Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1381-1384

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, toe te voegen aan de stemmingslijst van heden:

  • - het Voorstel van wet van de leden Hofstra, Van Bochove en Verdaas tot wijziging van het Voorstel van wet van de leden Duivesteijn, Hofstra en Van Bochove tot wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit (verruiming en vereenvoudiging van de werking van de Wet bevordering eigenwoningbezit) (30837);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Muntwet 2002 in verband met de mogelijkheid om herdenkingsmunten van twee euro te kunnen uitgeven (30843).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter, het is een vooraankondiging omdat het algemeen overleg over de Wet maatschappelijke ondersteuning vanmiddag nog moet plaatsvinden, maar ik weet eigenlijk nu al zeker dat wij er vandaag nog een VAO over zullen moeten houden.

De voorzitter:

Dank voor deze vooraankondiging. Ik stel voor dat u mij machtigt om dit punt toe te voegen aan de agenda als het AO afgelopen is en als dan inderdaad blijkt dat er behoefte aan een VAO is. Dit debat zal dan naar verwachting aan het eind van de middag kunnen worden gehouden, niet lang na afloop van het AO.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Weekers.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter, namens de heer Weekers vraag ik om een korte heropening van de beraadslaging over het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een puntenstelsel rijbewijzen (30324).

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en dit debat toe te voegen aan de agenda voor vanavond.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Douma.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter, namens de heer Douma wil ik een vooraankondiging doen van een verzoek om een VAO over de WTO aan de agenda van vandaag toe te voegen.

De voorzitter:

Waar staat WTO ook alweer voor?

Mevrouw Dijksma (PvdA):

De World Trade Organization. Dank dat u mij dit examen aflegt!

De voorzitter:

Ik stel voor, mij te machtigen om, als daaraan behoefte is, dit VAO toe te voegen aan de agenda. Dit debat zal dan waarschijnlijk aan het eind van de middag worden gehouden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Lambrechts.

Mevrouw Lambrechts (D66):

Voorzitter. Wij hebben gisteren een brief van minister Verdonk gehad in reactie op het onderzoek van een journalist, de heer Van Workum, die in zijn rapport aangeeft dat er onzorgvuldig omgesprongen zou zijn met de Bosniërs die de val van Srebrenica hebben meegemaakt en die na 2000 naar Nederland zijn gekomen. Deze brief bevredigt ons niet en wij hebben er behoefte aan, hierover vandaag nog met de minister in debat te treden.

De heer Visser (VVD):

Voorzitter, mevrouw Lambrechts stelt een ernstige zaak aan de orde. Verleden week hebben wij hierover een uitvoerig rapport gehad en wij hebben de genoemde brief net binnen. Ik neem de kwalificatie van mevrouw Lambrechts niet over, maar de brief roept wel vragen op. Een debat hierover zou ik niet op stel en sprong willen, want ik wil wel de tijd hebben om deze stukken goed te bekijken.

De heer Van de Camp (CDA):

Ook ik heb vanochtend de brief van minister Verdonk gelezen en ik heb het rapport van de genoemde journalist grotendeels bestudeerd, maar ook ik zou graag de gelegenheid hebben om een debat hierover wat zorgvuldiger voor te bereiden. Het lijkt mij niet goed om deze zaak vannacht in een klein moment af te doen. Ik zou mevrouw Lambrechts dan ook in overweging willen geven, hiervoor een ander moment te kiezen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Voorzitter, ook wij hebben de brief van de minister over deze buitengewoon serieuze zaak ontvangen en wij zouden er graag met haar over spreken, maar het lijkt ons dat er te weinig tijd is voor een goede voorbereiding als wij dat vandaag nog zouden doen. Wij zouden er zo snel mogelijk na het verkiezingsreces een debat over willen houden, maar dan zouden wij nu graag van minister Verdonk de toezegging ontvangen dat zij tot dat moment geen mensen naar Srebrenica zal uitzetten.

De heer De Wit (SP):

Ik kan van harte onderschrijven dat het om een belangrijke zaak gaat, die meermalen in de Kamer aan de orde is geweest. Nu ligt er een rapport met een brief van de minister. Het grote bezwaar van een debat vandaag is dat daar nauwelijks ruimte voor is, terwijl het een belangrijke zaak betreft, waarvoor wij alle ruimte moeten hebben om tot goede conclusies te komen. Daarom onderschrijf ik het verzoek van mevrouw Huizinga om vandaag geen debat te houden en om zo snel mogelijk na de verkiezingen wel een debat te houden, maar met de zekerheid dat de minister geen mensen uitzet totdat de Kamer heeft gedebatteerd.

De heer Van der Staaij (SGP):

De SGP-fractie sluit zich aan bij de lijn van mevrouw Huizinga en de heer De Wit, dus geen debat vandaag, want dan komt dat onvoldoende uit de verf. Het vraagt om een gedegen voorbereiding. Ook wij gaan ervan uit dat dan geen onomkeerbare stappen worden genomen. Misschien kunnen wij de procedureafspraak maken dat de minister, als zij er anders over denkt, dat vandaag nog aan de Kamer laat weten, zodat wij over de procedurele kant van de zaak eventueel nog een debat kunnen voeren.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter, het is een gotspe om een beroep te doen op de zorgvuldigheid, zoals mijn collega van de CDA-fractie doet, om het debat niet te voeren. Dit onderwerp is hier vaker aan de orde geweest. Het speelt al langer. Betrokkenen wachten al jaren op een antwoord op hun verzoeken. Voor mijn fractie kan het debat vandaag plaatsvinden, maar wij kunnen ons ook vinden in de voorstellen van de collega's. Er mogen echter geen uitzettingen plaatsvinden voordat het debat heeft plaatsgevonden.

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Wij hechten zeer aan een zorgvuldige voorbereiding van het debat, dat zeker gevoerd moet worden. Dus graag een debat na de verkiezingen. Ik sluit mij aan bij alle anderen die hebben gezegd dat er tot dat moment uiteraard geen onomkeerbare stappen mogen worden gezet.

Mevrouw Lambrechts (D66):

Het zal duidelijk zijn dat voor ons ook buitengewoon zwaar weegt dat dit een van de eerste onderwerpen was waarmee deze Kamer en het kabinet-Balkenende II zijn begonnen. Het zou de zaak toch dienen als wij dat aan het einde van deze periode op een enigszins bevredigende manier kunnen afsluiten.

Het feit dat de brief pas gisterenavond is gekomen, vind ik, met alle respect, geen argument. Wij hebben hier wel vaker gedebatteerd over brieven die korter dan een dag tevoren ontvangen waren. Overigens zal dit bij het Schipholdebat ook gebeuren over een brief die pas hedenochtend ontvangen is.

Ik kan echter ook tellen. Ik doe een dringend beroep om het debat vandaag wel te houden. Mocht dit niet gebeuren, dan alleen onder de voorwaarde dat geen onomkeerbare stappen worden gezet en in de tussentijd niemand wordt uitgezet. Desnoods gaan wij tot morgenvroeg door om het debat zorgvuldig, maar nog wel vandaag te voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

Het concrete verzoek van een aantal woordvoerders is om geen onomkeerbare beslissingen in dezen te nemen, zolang hier geen debat en besluitvorming hebben plaatsgevonden, en om de minister te vragen om hierop expliciet te reageren voor vanmiddag 18.00 uur. Wat de besluitvorming nu betreft, wil ik het daarbij laten. Dat betekent dat de Kamer in nieuwe samenstelling wel of niet een debat zal houden. Het is echter niet aan ons om daarover nu een beslissing te nemen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Mijnheer de voorzitter. Gisteren is in Engeland een buitengewoon alarmerend rapport verschenen over de economische gevolgen van de wereldwijde klimaatverandering. GroenLinks is hiervan zeer geschrokken, want de economische effecten van de wereldwijde klimaatverandering worden in dit rapport op maar liefst zeven biljoen dollar geschat. Met andere woorden: wie niets doet aan klimaatverandering, is straks peperduur uit. Wij debatteren in deze Kamer veel over vergrijzing, maar dit vraagstuk overstijgt dat vraagstuk volledig: 7 biljoen dollar. Dit rapport is ernstig. Ik had verzocht, dit rapport in de vorm van mondelinge vragen met de minister van Economische Zaken te mogen bespreken, maar dat is niet gelukt. Ik wil het hier niet bij laten zitten, want wij nemen deze zaak hoog op, zeker omdat de doorrekening van de verkiezingsprogramma's een bepaald licht werpt op het klimaatbeleid, of liever gezegd de afwezigheid daarvan bij alle andere partijen. Daarom verzoek ik u om vandaag ruimte te maken voor een spoeddebat over dit rapport met de minister van Economische Zaken en de staatssecretaris van Milieu.

De voorzitter:

De minister van Economische Zaken heeft toestemming gekregen om niet aanwezig te zijn vanwege een verplichting in verband met een buitenlands bezoek.

Mevrouw Spies (CDA):

Voorzitter. De heer Vendrik vraagt terecht aandacht voor een heel serieus aspect, namelijk de consequenties die klimaatverandering voor ons allemaal kan hebben. Wij praten over een buitengewoon lijvig rapport, dat gisteren pas is verschenen. Overigens gaan kritieken over en weer over tafel. De CDA-fractie wil graag een debat over de wijze waarop wij hiermee om moeten gaan, maar zij wil dat wel zorgvuldig voorbereiden. Wij zien geen enkele aanleiding voor een spoeddebat vandaag.

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. Ik sluit mij daarbij aan. Ik stel een brief van het kabinet op prijs, met een kabinetsreactie op wat de heer Vendrik net noemde. Een debat vandaag lijkt mij niet aan de orde.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. De urgentie die de heer Vendrik schetst, delen wij van harte. Terecht wordt gevraagd om meer discussie hierover, veel vaker dan nu tijdens de verkiezingscampagne gebeurt. Mijnheer Vendrik, laten D66, GroenLinks en andere fracties het daarover vooral tijdens de verkiezingscampagne hebben, met het rapport onder de arm, en elkaar bevragen hoeveel zij echt doen voor het milieu en voor het klimaat, in plaats van hier een heel kort debatje te houden, met allemaal obligate antwoorden van de staatssecretaris. Dat moeten wij onszelf en vooral het onderwerp niet aandoen. Het onderwerp klimaatverandering is belangrijk genoeg voor een zorgvuldige behandeling.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de heer Van der Ham: dit onderwerp is te groot en te zwaarwegend om nu vandaag nog even snel af te raffelen. Laten wij dit goed doen, bijvoorbeeld in de verkiezingscampagne, en ook daarna.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Voorzitter. Ik ben blij met het verzoek van de heer Vendrik, maar hij zou dan wel het reces een dag later moeten laten ingaan. Voor dit debat hebben wij meer nodig dan een paar uur.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Ik ben het eens met de lijn van mevrouw Spies en de heer De Krom. Dit is een fundamentele kwestie, maar de discussie erover is recent geopend. Het is goed om af te wachten wat de diverse experts daarover hebben te melden. Dat vergt een zorgvuldige voorbereiding, waarvoor wij meer tijd nodig hebben dan vandaag beschikbaar is.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Ik constateer dat er vorig jaar op initiatief van mijn fractie nog een hoorzitting is gehouden over het klimaatvraagstuk, die niet heeft geleid tot de benodigde politieke urgentie. De Kamer mag het ons niet kwalijk nemen dat wij dat elke keer weer proberen. Dit is een buitengewoon alarmerend rapport. Ik moet eerlijk zeggen, beste collega's, ik heb al uw programma's bekeken, inclusief de doorrekening van het CPB...

De voorzitter:

U spreekt uw collega's niet rechtstreeks toe, en wij zijn bezig met de regeling van werkzaamheden. U komt uw collega's de komende weken elders nog genoeg tegen!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik hoop ook op dit thema! Dat ontbreekt namelijk in de plannen, in de campagne en in de doorrekeningen van het CPB. Iedereen komt dus weg met een gebrek aan beleid op het gebied van het klimaat. Ik vind het pikant dat wij voor het belangrijkste vraagstuk van deze tijd niet een paar uur over hebben om er voor de verkiezingen nog een debat over te voeren. Ik neem daar kennis van.

Ik doe bij dezen het verzoek aan de minister van Economische Zaken om voor de verkiezingen van 22 november aanstaande voor de Kamer inzichtelijk te maken wat dit rapport leert over de economische schade die Nederland oploopt als gevolg van uitblijvend klimaatbeleid. Ik zou die informatie graag ontvangen voor 22 november aanstaande, zodat wij niet in deze zaal maar overal in de media en waar het maar kan, kunnen debatteren over de noodzaak van klimaatbeleid en de grote economische kosten die verbonden zijn met het uitblijven ervan. Ik ontvang graag die brief van de minister van Economische Zaken vóór 15 november. Hij heeft slimme economen in dienst en hij heeft het CPB onder zich, dus dat moet kunnen.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister van Economische Zaken.

De heer Van der Ham (D66):

Het lijkt mij uitstekend dat dit gebeurt. Wij kunnen overigens altijd nog een ochtend van reces terugkomen om ook hier het debat te voeren over deze kwestie. Dat doe ik graag met u, mijnheer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Goed. Zullen wij dat nu dan afspreken, mijnheer Van der Ham? Zegt u dan nu ja?

De heer Van der Ham (D66):

Absoluut, ja. Ik ben ervoor.

De heer Vendrik (GroenLinks):

U bent dus nu tegen een debat, maar als er straks alsnog een aanleiding is, dan bent u weer voor een debat. Daarom stel ik gewoon voor om het debat nu te voeren. Wij discussiëren er al lang zo over, wij zijn er al zo'n tijd over bezig.

De heer Van der Ham (D66):

Mijnheer Vendrik, wij willen graag tijd voor dat debat hebben. U heeft een heel belangrijk onderwerp aangesneden dat ook D66 zeer aan het hart gaat. Als u ons verkiezingsprogramma goed leest, kunt u dat ook zien. Het gaat mij erom dat als wij straks met de staatssecretaris gaan praten en hij met obligate antwoorden komt, in de zin dat hij er eerst nog goed naar wil kijken, wij daar ook helemaal niets aan hebben. Dus laat die brief maar zo snel mogelijk komen. Dan steun ik van harte een verzoek om een spoed-AO over dit onderwerp te houden tijdens het verkiezingsreces.

De heer De Krom (VVD):

Ik begrijp wel dat het verkiezingstijd is, maar misschien is het een goed idee om eerst de brief af te wachten, waarna wij kunnen besluiten wat wij gaan doen.

De voorzitter:

Dat zit vanzelfsprekend in het voorstel dat ik u reeds heb gedaan.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Heemskerk.

De heer Heemskerk (PvdA):

Voorzitter. Ik wil u verzoeken om aan de lange lijst van stemmingen toe te voegen het wetsvoorstel over de modernisering van de Mededingingswet. Er zou via de minister nog een advies volgen, maar dat blijft tot nu toe uit, terwijl het wel belangrijk is dat de NMa nu aan de slag kan.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Wij wachten inderdaad nog op een advies van de Raad van State. Dit punt is inmiddels geagendeerd voor de procedurevergadering van de vaste commissie voor Economische Zaken van vanmiddag.

De voorzitter:

Het lijkt mij dan beter om die procedurevergadering af te wachten. Dan vraag ik de Kamer bij dezen of zij mij machtigt om dit punt al dan niet aan de stemmingslijst toe te voegen zonder een nadere regeling van werkzaamheden. Ik constateer dat de Kamer zich hierin kan vinden, zodat aldus is besloten.

Het woord is aan de heer Visser.

De heer Visser (VVD):

Voorzitter. Gisteren hebben wij een wetgevingsoverleg gehad over de nieuwe bekostiging van hbo en universiteiten. Een deel van dat overleg ging over het niet kunnen doorgaan van het nieuwe systeem. Veel fracties hebben zich kritisch afgevraagd hoe dat zo heeft kunnen komen. Ik heb voorgesteld met een initiatiefvoorstel te komen. De staatssecretaris antwoordde aan het eind van het debat dat hij zelf met een plan van aanpak komt om de instellingen en het veld erbij te betrekken. Derhalve wens ik mijn motie op dat punt aan te houden totdat genoemd plan van aanpak er is.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Visser stel ik voor, zijn motie (30832, nr. 9) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.