Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1439-1441

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen om gemeenten meer zekerheid te geven dat mensen met een kleine kans op inschakeling in het arbeidsproces met behoud van uitkering gedurende maximaal 2 jaar onbeloonde additionele werkzaamheden kunnen verrichten (30650).

(Zie wetgevingsoverleg van 23 oktober 2006.)

De voorzitter:

De heer Van der Sande trekt zijn amendement op stuk nr. 18 in.

In stemming komt het amendement-Van Hijum/Verburg (stuk nr. 19) tot invoeging van een nieuw onderdeel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de SP tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Bussemaker (stuk nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de LPF en de Groep Eerdmans/Van Schijndel voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Het opschrift van artikel 10a, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van Hijum/Verburg (stuk nr. 19), wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Bussemaker (stuk nr. 15, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdA voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 15 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

Het eerste lid van artikel 10a wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Dittrich (stuk nr. 24, I) tot invoeging van een nieuw tweede lid.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, het CDA, de LPF en de Groep Van Oudenallen voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement, de overige op stuk nr. 24 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Gent (stuk nr. 9, I) tot invoeging van een nieuw tweede lid.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 9 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Gent/Dittrich (stuk nr. 20, I) tot invoeging van een nieuw tweede lid.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de SGP en de LPF voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 20 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

Het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 10a worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Verburg-Van Hijum (stuk nr. 17, I) tot toevoeging van een nieuw lid.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de Groep Eerdmans/Van Schijndel tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 17 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

Artikel 10a van artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Bussemaker (stuk nr. 12) tot toevoeging van een nieuw onderdeel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Bussemaker (stuk nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

Het eerste lid van artikel 38 van artikel II wordt zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Door de aanneming van het amendement-Dittrich (stuk nr. 24, II) is een nieuw tweede lid ingevoegd.

Het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 38 van artikel III worden zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Door de aanneming van het amendement-Verburg/Van Hijum (stuk nr. 17, II) is een nieuw lid toegevoegd.

Artikel 38 van artikel II wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel II wordt zonder stemming aangenomen.

Het eerste lid van artikel 38 van artikel III wordt zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Door de aanneming van het amendement-Dittrich (stuk nr. 24, III) is een nieuw tweede lid ingevoegd.

Het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 38 van artikel III worden zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Door de aanneming van het amendement-Verburg/Van Hijum (stuk nr. 17, III) is een nieuw lid toegevoegd.

Artikel 38 van artikel III wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel III wordt zonder stemming aangenomen.

De artikelen IV en V en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Het is voor mijn fractie van groot belang dat mensen aan de onderkant echte kansen krijgen en dat zij iets van hun leven kunnen maken. Dit willen wij ook echt mogelijk maken met goede scholing, werk dat ook voor deze mensen binnen afzienbare tijd moet lonen en bestrijding van hun armoede met werk en een beter inkomen. Het voorstel van de regering kan ons helaas niet bekoren. Er wordt deze mensen voor een koopje te weinig perspectief geboden, tot vier jaar lang werken voor je uitkering is in onze ogen een te ruime invulling van werken met behoud van uitkering. De amendementen waarmee dit wetsvoorstel nog enigszins verbeterd had kunnen worden, zijn helaas verworpen. Ons rest dan ook maar één ding: tegen dit wetsvoorstel stemmen.

De heer Dittrich (D66):

Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wil de regering proberen om mensen die een bijstandsuitkering hebben, te stimuleren om weer aan het werk te gaan. De gemeente kan hun verplichten, met behoud van uitkering weer te gaan werken. Zojuist zijn de amendementen op stuk nr. 24 aangenomen; daarmee heeft de Kamer in de wet zelf verankerd dat dit additioneel werk moet zijn en dat het regulier werk op de arbeidsmarkt niet mag verdringen. Dit waren voor onze fractie belangrijke ijkpunten. Nu de Kamer ons amendement heeft aanvaard, zijn er voor de gemeenten voldoende mogelijkheden om een activeringsbeleid te voeren. Daarom kunnen wij voor dit wetsvoorstel stemmen.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie was enthousiast over het advies van de Raad voor Werk en Inkomen over participatiebanen. Hierdoor zou voor een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt een nieuwe vorm van participatie door werk ontstaan. Na het wegbezuinigen van de id-banen was dit dringend nodig, maar wij zijn buitengewoon teleurgesteld over de manier waarop de regering dit advies in wetgeving heeft omgezet. Het is zoals het verhaal van de kleren van de keizer: de regering pronkt met een wetsvoorstel dat niets om het lijf heeft, zoals de keizer pronkte met de kleren die hij niet droeg. Enkele wijzigingsvoorstellen hebben bijgedragen aan verbetering van het wetsvoorstel, maar op een cruciaal punt, namelijk dat werk moet lonen, is dit niet gebeurd. Het is veelzeggend dat het in de wet zelfs geen "banen" mogen heten. Nu dit werk blijkbaar niet mag lonen, of het nu gaat om het betalen van het minimumloon, het uitbetalen van de maandelijkse bonus op de uitkering of een onkostenvergoeding, kan mijn fractie niet anders dan met pijn in het hart tegen dit wetsvoorstel stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, D66, de SGP, het CDA, de LPF, de Groep Wilders, de Groep Eerdmans/Van Schijndel en de Groep Van Oudenallen voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.