Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1408-1412

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 31 oktober 2006 over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Wij mogen tijdens dit debat alleen moties indienen. Ik heb er zo veel over de Wet maatschappelijke ondersteuning dat ik maar direct begin met het indienen van de eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Kant

constaterende dat het aanbesteden van de huishoudelijke verzorging ertoe dreigt te leiden dat veel mensen hun vertrouwde kracht kwijtraken en dat veel ervaren thuiszorgwerkers hun baan verliezen;

constaterende dat het aanbesteden eveneens leidt tot tarieven onder de kostprijs, waardoor het onmogelijk wordt de kwaliteit van de huishoudelijke verzorging te garanderen;

verzoekt de regering, zo snel mogelijk te komen met een spoedwet om in de Wmo vast te leggen dat Europese aanbesteding niet verplicht is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kant en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112(30131).

Mevrouw Kant (SP):

De volgende motie dien ik nadrukkelijk in mede namens mevrouw Verbeet en mevrouw Azough. Ze betreft het belangrijkste punt van dit debat en het belangrijkste knelpunt van dit moment.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aanbesteden van huishoudelijke verzorging ertoe dreigt te leiden dat veel mensen hun vertrouwde kracht kwijtraken en dat veel ervaren thuiszorgwerkers hun baan verliezen;

constaterende dat in de Wet personenvervoer een wettelijke verplichting tot overname van personeel is opgenomen;

overwegende dat de deskundigheid en de ervaring van ervaren krachten optimaal moeten worden ingezet en dat de schaarste op de arbeidsmarkt de komende tijd alleen maar zal toenemen;

verzoekt de regering, zo snel mogelijk te komen met een spoedwet om in de Wmo een wettelijke verplichting tot overname van personeel op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kant, Verbeet en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113(30131).

Mevrouw Kant (SP):

Deze twee moties zijn gericht op de toekomst. Wij kunnen uiteraard nu niet meer veel op de valreep voor de bestaande situaties veranderen. Toch zou ik willen dat de staatssecretaris zich ook nog inzet voor deze bestaande situaties. Daartoe dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aanbesteden van huishoudelijke verzorging ertoe dreigt te leiden dat veel mensen hun vertrouwde kracht kwijtraken en dat veel ervaren thuiszorgwerkers hun baan verliezen;

overwegende dat mensen ook de keuze moeten hebben, hun huidige thuishulpen te houden;

verzoekt de regering, met spoed met de VNG dwingende afspraken te maken om de continuïteit van zorg zo veel mogelijk te behouden zodat mensen er zo weinig mogelijk hinder van ondervinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kant en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114(30131).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter, ik heb nog drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeentelijk wordt verschoven naar goedkopere zorg waaronder schoonmaakbedrijven;

overwegende dat het unieke van de thuiszorg is dat de huishoudelijke verzorging gekoppeld is aan begeleiding en signalering en daarmee een belangrijke preventie- en zorgfunctie heeft;

overwegende dat er daarom zo veel mogelijk gewerkt moet worden met minimaal niveau thuiszorg A en er een koppeling dient te zijn met de thuiszorg;

spreekt uit dat werknemers van schoonmaakbedrijven derhalve niet voldoen aan de kwaliteitscriteria voor huishoudelijke verzorging;

verzoekt de regering, dit aan de gemeenten duidelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kant. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 115(30131).

Mevrouw Kant (SP):

De volgende motie gaat over de financiering.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Kant

constaterende dat er duidelijk sprake is van een groei van het aantal uren huishoudelijke verzorging in het eerste halfjaar van 2006 ten opzichte van 2005;

overwegende dat het uitgangspunt blijft dat betrokken financiële middelen zonder korting, oftewel "schoon aan de haak" naar de gemeenten gaan;

constaterende dat het jaar 2005 weliswaar als ijkjaar is afgesproken, maar wellicht niet voldoet aan het uitgangspunt "schoon aan de haak";

verzoekt de regering, na de analyse van de cijfers van 2006 (begin maart 2007) die gemeenten te compenseren die te maken hebben met een stijging van meer dan 10% van het aantal uren huishoudelijke verzorging in 2006 ten opzichte van 2005,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kant en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 116(30131).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Mijn laatste motie gaat vooral over het probleem rondom versnippering en het niet kunnen aanbieden van zorg voor met name gehandicapten. Dat dreigt in de knel te komen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de bekostiging voor de volledige zorg thuis ingaat op 1 april 2007 en dat de indicaties die aflopen voor 1 april 2007 administratief worden verlengd tot 1 mei 2007;

overwegende dat een aantal mensen die geen indicatie verblijf hebben maar wel langdurig veel AWBZ-zorg nodig hebben, de huishoudelijke verzorging als onderdeel van een integraal pakket dienen te ontvangen zodat ze gebruik kunnen maken van de kennis en de kunde van medewerkers die hen op meerdere gebieden ondersteunen;

verzoekt de regering, deze bekostiging voor de volledige zorg thuis zich ook te laten uitstrekken tot die groep mensen die beschikken over een meervoudige indicatie, waarbij naast ondersteunende en activerende begeleiding ook persoonlijke verzorging en huishoudelijke verzorging is geïndiceerd, en die wonen in een project geclusterd wonen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kant en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 117(30131).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Het spijt mij dat het allemaal zo ingewikkeld is, maar dat heb ik ook niet bedacht.

De heer Mosterd (CDA):

Voorzitter. Ik wil een motie indienen over de kosten van de Wmo.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VNG uitdrukkelijk heeft verzocht niet 2006, zoals de regering voorstelde, als peiljaar voor de hoogte van het over te hevelen budget Wmo te kiezen maar het jaar 2005;

constaterende dat verschillende gemeenten zeggen in 2006 geconfronteerd te worden met een zeer sterke toename van het aantal uren huishoudelijke zorg als gevolg waarvan de kosten sterk zouden toenemen;

overwegende dat dit in de tweede helft van 2007 tot financiële problemen bij gemeenten kan leiden;

overwegende dat het onduidelijk is waarom de vraag naar HHZ in de betreffende gemeenten in 2006 sterk gestegen is ten opzichte van 2005;

van oordeel dat uitgangspunt is dat het budget voor HHV "schoon aan de haak" vanuit de AWBZ naar de gemeenten zal worden overgeheveld;

verzoekt de regering,

  • - een heldere analyse te maken van de gestegen kosten en te achterhalen welke oorzaken daaraan ten grondslag liggen;

  • - zo nodig maatregelen te nemen om het gemeenten mogelijk te maken de hun door de Wmo opgedragen taken met betrekking tot de HHZ adequaat uit te voeren;

  • - te bepalen dat, indien de uitgaven voor gemeenten in 2007 om de hun opgedragen taken conform de Wmo te kunnen uitvoeren een afwijking laten zien van meer dan 10% van de historische uitgaven voor de HHZ in het ijkjaar 2005, de regering de gemeentelijke budgetten voor het jaar 2007 voor het meerdere zal aanpassen;

  • - de Kamer hierover voor 1 maart 2007 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mosterd, Van Miltenburg, Verbeet en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118(30131).

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Er zijn nu twee dezelfde moties ingediend. Dat is jammer. Wij hadden ons tijd kunnen besparen als de heer Mosterd mij had gebeld.

Mevrouw Verbeet (PvdA):

Voorzitter. Ik heb één lange motie, maar die is echt bedoeld om de rust in het veld en de samenleving te herstellen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de Wmo gekozen is voor een gedecentraliseerde uitvoering;

overwegende dat gemeenten op grond daarvan moeten kiezen voor verschillende vormen van aanbesteding van de huishoudelijke zorg, of voor prijs-kwaliteitsafspraken op grond waarvan iedere aanbieder geïndiceerde zorg kan leveren;

constaterende dat gemeenten die aanbesteed hebben juridisch gezien een onomkeerbare stap hebben gezet;

overwegende dat door de uitkomsten van deze aanbesteding sommige aanbieders omzet verliezen en dat niet uitgesloten is dat deze aanbieders personeel moeten ontslaan;

overwegende dat die aanbieders die de opdracht vanuit de aanbesteding is vergund, hierdoor extra werk verkrijgen waarvoor zij extra personeel moeten aantrekken;

overwegende dat gemeenten door aanbesteden financieel voordeel kunnen behalen waardoor zij een keuze kunnen maken om de hoogte van het pgb op het niveau van de vergoeding voor zorg in natura te brengen;

verzoekt de regering, met respect voor de verschillende verantwoordelijkheden:

  • - te stimuleren dat de brancheorganisaties in V&V-sector, vakbonden en gemeenten, aanbieders die personeel nodig hebben, oproepen dit personeel primair te werven bij die aanbieders die hun personeel moeten ontslaan vanwege een gemiste gunning;

  • - gemeenten er nadrukkelijk op te wijzen dat het binnen hun beleidsvrijheid ligt om het pgb voor HHZ qua hoogte en toepassing zodanig in te zetten dat cliënten die door de uitkomsten van de aanbesteding hun vaste hulp en hun vaste aanbieder verliezen deze weer kunnen inhuren via het pgb;

  • - te bevorderen dat de mensen die zo hard nodig zijn in het kader van de extra handen aan het bed in de V&V -sector waar mogelijk gematcht worden met die werknemers die door een voor hen ongunstig verlopen uitkomst van de aanbesteding in de HHZ hun baan in de thuiszorg hebben verloren behouden worden voor de zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Verbeet, Mosterd, Van Miltenburg, Van der Vlies, Azough en Kant.

Zij krijgt nr. 119(30131).

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter, ik volsta met het indienen van een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een aantal gemeenten hun aanbestedingsbeleid zodanig vorm heeft gegeven dat per 1 januari 2007 een groot aantal cliënten een andere zorgaanbieder krijgt;

overwegende dat dit veel onzekerheid met zich brengt voor de betreffende cliënten en het personeel van de betrokken aanbieder;

van oordeel dat de cliënten per 1 januari 2007 gegarandeerd de huishoudelijke zorg moeten krijgen waarvoor zij reeds zijn geïndiceerd;

verzoekt de regering, deze gemeenten aan te sporen om een goed risicomanagement te voeren en daarbij waar nodig en mogelijk ondersteuning te verlenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Miltenburg, Verbeet, Mosterd en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 120(30131).

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Voorzitter. Een groot deel van de zorgen van mijn fractie is al uitgesproken in de moties van mevrouw Kant en mevrouw Verbeet, dus daar zal ik verder niet op ingaan. Er rest voor mijn fractie nog één zorg. Bij de behandeling van de Wmo hebben de meeste fracties duidelijk gemaakt dat de invoering van deze wet er niet toe zou mogen leiden dat mensen veel meer aan de eigen bijdrage kwijt zijn. Ik dien een motie in om de Kamer hierover een duidelijke uitspraak te laten doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de eigenbijdrageregeling Wmo ertoe kan leiden dat mensen, ook als zij een laag inkomen hebben, meer moeten gaan betalen door de komst van de Wmo;Azough

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat door de invoering van de Wmo mensen niet geconfronteerd worden met een hogere eigen bijdrage,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Azough, Verbeet en Kant. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 121(30131).

Staatssecretaris Ross-van Dorp:

Voorzitter. Ik zal kort op de moties reageren. Ik weet dat er geen interrupties toegestaan worden, dus ik zal trachten om ook geen interrupties uit te lokken...

Mevrouw Kant heeft samen met mevrouw Azough in een motie gevraagd om zo snel mogelijk een spoedwet in te dienen om in de Wmo vast te leggen dat Europese aanbesteding niet verplicht is. Ik ontraad de Kamer om deze motie aan te nemen. Ze is ook onuitvoerbaar, want het is niet mogelijk om de Europese wet- en regelgeving met Nederlandse wetgeving buiten werking te stellen. Bovendien wil ik dat aanbesteding leidt tot een optimale prijs-kwaliteitverhouding. Wij hebben daarover ook gedebatteerd. Ik ontraad dus aanvaarding van deze motie. Ik wil het niet, het kan niet en ik ben het ook nooit van plan geweest. Anders zou de wet ook niet luiden zoals hij luidt.

De tweede motie van mevrouw Kant, die is medeondertekend door mevrouw Verbeet en mevrouw Azough, gaat over de wettelijke verplichting tot overname van personeel. Ook daarover hebben wij uitgebreid met elkaar gedebatteerd bij de behandeling van de wet. Toen is zowel in de Eerste Kamer als in de Tweede Kamer besloten om geen wettelijke verplichting op te nemen. Over de Wet personenvervoer hebben wij toen ook gedebatteerd. Bij de Wet personenvervoer gaat het over busvervoer. Busondernemingen kunnen alleen personen vervoeren, en zonder dat valt al het werk weg. Thuiszorgorganisaties kunnen ook andere taken op zich nemen, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging. Er zit bovendien groei in de markt. Ik heb al gezegd dat ik mij tot de sociale partners zal wenden om er alles aan te doen om dit in goede banen te leiden. Het is hun verantwoordelijkheid. Ik ontraad aanvaarding van deze motie.

De derde motie van mevrouw Kant, die is medeondertekend door mevrouw Azough, bevat het verzoek aan de regering om met spoed dwingende afspraken met de VNG te maken om de continuïteit van de zorg zo veel mogelijk te behouden. Ik heb bij de VNG niets anders dan veel bereidheid gezien. Men heeft ook de brief gelezen die de VNG heeft gestuurd. Dringend gaat niet. De sturingsfilosofie in de Wmo is een totaal andere. Ik ben ervan overtuigd dat de VNG de verantwoordelijkheid ten volle waar kan maken. Ik ontraad aanvaarding van deze motie.

In haar vierde motie spreekt mevrouw Kant uit, dat de werknemers van schoonmaakbedrijven niet voldoen aan kwaliteitscriteria voor huishoudelijke verzorging. Zij verzoekt mij om dit aan gemeenten duidelijk te maken. Ik ben het sowieso niet met haar eens. Ik weet dat er schoonmaakbedrijven zijn die hun werknemers wel degelijk laten kwalificeren voor het werk waarvoor zij zijn ingehuurd en die derhalve echt zullen voldoen aan de eisen die de wet aan deze mensen stelt. Voor kwaliteit gelden heel duidelijke criteria en zijn ook heel heldere regels in de wet gesteld. Ik weet ook dat de gemeenten in hun bestekken heldere criteria hebben opgenomen. Ik ontraad aanvaarding van deze motie.

De vijfde motie van mevrouw Kant, die is medeondertekend door mevrouw Azough, gaat over de beschikbare financiële middelen. De motie van de heer Mosterd werd ook even genoemd. Mevrouw Kant zei dat de moties qua verzoek erg bij elkaar aansluiten. Ook in de motie van de heer Mosterd wordt gesproken van 10%, in de zin dat de uitgaven van gemeenten in 2007 om de hen opgedragen taken conform de Wmo te kunnen uitvoeren een afwijking laten zien van meer dan 10%. Mevrouw Kant heeft het ook over 10%. Ik hoop dat zij dat wil zien als een richtsnoer. Ik wil niet op voorhand uitgaan van 10% als een vast gegeven. Wat haar verzoek in de motie betreft heeft zij mij gehoord tijdens de overleggen. Ik kan het oordeel over beide moties aan de Kamer laten, maar ik kan mij voorstellen dat het handig is om te kijken of zij in elkaar geschoven kunnen worden.

De zesde motie van mevrouw Kant, die is medeondertekend door mevrouw Azough, gaat over mensen die wel indicaties uit de AWBZ hebben voor huishoudelijke verzorging, maar niet voor verblijf. Zij vraagt of deze zorg toch uit de AWBZ geleverd kan worden. Ik heb gezegd dat het niet het geval is in de bestaande bepalingen. Wij gaan het ook niet doen. Ik ontraad ook aanvaarding van deze motie. Ik ben ervan overtuigd dat deze mensen goede huishoudelijke verzorging zullen krijgen, ook in geclusterde woonvormen. Daarover zijn goede afspraken te maken met gemeenten. Verder kan men ook het persoonsgebonden budget aanwenden om de mensen in te huren die men al kende.

Ik kom toe aan de motie van de heer Mosterd c.s. over een analyse van de gestegen kosten in verband met huishoudelijke zorg. De motie sluit zoals gezegd aan bij mijn voornemens. De daarin genoemde 10% wil ik wel zien als een richtsnoer. Ik laat het oordeel aan de Kamer.

Ook de motie van mevrouw Verbeet c.s. over de V&V-sector sluit aan bij mijn voornemens. Ik laat het oordeel daarover derhalve aan de Kamer.

Mevrouw Van Miltenburg diende een motie in over goed risicomanagement. Ook deze motie laat ik over aan het oordeel van de Kamer.

Mevrouw Azough verzoekt in haar motie de regering, ervoor te zorgen dat de invoering van de Wmo mensen niet confronteert met een hogere eigen bijdrage. Die motie moet ik ontraden, aangezien wat daarin wordt gevraagd niet past in de systematiek. Ik denk dat zij er niets op tegen heeft dat mensen met een hoger inkomen de kosten voor huishoudelijke zorg op enig moment volledig voor hun rekening nemen. Daarbij hebben wij in de AMvB heel goede garanties gesteld over de eigen bijdrage, als het gaat om het maximale percentage dat mensen moeten betalen. Ik kan deze motie dus slechts ontraden. Gemeenten doen overigens het nodige op het gebied van flankerend beleid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, over de ingediende moties vanavond aan het eind van de vergadering te stemmen.

Daartoe wordt besloten.