Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 19, pagina 1377-1379

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Duyvendak aan de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de minister van Justitie over het feit dat het Openbaar Ministerie een milieumisdrijf van een Amsterdamse werf heeft geseponeerd nadat de eigenaar van het bedrijf zich bereid had verklaard, het asbestschip de Sandrien goedkoop te slopen voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

De voorzitter:

De staatssecretaris is nog niet gearriveerd omdat hij vaststaat in het verkeer. Wij wachten even tot hij er is. Iedere minuut die wij nu wachten, vinden wij vannacht terug wanneer wij de vergadering sluiten.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. Het kabinet had misschien ook wel de files effectiever moeten bestrijden dan het gedaan heeft.

Het is mij een eer om, in wat vrijwel zeker het laatste vragenuur onder de prettige leiding van deze voorzitter is, mijn vragen te mogen stellen.

Afgelopen vrijdag stond in NRC Handelsblad het bericht dat er weer een affaire is met een gifschip. Ik kan mij voorstellen dat men deze schepen zo langzamerhand niet meer uit elkaar kan houden. Deze keer gaat het over het asbestschip de Sandrien. NRC Handelsblad meldde dat de werf waarop dit schip gesloopt moest worden, op het moment van de aanbesteding verdacht werd van een milieumisdrijf. Aan deze werf was zelfs een boete van € 450.000 opgelegd. Tegelijkertijd heeft – en nu richt ik mij tot de staatssecretaris van Milieu aangezien hij verantwoordelijk is voor de aanbestedingsprocedure – deze werf de opdracht tot de sloop gekregen. Hierbij is sprake geweest van een deal die je creatief en onjuist zou kunnen noemen. Het milieumisdrijf is namelijk door het Openbaar Ministerie geseponeerd en van tafel geveegd. In ruil daarvoor heeft de werf de offerte met € 230.000, dus de helft van het bedrag, verlaagd. Beide partijen leverden wat in en kwamen op het midden uit.

Klopt dit krantenbericht? Is het zo gegaan? Aan de staatssecretaris vraag ik: zijn de aanbestedingsregels omzeild? Dit is namelijk geen openbare inschrijving aangezien hier handjeklap is gepleegd. Het is ook helemaal niet bekend of die werf de goedkoopste was. Is er geen sprake van impliciete staatssteun? In feite heeft de werf een korting gekregen van € 230.000 op de klus. Is dat op zichzelf genomen al niet verwijtbaar?

Aan de minister van Justitie vraag ik: is het Openbaar Ministerie niet veel te veel terechtgekomen in de beleidsuitvoering? Zou het OM niet op veel grotere afstand moeten staan bij dit soort milieumisdrijven? Is het OM in dit geval niet verzeild geraakt in handjeklap tussen overheden? VROM, Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam en OM hebben met elkaar een deal gemaakt om een zaak te schikken. Het gevolg van alles is dat de vervolging van het milieumisdrijf niet tot een goed einde kon worden gebracht. Is dat niet hoogst ongewenst?

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter. Ik heb naar aanleiding van de krantenberichten inmiddels meer informatie gekregen van het Openbaar Ministerie, die ik nu kort zal weergeven. Het Openbaar Ministerie heeft op 3 februari 2004 een schikkingsvoorstel van € 450.000 gedaan aan de werf Shipdock als verdachte. In reactie op dat voorstel heeft Shipdock aangegeven dat het betalen van dit bedrag het faillissement van de werf zou betekenen. Vervolgens is de bewuste brief uitgegaan, waarbij met name de passage over de creatieve ideeën een verkeerde indruk heeft gewekt. Het gaat om toepassing van artikel 36 van de Wet op de economische delicten. Artikel 36 luidt: Bij toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht kan ter voorkoming van de strafvervolging wegens economische delicten naast de aldaar in het tweede lid genoemde voorwaarden, als voorwaarde worden gesteld dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald. Dit bedoelde de officier van justitie dus in zijn brief. De officier van justitie had in het bijzonder het oog op de prestatie tot het goedmaken van een en ander op kosten van de verdachte. In dezelfde brief van 16 februari 2004 schrijft de officier van justitie ook aan de werf Shipdock dat er op het gunningsproces van de aanbesteding van de sloop van de Sandrien wordt gewacht.

De achtergrond hiervan is dat de eventuele gunning van de sloop van de Sandrien invloed kon hebben op de afdoening van de strafzaak. Het kon immers effecten hebben op de economische positie van het bedrijf, de verdachte. Als het bedrijf niet, zoals was gesteld door het bedrijf, het risico liep om failliet te gaan, had dat zijn weerslag gehad op de mogelijkheid om het hoge schikkingsvoorstel binnen te krijgen. Daarbij speelde ook een rol dat bezien kon worden of de werf de sloop van een groot zeeschip aankon, hetgeen relevant kon zijn voor de keuze van de in artikel 36 van de Wet op de economische delicten bedoelde alternatieve afdoening. Zo ver is het niet gekomen. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie is er in zijn optreden dus geen sprake geweest van vermenging van de twee schepen Otapan en Sandrien.

Vervolgens kreeg de zaak een andere, letterlijk onfortuinlijke afloop: de werf Shipdock is overgenomen door Amsterdam Ship Repair, waardoor de strafzaak overging op ASR als overgang van een strafzaak tegen een rechtspersoon. In mei 2005 is Amsterdam Ship Repair failliet gegaan. Dat was de reden voor het sepot, zo meldt het Openbaar Ministerie mij. Het Openbaar Ministerie voegt daaraan toe dat de brief van het havenbedrijf aan ASR, voor zover daarin beweringen voorkomen over een vermenging van beide zaken, door het Openbaar Ministerie kon worden weersproken met de argumentatie die ik u net heb gegeven.

Staatssecretaris Van Geel:

Voorzitter. Ik excuseer mij voor mijn late komst. Die was inderdaad te wijten aan het verkeer. Johan Cruijff had daarop gezegd: dan had je maar een file eerder moeten gaan. Dat is een variant op uw mededeling.

Ik heb weinig toe te voegen aan wat de minister van Justitie heeft gezegd, omdat er ook in mijn ogen van handjeklap geen sprake is geweest. Het Openbaar Ministerie heeft een schikkingsvoorstel gedaan. Er is nooit een gunning aan dit bedrijf gegeven. Ik kan daar niets aan toevoegen. Wat ik niet weet, kan ik niet toevoegen.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Twee vertegenwoordigers van het kabinet zeggen hier eigenlijk klip en klaar dat het bericht in het NRC Handelsblad niet klopt en dat er geen sprake is geweest van enige vermenging met de strafrechtelijke procedure die is geëindigd in een sepot vanwege het faillissement en niets anders. De staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zegt dat er in de gehele aanbestedingsprocedure niet over de vervolging zoals die liep, is gesproken. Ook was er naar zijn zeggen geen sprake van vermenging of van een manier waarop het bedrijf onder de boete uit kon komen of een lagere boete opgelegd kon krijgen. De staatssecretaris zegt dat dit twee aparte trajecten zijn geweest en dat er geenszins sprake is geweest van een verlaging van het bedrag waarvoor de werf die klus zou klaren in ruil voor of in relatie tot de juridische procedures die liepen. Ik krijg van het kabinet op beide vragen graag een bevestigend antwoord.

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter. Ik heb precies gezegd wat ik heb gezegd. In antwoord op de vragen van de heer Duyvendak heb ik weergegeven wat het Openbaar Ministerie mij heeft bericht. Dit is wat het Openbaar Ministerie mij heeft bericht.

Staatssecretaris Van Geel:

Er is over de sloop van de Sandrien en latere andere schepen uiteraard veel contact geweest tussen de verschillende instanties, te weten het Havenbedrijf Amsterdam, het ministerie van Verkeer van Waterstaat, het ministerie van VROM en het Openbaar Ministerie. Ik weet echt niet welke varianten daar wel of niet zijn besproken. Wel weet ik dat er uiteindelijk geen aanbesteding aan dit bedrijf is geweest, met de achtergronden en de motieven die de minister van Justitie heeft geschetst. Meer weet ik niet. Ik kan geen vragen beantwoorden waarop ik de antwoorden niet ken. Ik constateer slechts dat er uiteindelijk geen sprake is geweest van aanbesteding aan het desbetreffende bedrijf.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Wij hebben hier met een keten van bedrijven en met rechtsopvolgers te maken, die er wel in betrokken zijn geraakt. Heeft de uiteindelijke som die wordt betaald voor de aanbesteding, die volgens berichten in NRC Handelsblad lager was dan oorspronkelijk, niets te maken met enig juridisch traject en met contacten met het Openbaar Ministerie? Is daarover niet gesproken? Is dat helemaal separaat verlopen?

Staatssecretaris Van Geel:

Ik weet niet waarover is gesproken. Ik kan alleen maar antwoorden over kennis die ik heb. Ik weet alleen dat wij geen verantwoordelijkheid hebben gehad voor het schikkingsvoorstel, dat niet van ons afkomstig is geweest. Dat heb ik ook aangegeven. De minister van Justitie heeft dat bevestigd.

De heer Samsom (PvdA):

De minister van Justitie heeft gezegd dat de inhoud van de derde brief van het Havenbedrijf Amsterdam aan ASR wordt weersproken. Ik wil dan precies weten wat er wordt weersproken. De passage in die brief is namelijk heel helder. Daarin staat dat de officier van justitie de schuld zal verrekenen indien de toetsingscommissie Sandrien – waarin het ministerie van VROM ook vertegenwoordigd was – aangeeft dat ASR, de rechtsopvolger van Shipdock, naar volle tevredenheid heeft meegeholpen bij het oplossen van het probleem Sandrien voor een redelijke prijs, zulks conform het uitdrukkelijke verzoek van de werf, ook al hebben beide schepen formeel niets met elkaar te maken. Hier wordt dus wederom heel nadrukkelijk gesproken van een creatieve oplossing – in mijn ogen een onheuse deal – die om allerlei redenen niet is doorgegaan, maar waarbij men wel van plan was om dit op deze manier te laten vormgeven. Wat is daarop de reactie van de minister? Vindt hij dat zo'n plan, ook al is dat nu niet ten uitvoer gebracht vanwege faillissementen, oorbaar is voor de afdoening van strafzaken door het Openbaar Ministerie?

Minister Hirsch Ballin:

In de vraag van de heer Samsom ligt een veronderstelling besloten, die betrekking heeft op een brief die niet aan mij is toegezonden. Ik heb zo-even weergegeven wat er door het Openbaar Ministerie aan mij is gemeld. Ik zeg de Kamer graag toe dat ik het Openbaar Ministerie zal vragen of er bij overlegging van die brief aan mij aanleiding is tot nadere opmerkingen. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan zal ik de Kamer daarvan op de hoogte stellen. Wat het Openbaar Ministerie mij heeft gemeld, heeft mede betrekking op die brief en houdt in wat ik in antwoord op de vragen van de heer Duyvendak heb gezegd.

Mevrouw Van Oudenallen (Groep Van Oudenallen):

Bij mijn weten is het gebruikelijk bij aanbestedingen dat meerdere leveranciers worden benaderd. Hoe is dat in dit geval gegaan, wie is het uiteindelijk geworden en heeft deze enige relatie met het bedrijf dat wij daarnet bespraken? Of hebben deze partijen niets met elkaar te maken? Op grond van de brief die de heer Samsom noemt, lijkt mij toch dat dit allemaal gesneden koek is.

Staatssecretaris Van Geel:

Ik herhaal mijn antwoord dat ik niet weet wat er in de gesprekken die zijn gevoerd allemaal aan de orde is geweest. Wel kan worden nagegaan wat het precieze verloop is geweest met betrekking de aanbesteding die op de gesprekken is gevolgd. Die informatie zal ik de Kamer graag doen toekomen.