Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3526-3527

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 4 december 2008 over vliegveld Twente.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de haar Haverkamp van het CDA. Pardon, ik zie dat de heer Vendrik al achter het spreekgestoelte staat.

Ik had u helemaal niet gezien, mijnheer Vendrik. Het spijt mij zo ontzettend dat ik u over het hoofd heb gezien. Ga uw gang.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Namens de CDA-fractie zou ik graag de volgende motie willen indienen.

Even serieus: namens de GroenLinksfractie dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ministers een duidelijke voorkeur hebben voor de optie voor de gebiedsontwikkeling van Twente met luchthaven boven alternatieven zonder luchthaven, zoals De Twentse Basis, die is uitgewerkt door de Stichting Alternatieven Vliegveld Twente;

constaterende dat het vertrouwen van maatschappelijke organisaties, zoals de Stichting Alternatieven Vliegveld Twente, in het afwegingsproces geschaad is door deze wending en zij het vertrouwen in de Vliegwiel Twente Maatschappij als procesbegeleider hebben opgeschort;

overwegende dat er een zakelijk afweging plaats moet vinden tussen uitgewerkte modellen, op basis van reeds lopende onderzoeken en argumenten rond economie, leefbaarheid en milieu;

overwegende dat het afwegingsproces beïnvloed wordt als er nu al wordt voorgesorteerd op de wenselijkheid van een optie met luchthaven;

spreekt uit dat het kabinet er zorg voor draagt dat het model zonder luchthaven een volwaardige kans krijgt binnen het gebiedsontwikkelingsproces ten opzichte van het model met luchthaven en bewerkstelligt dat De Twentse Basis niet langer onder regie van de VTM, maar onder eigen regie een volwaardig alternatief kan ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik en Roemer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14(31700 IXB).

De heer Vendrik (GroenLinks):

Deze motie is meeondertekend door de heer Roemer en niet door de heer Haverkamp, maar daar was ik al bang voor.

De heer Haverkamp (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie heeft toch besloten een eigen motie in te dienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Ministerieel Opdrachtgeversberaad besloten heeft, niet verder te gaan met de exploitatie van de luchthaven Twente gedurende de interim-fase;

constaterende dat provinciale staten van Overijssel op 26 november jongstleden hebben uitgesproken dat het gebiedsproces dient te worden voortgezet en afgerond en dat op korte termijn de marktverkenning van vlekkenplan A en B dient plaats te vinden;

verzoekt de regering:

  • - zich in te spannen, het gebiedsproces samen met alle betrokken partijen versneld voort te zetten;

  • - beide vlekkenplannen in de procedure gelijkwaardig uit te werken en versneld af te wegen en tussentijds bij de Luchtvaartnota, maar in ieder geval voor 31 maart, inzicht te bieden in de voortgang van de uitwerking van deze vlekkenplannen;

  • - daarbij tevens inzicht te bieden in de voortgang van gesprekken met marktpartijen inzake beide vlekkenplannen, maar zeker inzake de haalbaarheid van een langdurige exploitatie van de luchthaven waarbij door de gegadigde marktpartijen recht gedaan wordt aan de door provinciale staten van Overijssel geformuleerde uitgangspunten;

  • - een gedragen standpunt in de regio zwaar te wegen;

  • - voor 15 juni met het Rijk en de regio tot een besluit te komen en de Kamer daarvan onverwijld in kennis te stellen,

en gaat over tot de orde van de Haverkampdag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Haverkamp, Ten Broeke en Tang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15(31700 IXB).

Wij wachten even tot de minister beschikt over de teksten van de moties. In verband met het kerstregime volstaan een kort antwoord en een kort adviesoordeel over de motie. Dat zeg ik overigens al de hele dag, niet alleen tegen minister Eurlings. Zo ben ik niet.

Minister Eurlings:

Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun bijdrage en ingediende moties. Ik dank hen ook voor hun opmerkingen, hoewel zij – als zij mij een beetje hebben leren kennen – in mijn optreden continu een uitvoering van het kerstregime zien. Dus kort als altijd zal ik snel reageren op de ingediende moties.

Ik snap dat de leden die de motie-Vendrik/Roemer hebben ingediend er een probleem mee hebben dat mensen zijn weggelopen van het overleg. Dat gevoel van teleurstelling onderschrijf ik. In het AO dat wij hierover hadden, heb ik gezegd dat ik mijn uiterste best zou doen om iedereen terug te krijgen aan de tafel. Dat is eerstens geprobeerd via het spoor van de regio. Ik heb hierover overlegd met de regio, maar dat is niet gelukt. Ik kan hier formeel melden dat ik mijn directeur luchthavens richting de regio zal sturen in een ultieme poging om iedereen weer terug te krijgen in het overleg. Dat punt ga ik op die manier vormgeven.

Voor het overige straalt deze motie te veel uit dat wij er niet gebalanceerd in zouden zitten. Ik heb net in het debat mijn uiterste best gedaan om de Kamer daarvan te overtuigen. Bovendien wordt in deze motie een verschil gemaakt in regie tussen de verschillende vlekkenplannen. Dat vind ik niet wenselijk, omdat ik de optie van een variant C wil openhouden. Daarom vind ik het van belang dat de twee vlekkenplannen onder dezelfde regie worden ontwikkeld, zodat zij onderling uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn en hetzelfde traject doorlopen. Ik vind het een teken van gelijkwaardigheid als je dat op dezelfde manier oppakt. Daarom ontraad ik de aanneming van deze motie, maar ik heb zojuist in de richting van de mensen die zijn weggelopen, gezegd dat door iemand hoog in het apparaat van het ministerie namens mij actief wordt geprobeerd om deze mensen terug te krijgen in het overleg. Ik hecht daar zeer aan

Dan kom ik op de tweede motie, die is ingediend door de leden Haverkamp, Ten Broeke en Tang, waarin de wens wordt uitgesproken om beide vlekkenplannen gelijkwaardig uit te werken en versneld af te wegen. Dat vind ik van belang, want wij moeten nu versneld tot een afweging komen. Verder wordt gevraagd, inzicht te bieden in de voortgang van gesprekken met marktpartijen inzake beide vlekkenplannen en daarbij recht te doen aan de in de motie van provinciale staten van Overijssel geformuleerde uitgangspunten. Dit lijkt mij de weg vooruit, waarbij het proces op een eerlijke manier wordt doorlopen. Omdat ik de motie van provinciale staten zelf ook als mijn marsroute heb aanvaard, kan ik deze motie overnemen als ondersteuning van het beleid en bij dezen toezeggen dat ik deze ga uitvoeren.

De heer Haverkamp (CDA):

Dan trek ik deze motie in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Haverkamp c.s. (31700-IXB, nr. 15) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor deze uitzonderlijk bondige wijze van beantwoorden. Dat gaan wij onthouden. De stemming over de andere motie vindt vanavond plaats.