Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129628 nr. 256

29 628 Politie

Nr. 256 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 mei 2011

Op 18 februari 2011 (kamerstuk 29 628, nr. 237) informeerde ik uw Kamer over de hoofdlijnen met betrekking tot het te voeren beleid voor de politie 2011–2014, kort samengevat, over de landelijke prioriteiten voor de politie. Ik zei toe om uw Kamer voor 1 april 2011 te informeren over de prestatie-indicatoren voor de landelijke prioriteiten. Deze toezegging doe ik in deze brief gestand.

Net als de landelijke prioriteiten, zijn de prestatie-indicatoren in overleg met het korpsbeheerdersberaad, de raad van korpschefs en het College van procureurs-generaal door mij vastgesteld. Aan overleg met deze ketenpartners hechtte ik veel waarde. Niet alleen om een zorgvuldige balans te vinden tussen landelijke prioriteiten en (ruimte voor) lokale prioriteiten maar ook om de administratieve last die van (monitoring op) het bereiken van de landelijke prioriteiten uitgaat tot een minimum te beperken. Ook zo wordt bijgedragen aan het verminderen van administratieve lasten met 25%, wat een van de landelijke prioriteiten is.

De landelijke prioriteiten en bijbehorende indicatoren vindt u in de bijlage bij deze brief.

Verder proces

2011 – transitiejaar

Het is duidelijk dat 2011 een bijzonder jaar voor de (landelijke prioriteiten van de) politie is. 2011 is het jaar waarin een voortvarend begin met de landelijke prioriteiten wordt gemaakt en is tevens een overgangsjaar naar een nieuw bestel met nieuwe verantwoordelijkheden.

In de transitieafspraken die ik met het korpsbeheerdersberaad en de voorzitter van het College van procureurs-generaal op 18 februari 2011 heb gemaakt, is vastgelegd dat de korpsbeheerders voor 1 juni 2011 regionale beleidsplannen opstellen. Deze regionale beleidsplannen zullen van beperkte omvang zijn, specifiek ingaan op realisatie van de landelijke prioriteiten in 2011 en een doorkijk geven op welke wijze de landelijke prioriteiten kunnen worden verwezenlijkt voor de periode 2012–2014. De regionaal colleges stellen deze beleidsplannen vast, conform art 31. Politiewet. Gelet op de korte tijd die voor het vaststellen van de beleidsplannen beschikbaar is, zal ik de korpsbeheerders, de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de regionaal colleges enkele praktische criteria geven waaraan deze beleidsplannen tenminste moeten voldoen.

De korpsbeheerders, de hoofdofficieren van justitie en regionaal colleges behouden hun wettelijk taken ten aanzien van de regiokorpsen tot de nieuwe wet in werking is getreden. De bevestiging hiervan is vastgelegd in de transitieafspraken. Dit betekent dat verantwoording over de realisatie van de landelijke prioriteiten conform de huidige wettelijk systematiek geschiedt. Na inwerkingtreding van de nieuwe wet zal verantwoording plaats vinden volgens de in die nieuwe wet vastgestelde methodiek.

2012 en verder – nieuw bestel

Zoals aangegeven in het uitvoeringsprogramma vorming nationale politie dat ik begin april aan uw Kamer zond, zal de vaststelling van de nieuwe beheers- en beleidscyclus naar verwachting op 1 oktober 2011 zijn afgerond. De verdere uitwerking van de landelijke prioriteiten in de periode 2012 en verder zal volgens deze nieuwe beleids- en beheerscyclus gebeuren.

Met de vaststelling van de landelijke prioriteiten 2011–2014 komt de prestatiebekostiging over de landelijke prioriteiten 2008–2011 vanaf het jaar 2011 te vervallen. Over het jaar 2010 is de prestatiebekostiging dus nog gewoon van toepassing

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

BIJLAGE: Landelijke prioriteiten met bijbehorende indicatoren

Prioriteiten 2011–2014

Cluster I: De buurt veilig, voor bewoner en ondernemer

prioriteit

doel/bijdrage politie

indicator

1. Aanpak van tenminste de helft van de criminele jeugdgroepen

– Standaardrapportage over problematische jeugdgroepen voorzien van advies voor agendering in de lokale driehoek zodat op basis van prioritering criminele (en overlastgevende) jeugdgroepen integraal en gericht aangepakt kunnen worden.

– Het leveren van een bijdrage in de integrale aanpak zoals geformuleerd in een lokaal Plan van Aanpak middels Opsporing, Toezicht en Handhaving.

Een jaarlijkse standaardrapportage waarin het totaal aantal criminele jeugdgroepen en het totaal aantal aangepakte criminele jeugdgroepen is opgenomen.

Deze rapportage wordt naar de lokale driehoek gezonden, voorzien van advies.

2. Aanpak delicten met een hoge impact op het slachtoffer: overvallen, straatroof, inbraken, geweld

– Een stijging van de pakkans met 25% voor geprioriteerde high impact delicten teneinde gericht en snel verdachten op te sporen en daardoor meer zaken op te lossen.

– De politie draagt bij aan het plan van aanpak overvalcriminaliteit door de opsporing op overvallen te intensiveren.

– Verdachtenratio «high impact» misdrijven: overvallen, straatroof, inbraak woning, geweld. Pakkans stijgt met 25%.

– Verdachtenratio voor overvallen stijgt naar 40%.

3. Veiligheid op straat: de politie draagt –onder regie van de gemeenten waar de verantwoordelijkheid voor lokale veiligheid en het opstellen van een integraal veiligheidsplan ligt- bij aan de lokale aanpak van onveiligheid. Dit geldt voor veiligheid in wijken, uitgaansgebieden, openbaar vervoer en rond coffeeshops

Het opstellen van de gebiedsscan.

Ieder korps stelt in haar gebied een gebiedsscan Criminaliteit en Overlast op, welke op verzoek aan de gemeente(n) wordt verzonden, voorzien van advies.

4. Aanpak dierenmishandeling: 500 animal cops

500 gecertificeerde politiemedewerkers dierenpolitie.

In 2011 worden 125 politiemedewerkers uit de BPZ gecertificeerd. Vervolgens wordt op basis van een evaluatie bepaald hoe het groeipad naar 500 zich verder kan ontwikkelen.

Cluster II: Offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit

5.a Versterking integrale aanpak cybercrime

De politie komt tot een significante verbetering van de intake en registratie van zowel high tech crime als high volume crime. Dit resulteert in een landelijk zicht op daders, zaken en aangiftes waardoor meer gericht cybercrime zaken worden aangepakt.

– Realisatie programma aanpak cybercrime

– Realisatie Nationale Cyber Security Strategie (inclusief jaarlijkse stijging tot 20 zaken in 2014 door het THTC).

5.b Versterking aanpak kinderporno

– Realisering programma Verbetering aanpak kinderporno 2 en het plan «herziening (in)richting aanpak kinderporno».

6. Intensievere opsporing en hardere aanpak van CSV’s op vooral de thema’s mensenhandel, productie/in- en uitvoer van drugs, witwassen en zware milieucriminaliteit.

Er is sprake van verdubbeling van het aantal aangepakte CSV’s. Hierbij is het uitgangspunt dat de integrale en financiële aanpak wordt gehanteerd. Hiermee wordt bijgedragen aan het realiseren van de doelstelling in het programma afpakken (ketenafspraak).

De verdubbeling van het totaal aantal aangepakte CSV’s t.o.v. 2009 kan blijken uit:

– aantal aangepakte CSV’s

– aantal aangehouden verdachten gekoppeld aan CSV’s.

Uit het preweeg document moet standaard blijken dat de mogelijkheid tot financieel rechercheren en de bestuurlijke aanpak is onderzocht.

Cluster III Slagkracht voor onze professionals

7. Verbetering intake & afhandeling aangifte in kwantitatieve als kwalitatieve zin.

Verbetering afhandeling aangiften door standaardisering en vereenvoudiging aangifteproces.

Het terugmelden aan aangevers volgens een uniforme systematiek.

– Bijdrage aan realisatie van het plan van aanpak «multichannel aanpak aangifte».

8. Aanvalsplan bureaucratie politie: daling van bureaucratische lasten met 25%.

De politie draagt bij aan de uitvoering van het aanvalsplan bureaucratische lasten.

Bijdrage leveren aan de uitvoering van het aanvalsplan administratieve lasten. In het aanvalsplan zijn meerdere indicatoren opgenomen.

9. Verbeteren heterdaadkracht

Zichtbaar en snel optreden door meer heterdaadaanhoudingen teneinde het aantal aangehouden verdachten te vergroten en snellere afdoening te realiseren.

– Heterdaadratio (de verhouding tussen wel en niet op heterdaad aangehouden verdachten) berekenen. Gewenste stijging vaststellen en realiseren.

Cluster IV Aanpak (faciliteerders) illegaliteit en criminele vreemdelingen

10. Het controleren, identificeren en overdragen van criminele (illegale) vreemdelingen aan de strafrechtketen, conform de werkwijze Vreemdelingen in de Strafrechtsketen (VRIS) en aan de vreemdelingenketen ter fine van uitzetting.

Uitvoeren van identiteitscontroles conform de WIVVG zodanig dat de identiteit van aan de strafrechtketen en vreemdelingenketen overgedragen verdachten bekend is, zodanig dat vreemdelingrechtelijke consequenties kunnen worden verbonden aan het plegen van strafbare feiten.

– Van de in PSH-V geregistreerde identiteitsonderzoeken voldoet 90% in 2014 aan de afgesproken kwaliteitseisen.

– Alle naar het OM verzonden pv’s met een niet Nederlander als verdachte worden voorzien van een vreemdelingennummer.

Verantwoording landelijke prioriteiten

Onderstaand worden per beleidsprioriteit de activiteiten in 2011 aangegeven zodat uniform en «stapelbaar» gerapporteerd kan worden op landelijk niveau.

Prio 1 Aanpak van tenminste de helft van de criminele jeugdgroepen.

  • a. Opmaken van een standaardrapportage over problematische jeugdgroepen voorzien van advies voor agendering in de lokale driehoek.

  • b. Het leveren van een bijdrage aan de integrale aanpak zoals geformuleerd in het integraal veiligheidsplan.

  • c. In het aangepaste beleidsplan 2011 beknopt beschrijven wat de politieregio concreet doet in de aanpak van de criminele jeugdgroepen.

Prio 2 Aanpak delicten met een hoge impact op het slachtoffer.

  • a. High impact wordt een prioriteit met specifiek aandacht voor overvallen, straatroof, inbraken, geweld.

  • b. Dit wordt uitgewerkt naar een nog nader te ontwikkelen verdachtenratio high impact voor deze prioriteit, hierbij kan aangesloten worden op de landelijke uitwerking.

  • c. In het jaarverslag 2011 wordt hierover gerapporteerd. Dit hoeft niet aangegeven te worden in het beleidsplan dat voor 1 juni aangeleverd moet worden.

Prio 3 Veiligheid op straat: de politie draagt – onder regie van de gemeenten waar de verantwoordelijkheid voor lokale veiligheid en het opstellen van een integraal veiligheidsplan ligt – bij aan de lokale aanpak van onveiligheid.

  • a. Opmaken van gebiedsscan Criminaliteit en Overlast per gemeente met specifieke aandacht voor veiligheid in wijken, uitgaansgebieden, openbaar vervoer en rond coffeeshops. De benodigde frequentie van deze gebiedscan wordt door het korps in afstemming met de gemeente bepaald.

  • b. Gebiedsscan opleveren aan gemeenten en voorzien van advies tbv het integrale veiligheidsplan van de gemeente.

  • c. In het aangepaste beleidsplan 2011 beknopt laten zien wat de politiebijdrage is aan de aanpak van de lokale prioriteiten conform de integrale veiligheidsplannen van de gemeenten in het werkgebied.

Prio 4 Aanpak dierenmishandeling.

a. In het aangepaste beleidsplan 2011 wordt conform de landelijke afspraak aangegeven hoeveel mensen gecertificeerd gaan worden.

Prio 5 Versterking integrale aanpak cybercrime/kinderporno.

  • a. De landelijke afspraken worden uitgewerkt in landelijke programma’s met daarbij een implementatieplan.

  • b. Voor het aangepaste beleidsplan 2011 volstaat het om aan te geven dat deze prioriteit conform plan/planning wordt geïmplementeerd.

  • c. Het landelijk programma rapporteert over deze prioriteit.

Prio 6 Intensievere opsporing en hardere aanpak van CSV’s.

  • a. Aanpak CSV’s wordt een prioriteit met specifiek aandacht voor mensenhandel, productie/in- en uitvoer van drugs, witwassen en zware milieucriminaliteit.

  • b. Dit wordt vervolgens uitgewerkt naar nog nader uit te werken indicatoren voor deze prioriteit, hierbij kan aangesloten worden op de landelijke uitwerking.

  • c. Hierover wordt in het jaarverslag 2011 gerapporteerd. Dit hoeft niet aangegeven te worden in het beleidsplan dat voor 1 juni aangeleverd moet worden.

Prio 7 Verbetering intake & afhandeling aangifte in kwantitatieve als kwalitatieve zin.

  • a. De landelijke afspraken worden uitgewerkt in landelijke programma’s met daarbij een implementatieplan.

  • b. Voor het aangepaste beleidsplan 2011 volstaat het om aan te geven dat deze prioriteit conform plan/planning wordt geïmplementeerd.

  • c. Door het landelijk programma wordt over deze prioriteit gerapporteerd.

Prio 8 Aanvalsplan bureaucratie politie: daling van bureaucratische lasten met 25%.

  • a. De landelijke afspraken worden door het departement uitgewerkt in een landelijk programma met daarbij een implementatieplan. U wordt nader geïnformeerd over de gewenste bijdrage aan het aanvalsplan bureaucratie.

  • b. Conform plan/planning zal hier vanuit de korpsen haar bijdrage aan geleverd worden.

  • c. Dit hoeft niet aangegeven te worden in het beleidsplan dat voor 1 juni aangeleverd moet worden.

  • d. Het departement rapporteert hierover voor 1 januari 2012.

Prio 9 Verbeteren heterdaadkracht

  • a. De doorontwikkeling van de heterdaadratio wordt landelijk voorbereid en opgepakt.

  • b. Waar mogelijk zullen de korpsen (gezamenlijk) invulling geven aan nog uit te werken maatregelen en activiteiten.

  • c. In het aangepaste beleidsplan 2011 wordt in een korte tekstpassage aangegeven welke interventies zijn/worden ontwikkeld in het kader van versterking van de heterdaadkracht (bijv. bijdrage implementatie burgernet).

Prio 10 Het controleren, identificeren en overdragen van criminele (illegale) vreemdelingen aan de strafrechtketen

  • a. In het jaarverslag 2011 wordt aangegeven welke activiteiten lopen/zijn gestart in 2011 zodat in 2014 van de in PSH-V geregistreerde identiteitsonderzoeken 90% voldoet aan de afgesproken kwaliteitseisen.

  • b. In het jaarverslag 2011 wordt aangegeven welke activiteiten lopen/zijn gestart in 2011 zodat in 2014 alle naar het OM verzonden pv’s met een niet Nederlander als verdachte worden voorzien van een vreemdelingennummer.

  • c. Voor het aangepaste beleidsplan 2011 volstaat dat aan beide kort aandacht wordt besteed.