Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2013-2014
Kamerstuk 33750-VI nr. 2

Gepubliceerd op 17 september 2013



33 750 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2014

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

DEEL A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

3

     

DEEL B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1

Leeswijzer

4

     

2

Beleidsagenda

7

     

3

Beleidsartikelen

24

31

Nationale politie

24

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

32

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

40

34

Sanctietoepassing

51

35

Jeugd

61

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

70

37

Vreemdelingen

77

     

4

Niet beleidsartikelen

84

91

Apparaat kerndepartement

84

92

Nominaal en onvoorzien

89

93

Geheim

90

     

5

Agentschappen

91

1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

91

2

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

101

3

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

105

4

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

111

5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening (Dienst Justis)

115

6

Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT (GDI)

121

     

6

De Raad voor de rechtspraak

127

     

7

Overzicht ZBO’s en RWT’s

134

     

8

Prognosemodel Justitiële Ketens

137

     

9

Wetgevingsprogramma

141

     

10

Afkortingenlijst

149

     

11

Trefwoordenlijst

153

     

12

Bijlagen

156

 

Verdiepingshoofdstuk

156

 

Moties en toezeggingen

170

 

Subsidieoverzicht

240

 

Evaluatie- en onderzoeksoverzicht

248

DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het jaar 2014 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2014. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2014.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2014 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de agentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), de dienst Justis en het Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT (GDI) voor het jaar 2014 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister van Veiligheid en Justitie niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2014 wordt gegeven.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

DEEL B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Algemeen

In deze leeswijzer wordt kort ingegaan op de gevolgen van de nieuwe rijksbreed ingevoerde begrotingsopzet Verantwoord Begroten, de beleidsagenda, de beleidsartikelen, de agentschapsparagrafen, de Raad voor de rechtspraak, meetbare gegevens, het Prognosemodel Justitiële ketens en de overzichtsconstructies.

Gevolg «Verantwoord Begroten»

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. Deze nieuwe begrotingsopzet is bij Begroting 2013 rijksbreed ingevoerd. Uit analyse van de departementale begrotingen door het Ministerie van Financiën bleek dat de departementen de implementatie van Verantwoord Begroten grotendeels op orde hebben, maar dat de apparaatsuitgaven nog niet altijd volledig conform de nieuwe opzet zijn begroot. Voor VenJ geldt dat de uitgaven die het bestuursdepartement en een aantal agentschappen doen aan shared service organisaties abusievelijk niet apart inzichtelijk zijn gemaakt in de Begroting 2013. Dat is inmiddels hersteld. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid. Evenals in de begroting 2013 kunnen door de nieuwe indeling in sommige budgettaire tabellen geen realisatiecijfers worden opgenomen voor het jaar 2012.

Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op acht kernthema’s van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Dit zijn de prioriteiten voor deze kabinetsperiode. In de beleidsagenda is zoals gebruikelijk een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties en een overzicht met de meerjarige planning voor de beleidsdoorlichtingen.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen vindt u de relevante financiële informatie die samenhangt met de voorgenomen programma-uitgaven.

Beleidsartikel 31 «Nationale politie» is op een aantal punten aangepast. Zo is bijvoorbeeld de bijdrage voor internationale politie-inzet apart inzichtelijk gemaakt. Ook is de naamstelling «VtsPN» aangepast in «C2000/GMS», aangezien de organisatie VtsPN is opgegaan in de nationale politie. Verder is een aantal posten, conform de regels van Verantwoord Begroten, in de categorie «overige» gebracht omdat de individuele geldstromen kleiner zijn dan € 1 mln.

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in respectievelijk beleidsartikel 32 (HR), artikel 33 (OM) en 35 (RvdK) worden opgenomen.

Sinds de herindeling van taken na de benoeming van het kabinet Rutte/Asscher is de Minister van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor immigratie en asiel. Deze begroting kent daarom het nieuwe beleidsartikel 37 «Vreemdelingen». Dit artikel is overgeheveld van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In het verlengde daarvan is ook het agentschap Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) overgeheveld naar de begroting van VenJ. De begroting van de IND is in de agentschapsparagraaf opgenomen.

Niet-beleidsartikel 91

In het niet-beleidsartikel 91 «apparaat kerndepartement» zijn twee nieuwe overzichtstabellen opgenomen. De eerste nieuwe tabel geeft een overzicht van hoe de apparaatstaakstelling van het kabinet Rutte/Asscher is verdeeld. De tweede tabel, opgenomen naar aanleiding van de motie Van Hijum c.s. (Kamerstukken TK, 33 605, nr. 8), laat de taakstellingen van de Regeerakkoorden van 2010 en 2012, evenals die van het Begrotingsakkoord 2012, zien voor DJI en de Raad voor de rechtspraak.

Agentschapsparagrafen

De begroting van het agentschap DJI kent een nieuwe lastencategorie, namelijk de post «materiële programmakosten». Onder deze post zijn met instemming van het Ministerie van Financiën de materiële kosten opgenomen die samenhangen met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen. Het betreft materiële kosten, die geen apparaatskosten zijn. Met deze wijziging is de agentschapsparagraaf van DJI meer in lijn gebracht met de uitgangspunten van Verantwoord Begroten.

Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de Rechterlijke Organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Raad een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. Door VenJ is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake baten/lastendiensten is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Meetbare gegevens

In de beleidsartikelen zijn conform de Rijksbegrotingsvoorschriften bij de algemene doelstellingen van de beleidsartikelen prestatiegegevens opgenomen. Uiteraard wordt bij voorkeur het beoogde maatschappelijk effect van het beleid vermeld.

In het geval geen prestatie-indicatoren zijn opgenomen, wordt volstaan met kengetallen. Het kan gaan om outputgegevens (de concrete producten van het beleid), om throughputgegevens (die inzicht bieden in processen, zoals bijvoorbeeld doorlooptijden) of om inputgegevens. In het laatste geval gaat het om een weergave van de beleidsinspanningen: welke activiteiten worden ondernomen, welke middelen worden ingezet, etcetera. In de beleidsartikelen worden dergelijke gegevens over het algemeen aangeduid als productiegegevens. Dit alles om toch een zo maximaal inzicht te bieden in de beleidseffecten die met het VenJ-beleid worden beoogd.

Indien in het geheel niet mogelijk is om prestatiegegevens op te nemen, wordt aangegeven waarom dat niet mogelijk is. Waar mogelijk, is een toelichting gegeven waaruit blijkt op welke wijze op een meer kwalitatieve wijze inzicht wordt verkregen in de beleidsprestaties.

Om tot één definitie te komen van de termen pakkans en verdachtenratio is vanaf deze begroting gekozen om louter het begrip verdachtenratio te hanteren. De definitie daarvan luidt: het aantal in jaar t afgehandelde verdachten (op basis van politieadministratie) van overvallen gedeeld door het aantal overvallen in jaar t, maal 100. Bij deze ratio wordt (anders dan bij het begrip oplossingspercentage) niet meegewogen in welk jaar de verdachte de overval heeft gepleegd.

In het kader van Verantwoord Begroten zijn de rol en verantwoordelijkheid van de minister nauwkeuriger omschreven. Als gevolg hiervan zijn enkele gegevens die eerder als prestatie-indicatoren zijn gepresenteerd nu opgenomen als kengetallen (artikel 33 tabel 33.1 en 33.2).

Verder is een aantal prestatie-indicatoren en kengetallen verschoven naar een ander beleidsartikel. Zo zijn de indicatoren over straatroven en overvallen verplaatst van beleidsartikel 31 naar beleidsartikel 34. Verder zijn de indicatoren gewelddadige vermogenscriminaliteit verplaatst van artikel 33 naar artikel 34. Ten aanzien van de indicator woninginbraken is gekozen om de doelstelling uit de zogenoemde HIC-brief (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 385) te hanteren. Dit betekent dat niet langer de verdachtenratio wordt opgenomen, maar het aantal woninginbraken.

Ook zijn sommige indicatoren/kengetallen en productiegegevens niet langer opgenomen. De indicator vermindering aantal verzorgingsgebieden staat niet meer in artikel 31, omdat deze niet geschikt bleek om jaarlijks over de rapporteren. De productiegegevens over mediation (artikel 32) worden vanaf nu niet meer in de begroting opgenomen, omdat vanaf dit jaar het budget voor mediation is beëindigd.

Om de Kamer meer inzicht te bieden zijn bij de productiegegevens voor Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrages (LBIO) nu ook de kosten per geïnde euro per product opgenomen. Voor de overzichtelijkheid zijn de producten op hoofdcategorie geclusterd.

Prognosemodel Justitiële Ketens

Eén van de bijlages bevat de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). Deze uitkomsten geven de geraamde capaciteitsbehoeften in meerjarig perspectief weer binnen de justitiële ketens.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie levert een bijdrage aan vier interdepartementale overzichtsconstructies (ozc): «Stedenbeleid», «Caribisch Nederland», «Milieubeleid» en de «Homogene Groep Internationale Samenwerking» (HGIS). De coördinatie is voor de eerste twee ozc’s in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Infrastructuur en Milieu coördineert de ozc Milieubeleid en de Minister van Buitenlandse Zaken de ozc HGIS.

2. BELEIDSAGENDA

2014 staat in het teken van het verder realiseren van de inzet van het kabinet om te komen tot een veiliger Nederland, ingebed in een sterke rechtsstaat. Dit tegen de achtergrond van een stevige budgettaire opgave.

Veiligheid en Justitie gaat deze uitdaging aan, door te blijven zoeken naar efficiënte en effectieve manieren om resultaat te behalen – zowel binnen het departement als in de ketens. Grote veranderingstrajecten als de invoering van de nationale politie, de voltooiing van de herziene Gerechtelijke Kaart op 1 januari 2013 en de hervorming van het gevangeniswezen dragen hier sterk aan bij. Daarnaast is het van groot belang om de samenwerking binnen de strafrecht-, executie- en vreemdelingenketen te versterken. Zo wordt ook in 2014 met kracht uitvoering gegeven aan het programma Versterking Prestaties Strafrechtketen (VPS), inclusief het programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB) dat beoogt door betere samenwerking tussen de ketenpartners uitval in de executieketen te voorkomen.

Ondanks de financiële opgave, dragen de verandertrajecten bij aan het realiseren van een veiliger Nederland en versterking van de rechtsstaat. Veiligheid en Justitie zal zich ook in 2014 onverkort inzetten om de veiligheid op straat te vergroten, delicten met een hoge impact op het slachtoffer hard aan te pakken en ondermijnende criminaliteit te bestrijden. Dan gaat het bijvoorbeeld om overvallen en woningbraken, maar ook om vaak minder direct zichtbare criminaliteit als mensenhandel, drugssmokkel, ernstige fraude of witwassen. Verder blijven wij ons sterk maken voor de positie van het slachtoffer, onder andere door het verruimen van het spreekrecht en makkelijker verhalen van schade via het strafproces of het civiele recht. Vreemdelingen die verblijf willen in Nederland moeten kunnen rekenen op een snelle, zorgvuldige en rechtvaardige behandeling van hun verzoek. Een humaan asielbeleid met het oog voor de menselijke maat komt ook tot uitdrukking door goede opvang voor degenen die daar recht op hebben. Hierbij is er specifiek aandacht voor kwetsbare groepen.

Een veiliger Nederland en onze rechtsstaat staan niet op zichzelf. Zij worden direct beïnvloed door veiligheid en recht elders in de wereld. Daarom kiezen wij voor een open en pragmatische houding, als het gaat om internationale samenwerking op de terreinen van veiligheid en justitie. Dat uit zich in een constructieve en op praktisch resultaat gerichte houding in de Europese Unie en het streven om de internationale samenwerking bij de aanpak grensoverschrijdende misdrijven te verbeteren. Ook leveren wij een bijdrage aan de versterking van de rechtsstaat in landen waar dat voor Nederland van direct belang is.

Internationalisering en technologische ontwikkelingen vragen in toenemende mate om een nieuwe aanpak van veiligheidsproblemen. Om fenomenen als cybersecurity, cybercrime, terrorisme en radicalisering effectief te kunnen aanpakken, is een netwerkgerichte aanpak noodzakelijk. Hierbij worden nationale én internationale, publieke én private partijen in (steeds veranderende) netwerkverbanden gericht samengebracht, om gezamenlijk resultaten te boeken in de bestrijding van deze veiligheidsproblemen.

Deze gezamenlijkheid uit zich eveneens door de samenwerking tussen de Ministeries van Veiligheid en Justitie en Defensie, die reeds een lange traditie kent. Zo wordt op het terrein van crisisbeheersing intensief samengewerkt in het programma Versterking Civiel Militaire Samenwerking (VCMS), waarmee in 2014 de grondslag gelegd zal worden voor een betere positionering van Defensie als een structurele veiligheidspartner van de civiele overheid, naast bijvoorbeeld brandweer, politie en GHOR. Daarnaast wordt onderzocht of de taken van de KMar, die zich reeds als waardevol partner in de vreemdelingenketen bewijst, kunnen worden verruimd, opdat zij zelfstandig mensenhandelonderzoeken in relatie tot het grensverkeer af kan handelen.

De ambitie om te komen tot een veiliger Nederland, ingebed in een sterke rechtsstaat, wil het Ministerie van Veiligheid en Justitie realiseren door te werken aan de acht kernthema’s die daarvoor van belang zijn. Aan de hand van deze kernthema’s volgen hieronder de belangrijkste beleidsvoornemens voor 2014.

Versterking Prestaties Strafrechtsketen (artikel 31, 32, 33, 34)

Slachtoffers en verdachten hebben recht op een herkenbaar, krachtig en op maat gesneden strafrecht. Het strafrecht moet ook een adequate reactie zijn op ontoelaatbaar gedrag. Daarom worden de prestaties van de strafrechtketen in 2014 verder verbeterd en versterkt.

De aangifte

De burger moet eenvoudig aangifte kunnen doen en snel en effectief geholpen worden. Concreet betekent dit dat de burger straks via diverse kanalen, zoals telefoon of internet, aangifte kan doen en dat de aangever wordt geïnformeerd over het verloop en de afloop van de aangifte.

Om strafzaken succesvol af te handelen is het ook van belang dat de kwaliteit van de aangiften en processen-verbaal beter wordt. Daarom investeren we in 2014 fors in verhoging van de kwaliteit van politiefunctionarissen die aangiften opnemen, beoordelen en wegen op opsporingsindicaties. Ook investeren we in kwaliteit van de hulpofficieren van justitie en komen er duidelijke afspraken tussen politie en het Openbaar Ministerie (OM) over de criteria waaronder de politie zaken kan «uitscreenen» of voortijdig beëindigen. Met en tussen de overige ketenpartners komen er duidelijke afspraken over de overdracht van zaken. De ZSM-werkwijze (zo slim, snel, simpel en samenlevingsgericht mogelijk) zal in 2014 landelijk zijn uitgerold. Daarmee realiseren we een grote versnelling in het afdoeningsproces van strafzaken.

Digitalisering van onderdelen van de strafrechtketen is een belangrijke voorwaarde om strafzaken sneller, slimmer, beter en transparanter af te wikkelen. De ambitie is dat het wetsvoorstel digitale handhaving op 1 januari 2015 in werking treedt. Vanaf dat moment hoeven bij de handhaving op straat geen papieren bonnen meer te worden overhandigd. De verdere ontwikkeling van de strafrechtketenmonitor in 2014 maakt de in-, door- en uitstroom van strafzaken in de keten verder inzichtelijk en transparant en tevens de zaakstromen tussen de ketennetwerkpartners.

Rechtspraak

Een belangrijk onderdeel van VPS is de herstructurering van (kern-)onderdelen van het Wetboek van Strafvordering en andere wetgeving. De herstructurering wordt ingezet om de regels en lasten te verminderen en zal een bijdrage leveren aan de versnelling van de doorlooptijden, het verminderen van administratieve lasten, de vereenvoudiging en stroomlijning van procedures en het digitaliseren van de strafrechtsketen. Ik streef er naar dat in 2016 het hiervoor ingestelde wetgevingsprogramma is afgerond.

De uitvoering van strafrechtelijke beslissingen

Een snelle tenuitvoerlegging van opgelegde straffen draagt bij aan de geloofwaardigheid van de rechtsstaat en het rechtvaardigheidsgevoel in de samenleving. Het programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB), waarin alle ketenpartners samenwerken, richt zich op de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Dit alles met als doel die beslissingen beter, sneller en goed geïnformeerd (bijvoorbeeld informatie aan burgemeesters en slachtoffers) ten uitvoer te kunnen leggen.

Streven is het wetsvoorstel waarmee de wettelijke regeling van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen wordt herzien op 1 januari 2015 in werking te laten treden. Met de voorgestelde wijzigingen gaat onder meer de formele verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen over van het OM naar de Minister van Veiligheid en Justitie. Om meer structureel inzicht te krijgen in de prestaties in de uitvoeringsketen is een keten prestatie-indicatoren monitor executie ontwikkeld door het WODC. Op basis van deze monitor zijn streefnormen vastgesteld, onder meer gericht op terugdringen van uitval in de executieketen. Zo moet in 2016 het percentage van de principale vrijheidsstraffen waarbij de tenuitvoerlegging na 24 maanden gaande of afgerond is zijn gestegen van het huidige cijfer 87% naar 92%.

Het Regeerakkoord bevat nog een aantal maatregelen om de slagkracht en effectiviteit van de executieketen te vergroten. Daarbij gaat het onder meer om het opnemen van minimale strafeisen in de strafvorderingsrichtlijnen van het OM voor ernstige gevallen van recidive en het direct ten uitvoerleggen van vrijheidsstraffen van meer dan 2 jaar die in eerste aanleg zijn opgelegd.

Op het terrein van de forensische zorg zal de komende jaren de implementatie van de Wet Forensische Zorg de belangrijkste opgave zijn. De belangrijkste doelen zijn herstel van de forensische patiënt en verdere vermindering van de kans op recidive, ten behoeve van de veiligheid van de samenleving.

Nederland Veiliger (artikel 31, 32, 33, 34, 35)

De intensieve aanpak van criminaliteit en onveiligheid van de afgelopen jaren werpt zijn vruchten af. Deze wordt in 2014 dan ook met kracht voortgezet. Preventieve en repressieve maatregelen gaan hierbij hand in hand en behalve voor politie en OM is er ook een actieve rol voor het lokaal bestuur. Het gaat hierbij niet alleen om het vergroten van de veiligheid op straat en het verminderen van criminaliteit. Ook de door burgers ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens moeten in 2017 met 10% zijn afgenomen ten opzichte van 2012. 1

Criminaliteit tegen bedrijfsleven

Uit een fenomeenanalyse van de Taskforce Criminaliteit tegen Bedrijven blijkt dat op veel terreinen de criminaliteit (licht) daalt. Een stevige en duurzame publiek-private samenwerking (pps), onder andere met lokale ondernemers, is hierbij een succesfactor. In 2014 en verder wordt de focus dan ook gelegd op het verstevigen van met name de lokale en regionale pps en inzet van effectief gebleken instrumenten op basis van een verbeterde informatiepositie.

Problematische jeugdgroepen

De aanpak van problematische jeugdgroepen in het algemeen en van criminele jeugdgroepen in het bijzonder is in 2013 een nieuwe fase ingegaan en wordt in 2014 voortgezet. Wij zetten er op in dat in 2014 alle criminele jeugdgroepen die volgens de shortlistmethodiek zijn geïnventariseerd worden aangepakt en dat er een verdere afname is van het aantal hinderlijke, overlastgevende en criminele jeugdgroepen. Gemeenten voeren daarbij de regie op een integrale meersporenaanpak. Een klein operationeel team gaat de lokale driehoek daarbij tot eind 2014 ondersteunen. Met name in die gemeenten waar nog hardnekkige criminele jeugdgroepen actief zijn. De voortgang wordt gemonitord op de gebruikelijk manier (1x landelijk beeld, 2x per jaar voortgang op de criminele jeugdgroepen en 1x overzicht opgelegde interventies) en tegelijkertijd wordt gekeken naar de mogelijkheden om de monitoring te verbeteren c.q. te vereenvoudigen.

In 2014 treedt ook het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht in werking. Daarmee voorzien we in een samenhangend sanctiepakket, waarmee een sanctie op maat kan worden opgelegd aan jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 16 tot 23 jaar en recidive verder beperkt wordt. Verder zal het kabinet in 2014 bij de Tweede Kamer een Wetsvoorstel terbeschikkingstelling aan het onderwijs (TBO) indienen. Met dit wetsvoorstel voorzien we in een strafrechtelijke maatregel waarmee jeugdige delict plegers vanaf 12 jaar worden verplicht onderwijs te volgen om zo een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt te behalen.

High Impact Crimes

Gewelddadige vermogenscriminaliteit, zoals overvallen, straatroven en woninginbraken hebben een grote impact op slachtoffers, hun directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Ze brengen grote (psychische en fysieke) schade toe. Daarom blijft de aanpak van deze «high impact crimes» (HIC) ook in 2014 een topprioriteit. De ingezette harde aanpak zetten we met kracht door. We richten ons daarbij op een intensieve daderaanpak en versterking van de heterdaadkracht. Dit alles via een gebiedsgerichte aanpak en aandacht voor preventie. Deze aanpak heeft in de afgelopen jaren haar vruchten afgeworpen. In 2014 zetten we in op een verdere afname van het aantal overvallen van bijna 2.300 in 2011 tot ca. 1.900 en het aantal straatroven daalt van ruim 7.800 in 2011 tot circa 6.500 in 2014. Ook de aanpak van woninginbraken gaan we het komend jaar sterk intensiveren. Op lokaal niveau gaan bestuur, OM, politie, woningcorporaties en provincies heldere afspraken maken over de beste lokale aanpak – zowel preventief als repressief. Verhogen van de verdachtenratio, afpakken van crimineel vermogen ter vergoeding van de schade aan het slachtoffer en extra inzet op preventie zijn bij deze aanpak de speerpunten. Doel is om het aantal woninginbraken van 91.000 in 2012 in 2014 terug te brengen tot ca. 83.000 en in 2017 tot ca. 65.000.

Veiligheid in de buurt

Het vergroten van de veiligheid in de buurt raakt mensen direct. Hiertoe is het belangrijk om scherp te hebben welke problematiek lokaal speelt zodat deze direct aangepakt kan worden. In 2014 dienen alle territoriale eenheden van het korps – indien daartoe door de gemeenten verzocht – een gebiedsscan op gemeentelijk niveau uit te voeren. Deze gebiedsscan kan door de gemeenten worden gebruikt voor het opstellen van een integraal veiligheidsplan. In de gebiedsscan wordt onder andere aandacht besteed aan de veiligheid in wijken, uitgaansgebieden, openbaar vervoer en rond coffeeshops.

Cybercrime

In 2014 blijven we werken aan een zichtbare rechtshandhaving op het internet. Doel is om door middel van concrete acties helder te maken dat Nederland het recht ook handhaaft op het internet. Hier moeten burgers op kunnen vertrouwen. De harde aanpak van hackers tot digitale bankrovers wordt onverminderd voortgezet, evenals het ontmantelen van criminele infrastructuren zoals het neerhalen van complete botnets. Dit wordt gedaan in samenwerking met vele publieke en private partijen in binnen- en buitenland. De samenwerking met de bancaire sector verdient extra aandacht en wordt daarom verbreed met als doel betere selecties en keuzes te kunnen maken om cybercrime te voorkomen, te detecteren, te mitigeren, op te sporen en te vervolgen. Capaciteitsuitbreiding maakt een toename mogelijk van het aantal High Tech Crime opsporingsonderzoeken tot twintig op jaarbasis, ten opzichte van vijftien onderzoeken in 2013 en tien onderzoeken in 2012. Ook is uitbreiding van opsporingsbevoegdheden voorzien middels de Wet Computercriminaliteit III. Binnen de politie wordt in 2014 verder gewerkt aan het verder inrichten van intelligence, kennis en expertise op het gebied van cybercrime, ten behoeve van de standaardisering, uniformering en professionalisering van de Digitale Expertise binnen de Nederlandse politie.

Kinderporno en kindersekstoerisme

De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de versterking van de bestrijding van kinderporno. Onder andere via capaciteitsuitbreiding. In 2014 moet dit leiden tot een toename van aangeleverde verdachten bij het OM van 25% (ten opzichte van 2010) tot 600. Deze stijging geschiedt binnen de afgesproken focusverschuiving naar verdachten van seksueel misbruik bij kinderen, vervaardiging en verspreiding van kinderpornografisch materiaal. Hierbij worden downloaders overigens niet uit het oog verloren en is er tevens aandacht voor slachtoffers.

De aanpak van kindersekstoerisme vergt extra inspanningen. In september 2013 wordt daarvoor een meerjarig actieplan opgeleverd. De uitvoering van dit plan leidt tot een meerjarige intensivering en uitbreiding van concrete acties ter voorkoming en bestrijding van kindersekstoerisme.

Veiligheid kinderen

Het actieplan «Kinderen Veilig 2012–2016» vormt de basis voor de aanpak van kindermishandeling in 2014. De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik – in 2012 ingesteld door de ministeries van VWS en VenJ – ziet toe op zowel de uitvoering van de acties uit het actieplan, als op de uitvoering van de maatregelen naar aanleiding van de Commissie Samson. Met het oog op de decentralisatie van de jeugdzorg, om zo de zorg dichter bij de burger te brengen, werken we aan een certificeringssystematiek, die een goede uitvoering van jeugdreclassering en jeugdbescherming moet borgen. In 2014 moeten alle aanbieders van jeugdreclassering en jeugdbescherming zich laten certificeren.

Georganiseerde criminaliteit

Tegen ondermijnende, georganiseerde misdaad wordt als één overheid opgetreden. De geïntegreerde aanpak, met de inzet van strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale interventies, gaan we dan ook verder versterken. We zetten in 2014 in op verdere professionalisering van de structuur met de tien RIECs (Regionale Informatie en Expertise Centra) en het LIEC (Landelijk Informatie en Expertise Centrum). Zodanig dat deze zowel het lokale bestuur als de brede, geïntegreerde aanpak krachtig kunnen ondersteunen. Bijzondere aandacht krijgen de thema’s mensenhandel, drugscriminaliteit, milieucriminaliteit, witwassen en zware fraude. Het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat we op deze manier aanpakken zal in 2014 zijn verdubbeld ten opzichte van 2009.

Fraudebestrijding

Fraude is zeer schadelijk voor de samenleving als geheel, voor de integriteit van het financieel-economische stelsel en voor de overheidsfinanciën. Voorkómen en bestrijden van fraude heeft daarom topprioriteit voor dit kabinet, evenals het terughalen en afpakken van onrechtmatig of anderszins ten onrechte ontvangen overheidsgelden en langs criminele weg verkregen vermogen. Omdat dit een departementale aanpak overstijgt, zet het kabinet in op een rijksbrede en programmatische aanpak, onder coördinatie van Veiligheid en Justitie. Concrete doelstellingen hierbij zijn het voorkomen en bestrijden van fraude met individuele inkomensoverdrachten en subsidies, inclusief daarbij gehanteerde werkwijzen zoals misbruik van rechtspersonen, gebruik van schijnconstructies, identiteitsfraude etc. De versterking van de aanpak van faillissementsfraude blijkt ook uit het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht, waarover eind juni een eerste voortgangsbrief naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het doel is nog deze kabinetsperiode het faillissementsrecht stevig te moderniseren. Twee voor de fraudebestrijding belangrijke wetsvoorstellen zijn inmiddels in consultatie gegaan. Het betreft de invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod en de uitbreiding van strafrechtelijke mogelijkheden om faillissementsfraude eerder en strenger aan te pakken. Verder komt er een versterking van de positie van de curator waardoor mogelijke fraude bij faillissementen eerder kan worden gesignaleerd. Een wetsvoorstel hierover gaat in het najaar in consultatie.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. De begrote opbrengst bedraagt € 70,1 mln. in 2014 en loopt op tot € 100 mln. in 2018, terwijl in 2012 nog € 49,7 mln. werd geïncasseerd. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. De opbrengsten kunnen mede ten goede komen aan de compensatie van slachtoffers.

Vergroten heterdaadkracht

Door zichtbaar en snel optreden en betere samenwerking met burgers wordt de heterdaadkracht verder vergroot. Hierdoor worden meer verdachten opgepakt en kunnen deze sneller afgehandeld worden. Voor 2014 staat de doelstelling bij heterdaadkracht om de heterdaadratio met 25% te vergoten ten opzichte van 2009.

Nationale veiligheid (artikel 36)

Zoals aangegeven in de inleiding op dit hoofdstuk heeft onze maatschappij in toenemende mate te maken met veiligheidsproblematiek behorend bij een netwerksamenleving. Voorbeelden hiervan zijn cybersecurity, terrorisme en radicalisering. De veiligheidsaanpak vergt (telkens) een nieuwe impuls die maat houdt met de ontwikkelingen op de desbetreffende terreinen.

Cybersecurity

De recente reeks cyberaanvallen op vitale onderdelen van onze maatschappij illustreren dat verhoging van de digitale weerbaarheid van Nederland noodzakelijk is. Reden om de Nationale Cyber Security Strategie te actualiseren. De implementatie hiervan volgt in 2014. Belangrijke onderdelen van de Nationale Cyber Security Strategie zien op het detecteren van digitale dreigingen en het leveren van respons hierop. Hiertoe gaan we in 2014 het Nationale Detectie Netwerk en het Nationale Response Netwerk opbouwen en vormgeven. Tevens versterken we de juridische positie van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Daarnaast wordt de ICT-Response Board van de huidige twintig cyber experts uitgebreid naar zestig in 2014 en wordt de private deelname aan het NCSC geïntensiveerd. Ook vinden in 2014 de onderhandelingen en implementatie plaats van de EU-richtlijn over netwerk- en informatiebeveiliging.

Crisisbeheersing

Het functioneren van de Wet Veiligheidsregio's en het stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing wordt in 2013 geëvalueerd door de commissie Hoekstra. In 2014 worden hieruit voortvloeiende (eind 2013) aangekondigde maatregelen ter verbetering van de prestaties op brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing verder ontwikkeld en zo mogelijk ingevoerd.

Bestrijding extremisme en terrorisme

Onlangs is het dreigingsniveau terrorisme in ons land verhoogd. Aanleiding hiervoor zijn de reisbewegingen naar jihadistische strijdgebieden en het vervolgens terugkeren naar Nederland van deze reizigers. Om deze reisbewegingen tegen te gaan en de risico's van terugkeerders in te dammen, zetten we samen met de contraterrorismepartners in op preventie, signalering en interventie. Inlichtingenmatige, juridische, bestuurlijke en andere middelen spelen hierbij een rol. Om de dreiging van concrete aanslagen tegen te gaan, zetten we onverminderd in op bijtijds signaleren van voorbereidingshandelingen van terroristische aanslagen in samenwerking met de nationale en internationale partners.

Bestendiging en versterking rechtsstaat (artikel 32, 33)

Het legaliteitsbeginsel, machtenscheiding, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak en bescherming van grond- en mensenrechten zijn vanouds de waarborgen die een rechtsstaat kenmerken. Voor deze waarborgen is een goede juridische infrastructuur onontbeerlijk. We moeten blijven zorgen dat de kernwaarden van ons rechtsbestel, goed verankerd blijven.

In dit licht werken we samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de verankering in de Grondwet van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Samen met het Ministerie van BZ zet Veiligheid en Justitie zich daarnaast in om ook de rechtsstatelijkheid binnen de EU en haar lidstaten te versterken.

Voor de rechtspraak, het OM en de politie is er een nieuw en stevig fundament gelegd met de herziening van de gerechtelijke kaart en de nieuwe Politiewet. Dit nieuwe bestel betekent ook versterking van de rol van het bestuur als krachtdadige partner in het veiligheidsdomein. Daarop bouwen we de komende jaren voort.

Om bij te dragen aan een goede, snelle, efficiënte, toegankelijke en betaalbare rechtspraak is in september 2012 het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) van start gegaan. Dit programma beoogt het procesrecht voor civiele en bestuursrechtelijke zaken te vereenvoudigen en zoveel mogelijk te uniformeren door – onder meer – stroomlijning van het hoger beroep, één eenvoudige basisprocedure voor eenvoudige zaken en vergroting van de regierol van de rechter. In de rechtspraak worden civiele en bestuursrechtelijke procedures vereenvoudigd, geüniformeerd en gedigitaliseerd, zodat de rechter toegankelijker wordt en doorlooptijden korter.

Verruiming disciplinaire maatregelen en modernisering toezicht

Disciplinaire maatregelen die getroffen kunnen worden ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren worden verruimd. Daarnaast wordt het toezicht op de advocatuur gemoderniseerd middels het Wetsvoorstel positie en toezicht advocatuur. Dit wetsvoorstel heeft onder andere als doel de onafhankelijkheid van het toezicht ten opzichte van zowel de centrale overheid als de beroepsgroep te waarborgen.

Stelselvernieuwing rechtsbijstand en griffierechten

We moeten zuinig zijn op onze rechtsstaat. Dat betekent ook dat we moeten bekijken hoe we bij een toenemend aantal zaken de kosten van de rechtspraak en de gesubsidieerde rechtsbijstand kunnen beheersen. Zodanig, dat het rechtsbestel goed kan blijven functioneren en tegelijkertijd de allerzwaksten in de samenleving ontzient. Aanpassing van de griffierechten en herziening van het stelsel van rechtsbijstand zijn onontkoombaar. Het bijbehorende wetsvoorstel verhoging tarieven griffierechten en de stelselvernieuwing rechtsbijstand zullen in 2014 worden ingevoerd c.q. verder worden gebracht.

Nationale politie (artikel 31)

De realisatie van de nationale politie zorgt voor een efficiëntere bedrijfsvoering en betere politieprestaties. Door de verdere realisatie van de nationale politie in 2014 zal de burger steeds meer te maken krijgen met een doelmatige en uniform georganiseerde politie. Een politie met meer professionele ruimte, meer kwaliteit, minder bureaucratie, versterkte lokale inbedding en meer dynamische aanwezigheid op straat. De voortgang van de realisatie wordt getoetst langs de drie voorwaarden: 1. de realisatie geschiedt binnen de vastgestelde budgettaire kaders. 2. de operationele doelsterkte van de politie blijft 49.500 fte en 3. de politie levert de afgesproken prestaties. Dit met immer hetzelfde doel: een veiliger Nederland.

Realisatie nationale politie

2014 staat in het teken van de verdere realisatie van de nationale politie. De meeste nieuwe structuren en werkwijzen van de in het Realisatieplan Nationale Politie geprioriteerde operationele doelen, zullen eind 2014 in werking zijn gebracht. De robuuste basisteams zijn, net als de andere onderdelen van de regionale eenheden, operationeel in 2014. Aan de vorming van het politiedienstencentrum (PDC) wordt in 2014 voortvarend verder gewerkt. Dit proces zal doorlopen tot 2017. Het financieel beheer wordt verder ingericht met als doel eind 2014 te kunnen beschikken over één financiële administratie.

Landelijke meldkamerorganisatie

Het transitieakkoord, waarin de afspraken zijn opgenomen, wordt in september 2013 door alle betrokken partijen ondertekend. In 2014 wordt gewerkt aan de wetswijziging die nodig is om te komen tot een landelijke meldkamerorganisatie (LMO). De kwartiermaker LMO, die in 2013 start, gaat in 2014 verder met de transitie van de huidige regionale meldkamers naar de instelling van één LMO met tien meldkamerlocaties. Ook komt de kwartiermaker met een voorstel voor een goede afhandeling van noodhulpvragen. Uitgangspunt is hierbij de burger op een verantwoorde wijze zoveel mogelijk in het eerste contact te helpen. Voor zowel de meldkamer als C2000 worden de kosten verdeeld over de gebruikers. Het lopende beheercontract voor C2000 loopt af. Omwille van de continuïteit wordt tijdig voor een (vervolg)contract zorggedragen.

Beperken administratieve lasten

Het presterend vermogen van de politie wordt vergroot door de uitvoering van het actieprogramma «Minder regels, meer op straat». 2 Verbetering van de prestaties vindt enerzijds plaats via vermindering van de administratieve lasten, anderzijds via versterking van het vakmanschap en kwaliteitsverbetering en versnelling in de (strafrecht)keten. In 2014 werken we er hard aan om de uiteindelijke doelstelling – 25% productiviteitswinst (5.000 fte) door vermindering van de administratieve lasten – te realiseren. De belangrijkste winst in 2014 bereiken we door (onder meer) de aanpak van de bureaucratie rondom de bijzondere opsporingsbevoegdheden van de politie en mobiele toepassingen voor politiemensen op straat.

ICT bij de politie op orde

Aan het verder op orde brengen van de ICT bij de politie, door uitvoering van het (Bijgesteld) Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie ((B)AVP), werken we in 2014 voortvarend door. Dit moet onder meer leiden tot meer gebruiksgemak, minder uitval en verlies van gegevens, meer en betere informatie-uitwisseling en lagere kosten van de informatievoorziening en ICT. In dit traject worden relevante partners, zoals de KMAR, vanzelfsprekend nauw betrokken.

Politieacademie

Het ondersteunend beheer van de Politieacademie zal worden ondergebracht bij de nationale politie. De Politieacademie blijft verantwoordelijk voor de onafhankelijke uitvoering van het politieonderwijs, en van de kennis- en wetenschappelijk onderzoeksfuncties. Aan het bijbehorende wetsvoorstel werken we in 2014 verder; de inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2015.

Slachtoffer centraal (artikel 34)

Een veilige en rechtvaardige samenleving doet recht aan slachtoffers van strafbare feiten. Rechten van slachtoffers breiden wij dan ook uit; belangen van slachtoffers wegen zwaarder mee. Schade verhalen wij zo veel mogelijk op de daders. Voor slachtoffers is ondersteuning beschikbaar bij het herstellen van de gevolgen van strafbare feiten.

In het Regeerakkoord heeft het kabinet het slachtofferbeleid voor deze kabinetsperiode kernachtig verwoord: we verbeteren de positie van slachtoffers voor, tijdens en na afloop van het strafproces. De behoeften van het slachtoffer staan centraal.

Wetgeving

In 2014 vindt de parlementaire behandeling plaats van het wetsvoorstel «opheffen beperkingen spreekrecht». Van de Wet conservatoir beslag ten behoeve van slachtoffers, die op 1 januari 2014 in werking treedt, worden in 2014 de eerste resultaten verwacht. Verder zal het wetsvoorstel uitbreiding reikwijdte Schadefonds Geweldsmisdrijven gereed zijn voor parlementaire behandeling, evenals het wetsvoorstel dat voeging in het strafproces mogelijk maakt voor ouders van minderjarige slachtoffers. In 2014 vindt ook de parlementaire behandeling plaats van de implementatiewetgeving naar aanleiding van de eind 2012 aangenomen EU-richtlijn minimumnormen voor slachtoffers.

Belangen Slachtoffers

Herstelbemiddeling kan – voor slachtoffers die dit willen – een bijdrage leveren aan het herstel van (im)materiële schade en relaties. De pilots herstelbemiddeling die dit jaar starten worden in de zomer van 2014 afgerond. De eerste resultaten van het begeleidende evaluatieonderzoek naar de pilots, onder andere naar de ervaringen van slachtoffers, worden eind 2014 verwacht. Op het gebied van de informatievoorziening aan slachtoffers, vereenvoudiging van het schadeverhaal en het meewegen van de belangen van slachtoffers in de fase van tenuitvoerlegging van de straf of maatregel, implementeren de ketenpartners in 2014 de eerste concrete verbetermaatregelen. Zo komt er een vereenvoudigd schadeformulier. Het onderzoek naar de rol van verzekeraars bij het schadeverhaal op daders wordt in 2014 afgerond.

Immigratie en Asiel (artikel 37)

Nederland biedt bescherming aan vluchtelingen die op grond van het asielbeleid onze bescherming nodig hebben. Daarnaast voert Nederland een uitnodigend toelatingsbeleid voor kennismigranten, die een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie en wetenschap onder andere via faciliteren van «start-ups».

Vreemdelingen die een asielverzoek doen hebben recht op een snelle en zorgvuldige afhandeling van hun verzoek. Met de uitvoering van het Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures (PST) streeft de overheid er naar om vaker binnen acht dagen een beslissing te nemen op een asielverzoek. Is er meer onderzoek nodig, dan wordt daar de tijd voor genomen. Door zoveel mogelijk aspecten in één keer mee te wegen, kunnen we opeenvolgende asielaanvragen voorkomen. Versnelde afdoening moet stapeling van ongegronde procedures ontmoedigen.

Voor kennis-, gezins- en arbeidsmigranten is het modern migratiebeleid ontwikkeld. Dit beleid voorziet in snelle, transparante en zorgvuldige besluitvormingsprocessen, zodat snel helder is of iemand aanspraak maakt op een verblijfstitel. Personen, instellingen en bedrijven die vreemdelingen naar Nederland halen hebben de verplichting om te zorgen dat de vreemdeling in staat wordt gesteld om deel te nemen aan de samenleving. Ook moeten ze de IND op de hoogte te stellen van gewijzigde omstandigheden.

Terugkeer

Voor een deel van de asielzoekers blijkt na een zorgvuldige afweging dat zij geen bescherming nodig hebben. Voor deze groep regelt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) op een zorgvuldige, humane en snelle wijze terugkeer naar het land van herkomst. Ook andere vreemdelingen die niet (langer) rechtmatig in Nederland verblijven worden overgedragen aan de DT&V. Nederland ondersteunt vreemdelingen bij hun re-integratie zowel financieel als in natura. Ook stimuleren we herkomstlanden om beter mee te werken aan de terugkeer van hun onderdanen. Dit betreft ook de handels- en ontwikkelingscontacten met deze landen. Om de groep vreemdelingen die in vreemdelingenbewaring gesteld wordt te verkleinen, werkt Veiligheid en Justitie aan verbreding van toezichthoudende maatregelen – inclusief vrijheid beperkende maatregelen –, gericht op het realiseren van terugkeer. Het juridische kader en het regime voor vreemdelingenbewaring passen we zodanig aan, dat er meer aandacht is voor de bijzondere positie van de mensen die in vreemdelingenbewaring terechtkomen.

Vreemdelingentoezicht

Handhaving van het vreemdelingenbeleid begint bij de Nederlandse buitengrenzen van het Schengengebied. De infrastructuur van het grenstoezicht wordt verbeterd, zodat de identiteit van reizigers betrouwbaar en snel kan worden vastgesteld. Het doel is de doorstroom van reizigers aan de buitengrenzen te verbeteren en de (nationale) veiligheid te bevorderen, onder meer door beter zicht op criminaliteit, terrorisme, illegale immigratie en mensenhandel. Vreemdelingen die hier rechtmatig verblijven, maar strafrechtelijk zijn veroordeeld, worden eerder Nederland uitgezet. Dit past in de bredere aanpak van criminaliteit. Nederland zet ook in op de verbetering van de Europese samenwerking op gebied van het Europese grensbewakingssysteem.

Strafbaarstelling illegaal verblijf

Illegaal verblijf is maatschappelijk onwenselijk, omdat het vaak gepaard gaat met uitbuiting, criminaliteit en overlast. In 2014 wordt de strafbaarstelling van illegaal verblijf geïmplementeerd. Bij de bestrijding van illegaal verblijf blijft de prioriteit liggen bij overlastgevende en criminele illegalen. Betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de organisaties in de vreemdelingen- en strafrechtketen maakt het mogelijk gerichter op te treden tegen illegaal verblijf, met een meer efficiënte inzet van de capaciteit.

Keteninformatisering

Het programma keteninformatisering vreemdelingenketen richt zich op digitalisering van de informatie-uitwisseling binnen deze keten. Het programma maakt de gezamenlijke uitvoering van het vreemdelingenbeleid efficiënter, effectiever en flexibeler. De basis hiervoor is de Architectuur Vreemdelingenketen, die begin 2013 is vastgesteld. In 2014 wordt het stelsel van voorzieningen voor de digitale uitwisseling van – nu nog papieren – informatie stapsgewijs opgeleverd. Een deel van de huidige papieren informatiestromen wordt omgezet in digitale documenten en berichten.

Kansspelen

De modernisering van het kansspelbeleid heeft als uitgangspunt de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier te laten deelnemen aan kansspelen. De afgelopen jaren is in Nederland een kansspelbeleid gevoerd met als doel de bestaande vraag naar kansspelen te leiden naar een door de overheid gereguleerd en gecontroleerd aanbod. Aan het Nederlandse kansspelbeleid liggen het voorkomen van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van criminaliteit en illegaliteit ten grondslag. Daarbij is voor de consument van belang dat een passend en attractief aanbod beschikbaar is.

Jaarlijks spelen bijna één miljoen Nederlanders mee op niet in Nederland gereguleerde kansspelsites. Een vergunningstelsel voor online kansspelen zorgt ervoor dat een belangrijk deel van de online spelers binnen deze kabinetsperiode veilig en verantwoord bij een aanbieder met een vergunning kunnen spelen. Aangezien het aanbieden van gokspelen geen kerntaak is van de overheid, zal Holland Casino onder voorwaarden worden verkocht. Vergunningen voor loterijen worden vanaf 2015 op transparante wijze vergund.

Het kabinet treft maatregelen voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van fraude en witwassen. Dit wordt bereikt door voor zowel de land-based als voor de internetmarkt strikte regels te stellen (in wetten en vergunningen), toezicht te houden op de naleving van die regels en illegaal aanbod tegen te gaan. Door in het vergunningstelsel ruimte te bieden voor een passend en attractief aanbod wordt gestimuleerd dat de burger binnen de gereguleerde kansspelmarkt blijft spelen.

Om kansspelen «op afstand» wettelijk te reguleren wordt in 2014 een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Ook een wetsvoorstel voor de herinrichting van de casinomarkt zal in 2014 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Overzichtstabel met belangrijkste beleidsmatige mutaties.

Onderstaande tabel bevat de belangrijkste budgettaire mutaties sinds de begroting 2013 (inclusief de eerste suppletoire begroting 2013). Het betreft mutaties die groter zijn dan € 10 mln. Indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties (x € 1.000)
 

Beleidsartikel

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

 

97.633

65.332

76.562

-36.030

-204.352

100.372

Nieuwe Mutaties:

             

Maatregelen Regeerakkoord

             

1. Efficiencytaakstelling Regeerakkoord

alle

0

0

0

-125.297

-279.947

-343.596

2. Ontslagroute via kantonrechter

32

0

0

0

-5.000

-5.000

-5.000

3. Doelmatiger strafrechtketen

92

0

-30.000

-60.000

-60.000

-60.000

-60.000

               

Overige beleidsmatige mutaties:

             

4. Intensiveringsmiddelen veiligheid

31 en 34

0

40.000

36.800

29.500

29.400

29.400

5. Maatregelen rechtspraak afname volume a.g.v. verhoging griffierechten

32

0

-5.000

-13.000

-13.000

-14.000

-14.000

6. Maatregelen rechtsbijstand

32

0

-33.000

-42.775

-86.369

-88.851

-91.090

7. Trendmatige ontwikkeling rechtspraak

32

40.000

0

-33.825

-5.000

0

0

8. Kapitaalslasten strafrechtelijke forensische zorg

34

26.673

26.673

26.673

26.673

26.673

26.673

9. Wijziging masterplan Dienst Justitële Inrichtingen (DJI)

34

2.000

12.000

46.000

53.000

61.000

69.000

10. Alternatieven Vreemdelingenbewaring

34

0

-2.000

7.000

-10.000

-10.000

-10.000

11. Btw-compensatie veiligheidsregio's

36

0

50.137

50.137

50.137

50.137

50.137

12. Kasschuif nominaal en onvoorzien

92

-20.000

0

0

10.000

10.000

0

13. Departementale bijdrage

alle

0

-23.600

-23.600

-23.600

-23.600

-23.600

1. Efficiencytaakstelling

Zoals afgesproken in het Regeerakkoord Rutte/Asscher krijgen alle departementen een efficiencytaakstelling. Voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie betekent dit een taakstelling van € 344 mln. structureel vanaf 2018.

2. Ontslagroute via kantonrechter

In het Regeerakkoord is opgenomen dat het ontslagrecht met ingang van 1 juli 2014 wordt hervormd. Conform het Sociaal Akkoord wordt het ontslagrecht echter pas met ingang van 1 januari 2016 gemoderniseerd. Afhankelijk van de reden voor het ontslag komt er een ontslagroute: voor bedrijfseconomisch ontslag en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid via een procedure bij UWV en voor (andere) in de persoon gelegen redenen en bij een verstoorde arbeidsverhouding via ontbinding door de kantonrechter. De uitvoeringskosten van de kantonrechtersroute (€ 5 mln. per jaar) zijn hiertoe overgeheveld van de rechtspraak naar het UWV.

3. Doelmatiger strafrechtketen

In het Regeerakkoord is besloten tot bezuinigingen in de strafrechtketen. Door een betere aansluiting van de te onderscheiden schakels (politie, OM en ZM) moeten in de strafrechtketen efficiëntiewinsten worden gerealiseerd. De eerste tranche van deze ombuiging wordt onder andere ingevuld door de overgang naar centrale verwerking van gegevens van flitsapparatuur door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

4. Intensiveringsmiddelen veiligheid

Met de intensivering veiligheid wordt vanaf 2015 het fundament van de politie versterkt. In 2014 wordt reeds gestart met deze versterking en wordt dekking gevonden binnen de begroting van VenJ. Door in te zetten op het verbeteren van efficiëntie en kwaliteit – zaken slimmer en beter aanpakken – wordt de inzetbaarheid en productiviteit van de politie vergroot en stijgt de verdachtenratio. Dit gebeurt uiteraard met oog voor de balans in de (strafrecht)keten, waar de politie onderdeel van uitmaakt. Concreet wordt:

  • van aangifte tot overdracht de kwaliteit van politieproces en -producten als basis van de strafrechtketen versterkt;

  • met «Mobiel Effectiever Op Straat» beter, meer en efficiënter gebruik gemaakt van bestaande contactmomenten tussen politie en burger;

  • de uitvoering van executie- en betekeningopdrachten in de keten door de politie effectiever en efficiënter ingericht waardoor vonnissen vaker en sneller tot uitvoer gebracht worden en de politie meer ruimte voor de uitvoering van haar kerntaken krijgt;

  • flitsboetes efficiënter verwerkt door het overhevelen van een niet-kerntaak van de politie naar het CJIB waardoor er – bij gelijkblijvende operationele politiesterkte – meer blauw op straat komt.

5. Maatregelen rechtspraak afname volume a.g.v. verhoging griffierechten

Teneinde de huidige kwaliteit te handhaven en om de verwachte instroom van de rechtspraak op te kunnen vangen, worden de griffierechten met gemiddeld 15% verhoogd. De verhoging heeft invloed op zowel de uitgaven aan de rechtspraak als de griffierechtontvangsten. De daling van de uitgaven is het gevolg van de geraamde vraaguitval.

6. Maatregelen rechtsbijstand

Op het terrein van de rechtsbijstand wordt een aantal beleidsmaatregelen getroffen. De belangrijkste beleidsmaatregel is de stelselvernieuwing die vanaf 2015 zorgt voor lagere uitgaven. Daarnaast wordt in 2014 een aantal kleinere wetswijzigingen en AMVB’s doorgevoerd, die het budgettaire beroep op de rechtsbijstand verlagen.

7. Trendmatige ontwikkeling rechtspraak

Op basis van de meest recente uitkomsten van het prognose model justitiële ketens (PMJ), worden de geraamde uitgaven aan de rechtspraak bijgesteld.

8. Kapitaalslasten strafrechtelijke forensische zorg

Met ingang van 2007 zijn de exploitatiemiddelen voor de strafrechtelijke forensische zorg overgeheveld uit het algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten naar de begroting van het Ministerie van VenJ. De bijbehorende kapitaalslasten waren nog niet overgeheveld in afwachting van de ontwikkeling van een normatieve huisvestingscomponent (NHC). Inmiddels zijn afspraken gemaakt over de invoering van de NHC en is het resterende deel van de middelen naar VenJ worden overgeboekt.

9. Wijziging Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Naar aanleiding van de behandeling van het Masterplan DJI in de Tweede Kamer zijn middelen uit de loon- en prijsbijstelling vrijgemaakt voor de aanpassing van het masterplan. Grootste wijziging betreft het niet doorgaan van elektronische detentie «aan de voorkant». Gevolg is dat minder penitentiaire inrichtingen hoeven te sluiten en minder fte’s af te hoeven vloeien.

10. Alternatieven vreemdelingenbewaring

In de vreemdelingenbewaring wordt onderzocht in hoeverre de faciliteiten en de voorzieningen op de vrijheidsbeperkende locaties aangepast kunnen worden, met als doel vreemdelingenbewaring alléén als ultimum remedium in te zetten en de terugkeer van de vreemdelingen verder te stimuleren. Het aantal plekken in de Vreemdelingenbewaring is teruggebracht naar 933. Dit levert € 51 mln. op waarvan € 10 mln. ingezet wordt voor alternatieven voor de vreemdelingebewaring.

11. Btw-compensatie veiligheidsregio’s

Per 1 januari 2014 dient de brandweer in alle veiligheidsregio’s te zijn geregionaliseerd. Hiermee komt een einde aan de gemeentelijke brandweer. Vanaf dat moment vervalt het recht van de veiligheidsregio’s om via de deelnemende gemeenten de btw op brandweeruitgaven te compenseren via het btw-compensatiefonds. Bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Veiligheidsregio’s in verband met de verplichte regionalisering van de brandweer (per 1 januari 2013 van kracht geworden) is afgesproken dat de veiligheidsregio’s voor het «verlies» van in totaal € 44,1 mln. (prijspeil 2010) structureel worden gecompenseerd door middel van uitname uit het btw-compensatiefonds. Deze compensatie is ook opgenomen in de brief aan de Tweede Kamer over het onderzoek «Financiële consequenties verplichte regionalisering van de brandweer» (Kamerstukken TK 2011–2012, 29 517, nr. 52). Dit bedrag wordt gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen uit de jaren 2011 en 2012 en voor de btw-verhoging naar 21%. De totale uitname uit het btw-compensatiefonds, die in 2014 structureel wordt toegevoegd aan de begroting van VenJ, bedraagt daarmee € 50,1 mln.

12. Kasschuif nominaal en onvoorzien

Deze mutatie betreft een budgettair neutrale kasschuif tussen verschillende jaren waarmee de begrote uitgaven in lijn worden gebracht met het te verwachten uitgavenpatroon.

13. Departementale bijdrage

Het kabinet heeft besloten tot een aanvullend bezuinigingspakket van structureel € 6 mld. Dit pakket is noodzakelijk om de overheidsfinanciën weer in lijn te brengen met de economische realiteit. De departementale begrotingen leveren een budgettaire bijdrage ter gedeeltelijke invulling van de bezuinigingspakket. De bijdrage van VenJ hierin bedraagt € 23,6 mln. Deze bijdrage is ingevuld op de diverse beleidsartikelen van de VenJ-begroting.

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties (x € 1.000)
 

Beleidsartikel

2013

2014

2015

2016

2017

2018

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

 

– 113.260

– 59.560

29.340

44.740

68.740

7.240

Nieuwe mutaties:

             

Maatregelen Regeerakkoord

             

1. Kosten strafzaken en detentie

32, 34

0

0

60.000

60.000

60.000

60.000

2. Afromen kansspelbelasting

34

0

0

10.000

10.000

10.000

10.000

               

Overige beleidsmatige mutaties:

             

3. Maatregelen rechtspraak afname a.g.v. verhoging griffierechten

32

0

33.000

38.000

40.000

42.000

44.000

4. Griffierechten

32

– 40.000

0

0

0

0

0

5. Boeten en transacties

33

80.000

0

0

0

0

0

6. Centraliseren verwerking flitsgegevens

33

0

13.500

15.400

15.400

15.400

15.400

1. Kosten strafzaken en detentie

Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord, komt er een bijdrageregeling voor gedetineerden. Voor de verblijfskosten wordt (indicatief) € 12,50 per dag in rekening gebracht voor een maximum periode van 6 maanden. Naar verwachting wordt met deze maatregel een jaarlijkse ontvangst op de VenJ-begroting van zo’n € 7 mln. gerealiseerd. Daarnaast wordt een «eigen bijdrage» geheven voor strafzaken in eerste aanleg, waarmee een deel van de kosten van het strafrecht (in geval van een veroordeling) aan de veroordeelde worden doorberekend. Hiermee wordt een jaarlijkse ontvangst op de VenJ-begroting van zo’n € 53 mln. gerealiseerd.

2. Afromen kansspelbelasting

Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord wordt het kansspelbeleid gemoderniseerd. Online kansspelen, sportweddenschappen en pokerevenementen worden strikt gereguleerd. Vanaf 2015 worden de vergunningen voor loterijen niet meer onderhands, maar door middel van een transparante procedure gegund. De hiermee samenhangende taakstellende ontvangst die op de VenJ-begroting is ingeboekt bedraagt € 10 mln. per jaar.

3. Maatregelen rechtspraak afname a.g.v. verhoging griffierechten

Teneinde de huidige kwaliteit te handhaven en om de verwachte instroom van de rechtspraak op te kunnen vangen, worden de griffierechten met gemiddeld 15% verhoogd. De verhoging heeft invloed op zowel de uitgaven aan de rechtspraak als de griffierechtontvangsten. De stijging van de ontvangsten is het gevolg van de verhoging van de tarieven.

4. Griffierechten

Bij de griffierechten wordt een tegenvaller van € 40 mln. verwacht in 2013. Eind 2012 was de dalende griffierechtontvangst reeds waar te nemen. De trend lijkt zich door te zetten. De raad voor de rechtspraak heeft in het jaarverslag 2012 aangegeven dat het aantal handelszaken, zowel rechtbank en kanton is gedaald. De hiermee samenhangende daling van de griffierechtopbrengst werd in 2012 nog gecompenseerd door de stijging van het aantal familiezaken bij kanton, maar ook die trend is volgens de Raad inmiddels omgebogen naar een daling. Voor wat betreft de dalende trend bij handel vermoedt de Raad een verband met de invoering van de Wgbz per 1 november 2010 en de competentiegrenswijziging kanton per 1 juli 2011.

5. Boeten en transacties

Door toename van de instroom vanuit de nieuwe trajectcontrolesystemen A2 en A4 en hoger gerealiseerde prijzen bij 30-WAM (als gevolg van een toenemende aantal aanmaningen) worden in 2013 hogere boeten- en transactieontvangsten verwacht. Deze meevaller wordt ingezet voor tegenvallende griffierechten en voor financiering van de Rechtspraak

6. Centraliseren verwerken flitsgegevens

De verwerking van gegevens van flitsapparatuur wordt gecentraliseerd bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Dit kan niet alleen leiden tot efficiency, maar ook tot hogere boeteontvangsten (zo’n € 15 mln. per jaar) door minder uitval.

Planning beleidsdoorlichtingen

Onderstaand overzicht geeft aan wanneer de doelstellingen van de VenJ-begroting worden doorgelicht.

   

Realisatie

Planning

     

Artikel

Omschrijving artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

31

Nationale politie

             
 

Veiligheid regio’s en politie (oud o.d. 23) 1

(Planning 2012 en afgerond 2013)

 

X

         
 

Bekostiging Nationale politie (31.2) 2

           

X

 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie (31.3) 3

(Planning 2012 en afgerond 2013)

 

X

         

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

             
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel (32.2)

     

X

     
 

Slagvaardige en kwalitatief goede rechtspleging (32.3)

     

X

     

33

Rechtshandhaving en vervolging

             
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

   

X

       
 

Opsporing en vervolging (33.3)

   

X

       

34

Sanctietoepassing

             
 

Preventieve maatregelen (34.2) (Planning 2012 en afgerond 2013)

 

X

         
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring (34.3)

       

X

   
 

Slachtofferzorg (34.4)

(planning 2013 en af te ronden in 2013)

 

X

         

35

Jeugd

             
 

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij AMV’s (35.2)

X

           
 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (35.3)

         

X

 

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

             
 

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

(36.2)

       

X

   
 

Veiligheid (radicalisering) (36.2, oud 25.1)

 

X

         
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid (36.3)

         

X

 

37

Vreemdelingen

             
 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

         

X

 
 

Terugkeer (37.3)

           

X

X Noot
1

Dit betreft een oude operationele doelstelling van het oude beleidsartikel 23, dit is opgegaan in beleidsartikelen 31 en 36.

X Noot
2

De nationale politie bestaat sinds 1 januari 2013. Doorlichting vindt plaats in 2018.

X Noot
3

Voorheen Veiligheid (ICT).

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 31. Nationale politie

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. De verantwoordelijkheden van de minister zijn vastgelegd in de Politiewet 2012. De minister draagt er sinds 1 januari 2013 zorg voor dat de politieorganisatie is toegerust om de door de gezagsdragers opgedragen taken te kunnen uitvoeren. De politie, bestaande uit tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een ondersteunende dienst, is een rechtspersoon sui generis. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de minister stelt.

Om zijn politieke verantwoordelijkheid voor het beheer te kunnen waarmaken, heeft de minister verschillende instrumenten. Zo stelt de minister niet alleen de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan en het jaarverslag vast, maar ook de operationele sterkte. Verder kan de minister de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven. Zo stelt hij regels aan het beheer, waaronder het financieel beheer, van de politie door de korpschef.

Daarnaast stelt de minister, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van de taakuitvoering van de politie vast, alsmede, voor elke regionale of landelijke eenheid doelstellingen ter verwezenlijking van die landelijke beleidsdoelstellingen. De huidige landelijke prioriteiten zijn in 2011 vastgesteld en moeten in 2014 gerealiseerd zijn (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 256). Verdeling van de sterkte over de onderdelen van de regionale eenheden geschiedt door de burgemeesters en de hoofdofficier van justitie en wordt neergelegd in het regionale beleidsplan. Dit beleidsplan, waarvoor de door de gemeenten vastgestelde doelen op het terrein van de veiligheid de basis vormen, wordt – met inachtneming van de landelijke doelstellingen voor de betrokken eenheid – vastgesteld door de gezamenlijke burgemeesters en de hoofdofficier van justitie. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, stelt de regioburgemeester (in overeenstemming met de hoofdofficier) het beleidsplan vast. Tegen dit besluit kan een betrokken burgemeester in beroep komen bij de minister.

De politie-inzet is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. De burgemeester heeft het gezag wat betreft de handhaving van de openbare orde en hulpverlening. De officier van justitie heeft het gezag wat betreft de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

Ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) heeft de minister een uitvoerende rol, omdat de beheersverantwoordelijkheid voor deze korpsen bij de minister ligt. De ministeriële verantwoordelijkheid is vastgelegd in de Veiligheidswet BES (Stb. 2010, 362).

Meetbare gegevens

Prioriteiten

Voor de periode 2011 tot en met 2014 zijn – in overleg met de toenmalige korpsbeheerders, de Raad van Korpschefs en de voorzitter van het College van procureurs-generaal – landelijke prioriteiten voor de politie vastgesteld (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 256). Voor een deel van de landelijke prioriteiten worden in onderstaande tabel de indicatoren gegeven. De resterende landelijke prioriteiten met bijbehorende indicatoren zijn terug te vinden onder artikel 33 (o.a. woninginbraken) en 34 (o.a. overvallen, straatroven), omdat hier aparte programmabudgetten opgenomen zijn voor enkele van de landelijke prioriteiten. Echter, uiteraard zet de politie zich dagelijks in om de doelstellingen van alle lokale en landelijke prioriteiten te helpen realiseren. Daarmee vormt het politieaandeel vaak onderdeel van een bredere geïntegreerde aanpak, waarbij ook het lokale gezag, het OM en andere partijen betrokken zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de integrale aanpak van High Impact Crimes, waarbij de politie samen met partners inzet op het doen dalen van het aantal delicten en het doen stijgen van de verdachtenratio’s 3. Andere prioriteiten 4 uit het werkprogramma van de minister die de nationale politie uitvoert in samenwerking met het ministerie, waar prestatie-indicatoren aan zijn verbonden, zijn het aantal vrijwilligers bij de politie en de operationele sterkte. Ook deze zijn opgenomen in onderstaande tabellen.

Tabel 31.1 Indicatoren prioriteiten politie

Omschrijving

Nulmeting

Waarde ultimo 2012

Streefwaarde 2013

Streefwaarde 2014

In 2014 wordt de aangever standaard geïnformeerd over de afloop van de aangifte, of wordt de aangever in zwaardere zaken op basis van maatwerk geïnformeerd. Er kan via 6 kanalen aangifte of melding bij de politie gedaan worden.

2010: aangifte is divers en de burger krijgt niet in alle gevallen een terugkoppeling. 4 kanalen voor melding/aangifte zijnde: balie, telefonie, internet en op locatie.

Multichannel aanpak geïmplementeerd

6 kanalen voor aangifte.

(4 kanalen uit 2010 + op afspraak en 3D aangifte).

Terugkoppeling aangifte van woninginbraken.

6 kanalen voor aangifte.

Terugkoppeling van aangifte, aangever wordt in zwaardere zaken op basis van maatwerk geïnformeerd. Over aangifte van HIC wordt binnen 2 weken teruggekoppeld

Vermindering administratieve lastendruk politie met 25% (5.000 fte) 1

Heeft plaatsgevonden door de politieacademie in 2011

3% (605 fte)

15% (3.000 fte)

25% (5.000 fte)

Verhoging van de heterdaadratio met 25%

Zie voetnoot 2

Zie voetnoot 3

15%

25%

Aanleveren gebiedsscan op gemeentelijk niveau

2010: 15 korpsen geïmplementeerd; 11 nog niet.

100% dekking

100% dekking 4

100% dekking

Aanpak criminele vreemdelingen:

       

– Van de PSH-V geregistreerde identiteitsonderzoeken voldoet 90% aan de afgesproken kwaliteitseisen.

– 2010: 80% voldoet aan de eisen.

85,3%

87%

90%

– Bij alle naar het OM verzonden pv’s met een niet Nederlander als verdachte wordt de niet-Nederlander voorzien van een vreemdelingennummer

– 2010: 25%

Implementatie Progris grotendeels gerealiseerd, automatische toekenning V-nummer op korte termijn voorzien

100%

100%

Cybercrime: standaardisering, uniformering en professionalisering van de Digitale Expertise

2010: kwantitatief en kwalitatief in de pas lopen

Binnen de context van de NP is gewerkt aan de standaardisering, professionalisering en uniformering van de Digitale Expertise binnen de politie.

Plan van aanpak capaciteitsuitbreiding

Uitvoering plan van aanpak

Vrijwillige ambtenaren van politie (einddoel is 5.000 vrijwilligers in 2015)

2010: 2.406

2.940

3.750

4.375

Bron: Jaarverslag Nederlandse Politie 2012

X Noot
1

Zie actieprogramma «Minder regels, meer op straat» (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 238) en de voorgangsrapportages (Kamerstuk TK, 29 628, nrs. 285, 328 en 391).

X Noot
2

Bij het vaststellen van de doelstellingen met betrekking tot de heterdaadratio werd in 2010 aangenomen dat hierover op relatief eenvoudige wijze uit de bedrijfsvoeringsystemen van de politie gerapporteerd zou kunnen worden. In de praktijk is echter vastgesteld dat er geen uniek kenmerk in de historische politiedata tot en met het jaar 2011 beschikbaar is, waarmee de heterdaadratio betrouwbaar en landelijk vergelijkbaar te genereren zou zijn. Pas vanaf het jaar 2012 is een uniek kenmerk voor de heterdaad-aanhouding binnen de bedrijfsvoeringsystemen van de politie landelijk ingevoerd. Vanaf 2012 kan de heterdaadratio daarmee op eenvoudige wijze landelijk en op eenheidsniveau worden gepresenteerd en vergeleken.

X Noot
3

Vanaf 2012 wordt de heterdaadratio geregistreerd, de waarde die in 2012 behaald is, zal met terugwerkende kracht gemeten kunnen worden.

X Noot
4

Vanaf 1 januari 2013 is de Politiewet 2012 in werking getreden, waarmee de Nederlandse politie uit één korps bestaat. De gebiedsscan worden, op verzoek van gemeenten, op eenheidsniveau aangeleverd.

Sterkte van de politie

Doelstelling is om via een daarop toegesneden instroom van aspiranten in de komende jaren geleidelijk de afgesproken omvang voor de operationele sterkte van 49.500 fte te bereiken en die daarmee betaalbaar te houden. De onvoorspelbaarheid van de uitstroom op grond van leeftijd (keuze in de pensioenleeftijd) maakt dat de ontwikkeling van de sterkte lastig is te voorspellen. Verwachting is dat ondanks een voorzichtige instroom van aspiranten de operationele sterkte de komende jaren boven de afgesproken 49.500 fte blijft, maar wel zal dalen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 31.2 Indicator operationele sterkte
 

2012

2013

2014

2015

2016

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten) 1

51.037

51.279

50.712

50.069

49.654

Bron: Begroting nationale politie 2014

X Noot
1

Het gaat hier om de gemiddelde (voor 2013 t/m 2016 geprognotiseerde) operationele sterkte over het gehele jaar, niet de stand van de operationele sterkte aan het eind van het jaar.

Inzet intensivering € 105 mln.

Beleidswijzigingen

Met de intensivering veiligheid wordt vanaf 2015 het fundament van de politie versterkt. In 2014 wordt reeds gestart met deze versterking en wordt dekking gevonden binnen de begroting van VenJ. Door in te zetten op het verbeteren van efficiëntie en kwaliteit – zaken slimmer en beter aanpakken – wordt de inzetbaarheid en productiviteit van de politie vergroot en stijgt de verdachtenratio. Dit gebeurt uiteraard met oog voor de balans in de(strafrecht)keten, waar de politie onderdeel van uitmaakt. Concreet wordt:

  • van aangifte tot overdracht de kwaliteit van politieproces en -producten als basis van de strafrechtketen versterkt;

  • met «Mobiel Effectiever Op Straat» beter, meer en efficiënter gebruik gemaakt van bestaande contactmomenten tussen politie en burger;

  • de uitvoering van executie- en betekeningopdrachten in de keten door de politie effectiever en efficiënter ingericht waardoor vonnissen vaker en sneller tot uitvoer gebracht worden en de politie meer ruimte voor de uitvoering van haar kerntaken krijgt;

  • flitsboetes efficiënter verwerkt door het overhevelen van een niet-kerntaak van de politie naar het CJIB waardoor er – bij gelijkblijvende operationele politiesterkte – meer blauw op straat komt.

Daarnaast wordt in 2014 met voorbereidende werkzaamheden gestart om de aanpak van fenomenen zoals high impact crimes, jeugd (crimineel en overlastgevend) en ondermijnende criminaliteit (waaronder georganiseerde criminaliteit en cybercrime) te versterken. Dit wordt gedaan door samen met partners barrières op te werpen die een criminele carrière moeilijker maken en minder doen lonen. In het kader van de integrale aanpak zal ingezet worden op het nemen van zowel preventieve als repressieve maatregelen. Daarnaast zal over de hele linie meer crimineel verkregen vermogen worden afgepakt.

Doorberekenen politiekosten

Zoals reeds is aangekondigd tijdens de behandeling van de begroting 2013 van Veiligheid en Justitie op 29 november jl., wordt niet overgegaan tot de doorberekening van politiekosten bij evenementen. Kosten voor politie-inzet in rekening brengen aan organisatoren van de vele gratis en voor iedereen toegankelijke publieksevenementen (o.a. Koningsdag en Gay Parade) is lastig uitvoerbaar. De resterende betaalde evenementen zijn nagenoeg allemaal al professioneel georganiseerd waardoor een politie-inzet op het evenemententerrein niet nodig is. Dit is ook het geval bij het betaald voetbal. De politie-inzet in de stadions is geminimaliseerd. Uitgangspunt hierbij is dat de clubs zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid in het stadion met behulp van stewards en particuliere beveiligers. Buiten de stadions is de overheid primair verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Van doorberekening van politiekosten kan in die gevallen dan ook geen sprake zijn. In het licht van het vorenstaande gaat VenJ niet over tot wetgeving inhoudende doorbelasting van politiekosten.

Tabel 31.3 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

5.260.316

5.155.411

5.040.092

4.987.820

4.946.673

4.920.761

               

Programma-uitgaven

5.260.316

5.155.411

5.040.092

4.987.820

4.946.673

4.920.761

Waarvan juridisch verplicht

 

99,86%

       

31.2 Bekostiging nationale politie

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Nationale politie

4.980.842

4.882.090

4.775.744

4.727.684

4.701.528

4.677.334

 

VtsPN

94.777

0

0

0

0

0

 

Politieacademie

132.302

121.303

111.811

104.340

99.932

98.213

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

BES brandweer- en politiekorps

17.573

17.573

17.575

17.575

17.575

17.575

               

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Bestuur en Organisatie

9.493

0

0

0

0

0

 

Internationale samenwerkingsoperaties

0

20.962

10.977

10.977

10.977

10.977

 

Informatiebeleid politie: Innovatieprojecten

5.317

0

0

0

0

0

 

C2000 / GMS

0

93.181

93.825

93.909

93.891

93.892

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

790

790

790

790

790

 

Bijdragen medeoverheden

           
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

0

0

9.906

13.081

2.516

2.516

 

Subsidies

           
 

Stichting M

750

750

700

700

700

700

 

Opdrachten

           
 

Providers

14.762

14.262

14.264

14.264

14.264

14.264

 

Bijdragen Sociale fondsen

           
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

               

Ontvangsten

500

500

500

500

500

500

Het juridisch verplichte deel betreft vrijwel alle uitgaven die op dit artikel worden verantwoord (99,9%). Het betreft verplichtingen op grond van de politiewet.

Het niet-juridische verplichte deel is gereserveerd voor uitgaven op het gebied van internationale politiesamenwerking (o.a. t.b.v. uitzendingen) en opdrachten aan de telecomaanbieders in verband met tapkosten.

31.2 Bekostiging nationale politie

Toelichting op instrumenten

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Nationale politie

Aan de nationale politie wordt een bijdrage verstrekt voor de taakuitvoering in het kader van de Politiewet.

Algemene en bijzondere bijdrage

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. Op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012 ontvangt de politie daartoe bijdragen van de minister. Het algemene budget wordt, als lumpsumbudget, ter beschikking gesteld aan de politie en komt altijd volledig ten gunste van een adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht de politie zoveel mogelijk flexibiliteit te geven om afgesproken doelen te realiseren. Bijzondere bijdragen worden bij uitzondering gegeven voor de realisatie van een bepaald doel, waaraan voorwaarden zijn gesteld. Een voorbeeld hiervan is een bijdrage die specifiek bestemd is voor de versterking van de integrale aanpak van cybercrime, één van de landelijke prioriteiten. Het Regeerakkoord van het kabinet Rutte/Asscher heeft stevige afspraken gemaakt op het terrein van veiligheid, waarbij prioriteiten zijn: de implementatie van de nationale politie, administratieve lastenvermindering, de landelijke prioriteiten en de uitvoering van het (bijgestelde) aanvalsprogramma Informatievoorziening politie.

Reorganisatiebudget

De komende jaren van de vormgeving van het landelijke korps zullen, evenals heel 2013 in het teken staan van het realiseren van de inrichting van het landelijk korps en daarmee de personele reorganisatie en veranderingen op het gebied van cultuur, gedrag en leiderschap. Daarom is er in 2014 nog steeds sprake van een politieorganisatie in opbouw, zoals ook met de Tweede Kamer gedeeld is bij toezending van het inrichtingsplan en realisatieplan (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 346).

Politieacademie

De rijksbijdrage van de minister aan de Politieacademie omvat een algemene bijdrage voor de kosten van het ontwikkelen en aanbieden van het samenhangend stelsel van politieonderwijs, werving en selectie en examinering voor respectievelijk van aspiranten, politievrijwilligers en doorstromers. Daarnaast omvat de rijksbijdrage bijzondere bijdragen om specifieke activiteiten op het terrein van onderwijs, kennis en onderzoek mogelijk te maken.

Bijdrage aan medeoverheden

Brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland

De Minister van Veiligheid en Justitie is korpsbeheerder van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De personele en materiële uitgaven van de beide korpsen worden bekostigd uit de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De jaarlijks vastgestelde begroting van het ministerie vormt telkens de wettelijke grondslag voor de bekostiging van beide korpsen. In 2014 is prioriteit voor het korps politie Caribisch Nederland om uitvoering te geven aan de door het gezag te benoemen, geprioriteerde criminaliteitsvelden. De prioriteiten wordt geformuleerd op basis van de geactualiseerde criminaliteitsbeeldanalyse uit 2013. Voor het brandweerkorps Caribisch Nederland wordt met het oog op de toekomstige inwerkingtreding van de formele bekwaamheidseisen (Besluit Brandweer BES) een verdere professionalisering nagestreefd door middel van een gericht opleidingsplan.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT Politie

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

Deze post bestaat uit bijdragen in het kader van internationale politiesamenwerking (IPS), strategische landenprogramma’s (SLP’s) en coördinatie uitzendingen. De politie gebruikt de bijdrage voor de uitvoering van de SLP’s. Daarnaast bereidt de politieuitzendingen van politiefunctionarissen in het kader van vredesmissie voor en coördineert de politie-inzet in deze uitzendingen. Dit doet de politie in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Naast de Nationale Politie levert ook de Koninklijke Marechaussee een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking.

C2000/GMS

In opdracht van het Ministerie van VenJ voert de politie IV-organisatie (voorheen VtsPN) het beheer over het C2000-netwerk. Het C2000 communicatienetwerk is van cruciaal belang voor de taakuitvoering van de Nederlandse hulpdiensten.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit zijn budgetten voor de ondersteuning van het arbeidsvoorwaardenoverleg en de uitvoering van het arbeidsvoorwaardenbeleid.

Subsidies

Subsidie Stichting M

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is één van de belangrijkste financiers van de onafhankelijke Stichting M. Dit is een stichting die verschillende meldlijnen beheert, waaronder Meld Misdaad Anoniem. Stichting M ontvangt de subsidie hoofdzakelijk ten behoeve van de exploitatie van de Meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Opdrachten

Providers

In het Besluit Verstrekking Gegevens Telecommunicatie is geregeld dat de overheid gegevens van telecomaanbieders mag opvragen. Op grond van de Regeling Kosten Aftappen en Gegevensverstrekking is de overheid verplicht bepaalde kosten van aanbieders te vergoeden die zij door bovenstaande verplichtingen maken. De Staat der Nederlanden heeft met de zes grootste telecommunicatieproviders afspraken gemaakt over de wijze van aanleveren van gegevens en het verwerken van tapbevragingen in combinatie met de daarover verstrekte gegevens. Deze afspraken zijn in 2011 tot en met 2014 vernieuwd.

Bijdragen Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP) subsidieert, adviseert en registreert scholings- arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten binnen de sector politie. Het primaire doel van de SAOP is het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie te bevorderen en opleidingsactiviteiten te stimuleren. Dit doet de SAOP met behulp van de bijdrage die zij ontvangt van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 32. Rechtsbijstand en rechtspleging

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

De stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie strekt zich voornamelijk uit tot het scheppen van optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel ten behoeve van de civiele, bestuurlijke en strafrechtspleging.

Voor de rechtspleging (met inachtneming van de onafhankelijke positie van de rechter en de zelfstandige positie van de Raad voor de rechtspraak) kent de Minister van Veiligheid en Justitie een financierende rol. De minister houdt beheersmatig toezicht en treedt op als werkgever voor de rechterlijke macht.

Voor de rechtspleging en de Raad voor Rechtsbijstand (bron: Wet op de rechtsbijstand), het Bureau Financieel Toezicht (BFT, bron: Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme) en het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv, bron: Wet beëdigde tolken en vertalers) heeft de minister een financierende rol, hetgeen betekent dat de uitvoering van het beleid is overgedragen aan een zelfstandige taakorganisaties of aan privaatrechtelijke instellingen. Hij draagt zorgt voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, deskundigen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein zoals, advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders opereren.

Voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een stimulerende rol. De Minister van Veiligheid en Justitie is ten aanzien van de schuldsanering verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders (bron: Wet op de schuldsanering natuurlijke personen).

Meetbare gegevens

De bevoegdheid van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van het rechtsbestel is beperkt. Ook geldt dat normen voor een adequaat rechtsbestel zich niet in indicatoren laten vatten die in een oogopslag de beleidseffectiviteit in beeld brengen. Met behulp van monitoren, trendrapportages, beleidsdoorlichtingen en beleidsevaluaties wordt op kwantitatieve, maar ook op kwalitatieve wijze inzicht verkregen in de effecten van het beleid om de toegang tot de rechtspleging te bevorderen (beleidsartikel 32.2). Voor de rechtspraak kan dit slechts met kwalitatieve indicaties (beleidsartikel 32.3).

Gesubsidieerde rechtsbijstand

Beleidswijzigingen

In 2014 wordt verder gewerkt aan het project stelselvernieuwing rechtsbijstand, waarvan alle onderdelen uiterlijk in 2018 zijn gerealiseerd. Dit project heeft tot doel een adequaat stelsel vorm te geven waarmee structureel een substantiële besparing op de kosten van rechtsbijstand kan worden gerealiseerd. Op deze wijze blijft het stelsel hanteerbaar en blijft de toegang tot het recht voor on- en minvermogende burgers gewaarborgd.

Kwaliteit en Innovatie rechtspraak

In 2014 worden door de Minister van Veiligheid en Justitie wijzigingsvoorstellen voor het Wetboek van Rechtsvordering en de Algemene Wet Bestuursrecht ingediend. Deze wetsvoorstellen behelzen een vereenvoudiging van de civielrechtelijke procedures en maken digitaal procederen mogelijk. Er wordt in dit kader nauw samengewerkt met de Rechtspraak.

Griffierechten

De geraamde stijgende instroom van zaken zorgt voor een grote overschrijding van het beschikbare budget en zet de kwaliteit van de rechtspraak onder druk. Zonder maatregelen lopen in de rechtspraak de werkvoorraden sterk op en worden de doorlooptijden veel langer. Dat is schadelijk voor de rechtsstaat en is maatschappelijk niet aanvaardbaar: economie en burgers verlangen tijdige rechterlijke beslissingen van een kwalitatief hoog niveau.

Langs verschillende lijnen zijn maatregelen getroffen om de grote overschrijding van het beschikbare budget op te vangen. Met de Raad voor de rechtspraak is begin 2013 een prijsakkoord gesloten voor de periode 2014–2016. De afspraken uit dit prijsakkoord doen recht aan de noodzaak de kwaliteit van de rechtspraak te garanderen. Voorts worden de griffierechten aangepast als bijdrage aan de oplossing van de financiële problematiek.

Buitengerechtelijke geschiloplossing

In 2014 wordt in het kader van de Innovatieagenda op het terrein van buitengerechtelijke geschiloplossing besloten over de invulling van het kwaliteitsregister voor mediators. Voorts wordt wetgeving ingediend die de implementatie van de richtlijn Alternative Dispute Resolution (ADR) in Nederland regelt. Deze wetgeving regelt een goede inbedding van de bestaande praktijk van buitengerechtelijke geschilbeslechting. Nederland levert ook een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van het platform voor Online Dispute Resolution (ODR platform) door de Europese Commissie. Hiertoe is een subsidie verleend aan de Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken (SGC) om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het ODR platform in Europa.

Gerechtsdeurwaarders

In 2014 vindt naar verwachting de parlementaire behandeling plaats van een wetsvoorstel dat de Gerechtsdeurwaarderswet herziet. De herziening vindt plaats naar aanleiding van een evaluatie en inventarisatie van de knelpunten van de wet (Kamerstukken TK, 31 700 VI, nr. 113).

Advocaten

Het streven is dat in 2014 een wetsvoorstel in werking treedt dat een wijziging in het toezicht op de advocatuur inhoudt (Kamerstukken TK, 32 382, nr. 14). De kern van deze wetswijziging is het versterken van het toezicht op advocaten, waarbij de bevoegdheden van de lokale dekens worden uitgebreid en de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht komt te liggen bij een onafhankelijke landelijke toezichthouder.

Herziening initiële opleiding rechterlijke macht

Uiterlijk voorjaar 2014 wordt aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangeboden in het kader van de modernisering van het stelsel van initiële opleidingen bij de rechterlijke macht. De opleidingstrajecten voor recent afgestudeerden en juristen met ruime werkervaring worden samengevoegd tot één opleidingsstelsel waarin maatwerk mogelijk is. Het gezamenlijke opleiden van rechters en officieren van justitie blijft gehandhaafd. Nieuw is dat kandidaten al voorafgaand aan de opleiding kiezen voor de Zittende Magistratuur (rechterlijke macht) of de Staande Magistratuur (Openbaar Ministerie).

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

1.532.745

1.509.230

1.480.081

1.447.195

1.425.494

1.421.638

               

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

           
 

Personeel

21.238

20.870

20.706

20.679

20.681

20.675

 

waarvan eigen personeel

20.470

20.117

19.959

19.933

19.934

19.929

 

waarvan externe inhuur

0

0

0

0

0

0

 

Materieel

4.330

4.255

4.223

4.217

4.215

4.211

 

waarvan ICT

510

502

499

498

497

497

 

waarvan SSO's

0

0

0

0

0

0

               

Programma-uitgaven

1.507.177

1.484.105

1.455.152

1.422.299

1.400.598

1.396.752

Waarvan juridisch verplicht

 

99,94%

       

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

           
 

Bijdrage ZBO/RWT

           
 

Raad voor Rechtsbijstand

53.641

50.813

51.579

43.278

43.242

43.190

 

Bureau Financieel Toezicht

6.249

2.398

2.398

2.320

2.221

2.180

 

Subsidies

           
 

Stichting geschillencommissies

1.323

1.216

1.216

1.216

1.216

1.215

 

Overig adequate toegang tot het rechtsbestel

379

178

178

178

178

178

 

Opdrachten

           
 

WSNP

17.503

15.414

14.417

14.417

14.417

14.399

 

Toevoegingen rechtsbijstand

436.195

383.507

362.312

323.965

319.839

315.084

 

Overig adequate toegang tot het rechtsbestel

3.518

1.608

1.608

1.408

1.408

1.406

               

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

         
               
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

971.976

1.011.452

1.004.292

1.019.137

1.002.317

1.003.574

               
 

Bijdrage ZBO/RWT

           
 

College Bescherming Persoonsgegevens

7.585

8.185

8.100

7.850

7.531

7.415

 

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

6.255

6.066

6.004

5.785

5.519

5.403

 

Overig: college van Toezicht op Auteursrechten

0

685

685

685

685

685

 

Bijdragen medeoverheden

           
 

Bijdragen rechtspleging

86

86

86

86

86

86

 

Subsidies

           
 

Subsidies rechtspleging

913

897

887

886

886

885

 

Subsidies wetgeving

1.368

1.433

1.232

931

931

930

 

Opdrachten

           
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

186

167

158

157

122

122

               

Ontvangsten

226.232

313.839

388.042

405.770

424.670

434.355

 

waarvan griffie

218.626

306.226

327.426

345.426

364.326

377.226

Juridisch verplicht zijn de apparaatsuitgaven voor de Hoge Raad. Dit geldt ook voor de bijdragen aan ZBO's/RWT's zoals de Raad voor rechtsbijstand, BFT, CBP, CRM en College van Toezicht op auteursrechten alsook voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is bijna 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht. De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn vrijwel geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de structurele subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissie en de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

Het niet-juridische verplichte deel op dit beleidsartikel is gereserveerd voor bestuurlijk gebonden uitgaven via diverse subsidiebeschikkingen, onder meer voor de Nederlandse Orde van Advocaten. Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor toezicht en onderzoek, bijvoorbeeld op het terrein van rechtspraak, schuldsanering en rechtsbijstand. Daarnaast heeft niet niet-juridisch verplichte deel betrekking op bijdrage van internationale organisaties en opdrachten en onderzoek op gebied van rechtspleging.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel «Subsidies rechtspleging» een bedrag van € 897.000,– aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft voor ten hoogste € 814.000,– betrekking op de verlening van een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR). Daarnaast is in de regel «Subsidies Wetgeving» een bedrag van € 1,433 mln. aan subsidieuitgaven opgenomen voor het jaar 2014. Dit bedrag heeft voor ten hoogste € 1,407 mln. betrekking op de subsidieverlening aan de Stichting Recht en Overheid en voor € 26.000,– op de subsidieverlening aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten. Deze begrotingsvermeldingen vormen de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverleningen als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. Voor het civiele- en strafrecht is hij dat tevens voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De Hoge Raad is cassatierechter, wat betekent dat er wordt getoetst of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering begrijpelijk is. De cassatieprocedure is er op gericht de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming te bevorderen en te verzekeren.

Tabel 32.2 Productiegegevens

Hoge Raad productiegegevens

 

Realisatie

Prognoses

       
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Straf

             

Instroom

3.895

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

Uitstroom

3.688

3.800

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

               

Civiel

             

Instroom

564

600

600

600

600

600

600

Uitstroom

648

600

600

600

600

600

600

               

Fiscaal

             

instroom

1.140

1.125

1.125

1.125

1.125

1.125

1.125

uitstroom

1.256

1.100

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

               

Totaal

             

instroom

5.599

5.225

5.225

5.225

5.225

5.225

5.225

uitstroom

5.592

5.500

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

Bron: Primair processysteem (C@sius) Hoge Raad

Toelichting

Het streven van de Hoge Raad is er op gericht de jaarlijkse instroom van zaken weg te werken en de gemiddelde doorlooptijd van de behandeling van een zaak rond één jaar te brengen. Realisatie van dit streven is deels afhankelijk van externe invloeden. De Hoge Raad heeft geen invloed op de instroom en deze laat zich ook moeilijk voorspellen. Bovendien zijn de mogelijkheden om snel in te spelen op een sterk fluctuerende instroom beperkt. Bij de instroom van strafzaken moet worden opgemerkt dat het aantal zaken dat een substantiële inhoudelijke bewerking vergt jaarlijks stijgt ondanks een in totaliteit gelijkblijvende instroom.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

De Raad voor Rechtsbijstand is belast is met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand. Daarnaast financiert de Raad voor Rechtsbijstand het juridisch loket en het bureau beëdigde tolken en vertalers. Het betreft hier de kosten voor personeel en materieel van de Raad zelf.

Juridisch loket

Het Juridisch Loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. Wanneer problemen niet met behulp van advies van het Juridisch Loket door de rechtzoekende zijn op te lossen, kan het Loket doorverwijzen naar een advocaat. Het advies van het Juridisch Loket is gratis. De Raad voor Rechtsbijstand is kaderstellend en financiert het Juridisch Loket. Ook ziet deze Raad toe op de kwaliteit van de rechtsbijstandverlening en zorgt zij voor voldoende beschikbaarheid van advocaten.

Bureau beëdigde tolken en vertalers

Het Bureau beëdigde tolken en vertalers (btv) is onderdeel van de Raad voor de Rechtsbijstand en is door de Minister van Veiligheid en Justitie belast met enkele uitvoeringsaspecten van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv). Deze wet verplicht justitie en politie om, in het kader van straf- en vreemdelingenrecht, alleen tolken en vertalers in te zetten die staan geregistreerd in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv). Aan inschrijving in het Rbtv zijn kwaliteits- en integriteitseisen verbonden. Bureau btv is beheerder van dit register. Verder behandelt Bureau btv klachten over registertolken en regelt het opleidingen voor de educatie van tolken.

Bureau Financieel Toezicht

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) houdt financieel toezicht op zo’n 1500 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Daarnaast ondersteunt het BFT de Commissies van deskundigen (die door de Minister van Veiligheid en Justitie benoemd worden) bij het beoordelen van ondernemingsplannen van gerechtsdeurwaarders. Het BFT is voorts belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Bij de naleving daarvan zijn de volgende beroepsgroepen betrokken: notarissen, advocaten, accountants, belastingadviseurs, bedrijfseconomische adviseurs en onafhankelijke juridische adviseurs.

Subsidies

Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken

De Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken (SGC of de Geschillencommissie) beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment 48 geschillencommissies die klachten over verschillende onderwerpen behandelen. De SGC ontvangt hiervoor een subsidie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP bij de Raad voor Rechtsbijstand te Den Bosch coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk te onderhouden. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 14.000 nieuwe schuldsaneringen per jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand is een ZBO belast met de uitvoering van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. De Raad verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De eigen bijdrage van de cliënt wordt verrekend met de vergoeding van de advocaat. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus.

Tabel 32.3 Productiegegevens

Raad voor Rechtsbijstand

Realisatie

Prognoses

         
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Strafzaken (ambtshalve)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

98.706

97.874

98.933

99.087

89.085

88.916

88.839

Uitgaven (mln.)

€ 125,6

€ 115,8

€ 115,0

€ 108,7

€ 96,4

€ 95,2

€ 93,9

               

Strafzaken (regulier)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

58.926

60.958

58.538

58.736

63.077

63.034

62.994

Uitgaven (mln.)

€ 43,8

€ 48,7

€ 42,5

€ 40,3

€ 42,7

€ 42,2

€ 41,6

               

Civiele zaken

             

Aantal afgegeven toevoegingen

244.201

244.346

231.630

228.695

180.409

179.952

179.271

Uitgaven (mln.)

€ 194,2

€ 189,3

€ 151,8

€ 141,5

€ 110,1

€ 108,7

€ 106,9

               

Piketdiensten

             

Aantal toevoegingen

123.389

136.101

135.292

134.550

133.924

133.375

132.907

Uitgaven (mln.)

€ 32,2

€ 33,7

€ 32,9

€ 32,4

€ 31,8

€ 31,4

€ 30,9

               

Lichte adviestoevoeging

             

Aantal afgegeven toevoegingen

9.814

4.986

4.162

3.474

2.900

2.421

2.021

Uitgaven (mln.)

€ 2,3

€ 1,7

€ 1,5

€ 1,2

€ 1,0

€ 0,8

€ 0,7

               

Asiel

             

Instroom asielzoekers in AC

13.632

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

Aantal afgegeven toevoegingen

27.165

28.482

26.768

26.768

26.768

26.768

26.768

Uitgaven (mln.)

€ 43,5

€ 42,5

€ 38,8

€ 37,7

€ 37,2

€ 36,8

€ 36,3

               

Het Juridisch Loket

             

Aantal klantencontacten

858.914

858.914

858.914

858.914

858.914

858.914

858.914

Uitgaven (mln.)

€ 24,1

€ 23,7

€ 23,7

€ 24,2

€ 23,6

€ 23,5

€ 23,5

               

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand

€ 29,6

€ 29,9

€ 23,8

€ 23,5

€ 20,2

€ 20,2

€ 20,1

               

Totaal uitgaven (mln.)

€ 495,4

€ 485,2

€ 430,0

€ 409,5

€ 362,9

€ 358,7

€ 353,9

Bronnen: Jaarverslag 2012 Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens

Bij de opstelling is rekening gehouden met de uitvoering van het project stelselvernieuwing rechtsbijstand.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Raad voor de rechtspraak

De Raad voor de rechtspraak is het overkoepelende bestuur van de rechtspraak, dat verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit beleidsartikel wordt de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Begin 2013 is een akkoord bereikt over de prijzen voor de periode 2014–2016. De Tweede Kamer is daarover bij brief van 21 maart 2013 (Kamerstukken TK, 29 279, nr. 160) over de kwaliteit van de rechtspraak geïnformeerd.

Instroom, financiering en productieafspraken

Belangrijke indicatoren voor het functioneren van de rechtspraak zijn de verwachte instroomontwikkelingen in relatie tot de financiering van de rechtspraak. Conform de Wet op de rechterlijke organisatie dient de Raad voor de rechtspraak jaarlijks zijn begroting in bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Deze begroting is in belangrijke mate gebaseerd op de verwachte instroomontwikkeling en de vastgestelde productgroep-prijzen. Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk te schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten evenals voorgaande jaren een stijging zien. De totale instroomverwachting zoals de Raad in zijn begroting heeft opgenomen is in onderstaande tabel opgenomen.

Tabel 32.4 Instroom in aantal producten

Raad voor de rechtspraak instroomontwikkeling in aantal producten

 

Realisatie

Prognoses

         
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.686

1.785

1.862

1.959

2.051

2.148

2.213

Jaarlijkse mutatie (%)

– 6%

6%

4%

5%

5%

5%

3%

Bronnen: Jaarverslag 2012 Raad voor de rechtspraak, Prognose Model Justitiële Ketens

Tabel 32.5 Financiële bijdrage

Raad voor de rechtspraak financiële bijdrage

Realisatie

Prognose

         
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bijdrage begroting 2013 (x € 1.000)

951.913

981.795

958.288

965.955

964.481

964.489

964.489

Mutatie (x € 1.000)

 

– 1.574

54.199

39.372

55.691

42.163

43.420

Bijdrage begroting 2014 (x € 1.000)

 

980.221

1.012.487

1.005.327

1.020.172

1.006.652

1.007.909

Bronnen: Jaarverslag 2012 Raad voor de rechtspraak, Prognose Model Justitiële Ketens

Met deze bijdrage is onderstaande productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt.

Tabel 32.6 Productieafspraak

Raad voor de rechtspraak productieafspraak

 

Realisatie

Prognoses

         
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Productie totaal (x 1.000)

1.678

1.736

1.835

1.839

1.958

1.948

1.970

Jaarlijkse mutatie

– 7%

3%

6%

0%

6%

– 1%

1%

Bronnen: Jaarverslag 2012 Raad voor de rechtspraak, Prognose Model Justitiële Ketens

De omvang en duur van de instroomstijging als gevolg van de economische recessie is uiterst moeilijk te voorspellen. Deze onzekerheid, alsmede de financiële mogelijkheden van het kabinet, heeft ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad niet volledig is gehonoreerd. Dit geldt met name voor de jaren 2013, 2015 en 2016. In deze jaren doe ik daarom een beroep op de reserves bij de Raad.

Het verschil met de instroomverwachting vanaf 2017 heeft een meer technisch karakter: de oploop van efficiencytaakstelling vanaf 2017 is nog niet verwerkt in de cijfers, omdat het nieuwe prijsakkoord loopt tot en met 2016. Hierdoor ontstaat een (technisch) verschil tussen de instroomprognose en de productieafspraak.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)

Het CBP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA).

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult de rol van waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland. De wettelijke taken en bevoegdheden van CRM bestaan onder meer uit het op verzoek onderzoek doen en oordelen of verboden onderscheid is gemaakt naar aanleiding van individuele (discriminatie)-klachten. Het CRM doet voorts uit eigen beweging onderzoek naar verboden onderscheid. Een andere taak van het CRM is het gevraagd en ongevraagd adviseren van organisaties over de toepassing van gelijke behandelingswetgeving in concrete zaken. Ten slotte doet het CRM aan normontwikkeling, periodieke evaluatie van de effectiviteit en doeltreffendheid van gelijke behandelingswetgeving en het geven van voorlichting.

Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Veiligheid en lokaal bestuur

Rol en verantwoordelijkheid

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit. Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s). Daarnaast wordt er gewerkt aan de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Opsporing en vervolging

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het OM en het NFI.

Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd. Het OM draagt daarbij zorg voor:

  • een evenwichtige inzet van het strafrecht zowel op nationaal, bovenregionaal als lokaal niveau;

  • een adequate afdoening van strafzaken;

  • toezicht op de rechtmatige opsporing van strafbare feiten;

  • de verantwoording bij de rechter inzake de vervolgingsbeslissing in individuele strafzaken;

  • de verantwoording jegens de Minister van Veiligheid en Justitie over de uitvoering van landelijke prioriteiten in de opsporing en vervolging.

Tabel 33.1 Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren prioriteiten beleidsagenda: opsporing

 

Nulwaarde

Realisatie

Doel 1

   

2012

2013

2014

2015

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit

         

aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s) 2

20%

48%

 

40%

40%

           

Afnemen crimineel vermogen

         

crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt

(in mln. €) 3

30,8

49,7

   

75,8

           

Aanpak cybercrime

         

aantal grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime 4

5

9

   

20

           

Aanpak kinderporno

         

Aantal aan OM aan te leveren zaken 5

480

507

552

600

 

VPS (Versterking Programma Strafrechtketen), waaronder ZSM (Zo Samen, Snel, Slim, Selectief, Simpel en Samenlevingsgericht Mogelijk).

         

Percentage standaard strafzaken dat binnen één maand is afgedaan. 6

n.v.t.

57%

   

66%

X Noot
1

Er zijn afspraken over na te streven doelen tot en met 2015.

X Noot
2

Bron: jaarbericht OM en politie. Eind 2009 wordt als nulsituatie gehanteerd. De genoemde percentages gelden nadrukkelijk als globale streefwaarden. Criminele samenwerkingsverbanden zijn namelijk vaak fluïde werkverbanden die in een bepaalde periode actief zijn en geen vaste groepen die kunnen worden uitgedrukt in mathematische rekeneenheden. De realisatie overtreft inmiddels de streefwaarde. Er zijn nog geen nieuwe streefwaarde vastgesteld.

X Noot
3

Bron: OM (vanaf 2013 Monitor Afpakken). 2011 wordt als nulsituatie gehanteerd.

X Noot
4

Bron: Jaarbericht KLPD. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
5

Bron: Jaarbericht OM. In de landelijke prioriteiten politie is in 2011 overeengekomen dat de aanpak van kinderporno zal worden versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal aan het OM aan te leveren verdachten in 2013 met 15% en in 2014 met 25% ten opzichte van de nulwaarde (2010) zal toenemen.

X Noot
6

Bron: Strafrechtketenmonitor (WODC). De realisatie over 2012 betreft een voorlopig cijfer op basis van de eerste drie kwartalen van dat jaar. Het geformuleerde streven voor 2015 is de gewenste waarde, onafhankelijk van de waarde (de zogenaamde nulwaarde) ten tijde van de afspraak.

Tabel 33.2 Kengetallen

Kengetallen prioriteiten beleidsagenda: overlast en criminaliteit in wijk en buurt 1

 

Nulwaarde

Realisatie

Doel

       
   

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Vermindering onveiligheidsgevoelens met 10%

             

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt

36,4%

36,4%

       

32,8%

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt 2

17,8%

17,8%

       

16,0%

               

Vermindering ervaren overlast met 10% in periode 2012–2017

             

Aandeel van de bevolking dat één of meer vormen van sociale overlast 3 in de eigen buurt ervaart moet met 10% dalen

10,2%

10,2%

       

9,2%

               

Terugbrengen woninginbraken gevolgd door geweld met 25% 4

89.244

91.583

87.500

83.000

   

65.000

X Noot
1

Door het aantreden van het kabinet Rutte/Asscher is de 10% reductiedoelstelling voor door burgers ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens in de periode 2010–2014 met 2010 als nulwaarde van het kabinet Rutte/Verhagen vervangen door een nieuwe 10% reductiedoelstelling voor de periode 2012–2017 met 2012 als nulwaarde. Waar de oude doelstelling werd gemeten via de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM), wordt de nieuwe doelstelling gemeten via de opvolger van de IVM: de Veiligheidsmonitor. De nieuwe afspraken zien alleen op 2017 en kennen geen waarden voor tussen liggende jaren.

X Noot
2

Vormen van sociale overlast zijn overlast van dronken mensen op straat, drugshandel of -gebruik, buurtbewoners, op straat worden lastig gevallen en rondhangende jongeren.

X Noot
3

Bron: Kamerstukken TK, 29 628, nr. 385 en nr. 256, nulwaarde 2009, bron: Jaarverslag Nederlandse Politie 2009.

X Noot
4

Het streven woninginbraken terug te brengen is eerder als een percentage gepresenteerd. Aantallen geven hier echter beter inzicht in de resultaten.

Woninginbraken

Beleidswijzigingen

De aanpak van woninginbraken wordt sterk geïntensiveerd (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 285). Het doel is om het aantal woninginbraken in 2014 terug te brengen tot 83.000 en verder te laten dalen tot 65.000 in 2017. Bijvoorbeeld door, indien nodig, met meer eenheden te reageren op prioriteit 1 meldingen (zoals woninginbraken en overvallen) en het inzetten van warmtebeeldcamara’s voor het snel opsporen van daders van strafbare feiten in het donker. Verder zal er extra inzet op preventie plaatsvinden. In de driehoek maken bestuur, OM en politie afspraken over wat lokaal de beste aanpak is.

Prostitutie

Nieuwe regels in de seksbranche worden in 2014 van kracht, mede om de prostitutie gerelateerde mensenhandel harder te kunnen aanpakken. Er komt een landelijk uniform vergunningenstelsel voor seksbedrijven (inclusief een register van ingetrokken en geweigerde vergunningen en een register van escortvergunningen) en een register voor prostituees. De registers worden in overleg met de daartoe aangewezen gemeenten vormgegeven en streng beveiligd.

Aanscherping wet Bibob

In 2014 krijgt de lokale implementatie van de per 1 juli 2013 gewijzigde wet Bibob zijn beslag krijgen. Deze implementatie wordt gemonitord door de Inspectie Veiligheid en Justitie en vraagt begeleiding en ondersteuning van het ministerie. Eind 2013 vindt op verzoek van de Eerste Kamer een onderzoek plaats naar een ruimer verstrekkingenregime voor bestuursorganen en naar de stromanconstructie. Een kabinetsreactie hierop wordt in 2014 uitgewerkt.

Financieel-economische criminaliteit

De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel bestrijding financieel-economische criminaliteit in 2014 verhoogt de strafmaat voor witwassen en verlengt de verjaringstermijn voor corruptie en financieel-economische delicten. Rechters kunnen bij de strafoplegging in het vervolg bovendien meer rekening kunnen houden met de ernst van het feit, het profijt van de criminele activiteiten en de draagkracht van een onderneming. Om bij kapitaalkrachtige ondernemingen meer indruk te kunnen maken, wordt het mogelijk om geldboetes op te leggen tot maximaal 10% van de jaaromzet van een onderneming.

Een belangrijk preventief instrument is de introductie van het civielrechtelijk bestuursverbod, waarmee het mogelijk wordt om bestuurders te weren uit het handelsverkeer. Zij mogen in dat geval maximaal 5 jaar geen bestuursfuncties meer bekleden of nieuwe rechtspersonen oprichten. Met de politie zijn specifiek afspraken gemaakt om de aanpak van relatief eenvoudige faillissementsfraudezaken verder te intensiveren. Voor een slagvaardige aanpak behandelt de FIOD de grotere en complexe faillissementsfraudezaken. De aandacht richt zich op zaken met een grote maatschappelijke impact, waarbij vooral wordt gekeken naar de beroepsfraudeurs en de zaken met veel slachtoffers.

Tabel 33.3 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

757.195

742.753

727.669

708.896

681.981

670.977

               

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

           
 

Personeel

363.758

354.299

351.947

339.731

323.603

317.591

 

waarvan eigen personeel

330.539

322.652

320.495

309.364

294.663

289.189

 

warvan externe inhuur

33.219

31.647

31.452

30.367

28.940

28.402

 

Materieel

200.113

109.991

104.373

99.148

95.644

93.548

 

waarvan ICT

40.703

39.127

38.886

37.544

35.780

35.113

 

waarvan SSO's

28.785

28.704

28.686

28.588

28.456

28.407

               

Programma-uitgaven

193.324

278.463

271.349

270.017

262.734

259.838

Waarvan juridisch verplicht

 

97,36%

       

33.2 Bestuur, informatie en technoligie

           
 

Bijdrage aan medeoverheden

           
 

RIEC's/LIEC

7.899

7.759

7.760

7.760

7.760

7.752

 

Overig bestuur, informatie en technologie

1.532

1.524

1.524

1.524

1.524

1.523

 

Subsidies

           
 

CCV

0

2.200

2.200

2.200

2.200

2.198

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.500

1.492

1.492

1.492

1.492

1.492

 

Opdrachten

           
 

Overig bestuur, informatie en technologie

1.671

1.462

1.662

1.662

1.091

1.090

               

33.3 Opsporing en vervolging

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

68.323

66.501

65.662

63.465

60.705

59.618

 

Dienst Roerende Zaken

12.819

12.754

11.942

11.728

11.418

11.295

 

CJIB

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage ZBO/RWT

           
 

College gerechtelijk deskundigen

1.726

1.723

1.720

1.662

1.588

1.559

 

Nationale politie

0

43.773

43.773

42.371

40.576

39.875

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden

           
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

14.458

13.411

13.912

14.242

14.159

14.118

 

BES Staatkundige hervorming Nederlandse antillen (shna)

3.929

3.909

3.910

3.910

3.911

3.907

 

FIU-Nederland

18

4.044

4.045

3.912

3.742

3.672

 

Overig opsporing en vervolging

2.658

2.525

2.439

2.435

2.435

2.433

 

Subsidies

           
 

Overig opsporing en vervolging

2.313

2.701

2.702

2.902

2.902

2.900

 

Opdrachten

           
 

Schadeloosstellingen

21.941

24.988

22.395

24.991

24.989

24.964

 

Keten Informatie Management (KIM)

7.778

5.506

3.750

3.739

2.699

2.695

 

Onrechtmatige Detentie

6.210

6.179

6.180

6.180

6.180

6.174

 

Herontwerp Strafrechtketen

9.325

3.500

0

0

0

0

 

Gerechtskosten

25.634

25.633

25.637

25.637

25.635

25.635

 

Innovatieagenda

3.499

2.599

0

0

0

0

 

Verkeershandhaving OM

0

32.800

37.800

36.591

35.040

34.435

 

Afpakken

0

10.800

10.800

10.454

10.012

9.839

 

Overig opsporing en vervolging

91

680

44

1.160

2.676

2.664

               

Ontvangsten

1.061.498

1.036.798

1.019.798

1.031.198

1.048.298

1.045.898

 

waarvan Boeten en Transacties

991.938

956.738

919.238

920.638

927.738

925.338

 

waarvan Afpakken (inclusief verbeurdverklaring)

59.560

70.060

90.560

100.560

110.560

110.560

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het Openbaar Ministerie bepaalt als enige instantie in Nederland wie voor de strafrechter moet verschijnen en voor welk strafbaar feit. Het OM maakt deel uit van de rechterlijke macht, maar de leden van het OM zijn, anders dan de rechters, niet met rechtspraak belast. In tegenstelling tot de rechters worden de leden van het OM niet voor het leven benoemd. In de Wet op de rechterlijke organisatie wordt de taak van het OM als volgt omschreven: «Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken.» In de praktijk van het strafrecht is de hoofdtaak van het OM te verdelen in de opsporing van strafbare feiten, de vervolging van strafbare feiten en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van strafvonnissen.

Tabel 33.4 Productiegegevens

Productie en prestaties arrondissementsparketten

 

Realisatie

Prognoses

       
   

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Rechtbankzaken (afdoeningen)

226.500

205.314

204.191

203.428

201.792

200.661

200.661

Overdracht aan buitenland

100

100

100

100

100

100

100

Onvoorwaardelijk sepot

37.200

30.797

30.629

30.514

30.269

30.099

30.099

Transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

76.300

61.667

61.012

60.664

59.573

58.962

59.212

Voegen (ter berechting of ad info)

4.500

4.250

4.200

4.150

4.100

4.000

4.000

Afdoeningen door de rechter

108.500

108.500

108.250

108.000

107.750

107.500

107.250

Wv. Meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

15.100

14.700

14.700

14.700

14.700

14.700

14.700

Wv. Politierechter (inclusief economisch en militair)

85.000

85.450

85.250

85.050

84.850

84.650

84.450

Wv. Kinderrechter

8.400

8.350

8.300

8.250

8.200

8.150

8.100

Interventiepercentage (%)

85%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan OM (%)

72%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

               

Kantonzaken (afdoeningen)

147.900

121.787

130.658

138.093

139.673

140.384

140.384

Afdoeningen door het OM

74.700

60.894

65.329

69.047

69.837

70.192

70.192

Afdoeningen door de kantonrechter

73.100

60.894

65.329

69.047

69.837

70.192

70.192

               

Mulderzaken (afdoeningen)

             

Uitstroom beroepen Openbaar Ministerie

376.800

276.526

269.759

265.420

261.727

258.521

258.521

                 

Doelstelling VPS (zie beleidsprioriteiten)

% zaken afgedaan binnen 1 maand

     

66%

     

Bronnen: Jaarbericht Openbaar Ministerie, Prognosemodel Justitiële Ketens 2014 (WODC).

Tabel 33.5 Productiegegevens

Productie en prestatie Ressortparketten

 

Realisatie

Prognoses

       
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Uitstroom

             

Rechtbankappels

16.800

17.961

18.313

18.558

18.817

19.085

19.380

Kantongerechtsappels

3.800

2.625

2.668

2.705

2.736

2.763

2.760

Klachten artikel 12 Sv

2.500

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

Mulderberoepen

2.100

1.867

1.893

1.896

1.886

1.876

1.867

Bronnen: Jaarbericht Openbaar Ministerie, Prognosemodel Justitiële Ketens 2014 (WODC).

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdrage medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid. Daarom zijn er 10 Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC's) en een Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC). De RIEC’s zijn expertisecentra op het gebied van de (bestuurlijke) aanpak van georganiseerde criminaliteit. Zij ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die eventueel met de fiscale en strafrechtelijke aanpak. Doelstelling is een structurele gezamenlijke aanpak van de georganiseerde misdaad. Binnen de RIEC’s is sprake van samenwerking tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van bij de onderlinge afstemming.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid om de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Het CCV stimuleert samenwerking tussen publieke en private organisaties om criminaliteit integraal terug te dringen. Het CCV richt zich op lokale, regionale en nationale overheden, instellingen en brancheorganisaties (bijvoorbeeld gemeenten, VenJ, BZK, VNO-NCW, VNG). Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Ook speelt het CCV een rol als neutrale «kennismakelaar» in het veiligheidsdomein die probeert vraag en aanbod te verbinden en betrokkenen aan elkaar te koppelen.

Keurmerk Veilig Ondernemen

Samenwerking van verschillende partners (onder andere gemeenten, ondernemers, politie, brandweer) staat centraal voor het tot stand brengen van een veiliger leef- en werkomgeving. De partners nemen samen structurele beveiligingsmaatregelen ter preventie van inbraak, overvallen en brand. Bedrijventerreinen en winkelgebieden waar die maatregelen zijn genomen komen voor KVO- certificatie in aanmerking.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI levert, in opdracht van klanten, forensische diensten met behulp van state-of-the-art technologie en wetenschap. Het NFI verleent diensten binnen de strafrechtsketen, zoals aan het OM en de politie. Ook kan een advocaat in een strafzaak de officier of de rechter-commissaris verzoeken om het NFI een onderzoek te laten uitvoeren. Het NFI levert daarnaast diensten aan andere personen of instanties, zoals het Joegoslavië Tribunaal, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, buitenlandse politie of justitie of aan bijzondere opsporingsdiensten. Meer informatie over NFI is te vinden in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Dienst Roerende Zaken

De Dienst Roerende Zaken (DRZ) is een agentschap van het Ministerie van Financiën en is de rijksbrede specialist op het gebied van de afstoting van roerende zaken. DRZ vernietigt, bewaart of verkoopt goederen die door justitie of door andere officiële opsporingsinstanties in beslag zijn genomen.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College gerechtelijk deskundigen (Cgd)

Het Cgd heeft een wettelijke basis en is onafhankelijk. Het college beheert een register en toetst daartoe de aanvraag van deskundigen die voor registratie in aanmerking willen komen. Het register heeft tot doel de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in strafzaken te waarborgen.

Nationale politie

Voor verkeershandhaving, een van de programma’s van het Openbaar Ministerie, draagt het OM bij aan de nationale politie voor de verkeershandhavingsteams.

Bijdragen medeoverheden

Pv-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

Bij de inwerkingtreding van de bestuurlijke strafbeschikking overlast in 2009 is tussen het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de VNG afgesproken dat gemeenten een vergoeding krijgen voor de kosten die zij maken voor het uitschrijven van processen-verbaal (pv’s) in het kader van de bestuurlijke strafbeschikking overlast. Hiervoor is maximaal € 14 mln. beschikbaar. De vergoeding is niet kostendekkend voor gemeenten, maar is bedoeld als een tegemoetkoming in de door hen gemaakte kosten voor de handhaving van overlastfeiten door gemeentelijke Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA’s). Momenteel wordt de tijdelijke regeling herzien.

Tabel 33.6 Productiegegevens.

Pv-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

             
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Mulder (€ 25,–)

             

Aantal

542.598

532.547

496.966

515.468

527.948

524.692

523.173

Uitgaven (x € 1.000)

13.565

13.314

12.424

12.887

13.199

13.117

13.079

               

Overlast (€ 40,–)

             

Aantal

26.901

28.596

24.668

25.637

26.094

26.040

25.959

Uitgaven (x € 1.000)

1.076

1.144

987

1.025

1.044

1.042

1.038

               

Totaal uitgaven in euro’s

(x € 1.000)

14.641

14.458

13.411

13.912

14.242

14.159

14.118

Bron: Eindrapportage pv-vergoedingen, CJIB. (hierop is een neerwaartse correctie toegepast ter grootte van € 1,1 mln. in 2014 aflopend tot € 0,4 mln. in 2018)

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

Het Programmabureau Staatkundige Hervormingen Nederlandse Antillen (shna) heeft tot taak om op het terrein van justitie de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de opbouw van de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten en de overgang van de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden) naar Nederland zo soepel mogelijk te laten verlopen. Voor de BES-eilanden gaat het dan over tijdige borging van het beleid, wet- en regelgeving, uitvoering en toezicht op het justitieel beleidsterrein zodanig dat de staatkundige veranderingen bijdragen aan verbeteringen voor de bevolking door betere (georganiseerde) voorzieningen en een daadkrachtig bestuur. Bovendien coördineert het Programmabureau tijdige aanpassingen van het Statuut en de rijkswet en -regelgeving en maatregelen op het VenJ-beleidsterrein die voor alle onderdelen van het Koninkrijk van toepassing zijn.

Financial Intelligence Unit Nederland

In het kader van de bestrijding witwassen en terrorisme financiering (TF) ontvangt de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL) op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen. FIU-NL analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden aan de opsporing.

Voorgaande jaren werden het aantal OT’s en het aantal VT’s gebruikt als kengetallen om het meldsysteem te volgen. Deze cijfers zijn echter minder geschikt als sturingsinstrument. Dit is ook gedeeld met de Algemene Rekenkamer in het kader van het vervolgonderzoek dat thans plaatsvindt naar de bestrijding van witwassen. Voor onderliggende begroting zijn om die reden andere kengetallen geformuleerd die beter te beïnvloeden zijn en beter inzicht geven in het functioneren van het meldsysteem. Het doormelden van OT’s en VT’s door FIU-NL aan de opsporing kan op verschillende gronden plaatsvinden. Onder andere naar aanleiding van een verzoek van de Landelijk Officier van Justitie Witwassen (LOvJ) en na eigen onderzoek van de FIU-NL. Deze doormeldgronden zijn beleidsmatig te beïnvloeden. Doel is om het aantal LOvJ-verzoeken met 5% per jaar te verhogen (zie ook tabel 33.7). Verder is het doel om met behoud van kwantiteit, de kwaliteit van de eigen onderzoekdossiers te verbeteren. De uitgangswaarde is de realisatie in 2012.

Tabel 33.7 Kengetallen FIU-NL.
 

Realisatie

Prognoses

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantal LOvJ-verzoeken 1

1.097

1.152

1.209

1.270

1.333

1.400

1.470

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

633

633

633

633

633

633

633

Bron: Database FIU-NL.

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten.

De FIU voorziet voor de komende jaren enkele veranderingen die van invloed kunnen zijn op het aantal verzoeken via de LOvJ en het aantal eigen onderzoeken. FIU en de nationale politie zullen afspraken maken over het indienen van LOvJ-verzoeken op alle onderzoeken die betrekking hebben op high impact crime en ondermijnende criminaliteit. Ten aanzien van de eigen onderzoeken zal FIU-NL zich meer richten op de kwaliteit. Door meer complexe analyses en onderzoeken van data zal beter bruikbare informatie en inlichtingen ter beschikking worden gesteld aan de opsporing. Daarnaast onderzoekt de FIU, indien daarvoor voldoende veiligheidswaarborgen aanwezig zijn, de mogelijkheid om meer te kunnen matchen met externe gegevensbestanden.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Naast de schadeloosstellingen voor onrechtmatige detentie zijn ook schadeloosstellingen mogelijk buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld kosten voor juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Doel hiervan is de innovatie van informatiegestuurde opsporing, vervolging en executie te realiseren. Er zijn verschillende programma’s:

  • Digitalisering Strafrechtketen: het ontwikkelen en in beheer (laten) nemen van centrale of ketenbrede informatievoorzieningen waarmee een functionaris in de strafrechtsketen kan worden voorzien van een adequate informatiepositie over de persoon en/of zaak waar deze functionaris een taak voor uitvoert.

  • Digitaal Proces Dossier: waarmee de stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn in digitale vorm beschikbaar zijn in de strafrechtsketen;

  • Identiteit (integer persoonsbeeld): het optimaliseren van identificatie en verificatie van verdachten waaronder het faciliteren van het Vreemdeling in de Strafrechtketen (VRIS) protocol;

  • Het E-justice programma gericht op verbetering van de digitale toegankelijkheid van het rechtsbestel;

  • Het actualiseren van de balans tussen veiligheid en privacy door toepassing van de «privacy by design» principes in de registers en indexen betrekking hebbend op persoonsgegevens van justitiabelen.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen aan ex justitiabelen verantwoord, waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. In het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter. Van een vergoeding kan bijvoorbeeld sprake zijn, wanneer een verdachte wordt vrijgesproken van een ten laste gelegd feit en in de periode voor de vrijspraak in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

Programma Herontwerp Keten Strafrechtelijke Handhaving (HKS)

OM, ZM en Reclassering Nederland zijn met ingang van juni 2011 in drie pilotregio’s (Haarlem- Alkmaar, Arnhem-Zutphen en Maastricht-Roermond) gestart met verbeterprojecten om te komen tot een snellere en betere afhandeling van (in eerste instantie) standaard strafzaken. Er wordt niet enkel een verkorting van doorlooptijden beoogd, maar ook een kwalitatief betere afdoening van strafzaken, betere samenwerking tussen de ketenpartners en daarmee betere prestaties van de strafrechtketen als geheel.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Innovatieagenda

Op 31 oktober 2011 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de Innovatieagenda rechtsbestel naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken TK, 33 071, nr. 5). Deze innovatieagenda heeft tot doel geschiloplossing te verbeteren (eenvoudiger, sneller en/of effectiever). De Innovatieagenda bestaat uit drie onderdelen: verbetering van gerechtelijke procedures, verbetering van buitengerechtelijke procedures en verbeteringen in het rechtsbestel. Bij verbeteringen van gerechtelijke procedures gaat het bijvoorbeeld om het verbeteren van de digitale toegankelijkheid en procesinnovatie bij de Rechtspraak. Dit deel van de Innovatieagenda is belegd in het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak. Verbetering van buitengerechtelijke geschiloplossing heeft betrekking op het bevorderen van mediation, het moderniseren van arbitrage en het versterken van de geschillencommissies. Verbeteringen in het rechtsbestel beogen het stelsel effectiever te maken, bijvoorbeeld door het versterken van de filterende functie van het Juridisch Loket en het vaker toepassen van videoconferentie door rechtbanken.

Verkeershandhaving

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

In 2011 is een intensivering aan het OM toegekend voor het afpakken van crimineel vermogen. Uit dit budget worden de uitgaven buiten het OM zelf bekostigd.

Kwaliteit en Innovatie

De Minister van Veiligheid en Justitie is eind 2012 het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) gestart. Het doel van dit programma is om bij te dragen aan toegankelijke, eenvoudige, snelle, doelmatige en betaalbare civiel- en bestuursrechtelijke procedures. De twee kernelementen waarmee de minister dit samen met de Rechtspraak wil bereiken is door procesinnovatie en digitalisering van rechtspraak. Het civiele procesrecht wordt eenvormiger en overzichtelijker en waar wenselijk komt meer harmonisatie tussen het civiele- en bestuursprocesrecht. Verder worden bestaande belemmeringen voor digitaal procederen in beide rechtsgebieden weggenomen en waar wenselijk stimuleert de wetgever het digitaal procederen. De minister werkt hiertoe de benodigde wetsvoorstellen uit. De Rechtspraak richt zich concreet op procesinnovatie door het aanpassen van procesreglementen en werkprocessen en door de digitalisering van de rechtspraak.

Artikel 34. Sanctietoepassing

Algemene doelstelling

Het borgen van de veiligheid van de Nederlandse samenleving door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen en het beperken van de recidive, het voorkomen van slachtofferschap door middel van het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven en het versterken van de positie van slachtoffers.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen

Rol en verantwoordelijkheid

Op het gebied van tenuitvoerlegging sancties en strafrechtelijke maatregelen heeft de minister een uitvoerende en regisserende rol. De wettelijke grondslag wordt onder meer gegeven door het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Vreemdelingenwet.

De minister heeft een uitvoerende rol waar het gaat over tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), een agentschap van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Ten aanzien van de forensische zorg heeft de minister een regisserende rol. Deze zorg omvat alle geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die wordt verleend in strafrechtelijk kader. De minister is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging. Tot de inwerkingtreding van de wet Forensische zorg wet voorziet het Interim-besluit Forensische Zorg in een grondslag.

De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Preventie en Kansspelen

De minister, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid in het voorkomen van slachtofferschap door het opwerpen van drempels of barrières voor (potentiële) daders.

De minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De minister en ondernemingsorganisaties werken samen bij criminaliteitspreventie en het faciliteren van opsporing en vervolging (repressie) van criminaliteit tegen bedrijven.

De minister kent een regisserende rol voor de kansspelen. De minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen. Dit gebeurt door maatregelen te treffen om kansspelverslaving tegen te gaan, het beschermen van de consument en het tegengaan van fraude en witwassen. Dit wordt bereikt door voor zowel de land-based als voor de internetmarkt strikte regels te stellen (in wetten en vergunningen), toezicht te houden op de naleving van die regels en illegaal aanbod tegen te gaan. Door in het vergunningstelsel ruimte te bieden voor een passend en attractief aanbod wordt bewerkstelligd dat de burger binnen de gereguleerde kansspelmarkt blijft spelen.

Slachtofferzorg

De minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Meetbare gegevens

Tabel 34.1 Kengetal vermindering algemene recidive ex-gedetineerden na twee jaar
 

Realisatie

 

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Percentage tweejaarsrecidive

55%

54%

52%

51%

50%

49%

48%

Bron: Recidivebericht 2012, WODC.

Tabel 34.2 Kengetal vermindering algemene recidive ex-reclassenten na twee jaar
 

Realisatie

 

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Percentage tweejaarsrecidive

39%

38%

37%

37%

36%

35%

34%

Bron: Recidivebericht 2012, WODC.

Tabel 34.3 Kengetal vermindering algemene recidive ex-terbeschikkinggestelden na twee jaar
 

Realisatie

 

1974–1978

1979–1983

1984–1988

1989–1993

1994–1998

1999–2003

2004–2008

Percentage tweejaarsrecidive

45%

44%

42%

36%

18%

23%

21%

Bron: Recidive tbs 1974–2008, WODC.

Toelichting

De afgelopen jaren is de recidive onder volwassen justitiabelen steeds gedaald. In de laatste recidivemeting van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) zet de trend door, ook bij ex-reclassenten, die sinds het Recidivebericht 2012 aan de meting zijn toegevoegd. De 2-jaars recidive bij ex-gedetineerden is in de laatste meting afgenomen met 1,4 procentpunt, bij de ex-reclassenten met 0,7 procentpunt en bij ex-tbs-gestelden met 2,1 procentpunt. De verschillen zijn niet groot, maar de trend blijft in stand: de strafrechtelijke recidive in Nederland neemt af.

Tabel 34.4 Kengetal risico- en probleemspelers bij kansspelverslaving
 

Realisatie

Streefwaarde

 

2005

2011

2017

Risicospelers

55.000

92.000

55.000

Probleemspelers

28.700

20.300

20.300

Bron: Gokken in kaart, WODC, 2011.

Toelichting

De bedoeling is het aantal kansspelverslaafden iedere zes jaar te meten. In 2005 is een eerste meting gehouden. In de tabel hierboven wordt zowel het aantal risicospelers (spelers die regelmatig spelen, met verhoogd risico op verslaving) als het aantal probleemspelers (reeds verslaafde spelers) in beeld gebracht.

Door een vergunningstelsel voor kansspelen op afstand in te richten waarbij strikte voorwaarden worden gesteld ten aanzien van (vroegtijdige) preventie van kansspelverslaving is het streven het aantal risicospelers -in vergelijking met 2011- terug te brengen. De regulering van kansspelen op afstand zorgt er voor dat probleemspelers, die nu gebruik maken van ongecontroleerd aanbod, zichtbaar worden.

Tabel 34.5 Kengetal financiële tegemoetkomingen door SGM
 

Realisatie

 

2010

2011

2012

2013 1

20141

Aantal uitkeringen

5.266

4.025

5.357

5.500

5.500

Bron: jaarverslagen SGM (2010–2012)

X Noot
1

Raming

Tabel 34.6 Kengetal aantal slachtoffers -dadergesprekken door Slachtoffer in Beeld
 

Realisatie

 

2010

2011

2012

2013 1

20141

Aantal gesprekken

1.077

1.211

1.284

1.350

1.400

Bron: jaarverslagen SiB (2010–2012)

X Noot
1

Raming

Tabel 34.7 Kengetal aantal slachtoffers dat ondersteuning ontvangt van SHN
 

Realisatie

 

2012 1

2013 2

20142

Juridische ondersteuning

43.7501

44.0001

44.0002

Algemene ondersteuning

64.5021

65.0001

65.0002

Bron: jaarverslagen SHN (2010–2012)

X Noot
1

Voorlopig cijfer

X Noot
2

Raming

Toelichting

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun geleden schade niet op andere wijze vergoed krijgen. Het aantal slachtoffers dat is geholpen door het SGM is in 2012 licht gestegen. De verwachting is dat het aantal uitkeringen op een vergelijkbaar niveau blijft. Slachtoffer in Beeld (SiB) richt zich op herstelbemiddeling tussen slachtoffers en daders van misdrijven en verkeersongevallen door het begeleiden van slachtoffer-dadergesprekken.

Slachtofferhulp Nederland (SHN) levert algemene, emotionele en juridische ondersteuning aan slachtoffers.

Tabel 34.8 Prestatie-indicatoren gewelddadige vermogenscriminaliteit
 

Nulmeting

 

2009

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Doelstelling 2013

Doelstelling 2014

Aantal overvallen

– 

2.272

1.982

2.100

1.900

Oplossingspercentage 1 overvallen

23%

30%

31,4%

36%

40%

Percentage overvallen waarin dader wordt veroordeeld

16%

24%

26%

29%

40%

Percentage overvallers dat binnen 2 jaar recidiveert

54%

     

40%

Verdachtenratio 2 overvallen

35

66

71

44

44

Aantal straatroven 3

8.743

8.323

7.977

6.995

6.557

Verdachtenratio straatroven

28

36

40

35

35

Percentage bedrijven dat preventieve maatregelen neemt

73%

     

85%

Bron: Jaarverslag Nederlandse politie 2012

X Noot
1

Definitie oplossingspercentage (werd ook wel ophelderingspercentage genoemd: het aantal overvallen gepleegd in jaar q waarvoor een verdachte is aangehouden gedeeld door het aantal overvallen gepleegd in jaar q x 100%. De ervaring leert dat het ophelderingspercentage in de loop van het jaar stijgt, doordat in lopende onderzoeken verdachten worden aangehouden voor overvallen gepleegd in het lopende jaar.

X Noot
2

De verdachtenratio (werd ook wel pakkans genoemd): het aantal in jaar q afgehandelde verdachten (o.b.v. politieadministratie) van overvallen gedeeld door het aantal overvallen in jaar q x 100. Bij deze ratio wordt (anders dan bij het oplossingspercentage overvallen) niet meegewogen in welk jaar de verdachte de overval heeft gepleegd.

X Noot
3

Het streven straatroven terug te brengen is eerder als een percentage gepresenteerd. Aantallen geven hier echter beter inzicht in de resultaten.

Toelichting

Het programma Gewelddadige Vermogenscriminaliteit (Kamerstukken TK, 28 684, nr. 305) is opgezet om samen met de betrokken partners in de Taskforce Overvallen het aantal overvallen in 2014 terug te dringen en het oplossingspercentage te doen stijgen. Daarnaast moet de veroordelingkans stijgen naar 32%, het recidivepercentage zijn teruggebracht naar 40% en het percentage bedrijven dat preventiemaatregelen tegen overvallen heeft getroffen zijn gestegen naar 85%. Sinds begin 2012 is de aanpak van straatroven in het programma gevoegd. Omdat eind 2012 de verdachtenratio’s van enkele High Impact Crime-delicten al boven de doelstelling van 2014 lagen, heeft de minister zijn ambities naar boven bijgesteld. Hierover is de Tweede Kamer in de brief van 15 april geïnformeerd (Kamerstukken TK, 29 628, nr. 385). Bij gelijkblijvende inzet van de politie en het betrokken gezag, zal er eind 2014 in bijna 3/4 van de zaken een verdachte zijn, waar dit in 2009 nog in minder dan de helft van de zaken het geval was.

Tabel 34.9 Prestatie-indicator verdachtenratio
 

Nulmeting

 

2009

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Doelstelling 2013

Doelstelling 2014

Verdachtenratio geweld

46

55

64

57,5

57,5

Bron: Jaarverslag Nederlandse politie 2012

Toelichting

Bij geweldsmisdrijven is het aantal geregistreerde misdrijven in 2012 gedaald ten opzichte van 2011. Voor de verdachtenratio geldt, evenals voor de verdachtenratio’s van overvallen en straatroof, dat we in 2013 reeds op de eerder vastgestelde doelstelling voor 2014 zijn beland. De inspanningen in 2014 zullen mogelijk zelfs nog een hogere verdachtenratio kunnen opleveren. In 2014 worden er weer nieuwe afspraken gemaakt over de periode na 2014.

Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen

Beleidswijzigingen

DJI ziet zich geplaatst voor een budgettaire opgave die oploopt tot € 271 mln. in 2018. Deze omvangrijke opgave voor DJI is met name het gevolg van de besluitvorming in het kader van het Begrotingsakkoord en het Regeerakkoord. Bij een bezuinigingstaakstelling van deze omvang dienen ingrijpende maatregelen te worden getroffen. Aangezien het overgrote deel van het DJI-budget bestaat uit personeels- en huisvestingskosten, is het onvermijdelijk dat ook op deze kosten ingrijpend wordt bespaard. De voorgenomen maatregelen zijn uitgewerkt in een, naar aanleiding van het debat met de Tweede Kamer van 6 juni 2013, aangepast Masterplan DJI. Het aangepaste Masterplan is op 19 juni 2013 aan de Tweede Kamer toegezonden en op 27 juni 2013 besproken. Het kabinet heeft gekozen voor verschillende maatregelen, zoals het afstoten van overtollige sanctiecapaciteit, het invoeren van elektronische detentie (zie onder voor nadere informatie), de aanpassing van regimes, het terugbrengen van de behandelduur in de Tbs tot gemiddeld acht jaar en efficiencymaatregelen.

Elektronische Detentie (ED)

De eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde voor een succesvolle terugkeer in de maatschappij wordt door de invoering van ED verder onderstreept. Het wetsvoorstel dat thans in voorbereiding is, bouwt voort op het systeem van «promoveren» en «degraderen» dat door DJI is ontwikkeld. Dit systeem maakt het mogelijk op een gestandaardiseerde wijze goed gedrag te belonen en verkeerd gedrag te corrigeren. Interne vrijheden (meer bewegingsruimte binnen de muren) en externe vrijheden moeten in dit systeem verdiend worden. Alleen als de gedetineerde dit met zijn houding en gedrag heeft verdiend, komt hij in aanmerking voor re-integratieactiviteiten. Beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel ligt in 2014.

Langdurig toezicht gewelds- en zedendelinquenten

Naar verwachting wordt het wetsvoorstel «langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking» in de tweede helft van 2013 aan de Tweede Kamer aangeboden. Met dit wetsvoorstel is het mogelijk zedendelinquenten en zware geweldsdelinquenten na afloop van hun vrijheidsstraf of terbeschikkingstelling langdurig (en indien noodzakelijk levenslang) onder toezicht te houden. Hierdoor kan terugvalgedrag en dreigende recidive tijdig worden gesignaleerd, zodat met direct ingrijpen nieuwe slachtoffers worden voorkomen.

Beleidsdoorlichting preventie maatregelen

Aan de hand van de beleidsdoorlichting is geïnventariseerd op welke wijze preventie maatregelen onder het begrotingsartikel 34.2 op het terrein van criminaliteitspreventie, geweld en integriteit hebben bijgedragen aan de afname van criminaliteit en aan het voorkomen van slachtofferschap onder burgers en bedrijven. Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat in de periode 2005 tot en met 2011 en verder bij de aanpak van onder meer geweld en (gewelddadige) vermogenscriminaliteit en transportcriminaliteit een substantiële daling van het slachtofferschap wordt geconstateerd. Dit resultaat is tegen een relatief bescheiden budgettaire inspanning van Veiligheid en Justitie gerealiseerd.

Kansspelbeleid

In 2014 wordt naar verwachting het wetsvoorstel voor de regulering van kansspelen op afstand in het parlement behandeld. Hierbij wordt gevolg gegeven aan het voornemen van de regering om een nieuw vergunningsstelsel in te richten, waarbij oog wordt gehouden voor het aantal kansspelverslaafden. Met dit stelsel kunnen spelers op een veilige en verantwoorde manier spelen bij online aanbieders, die aan strenge wettelijke voorwaarden moeten voldoen. Een wetsvoorstel dat de herinrichting van de casinomarkt regelt, wordt in 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB)

Het programma USB (Kamerstukken TK, 29 279, nr. 147) is opgezet om de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen te verbeteren en richt zich op de optimalisatie van de executieketen. Doelstelling van programma USB: het sneller starten van straffen, het zeker ten uitvoer leggen van straffen (om uitval te voorkomen) en het goed informeren van alle relevante personen en organisaties binnen en buiten de keten, zoals lokaal bestuur en slachtoffers. Een voorwaarde daarvoor is dat de regie op en de samenwerking binnen de keten wordt verbeterd. Om dit te realiseren wordt de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het OM overgedragen naar de minister en wordt de coördinatie op de uitvoering van de strafrechtelijke beslissingen belegd bij het AICE (Administratie- en Informatiecentrum voor de Executie) van het CJIB. Concreet betekent dit in 2014 naar verwachting dat:

  • Executeerbare strafrechtelijke beslissingen lopen via het dan in de basis ingerichte AICE die gaan naar uitvoeringsorganisaties die zijn belast met de tenuitvoerlegging;

  • Ketenwerkprocessen binnen de tenuitvoerleggingsketen zijn vastgesteld en worden toegepast;

  • Op basis van structureel inzicht in het presteren van de tenuitvoerleggingsketen streefnormen voor sanctiestromen zijn vastgesteld en gevalideerd;

  • Wordt ingezet op het alsnog ten uitvoer leggen van straffen van veroordeelden met een openstaande vrijheidsstraf en het beperken van instroom van vonnissen die moeilijk ten uitvoer te leggen zijn (Kamerstukken TK, 33 400 VI, nr.90);

  • Infrastructuur (INJUS) is gerealiseerd om personen en organisaties goed te informeren, zoals slachtoffers en lokaal bestuur.

Slachtofferbeleid

In 2014 wordt naar verwachting de uitbreiding van het spreekrecht, zoals in het Regeerakkoord is opgenomen, naar het Parlement verzonden. Hiermee worden bestaande beperkingen in het spreekrecht opgeheven.

Tabel 34.10 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

2.377.557

2.271.998

2.270.312

2.218.316

2.099.617

2.060.643

               

Waarvan garanties

700

700

700

700

700

700

               

Programma-uitgaven

2.377.557

2.271.998

2.270.312

2.218.316

2.099.617

2.060.643

Waarvan juridisch verplicht

 

99,34%

       

34.2 Preventieve maatregelen

           
 

Bijdrage agentschappen

           
 

Dienst Justis

16.374

15.871

12.212

11.651

11.091

10.876

 

Subsidies

           
 

Preventie bedrijfsleven

6.935

6.527

5.629

5.629

5.629

5.617

 

Integriteit

5.117

1.240

1.241

1.241

1.241

1.237

 

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)

5.925

1.995

1.495

1.495

1.495

1.493

 

Overig preventieve maatregelen

3.708

4.579

5.230

6.489

6.449

6.940

 

Opdrachten

           
 

Kansspelbeleid

1.400

1.085

1.085

500

500

0

 

Overig preventieve maatregelen

1.100

940

790

790

790

790

 

Garanties

           
 

Faillissementscuratoren

700

700

700

700

700

700

               

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI-gevangeniswezen-regulier *

1.150.525

1.097.268

1.155.197

1.146.623

1.057.030

1.017.752

 

DJI-Forensische zorg

723.200

715.590

698.590

677.090

657.890

661.490

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

124.600

104.594

72.094

58.194

58.194

60.194

 

CJIB

35.403

21.695

16.353

11.057

10.115

10.087

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

           
 

Reclassering Nederland

135.805

129.123

125.539

125.052

125.061

122.668

 

Leger des Heils

21.818

21.646

21.047

20.967

20.969

20.570

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland (SVG)

68.762

64.579

62.787

62.543

62.548

61.351

 

Subsidies

           
 

24 uurs nazorg gedetineerden

14.117

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

           
 

Forensische zorg

1.086

5.866

6.367

5.367

4.367

4.361

 

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

14.136

28.150

32.160

31.427

23.534

23.504

               

34.4 Slachtofferzorg

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

5.357

5.311

5.311

5.311

5.311

5.311

 

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

19.862

23.196

24.826

24.803

25.650

24.784

 

Subsidies

           
 

Stichting Slachtoffer in Beeld (SiB)

600

599

599

599

599

598

 

Opdrachten

           
 

Slachtofferzorg

5.449

5.700

5.700

5.700

5.700

5.700

 

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

15.578

15.744

15.360

15.088

14.754

14.620

               

Ontvangsten

6.040

0

17.000

17.000

17.000

17.000

Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan de agentschappen DJI, Justis en het CJIB (o.a. voor huurlasten RGD, personele uitgaven, afschrijvingskosten etc.). Ook de subsidies aan diverse organisaties (Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid, Stichting Slachtoffer in Beeld, preventie bedrijfsleven, integriteit, etc.) zijn reeds volledig juridisch verplicht. Dit geldt ook voor de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s (Reclasseringsorganisaties, SHN, SGM etc.). De budgetten voor opdrachten zijn voor zo'n 90% juridisch verplicht. Dit betreft in hoofdzaak de opdrachten in het kader van forensisch zorg en de uitkeringen aan slachtoffers van geweldsmisdrijven.

Het niet-juridisch verplichte deel is voornamelijk gereserveerd voor overige materiële uitgaven bij DJI en financiering van ontwikkelingen op beleidsmatige speerpunten uit het Regeerakkoord (slachtofferbeleid, modernisering kansspelen, etc.).

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel «CCV» een bedrag van € 2 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van een subsidie voor aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Daarnaast is in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel in regel «Preventie Bedrijfsleven» een bedrag van € 6,527 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft voor ten hoogste € 70.000,– betrekking op de verlening van een subsidie aan de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit voor de bestrijding van de voertuigcriminaliteit door middel van samenhangende projecten en activiteiten en voor ten hoogste € 108.000,– op de verlening van een subsidie aan de Stichting Epafras ten behoeve van pastorale zorg aan Nederlandse gedetineerden in buitenlandse detentie. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverleningen als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

De uitgaven die DJI doet voor de capaciteit in Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI, tabel 01.3.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen een voorgeschiedenis hebben die het uitoefenen van een bepaald beroep of werk in de weg staat. Daarnaast toetst de Dienst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. Hiervoor wordt onder meer de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) opgesteld en wordt zo voorkomen dat personen die ongeschikt zijn om een functie uit te oefenen, vanuit een afhankelijkheidsrelatie anderen schade kunnen berokkenen. Om vrijwilligersorganisaties tegemoet te komen, wordt de gratis VOG onder voorwaarden gecontinueerd.

Subsidies

Preventie bedrijfsleven

Overheid, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en de veiligheid van de samenleving. Hoe meer verantwoordelijkheid burgers en bedrijven zelf nemen, hoe kleiner het risico op overlast, criminaliteit en ontwrichting. Met behulp van de subsidies worden ondernemers gestimuleerd preventieve maatregelen te treffen, niet alleen tegen veelvoorkomende vormen van criminaliteit zoals inbraak en diefstal, maar ook tegen cybercrime en zogenaamde high-impact crime als overvallen, straatroof en geweld.

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ontwikkelt en implementeert kennis en samenhangende instrumenten om de maatschappelijke veiligheid te vergroten. VenJ subsidieert het CCV om activiteiten te ontwikkelen op het gebied van criminaliteitspreventie en sociale veiligheid, zoals actieve kennisdeling van de veiligheidspraktijk en kwaliteitsontwikkeling van instrumenten zoals het Keurmerk Veilig Ondernemen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, advies en scans op het gebied van de veiligheid kleine bedrijven en de handreiking cameratoezicht voor gemeenten.

Opdrachten

Kansspelbeleid

Het moderniseren van het kansspelbeleid heeft als uitgangspunt de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier te laten deelnemen aan kansspelen. Dit gebeurt door maatregelen te treffen voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van fraude en witwassen.

Garanties

Faillissementscuratoren

De Garanties faillissementscuratoren is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende geld aanwezig is om onderzoek te doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Als aan bepaalde eisen wordt voldaan, staat de Minister van Veiligheid en Justitie garant voor de kosten van het onderzoek of de procedure. Bij succes hoeft de garantie niet te worden ingeroepen, is onrechtmatig aan de boedel onttrokken geld teruggehaald én zien schuldeisers in het faillissement mogelijk meer terug van hun vordering dan eerst het geval was. Zaken waarin dit niet lukt leidt tot het betalen van het garant gestelde bedrag door het ministerie.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. In het kader hiervan heeft DJI onder meer de volgende taken:

  • Flexibel capaciteitsbeheer om ervoor te zorgen dat er op een efficiënte wijze voldoende celcapaciteit voorhanden is.

  • Persoonsgerichte aanpak die er zoveel mogelijk op gericht is gedetineerden met succes terug te leiden naar de vrije maatschappij. Hiermee levert DJI een bijdrage aan de beperking van de recidive.

  • Bij vreemdelingen, die binnenkort Nederland moeten verlaten, zorgt DJI dat samenwerkingspartners alle ruimte krijgen om de uitzetting zo goed mogelijk voor te bereiden.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult de centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan de geloofwaardigheid en het gezag van de overheid.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) met 11 regionale instellingen voor verslavingsreclassering en het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek.

  • Het Leger des Heils heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de Reclassering.

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

Deze reclasseringsorganisaties zijn belangrijke actoren binnen de strafrechtsketen, met als kerntaken advies, toezicht, werkstraffen en gedragsinterventies. Deze taken zijn rechtstreeks verbonden aan de specifieke behoeften van de partners in de strafrechtsketen (OM, zittende magistratuur en DJI). Het verminderen van recidive en het voorkomen van slachtoffers staat hierbij centraal. De drie reclasseringsorganisaties ontvangen voor hun werkzaamheden afzonderlijk een bijdrage van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Subsidies

24-uurs nazorg gedetineerden

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie geeft in 2013 een bijdrage aan de 24-uursnazorgtrajecten bij Stichting DOOR, Vereniging Samenwerkingsverband Exodus, Stichting Moria en Stichting Ontmoeting. Vanaf 1 januari 2014 zal deze zorg door DJI worden ingekocht.

Opdrachten

Forensische Zorg

De middelen voor forensische zorg worden door middel van de inkoop van zorg ingezet door DJI. De uitvoering van forensische zorg ligt bij (private) zorginstellingen.

De capaciteitsbehoefte voor tbs met dwangverpleging is de afgelopen jaren licht gedaald. Naar verwachting zal deze daling zich voortzetten. Voor de komende jaren is bovendien met de brancheorganisaties overeengekomen dat de gemiddelde behandelduur zal worden teruggebracht, zodat een Tbs-behandeling in 2017 gemiddeld acht jaar vergt. Hierdoor zal de capaciteitsbehoefte verder afnemen, zodat er in 2018 nog ruim 1.300 plaatsen over zijn. Bij de overige forensische zorg is een lichte stijging van de capaciteitsbehoefte waarneembaar. Door de verkorting van de Tbs-behandeling worden instellingen bovendien geprikkeld patiënten eerder te laten doorstromen naar lager beveiligde, minder zorgintensieve plaatsen in overige forensische voorzieningen.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit VenJ voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

Subsidies

Stichting Slachtoffer in Beeld

Slachtoffer in Beeld brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Slachtoffer in Beeld ook briefwisselingen en bemiddelingen. Slachtoffer in Beeld is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland.

Opdrachten

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Artikel 35. Jeugd

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Jeugdbescherming

Rol en verantwoordelijkheid

De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de minister op het terrein jeugdbescherming is de Wet op de Jeugdzorg. De minister heeft op het gebied van Jeugdbescherming verschillende rollen:

  • Een uitvoerende rol: de Minister van VenJ heeft een uitvoerende rol op het gebied van jeugdbescherming. De minister beschikt over financiële en inhoudelijke voorwaarden op basis waarvan de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en Jeugdbescherming hun werkzaamheden uitvoeren in de jeugdbeschermingsketen.

  • Een regisserende rol: de minister is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van instrumenten die een bedreigde ontwikkeling van jeugdigen in hun opvoed- en leefsituatie voorkomen en tegengaan. De minister heeft de regie op en een samenwerkingsrelatie met VWS, de provincies, het Interprovinciaal Overleg (IPO), Jeugdzorg Nederland en de Bureaus Jeugdzorg als het gaat om de justitiële jeugdbescherming. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering.

Jeugdsancties en preventie

De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de minister op het terrein van jeugdsancties ligt in artikel 77 Wetboek van Strafrecht en artikel 553 Wetboek van Strafvordering. Belangrijk onderdeel daarvan is een doeltreffende en doelmatige tenuitvoerlegging van jeugdsancties. De minister heeft op het gebied van jeugdsancties en preventie verschillende rollen:

  • Een regisserende rol: de minister is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van instrumenten die gericht zijn op het aanpakken en voorkomen van jeugdcriminaliteit;

  • Een uitvoerende rol: de minister beschikt over financiële en inhoudelijke voorwaarden op basis waarvan Halt, de RvdK, de Jeugdreclassering (JR) en de sector Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI hun werkzaamheden uitvoeren in de strafrechtketen. De minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van voldoende middelen (capaciteit, kwaliteit, tijdigheid) voor de tenuitvoerlegging van de sancties. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering;

  • Een stimulerende rol: de minister heeft de regie op en een samenwerkingsrelatie met de grote steden, Jeugdzorg Nederland, VNG (vereniging Nederlandse gemeente) en IPO betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit.

Geweld in huiselijke kring

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport coördineert de aanpak van geweld in huiselijke kring, waaronder huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, kindermishandeling, vrouwelijke genitale verminking en ouderenmishandeling. Bij de aanpak van deze problematiek zijn verschillende ministeries en organisaties betrokken. De Minister van VenJ is verantwoordelijk voor de daderaanpak van geweld in huiselijke kring in strafrechtelijk en bestuursrechtelijk kader. De Minister van VenJ heeft hier een stimulerende rol. Sturing vindt plaats door middel van kaderstelling, financiering en regelgeving.

Adoptie

De minister heeft een regisserende rol op het gebied van adoptie. De minister is verantwoordelijk voor interlandelijke adoptie en heeft in deze ook een sturingsverantwoordelijkheid ten aanzien van de Raad voor de Kinderbescherming en de vergunninghouders. Vergunninghouders bemiddelen bij de plaatsing van kinderen die ter adoptie worden opgenomen. De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de minister op het terrein van adoptie is opgenomen in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka).

Meetbare gegevens

Tabel 35.1 Prestatie-indicator Jeugdbescherming 1

Jeugdbescherming

 

Realisatie

Prognoses

   

2012

2013

2014

Gemiddelde duur ondertoezichtstelling in jaren

2,9

2,7

2,7

Gemiddelde duur voogdij in jaren

5,3

5,3

5,3

Bron: Beleidsinformatie jeugdzorg.

X Noot
1

Per 1 januari 2015 wordt Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gedecentraliseerd naar de gemeenten. Om deze reden worden de kengetallen t/m 2014 opgenomen.

Toelichting

Eind 2013 worden de bestuurlijke afspraken over de gemiddelde duur voor ondertoezichtstelling en de gemiddelde duur van voogdij voor de periode 2011–2013 met provincies en stadsregio’s geëvalueerd en worden de normprijzen per maatregel vanaf 2014 vastgesteld. Over deze nieuwe afspraken van VenJ met provincies en stadsregio’s wordt de Tweede Kamer eind 2013 geïnformeerd.

Tabel 35.2 Prestatie-indicator Jeugdcriminaliteit

Jeugdcriminaliteit

 

Realisatie

Prognoses

       
   

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Percentage geslaagde Halt-afdoeningen

90%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Percentage geslaagde taakstraffen RvdK

85%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Percentage jeugdigen waarvoor binnen 3 weken na instroom JJI eerste perspectiefplan gereed is DJI

71%

80%

80%

85%

90%

95%

95%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over dagbesteding DJI

85%

83%

90%

90%

90%

90%

90%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over een woonplek DJI

90%

90%

92%

92%

92%

92%

92%

Bronnen: Viermaandsrapportage Halt, RvdK, DJI.

Kindermishandeling en seksueel misbruik

Beleidswijzigingen

Het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012–2016 «Kinderen veilig» 5 vormt de basis voor de aanpak van kindermishandeling in 2014. Veel acties uit het Actieplan zijn in gang zijn gezet, maar hebben een langere looptijd. In 2014 treedt bijvoorbeeld wel de strafmaatrichtlijn kindermishandeling in werking en vindt een midtermreview plaats, waarbij de stand van zaken wordt bekeken en eventueel nieuwe acties worden geformuleerd. Daarnaast heeft het kabinet eind 2012 in reactie op het onderzoeksrapport en de aanbevelingen van de Commissie Samson een groot aantal actiepunten geformuleerd. Voor VenJ zijn in 2014 de uitvoering van de regelingen, bedoeld om de slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg tegemoet te komen, een belangrijk speerpunt. De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik is door de ministers van VWS en VenJ ingesteld, om voor de periode van 2012–2016 toe te zien op zowel de acties uit het Actieplan als de acties naar aanleiding van de Commissie Samson, en het waar nodig aanjagen daarvan. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen onderzoekt daarnaast vanuit een onafhankelijke positie periodiek de aard, omvang en aanpak van seksueel geweld tegen kinderen.

Voor de aanpak kindermishandeling is vanuit VenJ voor 2014 € 1 mln. beschikbaar, waarvan € 0,7 mln. bestemd is voor de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik en € 0,1 mln. bestemd is voor de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Het Ministerie van VWS is medeverantwoordelijk en medefinancier.

Voortgang adolescentenstrafrecht

De minister is verantwoordelijk voor de invoering van het adolescentenstrafrecht. Hiermee wordt voorzien in een samenhangend sanctiepakket waarmee jongeren in de leeftijd van 15 tot 23 jaar effectief kunnen worden gestraft. Een wetsvoorstel hiertoe is op 4 juni 2013 aangenomen door de Tweede Kamer (Kamerstukken TK, 33 498 nr. 2). Voor de voorbereiding en invoering van het adolescentenstrafrecht is vanaf 2014 € 5,7 mln. beschikbaar. In 2014 wordt dit budget onder meer besteed aan het landelijk implementeren van het toeleidings- en adviesproces voor een structurele afweging in de toepassing van jeugd- of volwassenenstrafrecht bij jongvolwassenen, deskundigheidsbevordering bij de taakorganisaties en consequenties voor de capaciteit van het wetsvoorstel voor de taakorganisaties.

Justitiële Jeugdinrichtingen

In het kader van uitvoering van het Capaciteitsplan JJI uit 2012 6 wordt een tweetal reeds buitengebruik gestelde Rijksgebouwen in 2014 definitief afgestoten. Dit levert vanaf 2014 een structurele besparing op van € 9,5 mln. Voor de bezuinigingstaakstelling uit het Regeerakkoord (zie verder artikel 34) zijn de voorgenomen maatregelen uitgewerkt in een, naar aanleiding van het debat met de Tweede Kamer van 6 juni 2013, aangepast Masterplan DJI 7. Het aangepaste Masterplan is op 19 juni 2013 aan de Tweede Kamer toegezonden en op 27 juni 2013 besproken.

Tabel 35.3 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

800.741

738.464

733.453

721.127

669.485

665.772

               

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

           
 

Personeel

131.698

126.554

125.748

122.414

117.769

115.594

 

waarvan eigen personeel

117.510

112.563

111.851

108.889

104.777

102.846

 

waarvan externe inhuur

12.575

12.400

12.317

11.988

11.518

11.303

 

Materieel

35.795

33.562

33.353

32.357

30.964

30.337

 

waarvan ICT

5.991

5.903

5.862

5.656

5.395

5.287

 

waarvan SSO's

18.769

17.296

17.096

14.885

13.745

14.017

               

Programma-uitgaven

633.248

578.348

574.352

566.356

520.752

519.841

Waarvan juridisch verplicht

 

98,9%

       

35.2 Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

           
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

           
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

4.563

3.511

2.762

2.661

2.533

2.480

 

Nidos – opvang

26.508

25.096

22.913

22.088

20.998

20.557

 

Bijdrage aan medeoverheden

           
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdbescherming

291.968

278.194

278.152

278.227

247.374

246.596

 

BES Voogdijraad

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

 

Subsidies

           
 

Jeugdbescherming

3.431

2.872

4.485

4.474

2.263

2.266

 

Opdrachten

           
 

Jeugdbescherming – Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

1.025

490

897

0

0

0

 

Stelsel Jeugdzorg

0

0

0

416

524

1.279

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

608

449

425

419

469

463

               

35.3 Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI – jeugd

208.500

163.877

162.677

156.677

153.477

153.477

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

           
 

Halt

11.684

12.567

11.767

11.367

10.855

10.643

 

Bijdrage aan mede-overheden

           
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

69.568

69.299

69.475

69.296

63.327

63.179

 

Opdrachten

           
 

Bestrijding jeugdcriminaliteit & jeugdgroepen

6.318

5.305

4.006

4.006

1.986

1.986

 

Projecten jeugd straf

6.745

15.463

15.568

15.500

15.721

15.690

 

Veiligheidshuizen

1.105

0

0

0

0

0

               

Ontvangsten

1.487

1.487

1.487

1.487

1.487

1.487

Het Juridische verplichte gedeelte bestaat uit zo'n 97% van de apparaatsuitgaven van de Raad voor de Kinderbescherming. De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s (LBIO, Nidos, en Halt) zijn volledig juridisch verplicht. De bijdragen aan medeoverheden betreft de doeluitkeringen in het kader van jeugdzorg (jeugdbescherming en jeugdreclassering) en de bijdrage aan DJI. Dit betreft volledig juridisch verplichte uitgaven. De subsidie-uitgaven betreft de structurele bijdragen aan het Centrum Internationale Kinderontvoeringen, Stichting Adoptievoorziening en uitgaven in het kader van NODO (Nader Onderzoek Doodsoorzaak bij minderjarigen). Ook deze uitgaven zijn volledig juridisch verplicht.

Het niet-juridisch verplicht deel betreft uitgaven van RvdK aangaande lopende programma-/projectactiviteiten waarvoor nog externen ingehuurd worden (dit betreft 3% van de totale uitgaven aan de RvdK). Het overige budget dit beleidsartikel is gereserveerd voor onder andere nog te starten projecten binnen de jeugdbescherming en jeugdsancties en -preventie en de aanpak van jeugdcriminaliteit en jeugdgroepen.

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

Toelichting op de instrumenten

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), een onderdeel van het Ministerie van VenJ, heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en ASAA (Afstand, Screening van pleeg en Aspirant-adoptiegezinnen, Adoptie en Afstemmingsvragen). Het Ministerie van VenJ levert een bijdrage voor de apparaatskosten van de RvdK.

35.2 Uitvoering Jeugdbescherming en voogdij AMV’s

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO is een overheidsinstelling (ZBO) en verricht in opdracht van de Ministers van VenJ en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning ouderbijdragen, inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 35.4 Productiegegevens

Jeugdbescherming

 

Prognoses

       
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantallen producten 1

           

Alimentatie

49.000

49.650

49.500

47.775

44.775

44.400

Internationale alimentatie

3.250

3.260

3.280

3.290

3.305

3.305

Ouderbijdragen

176.900

182.400

182.900

188.100

188.800

193.900

             

Kosten per geïnde euro

           

Alimentatie

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,04

€ 0,03

€ 0,03

Internationale alimentatie

€ 0,20

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

Ouderbijdragen

€ 0,20

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,22

€ 0,22

Bronnen: Jaarrekening LBIO 2011

X Noot
1

Het betreft hier de cijfers over de inning van alimentatie. Uit efficiencyoverweging bekijkt en selecteert een interventieteam zaken, zodat betalingen mogelijk nog vrijwillig tot stand komen en het LBIO niet tot inning hoeft over te gaan. Het streven is het aantal inningszaken de komende jaren te doen laten dalen. Het aantal inningszaken zegt niets over het aantal inningsverzoeken. Door de economische crisis stijgt het aantal kinderalimentatieverzoeken en partneralimentatie-verzoeken.

Stichting Nidos

VenJ verstrekt een bijdrage aan Stichting Nidos. Deze stichting is conform het Burgerlijk Wetboek aangewezen als instantie die belast is met de tijdelijke voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling wanneer het om kinderen uit vluchtelingengezinnen gaat.

Tabel 35.5 Productiegegevens

Jeugdbescherming

   

Aantallen pupillen per 1 januari 2013 (Q)

Normbedrag 1 (P)

Begeleidingskosten 2

2.450

€ 5.979

Verzorgingskosten 3

1.715

€ 5.083

Bron: Bijdrage-brief Nidos 2013

X Noot
1

Betreft normbedragen die per 1 januari 2013 worden gehanteerd.

X Noot
2

De begeleidingskosten bestaan met name uit personeelskosten, apparaatskosten (huisvesting, ICT e.d.) en overige kosten.

X Noot
3

Verzorgingskosten zijn onder andere schoolkosten, ziektekosten en leefgelden.

Bijdrage aan medeoverheden

Bureaus jeugdzorg (BJZ) – jeugdbescherming

De taken van de Bureaus Jeugdzorg zijn vastgelegd in artikel 5 tot en met 17 van de Wet op de Jeugdzorg. De BJZ’s zijn verantwoordelijk voor de noodzakelijke hulpverlening aan en bescherming van kinderen met ernstige en/of complexe problemen zodat het kind veilig kan opgroeien.

Provinciale overheden ontvangen van VenJ een tarief vermenigvuldigd met de gerealiseerde productie voor de uitvoering kinderbeschermingsmaatregelen door de Bureaus Jeugdzorg en landelijk werkende instellingen die onder verantwoordelijkheid van de desbetreffende provincie vallen (PxQ).

VenJ heeft met de provincies en stadsregio’s op 8 december 2011 overeenstemming bereikt over de normprijzen per maatregel voor de periode 2011–2013 8. Eind 2013 worden de afspraken van 8 december 2011 geëvalueerd. Hierna wordt in overleg getreden met de provincies en stadsregio’s, waarna de normprijs per maatregel vanaf 2014 voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering worden vastgesteld door het Ministerie van VenJ.

De Minister van VenJ stelt voldoende middelen ter beschikking voor de aanspraken op de gedwongen jeugdzorg en toetst op afstand. De Ministers van VWS en VenJ overleggen gezamenlijk de voortgangsrapportage jeugdzorg aan de Tweede Kamer. Daarin wordt aangegeven hoe de provincies en stadsregio’s de uitkering hebben besteed.

In het kader van de stelselwijziging jeugdzorg wordt de jeugdbescherming en de jeugdreclassering gedecentraliseerd naar de gemeenten. Jeugdbescherming en Jeugdreclassering zullen door gecertificeerde instellingen worden aangeboden. Met deze stelselwijzing dient ook een efficiencywinst van in totaal € 37 mln. gerealiseerd te worden; € 31 mln. voor de jeugdbescherming en € 6 mln. voor de jeugdreclassering.

Tabel 35.6 Productiegegevens (aantallen)

Jeugdbescherming

 

Realisatie

Prognoses

     
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

OTS 4 tot 1 jaar

10.892

11.024

10.802

10.802

10.802

10.802

OTS overige

21.519

21.703

21.739

21.739

21.739

21.739

Totaal OTS

32.411

32.727

32.541

32.541

32.541

32.541

             

Voorlopige Voogdij

200

216

216

216

216

216

Overige Voogdij

6.354

6.342

6.342

6.342

6.342

6.342

Totaal

38.965

39.285

39.099

39.099

39.099

39.099

             

WSG 1

7.014

7.071

7.038

7.038

7.038

7.038

Bron: realisatie 2012 (accountant gecontroleerde 12-maandsgemiddelde), Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ), WODC

X Noot
1

William Schrikker Groep, een landelijk werkende instelling voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en pleegzorg.

BES Voogdijraad

De BES Voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken. De voogdijraad is, naast de civiele onderzoeks- en rekestrerende taak, bezig met het opzetten en ontwikkelen van taakstraffen en sinds juni 2010 met de uitvoering van jeugdreclassering. Daarnaast heeft de voogdijraad nog een financiële taak: bemiddeling, inning en uitbetaling van kinderalimentatie.

Subsidies

Jeugdbescherming

De minister subsidieert meerdere organisaties en initiatieven die betrekking hebben op de jeugdbescherming. Onder deze post vallen diverse kleinere subsidies zoals Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Stichting Adoptievoorzieningen (SAV), kosten nader onderzoek doodsoorzaak van kinderen (NODO), vertaalkosten IKO en internationale contributies.

Opdrachten

Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

De regeling tegemoetkoming adoptiekosten strekt tot het verstrekken van een vergoeding van € 3.700,– ten behoeve van kinderen waarvan de adoptie is afgerond in de periode 2009 tot en met 2012. De periode waarin een aanvraag voor een vergoeding kan worden ingediend loopt tot 1 januari 2016. Tussen 1 januari 2009 en 31 december 2012 zijn 2.264 adopties afgerond. In 2012 zijn 1.788 aanvragen gehonoreerd en 281 aanvragen afgewezen.

Stelsel jeugdzorg

Met de stelselherziening jeugdzorg worden met ingang van 2015 de uitvoering van jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten. Door de verantwoordelijkheid voor alle jeugdzorg bij gemeenten te beleggen wordt het eenvoudiger om een integraal (jeugd-)zorgaanbod te ontwikkelen en wordt naar verwachting sterker ingezet op preventie. De beschikbare middelen (€ 0,6 mln.) in het kader van de stelselherziening worden onder andere ingezet voor:

  • een communicatie- en ondersteuningstraject richting gemeenten en veldpartijen;

  • de ontwikkeling van een certificeringssystematiek om de kwaliteit van de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering in het nieuwe stelsel te borgen.

Bestrijding huiselijk geweld en kindermisbruik

Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik zijn omvangrijke problemen in Nederland. Dit geldt in het bijzonder voor minderjarige slachtoffers. Doordat het geweld veelal achter gesloten deuren plaatsvindt, is een belangrijke doelstelling het vergroten van de zichtbaarheid van de problematiek. Bestrijding omvat vele aspecten: preventie, hulpverlening, jeugdbescherming, huisverbod, het strafrecht. Het Ministerie van VenJ en het Ministerie van VWS dragen samen verantwoordelijkheid voor deze totaalaanpak.

35.3 Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

De DJI zorgt namens de minister voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Jaarlijks krijgt DJI een budget toegewezen vanuit het VenJ en worden afspraken gemaakt over de door DJI te leveren prestaties. Met ingang van 2014 wordt de operationele capaciteit van de sector JJI van DJI teruggebracht tot 650 plaatsen. Er blijven 127 reserveplaatsen beschikbaar om een eventueel stijgende instroom te kunnen opvangen.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Halt

Halt is als RWT verantwoordelijk voor de uitvoering van de Halt-afdoening (artikel 77e Wetboek van Strafrecht). De minister financiert de Halt-afdoening. Naast deze repressieve activiteiten voert Halt ook preventieve activiteiten uit. Deze activiteiten worden grotendeels door gemeenten gefinancierd (aangevuld met incidentele bijdragen van provincies of andere fondsen).

Per 1 januari 2013 is de Halt-sector omgevormd tot één Halt-organisatie, ingedeeld analoog aan de indeling van arrondissementen en politieregio’s. In 2014 wordt verder gewerkt aan de nadere inrichting van deze nieuwe organisatie, met veel inzet op kwaliteit en uniformiteit van de afdoening en investering in het lokale netwerk. Het aantal Halt-afdoeningen is voor 2014 geraamd op19.500. Een Halt-afdoening is samengesteld uit meerdere modules (deels standaard, deels maatwerk), zoals intake, startgesprek, leeropdracht, vervolggesprek, excuses aanbieden, schadebemiddeling, werkopdracht, eindgesprek, etc.

Tabel 35.7 Productiegegevens

Halt

 

Realisatie

Prognoses

     
   

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Halt-afdoeningen (in aantal per jaar)

17.205

18.820

19.500

19.500

19.500

19.500

19.500

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ), WODC

Bijdrage aan medeoverheden

BJZ – Jeugdreclassering (JR)

De jeugdreclassering levert hulp en steun bij voorwaardelijk opgelegde sancties of de strafbeschikking en begeleiding en toezicht op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of de JJI. Voorts is de jeugdreclassering belast met de uitvoering van het scholings- en trainingsprogramma en is verantwoordelijk voor de nazorg. De jeugdreclassering levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de consequente handhaving van de voorwaarden die aan de jongere zijn opgelegd. Dit draagt bij aan het voorkomen van recidive. Provincies ontvangen van VenJ het tarief vermenigvuldigd met de gerealiseerde productie voor de uitvoering van jeugdreclasseringstaken door de bureaus jeugdzorg en landelijk werkende instellingen die onder verantwoordelijkheid van de desbetreffende provincie vallen (PxQ).

Tabel 35.8 Productiegegevens (aantallen)

Jeugdreclassering

Normbedragen

Realisatie

Prognoses

     
 

(x € 1,–)

2013

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Reguliere jeugdreclassering 1

5.942

9.613

9.458

9.383

9.305

9.233

9.170

9.113

Samenloopciviel/straf

1.926

1.444

1.444

1.444

1.444

1.444

1.444

1.444

ITB Harde Kern 2

1.451

304

304

308

312

316

319

323

ITB Criem 3

1.947

846

931

966

990

1.024

1.085

1.140

STP 4

1.947

27

27

27

27

27

27

27

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ), WODC

X Noot
1

Normbedragen 2013

X Noot
2

Intensieve trajectbegeleiding voor jongeren die een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd en al eerder met justitie in aanraking zijn geweest.

X Noot
3

Intensieve trajectbegeleiding voor jongeren van niet-westerse afkomst die voor de eerste keer, of al eerder voor lichte vergrijpen, met justitie in aanraking komen.

X Noot
4

Scholing- en trainingsprogramma

Opdrachten

Programma Jeugdcriminaliteit & Jeugdgroepen

Het programma Jeugdcriminaliteit & Jeugdgroepen (J&J) heeft als opdracht strafbaar gedrag van minderjarigen tegen te gaan door middel van een persoonsgerichte en integrale aanpak. Zo wordt het toekomstperspectief van probleemjongeren verbeterd en neemt de jeugdcriminaliteit af. Om de jeugdketen hierbij te helpen wordt onder andere geïnvesteerd in de ketensamenwerking met onder andere de Raad voor de Kinderbescherming en de nationale politie.

In 2014 worden voor dit programma onder andere de volgende werkzaamheden verricht:

  • de implementatie en verankering van reeds bestaande instrumenten dan wel in te voeren wetgeving zoals het adolescentenstrafrecht;

  • inrichten van de ICT-voorzieningen om informatie te delen voor een integraal persoonsbeeld. Daarnaast wordt ook gewerkt aan het opzetten van een ketenbreed sturingsmodel om dieper inzicht te verkrijgen in de jeugdstrafrechtketen;

  • het doorvoeren van diverse verbeteringen in de jeugdstrafrechtsketen (onder andere doorlooptijden);

  • het starten van een professionaliseringstraject «de professional met de juiste competenties op de juiste plaats» voor medewerkers in de jeugd gericht op het bevorderen van de deskundigheid; vergroten weerbaarheid en veiligheid van de medewerkers; bijhouden ontwikkelingen vakgebied en bewustmaking samenwerken in de jeugdketen.

Jeugdstraf

Binnen het domein jeugdstraf zijn in 2014 middelen beschikbaar voor pilotprojecten, onderzoeken, etc. op het jeugdstrafrechtterrein. Het omvat onder andere enkele pilotprojecten in het kader van forensische zorg (academische werkplaats forensische zorg jeugd) en de meerjarige subsidie voor Betere Start – voor moeders en kinderen in detentie.

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting en daarmee bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity. De taken worden namens de minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV heeft de volgende hoofdopdrachten:

  • identificeren en duiden van dreigingen en risico’s;

  • bewaken en beveiligen van personen, objecten, diensten en evenementen;

  • verhogen van cyber security;

  • verhogen van de weerbaarheid van overheden (waaronder veiligheidsregio’s), burgers en bedrijfsleven;

  • realiseren van optimale crisisbeheersing en crisiscommunicatie.

De verantwoordelijkheid van de minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (voor bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding). Daarnaast is bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.

Vanwege de regisserende rol van de Minister van Veiligheid en Justitie op de genoemde domeinen zijn er samenwerkingsverbanden en relaties met verschillende andere betrokken ministeries, medeoverheden en organisaties.

Meetbare gegevens

De maatschappelijke effecten in het kader van het crisisbeleid en de terrorismebestrijding laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten en de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen niet (altijd) in prestatie-indicatoren uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de Voortgangsrapportage Terrorismebestrijding en de Voortgangsrapportage Nationale Veiligheid die beide jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden 9.

Nuclear Security Summit

Beleidswijzigingen

In 2014 vindt de Nuclear Security Summit (NSS) in Den Haag plaats, die in opdracht van de regering wordt georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zal worden bezocht door tientallen staatshoofden en regeringsleiders, vergezeld door grote delegaties. Het Ministerie van VenJ (NCTV) is betrokken bij de inhoudelijk voorbereiding van de top. Daarnaast worden ten behoeve van een veilig en ongestoord verloop van deze top onder coördinatie van het Ministerie van VenJ voorbereidingen getroffen. De NCTV zorgt daarbij voor de veiligheid van, in het bijzonder, de aanwezige regeringsleiders. Voorts is de NCTV verantwoordelijk voor de coördinatie van de crisisbeheersing op nationaal niveau. Naast de top vinden drie side events gerelateerd aan de NSS plaats, waaronder de door de NCTV in samenwerking met Buitenlandse Zaken georganiseerde internationale CBRN/E-oefening @tomic 2014.

Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s

In 2013 is het functioneren van de Wet Veiligheidsregio’s en het brede stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing geëvalueerd. De daaruit voortvloeiende maatregelen ter verbetering van het stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing worden in 2014 ontwikkeld en zo mogelijk ingevoerd. Deze maatregelen zullen zoveel mogelijk aansluiten bij de afspraken die met de veiligheidsregio’s zijn gemaakt in het project Bovenregionale samenwerking, waarin is vastgelegd dat voor 2013 en 2014 de NCTV bijdraagt aan de professionalisering van de crisiscommunicatie van de regio’s.

Nationale Cyber Security Strategie

Het verhogen van de digitale weerbaarheid van Nederland is van groot belang. In dit licht wordt in 2014 de recent geactualiseerde Nationale Cyber Security Strategie (NCSS) geïmplementeerd. Tevens wordt het Nationaal Detectie Netwerk opgebouwd om dreigingen in het digitale domein zo snel mogelijk te detecteren. Om hierop adequate respons te leveren wordt in 2014 onder andere ook het Nationale Responsenetwerk verder vorm gegeven. Voor deze intensiveringen wordt in 2014 € 4 mln. geherprioriteerd binnen de kaders van het Ministerie van VenJ.

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

202.800

253.413

251.155

249.917

248.092

246.636

               

Programma-uitgaven

202.800

253.413

251.155

249.917

248.092

246.636

Waarvan juridisch verplicht

 

91,03%

       

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Overige bijdragen agentschappen

0

320

320

320

320

320

 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

31.036

30.236

30.239

29.432

28.397

27.962

 

Bijdrage aan medeoverheden

           
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

128.379

176.770

175.040

175.042

175.042

174.918

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

3.319

2.999

3.000

2.894

2.758

2.702

 

Subsidies

           
 

Nederlands Rode Kruis

1.850

1.685

1.685

1.685

1.685

1.683

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

1.305

1.305

1.305

1.305

1.305

1.304

 

Onderwijs Veiligheidsregio's

1.930

1.930

1.930

1.930

1.930

1.928

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

508

4.950

5.613

5.554

5.478

5.441

 

Opdrachten

           
 

Project NL-Alert

2.900

2.900

2.900

2.900

2.900

2.897

 

Opdrachten NCSC

4.463

8.343

8.337

8.336

8.331

8.326

 

Overig terrorismebestrijding

4.745

2.257

377

440

407

388

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

11.202

8.578

9.269

9.310

9.245

8.720

               

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

           
 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.163

11.140

11.140

10.769

10.294

10.047

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

Juridisch verplicht is de bijdrage aan de ZBO’s en RWT’s IFV op basis van het Besluit Rijksbijdrage IFV. De bijdrage aan medeoverheden is voor zo'n 98% verplicht op basis van de Wet Veiligheidsregio’s door middel van de brede doeluitkering. De subsidiebudgetten zijn voor zo'n 50% juridisch verplicht. Het gaat hierbij om de bijdragen aan het Nederlandse Rode Kruis, het Nationaal veiligheidsinstituut en aan onderwijsveiligheidsregio’s. Daarnaast is zo'n 37% van de opdrachtenbudgetten verplicht. Dit betreft o.a. een meerjarig contract met telecom providers voor beheer van NL-Alert, overige opdrachten die zijn verplicht op basis van meerjarige contracten ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van terrorismebestrijding en opdrachten in het kader van de Nuclear Security Summit 2014 en meerjarige vastgelegde overeenkomsten op het gebied van terrorismebestrijding en nationale veiligheid.

Het niet-juridische verplichte deel van het budget op dit beleidsartikel is gereserveerd voor onder andere een effectieve nationale crisisreponsorganisatie. Verder zijn middelen voor het identificeren en beoordelen van mogelijke dreigingen op de nationale veiligheid en terrorismebestrijding onder het verplichte deel inbegrepen.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel «Nederlands Rode Kruis» een bedrag van € 1,685 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van een subsidie aan het Nederlandse Rode Kruis voor de inzet bij crisis en rampen. In de regel «Nationaal Veiligheidsinstituut» is een bedrag van € 1,305 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van subsidie aan het Nationaal Veiligheidsinstituut voor het opzetten en beheersen van een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid. Daarnaast zijn in de regel «Onderwijs Veiligheidsregio’s» subsidieuitgaven opgenomen van € 1,93 mln. voor subsidieverlening aan de veiligheidsregio’s voor verbetering van brandweeronderwijs. Deze begrotingsvermeldingen vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage ZBO’S en RWT’S

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het verzorgen van officiersopleidingen, het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Tevens verricht het IFV op commerciële basis werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als: wettelijk toegestane werkzaamheden). Daarnaast maakt ook USAR.NL, de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland, deel uit van het IFV.

Bijdrage aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de veiligheidsregio’s, een regionaal samenwerkingsverband van brandweer en GHOR, voor de uitvoering van wettelijke taken. Het betreft hier de taken genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Naast de rijksbijdrage ontvangen de regio’s ook een bijdrage van de gemeenten. De BDuR wordt toegekend op basis van verdeelmaatstaven die zoveel mogelijk de aanwezigheid van risico’s in de regio weerspiegelen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van een aantal verdeelmaatstaven van het Gemeentefonds.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Met meer dan honderd miljoen vrijwilligers wereldwijd is het Rode Kruis altijd ter plaatse bij een ramp of een conflict. De organisatie start levensreddende activiteiten op en biedt onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van het Ministerie van VenJ voor de inzet bij rampen en crises in Nederland.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Brandweermuseum en het Nederlandse Politiemuseum zijn op 16 december 2011 samengegaan in het Nationaal Veiligheidsinstituut. Dit instituut in Almere is eind 2013 geopend. Het ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid op te zetten en te beheren.

Onderwijs Veiligheidsregio's

De Veiligheidsregio’s ontvangen subsidie voor verbetering van brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen). In 2013 en 2014 zal het accent liggen op eenduidig organiseren van brandweeronderwijs. In 2015 zal er bekeken worden hoe deze incidentiele subsidie wordt voortgezet.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

(Beleids)implicaties Nationale Risicobeoordeling:

De NCTV draagt zorg voor het laten uitvoeren van te intensiveren capaciteiten volgend uit de jaarlijkse Nationale Risicobeoordeling (NRB) en capaciteitenanalyse.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon, dat eind 2012 is uitgerold. Nederland is internationaal gezien het eerste land dat dit middel inzet om in crisistijd mensen in de omgeving van een bepaalde zendmast op grote schaal via een bericht op hun mobiele telefoon te kunnen alarmeren en informeren over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van VenJ financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten van onder andere de telecomproviders. Daarnaast investeert het Ministerie van VenJ in de publiekscampagne om het bereik van NL-Alert zo hoog mogelijk te maken.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cyber security. Deze informatie wordt met elkaar gedeeld en geanalyseerd om tot duiding en impact van die informatie te komen. Daarnaast treedt het NCSC op als Computer Emergency Response Team (CERT) namens de Nederlandse overheid en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cyber security 10.

Overig terrorismebestrijding

Het Ministerie van VenJ voert de centrale coördinatie op het gebied van terrorisme- en extremismebestrijding en geeft richting aan de structurele samenwerking van partijen op specifieke terreinen van terrorisme- en extremismebestrijding. Om de dreiging van concrete aanslagen tegen te gaan wordt onverminderd ingezet op het bijtijds signaleren van (mogelijke) voorbereidingshandelingen voor terroristische aanslagen, in samenwerking met nationale en internationale partners. Daartoe wordt periodiek het Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland (DTN) uitgebracht.

Om reisbewegingen naar jihadistische strijdgebieden tegen te gaan en om de risico’s die mogelijk uitgaan van terugkeerders in te dammen, wordt verder ingezet op preventie, signalering en interventie. Het Ministerie van VenJ voert de regie over de gezamenlijke aanpak en werkt daarbij nauw samen met name de inlichtingendiensten en met het lokale bestuur. Intensiveringen hebben onder andere betrekking op het robuuster maken van de bestuurlijke aanpak (maatwerk op lokaal niveau), toenemende aandacht voor rol internet en social media en het gebruik van «travel information» voor detectie van reisbewegingen. Onder andere worden specifieke opleidingen en verdiepingstrainingen over jihadisme ontwikkeld en in relevante gebieden aangeboden ten behoeve van de uitvoering van maatwerktrajecten.

Om gerichter de weerbaarheid van vitale sectoren te kunnen verhogen, worden «roadmaps» ontwikkeld. Hierin worden de vitale belangen en dreigingen daarop geïdentificeerd en gekeken welke maatregelen nodig zijn, binnen welke termijn en door wie. Dit wordt in publiek-private samenwerking opgepakt.

Voor de aanpak van potentieel gewelddadige eenlingen wordt een operationeel advies- en expertisepunt opgezet en worden gerichte trainingen en opleidingen gegeven.

Daarnaast richt het Ministerie van VenJ zich met name op de landelijke coördinatie van het stelsel bewaken en beveiligen en vindt in opdracht van de NCTV, de beveiliging plaats van een gelimiteerd aantal personen, objecten en diensten. De uitkomsten van de in 2013 uitgevoerde evaluatie van het stelsel bewaken en beveiligen worden in 2014 geïmplementeerd.

De ontwikkelde Security Awareness instrumenten, waaronder die ontwikkeld in het in 2013 afgeronde programma ter voorkoming misbruik chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen (CBRN), worden geborgd binnen de Nederlandse hoog risico (vitale) sectoren, relevante operationele diensten en kennisinstellingen en in internationale projecten.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

– Voorkomen en beperken van maatschappij ontwrichtende incidenten:

Het Ministerie van VenJ heeft een belangrijke faciliterende en richtinggevende rol als het gaat om het identificeren van mogelijke maatschappij ontwrichtende risico’s en dreigingen en het verhogen van de weerbaarheid hiertegen. Dit betekent dat er nauw samengewerkt wordt met publieke en private partijen om de vitale belangen van onze samenleving te beschermen, door dreigingen zoveel mogelijk weg te nemen en door voorbereid te zijn op eventuele calamiteiten. Zo wordt er geïnvesteerd in een effectieve nationale crisisorganisatie die aansluit op de regionale crisisorganisaties. Eenduidigheid in crisiscoördinatie en -communicatie staan daarbij centraal, evenals een intensief traject van Opleiden, Trainen en Oefenen. Om nog sneller te kunnen anticiperen op mogelijke grootschalige verstoringen van de maatschappelijke stabiliteit, voor optimalisering van de nationale crisisbeheersing en ten behoeve van interactieve beleidsvorming wordt de inzet van sociale media verder geïntensiveerd. Ook wordt in 2014 bijgedragen aan het verhogen van de weerbaarheid van vitale sectoren. Voor de aanpak van potentieel gewelddadige eenlingen wordt een operationeel advies- en expertisepunt opgezet.

– Innovatie:

Met het innovatiebeleid van de NCTV wordt vernieuwingen en verbeteringen nagestreefd die ertoe leiden dat operationele diensten in het veiligheidsdomein effectiever en efficiënter gaan functioneren. De NCTV innoveert binnen haar eigen organisatie, en heeft voor anderen een stimulerende en coördinerende functie. De NCTV financiert kansrijke innovatieprojecten via het programma Veilig door Innovatie en behartigt het belang voor veiligheid in onderzoeksprogramma’s van derden zoals het Europese R&D programma (KP7 en vanaf 2014 Horizon 2020). Ook geeft de NCTV sturing aan het «Vraaggestuurd Programma Veilige Maatschappij» van TNO en adviseert en coördineert de NCTV activiteiten op het terrein van veiligheid binnen het Topsectorenbeleid van EZ (specifiek binnen de Topsector «High Tech Systemen en Materialen» in de Roadmap Security).

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op grond daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid en het wegnemen van structurele veiligheidstekorten. De OvV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OvV worden verricht (waaronder naar lucht- en scheepvaart).

Artikel 37. Vreemdelingen

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid. Als onderdeel hiervan heeft hij een financierende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures en de terugkeer van vreemdelingen in en uit Nederland. De Minister van Veiligheid en Justitie draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet door de vreemdelingenketen. De vreemdelingenketen is het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingenbeleid bezighoudt. De Minister is verantwoordelijk voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Deze uitvoeringsdiensten vallen rechtstreeks onder het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is de Minister verantwoordelijk voor het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), voor de toezichtsmaatregelen, vreemdelingenbewaring en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd. De Minister onderhoudt bovendien een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Tabel 37.1 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

 

Prognose

   
 

2011

2012

2013

2014

2015

Opvang, Toegang, Toelating en Toezicht

         

Asielinstroom

14.630

13.360

14.000

14.000

14.000

Overige instroom 1

10.330

9.150

10.700

13.380

14.290

           

Instroom in de opvang

13.760

13.300

14.000

14.000

14.000

Uitstroom uit de opvang

18.640

14.800

16.000

14.000

14.000

Gemiddelde bezetting in de opvang

18.720

14.400

13.000

14.100

14.100

           

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

49.720

46.600

8.500

8.500

8.500

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

58.930

58.520

27.200

35.300

27.200

Toelating en Verblijf (TEV)

– 

– 

42.400

39.000

39.000

Visa

2.420

1.480

4.000

2.500

2.500

           

Aantal naturalisatie verzoeken

26.300

28.890

35.500

33.500

26.500

           

Streefwaarden Terugkeer (%)

         

Zelfstandig vertrek (%)

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek (%)

32%

29%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht (%)

48%

50%

50%

50%

50%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA en Meerjarenraming Vreemdelingenketen.

X Noot
1

Tot de overige asielinstroom behoren zij-instroom, uitgenodigde vluchtelingen, aanvragen voor verlenging van een asielvergunning, herbeoordelingen/intrekkingen van asielvergunningen, de verlengingsaanvragen van reguliere asielgerelateerde vergunningen, de ongewenstverklaringen en de overige reguliere asielgerelateerde vergunningen.

Toelichting overige instroom

Het prognosemodel waarmee de ramingen voor de asielinstroom worden opgesteld is in de afgelopen periode verder verfijnd. Daarnaast wordt een hogere overige asiel instroom verwacht omdat een grote groep asielzoekers na vijf jaar rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd nu in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verzoeken daartoe tellen mee in de «overige asielinstroom».

Tabel 37.2 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken

Vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten (%)

 

Realisatie

Prognoses

     
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Asiel

88%

86%

88%

89%

90%

90%

Regulier

89%

100%

100%

100%

100%

100%

Naturalisatie

91%

100%

100%

100%

100%

100%

Bron: IND: INDIS/INDIGO.

Tabel 37.3 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Gemiddelde verblijfsduur (in maanden)

 

Realisatie

Prognoses

       
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

14

12

12

12

12

12

12

Bron: Maandrapportage COA.

Beleidswijzigingen

2014 staat in het teken van verbetering van dienstverlening aan vreemdelingen en referenten en effectievere handhaving van het vreemdelingenbeleid. Snelle, zorgvuldige en duidelijke procedures voor de vreemdeling gecombineerd met informatie gestuurde en effectieve inzet van handhavingsinstrumenten. Met de implementatie van de Wet Modern Migratiebeleid is hiervoor een solide basis gelegd. Vreemdelingen die toelating vragen in Nederland krijgen sneller antwoord en doorprocederen wordt ontmoedigd. De Wet Modern Migratiebeleid en het nieuwe computersysteem INDIGO bieden kansen om op een slimmere manier effectiever te handhaven. Bijvoorbeeld door informatie-uitwisseling met diensten buiten de keten zoals SUWI-net en de Belastingdienst en de informatieverplichting van de referent in de vreemdelingenwet.

Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures

In de uitvoering van de asielprocedure streeft de IND in samenwerking met ketenpartners naar maximale zorgvuldigheid en snelheid, om asielzoekers zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden. Het Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures (PST) heeft tot doel te voorkomen dat vreemdelingen onnodig procedures gaan stapelen. Invoering van het totale pakket in 2013 legt een te groot beslag op INDIGO, waarop is besloten de maatregelen gefaseerd in te voeren. Maatregelen die geen of weinig impact hebben op INDIGO, maar wel een grote winst opleveren voor de keten, zijn in 2013 ingevoerd. De maatregelen die in 2014 geïmplementeerd worden zijn: het mee toetsen van het gehele humanitair reguliere beleidskader bij zowel de eerste asielaanvraag als de eerste humanitair reguliere aanvraag. Op deze manier ontstaat een nieuwe categorie aanvragen, te weten vervolgaanvragen. Deze reguliere (vervolg)aanvragen worden in een 1-dagstoets afgehandeld. Bij reguliere vervolgaanvragen geldt bovendien een gedifferentieerde vergoeding als de vreemdeling niet in het gelijk wordt gesteld.

Alternatieven vreemdelingenbewaring

In 2014 wordt ingezet op de uitbouw van alternatieven voor vreemdelingenbewaring die goedkoper en effectiever zijn. Dit moet een belangrijke bijdrage leveren aan het laten terugkeren van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen zijn. Als ultimum remedium bij de terugkeer van vreemdelingen die niet langer in Nederland mogen zijn, blijft vreemdelingenbewaring het aangewezen instrument.

Arbeids- en kennismigratie

Arbeidsmigranten uit de Europese Unie 11 vormen de hoofdmoot van migranten die naar Nederland komen. Nederland voert echter ook specifiek beleid voor toelating van kennismigranten, studenten en andere arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie. Deze groepen kunnen juist met het oog op economisch herstel en vergrijzing van de beroepsbevolking van toegevoegde waarde zijn, mits hun toelating is toegesneden op de behoefte van de Nederlandse economie.

Aan de SER is advies gevraagd over het arbeidsmigratiebeleid. Dit advies wordt in het voorjaar 2014 verwacht en dient als referentiekader voor eventuele maatregelen om arbeidsmigratie uit andere lidstaten in betere banen te leiden en Nederland nog aantrekkelijker te maken voor kennismigranten.

Handhaving Vreemdelingenwet

Illegaliteit, in de zin van onrechtmatig verblijf van vreemdelingen, kan gepaard gaan met diverse vormen van overlast en criminaliteit, waaronder mensensmokkel. In 2014 wordt naar verwachting het wetsvoorstel strafbaarstelling illegaal verblijf ingevoerd. Met strafbaarstelling van illegaliteit wordt het instrumentarium om illegaal verblijf tegen te gaan effectiever. De aanpak van criminele en overlast gevende vreemdelingen heeft daarbij de hoogste prioriteit. In het kader van slimmer handhaven krijgt het tegengaan van migratieconstructies, zoals schijnhuwelijken, misbruik EU-recht en andere vormen van migratiecriminaliteit (waaronder mensensmokkel) in 2014 een hoge prioriteit.

Als zelfstandig vertrek van niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen niet lukt zal, daar waar mogelijk, worden overgegaan tot gedwongen vertrek. Zowel voor zelfstandig als voor gedwongen vertrek wordt nadrukkelijk de samenwerking met andere overheden en maatschappelijke organisaties gezocht en versterkt.

Nationaliteit

In 2014 wordt naar verwachting een wetsvoorstel ingevoerd waarmee de termijn voor naturalisatie wordt verhoogd van vijf naar zeven jaar.

Tabel 37.4 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

746.434

681.201

632.253

609.619

590.278

582.103

               

Programma-uitgaven

746.434

681.201

632.253

609.619

590.278

582.103

Waarvan juridisch verplicht

 

94,43%

       

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

304.698

290.598