Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 9

9 Spoorveiligheid/ERTMS

Aan de orde is het VAO Spoorveiligheid/ERTMS (AO d.d. 27/11). 

De voorzitter:

Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Helvert van het CDA. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. In het algemeen overleg hebben we onder andere gesproken over het rapport over de ontsporing bij Borne. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft daar onderzoek naar gedaan en heeft geconcludeerd wat daar is misgegaan en wie daar eventueel schuld aan zou hebben. De ILT heeft ook zelf geconcludeerd dat haar in ieder geval niets te verwijten valt. Dan krijg je toch het idee van een slager die zijn eigen vlees keurt of van "wij van wc-eend adviseren wc-eend". 

In Borne ging het om een wagon met zand en grind in een wei met koeien. Voordat wij straks meer gevaarlijke stoffen door bijvoorbeeld Brabant, Limburg en Overijssel gaan laten rijden, is het wel goed dat wij eerst objectief en onafhankelijk laten onderzoeken wat er is misgegaan. Daarom dienen wij de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de ILT een oordeel zou moeten vellen over haar eigen functioneren bij het onderzoek naar de ontsporing bij Borne; 

constaterende dat de regering van plan is de komende jaren veel meer goederentreinen te laten rijden over spoor dat voor reizigersvervoer gebouwd is en dat door dichtbebouwde kernen loopt, bijvoorbeeld in de provincies Gelderland Overijssel, Noord Brabant en Limburg; 

constaterende dat de ladingen dan ook gevaarlijke stoffen kunnen zijn; 

constaterende dat het vervoer van gevaarlijke stoffen door woonwijken een mogelijk gevaar oplevert; 

verzoekt de regering, de casus "ontsporing Borne", en daarin specifiek de rol van de lLT, voor te leggen aan een onafhankelijke instelling teneinde lering te kunnen trekken en om fouten in de toekomst te voorkomen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert, Van Veldhoven, Van Tongeren, Öztürk en Van Vliet. 

Zij krijgt nr. 179 (29893). 

Mevrouw De Boer, u mag één vraag stellen. Dat is het regime. 

Mevrouw De Boer (VVD):

In de inleiding hoor ik de heer Van Helvert eigenlijk zeggen dat de structuur niet deugt: de slager keurt zijn eigen vlees. Hij wil vervolgens een onderzoek naar het onderzoek. Vindt de heer Van Helvert het onderzoek niet deugen of vindt hij de structuur niet deugen? Ik vind het nou een beetje hinken op twee gedachten. Wat is volgens hem het probleem? 

De heer Van Helvert (CDA):

Wij hebben daar al veel over overlegd, mevrouw De Boer en ik. Het gaat er niet om dat dit onderzoek niet deugt. Het gaat erom dat er ook onafhankelijk wordt gekeken naar de rol van de ILT. De ILT heeft namelijk een aantal verantwoordelijkheden, zoals het materieel, het spoor en het onderhoud van het materieel en wie dat moet doen. Ook de eigen verantwoordelijkheden van de ILT moeten dus belicht worden. Mijn fractie zegt, evenals de ondertekenaars, dat het maar de vraag is of de ILT de aangewezen instantie is om het eigen handelen in dit geval onder de loep te nemen. Wij zijn van mening van niet. Niet — dat is goed om te benoemen — omdat het ongeval in Borne verschrikkelijke gevolgen had, want, nogmaals, dat waren wagons met zand en grind in een wei met koeien, maar omdat we op termijn meer goederenvervoer met gevaarlijke stoffen door woonwijken gaan laten rijden. Daarbij willen we geen fouten maken. 

De voorzitter:

Dank u wel voor uw bijdrage. Ik wilde het woord geven aan mevrouw Van Veldhoven, maar die is niet aanwezig. Dan geef ik het woord aan mevrouw De Boer van de VVD. 

Mevrouw De Boer (VVD):

Voorzitter. Het eindrapport van de ICT-commissie heeft onlangs het licht gezien. De Kamer moet de eindconclusies nog vaststellen, maar gezien de status van groot project, de ingewikkeldheid van een heel nieuw veiligheidssysteem op het spoor, wat ERTMS is, de internationale afstemming die nodig is, en de enorme hoeveelheid geld die voor ERTMS is gereserveerd, lijkt het mij wijs om ERTMS in ieder geval als pilotproject in te zetten voor de uitkomsten van het Kamerdebat over het ICT-rapport. Het ERTMS is hier bij uitstek geschikt voor. De staatssecretaris heeft hier ook positief op gereageerd, maar het lijkt mij goed om het hier, plenair, andermaal bevestigd te krijgen. We dienen hier verder geen motie over in. 

Ik heb nog een vraag. Het eindrapport over de ontsporing bij Borne is tevens in het AO aan de orde geweest. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel waarschuwing er lopen aan vervoerders als het gaat om deze casus? Er komt, afhankelijk van de snelheid van het vierde spoorpakket, een onafhankelijke Europese instantie die de veiligheid van wagons op het spoor gaat controleren. Over welke termijnen hebben we het dan ongeveer? Het lijkt me goed dat we dit onderwerp blijven agenderen, ook weer voor een volgend AO over het spoor. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er in Nederland nog 89 openbare en 325 niet-openbare niet-actief beveiligde overwegen zijn; 

overwegende dat het niet wenselijk is dat er in de toekomst nog onbeveiligde overwegen zijn; 

constaterende dat het budget voor het Programma Verbeteren Veiligheid Overwegen dat bestemd was voor de niet-beveiligde overwegen vrijwel op is, maar dat ook de nu nog resterende niet-openbare overwegen een belangrijke recreatieve functie kunnen hebben; 

overwegende dat er 200 miljoen beschikbaar is voor het veiliger maken van reeds beveiligde overwegen onder andere door de bouw van ongelijkvloerse passages, maar dat dit geld niet beschikbaar is voor de niet-actief beveiligde overwegen; 

constaterende dat de regering de Kamer in het voorjaar van 2015 informeert over een nieuwe impuls voor de aanpak van niet-actief beveiligde overwegen; 

verzoekt de regering, jaarlijks een overzicht te sturen van in het volgende jaar te sluiten overwegen, inclusief de voorgenomen compenserende maatregelen en het advies van belangenorganisaties, zoals Wandelnet en Fietsersbond; 

verzoekt de regering voorts, binnen de beschikbare 200 miljoen voor het programma overwegen ook budget te reserveren voor het beveiligen van niet-actief beveiligde overwegen en de Kamer te informeren hoeveel overwegen voor het plaatsen van beveiliging in aanmerking komen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 180 (29893). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mijn tweede motie luidt als volgt: 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de spoorsector al geruime tijd werkt aan een voorstel voor verhoging van de bovenleidingspanning van 1,5 naar 3 kV met het oog op energiebesparing, reistijdbeperking, capaciteitsvergroting en verbeterde interoperabiliteit van het spoor met België en dat dit een positieve business case lijkt op te leveren; 

overwegende dat voor invoering van 3 kV op delen van het spoorwegnet net als voor ERTMS ombouw van zowel infrastructuur als materieel noodzakelijk is; 

overwegende dat voorkomen moet worden dat invoering van ERTMS onnodig wordt gecompliceerd, maar dat beide projecten ook niet geheel los van elkaar kunnen worden gezien en potentieel ook kan worden bespaard door het combineren van werkzaamheden aan infrastructuur en/of materieel ten behoeve van invoering van ERTMS en 3 kV; 

overwegende dat op korte termijn veel besluiten vallen over de aanschaf van nieuw materieel en ombouw van bestaand materieel waarvoor helderheid over de toekomstige bovenleidingspanning wenselijk is; 

verzoekt de regering, de uitwerking van de voorstellen voor aanpassing van de bovenleidingspanning uiterlijk voorjaar 2015 naar de Kamer te sturen en daarbij te bezien of gelijktijdig met invoering van ERTMS het ombouwen van materieel en/of infrastructuur naar 3 kV wenselijk is, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 181 (29893). 

De voorzitter:

De staatssecretaris gaat heel even kijken naar de moties. Ik schors niet. 

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Er zijn drie moties ingediend en drie vragen gesteld. Ik zal, gezien de formulering, iets uitgebreider antwoorden op de eerste motie, de motie-Helvert op stuk nr. 179. Ik zou bereid zijn om het oordeel over de motie aan de Kamer te laten, indien zij mij zou oproepen de Kamer te informeren hoe binnen de ILT is geborgd dat de verschillende rollen voldoende onafhankelijk van elkaar worden ingevuld. Met de Kamer ben ik namelijk van mening dat zij altijd de toets der kritiek moeten kunnen doorstaan. Daarbij kan ik de vervolgacties betrekken naar aanleiding van de audit van Horvat, waarover ik de Kamer op 30 januari van dit jaar heb geïnformeerd. In dat rapport werd al gekeken naar de manier waarop het proces van vergunningverlening van de ILT was ingericht. Ook het Europese spooragentschap heeft in 2013 nog een uitgebreide audit gedaan naar de vergunningverlening, de certificering en de handhaving door de ILT. Ook de follow-up hiervan kan ik betrekken bij de informatie aan de Kamer, want weer een nieuwe audit vind ik overbodig. Overigens wordt met de komende inwerkingtreding van de technische pijler van het vierde spoorpakket de ERA in plaats van de ILT verantwoordelijk voor de vergunningverlening van internationaal opererende ondernemingen en materieel. Als ik het zo geformuleerd zie, ontraad ik aanvaarding van deze motie. Dit gezegd hebbende, als ik de motie met deze kaders mag lezen, dan zou ik het oordeel erover aan de Kamer kunnen laten. 

De heer Van Helvert (CDA):

Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat zij niet zozeer terug wil kijken naar wat er daadwerkelijk is gebeurd, maar dat zij wil uitleggen hoe de rol van de ILT goed geborgd is, dan wel of de verschillende rollen in dezen goed geborgd zijn. Hoe goed het ook allemaal geborgd is, het blijft staan dat de ILT oordeelt over hoe zij zelf gehandeld heeft in dezen. Aangezien wij weten dat wij meer gevaarlijke stoffen door woonwijken gaan sturen, is het van zeer groot belang dat wij goed bekijken wat hier is misgegaan. Wij hebben vandaag nog een ander rapport zien binnenkomen over een andere ontsporing. Het is dus extra goed om even terug te kijken naar wat er is misgegaan in Borne, ook naar de rol van de ILT zelf. 

Staatssecretaris Mansveld:

Dan ontraad ik de motie, want in het verzoek staat: "lering te kunnen trekken en om fouten in de toekomst te voorkomen". Impliciet concludeert de heer Van Helvert dus al op voorhand dat er lering moet worden getrokken uit fouten van de ILT. Ik heb net aangegeven welk kader ik eromheen zet. Zo lees ik de motie. Dan ontraad ik de motie. 

De motie-Dik-Faber op stuk nr. 180 gaat over niet actief beveiligde overwegen. Mevrouw Dik-Faber weet dat het mijn streven blijft om het aantal niet actief beveiligde overwegen terug te dringen door ze bijvoorbeeld op te heffen, dan wel de veiligheid ervan op een kosteneffectieve manier te overwegen. Ik heb ProRail gevraagd mij een voorstel te doen voor een nieuwe impuls voor de aanpak van niet actief beveiligde overwegen met volop ruimte voor innovatieve oplossingen en rekening houdend met het belang van wandelaars en fietsers. Daarbij worden ook lessen van de aanpak in het verleden betrokken. Op grond van dat voorstel wil ik nader besluiten over een vervolgaanpak van niet actief beveiligde overwegen en opties voor bekostiging. Ik verwacht de Kamer hierover komend voorjaar te kunnen informeren. Daarbij zal ik ook het gevraagde overzicht van overwegen sturen. Op deze wijze zie ik de motie als ondersteuning van beleid. Mijn reactie was iets uitgebreider maar het was ook een heel lange motie. 

De motie-Dik-Faber op stuk nr. 181 gaat over de bovenleidingspanning, het ERTMS en de verhoging van 1,5 kV naar 3 kV. Ik wacht op onderzoek van de NS en ProRail. Begin 2015 is dat onderzoek klaar. Dan kom ik met een antwoord. Ik wil hier wel één ding markeren. Wij hebben het over ERTMS gehad en het budget daarvan. De Kamer weet hoe ik daarmee om wil gaan en hoe ik dat zie. Het is niet aan de orde dat het ERTMS-budget aan niet-ERTMS aangelegenheden wordt uitgegeven. Wij hebben dat gemarkeerd en nadrukkelijk ingekaderd. Die randvoorwaarde wil erbij geven. Dit gezegd hebbende, laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

Mevrouw De Boer heeft een drietal vragen gesteld. Een ging over het pilotproject ICT. De Kamer weet hoe belangrijk ik het vind dat wij die verbinding leggen, ook met de uitkomst van de enquetecommissie ICT. De Kamer ontvangt nog een kabinetsreactie op dat ICT-rapport. Ik zal in de tweede voortgangsrapportage ERTMS, die verschijnt in het eerste kwartaal, voor 1 april, aangeven hoe ik binnen het programma-ERTMS omga met de aanbevelingen van de tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid. Ik neem die aanbevelingen mee. In die zin wordt de koppeling daadwerkelijk gemaakt. De Kamer weet hoe ik in het ICT-rapport, de pilots en dergelijke sta. Het debat van de Kamer daarover wacht ik even af in relatie tot het verschenen rapport. 

Mevrouw De Boer vroeg hoeveel waarschuwingen er zijn gegeven bij Borne. ProRail heeft de informatie beschikbaar gesteld. Hoe vaak is niet bekend. Als mevrouw De Boer er echt op staat om het aantal te weten, dan ben ik altijd bereid om die informatie naar de Kamer te sturen, maar dat moet zij dan even zelf aangeven. 

Mevrouw De Boer vroeg naar de onafhankelijke instantie in Europa. In het kader van het vierde spoorpakket verschuiven er bevoegdheden vanuit Nederland naar het ERA (European Railway Agency). Wanneer dat gebeurt, hangt af van de besluitvorming rond het vierde spoorpakket. De Kamer weet dat ik heel graag de technische pijler en de marktvraag uit elkaar wil halen omdat de technische pijler echt klaar is voor besluitvorming en daarin een aantal stappen voorwaarts worden gedaan. Dat leek even aan de orde deze maand, maar dat is toch niet aan de orde geweest. Wat mij betreft zou het tijdpad zijn om zo snel mogelijk voort te maken met de hele technische pijler en de andere discussie. Wij hebben echter nog niet het voorzitterschap om daar invloed uit te oefenen. Ik moet helaas de andere voorzitterschappen afwachten. U weet van mij dat ik de technische pijler graag spoedig afgehandeld wil hebben. Daar zal ik mij voor blijven inzetten. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Stemming over de ingediende moties zal hedenavond plaatsvinden. We gaan meteen door met het volgende VAO.