het internet te plaatsen. Het is voor de kijker buitengewoon waardevol om de langere versie van een interview of gesprek daar te kunnen zien.

In de motie-Atsma c.s. wordt de regering gevraagd om ervoor te zorgen dat in de taakopdracht voor die commissie het een en ander is vastgelegd. Ik zal niet opnieuw opsommen wat; de heer Atsma heeft dat zojuist gedaan. Dat is conform wat ik in het AO heb gezegd en wat ik van plan ben aan die commissie te vragen. Dus ik beschouw deze motie als ondersteuning van het beleid en ik laat het oordeel over die motie graag aan de Kamer over.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter, mag ik hierover een vraag stellen?

De voorzitter:

Maar u hebt helemaal niet deelgenomen aan het debat en u hebt ook geen motie medeondertekend. U staat niet ingeschreven.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Ik wou geen overbodige moties indienen, maar ik heb deelgenomen aan het debat en ik zou graag een vraag willen stellen over deze motie.

De voorzitter:

Het is niet anders.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Betekent dit de instelling van een brede politieke commissie zoals de minister in het AO juist heeft ontraden? Dit gaat overal over.

Minister Plasterk:

Nee, dit is geen brede politieke commissie. U bent de enige die in het debat de terminologie "brede politieke commissie" hebt gebruikt. Ik heb vanaf het begin gezegd dat ik een commissie ga instellen met specialisten uit het veld die mij gaan adviseren over twee dingen. Op zeer korte termijn, binnen drie maanden, verwacht ik een advies over de procedure en de criteria voor een innovatiefonds en daarnaast voor begin juni 2009 een advies over andere aspecten van het versterken van de perssector. Er is dus geen sprake van een politieke commissie.

In de motie-Van der Ham wordt de regering gevraagd om bij dat onderzoek waarover wij het zojuist hadden, een vorm van een fiscale regeling voor onderzoeksjournalisten te betrekken, zoals ook bestaat voor andere sectoren binnen de WBSO. Ik heb vanmiddag de motivatie gegeven dat ik het antwoord hierop al weet, namelijk dat dit zich hiervoor niet leent. De heer Van der Ham heeft mede namens mevrouw Halsema gevraagd om de opdracht niet breder te maken dan nodig is. Ik zie het nut er niet van om de onderzoeksjournalistiek er in den brede bij te betrekken. Het gaat hier om het versterken van de schrijvende pers. Ik wil met alle plezier bij gelegenheid met de heer Van der Ham bekijken hoe wij de onderzoeksjournalistiek kunnen versterken, maar niet binnen de context van wat wij hier van plan zijn.

De voorzitter:

Begrijpt u het antwoord niet?

De heer Van der Ham (D66):

Ik begrijp het antwoord helemaal niet, want er zitten meerdere dingen in het dictum, dat ik heb aangepast, zodat er staat: zoals te vergelijken met de WBSO en niet dat het de WBSO moet zijn, zoals er in eerste instantie in stond. Wat dat betreft leest u de motie verkeerd en misschien te snel, maar wij zullen het zien bij de stemming.

Minister Plasterk:

Het gaat vanavond snel, dat geef ik onmiddellijk toe, maar u vraagt ook om een revolving fund voor onderzoeksjournalistiek. Als ik zou zeggen dat ik het oordeel aan de Kamer laat, zou ik op mij nemen om ervoor te zorgen dat er iets in dat fonds zit. Dat gaat net een stap verder dan de commissie voor de dag- en eventueel weekbladpers waarover wij het vanavond hebben.

In de voorlaatste motie van de heer Van der Ham en in de motie van de heer Remkes wordt gevraagd naar marktverstoring. Ik heb in het AO al gezegd dat er bij mij helemaal geen twijfel over is dat elke vorm van overheidssubsidie ergens een markt verstoort. Als je geen markt wilt verstoren, moet je niet collectief financieren, dus dat antwoord weet ik wel. Dat is juist het beoogde effect. Ik heb ook gezegd dat je de markt voor de boekhandel verstoort, als je de openbare bibliotheek subsidieert. Dat is een feit. Ik zou het onwenselijk vinden om vast te leggen dat het innovatiefonds de markt in de mediasector niet mag verstoren, want er zal altijd een zeker effect zijn.

De heer Remkes (VVD):

Ik ken de redenering van de minister, maar het verbaast mij dat hij wegduikt voor de feiten. In deze motie gaat het erom de feiten op tafel te krijgen, zodat wij daarover met elkaar een rationeel debat kunnen voeren.

Minister Plasterk:

Dit gaat overigens niet over uw motie, maar die heb ik er wel bij betrokken. Ik weet die feiten wel. Natuurlijk verstoort het bestaan van de publieke omroep de markt, al was het maar voor commerciële omroepen. Natuurlijk verstoort subsidie voor het bekostigd onderwijs de markt voor het LOI. Dat antwoord heb ik al.

De voorzitter:

Wij gaan hierover echt geen debat voeren, want het is het kerstregime en de minister heeft zijn oordeel gegeven.

De heer Van der Ham (D66):

Het innovatiefonds is iets nieuws wat de minister gaat oprichten. Mijn vraag in het debat was of dat geen nieuwe marktverstoring ten opzichte van de commerciële omroepen zou zijn.

Minister Plasterk:

Dit fonds is uitsluitend gericht op de schrijvende pers. Het is een tijdelijke impuls voor innovatie bij kranten en eventueel weekbladen. Ik zie niet dat dit een grote impact zal hebben, maar een zekere vorm van marktverstoring is er bij elke vorm van subsidie, dus het lijkt mij niet mogelijk om dicht te beitelen dat dit nooit mag gebeuren.

In de motie-Van der Ham/Remkes op stuk nr. 9 wordt de regering verzocht om te bekijken wat het effect op de markt is van de tijdschriftenpublicatie door de publieke omroep. Ik heb vanmiddag al gezegd dat wij volgend jaar bij de Erkenningswet hierover kunnen debatteren. Het dictum lijkt mij op zichzelf prima. Na de considerans nog even bekeken te hebben, laat ik het oordeel graag aan de Kamer over. Wij kunnen er vervolgens op terugkomen bij het debat over de Erkenningswet.

Het dictum van de motie-Remkes/Halsema op stuk nr. 10 komt uiteindelijk op hetzelfde neer als dat van de motie-Bosma op stuk nr. 3. De regering wordt immers verzocht om de Ster-reclame geleidelijk naar nul af te bouwen. Dit is echter niet wat de regering voorstaat om de redenen die vanmiddag in het AO naar voren zijn gekomen.

De motie-Remkes/Bosma op stuk nr. 11 heb ik al behandeld.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn oordeel over de moties. Stemmingen over de moties vinden hedenavond plaats.