Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1459-1460

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de problematiek rond arbeidsmigratie en sociale zekerheid, te weten:

- de motie-Meijer/Visser over de doelstelling van de Kennismigrantenregeling (29861, nr. 8);

- de motie-Meijer over toetsing van wetsvoorstellen door de Gemengde tijdelijke commissie subsidiariteitstoets (29861, nr. 9);

- de motie-Vergeer c.s. over toetsing van arbeidsmigratie (29861, nr. 10);

- de motie-Visser over doorwerking van het internationaal en het Europees recht (29861, nr. 11);

- de motie-Koşer Kaya over afschaffing van de tewerkstellingsplicht (29861, nr. 12);

- de motie-Koşer Kaya over asielzoekers die hoger onderwijs volgen (29861, nr. 13).

(Zie vergadering van 26 oktober 2006.)

De voorzitter:

De motie-Visser (29861, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering ondanks herhaald verzoek vanuit de Kamer niet ingaat "op de vraag op welke wijze internationaal recht doorwerkt in de nationale rechtsorde" en in haar brief van 24 oktober jongstleden stelt dat "een dergelijke fundamentele en principiële vraag" aan een volgend kabinet is;

constaterende dat de artikelen 93 en 94 van de Grondwet tot gevolg hebben dat eenieder verbindende bepalingen van internationaal recht boven nationaal recht gaan, dat dergelijke bepalingen in Nederland een verbindende kracht hebben tegenover burgers ongeacht hun nationaliteit en ingezetenschap;

constaterende dat soortgelijke grondwettelijke bepalingen niet in alle EU-lidstaten van kracht zijn en dat dus dezelfde internationale afspraken binnen de EU tot afwijkende uitkomsten kunnen leiden;

overwegende dat in de afgelopen decennia internationale verdragen zijn geratificeerd waarin geen rekening is c.q. kon worden gehouden met internationalisering zoals die begin 21ste eeuw praktijk is en dat als gevolg van jurisprudentie van het Europees Hof de invulling van bepaalde rechten, zoals de rechten die aan het vrije verkeer van personen zijn verbonden, zich uitbreidt;

van mening dat dergelijke ontwikkelingen tot beperking van de beleidsvrijheid van de Nederlandse wetgever kunnen leiden over onderwerpen uiteenlopend van strafrecht, studiefinanciering, het Kinderrechtenverdrag tot sociale zekerheid;

verzoekt de regering, een onafhankelijke commissie in te stellen die fundamentele en principiële vragen onderzoekt, zoals "hoe het internationaal en het Europese recht doorwerkt in de nationale rechtsorde", "hoe het internationaal recht doorwerkt in de Europese rechtsorde" en "wat de consequenties hiervan zijn voor de Nederlandse wetgever" en de Kamer daarover in 2007 vergezeld van een reactie te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (29861).

De motie is rondgedeeld. Ik stel vast dat wij daarover kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Meijer/Visser (29861, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Meijer (29861, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van D66 tegen deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vergeer c.s. (29861, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Visser (29861, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koşer Kaya (29861, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Koşer Kaya (29861, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, de VVD, de ChristenUnie, de LPF, de Groep Eerdmans/Van Schijndel en de Groep Van Oudenallen voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.