Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 71

71 Verwerping enkele zorgwetten door de Eerste Kamer

Aan de orde is het debat over het verwerpen van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten door de Eerste Kamer.

De voorzitter:

Ik heet de minister-president, de vicepremier en de minister van Volksgezondheid van harte welkom, evenals de mensen op de publieke tribune en iedereen in de zaal.

De minister-president heeft mij, gezien de bijzondere omstandigheden, gevraagd of hij voorafgaand aan het debat een verkorte verklaring mag afleggen. Ik heb dat toegestaan. Interrupties doen we pas als zo meteen de termijn van de regering is.

Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter. Ik waardeer het dat de Kamer mij de gelegenheid biedt om voorafgaand aan dit debat een verklaring uit te spreken. Ik bied overigens mijn excuses aan voor het zeer late tijdstip.

Afgelopen dinsdag stemde de Eerste Kamer tegen het wetsvoorstel verbod verticale integratie. Daarmee ontstond een probleem. Het wetsvoorstel is een wezenlijk onderdeel van onze afspraken om de zorg in Nederland toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed te houden. Zoals ik al eerder heb gezegd, is het belangrijk dat we de afspraken nakomen die we in de politiek met elkaar maken. Het is u niet ontgaan dat alle betrokken partijen sindsdien op verschillende plaatsen en in wisselende samenstelling intensieve gesprekken hebben gevoerd. De wil om eruit te komen was groot. Dat laatste telt in de politiek. Waar een wil is, is een weg, ook in Den Haag.

Het kabinet heeft er vertrouwen in een oplossing te hebben gevonden die recht doet aan de positie van alle betrokken partijen. Bovenal hebben we een oplossing die eraan bijdraagt dat ons zorgstelsel ook in de toekomst betaalbaar en van kwalitatief hoog niveau blijft. Wat het kabinet betreft, staan bij de vervolgstappen de volgende twee hoofdpunten centraal. Ten eerste: het waarborgen van de bestaande vrije artsenkeuze voor iedereen, ongeacht de aard van de polis die iemand heeft. Ten tweede: een goede machtsbalans tussen verzekerde en zorgverzekeraar. Het aangepaste wetsvoorstel komt tegemoet aan de zorgen en argumenten die in de Kamers aan bod kwamen. Het wordt op korte termijn opnieuw ingediend.

Het kabinet begrijpt dat binnen de staatsrechtelijke verhoudingen garanties niet op voorhand te krijgen zijn. De gesprekken met betrokken partijen en de aanpassingen geven het kabinet vertrouwen dat dit wetsvoorstel succesvol wordt afgerond. Mocht het wetsvoorstel onverhoopt niet worden aangenomen, dan zal het kabinet in overleg treden met uw Kamer om te bezien op welke wijze toch uitvoering kan worden gegeven aan het zorgakkoord.

Hoe moeilijk soms ook, uiteindelijk gaat het in de politiek om resultaten. Ik heb in deze Kamer vaak bepleit dat we koers moeten houden, koers houden voor economisch herstel, voor het hervormen en betaalbaar houden van onze voorzieningen en vooral voor banen en groei. Dat is wat ons allemaal, ook in het nieuwe jaar, te doen staat.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu beginnen met het debat. Voordat ik de eerste spreker het woord geef, moet ik u nog melden dat de heer Van Vliet mij heeft gevraagd om aan u mee te delen dat hij niet in de gelegenheid is om deel te nemen aan dit debat.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. De Partij van de Arbeid heeft samen met andere partijen de afgelopen dagen hard gewerkt aan een oplossing voor het probleem dat afgelopen dinsdag ontstond. De uren die sinds die tijd zijn verstreken, hebben ook onzekerheid, tijd en veel wachten veroorzaakt, ook van uw Kamer. Ik bied daarvoor mijn verontschuldigingen aan, want mijn partij is daaraan medeschuldig.

Het stap voor stap werken heeft echter ook tot een oplossing geleid. We hebben zojuist een brief ontvangen van het kabinet, waarin het het voorstel doet om een aangepast wetsvoorstel naar de Kamer te sturen. Dat lijkt ons een verstandige optie, omdat het ook kansen biedt. Het biedt kansen om de positie van de patiënt te verstevigen, de vrije artsenkeuze te borgen, de positie van verzekerden tegenover verzekeraars te versterken en zo een beter evenwicht te creëren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De heer Samsom zegt dat er een wijziging is waardoor nu de vrije artsenkeuze wordt geborgd. Klopt dat?

De heer Samsom (PvdA):

Het biedt een kans. Een gewijzigd wetsvoorstel — we hebben daarvan slechts een paar contouren gezien — biedt een kans om die artsenkeuze inderdaad nog beter te borgen. Bijvoorbeeld door een scherpere definitie te geven van acute zorg, waarbij sowieso de artsenkeuze geheel vrij is. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat academische zorg altijd gecontracteerd is in elke polis. Dat zijn maar twee voorbeelden waardoor we verstevigingen aanbrengen in het vigerende wetsvoorstel. Wat ons betreft is dat een kans die we nu kunnen aangrijpen om zaken te verbeteren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik moet de heer Samsom teleurstellen. Dit is niet het tijdstip voor reclamepraatjes, na de chaos van de afgelopen week. Hij zegt hier: de vrije artsenkeuze is nog beter gewaarborgd. Dus blijkbaar heeft niemand het begrepen en ging het wetsvoorstel over de borging van de vrije artsenkeuze. Ik hoor graag van de minister en de premier dat dit zo is. Die vrije artsenkeuze wordt nu nog beter geborgd. Als ik de heer Zijlstra dezelfde vraag stel, ga ik hetzelfde antwoord verwachten. Is dit wetsvoorstel een inperking van de vrije artsenkeuzen of is het dat niet? Dat is mijn eerste vraag. Ik heb nog een tweede vraag.

De heer Samsom (PvdA):

Dit wetsvoorstel ging zeker niet alleen over de borging van de vrije artsenkeuze. Dit wetsvoorstel gaat bijvoorbeeld over kwalitatief betere zorg, het in staat stellen van zorgverzekeraars om te dure, overbodige of slechte zorg niet te contracteren. Dat lijkt ons een verbetering van de kwaliteit van de zorg. Daarover ging dit wetsvoorstel ook. Dit wetsvoorstel gaat ook over de positie van verzekerden ten opzichte van hun verzekeraar. Na de motie-Kuiper, die in de Eerste Kamer is aangenomen, biedt een aangepast wetsvoorstel de kans om die positie nog iets te verstevigen. Dat is een van de zaken die ik aangaf. Ik hou hier geen reclamepraatjes voor welk wetsvoorstel dan ook. Ik denk dat dit debat daarover niet in detail gaat. Ik zeg echter wel dat een hernieuwd, een aangepast wetsvoorstel ook kansen biedt. Die kansen waardeert mijn fractie en die zouden wij ook zeker willen aangrijpen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als dit wetsvoorstel zo'n verbetering is, dan moet er wel een ongelooflijke puinhoop in de partij van de heer Samsom bestaan omdat drie senatoren tegenstemmen na deze reclame. Er is een boel werk te doen, zou ik zeggen, en heb geen illusies. Dit wetsvoorstel is geen verbetering. Als dat wel zo is dan zeg ik: gefeliciteerd, want dan heeft de heer Samsom de VVD eronder gekregen.

De heer Samsom (PvdA):

De drie senatoren hebben niet voor het verbeterde wetsvoorstel gestemd, want dat is nog niet ingediend. De heer Van Haersma Buma heeft echter gelijk: de afgelopen dagen hebben wij natuurlijk benut om vooral gesprekken te voeren, ook met de Eerste Kamerfractie van mijn partij. In die gesprekken zijn zorgen en wensen geuit. Wij denken met de aanpassingen aan die zorgen en wensen tegemoet te kunnen komen en hebben dus ook het vertrouwen dat een aangepast wetsvoorstel de gewenste meerderheden wel haalt.

De heer Roemer (SP):

Ik sloeg er ook op aan, net zoals de heer Buma. Met mooie, gladde praatjes strooi je mensen zand in de ogen. De vrije artsenkeuze gaat er gewoon stevig aan. Als ik nu naar een psycholoog ga met wie de zorgverzekeraar geen contract heeft dan heb ik op dit moment in ieder geval nog het recht op 80% vergoeding. Dat gaat naar nul. Wil de heer Samsom ontkennen dat dit inderdaad het geval is?

De heer Samsom (PvdA):

Het hangt ervan af welke polis u neemt. U weet ook niet zeker of u recht hebt op 80%, want er zijn ook verzekeraars die 60% of 50% vergoeden. Ik kan u verzekeren dat een psycholoog de helft van het uurtarief aan u doorberekent. Dat is nog een hele hoop geld en dan is de artsenkeuze zeer beperkt. Het gaat juist om mogelijkheden om polissen te maken die die keuzes wel bieden, waarbij bijvoorbeeld meerdere zorgaanbieders voor dezelfde discipline worden gecontracteerd, zodat je als patiënt een keuze hebt, waarbij de zorgplicht van de zorgverzekeraar is gegarandeerd, zodat je altijd dichtbij naar de juiste zorgaanbieder kunt. Dat soort waarborgen zaten er al in het verworpen wetsvoorstel. Die blijven natuurlijk staan en worden nog een beetje verbeterd in het aangepast wetsvoorstel.

De heer Roemer (SP):

Dit is dus het zand in de ogen strooien. Een kernelement van de wet is dat als de zorgverzekeraar geen contract heeft, je vergoeding tot nul wordt gereduceerd, behalve als je het zelf kunt betalen of als je een extra verzekering kunt betalen. In dit voorbeeld is de vrije artsenkeuze voor een groot deel van de bevolking dus gewoon weg. Wees nu ook eens gewoon eerlijk, zoals u in het verleden altijd gedacht hebt te zijn, en zeg gewoon: ja, dat klopt, die vrije artsenkeuze wordt fors aangetast. Dat was een van de redenen waarom drie senatoren van de Partij van de Arbeid zeiden: dat gaat ons te ver, dat willen wij niet en daar zetten wij een streep door.

De heer Samsom (PvdA):

Over de hoeveelheden artsenkeuzes zijn de afgelopen weken ook in de kranten vele verhalen geschreven van diverse pluimage. Ik denk dat dat debat ook in deze Kamer al uitgebreid is gevoerd. Waar ik het over heb, is de situatie die afgelopen dinsdag ontstond, toen het wetsvoorstel werd verworpen. In de brief die nu naar de Kamer is gestuurd, wordt een aangepast wetsvoorstel aangekondigd. Dat biedt kansen om een aantal dingen te verbeteren ten opzichte van het vorige wetsvoorstel. Laten wij nu niet het vorige wetsvoorstel tot in het laatste detail bediscussiëren. Dat mag wat mij betreft, maar daar lijkt dit mij niet het debat voor. Ik constateer alleen dat de aanpassingen die zijn aangekondigd in de brief van het kabinet mijn fractie tevreden stemmen, omdat zij kansen bieden om de positie van de patiënt te versterken, de keuzes te borgen en de positie van de verzekerden ten opzichte van de steeds groter wordende verzekeraars te versterken. Dat lijkt ons winst.

De heer Roemer (SP):

Het wetsvoorstel dat er lag en dat in zijn essentie opnieuw door de Tweede Kamer zal moeten, zo lees ik in de brief, betekent gewoon meer macht voor de zorgverzekeraars en nu dus ook aantasting van de vrije artsenkeuze. Dat is tegen de principes van de Partij van de Arbeid in, dacht ik altijd. Dit is waar u voor staat. Wees dan ook zo eerlijk om te zeggen: ik heb een deal met de VVD gesloten en daarom doen wij dat. Ga mensen geen zand in de ogen strooien door te zeggen dat de vrije artsenkeuze is gebleven, want die is niet gebleven en die wilt u ook niet laten blijven.

De heer Samsom (PvdA):

Uw verkiezingsprogramma en dat van ons leken op elkaar. Daarin was juist de artsenkeuze zeer beperkt, omdat wij werkten naar veel meer sturing in de zorg. Maar dat terzijde. Wij hebben het hier over de aanpassingen in het wetsvoorstel. Die aanpassingen bieden kansen. Het lijkt ons goed om die kansen te grijpen, vandaar onze waardering voor de brief van het kabinet, waarin die aanpassingen worden aangekondigd.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Veel mensen thuis die dinsdag hoorden dat het wetsvoorstel was afgewezen door de Eerste Kamer, waren blij. Zij dachten: gelukkig, het zal toch niet zo zijn dat de vrije artsenkeuze wordt ingeperkt. Nu wil ik heel graag van de heer Samsom weten of die mensen inderdaad terecht blij kunnen zijn of dat zij straks gewoon weer te maken hebben met eenzelfde wetsvoorstel, waarin er hier en daar wat meer zeggenschap is voor de patiënten, maar waarvan de kern, namelijk een inperking van de vrije artsenkeuze, gewoon staat. Daar wordt niet aan getornd.

De heer Samsom (PvdA):

Ik kan niet voor die mensen spreken. Ik ken hun afwegingen niet. Ik ken wel die van mijzelf en van mijn fractie. Dit wetsvoorstel gaat in de kern niet alleen hierover, maar over heel veel zaken die de kwaliteit van de zorg kunnen verbeteren en de transparantie van de polissen kunnen vergroten. Daarmee kan ervoor worden gezorgd dat te dure, overbodige of slechte zorg niet meer wordt gecontracteerd. Dat soort verstevigingen van het zorgstelsel betrof wat ons betreft de kern van het wetsvoorstel. Ik voeg eraan toe dat het aangepaste voorstel kansen biedt om nog een aantal dingen te verbeteren. Daar zijn wij blij mee.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik hoor de heer Samsom niet ontkennen dat er aan de inperking van de vrije artsenkeuze, waar nu juist zo veel om te doen was, ook maar iets is veranderd. Dat blijft dus ook in het nieuwe wetsvoorstel staan. Dat past ook bij de uitspraken van de heer Zijlstra tegenover de NOS. Hij zei: linksom of rechtsom, we zullen ons houden aan de afspraken die we met de zorgpartners hebben gemaakt. Ik wil daarom van de heer Samsom nogmaals weten of het klopt dat dat betekent dat er in feite niets verandert met het nieuwe wetsvoorstel. Als de Eerste Kamer er toch niet mee akkoord gaat, zal het kabinet, linksom of rechtsom, via allerlei listigheden er toch voor zorgen dat die vrije artsenkeuze wordt ingeperkt. Is dat waar of niet waar?

De heer Samsom (PvdA):

Mevrouw Thieme vraagt mij om mijn appreciatie van de uitspraak van de heer Zijlstra. Hij zei: we willen ons houden aan die afspraken die we hebben gemaakt. Dat klopt. Dat wil de PvdA-fractie ook. Wij staan namelijk voor de afspraken die zijn gemaakt, onder andere in dat zorgakkoord. Dat is niet onbelangrijk, omdat in dat zorgakkoord vele zaken worden geregeld die de zorg kunnen verbeteren, die de transparantie kunnen vergroten, die de positie van de patiënt verstevigen en die ook de kosten kunnen beheersen. Dat laatste is ook niet onbelangrijk in deze tijd. Daar staan wij dus voor; dat klopt. Wij hebben er vertrouwen in dat met een aangepast wetsvoorstel aan die afspraken kan worden voldaan, die zorg kan worden verbeterd en de positie van de patiënt kan worden verstevigd.

We constateren ook dat het kabinet zegt dat, mocht het onverhoopt niet via dit wetsvoorstel gaan, het kabinet met de Kamer in overleg zal treden over andere manieren. Dat begrijpen we ook heel goed, na wat er in de afgelopen week is gebeurd. Ons gaat het namelijk uiteindelijk om het resultaat. Het resultaat moet zijn dat de positie van de patiënt wordt verbeterd, dat de vrije artsenkeuze op de een of andere manier gewaarborgd blijft, maar ook dat zorgverzekeraars in staat worden gesteld om te dure, of slechte, of overbodige zorg niet langer te contracteren. Dat is het resultaat waar wij voor gaan. Dat kan het beste via dit aangepaste wetsvoorstel. Wij hebben daar vertrouwen in, maar wij snappen ook heel goed dat het kabinet zegt: als dat nou onverhoopt niet zou kunnen, dan willen we graag met de Tweede Kamer in overleg om te bezien op welke manier het dan wel mogelijk is.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Met heel veel woorden zegt de heer Samsom eigenlijk: als het voorstel onverhoopt in de Eerste Kamer nog een keer sneuvelt, dan gaan we gewoon een manier verzinnen om de Eerste Kamer te passeren. Klopt dat, of niet?

De heer Samsom (PvdA):

Als het voorstel onverhoopt sneuvelt, gaan we iets verzinnen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen waar wij voor staan en voor strijden — ik doel op betere zorg, een betere positie van de patiënt en mogelijkheden om te dure zorg niet te contracteren — alsnog worden gerealiseerd. Ja, dat klopt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik kijk ervan op dat de heer Samsom binnen drie minuten in dit debat al toegeeft dat het linksom of rechtsom geregeld zal worden. Of de Eerste Kamer nu instemt of niet, het zal worden geregeld. We gaan het eerst via de Tweede Kamer proberen. We creëren een kans, wordt er de hele tijd gezegd. Er wordt niet duidelijk gezegd wat er nu wordt voorgesteld. Als de Eerste Kamer dat voorstel echter onverhoopt wederom verwerpt, dan gaan we een list verzinnen om de Eerste Kamer te omzeilen. Dat kan toch niet de insteek van de PvdA zijn?

De heer Samsom (PvdA):

Mevrouw Van Tongeren kiest haar eigen woorden. Wij kiezen niet voor de insteek zoals zij die nu verwoordt. Wij verzinnen geen list! Wij werken met de wetgeving die we dan hebben. Binnen die wetgeving zoeken we dan naar mogelijkheden om een aantal doelen te bereiken, die we onder andere in dat zorgakkoord met elkaar hadden afgesproken. Ik doel enerzijds op het waarborgen van de vrije artsenkeuze, en anderzijds op het in staat stellen van de zorgverzekeraars om de zorg kwalitatief te verbeteren. Dat betekent dat zorgverzekeraars te dure of slechte zorg niet meer contracteren. Dat kan bijvoorbeeld binnen de wetgeving met een Algemene Maatregel van Bestuur. Daarmee kun je niet hetzelfde bereiken als met een nieuwe wet. Zo heeft onze wetgever dat natuurlijk ook wel vastgelegd in de geschiedenis. Wij hebben hier met z'n allen in de Tweede Kamer gestemd voor een wet die het mogelijk maakt om binnen de kaders van die wet — daar kun je natuurlijk nooit buiten treden — met Algemene Maatregelen van Bestuur zaken te regelen. Je kunt bijvoorbeeld met een Algemene Maatregel van Bestuur regelen dat een zorgverzekeraar die een heel karig aantal zorgaanbieders contracteert, verplicht wordt om een hoge vergoeding te geven als de patiënt, vanwege die karige keuzemogelijkheid, naar een andere zorgverlener gaat, die niet is gecontracteerd. Je kunt dan tegelijkertijd de zorgverzekeraar die een heel breed aanbod zorgaanbieders heeft gecontracteerd, wel in staat stellen om de zorg die dan nog buiten dat aanbod wordt gezocht, niet te vergoeden. In die balans vind je dus precies de twee doelstellingen, namelijk het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en het waarborgen van de positie van de patiënt. Dat kun je met een AMvB regelen. Dat is een van de mogelijkheden. Ik kan mevrouw Van Tongeren alvast zeggen dat als het kabinet met zo'n voorstel komt, mijn fractie daar zeer welwillend naar zal kijken, omdat we ons inderdaad aan die afspraken willen houden. Dit lijkt ons binnen de wetgeving een prima optie.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer Samsom heeft wel ongelooflijk veel woorden nodig om inderdaad te bevestigen dat op deze wijze het wetsvoorstel misschien met spiegeltjes en kraaltjes een beetje aangepast wordt en dat het dan wel door de Eerste Kamer gaat. Hij legt ook onmiddellijk aan de Kamer uit dat als dat niet lukt, via een AMvB dezelfde voorstellen erdoor moeten en dat dat blijkbaar alleen is om financieel uit te komen. Kan de heer Samsom dat bevestigen?

De heer Samsom (PvdA):

Nee.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zou de heer Samsom mij dan uit kunnen leggen wat de gevolgen zullen zijn als de Eerste Kamer zegt, op principiële gronden, dat niet tegemoet is gekomen aan haar bezwaren? Wat gaat er dan gebeuren?

De heer Samsom (PvdA):

Allereerst hebben wij de afgelopen dagen en uren uitgebreid gesproken. Daar hebt u lang op moeten wachten, waarvoor nogmaals mijn verontschuldigingen. We hebben in die tijd juist ook gesproken met onze Eerste Kamerfractie en geproefd wat de zorgen en de wensen zijn. De aanpassingen die nu zijn aangekondigd, komen daaraan tegemoet. We hebben er absoluut vertrouwen in dat het met wetgeving kan. Dat zijn geen spiegeltjes en kraaltjes. Ik zou de integrale uitvoering van de motie-Kuiper, unaniem aangenomen in de Eerste Kamer, geen spiegeltje of kraaltje willen noemen. Dat is een aangenomen motie met verbeteringen daarin.

Mevrouw Van Tongeren vraagt of we dan met een AMvB gaan regelen dat de kosten worden gedrukt. Nee, we kunnen ook niet hetzelfde regelen met een AMvB als we met een wet regelen. Zo is onze wetgeving in elkaar gezet. Met een AMvB kun je altijd minder regelen. Je kunt echter wel degelijk tegemoetkomen aan de afspraken die we in het zorgakkoord met elkaar hebben gemaakt. Niet omdat het afspraken zijn die je per se alleen maar wilt nakomen, al is dat niet onbelangrijk, maar omdat die een doel dienen: kwalitatief betere zorg, de positie van de patiënt verstevigen en op die manier betere zorg in Nederland realiseren.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter, laten we het even wat minder technisch en wat politieker maken. Zou ik via u aan de heer Samsom mogen vragen hoe hij nu de rol van zijn partij, de Partij van de Arbeid, en van hemzelf als politiek leider waardeert, omschrijft, de afgelopen week in dit debat?

De heer Samsom (PvdA):

Over de rol van de Partij van de Arbeid kan ik wel zeggen dat die de afgelopen week niet in alle opzichten de schoonheidsprijs verdiende. Dat heb ik ook al gezegd. Mijzelf recenseren dat laat ik echt aan anderen over. Ik denk dat u dat heel goed kunt. Ik ben benieuwd.

De heer Wilders (PVV):

Laat ik eens een poging doen dan.

De heer Samsom (PvdA):

Ja, dat dacht ik al.

De heer Wilders (PVV):

Ik vind het wel een handschoen om op te pakken. De heer Samsom, zo hebben we in een ochtendkrant gezien, heeft niet alleen zichzelf niet altijd onder controle — dat mag — maar hij heeft ook zijn fractie hier niet onder controle. Hij heeft als politiek leider zijn fractie in de Eerste Kamer niet onder controle. Hij heeft het kabinet bijna laten vallen deze week. Helaas is dat niet gebeurd. Daar bent u niet in geslaagd, maar dat hebt u bijna op uw geweten. U hebt in de peilingen nog tien of elf zetels achter u staan. Mijnheer Samsom, wordt het geen tijd om eens zelf een second opinion te vragen, om er eens mee op te houden, om iemand anders het te laten doen en te zeggen: ik maak er alleen maar een grote puinhoop van?

De heer Samsom (PvdA):

Nee.

De heer Wilders (PVV):

Waarom niet? Wat u zou moeten doen, mijnheer Samsom, is ermee ophouden en de Partij van de Arbeid uit het kabinet halen.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

De heer Samsom geeft aan dat hij de leden van zijn fractie in de Eerste Kamer heeft gesproken. Ik lees bij RTL Nieuws het volgende citaat van senator Ter Horst: "Inhoudelijk zijn we dicht bij elkaar gekomen, maar het laatste zetje dat geëist wordt, dat wij van tevoren ja zeggen tegen een tekst die we nog niet hebben gezien, dat kan en mag staatsrechtelijk (…) niet". Is dat het gesprek dat de heer Samsom heeft gevoerd?

De heer Samsom (PvdA):

Een second opinion lijkt me niet nodig. Ik denk ook niet dat die bijdraagt aan een oplossing voor de problemen die we hebben. Ik ben hieraan begonnen omdat we een aantal dingen willen realiseren. In dit geval gaat het om betere zorg in Nederland. Ik zei al dat wat er afgelopen dinsdag is gebeurd, zeker niet de schoonheidsprijs verdient. Je wilt er immers van uitgaan dat als je met elkaar optrekt — zo werken meerdere fracties hier — en ook met de Eerste Kamerfractie de inhoud bespreekt, je erop kunt vertrouwen dat dat wetsvoorstel ook daar op een meerderheid kan rekenen. Dat is niet gebeurd. Dat verwijt ik overigens de Eerste Kamer niet. Zij maken hun eigen afweging. Daarin zit dus altijd dit risico besloten en ook de plicht voor, in dit geval, mijzelf om het probleem dat is ontstaan, op te lossen. Ik ben blij dat dat met hard werken en voor u veel wachten, excuses daarvoor, alsnog is gelukt.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter, afrondend. De heer Samsom heeft natuurlijk zijn partij alleen maar ellende gebracht. Het zou hem sieren als hij dat toe zou geven. De Partij van de Arbeid is sinds u de politiek leider bent en in het kabinet bent gaan zitten alleen maar bergaf gegaan. U hebt nauwelijks nog kiezers over. U hebt dissidenten aan de overkant en u hebt ze hier. De heer Rutte vertrouwt u niet meer, gelooft u mij. Dit is uitstel van executie.

De heer Samsom (PvdA):

Ik ben het geheel eens met mevrouw Ter Horst, met die uitspraak. Van a tot z. Een goed gesprek met elkaar lijkt mij verstandig in een partij. Dat creëert ook vertrouwen. Maar staatsrechtelijk kan er natuurlijk nooit sprake zijn van een garantie vooraf. U kent het staatsrecht net zo goed als ik.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Mag ik dan hieruit de conclusie trekken dat een gesprek voor de heer Samsom hetzelfde is als eisen en een senator ja laten zeggen?

De heer Samsom (PvdA):

Nee, dat mag u niet, omdat ik u net precies het tegenovergestelde vertelde.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik denk dat de heer Samsom de laatste is in deze Kamer die hier vandaag grapjes over moet maken, maar dat terzijde. Dit is een uitspraak van senator Ter Horst. Dit is toch een heel andere duiding van haar dan de duiding die de heer Samsom hier vandaag geeft. Daar constateer ik een discrepantie tussen.

De heer Samsom (PvdA):

Mevrouw Ter Horst heeft het over iets wat geëist zou worden en zegt dat dit niet kan. Dat klopt. Dat is ook niet door ons geëist in de gesprekken, omdat we het staatsrecht kennen. We hebben wel geprobeerd vertrouwen te creëren in elkaar, vertrouwen op basis waarvan we dit wetsvoorstel kunnen indienen, maar staatsrechtelijk zijn er nooit garanties te geven. Daar konden we ook niet om vragen. Dat hoeft in de meeste gevallen ook niet — het hoeft eigenlijk nooit — maar naar aanleiding van afgelopen week snap ik wel dat het kabinet zegt: als het ondanks al die goede gesprekken toch niet lukt, dan werken we aan een alternatief. Dat steunen wij, omdat uiteindelijk de inhoud en het resultaat voor ons vooropstaan. Het resultaat moet zijn dat patiënten meer zekerheden hebben, dat de artsenkeuze geborgd blijft, dat zorgverzekeraars mogelijkheden krijgen om de zorg te verstevigen en de kwaliteit te verbeteren en dat we zo werken aan een betere zorg in Nederland.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw bijdrage. Wacht even, de heer Roemer heeft nog een vraag.

De heer Roemer (SP):

De heer Samsom kan proberen hard weg te lopen, maar ik heb toch nog een vraag, als hij het niet erg vindt.

De heer Samsom zei terecht dat het aan de Eerste Kamerleden is om hun eigen afweging te maken. Zou het dan ook niet, alleen al staatsrechtelijk, maar ook sowieso, netjes zijn om de Eerste Kamer te respecteren in haar besluit? De Eerste Kamer heeft deze wet met deze kernelementen om principiële redenen afgewezen met 38 tegen 33. De wet is dus van tafel. Dat kan het kabinet niet leuk vinden, dat kan de heer Samsom niet leuk vinden, maar we leven hier wel in een rechtsstaat. Nu zegt de heer Samsom eigenlijk: als de wet opnieuw naar de Eerste Kamer gaat en zij die opnieuw wegstemt, dan respecteer ik dat niet, want dan gaan we allerlei slimme trucjes bedenken om het toch voor elkaar te krijgen. Is dat hoe u naar de rechtsstaat kijkt, mijnheer Samsom?

De heer Samsom (PvdA):

Allereerst heeft de Eerste Kamerfractie van de Partij van de Arbeid, althans de minderheid daarbinnen, niet om principiële redenen iets afgewezen. De stemverklaring van mevrouw Beuving was daarover heel helder. Naar hun mening waren een aantal zaken niet goed genoeg geborgd in de wet. Die zijn dus aangepast. Dat is volgens mij het omgekeerde van het negeren van de wens van de Eerste Kamer. Dat is luisteren naar de wens van overigens niet alleen de Eerste Kamer, maar ook van die hier in de Tweede Kamer. Ik heb het debat kunnen volgen. Hier leefden op precies dezelfde gebieden veel zorgen. Het biedt ook een kans voor ons allemaal om met een verbeterd voorstel verder te gaan. Daarnaast, mocht dat wetsvoorstel onverhoopt nog een keer worden verworpen in deze Kamer dan wel in de Eerste Kamer, dan respecteren we dat en gaan we iets anders regelen. We regelen dan niet hetzelfde, want daar is een wetswijziging voor nodig, en dat ging nu juist niet. Maar iets anders kan wel, iets anders wat hetzelfde doel dient, omdat uiteindelijk die doelstellingen, de betere positie voor de patiënt, mogelijkheden voor de zorgverzekeraar om te dure zorg bijvoorbeeld niet te contracteren en daarmee de kosten te beheersen in de zorg, voor ons centraal staan. Die wil ik inderdaad respecteren.

De heer Roemer (SP):

De brief is toch heel duidelijk anders en ook de commentaren eromheen. Er wordt gebaald dat de Eerste Kamer de wet heeft weggestemd. De wet is weg. Hij is van tafel. Er kan een nieuwe procedure gestart worden via de Tweede Kamer, Raad van State, Tweede Kamer terug naar de Eerste Kamer. In de brief staat: mocht de Eerste Kamer het voorstel onverhoopt toch wegstemmen, dan gaan wij allerlei trucjes bedenken om het toch voor elkaar te krijgen. Dat is dus in essentie het niet-respecteren van de Eerste Kamer. Staatsrechtelijk is dit een bananenrepubliekachtige activiteit. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Samsom als democraat achter deze brief staat.

De heer Samsom (PvdA):

Dat zijn wel heel grote woorden. Toen het wetsvoorstel over het ritueel slachten werd verworpen in de Eerste Kamer, is er vervolgens via een Algemene Maatregel van Bestuur een soortgelijke optie geregeld. Ik spreek over "soortgelijke", want je kunt natuurlijk niet hetzelfde regelen; daar is een wetswijziging voor nodig. Dat zou hier ook gebeuren. Dat is geen truc, dat gebeurt binnen de mogelijkheden die de Tweede Kamer op grond van de wetgeving heeft. Dat is overigens wel geborgd, want binnen een Algemene Maatregel van Bestuur kan men de kaders van de wet niet veranderen. En dat is maar goed ook, zeg ik als democraat. Met een Algemene Maatregel van Bestuur — niet voor niets wordt deze mogelijkheid geschapen — kun je echter wel een aantal dingen regelen waardoor zaken soms kunnen verbeteren. Dat doen wij in deze Kamer bijna dagelijks met Algemene Maatregelen van Bestuur. Dat is geen bananenrepubliek, maar zorgen dat je idealen dichterbij kunnen komen.

De heer Roemer (SP):

Nee, dat is de Eerste Kamer negeren. Die stemt niet voor niets tot twee keer toe een wetsvoorstel weg, maar wij zeggen vervolgens dat wij de hoofdlijnen van dat wetsvoorstel toch willen doorzetten. Dat lijkt op een regeringsdecreet en daar moeten wij niet naartoe in Nederland. Sorry dat ik het zo plat moet zeggen, maar de Eerste Kamer wordt gewoon genegeerd.

De heer Samsom (PvdA):

Afgelopen dinsdag werd een wetsvoorstel verworpen. Daarom komt het kabinet straks met een aangepast wetsvoorstel. Dat wetsvoorstel is niet zomaar aangepast, maar aangepast op basis van de gesprekken die wij hebben gevoerd, onder andere met de Eerste Kamerfractie, en de vele bezwaren die wij in deze Kamer beluisterd hebben bij de behandeling van de wet. Dat is geen belediging van welke Kamer dan ook, dat is luisteren naar de bezwaren en daarop handelen. De heer Roemer loopt vooruit op het resultaat daarvan. Het kabinet doet dat eveneens — dat lijkt mij overigens verstandig — maar zegt daar bij wel dat het in overleg wil met de Kamer om te bekijken op welke manier wij het dan gaan realiseren. Dat is op geen enkele manier een belediging van welke Kamer dan ook; dat is het respecteren van de Kamer. Het is dan ook zaak dat fracties aangeven hoe zij in dat overleg staan. Dat heb ik namens mijn fractie naar voren gebracht.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer Samsom zei zo-even dat de motie-Kuiper is vertaald in de brief die nu aan de Kamer gestuurd is. De motie-Kuiper is echter unaniem aangenomen in de Eerste Kamer. Waarom hebben de senatoren toen desondanks tegengestemd? Wij krijgen nu een brief waarin de motie-Kuiper nog een keer punt voor punt voor punt wordt uitgelegd. Ik sprak over spiegeltjes en kraaltjes, de heer Samsom noemde het fundamenteel anders. Waarom zouden dezelfde senatoren daar deze keer wel mee instemmen?

De heer Samsom (PvdA):

Omdat de bezwaren verdergingen dan alleen de motie-Kuiper. Daarom ook worden in de brief een aantal andere verbeteringen van de wet aangekondigd, die buiten de motie-Kuiper staan.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zou de heer Samsom de Kamer kunnen uitleggen waar de verschillen zitten? Wij hebben de motie-Kuiper naast de brief gelegd en gezien dat die motie bijna een-op-een in de brief is opgenomen. De heer Samsom zegt ook dat alles niet letterlijk wordt vertaald, maar dat het wel een kans is en dat aan deze dingen gedacht kan worden. De motie-Kuiper is echter unaniem aangenomen, dus dat zit al in het pakket. De Eerste Kamer heeft gezegd met dat pakket niet in te stemmen.

De heer Samsom (PvdA):

Dat komt doordat de senatoren nog meer bezwaren hadden dan de in de motie-Kuiper genoemde bezwaren. Die motie zit er nu helemaal in; dat is mooi. Daarnaast staat bijvoorbeeld in de brief dat er een betere en explicietere definitie van acute zorg zal komen. Dat is belangrijk, omdat in de acute zorg de vrije artsenkeuze volledig gewaarborgd is. Ook staat in de brief dat altijd academische zorg zal worden gecontracteerd. Dat zijn zaken die niet in de motie-Kuiper staan, want in die motie ging het om heel andere zaken. In die motie ging het om iets heel belangrijks, namelijk de positie van verzekerden ten opzichte van verzekeraars.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Deze laatste punten zijn niet wezenlijk anders dan zoals het nu geregeld is. Blijkt hier niet uit dat de heer Samsom eigenlijk geen vertrouwen heeft in zijn eigen Eerste Kamerfractie? Een al aangenomen motie wordt vertaald in een brief en vervolgens wordt er gezegd: als jullie hier niet goedschiks mee instemmen, gaan wij via een AMvB toch het gesloten zorgakkoord uitvoeren.

De heer Samsom (PvdA):

Dat blijkt niet uit de overname van de motie-Kuiper en een aantal andere veranderingen in de wet. Daar blijkt juist uit dat wij er vertrouwen in hebben dat de Eerste Kamer, nadat die veranderingen zijn aangebracht, wel degelijk steun kan geven aan het wetsvoorstel. Dat vertrouwen is staatsrechtelijk geen garantie; dat weten wij. Daarom kondigt het kabinet, zeker na het gebeuren van de afgelopen week, alvast aan dat het in die onverhoopte situatie in overleg met ons — wij vormen toch het gremium waarin dat overleg mag plaatsvinden — gaat bekijken hoe alsnog aan de doelstellingen kan worden voldaan. Het gaat immers om de doelstellingen waar wij nu mee bezig zijn: het verbeteren van de positie van de patiënt, het kwalitatief verbeteren van de zorg en het beheersen van de kosten van de zorg, zodat de premies laag kunnen blijven. Dat zijn de doelstellingen waar wij voor gaan. Die willen wij graag bereiken.

De heer Klein (Klein):

De heer Samsom heeft aangegeven dat er afgelopen dinsdag een schoonheidsfoutje was, doordat drie PvdA-Eerste-Kamerleden tegen het wetsvoorstel hebben gestemd. Maar gelukkig, zegt de heer Samsom, want als ik hem goed beluister zegt hij dat de wet alleen maar beter wordt, dat de vrije artsenkeuze sterker wordt. Kortom, het is een overwinning van de Partij van de Arbeid dat we nu hier staan en dat de wet door kan gaan zoals deze wordt voorgelegd. Klopt dat?

De heer Samsom (PvdA):

Ik kan veel kwalificaties geven van de afgelopen week, maar niet dat deze een overwinning was van de Partij van de Arbeid.

De heer Klein (Klein):

Hoe beoordeelt u dan de houding van die drie PvdA-senatoren, want die heeft uiteindelijk geleid tot deze situatie?

De heer Samsom (PvdA):

Ik heb al eerder gezegd dat ik hun positie volledig respecteer. Zij maken hun eigen afweging en hebben daarbij de conclusie getrokken dat zij dit wetsvoorstel niet konden steunen. Daarom zijn wij met hen in gesprek gegaan en worden er nu aanpassingen voorgesteld door het kabinet waarvan ik het vertrouwen heb dat zij wel op steun kunnen rekenen.

De heer Klein (Klein):

En omdat het uiteindelijk leidt tot een verbetering van het voorstel. Het was een slechter voorstel. De Partij van de Arbeid heeft door de inzet van de drie senatoren van de Partij van de Arbeid uiteindelijk gewonnen van de VVD door deze nieuwe wet voor te gaan leggen. Dat klopt toch?

De heer Samsom (PvdA):

Dit is geen wedstrijd. Wat we hier doen, is niet proberen om van elkaar te winnen, maar om de positie van de patiënt te verstevigen en de zorg te verbeteren. Ik ben blij dat dit een stap dichterbij is gekomen doordat het kabinet heeft aangekondigd om een aangepast wetsvoorstel, waarin die doelstellingen worden gerealiseerd, naar de Kamer te sturen. Nadat wij in de afgelopen dagen hard hebben gewerkt, menen wij dat er vertrouwen moet zijn dat dit wetsvoorstel op een meerderheid kan rekenen in deze en de andere Kamer.

De heer Pechtold (D66):

Het kabinet heeft er in eerste instantie voor gekozen om het wetsvoorstel langs de koninklijke weg van Tweede en Eerste Kamer te behandelen. Dat is mislukt, dat kunnen we vaststellen. Het kabinet schrijft vanavond in de brief dat het van plan is om diezelfde weg nog een keer te volgen, maar aangepast en wat mijn fractie betreft verbeterd. Maar nu lees ik onderaan pag. 2 dat bijzondere zinnetje dat als dat niet zou lukken, er met de Kamer een andere mogelijkheid wordt gezocht. Er wordt dan niet meer over de totale Staten-Generaal gesproken, maar over de Tweede Kamer. De heer Samsom geeft hier nu aan dat dit een AMvB kan zijn. Ik vraag aan de heer Samsom: als je dat koninklijke traject twee keer afloopt, is het dan niet raar om tegen die Tweede Kamer; die Eerste Kamer na de Tweede Kamer, eigenlijk nu al te zeggen: het maakt niet uit wat je stemt?

De heer Samsom (PvdA):

Dat maakt wel uit. Als de Eerste Kamer onverhoopt ook het aangepaste wetsvoorstel verwerpt, gaat dat niet door, met alles wat daarin staat en dat is nogal wat. We willen er daarnaast wel voor zorgen dat enkele essentiële onderdelen die nodig zijn om bijvoorbeeld het Hoofdlijnenakkoord waarin zoveel geregeld staat overeind te houden, wel doorgaan. Dat is iets anders dan het wetsvoorstel, want dat is dan verworpen. Het is een stuk minder, want een AMvB is altijd minder ambitieus, want je kunt de kaders van de wet niet wijzigen, maar in dit geval doet het wel wat nodig is om de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord na te komen, om de positie van de patiënt te verstevigen, om de zorgverzekeraar in staat te stellen om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en om op die manier betere zorg in Nederland te realiseren.

De heer Pechtold (D66):

Ik spreek de heer Samsom aan als medeparlementariër. Nog 223 collega's hebben een proces eenmaal afgelopen en zullen waarschijnlijk dadelijk, als het aan het kabinet ligt, dat proces nog een keer aflopen. Waar bij mijn fractie in deze fase de schoen wringt, en ik zal dat dadelijk ook aan het kabinet vragen, is het dreigement om een belangrijk onderdeel dan alsnog te gaan regelen. We hebben het hier niet over de noodtoestand. Ik vraag de heer Samsom daar nog eens op te reflecteren en met mij het kabinet hier stevig op te bevragen.

De heer Samsom (PvdA):

Het voornemen van dit kabinet als het wetsvoorstel onverhoopt verworpen wordt, is om met deze Kamer een aantal zaken te regelen die belangrijk zijn voor het Hoofdlijnenakkoord. Met deze Kamer alleen kun je minder regelen dan met een geheel nieuwe wet. Dat is precies het karakter van wetgeving. Met AMvB's is het mogelijk om met één Kamer tot afspraken te komen. Dat is altijd minder ambitieus dan een hele wet. Voor die mindere ambitie kiezen we dan ook. We hadden liever dat wetsvoorstel gehad. Ik ga er ook nog steeds van uit dat het gaat lukken. Mocht dat echter niet lukken, dan laat ik de ambitie niet zakken tot nul. Ik mag ook hopen dat andere parlementariërs in dit parlement dat niet doen. Uiteindelijk moet de doelstelling voor ons vooropstaan, namelijk het realiseren van betere zorg in Nederland. Die ambitie laat ik niet, nooit, varen. Als het met een heel mooie wet niet lukt, doen we het met een Algemene Maatregel van Bestuur, die minder fraai is, maar die wel een aantal doelstellingen dichterbij brengt. Stapje voor stapje worden die doelstellingen dichterbij gebracht. Dat is ons werk.

De heer Van der Staaij (SGP):

De heer Samsom spreekt het vertrouwen uit dat een nieuw wetsvoorstel met deze aanpassingen de eindstreep kan halen. Dat vertrouwen blijkt ook uit de brief. Waarom speculeert hij dan over hetgeen er moet gebeuren als het wetsvoorstel het niet gaat halen? Daar klinkt juist wantrouwen in. Dat is toch het type als-danredenering waarvan de heer Samsom normaal gesproken zegt: daar moeten we niet aan beginnen?

De heer Samsom (PvdA):

Normaal gesproken wel, maar na afgelopen dinsdag niet meer. Het kabinet heeft gemeend alvast vooruit te moeten lopen op een situatie waarin een wetsvoorstel niet wordt aangenomen. Dat is inderdaad vrij bijzonder, maar dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat afgelopen dinsdag een wetsvoorstel niet werd aangenomen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Maar dan rijst toch de vraag waarom de heer Samsom de mogelijkheid van een AMvB noemt, terwijl in de heel uitgebreide wetsbehandeling die we met elkaar gehad hebben, steeds is gezegd dat de huidige wet, inclusief de mogelijkheid van AMvB's, onvoldoende mogelijkheden biedt. Er was dus een wetswijziging nodig, via de Koninklijke route, om de doelstellingen te kunnen realiseren.

De heer Samsom (PvdA):

Dat klopt, voor deze doelstellingen die in de wet staan, is een wet nodig. Voor iets minder ambitieuze doelstellingen, die nog wel voldoende zijn om een stap voorwaarts te zetten in de richting van betere zorg, is een AMvB echter genoeg. Dat is het verschil dat door de wetgever beoogd wordt tussen wetten en AMvB's met een zwaardere of een lichtere voorhang. Die verschillen zijn proportioneel naarmate de impact ervan groter is.

De heer Van der Staaij (SGP):

Is er volgens de heer Samsom nu een bepaling in de Zorgverzekeringswet waarmee je heel specifiek voor deze situatie nieuwe regels kunt stellen? Of beroept de heer Samsom zich op de heel algemene bepaling dat voor de uitvoering van wetten ook altijd bij AMvB regels kunnen worden gesteld?

De heer Samsom (PvdA):

In deze wet heeft de wetgever ervoor gekozen om de mogelijkheid te creëren om in een algemene bepaling een AMvB te maken die aanvullende zaken regelt voor de wet. Ik was niet een van de behandelaars van deze wet toen deze acht of negen jaar geleden werd aangenomen, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. De zorg is een heel complex onderwerp en je kunt dus niet van tevoren voorspellen voor welk onderwerp nadere regels moeten worden gesteld. Daarom is gekozen voor een artikel helemaal achter in de wet waarin een algemene kapstok wordt gecreëerd om nadere regels te stellen. Dat lijkt me verstandig. De Kamer heeft toen voorgestemd. Overigens heeft de Eerste Kamer toen ook voorgestemd. Op die manier is een wet mogelijk gemaakt waarin een AMvB wordt opgenomen die alleen met de Tweede Kamer wordt afgesproken. Dat is ook ingekaderd, want met zo'n AMvB kun je niet de kaders van de wet oprekken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Men zegt weleens dat een mens het meeste lijdt door het lijden dat hij vreest. Dat gevoel kreeg ik een beetje toen ik in de kabinetsbrief de speculatie las van het eventueel opnieuw verwerpen van het wetsvoorstel. Volgens mij zijn we dit op deze wijze nooit eerder in een kabinetsbrief tegengekomen. Deelt de heer Samsom mijn mening dat als dit voor de tweede keer in de Eerste Kamer gebeurt, met hetzelfde scenario als dat van deze week, namelijk dat leden van een coalitiefractie tegenstemmen, dit een politieke werkelijkheid is die je uitermate serieus moet nemen?

De heer Samsom (PvdA):

Ja. Die werkelijkheid deed zich afgelopen dinsdag al voor. Die moet je dus uitermate serieus nemen. Het feit dat wij de Kamer daarbij betrokken hebben, spijt mij. Dat is nu eenmaal niet anders, want we wilden hier natuurlijk gezamenlijk over debatteren in de Kamer. We hebben dit echter buitengewoon serieus genomen. De afgelopen drie dagen hebben we uur na uur gewerkt om ervoor te zorgen dat de bezwaren, die kennelijk zijn gerezen bij deze drie senatoren, en overigens ook bij andere senatoren, want meerdere senatoren hebben het wetsvoorstel verworpen, serieus werden genomen en dat daarnaar werd geluisterd. Daaraan is ook uiting gegeven in het aangepaste wetsvoorstel. Hierdoor kunnen we er nu wel vertrouwen in hebben dat het wetsvoorstel het haalt. Ik noem dat "serieus nemen". Daar kunnen andere mensen lichtvaardigere oordelen over vellen. De heer Slob heeft echter gelijk: het is een situatie die je uiterst serieus moet nemen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb het nu over de speculatie van het kabinet dat dit voor een tweede keer gaat gebeuren. Ik heb het niet over de eerste keer. Dat is een situatie waar we, in het bijzonder de heer Samsom en de mensen die in vak-K zitten, deze week inderdaad al de handen vol aan hebben gehad. Als het echter voor de tweede keer zou gebeuren, dan zou dat een politieke werkelijkheid zijn die je niet zomaar kunt negeren. Deelt de heer Samsom mijn opvatting dat het staatsrechtelijk zeer onzuiver is als dan de indruk wordt gewekt dat het probleem van de Eerste Kamer via een AMvB met een U-bocht zou kunnen worden omzeild?

De heer Samsom (PvdA):

Nee, maar ik wil wel graag de indruk wegnemen dat datgene wat de Eerste Kamer dan verwerpt met een U-bocht kan worden omzeild. Dat kan niet, want je kunt niet hetzelfde nog een keer regelen via een AMvB. Je kunt wel iets anders regelen via een AMvB: iets wat minder ambitieus is, maar nog steeds voldoende is om het hoofdlijnenakkoord, dat wij zo belangrijk vinden, waar de partij van de heer Slob ook haar steun aan heeft verleend, waardoor de zorg in Nederland iets beter kan worden en de kosten ook kunnen worden beheerst, nog steeds volledig overeind te houden. Wij staan voor die afspraak, omdat wij de verbeteringen die daarin staan, wenselijk vinden. Als we dat kunnen regelen, al is het dan minder ambitieus en niet hetzelfde, dan zou het eerlijk gezegd merkwaardig zijn als we die kans met z'n allen laten lopen. De wetgever heeft de mogelijkheid geschapen. Er is een AMvB die aan die doelstelling voldoet. Waarom zouden we die mogelijkheid dan niet bespreken met elkaar?

De heer Slob (ChristenUnie):

De beheersing van de zorgkosten is inderdaad een megaonderwerp, waar wij ons ook zeer uitgebreid mee moeten bezighouden, zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer. Ik ga echter door op de speculatie die het kabinet zelf opwerpt in de brief, namelijk dat de Eerste Kamer voor de tweede keer een wetsvoorstel verwerpt. Als daar dan elementen uit worden gehaald die via een AMvB opnieuw — het gaat dus om een omstreden wetsvoorstel, want het is verworpen — worden ingebracht, kan de Eerste Kamer, die daartegen was, worden ontweken. Ik vraag de heer Samsom opnieuw: hoe zuiver is dat in staatsrechtelijke zin?

De heer Samsom (PvdA):

Als het precies zo zou gaan als de heer Slob het beschrijft, dan valt aan die zuiverheid wel te twijfelen. Er wordt echter geen element uitgehaald; er wordt een deel van een element uitgehaald. Je kunt immers niet hetzelfde regelen als waar je de wet voor nodig hebt. Anders hadden we het wel anders gedaan. Een deel regelen kan wel. Dat deel brengt ons één stap dichter bij de eindoplossing. Het zou gek zijn als we die mogelijkheid zouden laten liggen. Ik doe dat in ieder geval niet, omdat ik een stap dichter bij die betere zorg wil komen.

De heer Wilders (PVV):

Mijnheer Samsom, ziet u nu wat er gebeurt? Er komen, in uw woorden, drie constructieve vrienden naar voren: D66, SGP en ChristenUnie. Zij zeggen alle drie tegen u: niet doen! Dat zijn de mensen die hondsloyaal naar u zijn geweest, die in de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel hebben gestemd, een wetsvoorstel dat in ieder geval twee van die drie partijen — als ik het mij goed herinner, waren dat de ChristenUnie en de SGP — eigenlijk helemaal niet lusten. Zij zeggen tegen u: doe het niet! En u zegt: klim maar een boom in. Is dat uw boodschap?

De heer Samsom (PvdA):

De PvdA-fractie heeft, net als u, de brief gelezen. Zij heeft gezien dat het kabinet voornemens is om, als het wetsvoorstel onverhoopt niet wordt aangenomen, met deze Kamer in gesprek te gaan. Dan is het de taak van een fractie om daarin haar positie te bepalen. Dat heb ik hier gedaan. Andere fracties bepalen hun positie en die is ook bij de constructieve oppositiepartijen weleens anders dan die van mijn fractie. Dat hoort ook zo in dit parlement.

De heer Wilders (PVV):

Wat moeten ze zich gepiepeld voelen, de heer Pechtold, de heer Van der Staaij en de heer Slob. Ze zijn loyaler dan loyaal geweest. Sinds het crematoriumakkoord hebben ze alles gesteund. Ze hebben afgelopen dinsdag voor het wetsvoorstel gestemd, in tegenstelling tot drie dissidenten. En wat zeggen de Partij van de Arbeid en het kabinet nu tegen deze drie? Jullie kunnen de boom in; bedankt voor de goede diensten, maar bekijk het maar; bij het grofvuil. Nou mijnheer Pechtold, veel plezier ermee!

De heer Samsom (PvdA):

Volgens mij was dat geen vraag aan mij.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Het is iedereen opgevallen dat eerder deze week artikel 13 van het wetsvoorstel voor het verbod op verticale integratie werd verworpen. Dat was voor mij — dat zal geen verbazing wekken — een onaangename verrassing. Maar laat ik helder zijn: de VVD zit hier niet omdat de politiek altijd zo leuk is; zij zit hier om Nederland beter te maken. Als wij de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg willen redden voor de toekomst, moeten we nu maatregelen nemen. Het wetsvoorstel was een essentieel onderdeel van het zorgakkoord, een afspraak tussen de coalitiepartijen VVD en PvdA, een afspraak tussen constructieve oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP en een afspraak met vele partijen in de zorgsector zelf: verzekeraars, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties. Wij staan namelijk voor een heel zware opgave. In tijden van crisis moeten wij er ook nog voor zorgen dat ons dierbare en goede zorgsysteem straks, als onze kinderen er ook gebruik van moeten maken, nog steeds zo goed is. De partijen die daar verantwoordelijkheid voor namen, hebben ook dingen moeten accepteren die minder leuk waren, maar zij accepteerden het totaal vanwege het grotere belang. Laat dit helder zijn: als een van de partijen een afspraak dan niet nakomt, is er een probleem. Dat is wat er afgelopen dinsdag gebeurde.

U mag gerust weten dat na de stemming in de senaat mij ook wat onparlementaire woorden zijn ontvallen. De vraag was toen: is het voor de PvdA mogelijk alsnog te leveren dat we de kern van het zorgakkoord kunnen invullen? Kunnen we ervoor zorgen dat we een onnodige stijging van de zorgpremie voorkomen? Kunnen we ervoor zorgen dat we een onnodige stijging van het eigen risico voorkomen? Kunnen we ervoor zorgen dat we een onnodige verkleining van het basispakket voorkomen? Kunnen we de zorgkosten terugdringen door de bureaucratie in de zorg naar beneden te brengen? Dat was de kern. Hebben wij er als VVD het vertrouwen in dat de PvdA dat kan leveren? Het goede nieuws is: dat vertrouwen hebben we nu.

De heer Roemer (SP):

Die bangmakerij van de heer Zijlstra laat ik aan hem. Dat debat voeren wij nog wel een keer. Het gaat mij erom dat de heer Zijlstra minder respect heeft voor de Eerste Kamer. Ik weet inmiddels dat hij die het liefst zou willen afschaffen, maar zolang die Eerste Kamer er is, lijkt mij respectvol omgaan met die Kamer het minste wat je mag vragen. Afspraken worden hier gemaakt tussen partijen. Afspraken worden in de Tweede Kamer gemaakt. Maar blijkbaar is het voor de heer Zijlstra dan een-op-een dat senatoren ook aan het lijntje van het kabinet moeten hangen en ook naar de pijpen van dit kabinet moeten dansen. Het kan toch niet zo zijn dat hij dat eist?

De heer Zijlstra (VVD):

Volgens mij heb ik het woord "eisen" niet in de mond genomen. Ik mag toch verwachten dat het niet echt heel gek is dat als je met partijen een akkoord sluit om de kans op een meerderheid in de Eerste Kamer te vergroten, je ervan uitgaat — en ik zal niet de enige zijn geweest — dat die meerderheid er ook inderdaad komt omdat je inhoudelijke concessies hebt gedaan. Als die meerderheid er dan vervolgens niet komt, nota bene omdat een coalitiepartij niet kan leveren — dat vond ik, eerlijk gezegd, wel een ding — vindt de heer Roemer het dan erg dat ik dan even onaangenaam verrast ben? Dat is wat anders dan dat ik dingen eis.

Ik wil daarnaast nog iets zeggen over een hardnekkig misverstand. Ik heb de indruk dat ik inmiddels een soort "hoofd afschaffing Eerste Kamer" ben geworden. Ik heb aangegeven dat als de Eerste Kamer een kopie zou worden van de Tweede Kamer, er dan weinig aanvullend nut is. Daarom hebben we ook in de Eerste Kamer verzocht om een staatscommissie om het totale bestel tegen het licht te houden. Wat mij betreft moet alles erop gericht zijn om ervoor te zorgen dat de waardevolle taak die de Eerste Kamer heeft, op een goede wijze wordt ingevuld en ons staatsbestel blijft functioneren.

De heer Roemer (SP):

Het kabinet maakt met deze druk die het uitgeoefend heeft op de senatoren van de Eerste Kamer een Tweede Kamer. De heer Zijlstra zou dus niet boos moeten worden op de PvdA-senatoren, maar op het kabinet. Leden van het kabinet hebben op voorhand een garantie gevraagd van senatoren om nu al aan te geven dat ze voor die wet gaan stemmen. Die wet moet überhaupt eerst nog naar de Tweede Kamer komen. Ik hoor graag de mening van de heer Zijlstra daarover. Vindt hij dat ook niet onkies, onparlementair en ondemocratisch richting senatoren in de Eerste Kamer?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb de afgelopen dagen van alles voorbij zien komen op het ANP, op Twitter enzovoorts. Ik heb uitspraken gezien, ook van mezelf, waarvan ik denk: op zich knap, gezien het feit dat ik überhaupt de persoon niet gesproken heb en dat ook niet gezegd heb. Er werd druk gespeculeerd. We kunnen prachtige anekdotes vertellen. Ik zal dat nu achterwege laten. Anders wordt het nog later. Laat helder zijn: wij sluiten hier akkoorden om de kans dat die akkoorden in de Eerste Kamer de eindstreep halen, te maximaliseren, omdat die akkoorden belangrijk zijn. Dat doen wij, dat hebben partijen in deze Kamer in verschillende constellaties gedaan. Dan is er natuurlijk ook contact met de Eerste Kamerfracties. Dat lijkt me op zijn plaats. Wij respecteren de rol van de Eerste Kamer. Wij kunnen nooit op voorhand vragen, eisen dat zij voor zullen stemmen. Wij proberen er wel voor te zorgen dat we die zekerheid maximaal inbouwen, maar we kunnen het nooit eisen.

Het gebeurt ook in andere constellaties. Noch de heer Van der Staaij, noch de heer Slob, noch de heer Pechtold, noch de heer Van Ojik heeft over de behandeling van het leenstelsel in de Eerste Kamer gezegd: onze Eerste Kamerfractie heeft getekend bij het kruisje en gaat leveren. Maar je bouwt wel maximale zekerheid in. En dat is wat we doen. Dat hebben we gedaan en dat is ook waar het hier over gaat.

De heer Roemer (SP):

Het respect dat de heer Zijlstra zegt te hebben, blijkt niet uit de feiten, uit de dingen die gebeurd zijn. Ik snap heel goed dat hij teleurgesteld is als een wet die voor de VVD erg belangrijk is, het niet gehaald heeft. Maar de Eerste Kamer heeft een andere rol dan de Tweede Kamer. Als een meerderheid in de Eerste Kamer om haar moverende redenen een wet wegstemt, dan dienen wij, hoe vervelend het ook is, dat te respecteren.

Dan kom ik tot mijn tweede punt dat ik tegen de heer Zijlstra wil zeggen. Ik vroeg hem naar een duiding voor het feit dat vanuit het kabinet vooraf de garantie is geëist — die er uiteindelijk niet is gekomen en er is een akkoord gesloten — dat de drie senatoren, en eigenlijk de hele PvdA-senaatsfractie, voor zouden stemmen bij het opnieuw indienen van het wetsvoorstel. Wat vindt de heer Zijlstra daarvan? Of ontkent hij dat?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik ben de afgelopen tijd bij veel gesprekken geweest, maar niet bij gesprekken met leden van de Eerste Kamer; niet van mijn eigen partij, maar ook niet van een andere partij, waar de heer Roemer zich met name op richt. Ik was daar niet bij, dus ik weet ook niet wat daar gezegd is. Wat ik wel weet, is dat er mede op mijn verzoek — laat ik daar helder in zijn — door het kabinet is gezocht naar een wijze waarop we maximaal het vertrouwen zouden kunnen krijgen dat er niet een herhaling van zetten zou plaatsvinden als het wetsvoorstel in aangepaste vorm opnieuw zou worden ingediend bij de Eerste Kamer, nadat het wetsvoorstel overigens eerst deze Kamer heeft gepasseerd. Dat zijn de gesprekken die hebben plaatsgevonden. In het debat dat in de Eerste Kamer heeft plaatsgevonden hebben verschillende partijen, soms zelfs unaniem, een aantal punten aangegeven waarover ze graag meer duidelijkheid wilden krijgen. De minister heeft daar een aantal toezeggingen gedaan. Een van de kernpunten tijdens het debat was dat de leden van de PvdA-fractie in de senaat aangaven dat ze eigenlijk wilden dat de AMvB, waarnaar in de motie van de heer Kuiper wordt gevraagd, feitelijk bekend zou zijn als er over de wet zou worden gestemd. Laat ik het zo uitdrukken: dat is ze gelukt. Dat is op een licht ruige wijze gegaan, maar het is ze wel gelukt. En dus is er grond voor het opnieuw indienen van het wetsvoorstel, inclusief de door hen aangegeven punten en toezeggingen van de minister. Daarmee blijft de kern van het wetsvoorstel overeind en daarmee wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren die tijdens de behandeling in de Eerste Kamer door deze, maar ook andere leden van de senaat, zijn geuit. Daarmee heb ik het vertrouwen dat dit wetsvoorstel nu wel succesvol de eindstreep zal halen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De heer Zijlstra heeft net omstandig aangegeven hoe boos hij dinsdag was. Ook de minister heeft zich heel stellig uitgelaten: de PvdA heeft een probleem en moet leveren. Nu zijn we drie dagen verder. We hebben de heer Samsom net juichend horen zeggen hoezeer de wet in zijn richting is aangepast en dat de vrije artsenkeuze gewaarborgd blijft. In ruil daarvoor krijgt u het vertrouwen dat drie leden van de Eerste Kamer voor zullen stemmen. Dat vertrouwen had u echter tot een dag voor dinsdag ook. Kortom, er is voor u helemaal niks binnengehaald. Het werkt als je drie van die Eerste Kamerleden hebt. De PvdA heeft u gewoon in het pak genaaid.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik snap dat de heer Buma die draai eraan wil geven, met alle respect. Laat echter helder zijn dat er de afgelopen twee dagen uitvoerig contact is geweest met leden van de Eerste Kamer over de vraag of het een haalbare kaart zou zijn als het wetsvoorstel zou worden aangepast aan de bezwaren die zijn geuit, maar de kern van het wetsvoorstel overeind zou blijven. Zo zat en zit vrije artsenkeuze in het wetsvoorstel. Ik zou willen stellen dat er een extra keuze bij komt. De restitutiepolis geeft totale vrije artsenkeuze. Dat is de basis. Als een deel van de keuzevrijheid wordt ingeleverd, kan men korting krijgen, net zoals dat ook in andere verzekeringssectoren gebruikelijk is. Dat is wat er rond vrije artsenkeuze speelt. Laten we nu eens ophouden met het schetsen van een beeld alsof de vrije artsenkeuze in het gedrang is. Ik snap dat tegenstanders dat graag willen, maar dat is natuurlijk niet aan de orde. Er is dus niks ingeleverd. Wij hebben er dan ook vertrouwen in dat het wetsvoorstel de eindstreep gaat halen.

Ik heb geen enkele aanleiding om aan te nemen dat dat niet zo zou zijn, maar gezien de situatie ga ik ook maar eens op de als-danvraag in. In het onverhoopte geval dat het wetsvoorstel toch zou sneuvelen in de Eerste Kamer, willen wij graag dat het kabinet zorgt dat wij niet eindigen met een situatie dat de patiënt toch te maken krijgt met een eigen risico, met een uitgekleed pakket of met een hogere zorgpremie. Dat is wat wij willen voorkomen en daarom willen wij dat het kabinet dan met alternatieven komt. Wij hebben inmiddels door dat je dat kunt invullen als je met een door de wetgever binnen de huidige wet gecreëerde mogelijkheid komt, namelijk artikel 126 van de Zorgverzekeringswet. De heer Samsom ging daar uitvoerig op in. Dat is voor mij een geruststelling, maar ik ga ervan uit dat wij er helemaal uit zullen komen. Ik weet niet of wij dat ook gaan gebruiken, ik ga er namelijk van uit dat deze wet de eindstreep haalt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Over de beperking van de vrije artsenkeuze zal het debat nog wel gaan, maar toch even voor de goede orde, omdat twee vertegenwoordigers van de coalitie gewoon onzin beweren. Wanneer vanaf nu, vanaf die wet, zorgverzekeraars het recht krijgen een polis aan te bieden waar de vrije artsenkeuze niet meer in zit, dan is dat een beperking van de vrije artsenkeuze. Zo simpel is het. Dat debat komt nog terug tot en met de Eerste Kamer.

De heer Zijlstra gaat ervan uit dat de kans heel groot is dat hij het nu wel door de Eerste Kamer zal krijgen. Zit daar ook in dat de heer Zijlstra ervan uitgaat dat de drie gedoogpartijen er op zijn minst positief naar zullen kijken?

De heer Zijlstra (VVD):

Respect voor verhoudingen in de Kamer betekent respect voor standpunten van politieke partijen. Wij hebben met de constructieve oppositie, die zich overigens niet tot drie beperkt maar die op sommige onderwerpen ook andere partijen omvat, een heel goede verstandhouding, namelijk dat zij eigenstandige afwegingen maakt en daarbij ook kijkt naar de zaken die zij voor haar kap kan nemen. Zo was de heer Slob bijvoorbeeld, wat algemeen bekend is en ook in het debat naar voren is gekomen, niet een automatisch voorstander van het artikel 13-wetsvoorstel dat er oorspronkelijk lag. Hij heeft dus ook concessies afgedwongen en verbeteringen in zijn richting gekregen waarmee hij uiteindelijk de afweging kon maken om te zeggen: wij vinden het veel belangrijker dat wij voorkomen dat die stijgende zorgkosten worden afgewenteld op de patiënt en wij hebben de waarborgen. Dat geldt nog steeds. Sterker, er zijn conform een motie van partijgenoot Kuiper in de Eerste Kamer nog extra waarborgen bij gekomen, dus ik heb geen aanleiding om aan te nemen dat de constructieve oppositie — maar het is hun afweging — nu per definitie tegen zo'n wet gaat stemmen. Maar ik mag ook niet van ze verwachten, gezien het verloop van wat er allemaal gebeurd is, dat ze nu meteen vandaag in polonaise de zaal uit zullen lopen. Nee, ook niet, dat is hun eigenstandige afweging. Daar heb ik respect voor en daar loop ik niet voor weg. Dus ik ga me daar ook niet in mengen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

We mogen allemaal wel aannemen dat deze manier van werken, met deze brief niet zou zijn gevolgd als er wel een indicatie was dat de drie er positief naar zouden kijken. Dat verklaart niet helemaal waarom de drie — maar dat zal ik ze zo vragen — zo boos riepen dat er geen deal is. Feitelijk is er geen deal, maar als ik het goed begrijp, zitten ze wel verpakt in het woordje "vertrouwen".

De heer Zijlstra (VVD):

Zoals wel bekend, is "vertrouwen" een belangrijk woord in de politiek. Dat geldt hier en op veel plekken. Wij hebben niet alleen het vertrouwen dat dit wetsvoorstel nu in aangepaste vorm de eindstreep zou moeten kunnen halen, juist gezien de behandeling. Het is namelijk niet hetzelfde wetsvoorstel, het is een aangepast wetsvoorstel, met zaken die tijdens het debat breed, soms unaniem, in de Eerste Kamer zijn gevraagd. Mocht dat onverhoopt niet gebeuren, dan kijken we naar alternatieven, maar ik ga daar niet van uit. Ik heb wel, zoals de heer Buma vroeg, zekerheden waardoor de kern voor elkaar komt, namelijk werking van de Zorgverzekeringswet en zorgen dat de zorgkosten niet worden afgewenteld op de patiënt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil met de heer Zijlstra nog even verder op dat vertrouwen, want als je vertrouwen hebt in, in dit geval, de PvdA in de Eerste Kamer, dan is de hele rest van die aankleding helemaal niet nodig. Ik heb de heer Zijlstra wel tot drie keer toe horen zeggen dat het om vertrouwen gaat, om groot vertrouwen en veel vertrouwen, maar uit zijn gedrag blijkt helemaal geen vertrouwen. Er wordt gewoon tegen de heer Samsom gezegd: "vooruit, je hebt er de eerste keer een puinhoop van gemaakt, maar je mag het nog een keer proberen, jochie. Maar ik wil wel een garantie hebben voor als het weer misgaat en daarom wil ik het op voorhand afspreken." Daar blijkt geen vertrouwen uit, maar juist wantrouwen. De heer Zijlstra wil de hele regeling met de AMvB nu alvast in de Kamer besproken hebben omdat die — dat was ook zijn quote in de media — linksom of rechtsom toch doorgaat. Is hij het niet met mij eens dat uit dat gedrag geen enkel vertrouwen spreekt?

De heer Zijlstra (VVD):

Wat dat had kunnen uitlokken, is als het kabinet in de brief had geschreven dat het in alle gevallen met zo'n AMvB zou komen. Het kabinet heeft echter naar mijn mening met respect voor de positie van de Eerste Kamer gezegd dat het op zoek gaat naar alternatieven. Wat ik belangrijk vind voor patiëntenorganisaties en voor mensen die gebruikmaken van de zorg, is dat wij de afspraken in het zorgakkoord kunnen waarmaken. Wij willen ervoor zorgen dat zorgkosten niet onnodig op de patiënten worden afgewenteld en dat bureaucreatie in de zorg op de juiste wijze wordt aangepakt. Dat kunnen we nu door hetgeen voorligt. Dat is geen wantrouwen; dat is ervoor zorgen dat wij afspraken die onderling, met de zorgsector en met de patiëntenorganisaties zijn gemaakt, worden waargemaakt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer Zijlstra glijdt van het vertrouwen naar de inhoud, maar ik wilde het echt hebben over het vertrouwen dat de heer Zijlstra in de PvdA heeft: ik vertrouw je wel; je mag het nog een keer proberen, maar mislukt het, dan wil ik wel de garantie hebben dat we het daarna gaan fixen. De heer Zijlstra wil namelijk 1 miljard besparen. In mijn allereerste interruptie van de heer Samsom kwam die AMvB direct uit de hoge hoed. Dat hadden we in de media ook al gehoord, dus dat is duidelijk afgesproken. "Chantage" is misschien een te zwaar woord, maar je zet iemand heftig onder druk met de uitspraak dat hij het nog een keer mag proberen om het door de Eerste Kamer te loodsen, maar dat het sowieso gebeurt als dat niet lukt. Dat is toch de gang van zaken? Dat kan de heer Zijlstra toch niet ontkennen?

De heer Zijlstra (VVD):

Dat zou de gang van zaken kunnen zijn als je zou zeggen "als u dit niet doet, dan gaan we dat doen." Maar dat staat er niet en dat is met een reden. De reden is dat wij respect hebben voor de eigenstandige positie van de Eerste Kamer. Daarom vragen wij geen garanties vooraf. Wij hebben echter wel afspraken gemaakt met de zorgsector die wij willen nakomen. Die willen ook de heer Samsom en de PvdA nakomen. Wij hebben, samen met andere partijen, een heel stevig doel gesteld. Wij willen voorkomen dat de kosten die nu nog in bureaucratie in de zorg zitten, worden afgewenteld op de patiënt. Dat gaan we waarmaken en daarvan zeg ik wel dat het linksom of rechtsom gaat gebeuren. Welke alternatieven dat eventueel zullen zijn, vind ik een discussie die redelijk hypothetisch is, want ik heb in de brief de aanpassingen van het wetsvoorstel gelezen. Daarmee heb ik het vertrouwen dat aan de wensen van de Eerste Kamer is voldaan en dat het wetsvoorstel gewoon de eindstreep zal halen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer Zijlstra zegt dat het niet een "als dit, dan dat" is, maar dat is toch wel wat hij zegt. Hij laat namelijk de mogelijkheid open dat dit zo blijft als de Eerste Kamer het wetsvoorstel weer verwerpt. Er komen een aantal dingetjes in de memorie van toelichting, maar verder is het de motie-Kuiper. Het is dan niet automatisch dat het dan toch bij Algemene Maatregel van Bestuur wordt geregeld. De PvdA mag nog een keer proberen, het wetsvoorstel door de Eerste Kamer te loodsen. Maar is er dan ook een mogelijkheid dat het daarbij blijft als dat niet lukt?

De heer Zijlstra (VVD):

In de brief van het kabinet staat dat we het juist op de bureaucratie gaan doen — de kernafspraak met de zorgsector — omdat we de patiënten niet onnodig op kosten willen jagen. Die afspraak willen wij waargemaakt hebben. Daarom vind ik het ook goed dat het kabinet daarvoor dan naar alternatieven gaat zoeken. Nogmaals, gezien de inhoud van de brief en de tegemoetkoming aan de Eerste Kamer, geloof ik eerlijk gezegd dat het helemaal niet nodig zal zijn. Maar die afspraak moeten wij wel waarmaken. Daar gaan wij voor. Daar gaat het kabinet voor.

Dit is binnen de kaders van de huidige wet. Laat dat staatsrechtelijk helder zijn. Ik hoorde af en toe ook wat dingen hierbuiten voorbij komen. Er wordt gedaan alsof dit een soort aantasting van het staatsrecht is. Nee, dit is staatsrecht. Terecht werd er op een gegeven moment aan gerefereerd — ik dacht dat de heer Roemer dat deed — dat het geen staatsrecht zou zijn als wij nu een schriftelijke garantie zouden eisen en de Eerste Kamerleden zouden vragen om te tekenen bij het kruisje. Staatsrechtelijk is dat een ongemakkelijke gang. Maar het is staatsrechtelijk wel juist als de mogelijkheden binnen een wet die de Tweede Kamer en de Eerste Kamer heeft gepasseerd, gebruikt worden. De Eerste Kamer heeft bewust geaccepteerd dat artikel 126 erin is opgenomen. Dat artikel geeft de mogelijkheid om per AMvB zaken te regelen. Dat is binnen de wet. Op geen enkele wijze kan dit uitgelegd worden als iets onhebbelijks doen, richting welke Kamer dan ook. Dan hadden wij of in ieder geval onze voorgangers in de Tweede Kamer en/of Eerste Kamer die wet moeten afstemmen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik dacht dat ik mijn laatste vraag gesteld zou hebben, maar in antwoord op mijn vraag zei de heer Zijlstra iets wat toch weer vragen oproept. Hij zei: ik ben er zeker van dat de kern van de wet overeind zal blijven. Dat brengt mij ertoe te vragen wat er dan in de afgelopen dagen is afgesproken tussen de vijf partijen. Dat heeft zich onttrokken aan de waarneming. Dat begrijp ik. Dat hoort bij zo'n proces. Maar dit is het moment om verantwoording af te leggen. Wat is de afspraak tussen de vijf partijen over hoe er met de wet zal worden omgegaan, waar u de zekerheid aan ontleent dat de kern overeind zal blijven?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb niet de indruk dat het aan de aandacht onttrokken was, gezien alle camera's die links en rechts, hier en voor woonhuizen enzovoorts opgesteld stonden.

Over de vraag wat de kern is, hebben we uitgebreid gecommuniceerd. In de Eerste Kamer waren er een aantal inhoudelijke punten. Ik noem er een paar. Er werd gevraagd hoe we de second opinion beter kunnen borgen, hoe we definitie van "acute zorg" beter kunnen formuleren en hoe we de zorg door academische ziekenhuizen beter kunnen borgen. Dat waren dingen waar de minister in het debat een aantal toezeggingen op heeft gedaan. Maar bij de Kamer leefde sterk het idee: wij willen die dingen eigenlijk wel geborgd hebben in de wet. Daarnaast hadden een aantal leden van de senaat er behoefte aan dat de in de AMvB gewenste zaken in het kader van de motie van de heer Kuiper van de ChristenUnie — die motie werd overigens met unanieme steun van de Eerste Kamer aangenomen — duidelijk zouden zijn en dat die AMvB er zou liggen op het moment dat er gestemd zou worden over de wet. Dat hebben zij op licht ruige wijze voor elkaar gekregen. Ik had het liever anders gezien, zeg ik in alle oprechtheid. Dat moge duidelijk zijn. Maar het is wel gelukt.

De situatie is nu wel een andere. Die zaken zitten zo meteen in de wet. Die wensen zijn ingevuld. Die andere zaken die per toezegging waren geregeld, zetten we ook in de wet. We zeiden: we zijn nu toch bezig. Dan hebben we een en ander maximaal geborgd voor alle leden in de Eerste Kamer die er bezwaar tegen hebben. Daarmee is de wet verbeterd en is het voornaamste bezwaar weggenomen van degenen die uiteindelijk hebben tegengestemd. Daarmee heb ik het vertrouwen dat de wet de eindstreep haalt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik vraag het nog een keer, want dit is geen antwoord op mijn vraag. Ik heb de indruk dat is besproken met de drie dat u dit ging doen en dat ze dat een reden vinden om veel positiever naar die wet te kijken. Ik zeg dat omdat de drie bij het naar buiten gaan heel hard zeiden: er is geen deal. Maar ik heb stellig de indruk dat daarachter weliswaar niet formeel het woord "deal" kan worden geplakt, maar dat er wel degelijk is gesproken en dat er wellicht zelfs informeel is afgesproken — het is hier letterlijk een "gentlemen's agreement" — om, wanneer die wijzigingen er komen, dan ook voor die wet te gaan stemmen en dat vertrouwen te geven. Is daar een afspraak over gemaakt? Het antwoord op deze vraag is zo belangrijk, omdat we dan weten of er nog enige mogelijkheid is om die wet straks daadwerkelijk nog meer aangepast te krijgen of dat het een gelopen race is.

De heer Zijlstra (VVD):

Is er met hen gesproken? Ja, dat lijkt mij vrij moeilijk te ontkennen. Dat is inderdaad gebeurd. Natuurlijk is er met de betreffende leden gesproken, juist om te proeven of dit een route is die begaanbaar is en succesvol kan zijn. Dat is besproken, zeker. Daarbij was voor mij, voor de VVD-fractie, belangrijk dat de kern van dit wetsvoorstel overeind blijft, namelijk zorgen dat de kosten niet onnodig worden afgewenteld op patiënten en dat we het in de bureaucratie zoeken. Dat is geborgd. Er wordt tegemoetgekomen aan een aantal zaken en wij hebben het vertrouwen dat daarmee het wetsvoorstel de eindstreep haalt. Heb ik zekerheid? Nee, dat is staatsrechtelijk namelijk niet mogelijk.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb nog een vraag aan de heer Zijlstra over de AMvB waarover hij net met warme woorden sprak als toch een mogelijkheid als het wetsvoorstel opnieuw zou worden verworpen. Hij verwijst naar artikel 126 van de Zorgverzekeringswet. Deelt hij mijn opvatting dat dit een leeg artikel is, dat in de praktijk wordt gebruikt voor uitvoeringsregels?

De heer Zijlstra (VVD):

Met artikel 126 kun je zaken invullen die in de eerste uitwerking van de wet nog onvoldoende helder zijn gedefinieerd door de wetgever.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik vroeg aan de heer Zijlstra of hij mijn opvatting deelt dat artikel 126 een leeg artikel is, dat wordt toegepast voor uitvoeringsregels. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan het formuleren van termijnen en dergelijke, waarin je op een later moment wat preciezer kunt zijn. Dat hoef je niet allemaal in de wet te verpakken. Dat kun je later ook nog wijzigen. Mijn vraag aan de heer Zijlstra is ook of het onder woorden brengen van voorwaarden om aan zorginkoop te doen ook onder die definitie valt.

De heer Zijlstra (VVD):

Artikel 126 van de Zorgverzekeringswet is inderdaad een artikel waarin weinig omschrijving staat. Het beslaat volgens mij anderhalve regel. Het geeft de mogelijkheid om nadere invulling van de wet te geven. De heer Slob vraagt of wat ik zeg te kunnen regelen daarbinnen past. Het antwoord is ja. Dat hebben wij laten checken door de landsadvocaat. Wat gebeurt er dan bijvoorbeeld? De heer Samsom heeft dit ook al uitvoerig aangegeven. Ik probeer een verkorte versie. Wij hebben als wetgever verzuimd te regelen wat het betekent als iemand met een naturapolis zorg afneemt bij een zorgaanbieder die niet is gecontracteerd. Volgens artikel 13 van het oorspronkelijke wetsvoorstel mag je dan niets vergoeden. Er bestaat jurisprudentie die zegt dat je dan 70% vergoed krijgt. Daaraan wordt continu gesleuteld. Wij willen daarover duidelijkheid hebben. Daarvoor biedt deze AMvB ruimte. Dan ontstaat de volgende situatie. Als een zorgverzekeraar waarmee heel veel zorgaanbieders een contract hebben een polis aanbiedt, dan heb je als zorgafnemer heel veel keuze. Als je dan toch naar een zorgaanbieder gaat waarmee er geen contract is, mag je dat ver onder de 70% neerzetten. Als je omgekeerd in zo'n budgetpolis zit, waarbij je eigenlijk bijna geen zorgaanbieders hebt en dus bijna geen keuze, kan het wel eens zo zijn dat je meer dan die 70% krijgt als je naar een zorgaanbieder gaat waarmee er geen contract is. Dat is een prima balans. Dat is ook precies de uitwerking die wij graag willen. Die regels — nogmaals, wij zijn niet helemaal van gisteren — hebben wij wel even laten checken door de landsadvocaat. Die geeft aan, en wie ben ik om daaraan te twijfelen, dat dat helemaal safe and sound is.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik hoor de heer Zijlstra zeggen dat de AMvB dan gebruikt kan worden om de uitvoering van de wet praktischer te maken. Dat is inderdaad waar. Je moet een rechtsgrond creëren waarop die AMvB gegrond moet zijn, zeker als je verder gaat dan uitvoeringsregels en zelfs voorwaarden gaat stellen, in dit geval aan zorginkoop. De situatie is toch dat de wet die deze rechtsgrond moet bieden, is verworpen? Die wetsgrond is weggeslagen. Dan is het toch bijzonder vreemd om een element van het wetsvoorstel dat omstreden is toch via dat artikel te regelen? Als de heer Zijlstra mij dit kan uitleggen: graag, maar volgens mij is dit absoluut onverantwoord.

De heer Zijlstra (VVD):

Het is in ieder geval een vrij hypothetische discussie, omdat de bezwaren die in de Eerste Kamer door meerdere fracties zijn aangegeven, worden ingevuld. Het aangepaste wetsvoorstel vult die bezwaren in. De werking van artikel 13, de werking van het stelsel, wordt daarbij geborgd. De heer Slob maakt natuurlijk zijn afweging, maar het wetsvoorstel is nog beter geworden dan het wetsvoorstel waar ook zijn fractie in eerste instantie al voor heeft gestemd. Dat is hartstikke goed. Ik geloof eerlijk gezegd helemaal niet dat wij bij een AMvB uitkomen. Afspraken wil je nakomen. Wij hebben afspraken gemaakt met de zorgsector. Ik wil dat wij voorkomen dat zorgkosten onnodig worden afgewenteld op patiënten. Zij moeten niet een hoger eigen risico krijgen. Zij moeten niet een kleiner pakket krijgen. Dat is waarom ik deze route alsnog graag in het achterhoofd wil houden, mocht er ergens toch iets mis gaan. Maar nogmaals, dat is vooral een hypothetische discussie.

De heer Pechtold (D66):

Volgens mij spelen er twee dingen door elkaar. Er is een wetsvoorstel uiteindelijk in de Staten-Generaal verworpen, maar het kabinet en de heer Zijlstra zeggen: het is eigenlijk toch goed zo. De wet is verbeterd, zegt de heer Zijlstra. Ik ga lezen of dat klopt. Ik zie een aantal toezeggingen waarvan ik denk: mooi, als dat in de wet komt, is dat prima. Vervolgens zegt de heer Zijlstra letterlijk: "hebben wij het vermoeden dat de PvdA kan leveren? Dat vertrouwen hebben we." Oké, maar waarom dan vervolgens dat — ik kan het niet anders noemen — dreigement van de AMvB overeind houden, als u zegt: wij hebben het vertrouwen dat de PvdA kan leveren?

De heer Zijlstra (VVD):

Omdat ik ook vertrouwen en zekerheid wil kunnen bieden aan de zorgsector. Een van de startpunten waarom wij deze hele exercitie ooit zijn begonnen is het bieden van zekerheid aan de zorgsector. Ik ben nu een beetje een grammofoonplaat aan het worden, maar wij willen dat zorgkosten, die nu in de bureaucratie blijven zitten, straks eruit worden gehaald, waardoor de premie niet hoeft te stijgen, waardoor het eigen risico niet omhoog hoeft en waardoor het pakket niet verkleind hoeft te worden. Ik ben er wel eerlijk in dat ik, gezien de gang van zaken deze week, er zicht op wil hebben dat ik dat voor elkaar kan krijgen. Dat is namelijk de basis waarop ik hieraan begonnen ben. Dat krijgen wij dus voor elkaar.

De heer Pechtold (D66):

Zojuist zei de heer Zijlstra, volstrekt terecht en ik zeg dat met hem: ik kan senatoren, van welke partij dan ook, niet dwingen om een handtekening te zetten. Dat noemde hij de staatsrechtelijk ongemakkelijke gang. Zou het niet zo kunnen zijn dat diezelfde senatoren dat dreigement — zo noem ik het toch — van de AMvB in de brief als een staatsrechtelijk ongemakkelijke gang zien, waardoor het kabinet eigenlijk datgene over zich afroept waarvan het eerst zegt: wij hebben het vertrouwen dat het niet gebeurt?

De heer Zijlstra (VVD):

Nee.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Wat een circus deze week, wat een puinhoop, wat een chaos. Wat een rotzooi heeft het kabinet ervan gemaakt. Wat een totaal gebrek aan regie en controle en wat een paniek hebben wij gezien. De voorzitter van de Eerste Kamerfractie van de Partij van de Arbeid, mevrouw Barth, had haar eigen fractie niet onder controle. Collega Samsom heeft niet alleen zichzelf niet onder controle, maar, zo zagen wij deze week, ook zijn senatoren niet. En de VVD? De VVD had haar coalitiegenoot, de Partij van de Arbeid duidelijk niet onder controle. Nu lijkt het erop dat ook het kabinet de zogenaamde constructieve drie, D66, ChristenUnie en SGP niet meer onder controle heeft. Wij zullen het zo horen, maar zij kwamen toch ontevreden uit het Torentje en ik zag ze net alle drie bij de interruptiemicrofoon staan. Ik snap dat ook, want wat moeten de heren Pechtold, Slob en Van der Staaij zich toch gepiepeld voelen. Ze hebben sinds 2013 altijd constructief meegestemd. Ze hebben voor de verworpen wet gestemd. En nu? Bedankt voor de goede diensten. Vervolgens worden ze bij het grofvuil gezet en afgeserveerd. Immers, bij een AMvB is geen Eerste Kamer meer nodig, als het zo ver komt. Dan zijn er dus ook geen D66, ChristenUnie en SGP meer nodig. Voor collega Pechtold is het niet meer: en nu vooruit. Voor hem is het: en nu eruit! Getekend, Mark Rutte.

Ook de premier was de regie totaal kwijt. Je zou bijna medelijden met hem krijgen.

De heer Pechtold (D66):

Het is laat, we zijn moe en je kunt weleens wat vergeten. Geen regie op je eigen partij? Weet de heer Wilders hoeveel afscheidingen daar zitten, achterin de Kamer? Weet hij hoeveel afscheidingen van de PVV er in Den Haag, in Almere en in al die Staten zijn, terwijl er niet eens een congres is, of een ledenraad of een bestuur dat daarvoor kan zorgen, en er maar één verantwoordelijke is, namelijk Geert Wilders?

De heer Wilders (PVV):

Ja, het is triest. De heer Pechtold wordt gepiepeld door de coalitie en hij gaat het nog opnemen voor ze ook. Triester kan het toch eigenlijk niet zijn.

De heer Pechtold (D66):

Het woord "vertrouwen" valt hier weer, maar geloofwaardigheid is ook wel wat. Geloofwaardigheid. De heer Wilders gaat hier weer iedereen de maat staan nemen, terwijl hij zelf gewoon een hele geschiedenis heeft van weglopen als het moeilijk wordt, wegsturen als het moeilijk wordt, negeren als het moeilijk wordt. Geloofwaardigheid is ook wel iets waar de heer Wilders een beetje op mag letten.

De heer Wilders (PVV):

Geloofwaardigheid is iets wat D66 voor dit kabinet niet meer heeft. D66 is een van de drie partijen die sinds 2013 het kabinet overal in heeft gesteund. De heer Rutte zegt nu: goedendag, bekijk het maar, mijnheer Pechtold. De heer Rutte zegt: we hebben u niet meer nodig want we gaan het, als het nodig is, met een AMvB doen, dus bedankt voor de goede diensten. De geloofwaardigheid van de heer Pechtold wordt door het kabinet te grabbel gegooid. Zo is het, en niet anders.

Ik zei al dat je bijna medelijden zou krijgen met het kabinet. Maar deze prutsers verdienen geen medelijden. Wat een wanorde, wat een chaos, wat een totaal gebrek aan gezag laat de heer Rutte zien. Wat een afgang. De coalitie probeerde de drie dissidente PvdA-senatoren binnenboord te houden, maar intussen is het de vraag wat er gebeurt met die acht senatoren van de destructieve drie. Van de 79 zetels die de coalitiepartijen bij de verkiezingen kregen, zijn er volgens de laatste peilingen nog 30 over. Vier op de vijf Nederlanders zien het kabinet-Rutte II inmiddels niet meer zitten. Volgens mij is dat ook nog nooit voorgekomen. Geen VVD-kiezer snapt het dat de premier, die nu eindelijk, eindelijk de mogelijkheid had om zich te ontdoen van de Partij van de Arbeid, juist met ze doorgaat. Wat zullen de kiezers van de heer Rutte dat waarderen. Wat zullen ze het waarderen dat hij doorgaat met belastingen verhogen, doorgaat met nivelleren, met nog meer asielzoekers het land binnenlaten, met nog meer geld geven aan ontwikkelingshulp en met het geven van miljarden aan Europa.

Dan het briefje dat we net kregen. De premier, zo kennen we hem weer, lacht alles weg. Ik zie het hem ook op dit ogenblik weer doen. Alles is in orde. Er is niks aan de hand. We gaan vrolijk verder. Dat is natuurlijk niet zo. Er is een enorme deuk in het vertrouwen ontstaan. Het voornemen om de vrije artsenkeuze af te schaffen, blijft de facto natuurlijk gewoon bestaan. De aanpassingen die in de brief staan, zijn gerommel in de marge. Het is een schande. Het is een schande dat dit kabinet dat desnoods via een AMvB wil regelen en de Eerste Kamer wil passeren. In Noord-Korea kunnen ze er nog wat van leren.

Mijnheer Rutte, minister-president, houdt u er toch mee op. U bent werkelijk alle geloofwaardigheid kwijt. U maakt van ons land een bananenrepubliek. U bewijst Nederland een dienst door ermee op te houden. Want weet u wat alle Nederlanders vinden? Weet u wat de meeste mensen van uw eigen partij vinden? Zij vinden: genoeg belastingen verhoogd, genoeg genivelleerd, genoeg zorg afgebroken, genoeg ouderen gepakt, genoeg miljarden aan Brussel betaald, genoeg asielzoekers binnengelaten, genoeg op pensioenen bezuinigd en genoeg Syriëgangers ongemoeid gelaten. Genoeg is genoeg. Nederland is dit kabinet spuugzat. Hou ermee op!

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Het was me een weekje wel. Hoe langer we wachtten, hoe groter de chaos werd. Op deze laatste vergaderdagen van dit jaar is door de VVD en de PvdA een web van wantrouwen gelegd over de samenleving en over de politiek. Kun je nog spreken van een democratie als het kabinet doelbewust de Eerste Kamer wil omzeilen en monddood wil maken? Kun je nog spreken van vertrouwen als de ene coalitiepartij een ultimatum stelt aan de andere? Kun je nog spreken van een stabiele regering als de onderlinge verhoudingen verziekt zijn en als senatoren onder zware druk worden gezet?

In de senaat is deze week een principiële afweging gemaakt: het schrappen van de vrije artsenkeuze is van de baan. Juist dat principe is een kernelement dat volgens het kabinet opnieuw in de wet moet. Het wegstemmen van dit wetsvoorstel is echter de nieuwe politieke werkelijkheid, een werkelijkheid die het kabinet blijkbaar niet wil accepteren. In plaats van te luisteren naar de bevolking en haar vertegenwoordigers, probeert het kabinet dit met een list alsnog te regelen. Een staatsrechtelijke trukendoos wordt geopend om een wetsvoorstel dat is weggestemd er bij een tweede keer alsnog door te drukken. Dat is ongekend. Dit is gedrag dat in een democratie niet thuishoort.

Misschien is het wel juist heel tekenend dat er binnen de coalitie zo veel verbazing is over de tegenstem tegen dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Wie wel goed luistert, weet namelijk dat het verzet tegen meer marktwerking in de zorg en nog meer macht naar de zorgverzekeraars breed leeft onder de bevolking. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat een groeiende weerstand ook zichtbaar wordt in de politieke verhoudingen, hier in de Tweede Kamer en afgelopen week zeker in de Eerste Kamer. Dat gebeurt alleen als je met de rug naar de samenleving staat.

Het kabinet en de coalitiepartijen hebben er een aardige chaos van gemaakt. De vraag is terecht waar de premier was en waar zijn regie was. Vond de premier het kies dat aan senatoren een garantie is voorgelegd en dat die van hen is geëist? Het vertrouwen van de bevolking in dit kabinet was al dramatisch laag en dit zal het zeker geen goed doen. Hoe denkt de premier het vertrouwen te herstellen?

Het moet gezegd: terwijl het kabinet en de coalitiepartijen drie dagen in achterkamertjes ruziën, is de bevolking met heel andere dingen bezig. Vandaag hebben 2.000 mensen in de thuiszorg gehoord dat ze hun baan kwijt zijn. Mensen zijn bezig met de huren, die enorm zijn gestegen. De WW is ingekort, terwijl honderdduizenden Nederlanders die juist nu zo hard nodig hebben. Zorgpremies en eigen risico's zijn voor steeds meer mensen onbetaalbaar geworden. Vandaag kwamen daar de groeiende cijfers over mensen in armoede nog eens bij. Het kabinet is wederom alleen maar bezig geweest met zijn eigen overleven, terwijl deze mensen pas echt een kerstcrisis hebben.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Een volslagen verrassing afgelopen dinsdag: drie PvdA-senatoren stemden tegen een wet van minister Schippers en verrasten daarmee vijand en vriend. Nu zijn we meer dan 50 uur verder. Wat hebben we gezien? Een coalitie die zoekt naar oplossingen om de schade te beperken. Praten, onderhandelen. Dat leverde drie dagen onzekerheid op, maar nu ligt er een brief. Vanmorgen kregen we duidelijkheid over het persoonsgebonden budget. Dank daarvoor. Voor mijn fractie was steeds eerste prioriteit om duidelijkheid en zekerheid te krijgen voor al die mensen met een pgb. Ik ben blij dat die helderheid in deze brief is gegeven. En nu de brief van vanavond. De rechten van verzekerden worden versterkt. Daarover waren, meen ik, al toezeggingen gedaan in de Eerste Kamer, maar die worden nu in regelgeving vastgelegd. Dat vindt mijn fractie een goede zaak.

Ik heb nog twee belangrijke vragen. Het kabinet spreekt over "het waarborgen van de bestaande vrije artsenkeuze voor iedereen, ongeacht de aard van de polis". De gekozen formulering kan misverstanden oproepen. Ik vraag het kabinet wat hier precies mee wordt bedoeld. Voor mijn fractie is ook de volgende zin cruciaal: "Mocht het aangepast wetsvoorstel onverhoopt niet worden aangenomen dan zal het kabinet in overleg treden met uw Kamer om te bezien op welke wijze toch uitvoering kan worden gegeven aan de Hoofdlijnen Akkoorden." Lees ik hierin dat als het wetsvoorstel geen meerderheid heeft in Tweede en Eerste Kamer, het kabinet met een Algemene Maatregel van Bestuur de kern van het wetsvoorstel toch doorvoert en daarmee dus het parlement passeert of in ieder geval een van beide Kamers?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

We hebben de heer Zijlstra eerder horen zeggen dat het zo ver waarschijnlijk niet hoeft te komen, omdat hij ervan uitgaat dat de wet een meerderheid zal halen. Dat brengt mij ook bij de heer Pechtold tot de vraag: wat is er, toen u met zijn vijven in het Torentje zat, over besproken? Heeft bij de heer Zijlstra de indruk kunnen ontstaan dat D66 wel voor zou stemmen wanneer de wet op deze wijze, zoals uiteindelijk verwoord in de brief, zou worden teruggebracht naar beide Kamers?

De heer Pechtold (D66):

Ik ben de afgelopen dagen drie keer bijgepraat. Dat was tot en met vanavond vooral procedureel. Ik lees met de heer Buma nu — dat is waarop ik moet afgaan — toezeggingen, die op pagina 2 in een aantal streepjes zijn verwoord. Ik heb kunnen vaststellen dat de meeste daarvan in de Eerste Kamer gewisseld zijn en dat het kabinet die gebruikt om de wet te versterken, te verbeteren. Dat is mijn fractie met het kabinet eens. We moeten nu natuurlijk wel kijken naar de wetteksten die daaruit voortkomen. Dan zal mijn fractie die hier op inhoud beoordelen, maar zal zij ook naar de procedure kijken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar goed, we horen tussen de regels door — ik begrijp dat er ook naar de procedure zal worden gekeken — dat D66 op inhoud doorgaat met de steun. Dat brengt mij bij het volgende. Is er na de ontzettende chaos van de afgelopen week en twee partijen die elkaar de tent uit vechten überhaupt nog wel iets om te steunen voor D66? Is het niet alleen maar iets waar je last van hebt in plaats van dat je er nog iets aan hebt?

De heer Pechtold (D66):

Nou, het is misschien verrassend dat ik dit aan een vertegenwoordiger van de christendemocratie moet vertellen, maar voor D66 is het van groot belang dat je, als je akkoorden sluit vanwege de inhoud en vanwege je verkiezingsprogramma, tracht dat maximaal te laten leiden tot een succes. Dat hebben we in de eerste ronde gedaan, want we waren niet tevreden met de oorspronkelijke kabinetsplannen. Die zijn op grote delen aangepast. Zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer zijn er zaken gewisseld. Als nu blijkt dat de PvdA-senatoren die eerst tegenstemden genoegen nemen met het in de wet verankeren van de toezeggingen die in dat proces zijn gedaan, dan is er voor mijn Tweede Kamerfractie geen enkele reden om die inhoud opeens anders te beoordelen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan wordt mijn eindconclusie alleen maar sterker, namelijk dat de heer Samsom ondanks de interne problemen een ongelofelijk goede week heeft, want er zijn nu vijf partijen die de door hem binnengehaalde verbeteringen zijn gaan ondersteunen door het tegenstemmen van de drie senatoren. Gefeliciteerd!

De heer Pechtold (D66):

Ik zeg tegen de heer Van Haersma Buma: laten wij samen lezen wat er uiteindelijk staat in die wetsteksten. Het gaat volgens mij om zaken die juist de verwarring rond het wetsvoorstel, die ik de afgelopen tijd bespeurd heb, hebben vergroot. In het bijzonder wijs ik hierbij op het bijna magische begrip "vrije artsenkeuze". Ik weet nog dat van de zomer werd geroepen: je kunt straks je eigen huisarts niet meer kiezen?; onzin! Heel veel zaken zijn nu in dit proces terecht verbeterd. Als dat, in plaats van via een toezegging of een met algemene stemmen aangenomen motie in de Eerste Kamer, in wettekst verankerd kan worden, dan vind ik dat een verbetering.

De heer Roemer (SP):

De heer Pechtold snijdt terecht een belangrijke passage in de brief aan. Hij heeft daar in het Torentje natuurlijk een toelichting op gekregen, maar daar was niemand bij, dus het is terecht dat hij hier nog eens om een toelichting vraagt. In feite stelt de heer Pechtold de vraag: mocht in de Eerste Kamer de wet opnieuw worden weggestemd, gaan wij het dan regelen via een AMvB? Ik zeg het even in mijn eigen woorden. Een collega van de heer Pechtold, de heer Thom de Graaf, zei daar vanavond het volgende over: dat is de democratie een pootje lichten; dat is regeren bij regeringsdecreet. Deelt de heer Pechtold de uitlatingen van zijn collega?

De heer Pechtold (D66):

Dat was een reactie van mijn partijgenoot op de wat boude uitspraak van de heer Zijlstra: linksom of rechtsom, we gaan het regelen. De heer De Graaf heeft toen gezegd: linksom of rechtsom oké, maar niet door de bodem van de democratie en het staatsrecht. Daarom heeft men mij een aantal kritische vragen horen stellen en heb ik gezegd dat daar rekening mee moest worden gehouden, want de senatoren kijken natuurlijk niet alleen naar de inhoud, maar ook naar het proces. Ik denk dat de uitspraak van de heer De Graaf voortkwam uit de aankondiging die nu al gedaan is: als je er niet mee instemt, sta je misschien buitenspel.

De heer Roemer (SP):

Het was niet alleen de senator van D66 die het er niet mee eens was. De heer Pechtold zei bij het naar buiten komen — ik citeer weer even vrij — dat hij geen akkoord heeft gesloten. Ik neem dan aan dat hij in het bijzonder op dit onderdeel doelde. Ik kan mij voorstellen dat dit voor D66 onacceptabel is, maar welke conclusies gaat de heer Pechtholt daaraan verbinden? Wat betekent het in de praktijk dat het kabinet met dit dreigement in de brief komt? Dat staat toch haaks op waar D66 voor staat?

De heer Pechtold (D66):

Zeer terecht zegt collega Roemer— hij vat het juist samen — dat ik geen akkoord heb gegeven op hetgeen ik hoorde, na voor de derde keer geïnformeerd te zijn. Toen ik naar buiten kwam, heb ik eveneens gezegd dat het het kabinet vrij staat om in dit debat met een brief en uiteindelijk met een nieuw wetsvoorstel te komen. Het wetsvoorstel zal ik later beoordelen. De brief kan ik nu beoordelen. Daarover stel ik de vraag die ook al door de heer Roemer is gesteld.

De heer Roemer (SP):

Is het voor de heer Pechtold onacceptabel dat het kabinet komt met dit soort dreigementen, die haaks staan op de visie van de heer Pechtold op het staatsrecht? Heeft dit ook consequenties? Of gaat de heer Pechtold hier alleen een beetje boos lopen doen, maar verdwijnt zijn boosheid vervolgens als sneeuw voor de zon en heeft dit verder geen enkele consequentie? In dat geval kan het kabinet inderdaad gewoon op dezelfde manier doorgaan.

De heer Pechtold (D66):

Dreigementen beantwoord ik over het algemeen niet met dreigementen, maar met een dringend advies.

De heer Wilders (PVV):

Wat is dit voor ontzettend flauw spelletje? Geef nu eens hom of kuit, zou ik tegen de heer Pechtold willen zeggen. Als die optie van een AMvB boven de markt blijft hangen als het wetsvoorstel het niet haalt in de Eerste Kamer, is dat dan een reden om tegen dat wetsvoorstel te stemmen of is het ketelmuziek over de AMvB, terwijl hij gewoon voor het wetsvoorstel stemt en die AMvB er niet komt?

De heer Pechtold (D66):

Wij zullen het wetsvoorstel, dat nog niet voorligt, op zijn inhoud beoordelen. Daar lijkt mij alle reden toe. Ik heb aangegeven dat ik helder ben over de kritiek die ik heb geuit toen ik net was bijgepraat. Diezelfde kritische vragen stel ik op dit moment. Dat is het democratisch proces dat ik gewend ben af te lopen met een kabinet waarmee ik nu twee jaar zaken doe vanuit de oppositie. Over het algemeen luisteren we goed naar elkaar en bekijken we hoe we het inhoudelijk en procedureel zuiver kunnen regelen. Dat is de fase waar we nu in zitten. Daarmee zal de heer Wilders wat mij betreft even genoegen moeten nemen.

De heer Wilders (PVV):

Met alle respect, dat is een heel lang en procedureel antwoord. Ik vraag nogmaals aan de heer Pechtold om kleur te bekennen. Is het zo dat de procedure zijn inhoudelijk oordeel kan beïnvloeden? Als het kabinet zou zeggen tegen de heer Pechtold dat de route open wordt gehouden om het, als het wetsvoorstel het onverhoopt niet haalt in de Eerste Kamer, op z'n Noord-Koreaans via een AMvB te doen? Zegt hij dan dat hij dat vervelend vindt, maar dat hij toch voor het wetsvoorstel stemt, als dat goed is? Of zegt hij dat hij dit heel belangrijk vindt, dat zijn kritiek geen ketelmuziek is, dat hij dan tegen het wetsvoorstel stemt of dat dit op z'n minst zijn oordeel over het wetsvoorstel beïnvloedt? Daarover kan hij toch wel helderheid geven?

De heer Pechtold (D66):

Samen met de heer Wilders heb ik de brief, de daarin door het kabinet gekozen inhoud en de strategie gedurende een korte tijd tot mij kunnen nemen. Ik ben helderder geweest dan wanneer dan ook over hoe ik denk over de inhoud en over de eventueel te volgen procedure. Ik hoor vanavond ook de heer Zijlstra zeggen dat hij er vertrouwen in heeft dat de PvdA levert, in zijn woorden. Dat zou betekenen dat de koninklijke weg voor de tweede keer wordt bewandeld. Dat is iets minder hoffelijk, maar als een wetsvoorstel is verbeterd, is dat volgens mij te verdedigen. Dat kan gebeuren. Dan zie ik graag die behandeling in beide Kamers van de Staten-Generaal tegemoet.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Als ik het goed begrijp is de heer Pechtold voor het inperken van de vrije artsenkeuze zoals in het oorspronkelijke, nu gesneuvelde wetsartikel stond.

De heer Pechtold (D66):

Daar hebben wij in de Tweede en in de Eerste Kamer voor gestemd, met alle nuances die mevrouw Van Tongeren kent bij de vraag wat vrije artsenkeuze betekent.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Vervolgens horen wij van de heer Samsom en de heer Zijlstra dat de brief die de Kamer heeft gekregen, substantiële aanpassingen en verbeteringen bevat. Het is echt veranderd, dus er zit net een tikkeltje minder vrije artsenkeuze in, zoals ik het maar even samenvat. Is dat geen grote teleurstelling voor de heer Pechtold?

De heer Pechtold (D66):

Mijn collega Bergkamp en ik zijn voor de zomer op het ministerie geweest, zoals u hebt gezien, en we hebben er als Tweede Kamerleden voor gezorgd dat het oorspronkelijke voorstel van het kabinet werd verbeterd. Ik heb minister Schippers daar toen ook voor geprezen. Vooral is de systematiek verduidelijkt. Dat is wederom gebeurd in het proces van de Eerste Kamer. De minister was bereid een aantal toezeggingen te doen en een motie te omarmen die unaniem werd aangenomen. Dat zijn verbeteringen waar mijn fractie mede voor gestreden heeft. De fractie van GroenLinks heeft ook een deel van die verantwoordelijkheid op zich genomen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Vervolgens is dat hele werkje waar verschillende mensen aan meegewerkt hebben, weggestemd in de Eerste Kamer. Ik wil weten van de heer Pechtold of datgene wat in de brief staat ongeveer hetzelfde is, of dat er echt sprake is van een substantiële verandering, waardoor dus de mogelijkheid van een vrije artsenkeuze verder verruimd wordt. Het is of het een of het ander. Of het gaat weer om hetzelfde of het is echt behoorlijk anders.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb geen wetstekst voor me, wel een brief.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vroeg om een appreciatie van de brief.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb geen wetstekst voor me, maar een brief. Daarin lees ik allemaal herkenbare punten die in het debat in het Eerste Kamer zijn toegezegd of die door de stemming over een motie zijn aangenomen. Voor mij maakt het niet veel uit of het daarbij blijft, of dat een en ander in een toekomstige wetstekst wordt vastgelegd. Het zou wel een extra verzekering kunnen zijn.

Ik heb me de afgelopen dagen afgevraagd hoe de mensen thuis hiernaar kijken. Heeft de politiek zichzelf niet opnieuw een slechte dienst bewezen? Waarom heeft dit zo lang moeten duren? Ik ben niet zo'n sportkenner maar er drong zich bij mij een beeld op van een rugbywedstrijd. U kent dat wel: twee teams die in rijen tegen elkaar aan duwen terwijl de bal stilligt in het midden.

De afgelopen jaren heeft mijn fractie altijd vanuit de inhoud akkoorden gesloten met dit kabinet, omwille van de stabiliteit van het land en vanuit de overtuiging dat niemand zit te wachten op alweer nieuwe verkiezingen. Natuurlijk hechten wij grote waarde aan het beperken van de zorgkosten en een goedkopere polis. Het wegstemmen van een wet is echter geen noodtoestand. Het is geen reden om niet langs de parlementaire weg op zichzelf verstandige doelen te blijven realiseren. Het kabinet kan met mij altijd zaken doen, maar wel binnen de spelregels van de democratie. Daarom wacht ik met grote belangstelling de beantwoording van de minister-president af.

De heer Roemer (SP):

Ik hoor graag van de heer Pechtold wat hij ervan vindt dat bewindspersonen senatoren zo zwaar onder druk zetten om een garantie te geven.

De heer Pechtold (D66):

Volgens mij kun je nooit een garantie van parlementariërs vragen, al is het maar omdat alle parlementariërs zonder last zijn gekozen. Natuurlijk proberen politieke partijen zo veel mogelijk zekerheid te krijgen over het stemgedrag. Daar heeft mijn partij in het Paarse kabinet ook weleens op aangedrongen. Laat ik voor mezelf spreken. In de periode waarin ik met het kabinet heb geprobeerd zaken te realiseren waar ikzelf voor ben, heb ik de senatoren van D66 nooit om een handtekening gevraagd. Ik heb hen nooit onder druk gezet, maar ik heb hen weten te overtuigen vanuit ons verkiezingsprogramma en de opdracht die we van onze kiezers hebben gekregen.

De heer Roemer (SP):

Dat lijkt mij de enige juiste weg. U bent drie keer uitgenodigd voor een procedureel overleg. Hebt u van die gelegenheid gebruikgemaakt om de minister erop te wijzen dat het erg ondemocratisch is om dit te doen? Hebt u eraan bijgedragen dat de minister een knieval heeft moeten maken of hebt u dat helemaal niet gedaan?

De heer Pechtold (D66):

Als oppositiepartij kies je, wanneer je met het kabinet spreekt, je punten. De heer Roemer en ik herkennen dit beiden. Ik wil die rol zuiver houden. De heer Roemer probeert er weleens een zwart-witbeeld van te maken, maar ik kies voor de inhoud. Ik kom op de procedure wanneer het mijzelf aangaat. Ik blijf buiten een procedure die gaat om senatoren van de PvdA. Als het gaat om een procedure waarbij ik betrokken ben, zal ik daar vragen of signalen over afgeven.

De heer Roemer (SP):

Dus als uw senatoren in de Eerste Kamer niet bij het wetsvoorstel betrokken worden omdat het via een trukendoos gaat, gaat u echt steigeren?

De heer Pechtold (D66):

Ik heb zojuist een aantal malen van de coalitiefracties gehoord — ik verneem dit zo ook graag van het kabinet — dat ze erop vertrouwen dat ze de senatoren weten te overtuigen. De heer Zijlstra had het over leveren, maar wat mij betreft lever je geen senatoren. Als ik dat zou zeggen, zou ik ruzie krijgen met de mijnen, maar die ruzie kan er bij hen nog wel bij. En ja, dat wordt wel spannend.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik vervang vanavond Bram van Ojik. Hij is afwezig vanwege privéomstandigheden.

De afgelopen dagen zagen we de chaos en de verwarring toenemen na een onverwacht bedrijfsongeval. De regie ontbrak. Mensen communiceerden niet of veel te laat. Er werden onnodige risico's genomen. Inmiddels zijn er pleisters geplakt, maar de blauwe plekken zijn goed zichtbaar. Ik moet zeggen dat het een gênante vertoning was, met een stuurloze PvdA-partijleider en een afwezige premier. Drie senatoren kwamen op voor hun principes, maar hebben zich nu mogelijkerwijs laten paaien met wat kerstcadeautjes. Doen ze dat niet, dan volgt dus die nieuwe vorm: de Rutte-AMvB. Dit was de crisis die je wist dat zou komen, om het zo maar te zeggen. We hebben te maken met een kabinet dat wetsvoorstellen naar de Kamer stuurt waar zelfs de eigen parlementariërs niet in geloven. Zo'n kabinet gaat vroeg of laat struikelen. De te snelle en slecht doordachte start blijft het kabinet achtervolgen. Er is geen gezamenlijke visie. Er is geen gezamenlijk idee voor Nederland. Er is geen meerderheid in de Eerste Kamer. Daarom hinkelt dit kabinet van incident naar incident, van akkoord naar akkoord. Ik vraag de minister-president: hoelang kan dit nog doorgaan? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat het vertrouwen tussen de coalitiepartijen hersteld wordt? Wordt de rest van het regeerakkoord, zo vraag ik hem, misschien ook per AMvB uitgevoerd?

De vrije artsenkeuze is een fundament van ons zorgstelsel. Het schrappen van die keuze leidt tot een tweedeling in de zorg. Mensen met voldoende inkomen hebben de vrijheid om hun arts te kiezen, maar mensen met weinig geld hebben die vrijheid niet. Daarom is mijn fractie het fundamenteel oneens met de aanpassing van artikel 13. Daar hadden ook de drie senatoren problemen mee, maar mogelijkerwijs is dat nu niet meer het geval. Met het vandaag gesloten we-plakken-een-pleisterakkoord is dat principiële bezwaar van de drie senatoren, en van mijn fractie, niet weggenomen.

Het eerste hoofdpunt dat centraal staat, is prachtig. In de brief staat op de tweede pagina bovenaan dat de bestaande vrije artsenkeuze wordt gewaarborgd ongeacht de polis die iemand heeft. Vervolgens lees ik echter in de brief dat dit alleen geldt voor de acute zorg en voor de zorg in gevallen waarin de verzekerde onvoldoende op de hoogte was gesteld van de consequenties van het inkoopbeleid. Met andere woorden: voor alle andere vormen van zorg, de planbare zorg, die wel in de kleine lettertjes op de website van de zorgverzekeraars staat, is de vrije artsenkeuze helemaal niet gegarandeerd. Ik wil van de minister-president weten of dat klopt. Wat betekent de zin dat het akkoord ervoor moet zorgen dat er geen maatregelen nodig zijn in de sfeer van pakketbeperking of van verhoging van het eigen risico? Ik lees dit als een dreigement aan beide Kamers: ga akkoord of we gaan het pakket beperken. Lees ik dat goed?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik zat te luisteren. Aangezien mevrouw Van Tongeren tijdens mijn bijdrage wat vragen stelde over staatsrecht en zo, wil ik haar ook iets vragen. Het viel mij op dat mevrouw Van Tongeren in haar bijdrage een paar keer heeft gezegd dat zij en de senatoren van GroenLinks iets vinden. Ik mag ervan uitgaan dat dat niet betekent dat hetgeen hier in de Tweede Kamer wordt gevonden, automatisch in de Eerste Kamer wordt gevonden, toch?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik raad de heer Zijlstra aan om de Handelingen even terug te lezen, want het woord "senatoren" komt in mijn hele tekst niet voor. Dat heb ik niet in de mond genomen.

De heer Zijlstra (VVD):

Maar u hebt wel gesproken over de Eerste Kamerfractie. Dat is volgens mij ongeveer hetzelfde, maar ik begrijp dat dit een kleine verspreking was.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik hoorde geen vraag van de heer Zijlstra, dus ik ga verder met mijn betoog.

Wat betekent de zin dat het akkoord ervoor moet zorgen dat er geen maatregelen nodig zijn in de sfeer van pakketbeperking of verhoging van het eigen risico? Ik lees dit als een dreigement aan beide Kamers: ga akkoord of we gaan het pakket beperken. Lees ik dat goed? Een coalitiepartner die zegt vertrouwen te hebben, maar toch een garantie inbouwt, is dat het vertrouwen waarop deze minister-president graag bouwt?

We waren de afgelopen dagen getuige van een bedrijfsongeval. Van bedrijfsongevallen kun je als politicus veel leren — ik zie dat ik nu voor het eerst de aandacht van de minister-president heb — maar alleen als je jezelf afvraagt wat je een volgende keer anders zou doen. Mijn fractie wil graag weten van de minister-president hoe hij terugkijkt op zijn eigen handelen van de afgelopen week en wat hij een volgende keer eventueel anders zou doen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ik heb een tip voor fracties die een kerstdiner met elkaar hebben in de laatste vergaderweek. Doe het op maandagavond! Dat hebben wij ook gedaan. Die laatste vergaderweek is altijd hectischer dan je denkt. Eerlijk gezegd dacht ik deze keer: het gaat niet op, het wordt een heel rustige vergaderweek. Ook dat liep toch weer anders, met dinsdag het onverwachte verwerpen van het wetsvoorstel. Maar dat we dan donderdagavond nog diep in de nacht een debat zouden voeren, dat zich nu eigenlijk toespitst op de vraag wat er gebeurt als een nieuw wetsvoorstel niet de eindstreep zou halen, had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen denken.

We hebben al veel gewisseld. We hoeven wat er deze week gepasseerd is, niet allemaal weer op te halen. Er is veel onduidelijkheid ontstaan door het verwerpen van het wetsvoorstel. Ook de SGP-fractie is erg blij dat die onduidelijkheid is weggenomen voor mensen die afhankelijk zijn van en aangewezen zijn op een persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet. Dat was een belangrijk onderdeel van die verworpen wet. De vraag kwam natuurlijk op: hoe gaat het daarmee verder, nu die wet in de Eerste Kamer verworpen is? Het kabinet heeft vanmorgen vroeg in een brief aangegeven dat dat gewoon doorgaat, op dezelfde manier als het geval zou zijn geweest als de wet was aangenomen.

Een belangrijke vraag naar aanleiding van het verwerpen van de wet was ook: wat betekent het als daardoor de kostenbesparingen niet worden gerealiseerd die bedoeld waren om juist ook de kosten in de zorg te beheersen. Dat werd gedaan via de verworpen wet en ook via de knop van het versterken van de doelmatigheid van de zorgkosten. Daar moesten juist de schijnwerpers op worden gezet. De SGP-fractie is daar bezorgd over. Betekent dat dan niet dat je de premie of het eigen risico moet gaan verhogen? Dat is een andere knop waar je aan kunt draaien. Of betekent dat dat het pakket uitgekleed gaat worden? Dat is een alternatief.

Het kabinet heeft helderheid geboden en gezegd: nee, die kant willen wij niet op; wij willen doorgaan op de route van de besparing via de doelmatigheid, via de mogelijkheden om selectiever in te kopen. Wij steunen die benadering. Wij vinden het positief dat het kabinet in de brief kiest voor de koninklijke weg van de indiening van een gewijzigd wetsvoorstel, dat rekening houdt met de bezwaren die in het parlement zijn geuit, die in de Eerste Kamer zijn verwoord. Het is belangrijk dat de keuzevrijheid voor patiënten goed geborgd is. Daar is natuurlijk ook al in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer in juni al heel veel aan gedaan. Er zijn intensieve beraadslagingen over geweest. Mag ik ervan uitgaan dat alle waarborgen die via amendering in het verworpen wetsvoorstel zaten, onverkort terugkomen in het nieuwe wetsvoorstel? Ik noem onder meer het punt waar wij ons zelf sterk voor hebben gemaakt: de verplichting voor zorgverzekeraars om oog te hebben voor de behoefte aan identiteitsgebonden zorg.

Ik vind het wel jammer dat de discussie zich nu weer toespitst op de vraag, wat er gebeurt als ook dat nieuwe wetsvoorstel niet de eindstreep haalt. Dat gebeurde zo-even in allerlei interruptiedebatjes. Ik zou liever een streep zetten onder het vertrouwen dat de behandeling van het aangepaste wetsvoorstel succesvol kan worden afgerond. Als dat traject goed gevolgd wordt en er juist nog extra waarborgen bij komen — de versterking van de positie van verzekerden — dan zou dat toch een kansrijke route moeten zijn. Waarom wordt er in de brief dan op die situatie vooruitgelopen met het zinnetje: "Mocht het aangepaste wetsvoorstel onverhoopt niet worden aangenomen …"? Als het kabinet hier met overtuiging kiest voor de parlementaire weg, dan zou ik zeggen: als er op die weg hobbels zijn, is het zaak om te kijken hoe op die weg deze hobbels kunnen worden weggenomen.

Tot slot, als een wetsvoorstel een tweede keer in behandeling komt met aanpassingen, is dat iets heel bijzonders. We zien het normaal gesproken alleen maar bij grondwetswijzigingen dat zo'n grote mate van parlementaire behandeling wordt gevolgd. Ik zou de vervelende situatie waarin dit zo is gelopen, willen benutten. Ik zou de uitdaging willen aangaan of aan het nieuwe, verbeterde wetsvoorstel niet juist meer partijen in de Kamer hun steun kunnen geven. Volgens mij liggen daarvoor nog steeds kansen.

De voorzitter:

De heer Roemer heeft nog een vraag voor u.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat is vriendelijk, dat de heer Roemer die handschoen gelijk oppakt en wil nadenken over hoe …

De heer Roemer (SP):

Ik ga zelf wel over welke handschoen ik oppak. Het ging mij echter over uw terechte opmerking over het wel of niet gebruikmaken van een AMvB, een Algemene Maatregel van Bestuur. Ik doe dat omdat destijds, bij de behandeling van de Zorgverzekeringswet — als ik me niet vergis was dat in 2004-2005 — de SGP-fractie expliciet in de Eerste Kamer heeft gevraagd of met dat artikel 126 niet de mogelijkheid werd geopend die nu in deze brief eigenlijk is verwoord. Destijds heeft het kabinet gezegd dat dit niet aan de orde was en dat dit daarvoor geen carte blanche gaf. Is de heer Van der Staaij het met mij eens dat de weg die in de brief staat, niet alleen ongewenst, maar ook onmogelijk moet worden geacht?

De heer Van der Staaij (SGP):

Allereerst wil ik voor de zorgvuldigheid even opmerken dat in de brief het woord AMvB niet voorkomt. Er staat: mocht het aangepaste wetsvoorstel niet worden aangenomen, dan zal het kabinet in overleg treden met uw Kamer om te bezien op welke wijze toch uitvoering kan worden gegeven ... Daar is op zichzelf niks mis mee, behalve dat ik het niet verstandig vind om daarop vooruit te lopen. Maar we hebben wel van de PvdA- en de VVD-fractie gehoord dat de mogelijkheid van een AMvB wordt opengehouden. Mijn dringende appel is om dat niet te doen. Ik zou inderdaad zeker ook terugkomen op de wetsbehandeling van destijds. Ik wijs ook op de memorie van toelichting van toenmalig minister Hoogervorst, waarin het algemene kapstokartikel staat; een bepaling die ziet op onvoorziene omstandigheden om uitvoeringsregels te stellen. Dit is echter van een andere orde. Als ik ook nog kijk naar de ontwikkeling bij de Raad van State om heel kritisch te kijken naar algemene bepalingen die delegatiemogelijkheden scheppen en die zeggen dat die nauwkeurig en concreet begrensd moeten zijn, is dat hier niet aan de orde. Het is onvoldoende nauwkeurig en concreet begrensd om een kapstok te kunnen vormen voor belangrijke bepalingen als die in de wet aan de orde zijn.

De heer Roemer (SP):

Dat is duidelijk. Ik ben blij dat de heer Van der Staaij dat zegt. Het kabinet is er naar mijn mening echter ook heel duidelijk in door expliciet aan te geven dat dit wel degelijk een mogelijkheid is, mocht de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor de tweede keer wegstemmen. Heeft deze insteek van het kabinet voor de SGP consequenties? Wil de SGP het harder spelen om te voorkomen dat het kabinet van die mogelijkheid gebruik gaat maken?

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik stel vast dat het niet in de brief staat. Ik moet het kabinet nog horen. Duidelijk is dat mijn dringende appel is om dat niet te doen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Mijn fractie was blij toen het wetsvoorstel dat de vrije artsenkeuze drastisch inperkt, sneuvelde in de Eerste Kamer. Ik was blij, omdat het ongehoord is dat het recht wordt geschrapt om een eigen arts, een zorgverlener of een zorginstelling te kiezen, tenzij je het kunt betalen. Een tweedeling tussen mensen die zich dat kunnen veroorloven en mensen die dat niet kunnen, zou dan een feit geworden zijn.

De Partij voor de Dieren heeft zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer tegen het wetsvoorstel gestemd. Leidraad voor dat stemgedrag zijn onze partijbeginselen: mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. De PvdA heeft zich in de vreemdste bochten gewrongen om haar steun aan het wetsvoorstel in lijn te brengen met haar verkiezingsleus "Stop de marktwerking in de zorg". PvdA-senatoren die zich wilden houden aan hun eigen partijbeginselen wordt nu verweten dat zij zich niet gedroegen als kritiekloze uitvoerders van een zorgakkoord. Een dergelijke opstelling van het kabinet de afgelopen dagen in de richting van de volksvertegenwoordigers is een gotspe.

Het was te verwachten. De Partij van de Arbeid en de VVD kozen ervoor samen te reageren, wetende dat ze ideologisch diametraal tegenover elkaar staan. De wens om op het pluche te zitten, is groter dan de wens om vast te houden aan de partijuitgangspunten en alleen te regeren met partijen die op principiële punten dichter bij de politieke kleur staan. Dit kabinet en een synergie van water en vuur moest er koste wat kost komen, terwijl men ook wist dat het in de Eerste Kamer niet op een meerderheid kon rekenen. Het was kennelijk in het landsbelang om een dergelijk zowel ideologisch als democratisch instabiel kabinet te vormen.

Het kabinet toont vanwege het gebrek aan visie daadkracht in vooruitschuiven en afschuiven. Moeilijke kwesties rondom zorg, onderwijs, landbouw en natuur worden over de schutting gegooid richting provincies en gemeenten. En politiek gevoelige kwesties worden niet in het parlement behandeld maar in achterkamertjes afgedaan bij Algemene Maatregelen van Bestuur. Om maar op het pluche te kunnen blijven zitten, is het kabinet zelfs bereid om het parlement, en de Eerste Kamer in het bijzonder, buitenspel te zetten. Als het nieuwe wetsvoorstel weer wordt verworpen in de senaat, dan drukt het kabinet de inperking van de vrije artsenkeuze door via een AMvB. De akkoorden met de zorgverzekeraars staan dus boven een democratische legitimiteit voor het inperken van zo'n belangrijk patiëntenrecht. Ongehoord!

Honderdduizenden mensen die van de zorg afhankelijk zijn, zijn hun zorg niet meer zeker. In de gezondheidszorg staat niet langer de mens centraal maar de rekening. Mantelzorg is het nieuwe mantra in de door het kabinet gewenste participatiesamenleving. Maar de coalitiepartijen zijn zelfs niet bereid om bij de crisis die ze zelf hebben veroorzaakt de mantelzorgers bij pgb'ers veilig te stellen met een noodwet die tarieven voor niet-professionele zorg reguleert.

We hebben te maken met een kabinet dat van de ene naar de andere ijsschots moet springen om geen nat pak te halen. Het is niet verwonderlijk dat twee derde van de kiezers geen vertrouwen heeft in dit kabinet. Wat wij daarvan moeten leren, is dat politiek veel meer is dan managen en besluiten nemen. Politiek gaat over geloofwaardigheid, idealen en visie. Daar ontbreekt het aan.

We weten inmiddels hoe deze participatiepolitiek met gelegenheidsakkoordjes werkt. Die heeft maar één doel: tijd kopen, hopen op betere tijden en intussen schuilen bij elkaar, ondanks gebrek aan politieke geestverwantschap.

Kiezers hebben geen vertrouwen in opportunistische politiek. Volgend jaar zijn er ten minste twee verkiezingen, zodat niet alleen politici zich kunnen uitspreken over wat in 's lands belang is, maar ook de kiezers.

In dat kader zal het u niet verbazen dat ik voorts van mening ben dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Als je naar het kabinet keek in de afgelopen maanden, dan had je de kerstcrisis van de afgelopen week eigenlijk al wel kunnen zien aankomen. Kijk naar het geklungel rond de autobelasting, het gesteggel over het al of niet boren naar schaliegas, het gedoe rond de naheffingen van de Belastingdienst en het uitstel van de belastinghervormingen.

Het is betonrot, die je niet ziet totdat het gebouw begint te brokkelen. Dan is het al te laat. Dat is precies wat we de afgelopen twee dagen hebben gezien. De grote vraag is wat de Nederlanders hiervan moeten denken. Zij staan aan de vooravond van grote veranderingen in de zorg en in de sociale zekerheid. Waar het kabinet mee bezig zou moeten zijn, is het begeleiden van die enorme overgang. Maar het is de afgelopen week vooral met zichzelf bezig geweest. Dat is misschien wel het grootste drama van deze week.

Heel Nederland snakt naar duidelijkheid uit Den Haag maar krijgt een Haags kerstcircus. Drie dagen lang verspreidde minister-president Mark Rutte vanuit het Torentje eigenlijk alleen maar vraagtekens en ondertussen was het vicepremier Lodewijk Asscher, hier ook aanwezig, die voortdurend de antwoorden binnenbracht. Hij probeerde opzichtig de boel tussen de PvdA en de VVD bij elkaar te houden. Een premier die het zo ver laat komen, is op dat moment wel heel erg de regie kwijtgeraakt. Hoe is het mogelijk dat nauwelijks twee jaar geleden Mark Rutte en Diederik Samsom elkaar plechtig beloofden, het allemaal anders te doen? Nu eens elkaar wel vertrouwen, het eerlijke verhaal, stabiliteit tot 2017; maar zelfs die belofte is Mark Rutte niet nagekomen. Zijn kabinet zit er nog, maar daar is alles ook mee gezegd.

Inhoudelijk heeft de crisis van de afgelopen week Nederland ook niets opgeleverd. In zijn brief schrijft de minister-president dat hij erop vertrouwt dat met een paar wijzigingen de wet nu wel de eindstreep haalt. Maar de drie PvdA-senatoren die nee zeiden, kunnen fier en trots volhouden dat zij geen toezeggingen hebben gedaan. Sterker nog, zij hebben de winst binnengehaald. Dat is ook wat de heer Samsom hier luid, duidelijk en triomfantelijk verkocht heeft. De wet is in zijn richting bijgebogen en de kans dat de senatoren voor zullen stemmen, is nog steeds niet meer dan het vertrouwen dat dit zal gebeuren.

Waarop is eigenlijk het vertrouwen van de minister-president gebaseerd? Wat is er de afgelopen drie dagen in die kamers gebeurd dat hij nu zo duidelijk dat vertrouwen heeft? Dat is niet alleen door de twee coalitiepartijen maar ook door de drie gedoogpartijen uitgesproken. Ze verschuilen zich nog wat achter de procedure van een AMvB, waarvan wij nu weten dat die er nooit zal komen. De heer Zijlstra sprak over een advies van de landsadvocaat. Het is misschien wel goed om dat te hebben om de discussie te beslechten. Kunnen wij dat advies voor de tweede termijn van de Kamer krijgen? Zo niet, wil de minister-president toezeggen dat hij dat zo snel mogelijk naar de Kamer stuurt?

Ondertussen staat de inhoud van de wet nog overeind: het beperken van de vrije artsenkeuze. Die keuze is door het CDA in de Eerste en in de Tweede Kamer afgewezen. Inhoudelijk bood de crisis een kans voor het CDA, namelijk dat die vrije artsenkeuze toch weer terug zou komen. Die hoop is echter klein. De aanpassingen in de brief maken niet dat de hoofdlijn verdwijnt. De vrije artsenkeuze wordt nog steeds beperkt.

Zo heeft de crisis uiteindelijk alleen maar verliezers opgeleverd. Allereerst minister-president Rutte en zijn afbrokkelende kabinet, dan de constructieve drie, die nog wat sputteren maar alweer hier heel duidelijk aangeven dat zij ook dit nieuwe voorstel zullen steunen, maar vooral de Nederlanders die drie dagen een onbegrijpelijke ruzie hebben gezien, terwijl er uiteindelijk niets verandert. Blijdschap bij de coalitiepartijen, maar zij zijn ook de enigen. Nederland heeft hier niets aan.

De heer Zijlstra (VVD):

Hoewel ik wel een lichte hint vind in de bijdrage van de heer Buma, zijn er in het aangepaste wetsvoorstel dat straks naar de Kamer komt ook zaken veranderd met steun van de CDA-fractie in de Eerste Kamer. Ik wijs op de unaniem aangenomen motie. Is dat voor de CDA-fractie in de Tweede Kamer straks aanleiding om toch eens met een wat constructievere blik naar het nieuwe wetsvoorstel te kijken?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat is een terechte vraag van de heer Zijlstra. We hebben met de bezwaren die wij hadden in de Tweede Kamer op een constructieve wijze naar de wet gekeken. Om aan onze bezwaren tegemoet te komen, hebben wij een aantal amendementen ingediend. Als de wet weer voorligt, zullen wij die amendementen weer indienen. Dan zal hetzelfde gelden als de eerste keer. Onze woordvoerder heeft toen heel duidelijk gezegd — mevrouw Bruins-Slot heeft dat de minister ook gezegd — dat die amendementen voor ons bepalend zijn voor een voorstem voor de wet. Op dezelfde manier zullen we het wetsvoorstel weer in de Tweede Kamer behandelen. Daarna komt de Eerste Kamer.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat is helder. Ik moet eerlijk bekennen dat ik me op dit tijdstip de precieze inhoud van de amendementen niet voor de geest kan halen, maar het verkiezingsprogramma van het CDA zit iets dieper geworteld in mijn geheugen. Daarin staat namelijk dat zorgverzekeraars de mogelijkheid moeten krijgen om geen vergoeding te geven aan gecontracteerden die zorg afnemen van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Het gaat om patiënten die naar een niet-gecontracteerde zorgaanbieder gaan. Het staat er letterlijk: geen vergoeding. Dat is precies wat er met het aangepaste wetsvoorstel gebeurt. Nogmaals, ik ken die eerdere amendementen niet precies, maar ik ga ervan uit dat het verkiezingsprogramma van het CDA nog steeds leidend is. Kan de heer Van Haersma Buma dat laatste bevestigen? Kan hij aangeven dat het, gezien het aangepaste voorstel, tot een constructievere houding gaat leiden? Of gaat de verantwoordelijkheidsvakantie van het CDA nog een tijdje duren?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Bij de citaten die ik altijd te horen krijg over het verkiezingsprogramma, dat ik zelf ook ken, vergeten degenen die citeren altijd de tweede zin: daarbij moet de vrije artsenkeuze zo veel mogelijk overeind blijven. Zoekt u het vooral op uw iPad op. Dan moet u even verder kijken. Dan ziet u het in dat hoofdstuk staan. In lijn daarmee is ook het amendement van het CDA ingediend. Daarom vind ik dat het amendement helemaal geen onmogelijk amendement was. Het CDA zegt ook geen nee tegen de zorghervormingen. Dat mag u terecht verwachten van het CDA. Maar we hebben wel een lijn die is geënt op het verkiezingsprogramma. Als dit met het amendement leidt tot een aanpassing van de wet, dan hebben wij onze winst binnen en stemmen wij voor de wet.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat vind ik een heel positieve ontwikkeling. Daarmee heeft de heer Buma aangegeven dat de aanpassingen, gezien hetgeen in de Eerste Kamer mede door de CDA-fractie is afgedwongen, en de verbeteringen die nu in het wetsvoorstel zijn aangegeven, precies die kant opgaan. Ik verwelkom die constructieve houding. Ik kan natuurlijk niet de garantie vragen dat u straks voor gaat stemmen. Dat zal ik ook niet doen. Maar uit de woorden die u net hebt uitgesproken, lees ik een zeer constructieve houding af, gezien het feit dat u feitelijk bediend bent op de wensen die u net hebt aangegeven.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het heeft niet zo veel zin om een spel te gaan spelen, zo van: steun het of steun het niet. Het is waar dat voor ons een aantal amendementen bepalend zijn voor een ja tegen de wet. Ik moet eerlijk toegeven dat die aanzienlijk verder gaan dan wat in deze brief staat. Daarmee zijn we er dus niet. Maar als in de tweede ronde van de behandeling blijkt dat het kabinet wel hecht aan de steun van het CDA en ziet dat die amendementen wel degelijk kunnen — want ze kunnen naar onze mening gewoon — en als die amendementen vervolgens worden aangenomen, dan mag u verwachten van het CDA dat het steun geeft aan zo'n wet. Zo zal het hopelijk gaan. Dan zou de winst uiteindelijk toch nog in het nieuwe jaar liggen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Deze week zijn we in een bijzondere situatie terechtgekomen. Die situatie ontstond dinsdagmiddag nadat in de Eerste Kamer een wet door het tegenstemmen van Kamerleden van een coalitiepartij werd verworpen. Ik zeg u in alle eerlijkheid: wij zijn door die situatie overvallen. Maar in ons staatsbestel heeft ieder Kamerlid, of het nu een Tweede Kamerlid is of een Eerste Kamerlid, het recht om zonder last bij een stemming een afweging te maken. Dat is een heel goed recht. Dat is zeg ik overigens niet als een aanmoediging in de richting van de leden van mijn eigen fractie.

De verwerping van de wet in de Eerste Kamer zorgde wel voor een nieuwe politieke situatie. We hebben in de afgelopen dagen gezien dat het kabinet en de coalitie daar hun handen vol aan hebben gehad. Het heeft uiteindelijk geresulteerd in de brief die we hedenavond hebben gekregen. Daaruit hebben we kunnen constateren dat het kabinet in die situatie een keuze heeft gemaakt. Het kabinet heeft ervoor gekozen om met een gewijzigde wet weer terug te komen of heeft in ieder geval het voornemen daartoe geuit. Als wij de brief lezen, dan zien we dat een belangrijk onderdeel van de voorgenomen wijzigingen van de verworpen wet en de nieuw in te dienen wet het wettelijk verankeren van de motie van de heer Kuiper van de ChristenUnie betreft. Dan heb ik het over de motie die afgelopen dinsdag unaniem in de Eerste Kamer is aangenomen. In die motie is heel nadrukkelijk aangegeven dat de invloed van verzekerden versterkt moet worden ten opzichte van de verzekeraars en dat verzekerden bijvoorbeeld invloed moeten krijgen op de zorginkoop van hun verzekeraars. Wij beschouwen dat als winst. Ik denk dat het kabinet daarmee voor een belangrijk deel tegemoetkomt aan veel kritiek die geleverd is op het wetsvoorstel. Velen vonden dat de balans tussen de invloed van verzekerden en de positie van de verzekeraars onvoldoende was. Het is niet heel erg gebruikelijk om, als een wetsvoorstel in de Eerste Kamer wordt verworpen, al zo snel met een aankondiging te komen van een nieuw wetsvoorstel. Aan de andere kant is het wel toegestaan. Een nieuw wetsvoorstel betekent ook dat in het parlement het debat weer gevoerd kan worden, op basis van overtuigingen en argumenten, zoals ook is gebeurd met het verworpen wetsvoorstel, zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer.

Wat zeer ongebruikelijk is in de brief, is dat het kabinet al speculeert op de situatie dat het wetsvoorstel opnieuw verworpen wordt. Ik vind dat vreemd en ik vraag het kabinet om daarop in te gaan. Misschien is het wel niet zo vreemd als wij weten hoe de huidige politieke situatie in ons land is. Als het wetsvoorstel opnieuw wordt verworpen, op de wijze waarop dat deze week is gebeurd, is dat wel een politiek feit waar wij niet zomaar omheen kunnen.

Mijn fractie begrijpt dat het kabinet zorgen heeft over de vraag hoe het verder moet met de uitvoering van het zorgakkoord, op het moment dat het wetsvoorstel verworpen is. Het zorgakkoord is primair bedoeld om de steeds maar groeiende zorgkosten te beheersen. Dat is een opgave waarvoor wij ons allemaal verantwoordelijk weten, in welke positie wij ook zitten. Wij snappen ook dat het kabinet in zo'n situatie in gesprek wil met het parlement.

Laat ik helder zijn over de opstelling van de fractie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Wij bereid om, als er een nieuw wetsvoorstel komt, daar met een open houding naar te kijken. Wij kennen het wetsvoorstel nog niet; alleen de aankondiging. Maar wij zullen er met een open houding naar kijken. Wij zijn ook altijd bereid om te spreken over de beheersing van zorgkosten, maar aan een wet met een bijsluiter van een AMvB in situaties waarin het wetsvoorstel wordt verworpen, wil mijn fractie niet meewerken. Mijn fractie constateert wel dat in ieder geval de coalitiepartijen in de Kamer die mogelijkheid nadrukkelijk openhouden. Ik vraag via u, voorzitter, aan de minister-president of dat ook bij het kabinet het geval is.

De heer Wilders (PVV):

Dat klinkt zeer duidelijk. Begrijp ik goed dat de heer Slob zegt dat, op het moment dat de mogelijkheid van een AMvB aan die wet als optie gekoppeld is, hij die wet niet zou kunnen steunen?

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb de heer Wilders weleens slechtere samenvattingen horen geven.

De heer Wilders (PVV):

Dank u zeer.

De heer Klein (Klein):

Voorzitter. Een lichtpuntje; dat is mooi in deze donkere kersttijd. Het is een lichtpuntje dat, ondanks alle drang en dwang op Kamerleden om in een keurslijf te worden gedrukt, drie PvdA-senatoren onafhankelijkheid hebben getoond. Chapeau: stemmen zonder last. Dat is de vrijzinnige weg om erosie van onze parlementaire akkoordendemocratie tegen te gaan. Het is een lichtpuntje, omdat nu ook een verbindend perspectief ontstaat op een nog betere wet. Met dank aan de drie PvdA-senatoren die dinsdag hebben tegengestemd.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Deze coalitie van VVD en PvdA is een ronduit beschamende vertoning. Geen wonder dat heel veel mensen het vertrouwen in de politiek compleet zijn kwijtgeraakt. De Haagse kaasstolp staat mijlenver af van de gewone burger. Het is een poppenkast, een circus. Deze politieke crisis is niet bezworen. Het is onduidelijk of de constructieve oppositiepartijen en de dissidente senatoren akkoord zullen gaan. De brief van het kabinet is nietszeggend en een staatsrechtelijk gedrocht. Het akkoord tussen VVD en PvdA zal niet meer dan uitstel van executie blijken. De vraag is niet of dit kabinet valt, de vraag is alleen wanneer. De letters PvdA staan voor Partij van de Amateurs, want wie verzint het om zittende senatoren niet of laag op een kandidatenlijst te plaatsen vlak voor zo'n cruciale stemming.

Nederland snakt naar lage belastingen, meer veiligheid, minder immigratie en uitstekende zorg. Nederland zou beter af zijn zonder Rutte II.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Onze democratie staat onder druk. Senatoren worden onder druk gezet en de regering doet wat ze wil. De afgelopen drie dagen werden wij via de media op de hoogte gehouden van wat er gebeurde. Dat had hier moeten gebeuren. Dit kan natuurlijk niet.

Zijn de senatoren op het ministerie van SZW onder druk gezet door vicepremier Asscher? Wat vindt u daarvan? Kan dat staatsrechtelijk? Mag dat staatsrechtelijk? Senatoren werden daar op het matje geroepen om hun besluit te heroverwegen. Huize Duivesteijn werd door minister Asscher bezocht met een dienstauto. Doel: druk zetten, druk zetten en nog eens druk zetten. Gelukkig laten senatoren zich niet lenen voor dit soort Noord-Koreaanse toestanden.

Er is overleg gevoerd in het Torentje, op Algemene Zaken, maar niet op de plaats waar dit debat thuishoort: hier, in het hart van de democratie. Hier had dat debat moeten plaatsvinden en niet in de achterkamertjes. Democratie betekent dat je ook een besluit accepteert wanneer het de regering niet uitkomt. De Eerste Kamer heeft als taak een wetsvoorstel te beoordelen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De Eerste Kamer heeft een afweging gemaakt. De regering zou dit moeten respecteren en accepteren. Door senatoren onder druk te zetten, kun je niet regeren.

Wat kunnen wij nog meer verwachten van deze regering? Dat senatoren ook onder druk worden gezet wanneer ze het niet eens zijn met het leenstelsel in het hoger onderwijs? Gaat de dienstauto van minister Asscher opnieuw ingezet worden om een kritische senator onder druk te zetten? Moeten wij dan weer dagen wachten? Moet de heer Roemer dan weer tien keer een regeling aanvragen zodat wij eindelijk een debat kunnen voeren hier in het hart van de democratie?

Ik wil afsluiten met een oproep aan alle senatoren. Nu, maar ook voor in de toekomst. Laat onze democratie niet onder druk zetten en houd uw rug recht.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Mag ik via u mijn dank uitspreken aan het kabinet? Het is altijd een probleem om een fraaie stunt te bedenken bij het starten van een verkiezingscampagne. Bij 50PLUS hadden we al diverse opzetjes klaarliggen, maar het kabinet heeft ons de afgelopen dagen ruimschoots overtroffen. Het is in Nederland nu heel duidelijk geworden dat wij op 18 maart weer gaan stemmen voor de Provinciale Staten en daarmee indirect ook voor de Eerste Kamer. Jammer dat het kabinet deze kans niet heeft aangegrepen om die datum ook te reserveren voor de nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Toch zal ook zo echt duidelijk worden wat de gevolgen zullen zijn van het feit dat we hier te maken hebben met twee partijen die elk een achterban hebben die in grote mate juist een hekel heeft aan de achterban van de andere partij. Het gaat om partijen die elkaar wantrouwen. Dat blijkt wel uit het feit dat men de afgelopen dagen vele uren nodig had om eruit te komen. Daardoor werd het voor iedereen duidelijk dat het wederzijds vertrouwen van de twee partijen er niet beter op is geworden. Of kan de minister-president hier met de hand op zijn hart verklaren dat de Partij van de Arbeid en de VVD elkaars natuurlijke partners zijn en dat het onderlinge vertrouwen er niet onder heeft geleden? Op die vraag zou ik graag een helder antwoord krijgen.

Anders dan de voorpagina van de Volkskrant van deze morgen, wil ik complimenten aan de minister van Volksgezondheid gegeven. Het is een prestatie hoe zij de tegenspartelende Partij van de Arbeid inhoudelijk zo op de knieën heeft gekregen. In de brief lezen we dat de kern van het voorstel behouden blijft. Daarmee drukt ze de kritische senatoren met hun neus op de grond.

Door dit alles wordt het parlement buitenspel gezet. Dat is bij mijn weten op deze wijze nog niet eerder in Nederland vertoond. Nederland kent geen regeerdecreet. Het is bovendien duidelijk dat de grenzen van de bezuinigingen en van het verder versoberen van de zorg nu bereikt zijn. Tot hier en niet verder, luidde de heldere boodschap van de Eerste Kamer. 50PLUS heeft er al eerder op gewezen dat die grens bereikt zou worden.

Toch zit ik nog met diverse vragen. Welke garanties zijn er nu? Zijn ook alle oppositiepartijen akkoord? Wat als onverhoopt een van de drie senatoren van de Partij van de Arbeid zou uitvallen? Het kan zijn dat bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer niet de huidige drie kritische Kamerleden hun stem zullen uitbrengen, maar dat er een tussentijdse vervanging heeft plaatsgevonden, om welke reden dan ook. Dat geldt trouwens ook voor de andere leden van de fractie van de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. Heeft men dan nog steeds een redelijke garantie van die opvolgers? Verder hebben de drie senatoren van de Partij van de Arbeid erop gewezen dat zij zich niet definitief kunnen binden, omdat zij hun stem na het debat in de Eerste Kamer moeten bepalen. Anders zou immers bij voorbaat het hele debat in de senaat overbodig zijn. Erkent de minister-president dat die ruimte er moet zijn en dat om die reden het geen garantie is dat de drie senatoren van de Partij van de Arbeid, ongeacht wat er gebeurt en wat er bediscussieerd wordt, als blinde paarden voor moeten stemmen? Erkent de minister-president ten slotte op grond van mijn stellingen dat er geen zekerheid is dat de fractie van de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer unaniem voor het voorstel zal stemmen?

Ik ben benieuwd naar de antwoorden. Ik wens de leden van het kabinet, ondanks alles mooie feestdagen. En ik wens iedereen in Nederland vooral een béter 2015.

De voorzitter:

Hiermee is er een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt van 02.24 uur tot 02.37 uur geschorst.

Minister Rutte:

Voorzitter. Mevrouw Schippers zal zo direct een aantal vragen beantwoorden over de vrije artsenkeuze, de vraag van de heer Van der Staaij over de waarborgen en een enkele vraag over het pgb. Zij zal ook ingaan op de kwestie van het risico op verhoging van het eigen risico of van de premie in geval van bepaalde omstandigheden. De heer Asscher zal geen vragen beantwoorden, want die zijn hem niet gesteld. Ik zal zelf een aantal dingen zeggen over het proces en hoe nu verder.

Ik wil mij allereerst aansluiten bij de woorden van Kees van der Staaij van de SGP. Hij sprak over de noodzaak van een breder draagvlak, de mogelijkheid zelfs van een breder draagvlak hier in de Kamer. Ik denk dat we inderdaad nu een kans hebben bij het opnieuw indienen van het wetsvoorstel met de aanpassingen die plaatsvinden, waarin verwerkt de discussies die hier gevoerd zijn, de discussies die in de Eerste Kamer gevoerd zijn en de motie van de heer Kuiper die is aangenomen. Ik denk dat dat inderdaad een kans biedt om met elkaar te zoeken naar een breder draagvlak dan er tot nu toe voor het wetsvoorstel was en dat zou op zichzelf een goede zaak zijn. Dat is ook echt een ambitie van het kabinet.

De heer Roemer (SP):

Ik kan me voorstellen dat de minister-president graag wil beginnen met de manier waarop hij het probleem wil oplossen, maar het zou hem eigenlijk veel meer sieren als hij eerst een duiding zou geven van hoe hij de week heeft beleefd.

Minister Rutte:

Als ik die vraag krijg op mijn persconferentie op vrijdag, zeg ik altijd: het is mijn taak om met mijn collega's het land te besturen en om ervoor te zorgen dat we dit mooie land sterker maken, en ik ben niet zo van de afdeling reflecteren.

De heer Roemer (SP):

Dan moet de minister-president dat maar eens gauw gaan doen, want het was natuurlijk één grote chaos. Het kan namelijk gewoon zijn dat er een keer een wetsvoorstel in de Eerste Kamer sneuvelt. Dat gebeurt wel eens vaker in een democratie. Normaal gesproken neemt het kabinet dan het wetsvoorstel mee terug en gaat het eens rustig nadenken hoe het dat gaat doen. Nu is er een enorme ruzie ontstaan. Er is een enorme chaos ontstaan. Er is van alles gebeurd over en weer, zoals ministers die bij senatoren thuis van alles moesten doen. Er is onder druk gezet, er zijn dreigementen geuit, er is geïntimideerd en noem maar op. Dan kun je toch niet wegkomen met: ik reflecteer niet?

Minister Rutte:

Ja, ik denk het wel.

De heer Roemer (SP):

De minister-president kan er een grapje van maken …

Minister Rutte:

In alle ernst, voorzitter …

De heer Roemer (SP):

Het is alle ernst, voorzitter.

Minister Rutte:

Mijnheer Roemer, ik had het woord nog.

De heer Roemer (SP):

Ik was even aan het woord nu. Hij was klaar met zijn beantwoording, voorzitter.

De voorzitter:

Laten we eerst even luisteren van de heer Roemer. Dan geef ik daarna de minister-president de gelegenheid om te antwoorden.

De heer Roemer (SP):

Ik had er echt op gerekend dat de minister-president oprecht zou zeggen wat hij van de week vond. Als hij niet verder komt dan "ik reflecteer niet" en "het gaat me niets aan" dan is hij het bijna niet waard om hier het kabinet voor te zitten. Laat ik het dan ook zo hard zeggen. Er is van alles gebeurd: een minister die met haar portefeuille zwaait, senatoren die te horen krijgen dat ze vooraf bij het kruisje moeten tekenen, kabinetsleden die senatoren thuis onder druk zetten en coalitiepartijen die elkaar een ultimatum stellen. Dit is dan het stabiele kabinet waar de premier voor zegt te staan, in elk geval twee jaar geleden. Dan hier zeggen "ik reageer nergens op, ik lach het maar een beetje weg", dat kan echt niet.

Minister Rutte:

Wat er gebeurd is, hebben we allemaal kunnen zien. Ook de heer Roemer. Dat is inderdaad dat een belangrijk wetsvoorstel in de Eerste Kamer geen steun kreeg. Het is geen gewoon wetsvoorstel waar geen steun voor is — dat kan inderdaad gebeuren — maar een wetsvoorstel dat van groot belang is voor de verdere vervolmaking van ons hele zorgstelsel en voor het voorkomen van verdere kostenstijgingen in de toekomst die onnodig zijn en die, als we die niet onder controle weten te houden met elkaar, zullen leiden tot stijging van premies of bijvoorbeeld het eigen risico. Het is zodanig belangrijk dat dat reden is geweest voor de coalitiepartijen om zich met elkaar te beraden over de vraag hoe zij dit probleem zouden oplossen. Dat kost tijd. Dat is ingewikkeld. Daar hebben we de afgelopen twee dagen, 48 uur, voor genomen. We hebben daar bijna letterlijk de volle 48 uur voor genomen. Daar zijn we met elkaar uitgekomen.

Ook dat hoort bij een coalitie, dat je soms op een probleem stuit. Dan is het van belang dat je dat probleem oplost. Dat zal niet altijd kunnen. Er zijn ook coalities die vallen. Zoals ik in mijn statement aan het begin van dit debat heb gezegd: mijn, onze ambitie was om hieruit te komen. Dat is gelukt.

De voorzitter:

Mijnheer Roemer, tot slot.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter, ik zal er dadelijk nog wel een paar keer op terugkomen.

De voorzitter:

Ja, dat kan.

De heer Roemer (SP):

Dit is namelijk een nikszeggend antwoord. Het is wegkijken van wat er gebeurd is. Heel Nederland heeft deze chaos gezien en heeft gezien dat de premier blijkbaar de regie over het hele circus is kwijtgeraakt, en dan krijgen we zo'n antwoord. Dat is eigenlijk te schandalig voor woorden. Laat ik er twee elementen uithalen. 1. Wat is de duiding van de minister-president en wat heeft hij eraan gedaan om te voorkomen dat de minister van Volksgezondheid inderdaad met haar portefeuille heeft gezwaaid? 2. Vindt de premier het kies dat bewindspersonen aan senatoren vragen om vooraf garanties te geven om voor een wet te stemmen?

Minister Rutte:

Ik vind het volstrekt normaal dat gekeken wordt bij belangrijke politieke kwesties naar de landingsrechten daarvan in de Kamers van het parlement. Dat doen we altijd. Dat is het normale werk. Dat kun je op alle mogelijke manieren beleven. Soms zijn dat stevige gesprekken die, zeker in geval van regeringsdeelname, heel normaal zijn. Ik laat verder de kwalificatie van die gesprekken die de heer Roemer eraan geeft, geheel voor zijn rekening. Maar dat je met elkaar spreekt over de vraag hoe je de landingsrechten kunt bereiken, is volstrekt normaal. Als dat niet zou kunnen, is dat wel een heel gekke situatie. Dat in reactie op de heer Roemer.

O ja, er is nog de vraag over de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij heeft steeds gezegd dat dit een heel belangrijk onderwerp is. Dat heeft mij, ons allemaal en ook haarzelf gemotiveerd om eruit te komen. En dat is goed gelukt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nou, die laatste zin … Het is wel typisch voor deze premier om zo'n samenvatting te geven. Er is een probleem gesignaleerd, dat moest opgelost worden en dat is gelukt.

Minister Rutte:

Ja, zo is het.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar er is meer gebeurd. Mijn vraag is de volgende. Als het nu zo gaat dat afspraken die men denkt te maken in de coalitie, zo losgelaten worden, waarna iedereen boos is, waarna iedereen drie dagen zo bij elkaar zit en dan zo'n resultaat wordt bereikt, wat zegt dat over de staat van de coalitie van deze premier?

Minister Rutte:

Deze coalitie hervormt meer dan welk kabinet na de oorlog. Dat is mijn politieke oordeel. Dat doen wij niet alleen als coalitie. Dat doen wij in heel nauwe samenwerking met drie partijen in deze Kamer die geen deel uitmaken van de coalitie maar op een aantal onderdelen hebben gezegd: mits voor ons belangrijke punten worden gerealiseerd willen wij steun geven. Dat is ook van belang voor het draagvlak in de Eerste Kamer. Dat heeft op dit moment geleid tot het door het parlement loodsen van een hervormingspakket — daar zitten we nog middenin — en de tenuitvoerlegging daarvan. Nogmaals, mijn politieke oordeel is: het grootste van na de Tweede Wereldoorlog. Het gaat voorbij aan Lubbers I, het gaat voorbij aan Kok I, het gaat voorbij aan Balkenende II. Als je daarmee bezig bent, kan het voorkomen dat je op een politiek probleem stuit. Bij zo'n grote operatie kan dat voorkomen. Dat is hier gebeurd. Dan is het vervolgens zaak dat er de politieke wil is om eruit te komen. Dat is een ingewikkelde kwestie, dus daar hebben we ook tijd voor moeten nemen. Dat is gelukt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als de minister-president denkt aan hoe de Nederlanders de afgelopen week hebben beleefd, kijkend naar de televisie, de chaos gezien hebbend, hoe denkt hij dan zelf dat de Nederlanders de afgelopen week naar zijn kabinet hebben gekeken?

Minister Rutte:

Zoals wij allemaal, namelijk dat een belangrijk wetsvoorstel in de Eerste Kamer onvoldoende steun kreeg, dat het wetsvoorstel zodanig belangrijk was dat dat niet zomaar kon passeren en dat we moesten zoeken naar een uitweg uit dit politieke probleem. Ik meen dat we die uitweg hebben gevonden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ben bang dat de premier echt een volstrekt verwrongen beeld heeft van hoe Nederland naar deze chaos kijkt. Nederland is bezig met wat er op 1 januari allemaal gebeurt met de zorg en ziet een kabinet dat alleen met zichzelf bezig is. Nog één vraag aan de premier. Na alles wat er deze week gebeurd is en alle boze woorden over en weer, vooral naar de Partij van de Arbeid, acht hij het nog normaal en acht hij het nog denkbaar dat hij de rit uitzit tot 2017 met dit kabinet en met deze partner?

Minister Rutte:

Ja. De wijze waarop deze twee partijen erin geslaagd zijn de afgelopen paar dagen om de gezamenlijke zoektocht naar een oplossing te doen, de sfeer die daarbij was en het vertrouwen waarin we dat deden, wetend dat het ingewikkeld was, heeft dat vertrouwen alleen maar versterkt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik hoor ook de minister-president zeggen dat er sterk vertrouwen is. Ik ken deze minister-president ook als degene die zegt: garanties krijg je alleen op stofzuigers.

Minister Rutte:

Zo is het.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Er is dus volledig vertrouwen in dit aangepaste voorstel, dat ofwel substantieel aangepast is als je naar Samsom of Zijlstra luistert, ofwel helemaal niet veranderd is als je de appreciatie van Pechtold neemt. Als het vertrouwen er is dat het voorstel gewoon door de Eerste Kamer gaat, waarom is er dan een "stofzuigergarantie" ingebouwd in de vorm van een AMvB-dreiging?

Minister Rutte:

Het kabinet heeft afspraken gemaakt met ziekenhuizen, patiëntenverenigingen en allerlei organisaties in de zorgsector. Als coalitie hebben wij het vertrouwen dat de weg waarlangs wij deze wetgeving verder zullen leiden, zal resulteren in een meerderheid voor het wetsvoorstel in beide Kamers van het parlement. Dan vind ik het logisch, ook gelet op de gemaakte afspraken met partijen buiten dit parlement, dat wij laten zien dat wij er alles aan willen doen om uiteindelijk de gemaakte afspraken ook echte afspraken te laten zijn. Om die reden hebben wij gezegd: mocht het toch niet lukken — wij denken dat dit niet het geval zal zijn, want wij zijn ervan overtuigd dat het lukt — dan gaat de coalitie in gesprek met de Kamer om samen een zoektocht te maken naar een oplossing.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zijn het de zorgakkoordpartners buiten het parlement die geëist hebben dat er een backdoorgarantie via een AMvB ingebouwd wordt, of was het de VVD die er geen vertrouwen in had dat de PvdA in de Eerste Kamer deze tweede poging wel zal aanvaarden?

Minister Rutte:

De overtuiging van de coalitie is dat het aangepaste wetsvoorstel zal kunnen rekenen op een meerderheid in beide Kamers van het parlement. Dat vertrouwen hebben wij. Wij hebben niet alleen te maken met het parlement, maar ook met de afspraken die zijn gemaakt in het zorgakkoord en met de verschillende akkoorden die vorig jaar gesloten zijn met allerlei partijen, spelers, ziekenhuizen, artsenverenigingen et cetera over de aanpak van een aantal grote vraagstukken in de zorg, waarbij dit wetsvoorstel heel essentieel is. Nu dat een keer fout is gegaan, vind ik het logisch dat wij in een brief aan de Kamer nog eens uitspreken dat wij er alles aan willen doen om het te laten slagen en dat afspraak met de genoemde partijen ook afspraak is.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dat was wel een antwoord, maar niet op mijn vraag. Was het de wens van de VVD om ervoor te zorgen dat de PvdA niet een tweede keer in de fout zou gaan in de Eerste Kamer? Of was het de wens van de maatschappelijke partners, de zorgpartners waarmee het zorgakkoord is gesloten? Hebben die misschien gezegd: wij hebben eindeloos onderhandeld om tot een zorgakkoord te komen, nu moeten jullie dat maar gewoon uitvoeren? Op wiens wens is dit erin gekomen? Die hele constructie rond de AMvB, die wij het eerst van de heer Samsom hoorden, was die ingegeven door de partners van het zorgakkoord, of door de VVD?

Minister Rutte:

De coalitie heeft vertrouwen dat het wetsvoorstel door de Kamer zal komen. De coalitie voelt zich ook zeer verantwoordelijk tegenover de partijen buiten het parlement waarmee afspraken zijn gemaakt. Vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij voelen tegenover de partijen buiten deze Kamer in de zorgsector, heeft het kabinet het noodzakelijk geacht om de extra garantie op te nemen dat het, mocht het toch niet lukken, in overleg met de Kamer zal gaan om te komen tot een gezamenlijke zoektocht naar een oplossing.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben erg geïnteresseerd in dat overleg met de Kamer. Ik zou graag willen dat de minister-president daar iets verder op ingaat. Ik koppel daaraan de reeds gestelde vraag over het advies van de landsadvocaat. Wanneer kunnen wij dat advies krijgen?

Voorts een vraag over het overleg met de Kamer. Als de hoffelijke procedure voor de tweede maal alsnog onverhoopt niet lukt, zal de route langs artikel 126 lopen, als ik het goed begrijp. Wil de minister-president die route vooraf laten verkennen door de Raad van State?

Minister Rutte:

De gedachte die ik zo-even in de in de parlementaire behandeling heb gehoord, laat ik echt voor de Kamer en voor de fracties in de Kamer, zelfs als die komen uit de hoek van de coalitiefracties. Dat geldt ook voor alle afkortingen en artikelen. Ik laat dat echt aan hen. Het kabinet is ervan overtuigd dat dit gaat lukken en dat wij, als dit niet gaat lukken, ons dan zullen verstaan met de Kamer. Dan gaan wij samen zoeken naar een oplossing. Dat is echt het enige wat ik de Kamer daar nu over kan zeggen. Verder is alles als-dan. Ik ben ervan overtuigd dat het zover niet komt; wij komen er zeker uit. Gelet echter op de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij voelen tegenover de partijen in de zorgsector, vinden wij het noodzakelijk om te zeggen dat wij er alles aan zullen doen om er samen met de Kamer uit te komen. Al die varianten die genoemd zijn in het debat, moet ik echt laten aan de partijen in de Kamer.

De heer Pechtold (D66):

Of het is een holle frase, want je kunt bij ieder wetsvoorstel schrijven: als we er niet uitkomen, gaan we in overleg; dat lijkt mij meer dan duidelijk. Of het betekent wat. Als beide fractievoorzitters van de coalitiepartijen daarbij het begrip AMvB noemen, vind ik het van belang, zeker omdat de premier alsnog tracht transparantie over het proces te geven, om te weten of hij die AMvB ziet als een van de middelen waarin dat overleg gestalte zou moeten krijgen. Ik vraag hem heel concreet, en daar wil ik ook wel antwoord op, of hij bereid is om zo'n procedure vooraf te laten toetsen door de Raad van State. Ik heb ook nog geen antwoord op mijn vraag over het advies van de landsadvocaat.

Minister Rutte:

Een advies van de landsadvocaat brengt het kabinet nooit naar buiten. Dat is policy. Het antwoord op de vraag over de Raad van State is ja. Mocht het bij de zoektocht naar een oplossing noodzakelijk zijn om als vast onderdeel advies aan de Raad van State te vragen, dan zullen we dat vanzelfsprekend doen. Dat is pas nadat wij vastgesteld hebben dat de route via het nieuwe wetsvoorstel niet heeft gewerkt en nadat wij met elkaar die gezamenlijke zoektocht hebben gedaan.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben blij met de toezegging dat de route of een route, want zo begrijp ik het nog steeds …

Minister Rutte:

Een route.

De heer Pechtold (D66):

Als het de route was geweest, had dat in de brief kunnen staan.

Minister Rutte:

Nee, een route, precies.

De heer Pechtold (D66):

Ik begrijp heel goed dat de nuance is dat het een route is die vooraf getoetst kan worden, transparant, door de Raad van State, zoals gebruikelijk. Dat noteren we. Een heel advies van de landsadvocaat wordt niet naar buiten gebracht, maar ik vind het wel cruciaal dat we de argumentatie van de landsadvocaat kunnen wegen, omdat ik het gevoel heb dat de landsadvocaat niet heeft geadviseerd over het in de wet brengen van de reeds gedane toezeggingen, maar juist over dit stuk. Ik denk dat dit in de senaat met interesse gevolgd zal worden, wanneer die route van de AMvB een onderdeel van de oplossing hier kan zijn.

Minister Rutte:

De heer Pechtold speculeert over een mogelijke route. Dat laat ik aan de fracties in de Kamer. Ik ben nog niet zo ver. Voor mij geldt dat we een succes gaan maken van het wetsvoorstel. Mocht dat niet lukken, dan doe ik één toezegging: dat het kabinet niets doet dan nadat wij, de Kamer en het kabinet, samen die oriëntatie hebben gedaan. Dan gaan we kijken naar de opties die op tafel komen om uitvoering te geven aan die akkoorden in de zorg. Ik loop er totaal niet op vooruit wat dat zou kunnen zijn.

Dan de landsadvocaat. Dat klinkt heel chic en dat is het ongetwijfeld ook, maar het is gewoon een advocatenkantoor, niet meer dan dat. Dat geeft steun aan de departementale wetgevingsjuristen, als het nodig is om even extra adviezen te geven. Dat gebeurt op allerlei terreinen en op allerlei momenten, maar die brengen we nooit naar buiten. Het is onderdeel van de normale besluitvorming in een kabinet om te zeggen: we zitten hieraan te denken, zou dat kunnen? Als je die deeladviezen naar buiten brengt, sluit je de mogelijkheid af voor een kabinet om tot besluitvorming te komen op basis van adviezen die misschien niet leiden tot beleid of die aanleiding zijn om bepaald beleid niet te voeren. Het inzage geven daarin kan politiek ingewikkeld zijn, dus dat doen we nooit. Om die reden brengen we de adviezen van de landsadvocaat nooit naar buiten. Dat kan wel bij de Raad van State. Het kan zijn dat wij bij de gezamenlijke oriëntatie komen tot een route waar de Raad van State een logisch onderdeel van is. Het kan ook zijn dat de Kamer zegt: misschien is het geen standaard onderdeel, maar vraag de Raad van State advies. Dan gaan we dat natuurlijk doen, zonder meer.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik hoorde de minister-president zeggen dat het advies van de landsadvocaat niet naar buiten gaat en dat het kabinet dat dus bij zich houdt. In eerste termijn heb ik een vraag gesteld aan de fractievoorzitter van de grootste regeringspartij, die citeerde uit het advies van de landsadvocaat. Kortom, deel dat gewoon met de rest van de Kamer. Als dat niet in het openbaar kan, willen we het in beslotenheid kunnen lezen.

Ik heb nog een andere vraag aan de minister-president. Betekent dit dat het kabinet kiest voor de koninklijke route van een gewijzigd wetsvoorstel? Zitten er geen bijsluiters bij dit wetsvoorstel? Als dit wetsvoorstel de Tweede Kamer is gepasseerd, richting de Eerste Kamer, zit er dan ook geen bijsluiter bij dat een AMvB tot de mogelijkheden behoort?

Minister Rutte:

Nee, dat klopt. Wij gaan het wetsvoorstel in procedure brengen en wij willen daar een succes van maken. Het kan hier of later in de Eerste Kamer stranden, maar dat verwachten we niet, omdat het vergaand rekening houdt met allerlei opvattingen die in de verschillende debatten naar voren zijn gekomen. Mocht het echter stranden, dan zullen Kamer en kabinet met elkaar in gesprek gaan over de vraag hoe we moeten omgaan met de ontstane situatie, ook gegeven de afspraken die zijn gemaakt met allerlei partijen in de zorg. Op geen enkele manier lopen we hierbij vooruit op de wijze waarop we dat gaan doen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Is het kabinet, horende de Kamer, waar grote bezwaren zijn tegen een AMvB, bereid om gewoon uit te spreken dat een AMvB niet tot de mogelijkheden behoort als straks mogelijkerwijs een wetsvoorstel voor de tweede keer wordt verworpen en er gezocht moet worden naar oplossingen voor een probleem, namelijk het zorgakkoord? Ik zit nu echt te speculeren, maar daar is het kabinet in de brief mee begonnen.

Minister Rutte:

Dat vind ik een vreemde vraag, omdat er twee keer sprake is van als-dan. De eerste als-dan betreft het vastlopen van het wetsvoorstel. De tweede als-dan betreft hetgeen naar voren kan komen uit de gezamenlijke oriëntatie, de route die een aantal partijen hier genoemd hebben. En dan moet ik nu al zeggen wat ik daarvan vind. Ik ga die als-danvraag nu niet beantwoorden. Dat zien we wel als het ooit zover komt.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik ben niet over als-dan begonnen. Het kabinet heeft een brief gestuurd naar de Kamer met een als-dan.

Minister Rutte:

Ja, één.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ja, één, maar die als-dan maakt natuurlijk iets los bij de Kamer. De Kamer wil dan graag weten wat die als-dans zijn. Wat zijn de mogelijkheden? De regeringspartijen hebben er één genoemd. U weet dat mijn fractie, de fractie van de ChristenUnie, er principieel bezwaar tegen heeft als deze echt op tafel komt te liggen. Ik vind het zelf plezierig om vanuit mijn positie duidelijkheid te geven aan het kabinet, maar ik vind het ook plezierig als ik zelf duidelijkheid terugkrijg van de kant van het kabinet.

Minister Rutte:

Die geef ik. In het wetsvoorstel zal op geen enkele manier gerefereerd worden aan de als-dan als het vastloopt. In het wetsvoorstel zal sprake zijn van één AMvB. Dat is de AMvB die samenhangt met datgene waarover ook de motie-Kuiper in de Eerste Kamer gaat. Dat is de enige AMvB waarvan sprake zal zijn in het wetsvoorstel. Die zal zelfs ook verankerd worden in het wetsvoorstel. Dat is echter een heel andere AMvB dan de AMvB waarvan sprake was in de eerste termijn van de Kamer. Ik denk ook dat de heer Slob dit zal steunen. Verder zal er in het wetsvoorstel op geen enkele manier, ook niet tijdens de behandeling ervan, gesproken worden over de als-dan als het wetsvoorstel zal vastlopen. Als dat gebeurt, is er sprake van een nieuwe situatie en dan zullen we daarover in gesprek gaan.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter, ik heb allereerst een soort punt van orde voor u. De minister-president reageerde niet op een terecht punt van de heer Slob over het advies van de landsadvocaat. Het kan best zijn dat het gebruikelijk was dat dit bij het kabinet bleef, maar de VVD-fractie heeft bij monde van haar fractievoorzitter laten weten inzage te hebben gehad. Hij heeft ook vrijelijk geciteerd uit het advies. Het kan niet zo zijn, zeg ik tegen u, voorzitter, dat één fractie in de Kamer het advies wel heeft mogen inzien en de rest niet. Ik ga ervan uit dat u regelt dat het vertrouwelijk of niet-vertrouwelijk ingezien kan worden. Het is dus eigenlijk een verzoek aan u.

De voorzitter:

Ik neem uw verzoek in beraad. Ik moet het met dezelfde antwoorden doen als de rest van de Kamer. Als de meerderheid van de Kamer iets uitspreekt, zal ik dat uitvechten. Ik kan er niet meer van maken maar ook niet minder. In zijn algemeenheid kan ik eraan toevoegen dat ik een vraag van de Kamer altijd zal voorleggen aan het kabinet met het verzoek om daar positief op te reageren. Het is aan het kabinet om het dan wel of niet te doen.

De heer Roemer (SP):

Het spijt me zeer, maar ik vind dit een onacceptabel antwoord. De minister-president zegt dat het gebruikelijk is dat het advies van de landsadvocaat bij het kabinet blijft. Blijkbaar heeft het kabinet wel besloten dat één fractie — wellicht zijn het er twee, maar daar heb ik het niet van gehoord — het mocht inzien. Dat kan niet. Ik wil, hetzij van u, hetzij van de premier, de toezegging dat wij het mogen inzien.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u dat zo meteen vastlegt in een motie. We zullen dan bekijken hoe we daarmee kunnen omgaan.

De heer Pechtold (D66):

Ik denk dat dit niet nodig is, want ik heb een vraag aan de minister-president. Kent hij het advies van de landsadvocaat inzake uitsluiting Amerikaanse ondernemingen?

De voorzitter:

De premier schudt nee. Dat zeg ik dan maar voor de Handelingen.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb het hier voor me. Het is de Kamer ter beschikking gesteld door doctor R.H.A. Plasterk.

Minister Rutte:

Aha!

De heer Pechtold (D66):

Zou de minister-president nu niet meer willen draaien en zeggen dat het nooit gebeurt? Laten we ook collega Zijlsta niet verder in verlegenheid brengen. Ik stel dus voor om de niet-bestaande traditie om dit soort adviezen niet met de Kamer te delen, gewoon weer te laten varen. Ik zou, gelet op de wijze waarop de afgelopen dagen verlopen zijn en het nachtelijk uur waarop wij debatteren, dit touwtrekken opgeven, minister-president. Kunnen wij, zoals gebruikelijk, inzage krijgen in het advies van de landsadvocaat?

Minister Rutte:

Nee. Dat kan echt niet, want dan gaan wij op de glijbaan. Waarom is dat? Dat is — de heer Pechtold weet dat ook als oud-minister — omdat het, bij de besluitvorming in een coalitie, in een kabinet en soms ook bij het aftasten van de wijze waarop iets landt bij de coalitiepartijen in de Kamer, heel normaal is dat er allerlei juridische adviezen worden gevraagd. Als je die iedere keer zou moeten openbaren, geef je inzage in de wordingsgeschiedenis van de uiteindelijke besluiten die worden genomen. Het inzage geven in die wordingsgeschiedenis zou het heel ingewikkeld maken om te komen tot goede besluiten. Het nemen van goede besluiten vraagt een vertrouwelijk proces.

De heer Pechtold (D66):

Laat ik dan maar helder zijn. Als de minister-president dit volhoudt, is dit voor mijn fractie een extra reden om argwanend te zijn over de regel waarin staat dat er in overleg getreden wordt met de Tweede Kamer op het moment dat de procedure voor de tweede maal sneuvelt. Ik zou de minister-president dringend willen verzoeken ...

Minister Rutte:

Dit begrijp ik niet.

De heer Pechtold (D66):

De minister-president zegt dat hij het niet snapt. Ik zal helder zijn. Er staat in de brief een bijzondere zin over de te volgen procedure indien het misgaat. Daarover is advies ingewonnen bij de landsadvocaat. Dat advies gaat niet over de inhoud van de wet. Dat moet gaan over de mogelijkheid van de AMvB. Als dat een mogelijkheid is — de minister-president ontkent dat niet — vraagt mijn fractie hem om dat advies van de landsadvocaat te delen, net als hij bereid was om de Raad van State om advies te vragen en dat te delen.

Minister Rutte:

Dan verwijs ik naar het vorige antwoord.

De voorzitter:

De naam van de heer Zijlstra werd een paar keer genoemd. Ik denk dat het handig is om hem eerst even het woord te geven om een verduidelijkende opmerking te maken.

De heer Zijlstra (VVD):

Dit alles is, geloof ik, begonnen met de constatering dat ik een advies van de landsadvocaat zou hebben ingezien. Iedereen moet de Handelingen er maar eens op nakijken. Ik heb geen citaat gegeven uit een advies. Ik heb geschetst dat je, als je in een proces zit waarin je allerlei oplossingen langsloopt en waarin er vragen zijn, laat checken of zaken kloppen. Het antwoord dat ik daarop van het kabinet heb gekregen, was: wij horen van de landsadvocaat dat het juridisch sound is. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat ik geen advies gezien heb, maar dat ik wel gerustgesteld was nadat het kabinet mij had laten weten dat het juridisch sound was.

De voorzitter:

Ik ga even een procedurele opmerking maken, voordat we hier een debat krijgen tussen de Kamerleden onderling terwijl dit de termijn van de regering is. Deze opmerking is nu ter verduidelijking gemaakt. De premier vraagt hierop het woord. Ik stel voor dat wij het debat met het kabinet hervatten. Mochten de opmerkingen van de heer Zijlstra vragen opgeleverd hebben, dan kunnen die in de tweede termijn aan hem gesteld worden.

Minister Rutte:

Ik wil het volgende schetsen. Bij besluitvorming op weg naar politieke keuzes is het heel normaal dat je juridisch advies krijgt van de eigen wetgevingsjuristen van de departementen. Het is ook heel normaal dat zij op geëigende tijden even een second opinion vragen of gebruikmaken van de nadere expertise van andere juridische adviseurs, zoals de landsadvocaat. In dit specifieke geval was dat ook nog mondeling. Er is even een toets gedaan op een bepaalde variant om na te gaan hoe die zou uitwerken. Dat was mondeling. Dat heeft de heer Zijlstra vernomen en dat heb ik ook zelf vernomen. Dat advies is niet op schrift gesteld; het was een mondeling advies. Dat doet niets af aan mijn algemene stelling dat wij adviezen van de landsadvocaat vertrouwelijk houden.

De heer Roemer (SP):

Ik heb zelden zo'n kul antwoord gehoord. Je gaat niet zomaar een adviesje vragen omdat je denkt: laat ik eens even een adviesje vragen. Hier is doelbewust juridisch advies gevraagd over de vraag of het mogelijk is om de Eerste Kamer te omzeilen via een Algemene Maatregel van Bestuur. U hebt niet voor niets in de brief opgenomen dat u gaat zoeken naar andere mogelijkheden om de kernwaarden van de wet alsnog erdoorheen te krijgen. Zoiets kan alleen maar via een Algemene Maatregel van Bestuur. En zelfs daarover is nog zeer grote twijfel of het überhaupt wel kan, omdat die wet daar eigenlijk niet in voorziet. Daarom hebt u natuurlijk ook een advies gevraagd. Dit is dus een heel essentieel onderdeel op het onderwerp waar het kabinet zelf mee begonnen is.

Minister Rutte:

Ik laat die hele analyse echt voor rekening van de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):

Ik word wel even krankjorum van het wegkijken, het weglachen en het negeren van serieuze vragen van het parlement. In de brief van het kabinet wordt nadrukkelijk de mogelijkheid opgenomen dat de Eerste Kamer de wet wederom niet aanneemt. Daar heeft het kabinet natuurlijk gegronde redenen voor. Anders wordt dat immers niet in de brief opgenomen. U weet dat de drie senatoren hebben gezegd dat zij afbraak van de vrije artsenkeuze niet accepteren. U hebt dus een probleem. Als u dat in de brief schrijft, dan moet u ook de vragen erover beantwoorden. Dan moet u die niet weglachen en dan moet u die niet negeren. Dan moet u niet doen alsof u gekke Henkie bent.

Minister Rutte:

De heer Roemer raakt geagiteerd.

De heer Roemer (SP):

Behoorlijk!

Minister Rutte:

Dat merk ik. Dat moet hij verder zelf weten. Hij komt met een hele speculatie over wat er mogelijk achter de schermen gebeurd is. Mijn enige reactie daarop is: ik laat die hele analyse en die speculatie over wat er mogelijk achter de schermen gebeurd is, voor rekening van de heer Roemer. Ik hoef toch niet op iedere speculatie over wat zich in de afgelopen dagen heeft afgespeeld, in te gaan.

De heer Roemer (SP):

Dat is geen speculatie, dat is wat het kabinet zelf in zijn brief verwoordt. Ik vraag naar een uitleg van een citaat uit zijn eigen brief. Ik vraag niet naar iets wat ik er zelf bij bedenk. Het kabinet heeft dat onderdeel zelf in de brief gezet. Ik vraag daar de juridische bepaling van. Ik vraag wat het kabinet precies met die zin bedoeld heeft.

Minister Rutte:

In de brief die nu aan de Kamer gestuurd is, staat dat wij het wetsvoorstel opnieuw, na alle aanpassingen gedaan te hebben zoals we die ook in de brief schetsen, gaan indienen. De heer Roemer stelt een vraag over de passage over wat er gebeurt als het vast zou lopen. Hij vraagt: waarom neem je die optie, als je er toch op vertrouwt dat het goed afloopt? Ik heb uitgelegd dat wij dat hebben gedaan, omdat wij ons verantwoordelijk voelen richting de partijen in de zorg met wie wij afspraken hebben gemaakt. Wij willen daarmee een extra inspanning laten zien die wij doen om die afspraken ook echt tot een succes te maken. In de brief staat: als het zover komt — wat wij niet verwachten, want wij vertrouwen op dit proces — dan treden wij in overleg met de Kamer. Dat is toch geen juridische formulering? Dat is gewoon een staatsrechtelijke formulering dat het kabinet zich dan verstaat met de Kamer.

Dan gaat de heer Roemer vervolgens speculeren over wat wij allemaal wel of niet zouden hebben kunnen besluiten en afwegen in die interne kabinetsbesprekingen en de besprekingen met de coalitiepartijen. Daarop is mijn reactie: dat laat ik voor rekening van de heer Roemer.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De minister-president heeft eerder gezegd hij het volle vertrouwen heeft dat het door de Eerste Kamer gaat. Toch is er een failsafe, een garantie, uitgedokterd met een AMvB. De minister-president zei daarnet dat hij het advies van de landsadvocaat over die constructie mondeling gedeeld heeft met de heer Zijlstra. Zou de minister-president dat advies van de landsadvocaat dan ook mondeling willen delen met de rest van de Kamer.

Minister Rutte:

Er zitten een paar onjuistheden in het verhaal. De specifieke route die net in de eerste termijn van de Kamer gesuggereerd werd, ook vanuit coalitiepartijen, over hoe je eventueel zou kunnen omgaan met de situatie waarin het wetsvoorstel is vastgelopen en je gaat zoeken naar wegen om toch de afspraken met de zorgpartijen uit te voeren, laat ik voor rekening van die coalitiepartijen. Het enige wat in de brief wordt gezegd, is dat in die situatie het kabinet in overleg treedt met de Kamer om gezamenlijk te komen tot een oplossing van het feit dat de afspraken met de zorgpartijen in die — niet te verwachten — situatie niet kunnen worden nagekomen. Dat is het enige wat in de brief wordt gezegd: niets meer en niets minder.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Op mijn vorige interruptie kreeg ik ook geen antwoord van de minister-president. Ik heb toen gevraagd: was dit voornamelijk op aandringen van de VVD of wat het voornamelijk op aandringen van de partijen bij het zorgakkoord? Nu krijg ik wederom geen antwoord. Ik stel een simpele vraag. Wij zijn heel benieuwd naar het advies van de landsadvocaat over een andere constructie dat is gedeeld met de heer Zijlstra. Kan dat gedeeld worden met de rest van de Kamer?

Minister Rutte:

Ik heb uitgelegd dat je in een proces van besluitvorming over allerlei zaken kunt spreken met juridische adviseurs. Op weg naar uiteindelijke besluitvorming maak je een tussenstap, waarbij heel veel dingen afvallen, dingen wel gebeuren en dingen niet gebeuren. De adviezen die je vraagt geven inzage in bepaalde politieke, juridische of bestuurlijke keuzes op weg naar uiteindelijke besluitvorming. Als je daar inzage in gaat geven, maak je het bijna onmogelijk om tot zorgvuldige besluitvorming te komen. Dat is de reden waarom die adviezen nooit openbaar worden gemaakt. Daar is gewoon een heel simpele, bestuurlijke, verstandige argumentatie voor. Op de vraag die mevrouw Van Tongeren mij eerder stelde of dit op verzoek van de partijen in de zorg was, heb ik nee geantwoord. Dat is omdat de coalitie zich verantwoordelijk voelt vanwege de afspraken die wij hebben gemaakt dat, als het fout mocht gaan — maar wij verwachten niet dat het fout gaat — men niet bevreesd hoeft te zijn en we er alles aan zullen doen om, in overleg met de Kamer, alsnog een route te vinden om de afspraken na te komen. Was het op verzoek van een van de twee coalitiepartijen dat we die zin hebben opgenomen? Nee, het is een gezamenlijk besluit geweest van de twee coalitiepartijen, omdat we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen richting de zorgpartij.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik heb lang geleden rechten gestudeerd en als iets één keer gebeurt, kan het een incident zijn. Gebeurt het twee keer, dan begint het een patroon te worden. Er zijn echter drie voorbeelden. Dan kan de minister-president toch niet meer zeggen dat adviezen van de landsadvocaat niet gedeeld worden? Het eerste voorbeeld is al genoemd. Het tweede voorbeeld is het advies van de landsadvocaat over de huurverhoging dat minister Remkes naar de Kamer stuurde. Het derde voorbeeld zal zo door de heer Van der Staaij aan de minister-president worden voorgelegd. Ik heb dus nogmaals de vraag: waarom kan wat mondeling is gedeeld met de heer Zijlstra nu niet mondeling met de Kamer worden gedeeld? Dan hoeven we niet twee uur te schorsen voordat het op papier staat. Waarom kan dat niet mondeling met deze Kamer worden gedeeld?

Minister Rutte:

Maar hier is wel een verschil. Nu komt de aap uit de mouw. Wat is nu het verschil? Als je te maken hebt met afgeronde besluitvorming, met als onderlegger het advies van de landsadvocaat, is het volstrekt logisch dat je dat als kabinet kunt delen, omdat de besluitvorming dan is afgerond en het advies van de landsadvocaat verdere adstructie geeft aan de besluitvorming. Waar we hier over spreken, is geen afgeronde besluitvorming. Hier spreek je over het feit dat je, op weg naar afgeronde besluitvorming, tussentijds op onderdelen zegt: we denken hieraan en: juristen, denk eens mee of dat zou kunnen. Op een ander deel zeggen juristen: ja, daar willen we ook nog eens even extern advies op vragen bij de landsadvocaat. Dat is normaal. Als je die tussentijdse adviezen, op weg naar besluitvorming, allemaal openbaar moet maken, geef je inzage in de tussenstappen op weg naar uiteindelijke besluitvorming. Je maakt het dan bijna onmogelijk om tot besluitvorming te komen. Daarom doen we dat niet.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik zou bijna aan de premier willen vragen of hij het advies van de landsadvocaat kent over dubbeltellende biobrandstoffen. Ik niet, want de Kamer heeft dat niet gekregen toen ze daar in 2012 om vroeg. Sinds 2006 schijnt er kabinetsbeleid te zijn om adviezen van de landsadvocaat niet bekend te maken, maar wel relevante feiten en argumenten uit het advies. Daarover kon men wel geïnformeerd worden. Als het nog steeds de beleidslijn is dat we wel kennis kunnen nemen van relevante feiten en argumenten uit het advies, is de vraag — omdat die verkenning kennelijk wel is uitgevoerd en hier ter sprake kwam — of de minister-president vanuit die analyse de bezwaren herkent die aan het gebruik van een algemene kapstokbepaling verbonden zitten.

Minister Rutte:

In algemene zin geldt dat als de besluitvorming is afgerond en de landsadvocatuur of anderen hebben daarover geadviseerd, zoals ik schetste in mijn vorige antwoord op de vraag van mevrouw Van Tongeren, je dat advies inderdaad openbaar kunt maken of inzage kunt geven in de onderleggers en de verschillende elementen die tot dat advies hebben geleid. Maar dat geldt niet voor het op weg zijn naar besluitvorming, waarbij er nog helemaal geen definitief besluit is en je tussentijds vraagt: denk eens mee, kijk eens hiernaar en zou dat kunnen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Maar even los van het advies van de landsadvocaat, die optie is wel prominent op tafel gelegd door een aantal partijen, en niet de minste in dit huis, namelijk PvdA en VVD. Zij zeggen dat dat een reële mogelijkheid is. Dan is het toch belangrijk om ook de visie van het kabinet te horen? Als er gezegd wordt dat dit een heel goede mogelijkheid is, zitten er niet ook grote bezwaren aan zo'n optie, namelijk dat een algemene kapstokbepaling dan te weinig specifiek gebruikt wordt? En kan dat niet gemakkelijk ook als een juridische sluiproute worden beschouwd in plaats van de koninklijke parlementaire weg?

Minister Rutte:

De heer Van der Staaij vraagt mij niet in algemene zin in te gaan op het gebruik van algemene kapstokbepalingen. Hij vraagt dat in de context van dit debat, waarbij een aantal fracties die specifieke route ook hebben genoemd als mogelijke invulling van die zin uit de brief. Daarvan heb ik al eerder gezegd dat ik dat aan die fracties laat. Voor het kabinet geldt dat wij daar niet op vooruitlopen; dat zijn als-danvragen. De enige als-danvraag die ik in de brief beantwoord, is wat wij doen als dat mocht vastlopen. Dan gaan wij met u in gesprek om er samen uit te komen.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

Minister Rutte:

Ik kijk even naar mijn aantekeningen, voorzitter. De kracht van uw Kamer is dat zij mij met alle interrupties alle andere zaken die ik had willen melden heeft ontfutseld. Dus ik geef u in overweging het woord te geven aan mevrouw Schippers.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Minister Schippers:

Voorzitter. Dit kabinet heeft een belangrijke missie, namelijk de kwaliteit van de zorg te verbeteren en tegelijkertijd de kosten te beheersen. Het is een ware uitdaging om die kosten betaalbaar te houden voor iedereen in het land.

Daarnaast kwam de minister van Financiën vorig jaar nog 6 miljard tekort om dit land uit de crisis te slepen. Daarvoor kwam hij ook bij de minister van Volksgezondheid langs om te vragen: heeft u een miljard, want u bent verantwoordelijk voor 20% van de collectieve uitgaven en we hebben 6 miljard nodig om dit land uit de crisis te halen.

In dat licht heb ik een hoofdlijnenakkoord gesloten met de hele sector: met patiënten, met artsen, met ziekenhuizen, met instellingen, met verzekeraars. De kern van dat akkoord is dat je de kosten drukt, niet door het eigen risico te verhogen, niet door pakketmaatregelen te nemen, maar door het volume te beperken. Het volume beperken door alleen zinnige en zuinige zorg te leveren, het volume beperken door de verschillen in behandeling terug te dringen en door echt alleen deze behandelingen te leveren op de beste manier, door minder hersteloperaties, en dat alles zonder dat de wachtlijsten oplopen. Dat is een enorm belangrijk akkoord, want als je dat niet nakomt, val je automatisch weer in de pakketmaatregelen en in de eigenrisicomaatregelen. Dat willen we heel graag voorkomen.

Wij hebben getekend voor deze hoofdlijnenakkoorden. Dan is het ook belangrijk om die waar te maken. Deze maatregel zou ingaan per 2016, dus er is nog tijd voor om dat waar te maken.

Ik ben dan ook zeer gemotiveerd om voor een nieuw wetsvoorstel, met aanpassingen die ik haal uit de debatten in beide Kamers, draagvlak te zoeken in beide Kamers en daarmee natuurlijk tegemoet te komen aan de zorgen die leven. Maar ook aan om ontzettend veel misverstanden die over dit wetsvoorstel leven weg te halen en om zo daadwerkelijk conform afspraak onze bijdrage aan de hoofdlijnenakkoorden te leveren.

De heer Roemer (SP):

Ik heb eigenlijk maar twee vragen aan de minister. Waarom en hoe vaak heeft zij gezwaaid met haar portefeuille? En waarom heeft zij vooraf geëist aan senatoren om een garantie te geven dat zij bij een volgende keer voor deze wet stemmen?

Minister Schippers:

Zoals ik aangaf, zijn deze hoofdlijnenakkoorden ontzettend belangrijk omdat zij voorkomen dat wij maatregelen moeten nemen die zorgen voor een echte tweedeling, namelijk doordat je dingen die echt uit het pakket gaan voor 100% zelf moet betalen of dat je als je het eigen risico verhoogt — en dan gaat het hier om forse bedragen, dat weet u ook — toch wel een bruggetje te gaan hebt met een laag inkomen. Daarom is mijn motivatie zo groot. Je moet met je portefeuille zwaaien als je geen licht meer ziet, als je denkt dat je er niet meer uitkomt. Ik heb geen moment gedacht dat wij hier niet uit zouden komen. Deze zoektocht was niet een zoektocht van mij als VVD-minister of van het VVD-smaldeel. Ik heb deze zoektocht ervaren als een zoektocht met de collega's van de PvdA in het kabinet. Wij hebben samen gezocht naar een manier om hieruit te komen. Je zit hier niet om een stoel warm te houden. Je zit hier zolang je kansen ziet om te realiseren waar je in gelooft. Als je die kansen ziet, moet je die pakken. Ik heb er geen moment aan gedacht om een beetje te gaan wieberen. Zo zit ik niet in elkaar. Ik zal vechten, zolang ik kansen zie om mijn idealen te realiseren. Ik heb dus helemaal niet met mijn portefeuille gezwaaid. Ik was teleurgesteld. Ja, ik had gehoopt dat het wetsvoorstel het zou halen. De belangen waren groot, maar opgeven is nog niet in mij opgekomen.

De heer Roemer (SP):

Ik constateer dat de minister hier ontkent gedreigd te hebben met haar portefeuille, waarvan akte. Wellicht komt de waarheid eens boven tafel als die anders zou zijn.

Mijn tweede vraag heeft de minister niet beantwoord: waarom heeft zij het zo hard willen spelen? Ik snap dat zij gedreven is om haar wetsvoorstel erdoor te krijgen, maar dat rechtvaardigt een lid van het kabinet niet om senatoren zo onder druk te zetten door vooraf garanties te vragen om voor een wet te stemmen die nog aan de Eerste Kamer aangeboden moet worden.

Minister Schippers:

Als mij vragen worden gesteld, geef ik daar oprecht antwoord op. Dat antwoord is waar, anders zou ik het niet geven. Voor mij is het belangrijk dat ik inhoudelijk het gevoel heb dat dit een tweede kans is, dat dit aangepaste wetsvoorstel inhoudelijk daadwerkelijk in vruchtbare aarde zou vallen. In mijn gesprekken met de senatoren die hiertegen hebben gestemd, heb ik gemerkt dat zij niet weten wat de inhoud van een AMvB is die in hun woorden de machtsbalans tussen verzekeraars en verzekerden anders doet uitkomen, dat zij willen zien hoe dat wordt vormgegeven en dat zij willen zien of dat op een voor hun serieuze manier wordt vormgegeven. Ik heb gezegd dat zo'n AMvB echt vast in de wet verankerd kon worden, omdat dit een zwaardere manier is. Zij wilden die AMvB zien als de stemming over de wet aan de orde is en niet daarna, zoals wij hadden gepland.

Hoe de balans tussen verzekerden en verzekeraar in elkaar zit, was een ander onderwerp van gesprek. Kunnen wij elkaar daarop vinden? De motie-Kuiper gaf heel mooi in drie lijnen aan hoe je die balans anders zou kunnen laten uitkomen.

Zo zijn er meer onderwerpen geweest waarvan je feeling wilt hebben of er inhoudelijk licht is. Je bent afhankelijk van elkaar om dit te realiseren. Op het moment dat er inhoudelijk licht zit, je inhoudelijk het gevoel hebt dat je er samen uitkomt en dat je dit ook een goede kans van slagen geeft, is voor mij de motivatie om dit traject aan te gaan.

De heer Roemer (SP):

Ik snap dat de minister gemotiveerd is. Het zou raar zijn als de minister dat niet zou zijn. Dat wij verschillen van mening over de wet, mag. Dat is een democratie. Maar ik mag er toch wel van uitgaan dat leden van het kabinet het parlement — zowel de Tweede als de Eerste Kamer — willen overtuigen op inhoud en niet op macht? Dat is wat wij de laatste dagen gehoord hebben. Senatoren zijn onder druk gezet om garanties af te geven dat voorgestemd zal worden als die wet voor de tweede keer voorligt. Ik mag er toch ook van uitgaan dat er echt gezocht wordt om onparlementair op een andere manier — via AMvB — de kern van de wet overeind te houden als het voorstel ook de tweede keer niet door de Eerste Kamer komt? Dat is dus niet debatteren op basis van inhoud en overtuigingskracht, maar op basis van macht. Dat is onparlementair.

Minister Schippers:

De gesprekken die ik heb gehad met senatoren over deze wet zijn alleen gegaan over de inhoud en nergens anders over. Bovendien, als deze wet het niet haalt, zul je moeten kijken of je de doelstellingen uit het Hoofdlijnenakkoord niet via het eigen risico of via pakketmaatregelen, maar via doelmatigheid kunt realiseren. Daarom staat er ook in deze brief dat je in gesprek gaat over hoe je toch je bijdrage aan de hoofdlijnenakkoorden kunt leveren. Die is nu gezocht in een doelmatigheid waarbij je zegt: instellingen die te duur zijn of die onvoldoende kwaliteit leveren, waardoor er weer hersteloperaties zijn die kunnen worden voorkomen, willen we niet hoeven te contracteren of belonen. Maar er zijn natuurlijk allerlei andere manieren waarop je de doelmatigheid van zo'n systeem ook zou kunnen verhogen.

Artikel 13 kun je niet nog eens een keer in een surrogaat overdoen. Artikel 13 kun je alleen aanpassen in de wet. Dat wetsvoorstel lag voor. Dat wetsvoorstel wordt nog aangepast. Ik zal het voor een tweede keer aan u voorleggen. Op die manier kunnen we weer een inhoudelijk debat hebben over het wetsvoorstel.

Mij is gevraagd of de waarborgen die eerder zijn aangebracht door partijen die hebben meegedacht over het wetsvoorstel dat is afgewezen, in de volgende wet zullen blijven. Dat zal uiteraard het geval zijn, zeg ik tegen de heer Van der Staaij.

Wat betekent "ongeacht de aard van de polis"? Dat gaat dan over de vrije artsenkeuze. De vrije artsenkeuze heb je ongeacht de aard van de polis, omdat er in de polis zo gecontracteerd moet zijn dat er voldoende artsen zijn om tussen te kiezen. Zo hebben we het afgesproken. In eerste instantie heb je dus de keuze tussen allerlei verschillende polissen. Daarbij kun je jezelf afvragen wat je belangrijk vindt. Ook kun je bekijken waarop is ingekocht. Daarover staat een en ander in het wetsvoorstel. Dan kun je bekijken of de polis bij je past. In tweede instantie heb je de vrije artsenkeuze, doordat binnen die polissen allerlei verschillende artsen zijn gecontracteerd waartussen je kunt kiezen.

Waarom kiest de minister niet voor een noodwet voor de borging van het persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet? In de brief van vanmorgen heb ik uitgebreid aangegeven dat door de bestuurlijke overleggen die tussen VWS, de zorgverzekeraars en Per Saldo zijn gevoerd, de afspraken die wij wettelijk hadden willen vastleggen, ook in de bestuurlijke afspraken zijn geborgd. Het is dus niet zo dat de afspraken op losse schroeven staan. Daar hoeft niemand bang voor te zijn. De mensen die een pgb hadden, houden die ook, conform de afspraken zoals we die in de wet hadden willen vastleggen. Vervolgens wil ik zo snel mogelijk een nieuwe wet maken. Die zal ik met het pgb aan de Kamer voorleggen.

Volgens mij heb ik hiermee de antwoorden gegeven.

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan de eerste termijn. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie een vinger. Ik kijk even rond. Mijnheer Roemer, hebt u behoefte aan een tweede termijn? Ik kijk gewoon even wie er behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Samsom, de heer Zijlstra, de heer Wilders en de heer Roemer hebben geen behoefte aan een tweede termijn. Dan is het woord aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Wij zullen dadelijk bij de behandeling voor de tweede maal, maar van een nieuw wetsvoorstel, uitgebreid stilstaan bij de inhoud van dat wetsvoorstel. Ik begrijp het zo, en begreep het zojuist ook zo uit de woorden van de minister van Volksgezondheid, dat het nieuwe wetsvoorstel zal bestaan uit datgene wat in het oude wetsvoorstel al was gesteld, aangevuld met de moties en de toezeggingen die in het proces vanaf hier in de Eerste Kamer zijn toegevoegd. Als dat betekent dat daarmee, zoals collega Zijlstra zei, de PvdA-senatoren uiteindelijk tevreden zullen zijn, dan kan het kabinet daarmee het vanavond geuite gevoel over een positief proces ondersteunen. We zullen dat zien: de toezeggingen in een wetsvoorstel.

Maar nu dat proces. Het dreigement van het kabinet zit mijn fractie absoluut niet lekker. Toen de brief verscheen noemde collega Samsom al op de radio de AMvB. Collega Zijlstra was daarover ook duidelijk en de minister-president sloot het zeker niet uit. Het zou een zorgvuldig proces kunnen gaan hinderen. Daarbij komt dat de minister-president geen inzage geeft in het advies van de landsadvocaat en zelfs niet bereid is om de argumentatie uit het advies hier te verklaren. Aangezien we daarover een langere tijd gaan doen, roep ik het kabinet op ons die zekerheden wel te geven. Ik wil wel die argumentatie. Ik wil wel weten wat er is gebeurd. Ik ben bang dat er anders een blokkade op komt als het parlement de weg van het advocaatadvies gaat zoeken.

Ik ben blij, en roep de minister-president op in diezelfde sfeer door te gaan, dat de Raad van State wel onderdeel uitmaakt van het proces in de richting van die eventualiteit. Ik beschouw zoiets namelijk als een noodmaatregel, een noodmaatregel die je alleen neemt wanneer er echt zaken gebeuren anders dan een belangrijk akkoord of een financieel probleem voor begrotingen. Dat is in onze geschiedenis weinig voorgekomen. Op dit moment wegen voor mijn fractie die zaken niet op tegen het middel dat hier vanavond wel degelijk boven de markt hangt. Of is het inmiddels vanochtend? Ik sta hier niet met een motie want met diezelfde constructieve houding waarop het kabinet zich beroept wil ik dit niet afdwingen, maar ik wil een normale toezegging.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik denk ik vanavond een nieuwe definitie van het woord "vertrouwen" heb mogen ontdekken bij het kabinet. Vertrouwen en zelfs volledig vertrouwen is iets wat je uitspreekt terwijl je denkt dat het goed komt, maar bij de vorm van vertrouwen die de minister-president aanhangt moet je wel een heel stevige garantie inbouwen om ervoor te zorgen dat je inderdaad je zin krijgt. In mijn eerste termijn zei ik dat we getuige waren van een bedrijfsongeval. Het debat van vanavond ging over de juridische afhandeling van dat ongeval: komt er wel of geen listige AMvB of misschien — de minister-president hintte erop — een andere vorm en is dat staatsrechtelijke chantage of is dat geheel in lijn met het democratische proces? De heren Samsom en Zijlstra noemden de AMvB een noodzaak. De heer Samsom was de eerste die daarover begon. In de brief vonden wij daarvoor alleen een lichte aanwijzing. Anders is er immers een kans dat de Eerste Kamer de tweede keer weer niet akkoord gaat en er moet een garantie worden ingebouwd. Dus wat de definitie van vertrouwen betreft: ik denk dat beide coalitiepartners in de kerstvakantie nog maar eens goed moeten nadenken over de vraag wat zij denken dat vertrouwen is, als je zo'n harde maatregel moet nemen om het eventueel af te dwingen.

Belangrijker dan het respecteren van het oordeel van de Eerste Kamer zijn de afspraken die gemaakt zijn met de verzekeraars; daar hoorden wij de minister-president toch op hinten. Als dat zo is, is het primaat van de politiek definitief uit handen gegeven. Ik wijs de minister-president er ook op dat je afspraken kunt bijstellen. Dat is immers ook gebeurd met het sociaal akkoord. Op verzoek van D66 werd dat versneld. Aan de andere kant hebben wij de heren Slob, Van der Staaij en Pechtold, die terecht stellen dat dit staatsrechtelijk niet geheel zuiver is. De heer Slob was het meest duidelijk. Hij zei dat hij, zolang de dreiging van het passeren van de Eerste Kamer in de lucht hangt, niet kan instemmen met deze wet. Wat deed vervolgens onze premier? Hij wilde het niet hebben over een AMvB. Hij deed schimmig over een wel of niet aanwezig advies van de landsadvocaat en klampte zich vast aan de toverformule: mocht het aangepaste wetsvoorstel onverhoopt niet worden aangenomen, dan treedt het kabinet in overleg met de Kamer.

De maatregelen uit de brief van de minister zijn leeg. Er wordt in die brief niets meer gezegd dan in de motie-Kuiper al verwoord is. Er zijn een paar woorden die misschien in de memorie van toelichting aangepast gaan worden. Materieel verandert er niets. Er komt een nieuwe titel en er komt een nieuw kaftje omheen. Volgens mij is dat niet de manier waarop wij in dit huis met elkaar moeten omgaan. Ik zei het al eerder: mijn fractie is een groot voorstander van de vrije artsenkeuze en wij hopen ook dat de minister-president en de minister bereid zijn om het zorgakkoord bij te stellen en er vervolgens voor te zorgen dat de wensen van de Staten-Generaal in de wetgeving die in dit huis wordt aangenomen worden verwoord.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor de beantwoording. Ik zal het in mijn tweede termijn kort houden, want al die mensen op de publieke tribune willen ook echt naar huis. In mijn eerste termijn heb ik aangegeven dat wij het wetsvoorstel dat is aangekondigd op de normale manier zullen behandelen. Het is goed dat de waarborgen die al zaten in het wetsvoorstel dat verworpen is, zullen terugkomen. Ook is het goed dat er nog mogelijkheden zijn om dit verder te versterken. Wij zullen dit open en constructief tegemoet treden. Bij die constructieve houding hoort ook altijd een kritische zin, zoals vanavond ook naar voren kwam, ook van de kant van onze fractie, in de trant van: kabinet, als u zegt voor de koninklijke weg te kiezen, dat wil zeggen de route van een wet in formele zin, met behandeling door de Tweede en Eerste Kamer, houd dan niet tegelijkertijd een juridische sluiproute open met artikel 126, die in ieder geval door de PvdA-fractie en de VVD-fractie is genoemd. Daarmee is deze onderdeel geworden van het debat en een invulling van de algemene als-danpassage in de brief van het kabinet. Mijn stellingname vanuit de SGP daarin is ook helder geweest: wij vinden dit geen goede route. Ik zou de minister-president en de minister van Volksgezondheid willen vragen om terug te komen op de achtergrond en de bedoeling van artikel 126 in een juridische analyse, zodat wij het debat daarover in deze Kamer op een later moment kunnen vervolgen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik dank de premier en de minister van VWS voor de beantwoording en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tevens vice-premier, voor zijn aanwezigheid.

Op dit late uur kan ik in ieder geval zeggen dat nog één Nederlander vindt dat het kabinet versterkt uit deze week is gekomen, en dat is de premier zelf. Daarmee mag ik hem feliciteren. Het wetsvoorstel komt terug en dat zullen wij in de Kamer zien. Er is wel gebleken dat er nog zorg is over de vraag wat er gebeurt als het wetsvoorstel niet wordt aangenomen en vooral over dat vreemde dreigement dat al of niet boven de tafel hangt, namelijk wat er wel niet gebeurt als de Eerste Kamer toch niet zou instemmen. Om die reden, en omdat ik vind dat de Kamer helder moet zijn over het optreden van het kabinet dat zij verwacht als er een nieuwe wet komt, wil ik de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel dat de beperking van de vrije artsenkeuze regelt, geen steun heeft gekregen in de Staten-Generaal;

constaterende dat het kabinet nu aangeeft dezelfde wet met enkele kleine wijzigingen alsnog door te zetten;

verzoekt de regering, het wetsvoorstel niet in te dienen onder dreiging van het indienen van een AMvB bij niet-aanvaarding in de Tweede of Eerste Kamer;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma, Wilders, Van Tongeren en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49 (33362).

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik bedank de minister van VWS en de minister-president voor hun beantwoording in de eerste termijn en ik bedank de minister van SZW voor zijn aanwezigheid. De situatie is volgens mij helder. Het kabinet onderstreept, ook in de beantwoording, wat ook al in de brief stond, namelijk dat het met een herzien wetsvoorstel zal komen. Dat wetsvoorstel wachten wij met belangstelling af. Ik constateer dat de heer Buma al inzage in de wet heeft gehad, want hij had het over kleine wijzigingen. Ik weet dat nog niet, maar wij zullen afwachten waar het kabinet mee komt. Ik constateer wel dat de in de brief vermelde wettelijke verankering van de motie-Kuiper wat ons betreft een behoorlijk grote wijziging is.

Er is nog één punt dat ik hier aan de orde wil stellen. Wat gaat het kabinet doen in de theoretische situatie dat dit wetsvoorstel straks opnieuw verworpen wordt? Ik houd nooit zo van dat gespeculeer, maar het kabinet is ermee begonnen in de brief. Het is ook onderdeel van dit debat geworden. Er zijn ook coalitiepartijen die al hebben aangegeven welke route zij dan begaanbaar zouden achten, namelijk de route van de AMvB. Mensen die de wetsgeschiedenissen kennen, weten hoe onze positie is geweest, ook als het gaat om dat befaamde artikel 126 van de Zorgverzekeringswet dat werd genoemd. Het moge duidelijk zijn dat mijn fractie er niet voor voelt om dit artikel op die wijze te gaan gebruiken. Dat standpunt heeft mijn fractie zelfs zonder dat zij daarover een landsadvocaat heeft gehoord of daarover iets heeft gelezen. Dat is een standpunt dat wij in de loop van de tijd hebben bepaald. Daarover zijn wij helder. De minister-president houdt open welke opties dan, te zijner tijd, mocht die theoretische situatie zich voordoen, zullen worden toegepast. Hij zegt wel: ik ga daarover dan in overleg met het parlement. Ik heb er geen behoefte aan om nu, in dit debat, daarover moties te gaan indienen of ondersteunen. Maar ik zeg wel het volgende, ook tegen het kabinet. Mocht er straks hier in de Kamer een gewijzigd wetsvoorstel aan de orde komen terwijl het dan niet duidelijk is of het kabinet de route van de AMvB afsluit, dus als het kabinet die route dan nog openhoudt, dan zal mijn fractie voordat er over het wetsvoorstel zal worden gestemd, een motie in stemming laten brengen om de Kamer daarover een uitspraak te laten doen. De uitslag van de stemming over die motie zal mijn fractie dan laten meewegen bij de bepaling van ons definitieve standpunt over dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

De heer Klein ziet af van het woord. Dat geldt ook voor de heren Bontes, Kuzu en Krol. Dan is er hiermee een einde gekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. De minister-president kan direct overgaan tot beantwoording van de vragen en het geven van een reactie op de ingediende motie. Het woord is aan hem.

Minister Rutte:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de diverse opmerkingen die zijn gemaakt in de tweede termijn. Heel precies de heer Pechtold doe ik zonder meer de toezegging: ja, Raad van State. Op het punt van de landsadvocaat zou ik mij ook het volgende kunnen voorstellen. Stel dat de route van het wetsvoorstel is vastgelopen en stel dat er uiteindelijk in zo'n dialoog tussen de Kamer en het kabinet en in de gezamenlijke oriëntatie een variant wordt gevonden waarover eerder ook de landsadvocaat, in de opbouw naar besluitvorming adviserend is opgetreden. Ik zou me kunnen voorstellen dat we dit dan ook met de uiteindelijke voorstellen meesturen naar de Kamer. Laat ik in elk geval die toezegging doen.

Ik ben het eens met Van der Staaij: geen sluiproutes.

De heer Roemer (SP):

Volgens mij zegt de premier dat er dus wel een advies is gevraagd.

Minister Rutte:

Nee. Ik zei: stel dat op enig moment het wetsvoorstel is vastgelopen, dat vervolgens dat overleg waar wij in de brief op hinten tussen Kamer en kabinet heeft plaatsgevonden en dat die gezamenlijke zoektocht heeft geleid tot conclusies over we hoe dan wel de afspraken met de zorgakkoordpartijen kunnen nakomen. Als dan bij de verdere uitwerking van die route in het verleden sprake zou zijn geweest van adviezen van de landsadvocaat, vind ik het op zichzelf redelijk om daar op dat moment inzage in te geven.

De heer Roemer (SP):

We hebben het stenogram erop nagekeken. De heer Zijlstra heeft wel degelijk gezegd: we hebben het even laten checken. Dat is dus gewoon een advies vragen aan de landsadvocaat. Draai daar nou gewoon niet omheen!

Minister Rutte:

Ik draai nergens omheen. De heer Zijlstra heeft gezegd wat hij heeft gezegd. Ik vind dat je adviezen uit de opbouw naar besluitvorming niet openbaar moet maken, omdat het dan bijna onmogelijk is om überhaupt nog tot besluiten te komen. Ik neem ook aan dat de SP-fractie niet in het openbaar vergadert. Ik meen dat in het verleden alleen D66 dat deed, maar volgens mij nu ook niet meer. Je hebt zo af en toe de beslotenheid nodig van het overleg en ook van advisering. Stel nu — dat is mijn punt nu — dat we uiteindelijk na het vastlopen, wat ik niet verwacht, en na die gezamenlijke oriëntatie komen tot een route en daar zou in het verleden de landsadvocatuur over geadviseerd hebben, dan vind ik het heel redelijk om die adviezen mee te sturen.

Ik ben het eens met Van der Staaij: geen sluiproutes. Als het zou vastlopen dan gaat het kabinet in overleg met de Kamer en dan zoeken we met elkaar naar een oplossing die door de voordeur is, recht toe, recht aan, die past binnen de parlementaire gebruiken, et cetera, et cetera.

De motie van de heer Van Haersma Buma op stuk nr. 49 is overbodig, want er is geen dreiging van het indienen van een AMvB. Ik heb het daar niet over gehad en ik herken dit dus ook niet. Daarmee wordt de motie door mij ook ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij gaan over een minuut stemmen over de ingediende motie, tenzij er behoefte is aan een fractievergadering. Ik zie dat dat niet het geval is.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.