Aan de orde is het debat over het uitvoeren van de motie inzake tijdelijke verhoging Nationale Hypotheek Garantie.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. In de Kamer is tijdens de behandeling van de begroting voor Wonen, Wijken en Integratie een uitvoerig debat gevoerd over de situatie op de woningmarkt en de wenselijkheid van maatregelen. De Kamer heeft na dit debat met een overgrote meerderheid de motie over de tijdelijke verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie aangenomen.

De plaatsvervangend minister-president heeft na de ministerraad van afgelopen vrijdag aangegeven dat de motie over de tijdelijke verhoging van de NHG niet wordt uitgevoerd. Hij hanteerde hierbij dezelfde argumentatie als de minister tijdens het begrotingsdebat voor WWI. Wel voegde minister Bos hieraan toe dat de motie niet gedekt zou zijn, dat deze minstens 40 mln. zou kosten en dat verhoging van de NHG alleen de banken zou helpen en niet de kopers.

Hoe komt het kabinet aan het bedrag van 40 mln.? Kan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie aangeven waar op de begroting voor WWI een dekkingspost staat voor de huidige NHG-verplichtingen en hoe hoog deze post is? Indien hij deze zou kunnen aangeven, is de VVD-fractie graag bereid om dekking voor deze motie aan te reiken.

Is de NHG niet juist bedoeld om kopers op een veilige en verantwoorde wijze de mogelijkheid te bieden om een eigen huis te kopen? Dat is toch de missie? Voor de NHG betalen de mensen zelf een premie om de risico's af te dekken. Tegelijkertijd ontvangen zij een korting op de verschuldigde hypotheekrente, omdat de banken minder risico lopen.

Minister Bos zei dat de verhoging van de NHG alleen voor de banken was en niet voor de kopers. Deze opmerking raakt kant nog wal. Het is om diverse redenen een juiste maatregel op het juiste moment in de huidige marktsituatie.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie, en daarmee het kabinet, bagatelliseert de problemen op de woningmarkt. Daarom heeft de Tweede Kamer met een grote meerderheid laten weten wel een specifieke maatregel te willen nemen, namelijk de NHG tijdelijk verhogen. Het kabinet legt deze Kameruitspraak naast zich neer en neemt daarmee de volksvertegenwoordiging niet serieus. De VVD gaat er dan ook van uit dat in elk geval de fracties die voor de motie hebben gestemd, en in het bijzonder die van het CDA en de PvdA, dezelfde analyse maken en dat zij met mij de minister vragen om deze motie per direct uit te voeren en, indien nodig, een motie zullen steunen om dat nogmaals vast te leggen.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik mag mijn eerste woorden tot de nieuwe minister richten. Nogmaals welkom.

De motie ter verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie heeft de PVV van harte gesteund. De Nationale Hypotheek Garantie geeft tot 0,5% korting op de hypotheekrente en dat is goed nieuws voor alle mensen die een woning gaan kopen. Het is in tegenstelling tot wat Wouter Bos hierover bij Een Vandaag zei, niet zozeer een regeling voor de banken, maar juist voor de mensen die een woning willen kopen.

De voorzitter:

Ik onderbreek u even. Ik doe dit niet om flauw te zijn, maar u sprak volgens mij over de minister van Financiën. Dat is de manier waarop wij hem hier aanduiden en niet met zijn privénaam. Daaraan moeten wij niet beginnen.

De heer Madlener (PVV):

Voor mij is nieuw dat ik iemand niet bij zijn naam mag noemen, maar ik zal hem aanduiden als de minister van Financiën.

De voorzitter:

Wij doen dat allemaal zo.

De heer Madlener (PVV):

In tegenstelling tot wat de minister van Financiën hierover zei bij Een Vandaag, is deze regeling niet zozeer voor de banken bedoeld, maar juist voor de mensen die een woning willen kopen. Door het verhogen van de grens van de Nationale Hypotheek Garantie tot € 350.000, kunnen alle mensen die een woning kopen tot € 318.000 gebruik maken van deze garantiestelling. Dat is ongeveer 80% van de totale woningmarkt.

Het is op de eerste plaats dus goed nieuws voor de burger, die honderden euro's kan besparen op zijn hypotheek. Nu de huizenmarkt sterk is afgekoeld, kan deze maatregel ook helpen om de nieuwbouw een zetje in de rug te geven. Het is dus ook goed nieuws voor al die mensen die in de bouwsector werken. Ten slotte is het goed voor de banken, want die lopen minder risico op hun hypotheken.

De PVV-fractie heeft geen enkele goede reden gehoord om de Kamerbreed gesteunde motie om de Nationale Hypotheek Garantie tijdelijk te verhogen niet uit te voeren. De minister van Financiën kwam met een zeer onduidelijk verhaal. Hij zegt er niet van overtuigd te zijn dat dit de beste manier is om de woningmarkt in beweging te houden. Alternatieven heb ik in het geheel niet gehoord.

De heer Jansen (SP):

Ik heb een kleine feitelijke correctie: de SP-fractie heeft tegen deze motie gestemd. De motie werd dus niet Kamerbreed gesteund.

De heer Madlener (PVV):

Excuus, dat was een onjuistheid. De SP-fractie heeft de motie niet gesteund.

De verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie is geen wondermiddel. Die bestaan immers niet. Als er zoveel voordelen te noemen zijn voor woningkopers, woningbezitters en hypotheekverstrekkers en de motie ook nog eens door alle fracties minus die van de SP is gesteund, is het wel een heel merkwaardige manier van omgang van de regering met de volksvertegenwoordiging om met zo weinig argumenten deze motie naast zich neer te leggen. Ik vraag de regering om opheldering hierover.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. De fractie van D66 heeft tegen de motie-Van der Burg gestemd, ook al vind ik haar heel sympathiek. Wij willen terughoudend zijn met het onder druk van deze kredietcrisis opeens zomaar verstrekken van meer kredieten of garanties. Het te gemakkelijk verstrekken van dergelijke kredieten lijkt juist een van de oorzaken van deze crisis. Het verstrekken van kredieten of garanties is voor de D66-fractie overigens niet onbespreekbaar, maar dan wel binnen een bredere discussie over de woningmarkt, over de hypotheekrenteaftrek, over huurliberalisatie en over de positie van corporaties. Juist die discussie wordt niet gevoerd. De linker- en de rechterhelft van de Kamer verklaren elk deel van dat debat taboe en dat was het dan.

Dit alles betekent uiteraard niet dat de regering zomaar een motie van de Kamer naast zich neer kan leggen. Dat is de staatsrechtelijke kant van de zaak. Onze eerste vraag is of dat nu is wat hier gebeurt, dat de regering een motie naast zich neerlegt. Dat de minister van Financiën met achterdocht naar een ongedekte motie kijkt, lijkt ons overigens niet meer dan terecht. Vroeg of laat zal hij of dit kabinet er toch mee aan de slag moeten gaan. Het dictum laat weinig open voor interpretatie: "verzoekt de regering, de Nationale Hypotheek Garantie voor een periode van twee jaar te verhogen van € 265.000 naar € 350.000". Dat staat er. Wanneer gaan wij het hebben over de uitwerking van die motie? Doen wij dat bij het debat over de brede visie op de woningmarkt, waar de Kamer om heeft gevraagd, of doen wij dat nu?

De gemeenten willen niet langer garant staan voor hypotheken met een Nationale Hypotheek Garantie. Wij hebben begrepen dat de VNG inmiddels met het Rijk in gesprek is over het overdragen van de gemeentelijke garanties aan de Staat op niet al te lange termijn. Wat is de stand van zaken in die gesprekken? Is het Rijk bereid de garantiestelling van de gemeenten over te nemen? Hoe zit het met de dekking daarvan? De D66-fractie vindt dat de regering geen garanties moet afgeven zonder de risico's en de mogelijke kosten inzichtelijk te hebben gemaakt. De gemeenten vrezen dat zij vaker zullen worden aangesproken op hun garantiestelling. Heeft de minister daar al cijfers over, zodat wij ons een beeld kunnen vormen van waar het nu precies om gaat? Kan hij iets zeggen over het effect van de bewegingen van de Nationale Hypotheek Garantie op de woningmarkt in zijn geheel?

Vandaag is de motie-Van der Ham/Depla aangenomen waarin de regering wordt gevraagd te onderzoeken hoe de executieveilingen voor vastgoed kunnen worden verbeterd. Deze discussie is ook in het licht van de Nationale Hypotheek Garantie zeer actueel. Deze week verschenen cijfers waaruit bleek dat transacties op de vastgoedexecutieveilingen samen zorgen voor een vermogensschade van ongeveer 80 mln. op jaarbasis. Wat interessant is, is de vraag welke consequenties de verschillen tussen de geïndexeerde waarde op de executiedatum en de veilingopbrengst voor de Nationale Hypotheek Garantie hebben. Heeft de regering eigen cijfers die dit beeld bevestigen? Is de minister bereid dit nader te onderzoeken en, zo nee, waarom niet?

Als de D66-fractie één conclusie mag trekken uit dit debat en de andere debatten over de woningmarkt, is het wel dat wij niet langer kunnen wegkijken van hervormingen op de woningmarkt. Als het al zo is dat partijen er de komende twee jaar niet aan willen, laten wij dan in elk geval de discussie beginnen voor de jaren daarna.

De heer Madlener (PVV):

De heer Van der Ham stelt dat er ruimhartig wordt omgegaan met kredietverstrekking. Hij weet toch dat juist die Nationale Hypotheek Garantie heel strenge voorwaarden heeft? Hoe komt hij erbij dat er sprake is van ruimhartige kredietverstrekking?

De heer Van der Ham (D66):

Als dat wordt gedaan, laadt de overheid daarmee een extra verantwoordelijkheid op zich. Wij willen eerst inzichtelijk hebben wat dat voor consequenties heeft en of dat niet allerlei verstoringen teweeg brengt. Daarom hebben wij tegen die motie gestemd. Als je dit soort dingen gaat doen, moet je heel goed weten of dat wel voldoende effect heeft en of wij dat risico eigenlijk wel willen nemen. Ik vind dat daarvoor de noodzaak onvoldoende is aangetoond.

De heer Madlener (PVV):

Dat was mijn vraag niet. Ik heb gevraagd waarom de heer Van der Ham vindt dat er door de NHG ruimhartig met kredieten wordt gestrooid, terwijl de voorwaarden voor het verkrijgen van die garantie juist zeer streng zijn.

De heer Van der Ham (D66):

Ja, maar die voorwaarden worden toch verruimd? Dan worden die minder streng en ik ben juist een voorstander van strengheid. Dat is het verschil.

De heer Madlener (PVV):

Er zijn strenge voorwaarden. Als je die verruimt, moet ook het salaris aan de eisen voldoen. Natuurlijk blijven die voorwaarden heel streng.

De voorzitter:

U beiden praat een beetje langs elkaar heen.

De heer Van der Ham (D66):

Maar het geld ... Dat is opgehoogd, dus dan is het toch minder streng?

De voorzitter:

Als u dat debatje in de wandelgangen wilt voeren, vind ik dat prima, maar niet hier. Nu gaan wij allemaal luisteren naar mevrouw Van Gent.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter, zo is dat. De GroenLinksfractie heeft de motie van mevrouw Van der Burg gesteund. Ik zeg dat maar meteen om te voorkomen dat daarover misverstanden ontstaan. Nadat die motie is aangenomen, is er wel sprake van verschillende ontwikkelingen die de GroenLinksfractie serieus wil meewegen. Ik raad mevrouw Van der Burg aan om geen motie in te dienen die tot doel heeft om deze motie uit te voeren, zolang zij niet heel zeker weet dat laatstgenoemde motie het haalt. Anders is haar eerste motie daarmee van tafel. Het lijkt mij dan ook linke soep om dat te doen, maar die afweging moet zij zelf maken.

In de ogen van de GroenLinksfractie is de motie-Van der Burg nog niet van tafel, maar er is een aantal nieuwe ontwikkelingen. Op het moment dat wij over die motie stemden, was ons nog niet expliciet een visie op de toekomst van de woningmarkt toegezegd. Uit de krant heb ik begrepen dat dit inmiddels wel is gebeurd. Ik verzoek de minister om voor 1 februari 2009 met die visie te komen. Daarmee kan hij immers niet te lang wachten. Ik zou graag willen dat in die visie aan de orde komt hoe die woningmarkt zich ontwikkelt en wat de samenhang is met de NGH. De VNG heeft over de nationale hypotheekgarantie gezegd dat de premie te laag is en dat de financiële risico's te groot zijn. Die risico's zouden groter worden als het plafond werd verhoogd. Ik mag dus aannemen dat de minister die risico's serieus meeweegt.

Op basis van de visie die de minister wat mij betreft voor 1 februari 2009 aan de Kamer aanbiedt, zullen wij alles in samenhang bekijken en nagaan wat er met de motie-Van der Burg moet gebeuren.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ik begin met een belangrijk procedureel punt. Als de Kamer een motie heeft aangenomen, verwacht zij van het kabinet dat het die uitvoert. In een uitzonderingssituatie waarin dat niet van het kabinet kan worden verlangd, verwacht de Kamer een brief waarin gedegen wordt beargumenteerd waarom die motie niet kan worden uitgevoerd. Dat wij in de marge van andere debatten of uitlatingen van een minister of wie dan ook na een bijeenkomst van het kabinet moeten afleiden dat kennelijk is besloten om een motie niet uit te voeren, is geen goede handelwijze. Ik vind dat wij er gewoon van uit kunnen gaan dat die motie wordt uitgevoerd, tenzij wij zo'n brief zien. Naar mijn idee zijn die andere opmerkingen dus prematuur. Kan de minister dat bevestigen?

Mijn fractie heeft de motie-Van der Burg met overtuiging gesteund. Zij is van mening dat het nodig is om op korte termijn maatregelen te nemen en dat wij ons dus niet de luxe kunnen veroorloven om een tijdje af te wachten. Onze grote zorg is dat er nog steeds een structureel tekort aan woningen is en dat de ingezakte vraag slechts tijdelijk is. Straks zal die vraag weer groot zijn. Als de woningproductie weer niet op peil gehouden wordt, zullen de huizenprijzen straks de pan uitrijzen. De verhoging van de NHG-grens komt ons als een effectieve maatregel voor. Het is een middel om het vertrouwen bij banken en potentiële kopers te herwinnen, de doorstroom weer op gang te brengen en zodoende de vraag naar productie van nieuwe woningen op peil te houden. Als wordt gezegd dat er een prijskaartje aanhangt, dan is de vraag in hoeverre dat deels kan worden gecompenseerd door een verhoging van de eenmalige premie bij afsluiting van een NHG-hypotheek.

Wij horen ook dat diverse gemeenten om de tafel zijn gaan zitten met marktpartijen en woningcorporaties om de lokale woningproductie op peil te houden. Dat is positief. Denkt de minister hierin mee en springt hij bij waar nodig? Ik sluit mij aan bij de woorden van degenen die al eerder maar ook vandaag hebben gezegd dat het van belang is om snel een totaalplaatje van het kabinet te krijgen ten aanzien van de maatregelen voor de huizenmarkt.

De heer Van Bochove (CDA):

Voorzitter. Bij de behandeling van de WWI-begroting heb ik namens mijn fractie een drietal voorstellen gedaan ter bevordering van de voortgang in de woningmarkt. Een daarvan betrof het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie. Dat is ook in een motie uitgesproken.

Na het debat over de hypotheekcrisis heeft de minister van Financiën in een persconferentie aangegeven de motie vooralsnog niet te zullen uitvoeren. Een brief hierover heeft de Kamer niet bereikt, maar dat was toch wel het minste geweest. De heer Van der Staaij zei ook al dat je een motie op zijn minst onderbouwd niet uitvoert. Kan de minister bevestigen dat het kabinet eind januari aanstaande in een uitgebreide brief over de aanpak van de woningmarkt ook zeer gemotiveerd terugkomt op het punt van de verhoging van de NHG?

De CDA-fractie vindt overigens dat met de ondubbelzinnige verklaring van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die aangeeft niet meer te willen meewerken aan verhoging van de NHG en – zo hebben wij begrepen – in feite helemaal af te willen van de NHG, een nieuwe situatie is ontstaan. De financiële risico's voor het Rijk kunnen daardoor aanmerkelijk groter worden. Als de VNG ertussenuit valt, moet er bovendien een nieuwe regeling komen. Het is opvallend dat de gemeenten die met anderen hard roepen om te komen tot maatregelen ter bevordering van de woningbouw, bij het eerste het beste voorstel waarbij zij zouden kunnen zijn betrokken, niet thuis geven.

De CDA-fractie vraagt van het kabinet uiterlijk 1 februari 2009 met een inhoudelijke reactie op de motie te komen, in samenhang met mogelijke andere voorstellen. Daar moeten de jongste ontwikkelingen bij worden betrokken, namelijk de reactie van de VNG, het rapport-Van Rijn en de financiële en mogelijke andere risico's voor het Rijk. Op die manier kan de Kamer tot een weloverwogen beoordeling van het kabinetsstandpunt komen. Graag spreekt mijn fractie, in samenhang met die mogelijke andere voorstellen, over een totaalpakket, waaronder een visie over de NHG.

De heer Jansen (SP):

Ik wilde even terugkomen op uw uitspraak dat er een nieuwe situatie is ontstaan door de opstelling van de VNG. Bij mijn weten is het advies-Van Rijn op 20 november jongstleden aan de Kamer gezonden. Daar stond precies in wat de VNG ongeveer een maand later nog eens in de krant heeft laten zetten. Past hier niet een mea culpa van de CDA-fractie, temeer omdat de SP-fractie in het debat deze argumenten ook al heeft gebruikt?

De heer Van Bochove (CDA):

Als het om de argumenten van uw fractie gaat, dan zal ik niet ontkennen dat deze in het debat zijn gebruikt. Sterker nog, de VNG roept al veel langer dan november jongstleden dat zij vindt dat zij van de NHG af wil. Maar de realiteit is een andere, namelijk dat de NHG bestaat met afspraken tussen Rijk, gemeenten en de NHG over de verdeling van eventuele schade en dat het uitstappen van een der partijen verstrekkende gevolgen heeft voor het systeem – het zal moeten leiden tot een ander systeem – en voor de achterblijvende partijen. Natuurlijk zijn er oplossingen mogelijk – die zijn in dit debat ook al aangevoerd – maar vooralsnog zijn deze niet van toepassing.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het valt mij op dat er nu opeens gezegd wordt dat er pas op 1 februari een kabinetsreactie hoeft te liggen. Is dat niet vreselijk laat? Wij hebben toch tijdens het debat over de begroting aangegeven dat wij haast hebben en dit soort maatregelen niet boven de markt willen laten hangen, omdat dat de onduidelijkheid alleen maar groter maakt? Waarom moeten wij van de CDA-fractie opeens zo ontzettend lang wachten op de reactie?

De heer Van Bochove (CDA):

Mevrouw Van der Burg hoeft van mij helemaal niet lang te wachten. Ik vind namelijk dat het heel snel 1 februari is. In antwoord op vragen van de heer Jansen heb ik al duidelijk gemaakt dat je tot een heel nieuw systeem zult moeten komen als je de NHG wilt uitvoeren zonder de gemeenten. Je kunt het bedrag namelijk niet eenzijdig ophogen. Als het kabinet erin slaagt om dat voor 1 februari rond te hebben, is dat een geval van heel snel handelen.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Begrijp ik dus goed dat de heer Van Bochove wil dat de motie per 1 februari geëffectueerd is en niet dat wij per 1 februari het antwoord op de brief hebben ontvangen? Dat zegt hij namelijk.

De heer Van Bochove (CDA):

Nee, ik zeg dat het heel snel zou zijn als het kabinet op 1 februari met het voorstel komt. Vervolgens zal er in de Kamer een debat over die zaak worden gevoerd, want het systeem moet veranderen. Mijn fractie heeft daar een opvatting over. In mijn inbreng heb ik het kabinet gevraagd, ook de financiële complicaties in kaart te brengen. Vervolgens voeren wij er wat mij betreft op 1 februari een debat over. Ik heb letterlijk gezegd "waaronder een visie over de NHG."

De voorzitter:

Helemaal tot slot, mevrouw Van der Burg.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

De heer Van Bochove weet toch ook dat de NHG zelf heeft aangegeven dat het binnen een maand kan?

De heer Van Bochove (CDA):

Zeker.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het is een tijdelijke maatregel, dus waarom moeten wij wachten en pas na 1 februari het debat aangaan? Ik begrijp het echt niet.

De heer Van Bochove (CDA):

Dat kan ik wel uitleggen. Het is omdat er sprake is van een fundamentele verandering in het systeem. Op dit ogenblik wordt de achtervang gevormd door de gemeenten en het Rijk, ieder voor de helft. De risico's zijn dus ook keurig netjes verdeeld. De gemeenten willen aan de ene kant dat er gebouwd wordt en dat er een geweldig aantal maatregelen wordt genomen, maar lopen aan de andere kant voor de verantwoordelijkheid weg. Als het Rijk die verantwoordelijkheid volledig moet overnemen, wil ik daarvan wel de consequenties weten.

De heer Depla (PvdA):

Voorzitter. Zowel bij de behandeling van de begroting van WWI als bij het debat over de bestedingsafspraken eind oktober, heb ik namens de PvdA-fractie voorstellen gedaan om de bouwproductie zo goed mogelijk op peil te houden. Dat is van groot belang, omdat het in een groot deel van Nederland voor mensen met een laag of gewoon inkomen onmogelijk is een betaalbare woning te vinden en er lange wachtlijsten bestaan voor betaalbare huurwoningen. Bouwen, bouwen, bouwen is daarop het antwoord.

In deze economisch slechte tijd dreigt het aantal verkochte nieuwbouwhuizen terug te lopen. Dit betekent dat de bouwproductie in 2009 en 2010 naar beneden dreigt te gaan. Tegen die achtergrond heeft de PvdA-fractie voorstellen gedaan om corporaties te helpen anticyclisch te kunnen bouwen: nu meer huurwoningen bouwen en in betere tijden deze weer verkopen. Deze voorstellen gaan dus over de aanbodkant. Het gaat echter ook om de vraagkant; als er niemand meer een woning koopt, zal uiteindelijk ook de bouwproductie minder worden. Daarom heeft mijn fractie de motie om de NHG te verhogen gesteund, zij het met enige aarzeling, zoals iedereen kon zien. Het kabinet zegt dat het betere maatregelen weet om de problematiek op de woningmarkt aan te pakken. Wij hebben deze betere maatregelen helaas nog niet in een brief kunnen zien. Mijn fractie is dus zeer benieuwd om in januari in die brief te kunnen lezen wat dan wel de betere maatregelen zijn.

Ik wil graag nog een paar vragen stellen, waarop ik in die brief nader antwoord wil. Ten eerste wil ik meer informatie betreffende de kosteneffectiviteit van de verhoging van de NHG. Wij kunnen immers elke euro maar eenmaal uitgeven. Dat moet mevrouw Van der Burg van de VVD aanspreken ... Blijkbaar ziet het kabinet effectievere maatregelen die mogelijk zijn tegen dezelfde kosten. Ten tweede wil ik weten wie de maatregel moet betalen. Zojuist werd in een interruptiedebat duidelijk dat het eventueel betaald kan worden door de NHG-premie te verhogen voor alle huizenkopers. Er zijn echter grenzen aan bij wie wij de rekening willen neerleggen. Ten derde wil ik in de brief het volgende punt aan de orde zien. In de visie van de PvdA-fractie is een van de problemen op de huidige woningmarkt dat heel veel mensen niet een nieuw huis durven kopen, omdat zij bang zijn het huis dat zij al bezitten niet te kunnen verkopen. Het is daarom interessant om te zien of de NHG-maatregel die angst wegneemt. Oftewel, is het wel een echte oplossing voor het grootste probleem van dit moment?

Tot slot sluit ik mij aan bij de opmerking van het CDA over de rol die de gemeenten nog willen spelen bij de NHG. Mijn fractie wil dat het kabinet in de beoordeling van de motie meeneemt in hoeverre de opstelling van de VNG een rol heeft gespeeld bij de bepaling van het kabinetsstandpunt.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. De ChristenUnie heeft tegen de motie van collega Van der Burg gestemd. Ten eerste omdat een aanpassing van de NHG in een breder verband dient te worden bezien, ten tweede omdat een dekking ontbreekt en ten derde omdat een aanpassing van de NHG – mijn collega Van Bochove sprak er ook al over – niet buiten de gemeenten om kan worden gedaan. Ik ga even in op het bredere verband. Er ligt een advies van de commissie-Van Rijn over meerdere aspecten van de NHG dan alleen de hoogte van de garantie. De minister heeft gezegd dat hij op korte termijn bestuurlijk overleg zal voeren en dat hij de Kamer vervolgens over de conclusies zal informeren. Ik vraag de minister wanneer de Kamer deze conclusies mag verwachten. Er moet niet alleen naar de hoogte van de garantie worden gekeken, maar ook naar de effecten van een al dan niet tijdelijke verhoging, met de kosten daarvan en de risico's. De motie levert niet de benodigde 40 mln. die hiervoor nodig is.

In het kabinet is vrijdag gesproken over de aangenomen motie. De Kamer zou spoedig hierover worden geïnformeerd. Ik heb alleen maar uitspraken gehoord van de minister van Financiën in het gesprek met de vicepremier op tv. De ChristenUnie wacht dus rustig de officiële reactie van het kabinet af, hoewel zij die liever eerder had gehad dan de uitspraken tegenover de pers.

De heer Jansen (SP):

Voorzitter. Moties horen wat betreft de SP niet lichtvaardig terzijde te worden geschoven, ook al betreft het in dit geval een motie waar wij tegen hebben gestemd. Ik kan mij de verontwaardiging van mevrouw Van der Burg op dat punt heel goed voorstellen. De reden dat de SP-fractie tegen de motie stemde, was overigens niet van principiële maar van praktische aard. Ten principale kan mijn fractie zich heel goed voorstellen dat het goed kan werken als de grens van de NHG wordt verhoogd. Op 20 november jongstleden echter heeft de minister het advies van de commissie-Van Rijn – ik sprak eerder abusievelijk over de commissie-De Rijk – naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wil zo snel mogelijk af van haar aandeel van 50% in de achtervang van de NHG. Dat was al bekend ten tijde van het indienen van de motie-Van der Burg. Dat is ook door mijn fractie naar voren gebracht in het desbetreffende debat. Naar de mening van de VNG is de premie te laag en het risico te hoog. Misschien is de premie wel een factor vier te laag om de risico's te kunnen dekken. In de Volkskrant van 16 december zei de woordvoerder van de VNG nogmaals dat het gezamenlijke risico van de gemeenten kan oplopen tot ruim 1 mld. Mijn vraag aan de minister is of dat bedrag klopt. Dat is natuurlijk geen kleingeld; het ruikt als een stinkend lijk in de kast. Om die reden heeft de SP-fractie op 9 december tegen de motie gestemd. Zij vindt dat er eerst duidelijkheid moet worden gecreëerd over de risicopositie van de NHG en de daarbij behorende premie. Vervolgens moet de situatie hersteld worden dat de Nationale Hypotheek Garantie een regeling is die zichzelf bedruipt, hetzij door de toelatingseisen aan te scherpen, hetzij door de fraudebestrijding te verbeteren, hetzij door de premie te verhogen. Een combinatie van deze drie opties is uiteraard ook mogelijk. Daarna is een verhoging van de NHG-grens voor mijn fractie best een logische optie.

Ik neem aan dat ook andere fracties hechten aan het handhaven van het principe van de kostendekkendheid van de NHG. Daarom doet mijn fractie de suggestie om de wens van de Kamer om de maximale NHG-grens op te trekken, te combineren met de wens van de SP-fractie – en ik neem aan ook die van andere fracties – om op korte termijn het beginsel van kostendekkendheid weer in ere te herstellen. Ik overweeg om zo nodig hierover in tweede termijn nog een motie in te dienen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Voorzitter. Wij staan hier voor het voeren van een spoeddebat over de uitvoering van een door deze Kamer aangenomen motie, de motie van 4 december over de tijdelijke verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie. Deze verhoging van € 275.000 tot € 350.000 is gericht op het verbeteren van de situatie op de woningmarkt en op het verbeteren van de positie van de burgers op die markt. Zo'n garantie zal de banken meer vertrouwen geven en ze bereid maken om sneller een hypotheek voor de aanschaf van een woning te verstrekken. Dat is volgens Trots op Nederland de enige juiste, maar ook de snelste manier om de vastgelopen woningmarkt weer vlot te trekken.

Voorzitter. Het is nu bijna kerstmis. Wij hebben dit voorstel begin november al publiekelijk gedaan. Waarom moet het allemaal zolang duren? Waarom deze onwil? De huidige economische situatie rechtvaardigt volgens deze Kamer een dergelijke maatregel en het is dan ook onbegrijpelijk dat het kabinet aan deze motie geen uitvoering wil geven. Onbegrijpelijk! Niet alleen voor de Kamer, maar ook voor de burgers, de burgers voor wiens belangen wij hier moeten staan.

In een tijd waarin miljardengaranties aan financiële instellingen worden verleend en er zelfs miljarden euro's aan belastinggeld worden gebruikt om banken voor de ondergang te behoeden, krijgt de burger alleen maar te maken met kostenstijgingen en verhoging van de lokale lasten, terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe het door de burgers opgebrachte belastinggeld met scheppen tegelijk wordt uitgegeven en de staatsschuld steeds verder oploopt. Het kabinet durft er dan nog vol trots op te wijzen dat de verwachte koopkrachtdaling uitblijft, doordat de inflatiecijfers door de slechte economische situatie meevallen.

De risico's voor de rijksoverheid van deze verhoging van de hypotheekgarantie vallen helemaal in het niet bij die enorme garantiebedragen die door de minister van Financiën de banken zijn gegeven. Waarom in dit geval geen garantiestelling van de rijksoverheid? Snelheid is geboden.

Voorzitter. De kosten hiervan vallen ook in het niet bij de 1 mld. die de Nederlandse belastingbetalers deze week via staatsbedrijf Fortis zijn kwijtgeraakt aan een oplichter. Eén miljard, voorzitter! We horen tegenwoordig niets anders dan dat bedragen van miljarden verloren gaan. Iedereen begint er al aan te wennen, maar ieder miljard is, anders gezegd, duizend miljoen euro. Onvoorstelbaar grote bedragen!

Vraag aan de minister: is de PvdA op dit moment er alleen maar op uit om de banken uit de brand te helpen, zonder zich om de gewone burgers te bekommeren? Krijgen de burgers pas iets toegeschoven als de verkiezingen dichterbij komen, als het kabinet weer wat leuke dingen uit de hoge hoed tovert om stemmen te kopen?

Voorzitter. Trots op Nederland eist van dit kabinet en van deze minister dat de motie over de verhoging van de hypotheekgarantie zonder meer wordt uitgevoerd. Trots op Nederland, fractie Verdonk, heeft geen last van de zwabberende benen die ik zie bij de coalitiepartijen.

Voorzitter. Ik wil graag het antwoord van de minister afwachten.

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat de minister in staat is om meteen te antwoorden, althans dat hij bereid is om dat meteen te doen.

Minister Van der Laan:

Met dat laatste brengt u een goede nuance aan, mevrouw de voorzitter. Ik ben bereid om meteen te antwoorden, maar het moet nog blijken of ik daartoe in staat ben. Ik zie dat sommigen in de Kamer nu recht gaan zitten.

Voorzitter. Vorige week is de motie van mevrouw Van der Burg over de tijdelijke verhoging van de grens van de Nationale Hypotheek Garantie van € 265.000 naar € 350.000 aangenomen. Diverse partijen in de maatschappij hebben eveneens voor deze verhoging gepleit. Met de voorgestelde verhoging zou het bereik van de Nationale Hypotheek Garantie worden uitgebreid, zowel voor nieuwbouwwoningen als voor bestaande woningen. Die verhoging kan leiden tot ongeveer 20.000 extra NHG-geborgde hypotheekleningen per jaar. Die verhoging zou de NHG bereikbaar maken voor huishoudens met een inkomen tot ongeveer € 70.000 à € 75.000 bruto per jaar. Dat betekent dat het een substantiële maatregel is en zij moet dan ook zorgvuldig op haar effecten worden beoordeeld.

De extra garantstelling betekent inderdaad dat op de begroting een reservering moet worden opgenomen, zeg ik in antwoord op een vraag van mevrouw Van der Burg. De maatregel kost dus geld en tot op heden is voor deze extra reservering geen dekking aangegeven. Straks kom ik nog terug op het bedrag dat door de minister van Financiën is genoemd, maar ik houd nu even vast aan de lijn van mijn betoog.

De situatie op de woningmarkt geeft op dit moment volgens het kabinet nog steeds geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. Ik wijs erop dat het Centraal Planbureau onlangs nog heeft verklaard dat het geen alarmerend beeld ziet op de woningmarkt en dat hier, anders dan in andere landen, geen zeepbel zit in de prijzen. Dat laatste is heel belangrijk. Daar moet echter meteen aan worden toegevoegd dat dit niet wegneemt dat de huidige situatie wel vereist dat wij de ontwikkelingen op de voet volgen, omdat er beslist signalen zijn dat het wel verkeerd kán gaan. Dat zegt niet alleen een deel van de Kamer, dat zeggen ook diverse partijen in de bouw- en woningsector.

Nu bepleiten verschillende partijen verschillende maatregelen, zowel voor de aanbodzijde als de vraagzijde van de woningmarkt. Er wordt dus niet alleen verschillend gedacht over het moment waarop het verstandig is om in te grijpen, maar ook over de juiste oplossing. Daarom staan wij allemaal voor de taak om zorgvuldig te bezien welk probleem nu het grootst is en welke aanpak daar het beste bij past. Verschillende mensen hebben terecht benadrukt dat de woningmarkt een vertrouwensmarkt is. Dat werkt echter twee kanten op; dat maakt het ook nodig om extra voorzichtig te zijn en niet overhaast te reageren. In de brede afweging die moet worden gemaakt, moeten dan ook de andere aan de instrumenten gelieerde partijen worden geconsulteerd. Hierbij is al genoemd dat voor de NHG-verhoging afstemming is vereist met de VNG, omdat wij beide garant staan voor de NHG-verstrekkingen, wat iedereen in de Kamer weet.

Sommigen hebben letterlijk verwezen naar de kranten, waarin de VNG haar visie geeft – "een schot voor de boeg" is waarschijnlijk een understatement – op de materie waarover het kabinet met haar moet overleggen. Men wil dat niet. Het zal in ieder geval niet makkelijk zijn om met de VNG hierover overeenstemming te bereiken. Wij vormen immers samen de achtervang. Als dit een van de maatregelen wordt of dé maatregel wordt waarvoor het kabinet kiest en deze wordt onderdeel van zo'n pakket, dan moet uiteraard met de VNG worden gesproken. Dan moet ook worden nagedacht over de vraag hoe deze maatregelen eventueel kan worden ingepast in een constructie zonder de VNG. Dat heeft dan weer zijn complicaties en financiële consequenties.

Sommigen hebben de commissie-Van Rijn genoemd. Het is goed om in dit debat nog even aan te geven op welk punt de complicatie zich voordoet. De VNG heeft aan de commissie-Van Rijn kenbaar gemaakt überhaupt uit het borginstrument te willen stappen. Al zou er helemaal geen woningcrisis zijn, dan nog komt er een heel stevige discussie met de VNG waarin wordt gesproken over de vraag of dat kan en onder welke condities dat kan. Waarschijnlijk hebben alle gemeenten in Nederland wel het idee dat het instrument moet blijven bestaan, alleen wil de VNG daar niet meer aan meedoen. De oplossing die commissievoorzitter Van Rijn voor een deel van het probleem heeft bedacht is dat de gemeenten niet uit de bestaande borgingen kunnen stappen, maar eventueel wel uit toekomstige borgingen. Ook dat kost geld in de ogen van het Rijk en ook dat is al een substantieel onderhandelingspunt. Er is dus een relatie, maar je kunt over deze zaak natuurlijk wel op principieel niveau een uitspraak doen. Om die uitspraak echter uit te kunnen voeren, moet je een heleboel technische problemen hebben opgelost.

Het spreekt voor zichzelf dat wij met volle kracht het gesprek met de VNG aangaan. Als wij na onderlinge afweging met een pakket van maatregelen willen komen, moet duidelijk zijn of deze maatregel erbij kan horen en wat daar technisch voor nodig is. De huidige situatie, die dus nu voor het kabinet nog geen aanleiding geeft om in te grijpen, vereist wel dat wij zijn voorbereid om die aanvullende maatregelen te kunnen nemen wanneer wij wel tot dat oordeel komen. Daarom bereiden wij een coherent pakket van maatregelen voor, waarop door diverse partijen vanavond, maar ook bij menige eerdere gelegenheden, is aangedrongen. Het gaat om een pakket waarbij de betrokken partijen het eens zijn over de effecten daarvan, waarbij de technische problemen zijn opgelost en waarvoor dan dus draagvlak bestaat. Ik heb al eerder gezegd dat ik als lid van het kabinet verdedig dat die afweging integraal moet worden gemaakt. Daarom voeren wij de motie van de Kamer nu niet uit, met het accent op "nu".

Dan kom ik op het antwoord op de vraag die vrijwel iedere partij heeft gesteld, behalve degenen die willen dat wij de motie nu meteen uitvoeren. Het kabinet is bereid om toe te zeggen dat dit pakket, die samenhangende visie of welke woorden er ook voor zijn gebruikt, in januari bij de Kamer op tafel wordt gelegd. Ik zeg toe dat wij alle vragen die nu zijn gesteld, zullen meenemen en zullen proberen te beantwoorden. Op enkele ervan zal ik nu al ingaan.

Allereerst zeg ik dat dit geen praatje voor de vaak is, om het huiselijk te zeggen. Het kabinet wil vooral bekijken wat de meest effectieve maatregelen zouden zijn voor de verschillende problemen die je kunt definiëren. Om meer vertrouwen in het kabinet te wekken dan bij sommigen bestaat, noem ik een aantal dingen waarnaar wij zullen kijken. Het is geen limitatieve opsomming en het is ook helemaal niet gezegd dat deze dingen zeker in het pakket zullen zitten.

Om even de blikrichting van het kabinet aan te geven, in die afweging wordt betrokken het bevorderen van de woningbouw door corporaties in de gelegenheid te stellen bouwprojecten over te nemen van ontwikkelaars. Een instrument dat daaronder valt, zou kunnen zijn een tijdelijke verhoging van de borgingsgrens van het WSW. Een tweede maatregel in dat pakket is het verbreden van de woonlastenfaciliteit die in de NHG zit. Gezien de huidige woningmarktsituatie kan een toename van het gebruik van dat instrument interessant zijn. Vermoedelijk is bekend dat die woonlastenfaciliteit er is voor degenen die in de problemen raken door werkloosheid, scheiding of het overlijden van een kostwinner. In die situaties kunnen wij zonder meer zeggen dat de betrokkenen volledig te goeder trouw zijn, maar enorme pech hebben. Wellicht kunnen wij iets doen door die woonlastenfaciliteit te verbreden. Voor de volledigheid noem ik nog even dat her en der ook maatregelen in de fiscale sfeer worden geopperd. Door deze allemaal bij het pakket te betrekken kan hierover tot een goede afweging worden gekomen.

Ik kom nog even terug op de uitbreiding van de kostengrens van de nationale hypotheekgarantie. Wij moeten deze maatregel zorgvuldig bekijken en daarbij een aantal kritische vragen beantwoorden. Wat is het nut en de noodzaak voor de consument en voor de bank? Snijdt het mes inderdaad aan twee kanten, zoals sommigen hopen? Hebben banken en consumenten deze maatregel echt nodig in deze onzekere tijden of moeten wij vooralsnog accepteren dat er sprake is van onvermijdelijke effecten van een recessie? Zoals gezegd is het kabinet nog niet zo ver om hierover conclusies te trekken.

Wij zullen die maatregelen afwegen binnen het kader dat is gegeven in de brief van het kabinet van 21 november. De maatregelen moeten duidelijk aangrijpen op de problematiek; zij moeten proportioneel zijn, passen binnen de financiële kaders en effectief zijn. Dat laatste is nogal wiedes, maar daarover kun je nog heel wat discussies voeren. Ik benadruk nogmaals dat het kabinet zeker zal ingrijpen als helder is waar, wanneer en hoe dat moet. Zoals gezegd zullen wij dat in januari doen.

Ik kan heel kort ingaan op een enkele concrete vraag, om zo veel mogelijk informatie nu al te wisselen. Mevrouw Van der Burg heeft gevraagd naar de dekking van de huidige verplichtingen en het bedrag van 40 mln.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik heb gevraagd welk bedrag er voor de huidige NHG-verplichtingen op de begroting staan en waar. Daarnaast heb ik gevraagd naar een onderbouwing van het bedrag van 40 mln. dat de vicepremier heeft genoemd.

Minister Van der Laan:

Op de vraag over 40 mln. kan ik antwoorden dat het ministerie van Financiën heeft bekeken wat het risico van uitbreiding van het bereik jaarlijks zou zijn. Dit was ongeveer 25%. Daarna is het een op het ander gelegd en daar kwam het bedrag van 40 mln. uit. Het ministerie voor WWI zegt echter dat dit een ietwat te grove berekening is, omdat je, om één punt te noemen, die berekening uitvoert over de duurzame kosten bij een duurzame verandering van de NHG. Het verzoek in de motie betreft echter een tijdelijke uitbreiding. Dit geeft daarom al een heel ander bedrag dan 40 mln. Wij moeten op dit moment speculeren hoe hoog dit bedrag precies is.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik wil toch ook graag antwoord hebben op de eerste vraag. Als de minister dit niet kan geven, dan heb daar wel een antwoord op.

Minister Van der Laan:

Ik ben heel nieuwsgierig naar het antwoord van mevrouw Van der Burg.

De voorzitter:

De rolverdeling is anders.

Minister Van der Laan:

Dat begrijp ik, maar ik wilde ook niet zeggen dat ik geen poging zou doen.

De uitbreiding van de hypotheekgarantie moet geaccordeerd worden door de beide achtervangers. Op dit moment discussiëren wij over de rol van de achtervang. Het is nu wel mogelijk om het Rijk voor 100% achtervang te laten zijn, maar dit betreft een garantie van het ministerie van Financiën. Daarvoor moeten wij reserveringen op de begroting opnemen. Het antwoord op de vraag waar het in de huidige begroting staat, heb ik op dit moment niet paraat.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het antwoord is dat de minister niets op zijn begroting heeft staan voor de gehele NHG-verplichting, omdat er een waarborgfonds bestaat. Ik zou dit graag in tweede termijn bevestigd willen hebben. Deze minister en de minister van Financiën ontraden een motie, maar de minister van Financiën komt met een niet onderbouwd bedrag van 40 mln., terwijl deze minister voor WWI niets op zijn begroting heeft staan voor de NHG.

Minister Van der Laan:

Dit wil echter niet zeggen dat het Rijk daar geen risico's mee loopt. Er is door onder meer de heer Van Bochove terecht op gewezen dat wanneer de NHG wordt verhoogd, dit dan volgens de huidige afspraken met de VNG moet leiden tot een premieverhoging voor de NHG. Dit is al een probleem, maar als het dan misgaat, omdat de risico's groter worden, dan ketst dit terug op het Rijk. Dit kan in de papieren lopen!

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Van der Burg wil interrumperen. Houdt zij rekening met de gemaakte afspraken?

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Als de minister vragen die gewoon zijn gesteld in eerste termijn, niet beantwoordt, dan vind ik dit geen interruptie. Wij kunnen anders geen debat voeren.

De voorzitter:

Daar hebt u een punt.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

De minister heeft op dit moment niets op de begroting staan voor een miljoen NHG-verplichtingen, omdat daar een waarborgfonds tussen zit. Voor de nieuwe verplichting krijgt hij premie binnen. De minister haalt in het eerste jaar circa 30 mln. binnen, als er 20.000 NHG-hypotheken zijn afgesloten. Hij heeft niet direct de hieraan gekoppelde verplichtingen, waardoor de minister direct zijn dekking heeft. Daarnaast kan ik hem in de begroting van WWI ook nog een aantal dekkingsposten aangeven. Dit is dus geen argument.

Minister Van der Laan:

Ik weet niet of het laatste mogelijk is. Daar zouden wij fatsoenlijk over moeten discussiëren, maar het punt inzake het fonds is correct. Er zit circa 500 mln. in het fonds. Ik heb helemaal niet willen suggereren dat dit allemaal direct naar het Rijk ketst. Laat daar geen misverstand over bestaan. Als er echter grote problemen zouden ontstaan, dan kan dit op een gegeven moment wel bij het Rijk terechtkomen.

De heer Van der Staaij (SGP):

De minister heeft zojuist aangegeven dat de 40 mln. die door de minister van Financiën is genoemd in het debat over de gevolgen van de kredietcrisis, niet klopt als het gaat om een tijdelijke verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie. Illustreert dit eigenlijk niet dat het een toch wat ongelukkige gang van zaken is dat wij in de marge van een ander debat iets horen over de uitvoering van een motie en dat wij er iets over lezen in de media? Had de Kamer niet in plaats daarvan gewoon een nette brief van het kabinet kunnen krijgen over de wel of niet directe uitvoering van de motie? Kan de minister op dit procedurele punt ingaan?

Minister Van der Laan:

Ik was ook nog niet klaar, maar ik moet zeker nog op dit punt ingaan, omdat het door veel sprekers is genoemd. Ik weet niet precies hoe het verloop is geweest, want ik heb het interview zelf niet gezien. Ik denk dat ik, toen duidelijk werd dat er werd gecommuniceerd over een motie die was aangenomen en op mijn terrein lag, waarschijnlijk alerter had moeten zijn door meteen met een brief te reageren dat wij er eerst in het kabinet over moesten praten. Dat is iets wat ik mij moet aantrekken. De Kamer heeft er gelijk in dat het op zijn minst chiquer was geweest als het op die manier was gebeurd.

Ik wil daaraan één ding toevoegen, niet ter rechtvaardiging, maar ter verontschuldiging. Al heel snel, aan het begin van deze week, was bekend dat er een spoeddebat zou komen. Toen is gedacht: dan moet er in ieder geval over worden gedebatteerd. Dat was dus geen aansporing om te denken aan een brief, omdat de gedachte was dat er sowieso gedebatteerd moest worden. Ik neem daarmee niet terug dat een brief de koninklijke en juiste weg was geweest.

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Van der Burg bij de interruptiemicrofoon staan. Het lijkt mij echter een goed idee als de minister zijn betoog afmaakt. Daarna kan de Kamer vaststellen of er iets is blijven liggen. De minister rondt zijn betoog af.

Minister Van der Laan:

Ja voorzitter, ik rond het af. De vraag is gesteld of het Rijk bereid is, de garantiestelling van de gemeenten over te nemen. Voor de bestaande garanties in ieder geval niet. Er gaat een onderhandeling komen over nieuwe garanties en over de afkoopsom die de gemeenten daarvoor zullen moeten betalen.

Op de vraag naar de termijn van de brief heb ik hopelijk duidelijk geantwoord dat die de Kamer in januari – dus voor 1 februari – bereikt. Ik zeg toe dat het noodzakelijke overleg dat moet worden gevoerd met de VNG om te weten waar wij staan, ook voor die tijd zal zijn gevoerd.

De heer Jansen heeft gevraagd naar de 1 mld., het getal dat – naar ik begrijp – in de Volkskrant is genoemd door een vertegenwoordiger van de VNG als inschatting van het risico dat theoretisch kon worden gelopen als de woningmarkt volledig zou instorten en alles mis zou gaan. Ik heb dat bedrag nog nooit begrepen. In die orde van grootte heb ik het in ieder geval niet gehoord. Ik zal dat laten nagaan en de Kamer er goed over informeren. Vanzelfsprekend moet zij weten wat het maximale risico is bij zo'n maatregel, ook in het worst casescenario.

Ten slotte vroeg mevrouw Verdonk of de Partij van de Arbeid erop uit was om alleen de banken te helpen. Neen, zeer zeker niet. Ik denk dat de achtergrond van de voorzichtigheid van de minister van Financiën juist is dat hij erop hoopt dat alle maatregelen die het kabinet al heeft getroffen om de banken in staat te stellen om de financiering van onze economie op gang te houden, hier ook zijn werk doen. Het was dus allerminst bedoeld om te zeggen dat wij voorrang hebben gegeven aan de banken om hen te helpen boven de burgers die het hard nodig hebben. Iedereen hier weet, of zou kunnen weten, dat de financiering van de bankenwereld juist bedoeld is om te voorkomen dat de burgers in een crisis komen.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Wij kunnen constateren dat de minister van Financiën maar wat heeft geroepen, dat er geen enkele grond voor is en dat het drogredenen zijn. Ik vraag deze minister, die verantwoordelijk is voor dit terrein, of hij de motie nu gaat uitvoeren, ja of nee. Of laat hij de minister van Financiën bepalen wat er op dit terrein gebeurt?

Minister Van der Laan:

Het is een goede zaak om door het kabinet te laten bepalen of een motie wordt uitgevoerd. Wij zeggen dat wij deze motie nu niet gaan uitvoeren, dat wij eerst het bredere verband gaan maken, de effectiviteit van alle maatregelen op een rij zetten, in januari daarover aan de Kamer rapporteren en dan onmiddellijk met haar in discussie gaan. Dan moet het antwoord zijn of wij deze motie uitvoeren of andere maatregelen treffen, waarvan de Kamer dan kan vinden of die beter zijn of niet.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Deze discussie hebben wij ook gehad tijdens de begrotingsbehandeling. Toen heeft de minister precies hetzelfde gezegd. De Kamer heeft een breed gesteunde motie aangenomen. Toch krijgt de minister het niet voor elkaar om in het kabinet de rugdekking te krijgen om de motie uit te voeren. Ik vind dat geen goed teken voor zijn gezag.

Minister Van der Laan:

Daarvan moet ik dan op dit moment kennisnemen en zeggen dat het misschien een beetje voorbarig is van mevrouw Van der Burg om dat te denken.

De heer Jansen (SP):

Ik heb de indruk dat een motie van onze kant kan worden voorkomen als de minister op twee punten waarvan ik denk dat hij het ermee eens is, nog even kan bevestigen dat hij er zo tegenaan kijkt. Is de minister met ons van mening dat het principe van kostendekkendheid van de NHG in de nieuwe situatie gehandhaafd dient te blijven? Kan hij bevestigen dat een eventuele verhoging van de maximale NHG-grens niet plaatsvindt zonder dat de problematiek uit het rapport-Van Rijn is opgelost?

Minister Van der Laan:

Op de eerste vraag van de heer Jansen kan ik zonder meer ja antwoorden. Ik ben het op dat punt eens met de SP-fractie.

Met het geven van een antwoord op zijn tweede vraag ben ik wat voorzichtiger. De problematiek van de "echtscheiding" tussen het Rijk en de VNG in het systeem van de Nationale Hypotheek Garantie kan wel eens veel ingewikkelder zijn en dus pas te regelen zijn op een langere termijn, in elk geval langer dan wij in het in januari of februari te houden debat over de maatregelen acceptabel zullen vinden. Wij zullen dus moeten bezien of wij daar omheen kunnen gaan, omdat wij niet willen wachten tot die zaak geregeld is. Ik weet niet of wij het binnen een halfjaar of misschien zelfs binnen een jaar helemaal eens worden met de VNG over de wijze waarop deze zaak ten principale geregeld moet worden. Ik zou het dus onverstandig vinden om die zaken aan elkaar te koppelen, want daar zouden wij wel eens spijt van kunnen krijgen. Als wij zeggen dat die verhoging een goed instrument is en dat wij dat instrument ook willen hanteren, zouden wij in strijd met deze toezegging handelen. Dus ik doe die toezegging liever niet.

De heer Jansen (SP):

Acht de minister het mogelijk dat de VNG in die situatie akkoord gaat met die ophoging? Voor die verhoging heeft de minister ook de toestemming van de VNG of van de gemeente nodig. Ik stel de vraag nu iets anders, maar de facto komt het natuurlijk op hetzelfde neer.

Minister Van der Laan:

Wij onderzoeken bijvoorbeeld ook of het mogelijk is om de verhoging door te voeren in een constructie waarin wij niet afhankelijk zijn van de VNG. Dan komen wij echter heel diep in de techniek. Ik hoop dat dit de heer Jansen voor dit moment geruststelt. De een-op-eenkoppeling aan het oplossen van het principiële probleem lijkt mij op dit moment onverstandig.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Deze minister is een zeer bescheiden man, die altijd meteen de schuld bij zichzelf zoekt, zoals ik gemerkt heb in de twee debatten die wij nu met hem gevoerd hebben. Hij vraagt zich af of hij alert genoeg heeft gereageerd op de uitlatingen van de minister van Financiën. Vindt hij het misschien niet zo netjes van de minister van Financiën om in zijn portefeuille te treden en over zijn portefeuille uitspraken te doen?

Minister Van der Laan:

Ik dank mevrouw Verdonk voor het eerste deel van haar interruptie, dat ik toch interpreteer als een klein complimentje. Het tweede deel van haar interruptie moet ik echter weerspreken. Ik denk dat het onvermijdelijk is dat een minister van Financiën – ik ben dat niet en ik garandeer dat ik het ook nooit zal worden – wel eens de portefeuilles van de andere ministers betreedt. Die moeten daarvoor niet overgevoelig zijn. Dat neemt niet weg dat die ministers zich in een dergelijk geval wel goed moeten afvragen of zij niet een brief aan de Kamer zouden moeten schrijven. Daar heb ik het echter al over gehad.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik heb een vraag aan de minister die alleen maar met ja of nee beantwoord hoeft te worden. Is er afgelopen vrijdag in de Trêveszaal wel over gepraat?

Minister Van der Laan:

Volgens mij mag ik daar niets over zeggen ...

De voorzitter:

En dat weet mevrouw Verdonk ook.

Minister Van der Laan:

... Ik begin het te leren!

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Daarom vraag ik ook niet naar de inhoud. Ik vraag alleen om een ja of nee.

Minister Van der Laan:

Als ik er niets over mag zeggen, mag ik er ook geen ja of nee op zeggen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik heb nog een andere vraag. De minister heeft net gezegd dat wij in januari of februari het debat hebben. Als wij hier weer beginnen, is januari alweer bijna voorbij. Dan hebben wij februari en komt het debat misschien in maart of april. Intussen zijn er tienduizenden bouwvakkers werkloos en wordt er geen woning meer gebouwd. Wanneer komt nu die brief?

Minister Van der Laan:

Dat heb ik heel duidelijk gezegd. In januari. De brief komt voor 1 februari, wat hetzelfde is als "in januari". Mevrouw Verdonk mag zelf kiezen welke term zij prefereert. Op dat moment heeft de Kamer die brief. Iets in mij zegt dat de Kamer dan mans genoeg is om heel snel in februari daarover te debatteren. Wij hoeven dus niet de hele kalender langs. De Kamer heeft de brief absoluut voor 1 februari.

De heer Madlener (PVV):

De minister zegt dat de zaak ingewikkeld is. De zaak zal best de nodige haken en ogen hebben. Het kopen van een bank is veel ingewikkelder, maar toch was het kabinet er als de kippen bij om dat te doen. De minister weet dat er mensen zijn die net een huis gekocht hebben of op het punt staan een huis te kopen. Die gaan nu zitten wachten. Achteraf gezien is het toch een beetje onhandig om zo te treuzelen met deze maatregelen, waardoor mensen wachten met het nemen van een beslissing. Is de minister het daarmee eens?

Minister Van der Laan:

Neen, daar ben ik het niet mee eens. Ik heb aangegeven, dat wij ook voorzichtig moeten zijn met te snel optreden. Dat heeft te maken met hetzelfde vertrouwenskarakter van de markt. Ik vind wel, nu de discussie volop loopt, toegespitst op dit instrument, dat het verstandig is om nu door te pakken en de zaken daadwerkelijk voor 1 februari allemaal op een rij te hebben.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Dit kabinet zei in maart dat er alleen een probleem was in Amerika. Dit kabinet zei in september, net voor Prinsjesdag: er is niets aan de hand. Een paar weken later werden er voor miljarden banken overgenomen. Nu zegt het kabinet al een maand: de woningmarkt? Geen probleem. Dus wat zien wij dan zo meteen?

Dit kabinet weet kennelijk niet dat er bijna geen huis meer verkocht wordt van nieuwbouwprojecten. Wij willen dan ook een motie indienen om ervoor te zorgen dat de eerdere motie gewoon wordt uitgevoerd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer op 9 december jl. een motie (31700-XVIII, nr. 22) heeft aangenomen, waarin de regering wordt verzocht, voor een periode van twee jaar de Nationale Hypotheek Garantie te verhogen van € 265.000 naar € 350.000;

constaterende dat de regering deze motie niet uitvoert, met als gevolg dat de verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie niet per 1 januari 2009 in werking kan treden;

verzoekt de regering, de aangenomen motie inzake het verhogen van het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie alsnog uit te voeren, opdat deze verhoging voor een periode van twee jaar per 1 februari 2009 wordt geëffectueerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Burg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54(31700 XIII).

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Ik zeg erbij dat wij bereid zijn, deze motie aan te houden, mits de minister ervoor zorgt dat wij op 15 januari 2009 de brief hebben met zijn afwegingen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik begrijp nu dat mevrouw Van der Burg deze motie indient om haar aan te houden. Dat lijkt mij de meest verstandige optie. Als ik haar was, zou ik de motie niet indienen, want haar eerdere motie is aangenomen. De fractie van GroenLinks heeft haar gesteund. Wij vinden dat wij de Nationale Hypotheek Garantie in de totale samenhang moeten bekijken. De minister zegt: de motie wordt nu nog niet uitgevoerd. Mijn stelling is, dat mevrouw Van der Burg gewoon te vroeg is. Zij moet met deze motie zwaaien rond 1 februari, als de notitie haar niet bevalt, of als er uitspraken komen van de minister dat hij een en ander niet wenst te steunen. Mijn vraag aan mevrouw Van der Burg is: waar bent u in vredesnaam mee bezig? Want u ondergraaft met deze motie uw eigen positie, en die van mijn, omdat ik u aanvankelijk heb gesteund.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het is fijn om te horen dat mevrouw van Gent mij steunde, want tijdens het aanvragen van het spoeddebat trok zij zich onmiddellijk terug. Ik ga over mijn eigen moties. Tijdens het debat hebben wij gezegd dat duidelijkheid belangrijk was. Het zou nog beter zijn dat er "nee" was, dan "ja", want tussen nu en de brief van het kabinet wordt er geen huis meer verkocht tussen de € 265.000 en € 350.000 zonder NHG.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Of dat door uw actie komt of door iets anders laat ik in het midden. U zegt dat ik uw verzoek om een spoeddebat niet steunde, maar dat ging om het spoeddebat als zodanig. Ik heb toen gezegd dat het mij verstandig leek om voor 1 februari met een samenhangende notitie te komen, waarin alles wordt meegewogen. Dat lijkt mij een zeer consistente lijn. Ik steun u nu nog, maar als u zo doorgaat en straks met vreemde dekkingen komt, begin ik wel te twijfelen en dat vind ik eigenlijk bijna jammer.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik weet niet waarom u het hebt over vreemde dekkingen. U hebt gehoord dat er helemaal niets op de begroting staat voor de gehele NHG-verplichtingen. Binnen de WWI-begroting zijn er bedragen over, dus mocht het nodig zijn, dan hebben wij zo dekking.

De heer Jansen (SP):

Ook de SP-fractie vindt het politiek niet er handig van mevrouw Van der Burg dat zij een en ander nu probeert te verzilveren, terwijl het kabinet gewoon zegt: wij hebben helemaal niet het voornemen om de motie niet uit te voeren, wij gaan alleen wat beter kijken. Dat vind ik op zichzelf genomen niet zo onredelijk onder deze omstandigheden. Is het principe van de kostendekkende premie voor de VVD een heilig uitgangspunt als de maximale grens omhoog gaat? Moet de regeling zichzelf blijven bedruipen?

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Mijnheer Jansen, ik zou willen constateren dat de berekeningen in het kader van de commissie-Van Rijn zijn uitgevoerd. Er zijn wel duizend scenario's uitgevoerd. Het scenario waar de VNG de afgelopen tijd de publiciteit mee heeft gezocht, is het duisterste, het zwartste scenario dat je maar zou kunnen bedenken. De commissie-Van Rijn heeft daar de vloer mee aangeveegd en het ministerie voor WWI heeft evenals het ministerie van Financiën geconstateerd dat de huidige premie redelijk is.

De heer Jansen (SP):

De VVD is echt een partij van de markt. U hebt een aantal financieel heel slimme mensen achter u zitten. Dan zal u weten dat het risico dat het Rijk loopt, gelijk is aan het bedrag dat je betaalt om de zaak te herverzekeren. Dat kan. Daar zou een inschrijving voor gehouden kunnen worden, dan weten wij wat dat risico waard is. Is mevrouw Van der Burg het met mij eens dat, ook al staat er niets op de begroting, dit het feitelijke bedrag is dat het risico van het Rijk is?

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Als actuariële berekeningen gemaakt zijn door knappe koppen en er komt een redelijke premie, dan zou dat wat ons betreft voldoende moeten zijn. Die premie is de afgelopen jaren al verhoogd, zoals u weet. Als het kabinet kan aantonen dat die premie omhoog zou moeten, dan horen wij dat wel. Ik heb echter gehoord dat in het kader van de commissie-Van Rijn al die berekeningen gemaakt zijn en alleen de VNG vindt dat er 2% tot 3% premiedekking moet zijn. Nou, dan kunnen wij de NHG net zo goed opdoeken, want dan hoeft niemand haar meer. Het is gewoon een manier om van het instrument af te komen.

De heer Van der Ham (D66):

U hebt een Van der Burgoverhaaste motie ingediend, waar het kabinet gelukkig rustig op reageert. Het gaat kijken wat de risico's zijn, want u zegt dat er geen risico's zijn, maar die zijn er wel degelijk. Als de VNG of anderen die risico's dragen, komen zij uiteindelijk ook bij ons terecht. Nu komt u weer met een overhaaste motie. Het is wat mij betreft niet zo handig allemaal. Ik wil u echter nog een andere vraag stellen. U trekt hier een heel grote broek aan, door een nummertje te maken over de structurele problemen op de huizenmarkt, maar ik hoor u nooit – wel allerlei denkgroepen in de partij, maar u nooit – hier in de Tweede Kamer over bijvoorbeeld het heilige huisje van de hypotheekrenteaftrek. U bent onderdeel van het probleem dat het niet structureel wordt aangepakt.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik geloof niet dat het debat daarover ging, mijnheer Van der Ham. Wij hebben hier bij de begrotingsbehandelingen twee dagen over de situatie op de woningmarkt gediscussieerd, dus ik denk niet dat de motie overhaast is.

De voorzitter:

Tot slot de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Daar hebben wij inderdaad over gesproken. Er is tegen de minister gezegd dat hij met een samenhangend pakket moet komen. Ik vind het overigens heel jammer dat hij daarin een aantal heel belangrijke elementen zoals de huurliberalisatie waar wij het samen over eens zijn, maar ook de hypotheekrenteaftrek niet in mee gaat nemen. Dat kan altijd een gemankeerd stuk worden, maar het valt mij zeker van u tegen.

De voorzitter:

Ja, maar het is niet helemaal het onderwerp van dit debat, daar heeft mevrouw Van der Burg gelijk in.

Wenst iemand van de kant van de Kamer het woord te voeren in tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan is het woord aan de minister.

Minister Van der Laan:

Voorzitter. Ik kan heel kort zijn. Er is natuurlijk nooit gezegd: er is geen probleem op de woningmarkt. Ik wil toch wel betwisten dat dit gezegd zou zijn. Ik onderstreep wat diverse mensen aan de interruptiemicrofoon zojuist hebben gezegd, namelijk dat het kabinet zegt dat het dit nu niet uitvoert. Mevrouw Van der Burg heeft aangeboden om de zojuist ingediende motie aan te houden als ik zou toezeggen dat wij 15 januari zouden komen met de beloofde brief. Op dat zeer verleidelijke aanbod ga ik niet in, omdat ik denk dat wij beter een goede brief naar de Kamer kunnen sturen dan iets wat onvoldragen is. Ik schat in, ook gezien de kerstvakantie die nu voor velen aanbreekt, dat wij dan beter kunnen zeggen 1 februari. Met veel dank aan mevrouw Van der Burg sla ik het aanbod heel duidelijk af. Precies zoals de interrumpeerders zeiden, ontraad ik de aanneming van de motie, wat niet wil zeggen dat dit niet de uitkomst van het uiteindelijke onderzoek en de discussie met uw Kamer zou kunnen worden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, over de ingediende motie hedenavond te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik vat de toezeggingen van de minister samen, voor zover zij tot uitdrukking zullen komen in schriftelijke stukken aan de Kamer.

In januari aanstaande zal de Kamer een coherent pakket aan maatregelen ontvangen, inclusief de antwoorden op enkele tijdens dit debat gestelde vragen.

De Kamer zal met spoed geïnformeerd worden over de achtergrond van het bedrag van 1 mld.

Naar boven