Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1388-1390

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 26 oktober 2006 over administratieve lasten.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Wij hebben de afgelopen week een goed algemeen overleg met de minister van Financiën en de staatssecretaris van Economische Zaken gevoerd. Wij hebben geconstateerd dat er heel veel is bereikt. Zo zijn de administratieve lasten met meer dan 25% verlaagd. Toch willen wij verder vooruit. Daarom heb ik een voorstel gedaan. Ik herhaal dat nu in de vorm van een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ondernemers een enorme administratieve last hebben van de regeling privégebruik en loonbelasting voor bestelauto's en dat deze regeling fraudegevoelig is;

constaterende dat de bijtelling van 22% bij het inkomen onrechtvaardig kan uitpakken voor medewerkers van de bedrijven als de prijzen en gebruiksmogelijkheden van bestelauto's en personenauto's worden vergeleken;

verzoekt de regering om voor 1 mei 2007 met een voorstel te komen waarbij met ingang van 1 januari 2008 de zakelijke bestelauto buiten de regeling privégebruik valt, waarbij ter compensatie voor de rijksbegroting de motorrijtuigenbelasting voor grijs kenteken wordt verhoogd en tevens grootschalig misbruik van een nieuwe regeling wordt tegengegaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Aptroot, Smeets, Hermans en Bakker. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 168(29515).

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. De PvdA-fractie wenst een meting van de merkbare vermindering van administratieve lasten en irritaties van ondernemers. Door inzicht te krijgen in alle daadwerkelijke dalingen kunnen wij ook in de komende jaren blijven werken aan dit belangrijke dossier. Daarom dien ik namens mijn fractie de navolgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Actal aanbeveelt om de ramingen ex post te actualiseren;

verzoekt de regering, vóór 1 april 2007 een integrale ex-postmeting uit te voeren, waarbij de vermindering van administratieve lasten en irritaties van het bedrijfsleven transparant worden gemaakt doordat er inzicht wordt gegeven in alle daadwerkelijk gerealiseerde dalingen en stijgingen, naar sector en bedrijfsgrootte,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeets, Aptroot, Hermans en Koopmans. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 169(29515).

Mevrouw Smeets (PvdA):

Ik verzoek de bewindslieden ook om over de te hanteren methode van onderzoek nader te overleggen met Actal.

De heer Koopmans (CDA):

Voorzitter. Minister Nicolaï heeft daarstraks een brief aan de Kamer gestuurd naar aanleiding van de subregelgeving. In die brief wordt echter niet ingegaan op het circulairecircus, zoals ik dat tijdens het algemeen overleg heb genoemd. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat alleen al op het ministerie van VROM 183 circulaires in omloop zijn, dat 88 daarvan reeds zijn achterhaald of vermoedelijk achterhaald zijn, dat 42 circulaires niet meer te achterhalen zijn en dat er nu een actuele lijst is van 80 regelingen;

overwegende dat ook andere departementen tal van bestaande en achterhaalde circulaires kennen;

overwegende dat artikel 107 van de Grondwet vraagt om regelgeving zo veel mogelijk vast te leggen in wetten, besluiten en ministeriële regelingen;

verzoekt de regering, te komen tot een vermindering van de hoeveelheid regelgeving via circulaires, tot een eenduidige publicatie van circulaires en tot een actualisering van de aanwijzing circulaires van 1986,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koopmans. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 170(29515).

Minister Zalm:

Voorzitter. Ik had nog een amendement verwacht op het Belastingplan, maar het doet mij genoegen dat dat uitblijft.

De eerste motie van de heer Aptroot gaat over de bijtelregeling voor het privégebruik van bestelauto's. Daarin wordt de regering verzocht, met dat bijtellen te stoppen en daarvoor als compensatie de motorrijtuigenbelasting voor het grijs kenteken te verhogen. Dat is ook besproken in het algemeen overleg. Ik vind het wel sympathiek dat de regering nog een kansje wordt gegeven om ook grootschalig misbruik te voorkomen. Dat is nu juist mijn grote bezwaar tegen deze motie. Ik zie er zwarigheden in wanneer werknemers die een bestelauto ter beschikking krijgen van de werkgever daarvan geen enkel inkomensgevolg zouden ondervinden, terwijl werknemers die een auto tot hun beschikking krijgen die tot personenauto is gedoopt een bijtelling van 22% zouden krijgen. Dat creëert rechtsongelijkheid tussen die werknemers. Het verschil definiëren tussen wat een echte bestelauto en wat een echte personenauto is, is tamelijk lastig. Er zijn ook bestelauto's die het comfort bieden dat ook een personenauto biedt. Ik verwacht hiervan dan ook weinig heil, nog los van het argument dat de verhoging van de motorrijtuigenbelasting op alle bestelauto's in Nederland ook betrekking zal hebben op de bestelauto's die louter zakelijk worden gebruikt, bijvoorbeeld door de posterijen of pizzakoeriers. Al dergelijke auto's zouden dan ook worden belast met een hogere prijs voor het kenteken. Ik vrees daarom dat mij niets anders te doen staat dan de aanneming van deze motie te ontraden. Dat zal geen verrassing zijn voor de indiener.

Ook de aanneming van de tweede motie moet ik ontraden. Mevrouw Smeets heeft Actal aan haar zijde, dat moge als positief punt gelden, maar zoals het CPB weliswaar onafhankelijk en onbevooroordeeld is, durf ik dat van Actal ook te zeggen. Dat wil echter niet zeggen dat men altijd gelijk heeft. Ik vind dat Actal op dit punt geen goede aanbeveling doet. Ik vind ook de vertaling in de motie niet adequaat. Een ex-ante-, ex-postanalyse is interessant wanneer een zaak sterk hangt op gedragsaspecten. Dat geldt bijvoorbeeld voor alle voorstellen die wij hebben gedaan ter vermindering van administratieve lasten die een ICT-component hebben. Die voorstellen doen wij altijd ex post. Ook de eerste tranche hebben wij ex post geëvalueerd. Voor andere zaken valt er uit de ex-postevaluatie niets te halen. De ex-antemethodiek geldt net zo voor de ex-postevaluatie. Daarnaast steek ik mijn tijd en energie liever in het vinden van een nieuwe nulmeting met nieuwe definities voor het volgende kabinet dan de exercitie nog eens te moeten overdoen. Actal bepleit dat overigens ook. Als het dan al nog eens zou moeten worden overgedaan om te kijken wat er in deze kabinetsperiode nu echt is gerealiseerd, kan dat pas in 2008 omdat 2007 dan achter de rug is. Bij de eerdere meting van het EIM, waarover de Kamer nogal boos was omdat deze zo beperkt was, deed zich ook het probleem voor dat je pas in 2006 kunt gaan meten over 2005. Dus als wij zouden doen wat in de motie wordt gevraagd, wordt de Kamer allicht weer boos, omdat wij niet de hele 25% in de evaluatie kunnen hebben zitten omdat deze pas kan worden gemeten in 2008. Dit alles geldt in ieder geval voor de gedragselementen. Voor de overige elementen acht ik een ex-postmeting niet zinvol. Actal heeft mij niet duidelijk kunnen maken waarom voor zaken die niet met ICT-achtige gedragsaspecten te maken hebben, de p-maal-q-raming die je ex ante verricht, ex post plotseling anders zou worden.

Ik vind het dus zonde van de tijd. Als de motie toch zou worden aangenomen, zal ik hem heel vriendelijk doorgeven aan mijn ambtsopvolger, die op 1 april ongetwijfeld in functie zal zijn. Ik zal hem aanbevelen om, als het allemaal dan toch zo nodig moet van de Kamer, de ex-postmeting uit te voeren in 2008 omdat je dan pas alle ex-postmetingen kunt verrichten. De datum is dus ongelukkig en de aanpak is ongelukkig. Ik ontraad daarom het aannemen van deze motie. Ik vrees echter dat er een Kamermeerderheid voor de motie aanwezig is, zeker nu de heer Koopmans zich heeft laten verleiden om zijn handtekening eronder te zetten. Dan ga ik maar strijdend ten onder.

Staatssecretaris Van Gennip:

Voorzitter. Ter aanvulling op hetgeen minister Zalm zojuist heeft gezegd over de ex-postmeeting, merk ook ik op dat het geen goede zet zou zijn om deze op dit moment te verrichten. Het programma is pas eind 2007 afgerond.

Mevrouw Smeets heeft zowel tijdens het AO als zojuist de detailhandel genoemd. In dit verband voeren wij ook de discussie over de motie-Sylvester over bedrijven met minder dan tien werknemers. Het Actieplan Detailhandel komt binnenkort uit. Ik stel voor om in het kader van verschillende zaken die op dit moment met betrekking tot de detailhandel lopen, te bekijken wat de merkbaarheid in de detailhandel zal zijn. Juist in deze branche hebben veel bedrijven minder dan tien werknemers. Wij kunnen dan een onderzoek in één sector verrichten, waarin toevallig ook nog eens veel kleine bedrijven zitten. Het zal dus geen ex-postmeting zijn omdat het programma nog loopt. Wij zouden echter wel een onderzoek naar de merkbaarheid kunnen doen. Ik zou nog wel even goed moeten nadenken over de opzet van dit onderzoek. Ik meen dat het een heleboel discussiepunten zou kunnen wegnemen.

De heer Koopmans sprak, ook al tijdens het AO, over de verschillende circulaires. De Kamer heeft hedenochtend of gisterenavond een brief van minister Nicolaï ontvangen waarin hij daarop ingaat. Zojuist heeft de heer Koopmans een motie ingediend die eigenlijk een neerslag is van hetgeen hij in het AO heeft gezegd. Dit lijkt mij een heel redelijke motie. Ik moet daarbij zeggen dat op dit punt niet ik, maar de heer Nicolaï dé deskundige is. Als de motie geen ondersteuning van beleid is, dan zou zij dat eigenlijk wel moeten zijn. In de motie wordt de regering in de eerste plaats verzocht, vermindering van de hoeveelheid regelgeving via circulaires te bewerkstelligen. Dit lijkt mij een heel goed idee. Ook het meten van toezichtslasten, dat wij in het kader van de inspecties aan het doen zijn, leidt als het goed is daar toe. In de tweede plaats wordt er gevraagd om een eenduidige publicatie van de circulaires. Dit is iets waarmee wij bezig zijn, wat ook staat in de brief die de heer Nicolaï u heeft gestuurd. In de derde plaats wordt er gevraagd om een actualisering van circulaires die – ik reken even – twintig jaar oud zijn. Dit lijkt mij een bijzonder goed voorstel. Wat mij betreft is deze motie dus ondersteuning van beleid.

De heer Koopmans (CDA):

Naar aanleiding van de antwoorden van minister Zalm en staatssecretaris Van Gennip heb ik mij wederom laten overtuigen en trek ik mijn handtekening onder de motie-Smeets c.s. uit.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ook over deze moties zal aan het einde van de vergadering worden gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.