Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 39, pagina 3521-3522

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 2 december 2008 over het Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aangekondigde Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens niets toevoegt om de mensenrechten te verbeteren;

constaterende dat de mensenrechten in Nederland voldoende worden beschermd met de huidige wetgeving;

constaterende dat het aangekondigde Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens zal dienen als doorgeefluik van verschrikkelijke rapporten van de VN-Mensenrechtenraad;

constaterende dat het aangekondigde Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens slechts tot doel heeft om de linkse multiculticlubjes als Art.1 en de antidiscriminatiebureaus nog meer onnodige legitimiteit te geven;

constaterende dat het aangekondigde Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens daarmee een onzinnige subsidiespons is die niets toevoegt aan het toch al overvolle landschap van multiculturele politiekcorrecte clubjes;

verzoekt de regering om te stoppen met dit soort linkse symboolpolitiek en het oprichten van nutteloze instituten, die slechts dienen als doorgeefluik van verschrikkelijke rapporten geschreven door nog verschrikkelijker landen en het Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens niet in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Brinkman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51(31700 VII).

De heer Schinkelshoek (CDA):

Voorzitter. Het gaat niet om het dat, maar om het hoe. Dat er iets moet komen, is geen punt van discussie, maar wel hoe. Tegen die achtergrond heb ik er behoefte aan, een motie aan de Kamer voor te leggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering voornemens is, als uitvloeisel van aangegane internationale verplichtingen (de zogenaamde Paris Principles), een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens op te richten;

constaterende dat er veel overlap en dubbeling bestaat binnen het "mensenrechtenlandschap", zoals de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het noemt;

van mening dat een nationaal mensenrechteninstituut geen nieuwe, opgetuigde instelling dient te worden, ook niet als "onderhuurder" van de Nationale ombudsman;

verzoekt de regering, bij de uitwerking van de Paris Principles, bij wijze van alternatief, uitdrukkelijk te onderzoeken of de benoemde taken – advisering, toezicht, internationale samenwerking, onderzoek, onderwijs, voorlichting en training – ondergebracht kunnen worden bij bestaande instellingen en organisaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schinkelshoek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 52(31700 VII).

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik dien een overzichtelijke motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ongeacht de onderbrenging van Pechtoldde taken van het NIRM bij een nieuw instituut dan wel bestaande instituten het principe "extra taken vergt extra budget" dient te gelden;

verzoekt het kabinet, dienovereenkomstig te handelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53(31700 VII).

Minister Ter Horst:

Voorzitter. De eerste motie is die van de heer Brinkman. Het zal de Kamer niet verbazen dat het kabinet, na serieus gekeken te hebben naar de inhoud ervan, het aanvaarden van deze motie ontraadt. Deze is namelijk geheel strijdig met de opvattingen van het kabinet, namelijk dat er wel een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens moet komen en dat dit een zinvolle toevoeging zou zijn aan de mogelijkheden die wij al hebben in Nederland.

In de motie van de heer Schinkelshoek wordt de regering verzocht om bij wijze van alternatief te onderzoeken of de benoemde taken ondergebracht kunnen worden bij bestaande instellingen en organisaties. Ik heb weinig warme gevoelens over deze motie. Wij hebben in het algemeen overleg al uitgebreid gesproken over de verschillende mogelijkheden die er zouden zijn om het NIRM onder te brengen bij bestaande organisaties. Eigenlijk kwamen wij toch tot de conclusie dat deze taken moeten worden ondergebracht bij de organisatie die de meeste body heeft. Wat de heer Schinkelshoek nu vraagt, is om dat gedachte NIRM in een aantal taken op te knippen. Dat betekent dat van het Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens niets overblijft. Ik betwijfel of die A-status hiermee wordt bereikt. Belangrijker is nog dat het kabinet van mening is dat er – ik moet het goede woord gebruiken, want het woord substantieel suggereert dat het heel groot moet worden en dat is niet de bedoeling – een herkenbaar instituut moet zijn. Als wij het opknippen, zou dat er niet komen. Ik kan niet anders dan het aanvaarden van deze motie ontraden.

In de motie van de heer Pechtold wordt gesteld dat extra taken extra budget vergen. Ik denk, maar ik weet het niet helemaal zeker, dat er bij de indiener van deze motie wellicht angst bestaat dat alles budgettair neutraal moet gebeuren, dus dat er wel nieuwe taken bij komen en dat deze moeten worden uitgevoerd binnen het bestaande budget. Ik heb in het algemeen overleg al gezegd dat er bereidheid bestaat om ten behoeve van het NIRM extra geld vrij te maken. Ik ontraad derhalve het aanvaarden van deze motie. Ik vind namelijk dat zij te weinig richting geeft en dat er later van alles aan zou kunnen worden opgehangen. Er kan dan worden gezegd: er zijn zoveel taken dus moet er zoveel geld komen. Dat wil ik niet. Volgens mij heb ik in het algemeen overleg helder aangegeven dat er extra budget beschikbaar komt voor het Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens. Ik hoop dat dit de geruststelling kan geven aan de indiener van deze motie die nodig is om deze motie overbodig te maken.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties vinden plaats bij de eindstemming vandaag.