Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 39, item 7

7 Leefomgeving

Aan de orde is het VAO Leefomgeving (AO d.d. 06/11). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil de volgende motie indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat prenatale blootstelling aan hormoonverstorende stoffen aantoonbaar leidt tot een verhoogde kans op kanker in het latere leven; 

verzoekt de regering om het gebruik van hormoonverstorende stoffen op korte termijn terug te dringen en in ieder geval Bisfenol A (BPA) en schadelijke voedselverpakkingen zo snel als mogelijk te verbieden, zwangere vrouwen te informeren over de gevaren van hormoonverstorende stoffen en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 196 (30175). 

De voorzitter:

Voor ik u het woord geef, mevrouw Van Veldhoven, zeg ik u dat het regime is dat u één verduidelijkende vraag mag stellen. Gaat u uw gang. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Vindt mevrouw Van Tongeren dat de staatssecretaris dit alleen voor Nederland moet doen, of dat we dit Europees moeten regelen? Anders krijgen we op de interne markt allerlei producten uit de buurlanden waarvoor dat soort afspraken niet gelden. Is zij zich er dan van bewust dat we net een motie hebben aangenomen waarin we de Commissie gaan oproepen om met die regels te komen, omdat die er nog niet zijn? Wat is dan nog de toegevoegde waarde van deze motie? De inhoud ondersteun ik natuurlijk heel sterk, want we moeten daar echt voorzichtig mee zijn. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Mijn fractie vindt de gezondheid van de Nederlandse bevolking en zeker de gezondheid van zwangere vrouwen en ongeboren kinderen zo belangrijk dat het nog langer wachten op een traag Europees proces ons te lang duurt. Ik zou in dit geval toch echt willen oproepen om, bijvoorbeeld net als Denemarken, daar maar iets op vooruit te lopen. De informatie dat dit de kans op kanker verhoogt, is al zeker jaren beschikbaar en Europees schiet het niet op. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

GroenLinks wil Bisfenol A verbieden, terwijl wetenschappelijk niet onderbouwd is of het schadelijk is. Europa is daar nog niet over uit. De waakhond voor voedselveiligheid moet daar nog een advies over geven. Hoe kan mevrouw Van Tongeren daar nou op vooruitlopen? Hoe kan zij beleid inzetten zonder dat het wetenschappelijk onderbouwd is? Geeft GroenLinks niet om de feiten? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dit is ruimschoots wetenschappelijk onderbouwd. De eerste aanwijzingen dat dit schadelijk zou zijn voor ongeboren kinderen zijn van minstens vijftien jaar geleden. Vervolgens is dat bewijs steeds opgebouwd. Het is dezelfde discussie als rond roken. Moet je wachten tot causaal aangetoond is dat je longkanker krijgt van roken? Dit is duidelijk gemaakt door de heersende wetenschap. Met ongeboren kinderen is preventie uit voorzorgsprincipe beter dan wachten totdat dit bij het laatste kind is aangetoond. Ik weet zeker dat de VVD dat met mij eens is. 

De voorzitter:

Mevrouw Cegerek, een korte vraag, alstublieft. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Ik wil daarop reageren, omdat we onlangs een motie hebben aangenomen. 

De voorzitter:

Die vraag is zojuist al gesteld. Die ga ik niet toestaan. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Ik heb een andere vraag. 

De voorzitter:

Heel kort dan. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Hoe kijkt GroenLinks naar de producten die we in Nederland bijvoorbeeld van de buurlanden ontvangen en verkopen? Dit beperkt zich niet alleen tot de grenzen van Nederland. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik zou dit het liefst wereldwijd geregeld hebben, maar ik sta hier in het Nederlandse parlement. Ik zou hier ook graag zwangere vrouwen in Nigeria en Colombia voor behoeden, maar daar ga ik niet over. Ik controleer de Nederlandse regering en die roep ik op om dit in elk geval binnen Nederland zo snel mogelijk te regelen. 

Ik dien nu mijn tweede motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat prenatale blootstelling aan hormoonverstorende stoffen aantoonbaar leidt tot een verhoogde kans op kanker in het latere leven; 

verzoekt de regering om zo snel mogelijk erin te voorzien dat zwangere vrouwen adequaat geïnformeerd worden over de gevaren van prenatale blootstelling aan hormoonverstorende stoffen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 197 (30175). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Er loopt een discussie met het kabinet over de normen voor luchtkwaliteit. De staatssecretaris heeft gezegd dat de Europese normen die we nu hanteren inderdaad niet voldoen. Ik dien twee moties in om het kabinet een steuntje in de rug te geven om meer werk te maken van de bescherming van burgers tegen gezondheidsrisico's als gevolg van luchtvervuiling. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese normen voor luchtkwaliteit gebaseerd zijn op inzichten van twintig jaar geleden en dat deze norm nog altijd ernstige gezondheidsrisico's met zich meebrengt; 

overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie normen heeft vastgesteld die de bevolking beter beschermen tegen luchtvervuiling; 

verzoekt de regering, met een concreet tijdpad duidelijk te maken hoe er toegewerkt wordt naar de luchtkwaliteitsnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 198 (30175). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan dien ik nu mijn tweede en laatste motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het Besluit gevoelige bestemmingen is bepaald dat binnen 300 meter van een snelweg en 50 meter van een provinciale weg mag worden gebouwd, zolang daar de normen van luchtkwaliteit niet worden overschreden; 

overwegende dat dit volgens de laatste wetenschappelijke inzichten nog altijd onacceptabele gezondheidsrisico's oplevert voor kinderen en dat de GGD daarom adviseert om binnen de genoemde afstanden tot drukke wegen helemaal geen gevoelige bestemmingen te bouwen, ongeacht de luchtkwaliteit; 

constaterende dat slechts acht gemeenten in Nederland hun gevoeligebestemmingenbeleid hebben afgestemd op het advies van de GGD en dat andere gemeenten deze adviezen negeren; 

verzoekt de regering, alle kinderen in Nederland te beschermen tegen gezondheidsschade door luchtvervuiling en daartoe het Besluit gevoelige bestemmingen te wijzigen conform de richtlijnen van de GGD, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 199 (30175). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Om mee te beginnen: er is heel wat wetenschappelijk bewijs dat ook geluid schadelijke effecten op de gezondheid kan hebben. Daarom hebben we normen afgesproken voor de hoeveelheid geluid die maximaal geproduceerd mag worden. Er is een bepaalde mate van basisgeluid. In de wetgeving is 1,5 dB werkruimte opgenomen. Het idee achter die werkruimte was dat er dan ook ruimte is om wegwerkzaamheden te verrichten. Dat is heel belangrijk. Nu zien we echter dat die werkruimte structureel wordt opgevuld. We zouden daarom tegen knelpunten aan kunnen lopen en de wegwerkzaamheden niet meer kunnen doen. Dat lijkt ons onverstandig. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Wet modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds een werkruimte van 1,5 dB bevat, die volgens de regering destijds nodig was om "normale fluctuaties die van jaar tot jaar optreden toe te laten en om het treffen van maatregelen bij een situatie met structurele groei voor te bereiden"; 

overwegende dat de regering deze werkruimte ook wil gaan inzetten voor structurele geluidstoename ten gevolge van beleidswijzigingen, zoals het verhogen van de maximale snelheid op autowegen; 

overwegende dat dit in de praktijk resulteert in een verhoging van de geluidsplafonds met de toegestane werkruimte, waardoor mensen minder beschermd zijn tegen geluidsoverlast; 

verzoekt de regering om de werkruimte van 1,5 dB in het vervolg zodanig te interpreteren dat deze alleen kan worden ingezet bij tijdelijke situaties en dus niet kan worden ingezet voor een structurele verhoging van de geluidsproductie die wordt veroorzaakt door een beleidswijziging, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 200 (30175). 

U hebt over deze motie een vraag, mijnheer Dijkstra? Ga uw gang. Eén korte vraag graag. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Feitelijk hoor ik D66 zeggen dat zij 80 km/u of misschien wel 60 km/u wil op de A13 bij Overschie. Is dat correct? 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Nee. 

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dit was het, voorzitter. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Eén motie van de SP. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er in ons land gemiddeld 3.000 mensen per jaar overlijden door luchtvervuiling; 

constaterende dat gezondheidsschade door luchtvervuiling onze maatschappij 2 miljard euro per jaar kost; 

constaterende dat in Nederlandse steden enkele hardnekkige knelpunten blijven bestaan op het gebied van luchtkwaliteit, zoals de 's-Gravendijkwal in Rotterdam, de Javastraat in Den Haag en de Weesperstraat/Wibautstraat in Amsterdam; 

verzoekt regering om een top 2.000 met de meest urgente knelpunten op te stellen en de ergste vijftien in 2015 met de betreffende gemeenten op te lossen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 201 (30175). 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Het kabinet wil Nederland helemaal volbouwen met windmolens. Sommige mensen vinden dat een slim idee, maar zij beseffen niet dat dit ons miljarden aan subsidie kost. Zo'n windmolen levert namelijk veel verlies op. Het is veel te dure stroom. Bovendien leveren die windmolens heel veel schade voor huizenbezitters en heel veel overlast op als ze in de buurt van woningen worden gebouwd. Nu heeft de regering bedacht dat zij geluidswerende maatregelen wil gaan treffen en daar heel veel geld aan wil uitgeven. Daarover dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het Rijk 6,5 miljoen euro wil uitgeven aan geluidwerende maatregelen tegen windturbines; 

constaterende dat windturbines stelselmatig overlast en schade veroorzaken bij omwonenden binnen een straal van 2 kilometer; 

constaterende dat in Nederland het principe bestaat dat de vervuiler betaalt; 

verzoekt de regering om de windmolenexploitanten voor alle kosten en schade op te laten draaien, en niet de belastingbetaler, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 202 (30175). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Het is prettig wonen, werken en recreëren in Nederland. Onze leefomgeving wordt steeds beter. Mensen waarderen dat ook, maar menige politieke partij ziet eigenlijk alleen maar ellende. Ik begrijp dat niet, want de feiten wijzen echt iets anders uit. Ik noem als voorbeeld de luchtkwaliteit. De monitoringsrapportage NSL toont aan dat de lucht voor het vijfde jaar op rij schoner is geworden; dat rapport is deze week naar de Kamer gestuurd. Ook op het punt van het water gaat het goed. Denk ook aan de Balans van de Leefomgeving van het PBL; ook die is positief. De gezondheidsschade door milieufactoren is nog maar een factor 3 ten opzichte van vroeger. 

De tevredenheid van de gemiddelde Nederlander met zijn directe leefomgeving is stabiel en hoog. Onze levensstandaard ligt ook hoog. Mensen worden steeds ouder en, belangrijker nog, blijven langer vitaal en gezond. Er zijn grote stappen gezet. De VVD is er echt voorstander van om dit via bronbeleid te doen. Dat leidt namelijk tot meer technologie en innovatie en draagt ook bij aan een schonere leefomgeving. Daarnaast is het natuurlijk van belang dat we gelijke eisen hebben in Europa en dat we niet te veel vooruitlopen of dingen doen die wetenschappelijk niet onderbouwd zijn. 

Ik wil er ook op wijzen dat dit zonder een florerende economie niet mogelijk was geweest. De balans tussen economie en ecologie moet altijd op orde zijn. Het doorslaan in allerlei dramatische verhalen of nieuwe regelgeving is wat ons betreft niet nodig. De VVD is het eens met de Nederlander die zegt dat zijn eigen leefomgeving echt een ruime voldoende waard is. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, er zijn geen moties ingediend. Ik sta dus geen vragen toe. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Er is een uitgebreid betoog gehouden. Ik wil daar toch graag één korte vraag over stellen. 

De voorzitter:

Heel kort graag. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De heer Dijkstra heeft vast nooit een 1 gekregen voor een proefwerk, maar stel nou even, theoretisch gezien, dat hij ooit een 1 zou hebben gekregen voor een proefwerk en dat hij het daarna vijf keer op rij beter zou hebben gedaan door elke keer een half punt meer te halen. Heeft hij dan inmiddels een voldoende? Of is verbetering alleen nog geen garantie dat het voldoende is? 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

De gemiddelde Nederlander geeft zijn leefomgeving een ruime 8. Dat is dus geen onvoldoende. 

De voorzitter:

Mijnheer Madlener, een korte vraag graag. 

De heer Madlener (PVV):

De VVD pretendeert zich druk te maken over de leefomgeving en over de economie. Windmolens tasten zowel de leefomgeving als de economie aan. 

De voorzitter:

We beginnen in een VAO geen nieuw debat. 

De heer Madlener (PVV):

De VVD heeft hier een balletje opgeworpen en ik heb een vraag: waarom gaat de VVD door met het volbouwen van Nederland met al die rotwindmolens? 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik had graag gewild dat die vraag was gesteld in het AO Leefomgeving, waar ik de PVV niet heb gezien. Blijkbaar doet het er voor de PVV niet toe wat mensen van hun leefomgeving vinden. Uw vraag hoorde thuis in dat debat en u was daar niet. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter, ik wil antwoord op mijn vraag. 

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee is een eind gekomen aan de termijn van de zijde van de Kamer. Ik hoop dat de staatssecretaris gelijk kan antwoorden. Er zijn zeven moties ingediend; de laatste was van de heer Madlener. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu moet ik voor de Handelingen opmerken dat eerder is gemeld dat de heer Madlener niet aanwezig was bij het AO, maar dat hij wel degelijk heeft deelgenomen aan dat debat. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. 

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Ik begin met de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 196. Een verbod heeft ingrijpende gevolgen voor de interne markt. Wij willen in Europa geen kop op beleid. We vinden het belangrijk dat we in Europa kijken hoe we dat gaan doen. Er komen binnenkort twee nieuwe adviezen uit op basis waarvan ik met betrokken collega's laat beoordelen of de veiligheid voor de Nederlandse situatie voldoende is gegarandeerd. Tot dan is een verbod niet zinvol, mede omdat de Gezondheidsraad heeft vastgesteld dat alternatieven voor BPA niet altijd veiliger zijn. Ik ontraad derhalve deze motie. 

De motie op stuk nr. 197 van mevrouw Van Tongeren zie ik als ondersteuning van beleid zodat ik het oordeel erover aan de Kamer laat. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 198 van mevrouw Ouwehand. Het beleid is erop gericht de luchtkwaliteit te verbeteren, ook onder de norm. Ik streef naar het halen van WHO-normen, maar ik heb mevrouw Ouwehand ook eerder uitgelegd dat het bij normen altijd om een belangenafweging gaat. Ik vind het belangrijk dat die belangenafweging steeds goed bekeken wordt. Ook vind ik bronbeleid van belang, waarover de heer Dijkstra zo-even al iets heeft gezegd. Het tijdpad zoals aangegeven in de motie, is wat mij betreft prematuur, zodat ik de motie moet ontraden. 

De motie op stuk nr. 199 van mevrouw Ouwehand betreft een onderwerp waarover wij al eerder hebben gesproken. Ik denk dat mevrouw Ouwehand ook al weet wat ik ga antwoorden. Er is gemeentelijk beleid om zones aan te houden. Dat is niet in elke gemeente nodig. Ik ontraad deze motie dan ook. 

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u mag één vraag stellen. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Die vraag gaat over de voorgaande motie. De staatssecretaris zegt: ik streef naar de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie Ik vraag om een tijdpad. Daar wil de staatssecretaris niet aan. Welke afspraken wil zij dan maken met de Kamer om enige body te geven aan dat streven? 

Staatssecretaris Mansveld:

Ik heb mevrouw Ouwehand al een aantal keren uitgelegd hoe ik daarnaar kijk. Het is en het blijft een belangenafweging. Die kan op verschillende plekken verschillend gemaakt worden. Ik vind het belangrijk dat we de normen die er nu zijn, halen en dat we ernaar streven om steeds verder onder die normen te komen. Ik ben echter niet voornemens om de WHO-norm tot nieuwe norm te verheffen, zoals mevrouw Ouwehand ook weet. 

Dan kom ik op de motie van mevrouw Van Veldhoven op stuk nr. 200 die betrekking heeft op de werkruimte van 1,5 dB. Er bestaan daarover heldere regels. Ik hoorde mevrouw Van Veldhoven zeggen: zodanig te interpreteren. Ik denk dat de regels die er zijn, per geval ook goed worden toegepast. Ik zie dan ook geen reden om deze aan te passen, zodat ik de motie ontraad. 

De motie op stuk nr. 201 van heer Smaling gaat over de top 2000. In deze tijd ben ik wanneer het gaat om de top 2000 altijd in een heel andere stemming; ik kan niet wachten totdat die start. Maar om het verhaal heel kort te maken voor de heer Smaling: we hebben de NSL-aanpak. Juist daarbij kijken we met de gemeenten waar de hotspots zitten teneinde die weg te nemen. De vijftien meest urgente problemen waarvan de heer Smaling vraagt om die aan te pakken, zitten ook in de verlenging van NSL-aanpak. Ik ontraad dan ook de motie. 

Ten slotte kom ik op de motie van de heer Madlener op stuk nr. 202 over de windmolenexploitanten. Er is al een kader voor, zodat ik deze motie ontraad. 

De heer Madlener (PVV):

Dit kabinet wil Nederland volbouwen met windmolens, maar dat kost miljarden aan subsidie. Nu blijkt dat het kabinet daarnaast extra maatregelen gaat treffen op kosten van de belastingbetaler. Het is toch zo dat de vervuiler in Nederland betaalt? Is het dan niet beter om die windmolenexploitanten te laten opdraaien voor de schade aan de omgeving? 

Staatssecretaris Mansveld:

We hebben een budget voor gevallen waarin sprake is van overlast. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor spoor. Er zijn allerlei wegen om dat te doen. Ik wil graag met u praten over het windmolenbeleid maar dan haal ik het een beetje weg van de uitdaging voor de heer Kamp waar het gaat om deze discussie met u. Ik blijf deze motie ontraden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De stemming over de ingediende moties is hedenavond.