Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 11

11 Uitvoering Crisis- en herstelwet

Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (negende tranche) (32127, nr. 201). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is geen fan van de Crisis- en herstelwet. Er worden milieunormen opzijgezet en de inspraak van burgers en lagere overheden wordt ingeperkt. Dus wij zijn geen fan van die wet en dat worden we ook niet. Iedere keer worden er nieuwe projecten onder het regime van deze wet gebracht. We zijn nu bij ronde negen. We doen er dan ook alles aan om die projecten er uit te houden. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de grenzen voor groei van de veehouderij bereikt zijn en dat de emissies van fijnstof en de geuroverlast uit veehouderijen aangepakt moeten worden; 

constaterende dat de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij deze problemen niet aanpakt maar juist verder vergroot omdat hiermee nog verdere uitbreiding van de veehouderij in toch al zeer veedichte regio's mogelijk wordt; 

verzoekt de regering, de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij niet onder het regime van de Crisis- en herstelwet te brengen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 205 (32127). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mijn tweede en laatste motie gaat over Logistiek Park Moerdijk dat volgens de Partij voor de Dieren geen enkele meerwaarde heeft en sowieso niet door moet gaan en in elk geval niet onder het regime van de Crisis- en herstelwet moet komen te vallen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat Logistiek Park Moerdijk op economisch en ecologisch vlak en voor de leefbaarheid geen toegevoegde waarde heeft; 

verzoekt de regering, Logistiek Park Moerdijk niet op te nemen in de negende tranche van de Crisis- en herstelwet, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 206 (32127). 

Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Veldhoven van D66. Ik constateer nu dat zij afwezig is, zodat ik het woord geef aan de heer Madlener van de PVV. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik heb een motie over de negende tranche van de Crisis- en herstelwet. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de negende tranche van de Crisis- en herstelwet het Ecodorp van Boekel staat genoemd; 

constaterende dat onder andere staat beschreven dat bewoners 's avonds gezamenlijk muziek zullen maken en verhalen gaan vertellen, en dat planten en dieren elkaar ondersteunen, versterken en aanvullen; 

van mening dat Nederland niet uit de crisis zal komen door linkse hobby's te faciliteren, terwijl de gewone hardwerkende burgers die in een normaal huis willen wonen of bouwen niet van dergelijke regelingen gebruik mogen maken; 

verzoekt de regering, het Ecodorp in Boekel uit de negende tranche van de Crisis- en herstelwet te schrappen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 207 (32127). 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. Ik heb een motie naar aanleiding van het Logistiek Park Moerdijk. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat sprake is van een structureel overaanbod van bedrijfs-onroerend goed; 

overwegende dat provinciebesturen weliswaar hun planologisch beleid met betrekking tot het toestaan van nieuwe bedrijventerreinen aanscherpen maar er nog onvoldoende in slagen om daadwerkelijk tot een nettosanering van dit overschot te komen; 

van oordeel dat het ongewenst is dat dit overschot verder oploopt; 

van oordeel dat het ontwikkelen van nieuwe plannen voor bedrijfsterreinen gepaard zou moeten gaan met een evenredige sanering van niet meer gebruikte gronden en gebouwen met een bedrijfsmatige bestemming; 

verzoekt de regering, zolang de provincies er nog onvoldoende in slagen om het overschot van locaties voor de vestiging van bedrijven te saneren, geen projecten voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsterreinen meer toe te laten tot de Crisis- en herstelwet, als die projecten niet ook een evenredige saneringscomponent omvatten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 208 (32127). 

De heer Veldman (VVD):

He lijkt erop dat de Partij van de Arbeid met deze motie weer klassiek vanuit Den Haag wil bepalen wat er in het land qua ruimtelijke ordening gebeurt, waar volgens mij de kennis en kunde juist regionaal en lokaal zit. Als ik de motie goed begrijp, zegt de heer De Vries dat er eerst gesloopt moet worden voordat er iets nieuws gebouwd mag worden. Dat is raar. Wij hebben eerder tranches gehad … 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

De heer Veldman (VVD):

Bij een eerdere tranche van de Crisis- en herstelwet hebben wij de Tweede Maasvlakte aan de orde gehad. Zegt de heer De Vries dat de haven, goed voor 170.000 banen, eerst moet krimpen om pas daarna weer te mogen groeien? Dat is wat hij met deze motie bereikt. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

De Partij van de Arbeid ziet de leegstand in Nederland enorme vormen aannemen. Wij dweilen op dit moment met de kraan open. Provincies doen weliswaar hun best, maar hebben meer tijd nodig om daadwerkelijk resultaat te boeken. Daarom vinden wij dat de Crisis- en herstelwet niet gebruikt moet worden om het areaal aan bedrijfsterreinen verder uit te breiden als er niet ook een saneringscomponent aan vastzit. 

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan de termijn van de Kamer. Wij wachten even totdat de minister alle moties heeft. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. De Partij voor de Dieren geeft aan niet zo'n fan te zijn van de Crisis- en herstelwet, terwijl er op de lijst ook heel veel projecten staan die volgens mij heel aansprekend voor die partij moeten zijn. Maar goed, laten wij dan maar even focussen op de projecten die niet aansprekend zijn, in dit geval de Brabantse veehouderij betreffend. Ik ontraad de motie op stuk nr. 205, waarin mij verzocht wordt om de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij niet onder het regime van de Crisis- en herstelwet te brengen. 22 gemeenten zijn bezig om samen met de gebruikers van de gebieden waar overlast aanwezig is, oplossingen te zoeken. De gemeenten kiezen ervoor om dat via een dialoog te doen. Dat is ook wat met de aanpak van de urgentiegebieden wordt beoogd. Met de negende tranche wordt een stok achter de deur geboden voor die gevallen waarin geen overeenstemming wordt bereikt. De borging van het dierenwelzijn gebeurt op nationaal niveau. De BZV bevat maatregelen die een ondernemer kan treffen om het dierenwelzijn te verbeteren. Dat wordt ieder jaar, periodiek, aangepast, waardoor de veehouderij stapsgewijs gestimuleerd wordt tot een steeds zorgvuldiger bedrijfsvoering, met alle aspecten die daaraan verbonden zijn. Ik ontraad de motie. 

Dan de motie op stuk nr. 206, waarin de regering wordt verzocht, Logistiek Park Moerdijk niet op te nemen in de negende tranche van de Crisis- en herstelwet. Mevrouw Ouwehand betwijfelt of Logistiek Park Moerdijk wel nodig is en of de werkgelegenheid niet elders gevonden kan worden. Philip Morris heeft zijn fabriek in Bergen op Zoom per 1 september 2014 gesloten. Als gevolg daarvan zijn 1.200 werknemers hun baan verloren. Tetra Pak heeft aangekondigd zijn vestiging in Moerdijk te sluiten. De ontwikkeling van het LPM zal helpen om de ontwikkeling in de regio en het creëren van nieuwe banen te ondersteunen. Het merendeel van de te vestigen logistieke bedrijvigheid is bovenregionaal. Afhankelijk van de vraag of sprake is van een geheel nieuwe vestiging of van een verplaatsing van bedrijven, kan sprake zijn van een verplaatsing van arbeid. Belangrijk is dat die werkgelegenheid ook behouden blijft. Ik ontraad de motie. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De minister suggereert dat de Partij voor de Dieren voor duurzame projecten onder de Crisis- en herstelwet zou zijn en tegen niet-duurzame projecten onder die wet. Dat klopt niet. Wij vinden de hele aanpak van de Crisis- en herstelwet verkeerd, omdat daarmee de inspraakmogelijkheden en de democratische rechtsmogelijkheden worden ingeperkt. De minister weet dat wij bijvoorbeeld ook tegen het plaatsen van windmolens onder de Crisis- en herstelwet hebben gestemd. Die suggestie wil ik dus graag uit de weg helpen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik heb elke keer geprobeerd uit te leggen dat de inspraakmogelijkheden van de burgers niet beperkt worden door de Crisis- en herstelwet en dat zij gewoon hun rechten hebben. Die discussie blijven wij over en weer voeren, zonder elkaar te verstaan. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 207, ingediend door de heer Madlener, inzake het Ecodorp in Boekel, waar de heer Madlener linkse hobby's in ziet. Het gaat erom, zeg ik tegen de heer Madlener, dat de bewoners, doordat een uitzondering wordt gemaakt op het Bouwbesluit, andere materialen kunnen gebruiken voor de realisatie van hun woningen. Zij moeten echter nog steeds voldoen aan allerlei veiligheidseisen in het Bouwbesluit. Dus ook rechtse hobby's zouden daar kunnen worden uitgeoefend; zelfs een PVV-dorp zou daar kunnen worden gerealiseerd. Het gaat er vooral om dat wij dingen mogelijk in plaats van onmogelijk maken, even los van de partijen die daar vervolgens gebruik van zullen maken. Ik ontraad dus deze motie. 

De heer Madlener (PVV):

Is de minister het met mij eens dat alle burgers gebruik moeten kunnen maken van dit soort proefnemingen en niet alleen maar de mensen die daar op een ecoachtige, GroenLinksachtige manier ideeën over hebben? Kan de minister toezeggen dat zij er zorg voor zal dragen dat het Ecodorp in Boekel voor alle burgers open wordt gesteld en dat daar normale grondprijzen worden betaald, zoals die door alle hardwerkende Nederlanders worden betaald? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik vind dat alle burgers gebruik zouden moeten kunnen maken van dit soort aanpassingen. Mede om die reden mogen de gemeenten zelf kiezen met welke projecten zij komen, waardoor wij dit soort experimenten kunnen doen binnen de Crisis- en herstelwet. De uitzondering op het Bouwbesluit kan dus ook voor een andere groep gelden. Dit project is aangevraagd voor een specifieke groep. Ik ga mij niet bemoeien met de gemeentelijke projecten, dus ik zal niet tegen de gemeenten zeggen dat zij de projecten anders moeten invullen. Andere projecten zijn weer bedoeld voor andere groepen, die misschien meer tot de achterban van de heer Madlener behoren. In principe staat de Crisis- en herstelwet voor iedereen open. Als een andere gemeente of dezelfde gemeente met een dergelijk plan voor een heel ander type groep komt, is dat ook prima. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 208, ingediend door de heer De Vries, waarin de regering wordt verzocht om, zolang de provincies er nog onvoldoende in slagen om het overschot van locaties voor de vestiging van bedrijven te saneren, geen projecten voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsterreinen meer toe te laten tot de Crisis- en herstelwet, als die projecten niet ook een evenredige saneringscomponent omvatten. Ik ontraad deze motie. De ontwikkeling van bedrijventerreinen wordt decentraal uitgevoerd. De gemeenten moeten ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is voor bedrijvigheid. Zij zijn ook verantwoordelijk voor een succesvol verloop van de lokale herstructureringsopgave. De provincies zijn verantwoordelijk voor de regie over het bedrijfsterreinenbeleid binnen de provinciegrenzen; zij moeten het belang van de verschillende in de provincie samenkomende ruimtelijke functies in de gaten houden. Als een plan inzake de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein voor de Crisis- en herstelwet wordt aangemeld, wordt altijd nagegaan of de voorgenomen ontwikkeling binnen het provinciaal beleid past. Bovendien moet, met het oog op de ladder voor duurzame verstedelijking, conform het Besluit ruimtelijke ordening in de toelichting op het plan worden gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Daarnaast moet zijn nagegaan of in deze ontwikkeling ook kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden voor herstructurering. Ik ben van mening dat daarmee kan worden volstaan. Wij zouden ook kunnen zeggen dat het überhaupt niet meer mag, maar wij weten nooit waar wij in de toekomst tegenaan lopen; er kan sprake zijn van een heel goede ontwikkeling die net niet in het plaatje past. Er wordt dus al gewerkt op de in de motie aangegeven wijze. Derhalve ontraad ik de motie. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

De Partij van de Arbeid en de minister verschillen er helemaal niet over van mening dat de provincies op dit punt een taak hebben. Wij zien echter dat de provincies die taak nog onvoldoende tot een goed einde brengen. Zolang het nog onvoldoende werkt, komen er meer bedrijfsterreinen bij, terwijl er nog zo veel leegstaat. Weet de minister dat er in Brabant eindeloos over is getwijfeld of het wel of niet kan? Deze week nog is er in Brabant weer eindeloos gepraat over hoeveel er gesaneerd moet worden. Men heeft nog niet de weg paraat om het saneren snel te kunnen doen. Zolang dat niet het geval is, wordt het probleem alsmaar groter, terwijl veel bedrijfsterreinen verder verloederen. Is de minister dit met mij eens? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Zoals de heer De Vries zelf al zegt, wordt daar eindeloos over gesproken in de regio. Men is er dus bewust mee bezig. Ik wil dit punt niet uitzonderen van de Crisis- en herstelwet, omdat ik zie dat men probeert te werken volgens de lijn die ook door ons gevolgd wordt. Ik zie ook dat dit steeds beter lukt. Misschien lukt het nog niet in alle gevallen, maar tegelijkertijd denk ik dat wij door het opleggen van een verbod ook mooie kansen kunnen missen; kansen die juist heel goed zouden zijn geweest voor de regio. Het gaat nog steeds om het gezond verstand en het maken van een goede afweging op de plek waar die afweging gemaakt moet worden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De stemming over de ingediende moties zal hedenavond plaatsvinden. 

De vergadering wordt van 12.39 uur tot 13.16 uur geschorst.