Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1394-1395

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 25 oktober 2006 over zorg aan illegalen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Vorige week spraken wij met de minister van VWS over de problemen die al enkele jaren bestaan bij de zorg aan illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Daarover is veel onduidelijkheid en ik geloof dat de minister van VWS daarin wel een rol van betekenis heeft gespeeld. Ik wil een einde maken aan deze onduidelijkheid. Door het zorgveld is een initiatief genomen om een richtlijn voor artsen en zorgverleners te ontwikkelen om nader te bepalen wat wij moeten verstaan onder medisch noodzakelijke zorg voor illegalen. Ik verwelkom dat initiatief en ik zal dat zo direct in de vorm van een motie bevestigen.

Een onderdeel van het probleem is dat er onhelderheid is over de rekeningen. Illegalen zijn bij wet onverzekerd; zij kunnen zich niet verzekeren. In een aantal gevallen laten zij rekeningen achter waarover vervolgens onhelderheid ontstaat tussen zorgverleners, verzekeraars en andere betrokkenen. Aan die onhelderheid kan de minister heel snel een einde maken. Daarom dien ik de volgende motie in, mede namens mevrouw Arib.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat consensus bestaat dat het aan de arts is – en aan niemand anders dan de arts – om te bepalen wat medisch noodzakelijke zorg is;

constaterende dat de minister van VWS van mening is dat het daarbij in principe gaat om nagenoeg alle zorgvormen die zijn opgenomen in het Nederlandse sociale ziekteverzekeringspakket;

constaterende dat er een commissie vanuit het zorgveld bezig is met het formuleren van een richtlijn over medisch noodzakelijke zorg voor illegalen;

overwegende dat de financiering van zorg aan illegalen hiaten kent;

van mening dat de financiering van de medisch noodzakelijke zorg voor illegalen gestroomlijnd en gegarandeerd moet worden;Vendrik

verzoekt de regering, aan te sluiten bij de bevindingen van genoemde commissie;

verzoekt de regering voorts, vóór de aanstaande behandeling van de begroting VWS 2007 te komen met een plan van aanpak voor een waarborgfonds onverzekerde illegalen, en dit waarborgfonds bij voorkeur onder te brengen bij de Stichting Koppeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik en Arib. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118(29689 /19637).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Dit is ook een voortzetting van het debat over het verslag van het algemeen overleg over de Zorgverzekeringswet, waar dat andere AO uit voortvloeide. Ik heb van tevoren afgestemd dat daarover ook moties mogen worden ingediend. De eerste gaat over "voorkruipzorg", waarover ik al een paar keer in debat ben geweest met de minister. Hij vindt het wel prima wat er gebeurt, helaas, maar mijn fractie vindt dat niet. De Kamer heeft hierover al eerder een principiële uitspraak gedaan en die wil ik graag nog een keer vastleggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er initiatieven zijn waarbij patiënten op grond van niet-medische criteria voorrang krijgen;

overwegende dat voorrang op andere dan medische gronden in strijd is met de principes waarop de gezondheidszorg gebaseerd dient te zijn;

verzoekt de regering, maatregelen te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kant. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 119(29689).

Mevrouw Kant (SP):

De minister heeft vandaag een brief gestuurd waarin een voorbeeld staat dat aantoont waarom dit nodig is.

De volgende motie gaat over de eerstelijnspsycholoog. Ook daarover is in het debat uitvoerig gesproken. De minister wil met experimenten komen, maar wij hebben contact gehad met Zorgverzekeraars Nederland. Zij zeggen dat het wel degelijk praktisch mogelijk is om dit alsnog voor volgend jaar in te voeren. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overheveling van de ggz naar de Zorgverzekeringswet met een jaar is uitgesteld;

van mening dat het gewenst is om de toegankelijkheid van de eerstelijnspsychologie te vergroten;

verzoekt de regering, de eerstelijnspsychologie al in 2007 op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kant. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 120(29689).

Minister Hoogervorst:

Voorzitter. Ik zal meteen ingaan op de ingediende moties. De motie van de heer Vendrik doet in de overwegingen het hele verhaal dat ik u de afgelopen week heb verteld, een beetje tekort. Ik heb inderdaad verteld dat het bij zorg aan illegalen gaat om nagenoeg alle zorgvormen die zijn opgenomen in het Nederlandse sociale ziekteverzekeringspakket, maar in de overwegingen staat niet dat er wel degelijk ook een samenhang moet zijn met de duur van hun verblijf in Nederland. Het is bijvoorbeeld niet zo dat iemand die illegaal in Nederland is, zomaar een staaroperatie krijgt die op zichzelf heel goed uitstelbaar is. Ik heb al gemeld dat het grootste gedeelte van de ziekenhuisproductie in Nederland op zichzelf uitstelbaar is. Als wij daar niets over zeggen, wordt het een volledige openeindregeling die buitenlanders die geen cent hebben bijgedragen aan ons verzekeringssysteem, uitnodigt om hier te komen en zorg te claimen. Dat mag dus niet gebeuren.

Wat het verzoek betreft om bestaande regelingen voor dubieuze debiteuren en dergelijke onder te brengen in één regeling: ik heb al aangekondigd dat ik dat op zich zou willen doen. Ik zal mijn uiterste best doen om nog voor de begrotingsbehandeling een voorstel daartoe aan de Kamer te overleggen. Ik acht deze motie dus deels niet juist en deels overbodig. Daarom ontraad ik de aanneming van deze motie.

Dan de motie van mevrouw Kant over wat zij altijd zo naar "voorkruipzorg" noemt. Ik vind het heel goed dat verzekeraars met elkaar concurreren ter wille van de patiënt en dat de een wat sneller gaat dan de ander. Ik ben ertegen dat iedereen even langzaam wordt geholpen. Daarom heb ik geen moeite met dit soort initiatieven, zolang mensen die onmiddellijk acute zorg nodig hebben, altijd efficiënt en tijdig worden geholpen. Daarvan is naar mijn mening sprake. Ik ontraad dus ook de aanneming van deze motie.

Dan de motie om de eerstelijnspsycholoog alsnog in het pakket op te nemen. Dat is echt niet meer mogelijk en ook niet wenselijk. Ik heb de Kamer wel toegezegd dat ik mijn uiterste best zal doen om dit in een experimenteerproject op te nemen. Ik ontraad dus ook de aanneming van deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ook over de in dit debat ingediende moties zullen wij vanavond stemmen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Als ik het goed zie, was dit het laatste optreden van de minister in deze Kamer. Dat is toch een memorabel feit?

Minister Hoogervorst:

Het was een glorieus debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.