Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 8

8 Luchtvaart

Aan de orde is het VAO Luchtvaart (AO d.d. 26/11). 

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik begin met mijn eerste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat onlangs, middels waarschuwingen van Belgische veiligheidsdiensten, duidelijk werd dat verschillende (oud-)werknemers van Brussel Airport jihadstrijders of -voorstanders blijken te zijn; 

voorts constaterende dat zich op Schiphol zelfs een islamitische gebedsruimte bevindt in het hart van de luchthaven, vanwaar koffers naar de vliegtuigen worden getransporteerd; 

spreekt uit dat dit soort onveilige situaties op Nederlandse vliegvelden waar mogelijk voorkomen dient te worden; 

verzoekt de regering, in te zetten op preventie als beste verdediging en er zorg voor te dragen dat mensen met een nationaliteit van een islamitisch land nimmer werkzaam zijn binnen veiligheidsschillen en zenuwcentra van onze luchthavens, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. 

Zij krijgt nr. 234 (31936). 

Wordt de indiening van deze motie in voldoende mate ondersteund? Ik constateer dat dat niet het geval is en herhaal mijn vraag. Wordt de indiening van deze motie in voldoende mate ondersteund? Ik constateer dat dat dat inmiddels wel het geval is. Daarmee maakt de motie alsnog onderdeel uit van de beraadslaging. 

De heer Graus (PVV):

Mensen die weigeren hun hand op te steken om de indiening van deze motie te ondersteunen, wat bijzonder onbeschoft is, zal ik erop aanspreken als er dadelijk een keer een aanslag plaatsvindt op onze luchthaven. Dan zal ik ze erop aanspreken. Dan zijn ze medeverantwoordelijk. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat KLM sinds 1919 tezamen met thuishaven Schiphol één geheel van elkaar versterkende bedrijven en (economische) activiteiten vormt van nationaal belang; 

voorts constaterende dat KLM tot de grootste particuliere werkgevers van Nederland behoort; 

verzoekt de regering, al haar bevoegd- en mogelijkheden te benutten om, onder het Nederlands recht opererende, KLM uit de vleugellamme positie binnen Air France te halen en als rampscenario een reddingsplan te voorzien om het voortbestaan van KLM en haar dochter Transavia te borgen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 235 (31936). 

Mijnheer Graus, uw tijd is op. U kunt geen motie meer indienen. 

De heer Graus (PVV):

Dat is onmogelijk. De tijd liep door toen u een paar keer moest vragen om steun voor de indiening van mijn eerste motie. 

De voorzitter:

U hebt nog zeven seconden en in die tijd kunt u geen motie meer indienen. 

De heer Graus (PVV):

Ik wil nog een vraag stellen. 

De voorzitter:

Heel snel. 

De heer Graus (PVV):

De Europese Unie heeft 666 miljoen geïnvesteerd in luchthavens in Spanje, Italië, Griekenland, Polen en noem maar op. Dat zijn allemaal zinloze investeringen. Dat is weggegooid belastinggeld, ook van Nederlanders. Daar zou ik graag een reactie op horen. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren heeft een vraag. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Mijn fractie is enorm voor de vrijheid van meningsuiting en dat hebben wij herhaaldelijk ook in de richting van de PVV aangegeven, maar ik vraag de heer Graus om zijn beschuldigingen aan het adres van Kamerleden terug te nemen dat zij medeverantwoordelijk zouden zijn voor een eventuele toekomstige aanslag. De hele Kamer probeert vanuit de eigen mening de veiligheid van Nederlanders zo veel mogelijk in gedachten te houden. Ik vind het echt te ver gaan om hier collega's te beschuldigen van medeplichtigheid aan een eventuele aanslag. 

De heer Graus (PVV):

Ik heb niemand beschuldigd. Ik heb gezegd dat ik die collega's erop zal aanspreken. De Belgische veiligheidsdiensten waarschuwen ervoor. Uit onderzoeken blijkt dat meer dan de helft — er wordt zelfs gesproken van 70% of 80% — van die mensen de jihadstrijd toejuichen of zelf jihadisten zijn. Dat is op Brussel Airport gebleken. Dat mag niet gebeuren met onze luchthaven. Daar gaan onze mensen op vakantie. Daar reizen onze zakenmensen. En wij willen dat niet. Ik heb de gebedsruimte gezien. Weg met die gebedsruimte en weg met de aanbidders. In Australië zou dat niet mogelijk zijn. In ons land is het wel mogelijk. Wij vechten voor de veiligheid van ons Nederlands volk. Dat recht heb ik. Ik heb het recht om te zeggen en te denken wat ik wil. 

De heer Bashir (SP):

Ik maak een punt van het woord "onbeschoft". Ik was een van de Kamerleden die zijn hand niet opstak. Niet zozeer mijn houding is onbeschoft, als wel de inhoud van die motie. Dagelijks landen op Schiphol vliegtuigen met staf uit islamitische landen. Op het moment dat deze motie zou worden aangenomen en uitgevoerd, is dat een aanslag op de economie van Schiphol. Dan zullen die vliegtuigen met islamitische staf namelijk niet meer op Schiphol kunnen landen, omdat zij geen gebruik kunnen maken van de faciliteiten op Schiphol. En dat is pas een aanslag. 

De heer Graus (PVV):

Wat mijn collega van de Socialistische Partij nu zegt, heb ik helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd dat ik niet wil dat mensen met een dubbele nationaliteit, lees: loyaliteit, werkzaam zijn binnen het zenuwcentrum van Schiphol. Passagiers worden helemaal binnenstebuiten gekeerd, maar mensen die op Schiphol werken niet. Onlangs, toen er televisieopnames zijn gemaakt met een geheime camera, is gebleken dat er een hoop onveiligheid kan ontstaan. De Belgische autoriteiten waarschuwen daarvoor. In Australië zou iets dergelijks volstrekt niet mogelijk zijn, maar wij hebben oogkleppen op. Als er dadelijk iets gebeurt, kan ik eenieder daarop aanspreken. Dat recht heb ik en die verantwoording moet ik nemen als volksvertegenwoordiger, als vertegenwoordiger van het Nederlandse volk. 

De voorzitter:

Ik geef in dit geval de heer Bashir de gelegenheid een tweede vraag te stellen. 

De heer Bashir (SP):

Nu ik de heer Graus beter hoor, begrijp ik de achtergrond van zijn motie. Het heeft volgens mij te maken met gebrek aan kennis. Ga maar een keer op Schiphol kijken. Ga maar kijken wie de staf is van alle andere luchtvaartmaatschappijen die Schiphol aandoen. Daar zitten ook islamieten tussen. Als de heer Graus het onmogelijk wil maken dat deze mensen op Schiphol kunnen landen, dan is dat een aanslag op de economie van Amsterdam, van Schiphol en van heel Nederland. Dat is pas verwerpelijk. 

De heer Graus (PVV):

Nu doet de heer Bashir het weer. Ik zeg helemaal niet wat de heer Bashir nu zegt. Ik zeg niet dat hier geen islamieten mogen landen. In het AO heeft hij precies hetzelfde geflikt. Ik zeg dat helemaal niet. Ik zeg alleen dat ik niet wil dat deze mensen werkzaam zijn binnen de veiligheidsschillen van Schiphol. Einde oefening. Dat doe ik voor het Nederlandse volk. Eenieder zal er nog wel achter komen dat ik ook op dit punt gelijk zal krijgen. Let maar eens op! In de afgelopen acht jaar heb ik alleen maar gelijk gekregen over dingen die ik voorspeld heb. Dit gaat de zoveelste zijn. Wij spreken elkaar nog. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik hoorde de heer Graus zojuist zeggen: weg met deze aanbidders, weg met deze mensen. Dat kan hij toch absoluut niet menen? Ik wil heel graag dat hij zegt dat hij die opmerking terugtrekt omdat hij daar blijkbaar iets anders mee bedoeld heeft. Laten wij dat hier dan met elkaar heel helder vaststellen. 

De heer Graus (PVV):

Volgens mij zat mevrouw Van Veldhoven een gevulde koek te eten toen ik dat allemaal heb gezegd. Ik heb gesproken over de gebedsruimte in het zenuwcentrum. Wij zijn nu bezig met een VAO Luchtvaart. Ik heb het over Schiphol. Ik heb gezegd dat die gebedsruimte binnen het zenuwcentrum weg moet en ook hun aanbidders, omdat blijkt — de Belgische autoriteiten waarschuwen daarvoor — dat 70% tot 80% die idiote jihadstrijders toejuichen. Dat zijn mensen met een dubbele loyaliteit, die helemaal niets met onze veiligheid hebben. Ik kom daarvoor op. Blijkbaar ben ik een van de weinigen, maar ik ben daar trots op. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De rechter heeft laatst geoordeeld dat er grenzen zijn, ook aan hetgeen een politicus kan zeggen. Hij heeft gesproken over de mate waarin een politicus de grenzen van discriminatie en dergelijke zaken kan overschrijden. Eerlijk gezegd vind ik dat de heer Graus onnodig kwetsend is. Hij scheert mensen over één kam. Ik vind dat dit echt niet kan. Dat wil ik in ieder geval gemarkeerd hebben. 

De heer Graus (PVV):

Ik scheer helemaal geen mensen over één kam. Ik spreek over preventie. Als de Belgische veiligheidsdiensten waarschuwen, moeten er toch alarmbellen gaan rinkelen, ook bij mevrouw Van Veldhoven? Als blijkt dat 70% à 80% van de islamieten de jihadstrijd toejuichen, dan is dat toch angstaanjagend? Ik maak hier verder geen woorden meer aan vuil. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd en ik baseer mij op feiten. Dat heb ik gedaan. Ik doe niet meer dan mij baseren op feiten. Ik heb zelfs de bronnen genoemd. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Dank dat u mij even het woord wilt geven, ondanks het feit dat ik mij niet gemeld heb als spreker. Ik heb mijn hand opgestoken om het indienen van de motie van de heer Graus mogelijk te maken, want ik vind het een democratisch recht van een volksvertegenwoordiger om moties in te dienen. Ik distantieer mij echter voluit van de inhoud van de motie en de kwalificaties die de PVV daaromheen heeft gegeven. 

De voorzitter:

Dat is hierbij genoteerd. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat uit TNO-onderzoek blijkt dat Schiphol een bron is van ultrafijne deeltjes; 

van oordeel dat het verlagen van het zwavelgehalte in vliegtuigbrandstof volgens TNO mogelijk een effectieve maatregel is om de uitstoot van ultrafijnstof door vliegtuigen terug te brengen; 

verzoekt de regering, nu al nationale en internationale maatregelen voor te stellen en te treffen om het zwavelgehalte in vliegtuigbrandstof zo snel mogelijk terug te brengen en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 236 (31936). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de EU-Rekenkamer stelt dat investeringen in vliegvelden zelden of nooit extra werkgelegenheid opleveren; 

overwegende dat vliegveld Lelystad alleen op papier rendabel is te maken door parkeergelden; 

verzoekt de regering, de inzichten van de EU-Rekenkamer te betrekken bij de verdere ontwikkeling van vliegveld Lelystad, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 237 (31936). 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Mevrouw Van Tongeren refereerde zojuist al aan het onderzoeksrapport van de Europese Rekenkamer. In dat rapport wordt ingegaan op de vraag hoe zinvol het is om te investeren in regionale vliegvelden. En wat blijkt? In de meeste gevallen zijn dit soort investeringen kapitaalvernietiging, vooral als die vliegvelden dicht in de buurt van andere grotere luchthavens liggen. Bij de helft van dit soort luchthavens nam het aantal reizigers niet toe. Verder wordt de zogenaamde positieve invloed op de werkgelegenheid ook sterk betwijfeld. Interessant is het ook om naar de foto's in het rapport te kijken. Je ziet daarop gloednieuwe vliegvelden met gloednieuwe voorzieningen, maar geen passagiers of vliegtuigen. 

Dit rapport is een waarschuwing tegen de ontwikkeling van Lelystad. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris het rapport ook heeft gelezen en of zij ons kan uitleggen waarom volgens haar Lelystad anders is dan al deze tot mislukken gedoemde luchthavens. De conclusie van mijn fractie is duidelijk: we moeten stoppen met de ontwikkeling van Lelystad Airport. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er nog voldoende mogelijkheden zijn om binnen de huidige afspraken de eventuele groei in de luchtvaart op te vangen op Schiphol; 

overwegende dat onvoldoende is aangetoond dat de uitbreiding van Lelystad Airport in een behoefte voorziet bij luchtvaartmaatschappijen, passagiers of omwonenden; 

overwegende dat de beloofde werkgelegenheidsgroei voor de regio zeer discutabel is; 

overwegende dat Lelystad Airport in een zeer vogelrijk gebied ligt waarbij er een verhoogde kans is op vogelaanvaringen; 

verzoekt de regering, af te zien van de ontwikkeling van Lelystad Airport, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 238 (31936). 

De heer Leenders van de Partij van de Arbeid geeft aan, af te zien van het woord. Ik kan daarom de heer Elias van de VVD het woord geven. 

De heer Elias (VVD):

Voorzitter. Ik heb zo-even voor het eerst sinds mijn beëdiging niet het collegiale gebaar gemaakt om de indiening van een motie te ondersteunen. Soms kun je onzin beter laten overwaaien, maar als er belangrijke grenzen worden overschreden, dan behoort er tegenspraak te zijn. 

Krachtens artikel 71 van de Grondwet kunnen wij niet vervolgd worden voor wat hier in dit huis wordt gezegd. Die zogeheten politieke immuniteit is een groot parlementair goed. Maar dat kent als keerzijde dat wanneer er flagrante nonsens of discriminatoire uitlatingen worden gedaan, deze wel in ditzelfde huis weersproken moeten worden. 

Welnu, wie beweert dat een hokje in de immense grote ondergrondse kofferstad — ik ben er geweest en ik heb dat bidhokje ook gezien — een terroristisch gevaar vormt, ziet spoken, echt spoken. De een leest de Donald Duck in zijn pauze, een ander rookt een sigaretje en een derde gaat bidden. Dat mag gelukkig in Nederland en dat moet altijd zo blijven. En ja, natuurlijk moeten we verrekt scherp controleren wie er in de beveiligde zones komen, maar dat doen we sinds de vrijheid van godsdienst in Thorbeckes grondwet van 1848 werd verankerd, niet door mensen om hun godsdienst weg te zetten. Dat controleren doen we om de inhoud door middel van bijvoorbeeld achtergrondonderzoeken, toegangsmaatregelen en steekproeven. Met opruiend geschreeuw over de godsdienst van mensen is werkelijk de vrijheid van geen enkele passagier gediend. 

De heer Graus (PVV):

Ik had van de heer Elias überhaupt geen steun meer verwacht na de uitzending van Eva Jinek afgelopen zondag, maar het gaat erom dat ik mij op feiten heb gebaseerd. Ik heb het over waarschuwingen van de Belgische veiligheidsdiensten. De heer Elias beweert dat die mensen onzin spreken. Ik zal het aan ze doorgeven, mijnheer Elias! 

Verder heb ik gezegd dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat 70 tot 80% van de islamieten hier de jihadstrijd toejuicht. Dat is angstaanjagend. Dat zijn mensen met een dubbele loyaliteit die mogelijk gevaar kunnen veroorzaken voor ons Nederlandse volk. Daarom heb ik gezegd dat preventie de beste verdediging is. Mijnheer Elias, u baseert zich op het verhaal zoals de heer Bashir van de Socialistische Partij dat net bracht, maar ik zeg alleen: in het zenuwcentrum van Schiphol moeten wij dat niet dulden. In Australië is het onmogelijk dat je als buitenlander in een zenuwcentrum van de veiligheidsdienst of politie komt te werken. Daar moeten wij ook eens naartoe. In zulke takken van sport moet je geen mensen met een dubbele nationaliteit en een dubbele loyaliteit neerzetten. Dat kan mogelijk gevaar veroorzaken, als ik de onderzoeken moet geloven zelfs in 70 tot 80% van de gevallen. Dit is dus geen onzin. 

De heer Elias (VVD):

Wat u doet, is mensen wegzetten op grond van hun geloof, op grond van de vraag of zij daar willen bidden of niet, op hun manier. Dat is verwerpelijk. Het gaat erom dat wij streng moeten controleren. Dat moeten wij inderdaad doen, dat ben ik volstrekt met u eens. Misschien moeten wij de controles zelfs intensiveren, maar u mag geen mensen wegzetten op grond van wat zij geloven. Dat hoort niet bij Nederland, klaar. 

De heer Graus (PVV):

Dat heb ik niet gedaan! Nogmaals, ik baseer mij op waarschuwingen van de Belgische veiligheidsdiensten en onderzoeken die hebben aangetoond dat er een probleem is met het toejuichen van jihadstrijders. Bij Brussels Airport hebben zelfs mensen gewerkt die nu jihadstrijder zijn! Ziet u dat hier al gebeuren, als uw koffertje daar dadelijk langs moet? Ik gun het niemand, maar eigenlijk zou het met uw koffertje moeten gebeuren! 

De heer Elias (VVD):

Dat laat ik ongezegd. U denkt onvoldoende na voordat u iets zegt, trouwens niet alleen nu. U hebt het over een islamitische gebedsruimte. In het algemeen overleg had u het over mensen die daar zaten te bidden. Dat is een grondrecht in Nederland. Dat is iets totaal anders dan intensief controleren om terrorisme te voorkomen, want op dat vlak vindt u mij volstrekt aan uw kant, maar niet als u uitlatingen doet die volgens een arrest van de Hoge Raad buiten dit huis vermoedelijk strafbaar zijn. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven heeft ook nog een vraag. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb eigenlijk alleen maar een opmerking. Ik wil mij heel graag aansluiten bij datgene wat de heer Elias heeft ingebracht. Ik wil hem bedanken voor het feit dat hij eraan bijdraagt dat wij ook in dit huis, als daar dingen worden gezegd die over de grens gaan, die dingen adresseren en op die manier bestrijden. Hartelijk dank. 

De heer Leenders (PvdA):

Ik sluit mij daar graag bij aan. Ik heb er tot nog toe niet zo veel van gezegd, maar namens de Partij van de Arbeid wil ik zeggen dat wij het jammer vinden dat de heer Graus in deze Kamer zo veel ruimte krijgt om zijn giftige uitingen te doen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 234 gaat over een onderwerp waarover ik het meerdere malen met de heer Graus heb gehad. Ik heb altijd aangegeven dat ik het van zeer goed werkgeverschap vind getuigen als een werkgever een gebedsruimte beschikbaar stelt aan zijn werknemers. Het debat gehoord hebbende, kan ik maar een ding zeggen. Ik wilde eerst zeggen dat ik er zeer grote moeite mee heb. Maar ik wil stelliger zijn: ik vind het verwerpelijk — ik heb er geen ander woord voor — dat een groep Nederlanders, zonder pardon, wordt gediskwalificeerd en gewantrouwd en dat het op deze manier wordt gezegd. Hiermee ontraad ik dan ook de motie. 

De heer Graus (PVV):

Ik ga voor de vierde keer herhalen dat ik niemand diskwalificeer. Ik baseer mij op waarschuwingen van de Belgische veiligheidsdiensten. Dat betekent dat de heer Elias, en ook onze staatssecretaris, een van de hoeders en herders van ons volk, zeggen dat de veiligheidsdiensten gewoon onzin spreken. Dat is wel het verhaal en dat moet ook maar eens naar buiten worden gebracht, naar België toe. Iedereen heeft het over die gebedsruimte, maar ik noemde dat als voorbeeld. 

De voorzitter:

En uw vraag is? 

De heer Graus (PVV):

Ik heb gezegd dat 70% tot 80% van de mensen de jihadstrijd toejuicht en dat er in Brussel zelfs jihadstrijders hebben gewerkt. Daar werd voor gewaarschuwd en dat zijn mijn woorden. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de staatssecretaris. 

De heer Graus (PVV):

Nou, dat had ik wel graag gehad. Ik hoop niet dat zij vindt dat de Belgische veiligheidsdiensten onzin spreken, want daar komt het nu wel op neer. 

Staatssecretaris Mansveld:

Als nationaliteit één op één gelijk wordt gesteld aan loyaliteit, heb ik het antwoord al gegeven. Ik ontraad deze motie. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 235. Ik heb begrepen dat de Kamer afgelopen dinsdag om een brief heeft gevraagd over de situatie bij de KLM. Ik heb toegezegd die brief in januari te zullen doen toekomen. Ik kan mij voorstellen dat deze motie wordt aangehouden. Als de motie niet wordt aangehouden, is deze wat mij betreft overbodig en ontraad ik de motie. 

De heer Graus (PVV):

Ik heb net gevraagd om een reactie op mijn vraag of de Belgische veiligheidsdiensten onzin hebben gesproken. 

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Mijnheer Graus, ik geef iedereen de kans om een vraag te stellen, maar u misbruikt nu de situatie bij een andere motie om een tweede vraag te kunnen stellen. 

Staatssecretaris Mansveld:

Ik kom bij de motie op stuk nr. 236. Nederland en de EU zijn zeer actief betrokken bij de kwaliteit van de vliegtuigbrandstoffen. Dat kan alleen in ICAO-verband. Ik zal de zwavel dan ook onder de aandacht van ICAO brengen. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 238. Ik weet dat de Kamer weinig tijd heeft en dat de dag lang zal zijn. Ik weet ook dat de heer Bashir en ik dit debat over Lelystad meerdere malen uitgebreid en zeer zorgvuldig hebben gevoerd. De heer Bashir zal dan ook niet verrast zijn dat ik de motie ontraad. 

De voorzitter:

Dat was de motie op stuk nr. 238. Wij hadden ook nog de motie op stuk nr. 237 van mevrouw Van Tongeren. 

Staatssecretaris Mansveld:

O ja, de motie over de Rekenkamer. De besluitvorming over Lelystad is mijns inziens zeer zorgvuldig gebeurd. We hebben een m.e.r.-procedure opgestart. Sterker nog, we hebben de m.e.r.-procedure verlengd. Alle onderzoeken geven een positieve uitkomst voor Lelystad. Ik heb alle onderzoeken ook gedeeld met de Kamer. Ik denk dat het altijd goed is om rekening te houden met onderzoeken, maar dit proces is in die zin gelopen en daarom ontraad ik de motie. 

De motie op stuk nr. 238 heb ik zojuist al ontraden. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik begrijp dat de race naar het besluit gelopen is. Het enige wat ik hier verzoek is om goed te kijken naar de conclusies en aanbevelingen van de Europese Rekenkamer en die te betrekken bij de verdere ontwikkeling. Het gaat erom dat we de inzichten die in heel Europa zijn opgedaan, bij de verdere ontwikkeling betrekken. Dat dit op dit moment niet wordt teruggedraaid, is niet het verzoek van deze motie. 

Staatssecretaris Mansveld:

Alle onderzoeken worden betrokken bij de besluitvorming. Als het gaat om regionale luchthavens zijn er veel verschillende soorten regionale luchthavens. Als je kijkt naar Lelystad, zie je dat we de regionale luchthavens Eindhoven en Lelystad in verband hebben gebracht met de groei van Schiphol, zijnde onze mainport die we ook willen versterken. In die zin is er grondig naar gekeken. Ik heb het rapport van de Rekenkamer ontvangen en ik zal dat bestuderen. In de verdere besluitvorming neem ik alle onderzoeken mee: Europese onderzoeken, nationale onderzoeken, maar ook onderzoeken in andere landen. Ik hoop dat dit voldoende is voor mevrouw Van Tongeren. De regionale werkgelegenheidseffecten zijn bij Lelystad nadrukkelijk meegenomen. Ik ontraad deze motie dus in het kader van Lelystad, niet als het gaat om het toekomstig kijken naar regionale luchthavens. 

De voorzitter:

U krijgt geen tweede vraag, mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil alleen zeggen dat ik de motie wil aanhouden, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat mag altijd. 

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (31936, nr. 237) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik zie het dus als een toezegging dat de minister ernaar kijkt. 

De heer Bashir (SP):

Ik had een vraag gesteld die de staatssecretaris heeft betrokken bij haar reactie op de motie van mevrouw Van Tongeren. De staatssecretaris zegt eigenlijk dat zij het rapport van de Rekenkamer gaat bestuderen. Ons verzoek was of de staatssecretaris ook een reactie naar de Kamer wil sturen over de vraag of er verbanden te leggen zijn en waarom Lelystad niet vergelijkbaar is met de vliegvelden die besproken worden in het rapport. 

Staatssecretaris Mansveld:

Ik zal het rapport bestuderen. Het in verband brengen met de regionale luchthavens van Groningen, Maastricht Aachen Airport, Lelystad of Eindhoven kan ik op voorhand niet toezeggen, omdat ik niet weet hoe het rapport eruitziet en hoe het is opgesteld. Ik zal de Kamer in ieder geval een reactie doen toekomen en het zo mogelijk daarbij betrekken. 

Dan de vraag van de heer Graus. Hij noemde Europese investeringen zinloos voor luchthavens. Wij kijken bijzonder zorgvuldig naar de ontwikkeling van de luchthavens in Nederland. Dat is belangrijk. Daar ligt een groot deel van de economische ontwikkeling, met name in de mainport van Schiphol. Er liggen ook economische analyses en maatschappelijke kosten-batenanalyses onder. Wij gaan dus niet over één nacht ijs. De heer Graus weet dat het Rijk geen geld steekt in de Nederlandse luchthavens. Dat beleid is gewijzigd sinds 2001. De EU-investeringen vinden met democratische besluitvorming plaats binnen de EU. 

De voorzitter:

U hebt nog een punt van orde, mijnheer Graus? 

De heer Graus (PVV):

Dat klopt, mevrouw de voorzitter. Er is twee keer iets gezegd tegen mij dat ik niet gezegd heb. Ik heb me gebaseerd op de Belgische veiligheidsdiensten. Ook bij die laatste vraag heb ik me gebaseerd op een artikel. Ik zeg dat niet; het stond in een artikel. Daarop vroeg ik een reactie. Ik ben dus tot twee keer toe vals beschuldigd. 

De voorzitter:

Dit is geen punt van orde; het is een persoonlijk feit. Nu staat in de Handelingen genoteerd dat u deze opmerkingen als persoonlijk feit ervaart. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Het stemmen over de ingediende moties zal hedenavond plaatshebben. 

De vergadering wordt van 11.38 uur tot 11.41 uur geschorst.