Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3542-3544

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 18 december 2008 over de Wmo.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden, erop te letten dat er voldoende leden in de zaal blijven om de indiening van moties door collega's mogelijk te maken.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, motie 30131, nr. 95, inhoudende de vertegenwoordiging van het CIZ bij alle gemeentelijke zorgloketten, uit te voeren en de Kamer bij de voortgangsrapportage Wmo in het voorjaar 2009 en bij de SCP-evaluatie in 2010 verder te informeren in hoeveel gemeenten het Wmo-loket de toegang is tot de AWBZ-indicatiestelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 92(29538).

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Terwijl de thuiszorgspot van de SP, die in februari zo veel heeft losgemaakt, op dit moment de Gouden Loeki kan winnen, dien ik twee moties in.

De Kamer,

gehoord de Leijtenberaadslaging,

constaterende dat via www.zorgveiling.nl mensen geveild worden als zij huishoudelijke hulp en kraamzorg nodig hebben;

van mening dat het veilen van mensen onwenselijk is;

verzoekt de regering, het veilen van mensen die kraam- of huishoudelijke zorg nodig hebben per direct te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Langkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93(29538).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit recent onderzoek van Research Voor Beleid blijkt dat mensen die mantelzorg verlenen in de Wmo onvoldoende worden betrokken bij de indicatiestelling;

van mening dat (dreigende) overbelasting van mensen die mantelzorg verlenen met het stellen van de juiste indicatie kan worden voorkomen;

constaterende dat bij het hanteren van het protocol Gebruikelijk Zorg mensen die mantelzorg geacht worden te verlenen niet worden gehoord bij de indicatiestelling;

verzoekt de regering, te regelen dat mantelzorgers betrokken worden bij het vaststellen van de indicatie om te voorkomen dat zij overbelast raken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 94(29538).

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijs die betaald wordt voor huishoudelijke hulp onder de kostprijs ligt;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat er een minimumtarief gebaseerd op een reële kostprijs voor huishoudelijke hulp wordt ingevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 95(29538).

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. De motie van mevrouw Van Miltenburg refereert aan een eerder door haar ingediende motie. Ik heb in het algemeen overleg al gezegd dat in 94% van de gevallen het CIZ participeert in het Wmo-loket. Ik ben graag bereid na te gaan in hoeveel gevallen dat betekent dat het CIZ ondergebracht is bij het Wmo-loket en dat ook de toegang is tot de AWBZ-indicatiestelling. Ik zal proberen dat in de volgende voortgangsrapportage mee te nemen. Ik kan nu niet met zekerheid zeggen dat dit gaat lukken, maar ik zal het wel proberen. Mocht dat niet lukken, zal ik dat in elk geval later in het jaar doen. Ik heb dat volgens mij ook in het algemeen overleg al toegezegd. Ik heb gezegd dat in nagenoeg 100% van de gevallen wordt geparticipeerd. Ik acht de motie derhalve overbodig.

Ik kom nu op de motie van mevrouw Leijten over de zorgveiling. Daar hebben wij ook in het algemeen overleg over gesproken. Ik heb toen al gezegd dat ik de term "veilen" zeer ongelukkig vind om in het kader van thuiszorg en de kwetsbare positie van cliënten te gebruiken. Ik kan gemeenten daarop wijzen, maar ik ben niet in de situatie om dat per direct stop te zetten. Het is bekend dat het proces van aanbesteding een verantwoordelijkheid is van gemeenten en van aanbieders. Ik heb via het boekje Sociaal verantwoord aanbesteden al eerder gewezen op de onwenselijke effecten van het alleen letten op de prijs en de associatie met marktwerking. Ik zeg dat hier nog een keer en ik zal dat bij gelegenheid ook verder uitdragen. Per direct stoppen, al zou ik dat willen, ligt niet in mijn macht. Ik ontraad het aanvaarden van deze motie met deze kanttekening.

Mevrouw Leijten heeft in haar motie op stuk nr. 94 gewezen op het protocol Gebruikelijke Zorg en vraagt te regelen dat mantelzorgers worden betrokken bij het vaststellen van de indicatie. In het algemeen overleg heb ik al gezegd dat de last die mantelzorgers kunnen dragen en de aanwezigheid van mantelzorg dan wel het ontbreken daarvan moeten worden meegenomen bij de indicatie. Dat gebeurt ook. Het alleen aan mantelzorgers vragen en die te betrekken bij het vaststellen van de indicatie is in die zin onwenselijk en overbodig. Ik ontraad het aanvaarden van deze motie.

Mevrouw Agema heeft een motie ingediend over de betaalde prijs die onder de kostprijs ligt. Ik heb er tijdens het algemeen overleg al op gewezen dat ik het zeer onwenselijk acht dat onder de kostprijs wordt aangeboden en dat ik dat onder de aandacht van gemeenten en aanbieders heb gebracht. Ik zal dat graag naar aanleiding van de conclusies uit het rapport van PWC opnieuw doen. Het minimumtarief is daar echter niet de vanzelfsprekende oplossing voor. Ik ontraad het aanvaarden van deze motie.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik weet dat de staatssecretaris tijdens het algemeen overleg heeft gezegd dat het CIZ in heel veel loketten participeert. Het verzoek in de motie waaraan deze nieuwe motie refereert, was daar ook heel expliciet over. De Kamer was toen unaniem van mening dat geprobeerd moet worden dat in alle zorgloketten daadwerkelijk voor de AWBZ geïndiceerd kan worden. Dat is heel wat anders. Daar heeft de staatssecretaris tijdens het algemeen overleg niets over gezegd en nu weer niet. Het CIZ participeert in al die loketten vanwege het indiceren voor de Wmo.

Staatssecretaris Bussemaker:

Ik heb daar naar mijn idee tijdens het algemeen overleg wel iets over gezegd, namelijk dat dit wenselijk kan zijn maar dat het aan de gemeenten is of zij dat op die manier willen doen. Ik heb toen ook al aangegeven dat er pilots lopen waarin CIZ-indicaties zijn ondergebracht bij een gezondheidscentrum. Ook dat is een optie, dicht bij de mensen en dicht in de buurt. Ik ga graag na in hoeveel gevallen waarin nu wordt geparticipeerd de CIZ-indicatie ook daadwerkelijk is ondergebracht bij het Wmo-loket. Dat heb ik in het algemeen overleg gezegd en dat zeg ik nu nogmaals. Daarmee acht ik de motie overbodig.

Mevrouw Leijten (SP):

Twee moties, twee vragen. U geeft aan dat u de term "zorgveiling" een onwenselijke term vindt. Kunt u dan misschien uitleggen waarom EZ voor deze website een subsidie heeft verstrekt?

Research voor Beleid heeft geconstateerd dat mantelzorgers te weinig worden betrokken bij de indicatiestelling. Misschien kunnen wij elkaar op dit punt tegemoetkomen. U gaat de aanbevelingen uit het onderzoek met gemeenten bespreken. U zegt dat u wilt dat gemeenten die aanbevelingen gaan toepassen. Het punt dat mantelzorgers te weinig worden betrokken bij de indicatiestelling is echter geen aanbeveling. Wellicht kunt u de gemeenten als aanbeveling meegeven dat zij met die mantelzorgers ook kijken of deze niet worden overbelast raken door het protocol Gebruikelijke Zorg.

Staatssecretaris Bussemaker:

Voor uw eerste motie moet u bij EZ zijn. Ik ken de website niet. Het is best mogelijk dat deze een veel bredere strekking heeft dan het onderwerp waarover wij gisteren met elkaar spraken, namelijk de thuiszorg of de langdurige zorg. Ik vind de term "zorgveiling" onwenselijk, maar daarmee is niet gezegd dat anderen deze niet zouden mogen gebruiken. Voor mij drukt de term echter niet uit waar ik met de thuiszorg naar toe wil.

Wat betreft de mantelzorgers in uw tweede motie: als u het zo formuleert, dan doen wij dat al. Dat zit namelijk ook bij de basisfuncties waar ik gemeenten op afreken. Ik heb de Kamer daar in het kader van de Wmo al een brief over gestuurd. Voorkoming van potentiële overbelasting van mantelzorgers is ook in de AWBZ geregeld via het protocol dat het CIZ moeten gebruiken.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Als dit als aanbeveling wordt meegenomen naar de gemeenten, dan wil ik mijn motie graag aanhouden.

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. Dat lijkt mij een heel goede afspraak. Dan zijn wij elkaar in die zin goed genaderd.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Leijten stel ik voor, haar motie (29538, nr. 94) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen aan het eind van de avond over de ingediende moties stemmen. Ik dank de staatssecretaris voor haar komst.