Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 23

23 MINUSMA Mali

Aan de orde is het VAO MINUSMA Mali (AO d.d. 11/11). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Defensie welkom. 

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik dien graag een motie in naar aanleiding van het debat dat wij hebben gevoerd over de VN-missie in Mali. Die motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat alleen inclusieve vredesprocessen, inclusief de actieve deelname van vrouwen, duurzaam en effectief zijn; 

constaterende dat de VN-Veiligheidsraad meerdere resoluties aannam waarin het belang en de noodzaak van de bescherming, participatie en leiderschap van vrouwen in (post)conflictgebieden tot op het hoogste niveau in processen rondom vrede, veiligheid en wederopbouw wordt bevestigd; 

constaterende dat genderaspecten, de bescherming en het belang van participatie van vrouwen conform de VN-Veiligheidsraadresoluties nadrukkelijk in het MINUSMA-mandaat is opgenomen, maar dat dit tot op heden niet voldoende aan bod komt bij uitvoering van de missie; 

verzoekt de regering, in samenwerking met het lokale maatschappelijk middenveld, de voorwaarden te scheppen zodat vrouwen(groepen) actief en substantieel kunnen deelnemen aan de Malinese vredesbesprekingen, en een bijdrage kunnen leveren aan veiligheid en wederopbouw in Mali, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hachchi en Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 271 (29521). 

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De Nederlandse militaire missie in Mali is volgens de regering een stabilisatiemissie. Het is dus geen missie die de problematiek daar gaat oplossen, maar een missie die stabiliteit moet creëren. Als die stabiliteit er is, moet de oplossing van de situatie in Mali plaatsvinden in een politiek onderhandelingsproces tussen de partijen aldaar. Die onderhandelingen zouden aanvankelijk medio oktober in Algiers plaatsvinden, maar die zijn niet doorgegaan. Een reden voor het niet doorgaan van die onderhandelingen is nooit bekendgemaakt. Vervolgens zouden de onderhandelingen worden hervat op 20 november, maar ook daarover hebben wij tot op de dag van vandaag nooit meer iets gehoord. Mijn vraag aan de regering is derhalve of de onderhandelingen nu daadwerkelijk hervat zijn. Zo ja, wat is de voortgang? Is een politieke oplossing al in zicht? Als dat niet het geval is, dan is de vraag hoe lang de regering wil doorgaan met dit Partij van de Arbeid-sprookjesproject, dat ik altijd voor de duidelijkheid de Koendersmissie noem. Volgens de tijdelijk opvolger van de heer Koenders als speciaal VN-gezant voor Mali gaat de oplossing van de Malinese problematiek vijftien à twintig jaar duren. Ik mag toch hopen dat de regering niet van plan is om zo lang zo veel geld aan Mali te besteden. Wat de PVV betreft, kunnen wij beter vandaag dan morgen stoppen met het storten van geld in de bodemloze Malinese put. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de missie naar Mali opstartproblemen kent, zoals met de watervoorziening en met de veiligheid van de militairen; 

van mening dat onvrede onder het personeel zo snel mogelijk opgelost moet worden; 

verzoekt de regering, bij missies een meldpunt misstanden in te stellen waarbij klachten van personeel voortvarend worden opgepakt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 272 (29521). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Ploumen:

Voorzitter. D66 heeft een motie ingediend op stuk nr. 271. Het behoeft geen betoog, en dat betoog houd ik dan ook niet, dat er veel te verbeteren valt aan de positie van vrouwen in Mali. Daar spreken we ook geregeld over. Er zouden ook zeker meer vrouwen aan tafel moeten zitten bij de vredesbesprekingen in Algiers. Ik ben het dan ook zeer eens met alles wat daarover in de motie wordt gezegd. 

Ik ben het helemaal niet eens met de veronderstelling in de motie dat MINUSMA en Nederland zich daarvoor te weinig inzetten. Dat doen we juist wel. Minister Koenders heeft daar tijdens het algemeen overleg ook het nodige over gezegd. Mede op instigatie van Nederland is het Malinese maatschappelijk middenveld dit najaar door middel van een consultatie betrokken bij de besprekingen in Algiers. Ik ben zelf onlangs in Mali geweest en toen heb ik er ook over gesproken. We steunen via het bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsprogramma de projecten van UN Women in Mali. Ik ben het dan ook echt niet eens met wat er in de motie wordt gesteld, namelijk dat Nederland tot op heden niet voldoende zou doen. Dat geldt overigens ook voor MINUSMA, want in deze missie hebben wij ook een aandeel. 

Desondanks ben ik het wel eens met de stelling dat het goed is om daarop te blijven tamboereren. Dat doe ik dan ook graag. Ik zie al met al de motie als ondersteuning van beleid en laat het oordeel over de motie aan de Kamer. 

De heer De Roon heeft een vraag gesteld over de stand van zaken rond de onderhandelingen in Algiers over Mali. Er hebben onderhandelingsrondes plaatsgevonden, zowel in oktober als in november. Algerije heeft na die laatste ronde in november een conceptakkoord voorgelegd. Daarover sonderen de partijen, die deelnemen aan de onderhandelingen, hun achterbannen. Ik heb dat zelf kunnen constateren toen ik vorige week in Mali was. In januari worden de besprekingen hervat. 

De voorzitter:

We missen nog een oordeel over de motie van de heer Jasper van Dijk. Ik begrijp dat de minister van Defensie die motie van een oordeel zal voorzien. 

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. De motie van de heer Van Dijk op stuk nr. 272 lijkt sympathiek, maar de heer Van Dijk suggereert in zijn motie ook een tegenstelling tussen de leiding en de werkvloer. Die is er niet. Klachten kunnen heel snel worden aangepakt door de commandant; die krijgt dan ook de klachten binnen. Daarnaast zijn er ook nog de bonden en die hebben uiteraard altijd een luisterend oor. Kortom, het instellen van een separaat meldpunt misstanden is niet nodig. Een dergelijk meldpunt is onnodig en overbodig, omdat er voldoende kanalen zijn waarlangs de klachten van het personeel voortvarend kunnen worden opgepakt. 

Die tegenstelling tussen werkvloer en leiding is er niet, want ook de leiding is erbij gebaat dat de onvrede onder het personeel zo snel mogelijk wordt geadresseerd en weggenomen. Ik zou de motie, hoe sympathiek ook, daarom willen ontraden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik bedank de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die ons gaat verlaten, voor haar bijdrage. We gaan in één vloeiende beweging door naar het volgende VAO, maar natuurlijk niet dan nadat ik heb gezegd dat we vanavond stemmen over de beide moties die in dit VAO zijn ingediend.