Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 10

10 Wegverkeer en Verkeersveiligheid

Aan de orde is het VAO Wegverkeer en Verkeersveiligheid (AO d.d. 09/10). 

De voorzitter:

Het is alweer enige tijd geleden dat het AO over verkeersveiligheid is gehouden. Het woord is aan de heer De Rouwe. 

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter. Je hebt pas verloren als je zelf opgeeft. Het dossier over de snorfiets op de rijbaan in Amsterdam en de vraag of een lokaal experiment wel of niet wordt toegestaan, speelt al heel lang. Vandaag is er een nieuwe stap gezet en daarom dient het CDA de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de gemeente Amsterdam in afwijking van de landelijk afgesproken regels de snorfiets wil toestaan op de (hoofd)rijbaan. 

overwegende dat de snelheid van snorfietsers en het overige verkeer te sterk verschillen waardoor bij vermenging van dit verkeer onveilige situaties ontstaan; 

overwegende dat het verbannen van de snorfiets naar de (hoofd)rijbaan geen oplossing is voor de totale verkeersproblematiek; 

verzoekt de regering, af te zien van maatregelen die het mogelijk maken om de snorfiets op de (hoofd)rijbaan toe te laten, eventueel in combinatie met een lokale helmplicht, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 434 (29398). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vraag mijn CDA-collega waarom het nodig is dat de nationale regering zich bemoeit met iets wat een gemeente op lokaal niveau wil regelen. 

De heer De Rouwe (CDA):

Ik ben het daar helemaal mee eens. Ik vind ook dat de nationale overheid zich hier niet mee moet bemoeien. Daarom roepen wij de minister op om geen bemoeienis te tonen met de problematiek in Amsterdam en geen wetswijziging toe te staan. 

De voorzitter:

Dank u wel. Vervolgvragen zijn niet toegestaan. 

De heer De Rouwe (CDA):

O sorry, ik wil uw orde niet verstoren ... 

De voorzitter:

Ja, u mag uitdagen, maar het gebeurt gewoon niet. 

De heer De Rouwe (CDA):

U bent natuurlijk al een tijdje bezig en ik kom fris binnenlopen, dus ik ga niet met u in discussie hierover. 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

De heer De Rouwe (CDA):

De tweede van de drie moties luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het instrumentarium voor de handhaving van de maximumsnelheid van bromfietsers recent is uitgebreid, met maatregelen bij lichtvaardig rijgedrag, ontzegging van de rijbevoegdheid bij te hard rijden, maatregel bij alcoholrecidive, inbeslagname van voertuigen, voertuigcriminaliteit en de aanscherping meetmarges bij opvoeren; 

overwegende dat effecten van deze maatregelen nog niet in beeld zijn; 

verzoekt de regering, de maatregelen tegen overlast en onveiligheid van bromfietsen in 2015 te evalueren en daarbij te betrekken in welke mate gemeenten gebruik hebben gemaakt van het geboden handhavingsinstrumentarium, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 435 (29398). 

De voorzitter:

U hebt eigenlijk geen tijd meer voor een derde motie. 

De heer De Rouwe (CDA):

Ik heb nog twintig seconden, zag ik. Ik ga de motie snel voorlezen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er bij sommige gemeenten dusdanige drukte op het fietspad is dat er onveilige situaties ontstaan, of worden ervaren door fietsers; 

overwegende dat het verplaatsen van de snorfietser naar de rijbaan een nieuw probleem creëert voor de verkeersveiligheid; 

verzoekt de regering, bij de gemeentes aan te dringen op effectievere handhaving op overtredingen op het fietspad; 

verzoekt de regering daarnaast, in overleg met onder andere VNG, ANWB en VVN, bij de gemeente erop aan te dringen om oplossingen te vinden in de ruimtelijke inrichting met speciale aandacht voor fietsers, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 436 (29398). 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, u wilt interrumperen maar u mag één vraag in de eerste termijn stellen. 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. In het algemeen overleg hebben we het gehad over fietshelmen. Uiteraard is de SP-fractie voor het stimuleren van het dragen van een fietshelm. Ze wil het echter niet verplichten. Als je kinderen in de opvoeding en bij het leren fietsen al een beetje wijst op het dragen van de fietshelm, dan heb je kans dat ze dat later ook zullen doen. Om het gebruik van de fietshelm te stimuleren, dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er in verhouding veel verkeersslachtoffers vallen onder fietsers; 

constaterende dat fietsers door de opkomst van de elektrische fiets vaak sneller rijden dan met een traditionele fiets; 

overwegende dat, als een fietser een ongeluk krijgt, er in veel gevallen sprake is van hoofdletsel en dat het dragen van een helm de ernst van het ongeluk kan verminderen; 

spreekt uit geen voorstander te zijn van een helmplicht voor fietsers, en dat het dragen van een helm een afweging is die de fietser zelf moet maken; 

verzoekt de regering om in samenspraak met BOVAG, de ANWB en de Fietsersbond een plan op te stellen waarmee de voordelen van het dragen van een fietshelm onder de aandacht van de fietsers worden gebracht, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 437 (29398). 

De voorzitter:

Hebt u nog een motie? Nee. De heer De Rouwe heeft een vraag. 

De heer De Rouwe (CDA):

Die vraag had ik ook, maar u hebt hem al gesteld. Dat scheelt dus. Mijn enige vraag aan de heer Bashir is dan de volgende. Hij wil het dragen van een helm niet verplichten voor fietsers. Wil hij dat wel voor de snorfietsers bij lokale initiatieven, zoals in Amsterdam? 

De heer Bashir (SP):

Deze discussie hebben we uitgebreid gevoerd in het algemeen overleg. Toen is de SP ook met een eigen voorstel gekomen. We hebben toen gezegd dat we, gelet op de toezegging die de minister had gedaan, haar voorstel willen afwachten. De minister heeft toegezegd dat ze heel goed gaat kijken naar het voorstel van de SP om ook de snelheidsverschillen mee te nemen. We zijn benieuwd naar het uitgewerkte voorstel en zullen zien waarmee de minister komt. Daarna kunnen we bekijken of we voor of tegen zijn. 

Mevrouw Visser (VVD):

Ik heb een vervolgvraag op de vraag van de heer De Rouwe. Ik borduur daarop voort. De SP heeft in dat algemeen overleg ook een voorstel ingediend om alle snorfietsen om te zetten naar bromfietsen. Volgens BOVAG kost dat €450 per snorfiets. Wat is er met dat plan gebeurd? Is ook dat in de ijskast gezet in afwachting van het voorstel van de minister of gaat de SP dat alsnog indienen? Of was het gewoon een mooie ballon die is opgelaten? 

De heer Bashir (SP):

Ik betwist dat bedrag van €450. Wij kunnen hier in de Kamer ook besluiten dat wij vanaf nu, bijvoorbeeld, de regel hanteren dat alle regels die gelden voor de bromscooter, ook gaan gelden voor de snorscooter. Dan heb je dat probleem van die €450 niet. Ons voorstel staat nog steeds. Wij willen daarover nog wat uitgebreider met u en de rest van de Kamer spreken. Daarom kom ik niet nu al met een motie die wellicht verworpen zal worden, waardoor het plan dan wél in de ijskast belandt. Ik wil uitgebreid de tijd nemen om het goed uit te werken en het uiteindelijk gerealiseerd te krijgen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat voetgangers en fietsers nog steeds regelmatig slachtoffer worden van dodehoekongevallen met vrachtauto's en van niet fysiek afgescheiden fietspaden op gebiedsontsluitingswegen; 

overwegende dat de inrichting van lokale wegen moet worden afgestemd op het voorkomen van dergelijke ongevallen, bijvoorbeeld door het realiseren van fysiek afgescheiden fietspaden op gebiedsontsluitingswegen en het strategisch terugleggen van stopstrepen en haaientanden, zodat fietsers zich vóór het gemotoriseerde verkeer opstellen; 

verzoekt de regering om in goed overleg met vertegenwoordigers van wegbeheerders maatregelen te treffen waardoor verkeersongevallen tussen ongemotoriseerde en gemotoriseerde verkeersdeelnemers substantieel worden teruggedrongen op deze gebiedsontsluitingswegen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 438 (29398). 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik dien allereerst een motie in over de gesloten spitsstroken. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

van mening dat gesloten spitsstroken leiden tot veel onduidelijkheid en irritatie bij weggebruikers en de doorstroming en de veiligheid niet bevorderen; 

verzoekt de regering, spitsstroken permanent open te stellen, teneinde de huidige filestijging te bestrijden en de duidelijkheid en veiligheid voor de automobilist te bevorderen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 439 (29398). 

De heer Madlener (PVV):

Dan heb ik nog een motie over de snorfiets. De PVV wil de snorfiets niet wegpesten, zoals de SP. Daarom dien ik de volgende motie in. Zij is wellicht overbodig na de CDA-motie over dit onderwerp, maar misschien kunnen we elkaar versterken. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de minister de gemeente Amsterdam de mogelijkheid wil bieden een pilot te starten om binnen de gemeentegrenzen een helmplicht in te voeren voor snorfietsen; 

van mening dat de verkeersregels landelijk moeten gelden en er geen verschillen tussen gemeenten moeten ontstaan, aangezien dat leidt tot willekeur en onduidelijkheid voor de weggebruiker; 

verzoekt de regering, de gemeente Amsterdam en/of andere gemeenten niet de mogelijkheid te geven om een helmplicht in te voeren voor snorfietsen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 440 (29398). 

De heer Madlener (PVV):

Mijn laatste motie gaat over de kleine boetes op snelwegen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat automobilisten op snelwegen vaak geflitst worden voor kleine snelheidsovertredingen; 

constaterende dat dit onder andere komt door het ontbreken van eenduidigheid van flitsmarges op snelwegen; 

van mening dat deze kleine verkeersovertredingen de verkeersveiligheid niet in het geding brengen en deze boetes vooral bedoeld lijken te zijn om de staatskas te spekken; 

verzoekt de regering om de flitsmarges op snelwegen vast te stellen op 10 km/u, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 441 (29398). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Moeten wij ons in Nederland aan de wet houden? Wil de heer Madlener ook een uitzondering maken voor heel kleine diefstalletjes? 

De heer Madlener (PVV):

Ik doe hier een voorstel om de wet wat te verruimen en pas te flitsen bij de marge van 10 km/u. Kleine boetes zijn niet bedoeld om automobilisten te pesten om de staatskas te spekken, in tegenstelling tot wat uw partij vindt. Wij vinden dat boetes uitgedeeld moeten worden als mensen de verkeersveiligheid in het geding brengen. Dat is bij kleine boetes op snelwegen over het algemeen niet het geval. Daarom wil ik de flitsmarge ophogen. 

De heer Bashir (SP):

Ik heb een vraag aan u, voorzitter. De heer Madlener zegt aan het einde van zijn moties niet meer: "en gaat over tot de orde van de dag". Is dat nieuw beleid? Gaan we dat voortaan achterwege laten? 

De voorzitter:

Ik denk dat er ook heel veel moties van de SP zijn waar die zin ook in ontbreekt, mijnheer Bashir. Er is dus een precedent geschapen. Dank u wel, mijnheer Madlener. 

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. Het AO is al een tijdje geleden. We hebben binnenkort alweer het volgende AO Wegverkeer en verkeersveiligheid. Ik wil mij richten op een motie die beboeting van en inning van boetes bij EU-kentekenhouders betreft. Inmiddels lopen er een aantal ontwikkelingen binnen Europa. De Cross Border Enforcement-richtlijn moet worden geïmplementeerd. De Raad van State heeft onlangs ook uitgesproken dat boetes van EU-kentekenhouders niet meer geïnd kunnen worden langs de kant van de weg, omdat dat discriminatoir zou zijn. Daarom dien ik deze motie in, ook namens de PvdA. De motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het voor de verkeersveiligheid van groot belang is dat er gehandhaafd kan worden bij alle automobilisten en chauffeurs op de Nederlandse wegen; 

van mening dat het onwenselijk is als inwoners uit sommige EU-lidstaten ongestraft onder andere verkeersregels kunnen overtreden in Nederland; 

constaterende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat een Poolse chauffeur in Nederland niet beboet kon worden omdat er contant betaald moest worden; 

constaterende dat de CBE-richtlijn die moet bewerkstelligen dat ook automobilisten uit andere lidstaten beboet kunnen worden in Nederland, vermoedelijk later wordt ingevoerd in Europa; 

verzoekt de regering om in Europees verband aan te dringen op een snelle invoering van de CBE-richtlijn; 

verzoekt de regering tevens, ervoor te zorgen dat verkeersovertreders uit de EU gewoon beboet kunnen worden en dat deze boetes gewoon geïnd kunnen worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visser en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 442 (29398). 

De heer De Rouwe (CDA):

Over de inhoud van de motie heb ik niets dan waardering. Daar gaat mijn punt ook over, want waarin verschilt deze motie van het beleid van het kabinet? Deze motie komt volgens mij 100% overeen met het kabinetsbeleid. In feite wordt er gezegd: morgen schijnt de zon weer. Als we de motie indienen en aannemen, schijnt de zon omdat de motie ingediend is. Dat is toch een beetje overdreven. Volgens mij hebben we vandaag genoeg moties te behandelen die echt verschillen van het regeringsbeleid. Daar zouden we de tijd beter aan kunnen besteden. 

Mevrouw Visser (VVD):

Het is fijn dat het CDA zijn eigen waardeoordeel over andermans moties geeft. Onlangs heeft de Raad van State gezegd dat er langs de kant van de weg niet meer geïnd mag worden. Wij vragen de regering dus om daar duidelijkheid over te geven, omdat er onduidelijkheid is ontstaan. Inmiddels loopt ook de CBE-richtlijn, waarvan niet duidelijk is of andere Europese lidstaten hem tijdig gaan invoeren. Onze oproep aan de regering is om de Kamer die duidelijkheid te verschaffen, zodat de heer De Rouwe op basis van die informatie een eigen afweging kan maken en een eigen waardeoordeel kan geven. 

De voorzitter:

De heer Hoogland heeft geen bijdrage meer. We wachten even tot de minister alle moties heeft. Daarvoor schors ik de vergadering niet, dus ik hoop dat u allemaal even blijft zitten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin met de motie-De Rouwe op stuk nr. 434. Daarin verzoekt de heer De Rouwe namens het CDA de regering om af te zien van maatregelen die het mogelijk maken om de snorfiets op de hoofdrijbaan toe te laten, eventueel in combinatie met een lokale helmplicht. Laat ik allereerst zeggen dat de gemeente zelf mag bepalen of de snorfiets al dan niet op het fietspad wordt toegelaten. Dat is een bevoegdheid van de gemeente, waar ik verder niet in kan treden. Juist omdat de gemeente dat wil doen en ik niet van plan ben om een landelijke helmplicht in te voeren, heb ik ervoor gekozen om een experiment in de gemeenten mogelijk te maken. Ik wilde de wetgeving aanpassen om de veiligheid te garanderen van de mensen die van het fietspad naar de weg verplaatst worden. In het AO heb ik voorgesteld om dat wetsvoorstel eerst in te dienen, zodat de Kamer over de inhoud daarvan met mij kon discussiëren. Tegelijkertijd heb ik toen goed gezien dat het aantal aanhangers van dat idee relatief beperkt was. In de motie wordt verzocht om af te zien van maatregelen die het mogelijk maken om de snorfiets op de hoofdrijbaan toe te laten. Daar ga ik niet over, dus ik ontraad de motie sowieso. Ik ontraad haar ook, omdat ik mijn wetsvoorstel later nog wil presenteren. Ik zal afwachten hoe de Kamer erover stemt, gezien de reacties tijdens het algemeen overleg. 

De voorzitter:

Mijnheer De Rouwe, u hebt verschillende moties ingediend, maar u mag één vraag stellen. 

De heer De Rouwe (CDA):

Dan stel ik haar bij deze motie. Is het wetsvoorstel al in het kabinet behandeld? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nee. 

De heer De Rouwe (CDA):

En … 

De voorzitter:

Eén vraag. Ja, sorry. 

De heer De Rouwe (CDA):

Ik kon het proberen. 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan kom ik bij de motie-De Rouwe op stuk nr. 435. Daarin wordt de regering verzocht om maatregelen tegen overlast en onveiligheid van bromfietsen in 2015 te evalueren en daarbij te betrekken in welke mate gemeenten gebruik hebben gemaakt van het geboden handhavingsinstrumentarium. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Ik zal dit samen met mijn collega van V en J in kaart gaan brengen, want als je maatregelen neemt, wil je uiteindelijk natuurlijk ook kijken hoe ze werken. 

In de motie op stuk nr. 436 van de heer De Rouwe wordt de regering verzocht om bij gemeenten aan te dringen op effectievere handhaving bij overtredingen op het fietspad. Ook wordt de regering verzocht om er in overleg met VNG, ANWB en VVN bij gemeenten op aan te dringen, oplossingen te vinden in de ruimtelijke inrichting, met speciale aandacht voor fietsers. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Ik heb met de gemeenten al afspraken over de fietsveiligheid. Twee derde van de gemeenten heeft al een fietsveiligheidsplan. Komend jaar zal ik dit ook monitoren en begeleiden. Ik heb daarvoor ook een ambassadeursgroep in het leven geroepen van burgemeesters en één commissaris van de Koning, om daar samen de schouders onder te zetten. Ik ben dus streng en zeg dat de motie overbodig is. De heer De Rouwe moet zelf maar even bekijken wat hij daarmee gaat doen. 

De voorzitter:

Ik ben ook streng, want u hebt bij de vorige motie "ondersteuning van beleid" gezegd en bij deze motie weer. Is het oordeel dus aan de Kamer? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie op stuk nr. 435 was iets nieuws, omdat daarin wordt gevraagd om een evaluatie en ik die nog niet had toegezegd. De motie op stuk nr. 436 gaat over iets wat we al doen, dus misschien is het goed dat ik over die motie heel helder zeg: overbodig. Ik weet alleen nooit of dat een passend begrip is. 

De voorzitter:

Dat is een zeer passend begrip als u dat zelf vindt, maar daarbij hoort een appreciatie. Als u de motie overbodig vindt, is dat "oordeel Kamer" of … 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan zeg ik: oordeel Kamer. 

De voorzitter:

Oordeel Kamer dus voor de motie op stuk nr. 436. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Excuus. Ik blijf met die begrippen worstelen, mevrouw de voorzitter. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 437, van de heer Bashir. Hij verzoekt de regering om in samenspraak met BOVAG, ANWB en Fietsersbond een plan op te stellen waarmee de voordelen van het dragen van een fietshelm onder de aandacht worden gebracht van fietsers. Hij heeft daar een paar overwegingen voor. Ik ontraad deze motie, niet omdat ik niet wil doen wat de heer Bashir vraagt, maar omdat wij op dit moment bezig zijn met een proef in Zeeland met een fietshelm voor kinderen. Eigenlijk zetten we dus al een eerste stap met deze proef. In 2016 is het resultaat bekend. Daarna wil ik pas bekijken of het nuttig en noodzakelijk is om zo'n plan werkelijk op te stellen. Ik wil dus niet een experiment doen en tegelijkertijd al iedereen aan de helm krijgen. Dat is de reden waarom ik de motie ontraad. 

In de motie-Van Tongeren op stuk nr. 438 wordt de regering verzocht om met vertegenwoordigers van wegbeheerders maatregelen te treffen waardoor verkeersongevallen tussen ongemotoriseerde en gemotoriseerde verkeersdeelnemers substantieel worden teruggedrongen op gebiedsontsluitingswegen. Ik twijfelde even hoe ik de motie moest lezen en interpreteren, want in principe zijn wegbeheerders als gemeenten, provincies, Rijk en unie continu in overleg over de verkeersveiligheid en hoe die moet worden georganiseerd. Hier wordt echter gesteld dat de regering maatregelen moet treffen. Ik ga gaarne in overleg met de wegbeheerders, maar iedere overheidslaag heeft zijn eigen verantwoordelijkheden. Ik wil die verantwoordelijkheden met deze motie niet op mijn schouders krijgen. Ik ontraad daarom deze motie, maar de Kamer weet dat wij in lijn daarmee die gesprekken met de wegbeheerders continu hebben. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De minister heeft er gelijk in dat ik dit niet helder genoeg heb opgeschreven. Ik bedoel: zodat wegbeheerders de maatregelen treffen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan kom ik bij de formulering die ik zojuist bij de motie op stuk nr. 436 heb geleerd: ik laat het oordeel over aan de Kamer, omdat dit iets is wat wij al doen. Mijn eigen appreciatie is dus dat de motie overbodig is. Ik laat het oordeel aan de Kamer over. 

De voorzitter:

Is dat de motie op stuk nr. 438? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

De voorzitter:

Daarvan had u eerder gezegd dat u die ontraadt. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Vervolgens heeft mevrouw Van Tongeren haar tekst aangepast. 

De voorzitter:

Oké, en dan verandert u uw oordeel. Ik snap het. Mevrouw Visser, u mag alleen interrumperen over uw eigen motie. Die komt aan het eind aan de beurt. 

Mevrouw Visser (VVD):

Ik heb een punt van orde. 

De voorzitter:

Een punt van orde gaat over hoe ik iets doe in de vergadering, niet over hoe de minister iets doet. 

Mevrouw Visser (VVD):

Dan heb ik een opmerking naar aanleiding van uw advisering aan de minister bij de motie op stuk nr. 436. 

De voorzitter:

Nee, sorry, dit is geen punt van orde. Dit is een oordeel. 

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter, het maakt nogal wat uit of de minister een motie overbodig vindt en daarmee het oordeel aan de Kamer overlaat of dat zij de motie ontraadt. U onderbrak de toelichting van de minister. Zij heeft alleen het eerste deel gezegd, maar er is ook nog een ander deel, dat zij daarmee ontraadde. Gaat de minister in het kader van de beoordeling van de moties, als zij overbodig zijn … 

De voorzitter:

Dit is echt een vraag. Over de motie op stuk nr. 436 heeft zij echt "oordeel Kamer" gezegd. De motie op stuk nr. 435 … 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ondersteuning van het beleid en oordeel Kamer. 

De voorzitter:

Oordeel Kamer; zo heeft de minister het gedaan. 

Mevrouw Visser (VVD):

Dus overbodig, oordeel Kamer. 

De voorzitter:

Mevrouw Visser, daar laten we het bij. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Overbodig, oordeel Kamer, ja. 

In de motie op stuk nr. 439 van de heer Madlener wordt verzocht om spitsstroken permanent open te stellen. Die discussie hebben we ook gehad in het algemeen overleg. Omwille van de verkeersveiligheid is het wenselijk om de spitsstroken buiten de spits ook te kunnen gebruiken als vluchtstrook. Bovendien is het vanwege de verkeersveiligheid bij veel spitsstroken nodig om de snelheid bij openstelling te verlagen. Een permanente openstelling betekent permanent een lagere snelheid, ook al is dat op sommige momenten juist onwenselijk. Ik ontraad daarom deze motie. 

In de motie op stuk nr. 440 van de heer Madlener wordt de regering verzocht om de gemeente Amsterdam en/of andere gemeenten niet de mogelijkheid te geven om een helmplicht in te voeren voor snorfietsen. Daarmee geeft de heer Madlener eigenlijk aan dat hij niet wil dat ik het wetsvoorstel ga indienen dat ik wil indienen. Ik geef daarom hetzelfde oordeel als bij de eerste motie: ik ontraad de motie, omdat ik denk dat het belangrijk is om de snorfietsers, wanneer zij naar de weg verschoven worden, met de helm veiligheid te kunnen geven en om het mogelijk te maken om te experimenteren in een gemeente. Ik zei zojuist al dat ik heus wel heb geproefd hoe de verhoudingen liggen. Ik wacht dus af wat de Kamer doet. 

Ook de motie op stuk nr. 441 is van de heer Madlener. Daarin wordt de regering verzocht om de flitsmarges op de snelwegen vast te stellen op 10 km/u. Die flitsmarges zijn al laag. Overtreding van de norm dient niet te worden bevorderd. De flitsmarges worden dus niet aangepast. Daarom ontraad ik deze motie. Dit ligt overigens ook op het terrein van mijn collega van V en J, maar ik zeg dit graag namens hem. 

De motie op stuk nr. 442 is van mevrouw Visser en de heer Hoogland. Daarin wordt de regering gevraagd om ervoor te zorgen dat verkeersovertreders uit de EU gewoon kunnen worden beboet. Ik zie dit als ondersteuning van het beleid. De besluitvorming over de nieuwe CBE-richtlijn is in een afrondende fase. Mijn collega van V en J verwacht dat de nieuwe richtlijn ruim op tijd van kracht zal zijn, voor 6 mei 2015. Het is nog steeds mogelijk om boetes te innen. Het ministerie van V en J gaat na of de regelgeving op dat punt kan worden verbeterd. 

De voorzitter:

Mevrouw Visser, ik heb duidelijk gemaakt dat u geen punt van orde had toen u toch een interruptie plaatste. Ik ga een interruptie, die iedereen zou mogen hebben over zijn eigen motie, daarom nu niet toestaan. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De stemmingen over de ingediende moties zullen hedenavond plaatsvinden.