35 300 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2020

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

3

       

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

       
 

1.

LEESWIJZER

4

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

7

 

2.1

Beleidsprioriteiten

7

 

2.2

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

17

 

2.3

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

23

 

2.4

Meerjarenplanning beleidsdoorlichting

24

 

2.5

Overzicht risicoregelingen

25

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

29

   

11. Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

29

   

12. Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

48

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

59

   

50. Apparaat

59

   

51. Nog onverdeeld

62

       
 

5.

BEGROTING AGENTSCHAP

65

   

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

66

       
 

6.

DIERGEZONDHEIDSFONDS

71

   

1. Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

73

       
 

7.

BIJLAGEN

82

   

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

82

   

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

87

   

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

94

   

Bijlage 4: Subsidieoverzicht

124

   

Bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek

128

   

Bijlage 6: Europese geldstromen

131

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het jaar 2020 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de NVWA voor 2020 vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2020 vast te stellen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

De leeswijzer gaat in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten, waarin de hoofdlijnen van het (budgettair) beleid uiteen worden gezet. Daarnaast zullen de belangrijkste begrotingsmutaties voor zowel de uitgaven als ontvangsten worden weergegeven en toegelicht. Tot slot is de beleidsagenda voorzien van een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen en een overzicht van de risicoregelingen.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersoon opgenomen. Met behulp van kengetallen en indicatoren worden vervolgens de ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein weergegeven. De beleidsartikelen bevatten een tabel waarin de meerjarige budgetten voor de financiële instrumenten zijn opgenomen. De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Beleidswijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar worden in ieder beleidsartikel separaat toegelicht.

Begrotingsreserves

De begrotingsreserves op de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) worden ingezet voor de volgende doelen:

  • Als borg voor de afgegeven garantstellingen (borgstellingsfaciliteit voor de landbouw). Uit deze begrotingsreserve kan een eventuele mismatch in de tijd tussen (premie-)inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen.

  • De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserves voor landbouw en visserij). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.

  • Uitgaven als gevolg van financiële correcties die zijn opgelegd door de Europese Commissie (begrotingsreserve voor apurement).

In beleidsartikel 11 van deze begroting worden de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475 XIII, nr. 12) zijn de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen. In opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt.

Niet-beleidsartikelen

In de LNV-begroting zijn twee niet-beleidsartikelen opgenomen: artikel 50 «Apparaat» en artikel 51 «Nog onverdeeld». In artikel 50 wordt ingegaan op de personele en materiële kosten van zowel het kerndepartement als de totale apparaatskosten van de NVWA en de begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s. Artikel 51 gaat in op de loonbijstelling, prijsbijstelling en middelen die nog worden verdeeld over de betreffende onderdelen op de LNV-begroting.

Begroting agentschappen

In de Begroting agentschappen is een overzichtstabel van het agentschap de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) opgenomen. Daarnaast wordt in de agentschapsparagraaf verder ingegaan op de begroting van de NVWA, waarbij ook een kasstroomoverzicht en een overzicht van doelmatigheidsindicatoren zijn opgenomen.

Begroting Diergezondheidsfonds (DGF)

De begroting van het DGF bevat een separate leeswijzer waarin de begroting nader wordt toegelicht.

Bijlagen

De bijlagen van de LNV-begroting zijn:

  • Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

  • Verdiepingsbijlage

  • Moties en toezeggingen

  • Subsidieoverzicht

  • Evaluatie- en overig onderzoek

  • Europese geldstromen

  • Lijst van afkortingen

Groeiparagraaf

De inrichting van de LNV-begroting 2020 is op een aantal punten gewijzigd. In de brief van 4 juli 2019 over de herziening van de LNV-begroting (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 96) is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. De wijzingen betreffen de naamgeving van de beleidsartikelen en de bijbehorende omschrijving van de algemene doelstelling. Tevens zijn de benamingen van verschillende posten in de budgettaire tabellen aangepast om deze meer in lijn te brengen met de LNV-visie.

Er wordt ook gevolg gegeven aan de uitvoering van de motie Weverling (Kamerstuk 34 725 XIII, nr. 10) waarin wordt verzocht om de informatievoorziening in de LNV-begroting te verbeteren, zoals toegezegd aan de Kamer (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 143). Ten aanzien van het opnemen van indicatoren en kengetallen in de begroting is een begin gemaakt met het herzien van de huidige set. In de begroting 2021 wordt hierop verder gebouwd. Ten behoeve van de verbeterde informatievoorziening is in de LNV-begroting een aantal nieuwe indicatoren en kengetallen toegevoegd:

Art. nr.

Kengetal/indicator

Naam

11

Kengetal

Voedselverspilling

11

Indicator

Voedselverspilling

11

Indicator

Mate van duurzame bevissing

12

Indicator

Fauna in natuurgebieden op land

12

Indicator

Fauna in agrarisch gebied

Op 3 juli 2019 is het Klimaatakkoord gesloten (Kamerstuk 32 813, nr. 342). Ten behoeve van maatregelen die de landbouwsector betreffen zijn middelen gereserveerd voor de periode 2020–2030. Deze middelen staan gereserveerd op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën. Op basis van bestedingsplannen worden deze middelen overgeheveld naar de LNV-begroting. Voor een aantal maatregelen zijn de middelen reeds naar de LNV-begroting overgeheveld. Bij de beleidsagenda is een overzicht opgenomen van de middelen waar het om gaat en waar ze op de LNV-begroting terecht zijn gekomen. De overige middelen zullen worden overgeheveld zodra de betreffende bestedingsplannen gereed zijn.

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen (Kamerstuk 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. De Europese Commissie heeft geen landenspecifieke aanbeveling gedaan voor de LNV-begroting.

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

De visie «Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en verbonden» (Kamerstuk 35 000-XIV, nr. 5) en het daaropvolgend realisatieplan (Kamerstuk 35 000-XIV, nr. 76) geven weer hoe het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de transitie naar kringlooplandbouw wil realiseren. De essentie van deze transitie is een verschuiving van de focus op voedselproductie tegen lagere kostprijzen naar steeds zuiniger omgaan met grondstoffen, minder verspilling en beter hergebruik van grondstoffen. De manier waarop ons voedsel geproduceerd wordt komt meer in balans met natuurlijke hulpbronnen. Kringlooplandbouw draagt daarmee bij aan de versterking van natuur en biodiversiteit. Het doel is om in 2030 kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen op een zo laag mogelijk schaalniveau te sluiten. Nederland wil in 2030 internationaal koploper zijn in kringlooplandbouw.

In 2020 staat de uitvoering van beleidsvoornemens op thema’s als verdienvermogen, bodem, mest, gewasbescherming en pacht centraal. Het Klimaatakkoord en de daarmee samenhangende uitvoering van het Urgenda-vonnis geven een belangrijke impuls aan de transitie naar kringlooplandbouw. Met de extra middelen die beschikbaar komen voor onder meer de verduurzaming van de veehouderij en de aanpak van de Veenweidegebieden kan LNV werk met werk maken.

De veranderingen waar we voor staan vragen veel van boeren, tuinders en vissers en de ketens waarin zij opereren. LNV wil in samenwerking met agrarische ondernemers en ketenpartijen verder werken aan een nieuw perspectief: duurzaam en innovatief met het vooruitzicht een goede boterham te kunnen verdienen. Daarbij wordt ingezet op regionale samenwerking en het bieden van ruimte voor maatwerk.

De transitie naar kringlooplandbouw vraagt betrokkenheid van de gehele samenleving. Dat begint bij bewustwording van onze voedselproductie en -consumptie. Groter bewustzijn van de herkomst van ons voedsel draagt er aan bij dat consumenten minder voedsel verspillen en andere keuzes maken bij het doen van aankopen. Initiatieven van ketenpartijen zijn hier ondersteunend aan.

Kringlooplandbouw biedt nieuw perspectief en raakt tegelijk aan verschillende belangen. We zien dat de productie en consumptie van ons voedsel in de samenleving verschillende reacties oproepen. LNV stimuleert een constructief maatschappelijk dialoog over vraagstukken zoals de effecten van onze voedselproductie op handelsstromen, prijsvorming, dierenwelzijn en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De uitkomsten daarvan komen terug in het LNV-beleid.

Versterken ondernemerschap in de transitie naar kringlooplandbouw

Om een succesvolle transitie naar kringlooplandbouw mogelijk te maken is het belangrijk dat een agrarisch ondernemer financieel gezond is. Daarmee kunnen op verantwoorde wijze investeringen worden gedaan. De Taskforce Verdienvermogen is gevraagd te adviseren over de randvoorwaarden om een adequaat verdienvermogen voor kringlooplandbouw tot stand te laten komen. Gegeven het belang van verdienvermogen voor de transitie naar kringlooplandbouw gaat LNV in 2020 voortvarend met deze adviezen aan de slag. Dit betekent onder meer dat LNV verder in gesprek gaat met banken en andere financiers (zoals Invest-NL) om afspraken te maken over financiële producten voor ondernemers die de omslag naar een meer circulaire bedrijfsvoering willen maken.

De positie van boeren ten opzichte van hun partners in de voedselketen vraagt versterking. In 2020 wordt de nationale mededingingswetgeving aangepast. Hiermee wordt meer duidelijkheid verschaft over de ruimte in Europese regelingen voor samenwerking tussen agrariërs om hun positie op de markt te versterken. Er komt een wettelijk verbod op een aantal oneerlijke handelspraktijken, waar de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht op houdt. Het gaat bijvoorbeeld om het niet tijdig betalen van leveringen, het op het laatste moment afzeggen van een order voor bederfelijke producten en het laten meebetalen van boeren aan de marketing van producten. Het streven is de parlementaire behandeling voor beide wetsvoorstellen in 2020 af te ronden. De nieuw ontwikkelde Agro-nutrimonitor verschaft inzicht in de prijsvorming in de voedselvoorzieningsketen. Mede aan de hand daarvan verkent LNV in 2020 extra mogelijkheden om de positie van de boer in de keten verder te versterken.

In 2020 is het bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 70) operationeel. De borgstellingsregeling voor Vermogensversterkende kredieten stelt jonge boeren in staat, aansluitend op een bedrijfsovername, te investeren in duurzame bedrijfsontwikkeling. Een deel van het fonds wordt aangewend voor ondersteuning bij het overnameproces en het versterken van ondernemerschap van jonge boeren.

LNV investeert in 2020 in de kennis- en innovatiekracht van Nederland op het gebied van duurzame landbouw. Met de uitvoering van de maatregelen Innovatie op het boerenerf, weergegeven in de Kamerbrief van 19 juli 2019 (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 98), zorgt LNV voor de praktische toepassing van kennis en innovatie op het boerenerf. Boeren en tuinders worden gestimuleerd om kennis op te doen, innovaties toe te passen en van elkaar te leren. In 2020 wordt het Groen Kennisnet (GKN) omgevormd naar een interactief digitaal platform. Nieuwe inzichten komen sneller beschikbaar voor boeren en zijn meer op de praktijk gericht. Samen met onder meer de topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & uitgangsmaterialen stelt LNV kennis- en innovatieagenda’s op. Centraal staat het realiseren van de missies landbouw, water en voedsel, waarbij in het bijzonder aandacht uitgaat naar de toepassing van (digitale) sleuteltechnologieën voor kringlooplandbouw, dierenwelzijn en natuurinclusieve teeltsystemen.

Kringlooplandbouw voor herstel van natuur en biodiversiteit

Natuur is mooi, kwetsbaar en tegelijk de basis voor al het leven op aarde. Natuur levert gezonde bodems, schoon water, schone lucht, bestuivers voor voedselgewassen, natuurlijke weerstand tegen ziekten en veerkracht bij het opvangen van klimaatverandering. Het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES) constateert dat de inspanningen van de afgelopen decennia om de natuur te beschermen onvoldoende effect hebben gehad. Een nieuwe aanpak is nodig, gericht op het integreren van biodiversiteit in economische activiteiten. Samen met andere landen werkt Nederland toe naar nieuwe ambitieuze afspraken in het mondiale biodiversiteitsverdrag (CBD) in november 2020 in China. Het doel is concrete acties af te spreken en bindende afspraken te maken die bijdragen aan het stoppen van de afbraak van natuurlijke systemen en het herstel van de biodiversiteit.

Met de transitie naar kringlooplandbouw kan de Nederlandse landbouw in samenwerking met natuurorganisaties, kennisinstellingen en overheden een belangrijke bijdrage leveren aan herstel van de biodiversiteit. Dat vraagt om een meer duurzaam gebruik van bodem, water, mest en gewasbeschermingsmiddelen.

Duurzaam bodembeheer leidt tot een betere bodemvruchtbaarheid en duurzamer geteelde gewassen. Het is de basis voor een goede waterkwaliteit, biodiversiteit en het draagt met de vastlegging van koolstof bij aan de klimaatopgave. In het Nationaal Programma Landbouwbodems werkt LNV, samen met publieke en private partijen, aan een duurzaam beheer van alle landbouwbodems in Nederland in 2030 (Kamerstuk 30 015, nr. 58). In 2020 worden meetmethoden voor bodemkwaliteit vastgesteld. Dit geeft inzicht in de ontwikkeling van de bodemkwaliteit zodat instrumentarium gerichter ingezet kan worden.

Na afronding van de consultatie start in 2020 de parlementaire behandeling van de herziening van de pachtwetgeving (Kamerstuk 27 924, nr. 73). Deze herziening resulteert in meer langlopende pachtcontracten waarbij pachters en verpachters vrijer zijn om onderling de prijzen overeen te komen waardoor beiden gestimuleerd worden duurzaam met de bodem om te gaan. Daarnaast blijft hiermee de pacht voor (jonge) boeren beschikbaar om een duurzaam bedrijf te starten.

Zowel voor de natuur als de landbouw is voldoende en kwalitatief goed oppervlakte- en grondwater nodig. In 2020 geeft LNV, samen met agrariërs, overheden en waterbeheerders, uitvoering aan de afspraken die zijn gemaakt in het Deltaprogramma Zoetwater en het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Het gaat in het bijzonder om het slim vasthouden, bergen en efficiënt (her)gebruiken van water.

In het najaar van 2019 presenteert LNV de contouren van het nieuwe mestbeleid, waarvan de uitvoering in 2020 start. Het doel is de nutriënten uit mest beter te benutten en het gebruik van kunstmest te verminderen. Dit draagt bij aan verbetering van de bodem- en waterkwaliteit. Kringlooplandbouw is hier ondersteunend aan; het doel is de voer-mestkringloop in 2030 zoveel mogelijk te sluiten door hergebruik en efficiënter om te gaan met voedsel en meststoffen. Met het sluiten van kringlopen wordt de mestregelgeving voor boeren ook minder beknellend.

Het uitvoeringsprogramma dat volgt op de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 449) moet resulteren in een substantiële verlaging van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. LNV zet in op een trendbreuk naar meer weerbare planten en teeltsystemen, zoals combinaties van teelten, boslandbouw en strokenteelt. Mens, milieu en natuur worden hierdoor minder belast met schadelijke stoffen. Daar waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, is dit in lijn met de principes van geïntegreerde gewasbescherming, nagenoeg zonder emissies naar het milieu en residuen op producten.

Om de ontwikkeling van nieuwe gewassen te versnellen zet LNV, samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), in Europees verband in op een doorbraak voor verruiming van de toepassing van nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas, mits daarbij geen soortengrenzen worden overschreden. Hierdoor kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen afnemen en kan de landbouw zich beter aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Ondersteunend hieraan is de implementatie van de nieuwe Europese Plantgezondheidsverordening, gericht op het voorkomen van de insleep en verspreiding van plantenziekten.

Verdere versterking natuur en biodiversiteit

LNV ziet er op toe dat de meerjarige afspraken met provincies voor de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland worden behaald. Van onderop ontstaan aanvullende initiatieven voor versterking van de natuur. LNV wil deze, waar mogelijk, ondersteunen. Met de initiatiefnemers van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel worden in 2020 afspraken gemaakt over meerjarige Rijksinzet.

De uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof heeft grote gevolgen voor tal van ruimtelijk-economische ontwikkelingen in Nederland, waaronder de landbouw, verduurzaming en natuur. Dit is aanleiding om, mede aan de hand van de adviezen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (Kamerstuk 32 670, nr. 164), tot een nieuwe aanpak te komen die recht doet aan (bescherming van) de natuurkwaliteit in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in combinatie met perspectief voor economische ontwikkeling en proportionele administratieve lasten. Daarvoor werkt LNV interbestuurlijk nauw samen met de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Defensie, de provincies, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Met het Klimaatakkoord komen in 2020 middelen beschikbaar om veehouderijbedrijven in de omgeving van Natura 2000-gebieden te stimuleren emissies te reduceren en daarmee natuurwaarden te versterken.

Het bosbeheer roept in toenemende mate discussie op in de maatschappij. Doelen op het gebied van klimaat, natuur, recreatie en duurzaam gebruik van grondstoffen kunnen met elkaar schuren. Met een bossenstrategie wil LNV een zorgvuldige afweging tussen de verschillende doelen kunnen maken. De uitvoering van de bossenstrategie in 2020 gebeurt in verbinding met de maatregelen in het Klimaatakkoord, gericht op uitbreiding van het bosareaal en het tegengaan van ontbossing.

LNV werkt samen met het Ministerie van IenW aan de Programmatische Aanpak Grote Wateren om natuur, energie en voedsel in deze wateren meer in evenwicht te brengen (Kamerstuk 27 625, nr. 422). In de periode tot 2050 komen diverse systeemingrepen in uitvoering. Waar nodig worden aanpassingen gedaan in het beheer en het gebruik van wateren. In 2020 stellen LNV, IenW en de betrokken regio’s extra middelen beschikbaar voor uitvoering (Kamerstuk 35 000-J, nr.7).

Samen met IenW en de Waddenprovincies versterkt LNV het beheer en herstel van UNESCO Werelderfgoed de Waddenzee. In 2020 is een Beheerautoriteit ingericht voor één samenhangende en planmatige aanpak van natuur-, water- en visbeheer (Kamerstuk 29 684, nr. 185). Met het Programma «Naar een Rijke Waddenzee 2019–2022» draagt LNV in 2020 bij aan natuurherstel en verduurzaming van de mossel- en garnalenvisserij (Kamerstuk 29 684, nr. 163).

Verduurzaming landbouw en landgebruik

Het pakket aan maatregelen in het Klimaatakkoord voor Landbouw en Landgebruik moet resulteren in een broeikasgasreductie van 6,0 Megaton. Hiermee worden de doelstellingen voor 2030 (3,5 Megaton) gehaald en wordt een voorschot genomen op verdere CO2-reductie op weg naar 2050.

In de verduurzaming van de landbouw speelt de veehouderij een belangrijke rol. Veel opgaven zoals het sluiten van de voer-mest kringloop, het herstel van biodiversiteit, het reduceren van emissies via diervoer (ook voor de gezondheid van omwonenden) en de naleving van eisen op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid komen samen op het erf van de veehouder. In 2020 werkt LNV aan de transitie naar een verdere verduurzaming van de veehouderij door het stimuleren van innovaties, regionale initiatieven en de markt voor duurzame dierlijke producten. Daarnaast ondersteunt LNV de uitvoering van de plannen van dierlijke sectoren om hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen.

In 2020 worden subsidies toegekend op basis van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Kamerstuk 28 973, nr. 213). Varkenshouders in Zuid- en Oost-Nederland die geuroverlast veroorzaken kunnen een financiële vergoeding krijgen als zij hun bedrijf beëindigen. Daarnaast stelt LNV vanaf eind 2019 een subsidieregeling open ter bevordering van brongerichte emissiebeperkende innovaties in stallen. In Europees verband zet LNV zich in voor aanpassing van de Nitraatrichtlijn om de mogelijkheden voor het gebruik van dierlijke mest te verruimen en daarmee tot vermindering van het gebruik van kunstmest te komen.

Naast een algemeen duurzaam beheer van landbouwbodems, werkt LNV in 2020 specifiek aan de aanpak van de problematiek in veenweidegebieden, waar het veen oxideert en de bodem daalt als gevolg van een laag waterpeil en intensief agrarisch gebruik. LNV stimuleert boeren om nieuwe, minder intensieve vormen van landgebruik en andere teelten toe te passen om bodemdaling tegen te gaan en de natuur te versterken.

Met de afspraken in het Tuinbouwakkoord (Kamerstuk 32 627, nr. 30) werkt LNV, samen met de glastuinbouwsector, aan de realisatie van de ambitieuze doelstelling van een volledig klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. In 2020 zijn er extra middelen beschikbaar voor de uitvoering van het programma Kas als Energiebron.

Om in te kunnen spelen op de veranderingen in het klimaat voor de landbouw start LNV met de uitvoering van het meerjarige Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw. Het doel hiervan is dat alle ondernemers in de land- en tuinbouw in 2030 voorbereid zijn op de veranderingen in het klimaat (neerslagextremen, droogte, hitte en verzilting). In 2020 staat de verbetering van het water- en bodemsysteem en de ontwikkeling van robuuste rassen en teeltsystemen centraal. Daarnaast wordt de Brede Weersverzekering in 2020 toegankelijker en gunstiger voor boeren. In samenwerking met het Ministerie van Financiën wordt er geen assurantiebelasting meer op deze verzekeringen geheven en wordt de schadedrempel verlaagd naar 20%. Hierdoor worden de risico’s die boeren lopen bij de productie van gewassen in het open veld beter beheersbaar.

Dierenwelzijn en diergezondheid

Dierenwelzijn is onderdeel van de verduurzaming van de veehouderij. In 2020 is een subsidieregeling operationeel die, naast emissiearme stalsystemen, bijdraagt aan de verbetering van het dierenwelzijn. Ook werkt LNV in 2020 verder aan de terugdringing van het aantal stalbranden met dierlijke slachtoffers door onder andere periodieke elektrakeuring en beveiliging van elektromotoren en detectiesystemen alsmede het bevorderen van geïntegreerde plaagdierbeheersing. Om de sterfte onder kalveren, geitenlammeren en biggen structureel te verminderen worden kwaliteits- en benchmarksystemen ingericht. Internationaal zet LNV zich in voor het verbeteren en beperken van diertransport door aanscherping van de Europese Transportverordening en voor verdergaande afspraken over proefdiervrije innovatie.

Op 1 januari 2020 start het nieuwe convenant voor het Diergezondheidsfonds, waaruit de kosten voor preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten worden betaald. LNV verkent de toekomstbestendige opbouw van de plafondbedragen van het fonds. Daarnaast bereidt LNV de inwerkingtreding van een nieuwe Europese diergezondheidsverordening voor. De Europese verordening diergeneesmiddelen wordt geïmplementeerd en LNV draagt financieel bij aan de uitvoering van het sectorspecifieke beleid voor reductie van het antibioticagebruik (Kamerstuk 29 683, nr. 220). Tenslotte voert LNV in 2020 de roadmaps voor vogelgriep en Afrikaanse varkenspest uit om de risico’s op en de gevolgen van uitbraken van deze besmettelijke dierenziekten te beperken.

Waardering voor voedsel en voedselveiligheid

De omslag naar kringlooplandbouw vraagt om meer waardering van consumenten voor de inspanningen van boeren, tuinders en vissers. Bewustzijn van de herkomst van ons voedsel draagt er aan bij dat consumenten minder voedsel verspillen en andere keuzes maken in hun aankoopgedrag. Zoals weergegeven in de Kamerbrief van 2 augustus naar aanleiding van de initiatiefnota van het lid Dik-Faber «Verbinding boer(in)-burger. Voedsel dichtbij» (Kamerstuk 35 068, nr. 4), zet LNV zich in voor het bevorderen van de waardering voor en afzet van Nederlandse streek- en regioproducten. Tevens ondersteunt LNV de Taskforce Korte Keten om de belangstelling van consumenten voor voedsel, gemaakt in de directe omgeving, te vergroten.

In 2020 bouwt LNV verder aan een circulair voedselsysteem waarbij onnodig verlies van voedsel zoveel mogelijk wordt voorkomen. De afspraken die samen met bedrijven en organisaties in het nationaal platform «Samen tegen voedselverspilling» zijn gemaakt worden voortgezet. Het doel is om in 2030 1 miljoen ton grondstoffen binnen de voedselketen te houden danwel een hoogwaardigere bestemming te geven. In 2020 wordt ook uitvoering gegeven aan de aanpak van voedselverspilling in de horeca en de publiekscampagne «Hoe verspillingsvrij ben jij?»

Het eiwitrapport van de Europese Commissie laat zien dat het benutten van eiwitten uit reststromen veel kansen biedt voor het realiseren van een circulair voedselsysteem. LNV wil het aandeel reststromen als grondstof van diervoeders en als meststof voor plantaardige productie vergroten, mits veilig en gezond toepasbaar en ook economisch haalbaar. Met de inzet van een «team reststromen» ondersteunt LNV ondernemers die knelpunten ervaren bij de inzet van reststromen. In navolging van het rapport van de Europese Commissie presenteert LNV in 2020 een nationale eiwitstrategie.

De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) benut de extra middelen uit het Regeerakkoord om het toezicht en de handhaving op voedselveiligheid en dierenwelzijn te versterken. Daarnaast bouwt de NVWA in 2020 voort op de ingezette koers van meer risicogericht, kennisgedreven en uniform toezicht, waarvoor nieuwe werkwijzen worden ontwikkeld en toegepast. In 2020 maakt de NVWA ook inzichtelijk hoe met de voorstellen volgend uit de herbezinning een effectieve uitvoering van toezicht en handhaving gewaarborgd blijft.

Versterken samenwerking met regio’s

De regio is een belangrijke plek voor het sluiten van kringlopen van grondstoffen, hulpbronnen en natuurinclusieve landbouw. In de regio worden reststromen benut en ontstaan korte ketens van streekgebonden voedselproductie. LNV biedt gelijkwaardig partnerschap aan publieke en private partijen in regio’s, met het doel samen maatwerk te vinden voor een effectieve aanpak van meervoudige regionale opgaven. Gegeven de verschillen in opgaven tussen regio’s zet LNV gebiedsgerichte infrastructuren in: de Regio Deals, het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland, de pilots voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en de experimenteergebieden voor kringlooplandbouw.

De Regio Deals hebben als doel de Brede Welvaart te versterken. Na openstelling van de derde tranche Regio Deals voor voorstellen van regionale partijen neemt het kabinet in het voorjaar van 2020 een besluit over de selectie van voorstellen en voorlopige toedeling van middelen. In 2020 komen de Regio Deals uit de eerste en tweede tranche verder tot uitvoering. Voor de transitie naar kringlooplandbouw en het versterken van de biodiversiteit zijn de Regio Deals Foodvalley, Achterhoek, Bodemdaling Groene Hart en Natuurinclusieve landbouw belangrijk. De uitvoering van de Regio Deal Noordelijk Flevoland draagt bij aan de verduurzaming van de IJsselmeervisserij. Het interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland heeft als doel om samen met Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen een toekomstbestendig landelijk gebied te realiseren. Dit gebeurt door middel van een samenhangende aanpak van maatschappelijke opgaven zoals voedselproductie, waterveiligheid en energietransitie. In 2020 komen 15 voorstellen van regio’s in uitvoering.

Perspectief op de Noordzee en voor de visserij

In aansluiting op de LNV-visie en het Klimaatakkoord werkt LNV in 2020 aan de verdere ontwikkeling en een betere benutting van onze blauwe ruimte; de Noordzee. Het doel is te komen tot een duurzame balans tussen voedsel, natuur en energie. De toekomst voor de visserijsector en het beschermen van ecologische kwaliteiten hebben daarbij de bijzondere aandacht van LNV. In 2020 verkent LNV de nieuwe kansen die met een meervoudig gebruik van de Noordzee ontstaan, zoals de combinatie van locaties voor wind op zee met de teelt van zeewier en oesters en het herstel van de mariene biodiversiteit.

De Nederlandse visserijsector staat onder druk. Dat geldt in het bijzonder voor de kottervisserij. Conflicterende belangen in het ruimtegebruik op zee, het Europees verbod op pulsvisserij en de gevolgen van een naderende Brexit zorgen ervoor dat vissers en hun families in onzekerheid verkeren over de toekomst. LNV werkt samen met de kotterorganisaties aan een visie die moet leiden tot een toekomstperspectief voor de sector, gericht op de transitie naar betere verdienmodellen en een duurzame visserijvloot. Een toekomstbestendige visserij is innovatief en heeft minder uitstoot, minder bodemberoering en minder ongewenste bijvangsten. Naar verwachting is in de loop van het najaar 2019 de visie gereed. Dit geldt ook voor het Noordzeeakkoord dat duidelijkheid geeft over de balans in het ruimtegebruik op de Noordzee. Daaropvolgend draagt LNV in 2020 bij aan het ontwerp-Programma Noordzee 2022–2027.

In aansluiting op de totstandkoming van de kottervisie start LNV in 2020 met een innovatieprogramma. Hiervoor worden extra middelen uit het Regeerakkoord ingezet. Innovatie voor verduurzaming is ook de inzet van LNV bij de totstandkoming van een nieuwe verordening van het Europees Maritiem, Visserij- en Aquacultuur Fonds (EMVAF) 2021–2027. Over dit fonds wordt naar verwachting in 2020 een besluit genomen. Ten slotte geeft LNV uitvoering aan het Actieplan voor een toekomstbestendig IJsselmeerbeheer (Kamerstuk 31 710, nr. 71). In 2020 wordt onder meer de structurele visvangstcapaciteit voor het IJsselmeergebied bepaald.

Internationaal werken aan kringlooplandbouw en verduurzaming

Landbouwmarkten en daarmee ook de kringloopsystemen zijn internationaal. Onze internationale omgeving is sterk in beweging. Nieuwe verhoudingen tussen landen en werelddelen krijgen vorm. Het risico van handelsbelemmeringen neemt toe. Dit is kwetsbaar voor een open economie als die van Nederland en in het bijzonder voor de internationaal opererende agrofoodsector. LNV participeert in gremia zoals de OESO, WTO, FAO en G20 en zet zich, ook via het netwerk van landbouwraden, onverminderd in voor vrije markttoegang. Aansluitend op de LNV-visie ligt het accent daarbij op gezond, duurzaam en circulair geproduceerd voedsel. LNV zet zich in voor handelsakkoorden die bijdragen aan zowel handelsbelangen als duurzaamheidsdoelstellingen; het realiseren van een «gelijk speelveld» is daarbij cruciaal.

In Europees verband staat in 2020 de herziening van het GLB centraal. De Nederlandse inzet hiervoor krijgt vorm in een Nationaal Strategisch Plan dat LNV samen met andere betrokken ministeries, de provincies, waterschappen en overige stakeholders opstelt. De samenwerkende partijen zetten zich in voor een nieuw GLB dat zoveel mogelijk ondersteunend is aan de transitie naar een circulaire en duurzame landbouw met aandacht voor biodiversiteit en landschapselementen. De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) treft in 2020 de voorbereidingen voor de uitvoering van het nieuwe GLB. Aanvullend zet LNV in Europees verband in op een Agenda kringlooplandbouw en de realisatie van het kennis- en innovatieprogramma Horizon Europe. Samen met partners heeft LNV voorbereidingen getroffen voor de gevolgen van een mogelijke Brexit. De onzekerheid daarover duurt voort en daarom blijft alertheid geboden.

Zoals weergegeven in de Kamerbrief «Op weg naar een wereld zonder honger in 2030: de Nederlandse inzet» (Kamerstuk 2019Z11, nr. 528) heeft Nederland met zijn kennis op het gebied van landbouw, water en voedselketens en het innovatieve bedrijfsleven een goede positie om een bijdrage te leveren aan de mondiale voedselzekerheid. Met de export van deze kennis kan Nederland andere landen ondersteunen om voedsel op een meer duurzame wijze te produceren. Dat draagt in het bijzonder bij aan het tweede Sustainable Development Goal (SDG) van de Verenigde Naties: «geen honger». In 2020 wordt de aanpak voor internationale voedselzekerheid uitgewerkt binnen onder meer het Netherlands Food Partnership. Doelstelling is het realiseren van een circulair systeem van voedselvoorziening, waarbij mensen weten wat gezond eten is, of het veilig is, waar het vandaan komt en hoe en door wie het geproduceerd is. Ten slotte zet LNV zich, door middel van de convenanten voor internationaal verantwoord ondernemen, in om risico’s in de keten ten aanzien van mensenrechten, arbeid en milieu aan te pakken.

Bestemming envelopmiddelen LNV Regeerakkoord en Klimaatakkoord

Onderstaande tabellen geven een overzicht van alle intensiveringen op de begroting van LNV in het kader van het Regeerakkoord en het Klimaatakkoord. Daarbij is inzichtelijk gemaakt waar de betreffende middelen zijn geland in de begroting. Toelichting op de besteding en voortgang van deze intensiveringen is terug te vinden in de betreffende beleidsartikelen van de begroting en meer in detail in de Kamerbrieven over de specifieke onderwerpen.

Overzicht regeerakkoordmiddelen LNV (bedragen x € 1 mln.)

Envelop

Artikel/onderdeel

2019

2020

2021

2022

2023

2024

F29 Cofinanciering warme sanering varkenshouderij

Art. 11 / Subsidies, Opdrachten en Bijdragen aan agentschappen

1

101

49

18

8

6

F29 Warme sanering (restant envelop)

Nog niet op LNV-begroting

 

4

4

4

3

1

F31 Cofinanciering Innovatieve Visserij

Art. 11 / Subsidies

5

5

5

     

F30 Fonds bedrijfsopvolging agrarische sector

Art. 11 / Garanties

50

25

       

F28 Capaciteit NVWA + 25 mln. Rutte II (LNV-deel)

Art. 11 / Bijdragen aan agentschappen

6

15

16

13

13

13

E25 Natuur en Waterkwaliteit (6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn)

Art. 11 / Opdrachten

14

18

17

E25 Natuur en Waterkwaliteit (Interbestuurlijk Programma, Naar een vitaal platteland)

Nog niet op LNV-begroting

40

G37 Toepast onderzoek innovatie (deel Wageningen Research)

Art. 11 / Subsidies en Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

18

25

25

25

25

25

E23 Klimaatenvelop tranche 2018

Art. 11 / Subsidies en Opdrachten

3

1

2

2

2

E23 Klimaatenvelop tranche 2019

Art. 11 / Subsidies en Opdrachten.

Art. 12 / Opdrachten

29

3

       

Totaal

 

126

237

118

62

51

45

Overzicht intensiveringen LNV voorstel Klimaatakkoord en Urgenda (bedragen x € 1 mln.)
 

Artikel/onderdeel

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Voorstel Klimaatakkoord:

             

Brongerichte maatregelen

Art. 11 / Subsidies

 

11

11

10

10

10

Geïntegreerde aanpak uitstoot methaan en ammoniak

Art. 11 / Opdrachten

 

6

6

5

5

5

Kas als Energiebron (EG)

Art. 11 / Subsidies

 

13,5

15,5

15,5

16,5

15,5

Kas als Energiebron (Innovatie)

Art. 11 / Opdrachten

 

12,5

10,5

7,5

8,5

8,5

Bodemkoolstof (kennisverspreiding en innovatie)

Art. 11 / Opdrachten

 

7

7

Bomen, bos en natuur

Art. 12 / Opdrachten

 

6

6

6

6

6

Advisering agrarische ondernemers op het gebied van kringlooplandbouw

Art. 11 / Opdrachten

 

1

1

0,5

0,5

1

Voedselverspilling

Art. 11 / Opdrachten

 

1

1

0,5

0,5

Urgenda:

             

Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Art. 11 / Subsidies

10

60

       

Energie-efficiëntie glastuinbouw (EG)

Art. 11 / Subsidies

4

12

       

Innovatieagenda energie

Art. 11 / Opdrachten

 

2,5

       

Totaal

 

14

132,5

58

45

47

46

Voor LNV gereserveerde middelen met betrekking tot maatregelen voorstel Klimaatakkoord1 (bedragen x € 1 mln.)
 

2020

2021

2022

2023

2024

Veenweiden

79

79

16

16

16

Veehouderij rondom Natura 2000-gebieden

20

40

40

   

Kunstmestvervanging

4

4

2

2

3

Bodemkoolstof

3

3

1

1

1

Brongerichte maatregelen (pilots, demo's)

4

4

4

4

4

Randvoorwaarden voor verdienmodel / klimaatvriendelijke producten

2

2

2

   

Totaal

112

132

65

23

24

X Noot
1

Deze middelen worden op een later moment toegevoegd aan de begroting van LNV

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar (uitgaven) (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (inclusief NvW)

 

914.741

856.359

843.042

828.263

834.756

Belangrijkste mutaties

             

Envelop bedrijfsopvolging agrarische sector

11

50.000

25.000

       

Regeling sanering varkenshouderij

11

10.000

160.200

47.500

17.700

8.400

6.200

Monitoring mestbeleid

11

3.000

5.800

4.600

200

   

Nationaal Innovatieprogramma Visserij

11

5.000

5.000

5.000

     

NVWA uitspraak CBb retributies

11

14.100

4.400

4.400

4.400

   

NVWA reistijd is werktijd

11

7.600

7.600

3.800

     

Identificatie en registratie (I&R) van dieren

11

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

Innovatieagenda energie

11

 

2.500

       

Energie-efficiëntie glastuinbouw

11

4.000

12.000

       

Tweede tranche NVWA-envelop Regeerakkoord

11

 

11.700

12.300

10.000

10.000

10.000

Klimaatakkoord – Middelen subsidie brongerichte maatregelen

11

 

11.000

11.000

10.000

10.000

10.000

Klimaatakkoord – Geïntegreerde aanpak methaan en ammoniak

11

 

6.000

6.000

5.000

5.000

5.000

Klimaatakkoord – Bodemkoolstof

11

 

7.000

7.000

     

Klimaatakkoord – Kas als Energiebron

11

 

26.000

26.000

23.000

25.000

24.000

Klimaatakkoord – Voedselverspilling/reststromen/biomassa

11

 

2.000

2.000

1.000

1.000

1.000

Klimaatakkoord – Bomen, bos en natuur

12

 

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Nationale Parken

12

 

2.000

2.000

2.000

   

Bijdrage Inkoop Uitvoering Centrum (IUC)

50

5.000

5.000

       

Regio envelop

51

205.900

180.400

77.700

2.400

   

Reeds uitgegeven Regio

51

– 169.750

– 1.900

– 3.700

– 2.000

   

ICT-middelen herinrichting

51

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

51

7.600

25.000

22.300

6.300

1.800

 

Toekenning loon- en prijsbijstellingstranche 2019

alle

21.012

20.323

20.102

19.766

19.932

19.955

Overige mutaties

 

8.183

24.513

19.883

14.639

8.350

10.978

Stand ontwerpbegroting 2020

 

1.098.586

1.406.095

1.129.127

960.868

942.438

934.189

Envelop bedrijfsopvolging agrarische sector

Dit betreft de overheveling van middelen uit de envelop Bedrijfsopvolging agrarische sector naar de begroting van LNV. In het Regeerakkoord is opgenomen dat er, om de bedrijfsopvolging binnen het boerenbedrijf te steunen, een fonds voor ondersteuning van bedrijfsopvolging bij jonge agrariërs komt. Dit wordt vormgegeven via een garantieregeling waarmee starters/overnemers aanvullende investeringen kunnen doen voor verduurzaming. Daarnaast worden jonge agrariërs ondersteund bij de socio-economische aspecten van overnames.

Regeling sanering varkenshouderij

Dit betreft de overheveling van middelen uit de envelop Cofinanciering warme sanering varkenshouderij naar de begroting van LNV. Deze maatregel uit het Regeerakkoord wordt vormgegeven door een saneringsregeling waarbij de grootste veroorzakers van stankoverlast tegen een vergoeding kunnen stoppen. Daarnaast zijn er middelen voor stalinnovaties in de varkenshouderij, pluimveehouderij en melkgeitenhouderij. In het kader van Urgenda is door het kabinet besloten aanvullende middelen vrij te maken voor de sanering van de varkenshouderij.

Monitoring mestbeleid

Voor de uitvoering van de monitoring mestbeleid is budget beschikbaar gesteld voor de implementatie EU-meststoffenverordening (€ 0,2 mln.), Mest IT versterkte handhavingsstrategie (€ 2,5 mln.) en NVWA handhaving sleepvoetbemester (€ 0,3 mln.). Deze aanvullende middelen worden ingezet om fraude bij mest structureel terug te dringen.

Nationaal Innovatieprogramma Visserij

Vanuit de envelop Cofinanciering innovatie visserij wordt in de periode 2019–2021 jaarlijks € 5 mln. beschikbaar gesteld ten behoeve van het subsidiëren van fundamenteel innovatieonderzoek. Kansrijke innovaties die hieruit voortkomen kunnen vervolgens via het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) verder gebracht worden. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor haalbaarheidsonderzoek en samenwerkingsprojecten die de toepassing naar de praktijk mogelijk moeten maken.

NVWA uitspraak CBb retributies

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft, in een zaak over retributies die de NVWA slachterijen in rekening brengt voor het keuren van vlees, geoordeeld dat de interne initiële opleidingskosten tot dierenarts of assistent geen onderdeel mogen uitmaken van het retributietarief. Deze rechterlijke uitspraak heeft tot gevolg dat de retributietarieven voor 2019 zijn verlaagd wat leidt tot een inkomstenderving van jaarlijks € 4,4 mln.

NVWA reistijd is werktijd

De afschaffing van de reistijd is werktijd (RT=WT) regeling (€ 7,6 mln.) is oorspronkelijk een op basis van extern onderzoek omschreven efficiencypotentieel dat door de ministeries van LNV en VWS is omarmd. Uit de overleggen met de vakbonden blijkt dat de besparing niet op de beoogde wijze kan worden behaald.

Identificatie en registratie (I&R) van dieren

Met ingang van 2019 vindt er een technisch-administratieve wijziging plaats met betrekking tot de opdracht aan RVO voor de uitvoering van identificatie en registratie van dieren, waarvoor leges in rekening worden gebracht. De uitvoeringskosten van RVO en de ontvangsten van de sector werden tot dit jaar gesaldeerd en vanaf dit jaar gescheiden verantwoord. Dit is in de begroting verwerkt door de bijdrage aan het agentschap RVO te verhogen en tegelijkertijd voor hetzelfde bedrag leges-ontvangsten te ramen.

Innovatieagenda energie

Binnen het industriegebied Moerdijk is in potentie een grote hoeveelheid restwarmte op een geschikt temperatuurniveau beschikbaar voor aanwending in glastuinbouw en/of de gebouwde omgeving. Momenteel ontbreekt echter de transportinfrastructuur om deze warmte te kunnen benutten. In 2020 wordt € 2,5 mln. ter beschikking gesteld om een warmteleiding en een CO2-leiding te realiseren. Hierdoor kan het aardgasverbruik van een nabijgelegen tuinbouwgebied voor een belangrijk deel worden vervangen door restwarmte. In de gewenste situatie wordt aardgas vervangen door restwarmte en aangevoerde CO2. Restwarmteprojecten zijn belangrijk voor het bereiken van de klimaatopgave binnen de glastuinbouw.

Energie-efficiëntie glastuinbouw

Er wordt in 2020 € 12 mln. ter beschikking gesteld ten behoeve van het programma Kas als Energiebron. Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Dit programma ondersteunt de opschaling en vroege marktintroductie van integrale innovatieve teelt- en kas(techniek) concepten en gebiedsgerichte glastuinbouw energie-innovaties passend bij een klimaatneutrale toekomst. Met de toegekende middelen wordt de regeling investeringen in energie-efficiëntie glastuinbouw (EG) opgehoogd. Deze regeling heette voorheen de EHG-regeling.

Tweede tranche NVWA-envelop Regeerakkoord

Dit betreft het LNV-deel (2/3) van de tweede, tevens laatste, structurele tranche vanuit het Regeerakkoord voor de versterking van de NVWA op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn en de incidentele toekenning van het restant van de € 25 mln. die bij de begroting 2018 aanvullend voor de NVWA beschikbaar was gesteld.

Klimaatakkoord – Middelen subsidie brongerichte maatregelen

De middelen voor brongerichte maatregelen zijn bedoeld voor het ontwikkelen en stimuleren van innovaties en investeringen in integraal duurzame en emissiearme stalsystemen met een brongerichte samenhangende emissiereductie van broeikasgassen, ammoniak, geur en fijnstof. Met deze middelen draagt LNV bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord van de beoogde emissiereductie voor de veehouderij van 1,2–2,7 Mton CO2-eq methaan in 2030. De subsidieregeling die wordt uitgewerkt, heeft betrekking op zowel innovatie- en pilotprojecten en emissiemetingen als op investeringsprojecten voor «first movers». Het betreft de aanpassing van bestaande stalsystemen en de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen die gericht zijn op onder andere snelle afvoer van mest uit de stal, opslag buiten de stal en mestbehandeling.

Klimaatakkoord – Geïntegreerde aanpak methaan en ammoniak

De middelen zijn bedoeld voor maatregelen voor een geïntegreerde voer- en diergerichte aanpak van methaan en ammoniak in de melkveehouderij. Momenteel komt twee derde van alle methaanemissie in Nederland uit de agrarische sector. Circa 8 Mton CO2-eq is enterische methaanemissie van melkvee (uit de spijsvertering). Voor ammoniak geldt een nationaal emissieplafond van 128 kton. De landbouw is voor ruim 90% de bron daarvan, waarvan circa 60% van rundvee. In 2017 en 2018 is het ammoniakplafond als gevolg van een toename in de landbouw overschreden en voldoet Nederland niet meer aan de internationale afspraken. In het Klimaatakkoord is een reductieopgave voor de veehouderij geformuleerd van 1,2–2,7 Mton, waarvan 0,5–1 Mton voor de reductie van enterische methaan. Voor ammoniak is het doel een reductie van circa 8 kton. De aanpak bestaat uit onderzoek, demonstratie en kennisverspreiding/ -implementatie. De gehele keten van maatregelen en werkwijzen om tot rantsoen te komen (inkuilen, graslandbeheer, graswinning, kwaliteit, beweiding, bemesting etc.) moet onderzocht en op de nieuwe doelen afgestemd worden.

Klimaatakkoord – Bodemkoolstof

De gezamenlijke ambitie van de ondertekenaars van het Klimaatakkoord is in 2030 een aanvullende vastlegging van 0,5 Mton CO2-eq per jaar te realiseren op basis van de huidige circa 1,85 miljoen hectare landbouwgrond in Nederland. Dit realiseren partijen door een toename van het organische stofgehalte en een verminderde vorming van lachgas in deze bodems. Hiervoor is een integrale aanpak (duurzaam bodembeheer) vereist, omdat zaken als organisch stofgehalte, bodemleven en bodemverdichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Onderdelen van de integrale aanpak zijn: kennisontwikkeling, -verspreiding en -toepassing, gebiedsgerichte pilots en demo’s, toetsing en verfijning van maatregelen in pilots en proefprojecten, versterken van innovatieopgaven in de agroketen, meet- en monitoringssystematiek.

Klimaatakkoord – Kas als Energiebron

De glastuinbouw is een economisch belangrijke sector met een miljardenomzet en dito export. Het is echter een energie-intensieve sector, die veel gas gebruikt met bijbehorende CO2-emissie. Kas als Energiebron beoogt de CO2-emissie in de glastuinbouw als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen met als ambitie een klimaatneutrale glastuinbouw.

Klimaatakkoord – Voedselverspilling/reststromen/biomassa

Wat betreft voedselverspilling is het doel om de voedselverspilling in de keten en bij de consument tot een minimum te beperken. Dit levert een grote bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering en het borgen van voedselzekerheid. Met betrekking tot reststromen/biomassa worden deze middelen ingezet om een vermindering in gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030 te realiseren. De ambitie is om het aandeel reststromen in het veevoer in de periode tot 2030 met minimaal 10% te verhogen, onder voorwaarde van de beschikbaarheid van goede grondstoffen.

Klimaatakkoord – Bomen, bos en natuur

Met maatregelen op het gebied van natuur, bomen en bos wordt bijgedragen aan het oplossen van het probleem van klimaatverandering en het realiseren van de afspraken uit de internationale klimaatafspraken («Parijs») waar Nederland zich aan heeft gecommitteerd. Bossen en natuur leggen veel koolstof/CO2 vast. De middelen worden ingezet om een toename van het areaal bos (inclusief boslandbouw) en natuur te realiseren van circa 5.000 ha.

Nationale Parken

Voor het ondersteunen van Nationale Parken stelt LNV in 2020 € 2 mln. beschikbaar. Dit bedrag kan parken ondersteunen bij het vormgeven van gebiedsprocessen om de natuur-, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten te versterken (Kamerstuk 33 576, nr. 165).

Bijdrage Inkoop Uitvoering Centrum (IUC)

Het IUC is ondergebracht bij RVO en voert inkooptaken uit voor LNV en EZK. Het IUC krijgt meer opdrachten dan voorheen verwacht. Daarnaast is er door de strengere wet- en regelgeving voor inkoop meer werk ontstaan, waardoor de kosten stijgen. De additionele uitgaven hiervoor zijn geraamd op € 5 mln. in 2020.

Regio envelop

Hiermee worden de resterende middelen van de regio envelop naar de LNV-begroting overgeheveld ten behoeve van regionale opgaven. De besteding van deze middelen is verder toegelicht in artikel 51.

Reeds uitgegeven Regio

Een deel van de middelen uit de regio envelop is reeds overgeheveld naar het Gemeentefonds, het Provinciefonds en de begrotingen van andere ministeries. De exacte besteding van deze middelen is verder toegelicht in artikel 51.

ICT-middelen herinrichting

Hiermee worden de structurele middelen voor de (her)inrichting van LNV/EZK ten behoeve van de ICT naar de LNV-begroting overgeheveld.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

In 2021 wordt het nieuwe Europese Meerjarig Financieel Kader (MFK) van kracht. Ter voorbereiding hierop worden nieuwe verordeningen opgesteld voor het GLB. De grootste verandering in het nieuwe GLB is de omschakeling van het beoordelen van de rechtmatigheid naar een beoordeling van de doelmatigheid, waarbij de prestaties worden gemeten. Dit leidt tot implementatiekosten. De komende jaren is hiervoor € 63 mln. beschikbaar. Het budget voor 2020 bedraagt € 25 mln.

Toekenning loon- en prijsbijstellingstranche 2019

Vanuit artikel 51 wordt de loon- en prijsbijstelling verdeeld over de loon- en prijsgevoelige begrotingsonderdelen.

Overige mutaties

Dit betreffen diverse mutaties op de begroting en overhevelingen naar andere departementen.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar (ontvangsten) (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (inclusief NvW)

88.597

75.769

73.236

66.786

62.367

 

Belangrijkste mutaties

             

Identificatie en registratie (I&R) van dieren

11

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

Verkoop gronden Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL)

12

 

3.933

12.159

8.804

   

Programma Natuuroffensief (NOF)

12

 

1.500

       

Overige mutaties

 

18.081

3.737

6.394

– 766

265

165

Stand ontwerpbegroting 2020

111.878

90.139

96.989

80.024

67.832

65.324

Identificatie en registratie (I&R) van dieren

Met ingang van 2019 vindt er een technisch-administratieve wijziging plaats met betrekking tot de opdracht aan RVO voor de uitvoering van identificatie en registratie van dieren, waarvoor leges in rekening worden gebracht. De uitvoeringskosten van RVO en de ontvangsten van de sector werden tot dit jaar gesaldeerd en vanaf dit jaar gescheiden verantwoord. Dit is in de begroting verwerkt door de bijdrage aan het agentschap RVO te verhogen en tegelijkertijd voor hetzelfde bedrag leges-ontvangsten te ramen.

Verkoop gronden Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL)

Als gevolg van de afronding van de werkzaamheden van BBL als voorbereiding op de opheffing, resteert een positief saldo. De middelen worden in de jaren 2020–2022 afgedragen aan LNV als opdrachtgevend departement (€ 3,9 mln. in 2020).

Programma Natuuroffensief (NOF)

In 2001 zijn door het toenmalige kabinet gelden voor het programma Natuuroffensief beschikbaar gesteld en in het beheer gegeven van het Groenfonds. Van deze gelden is een bedrag van € 1,5 mln. over.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van voorgenomen uitgaven die naar verwachting op 1 januari 2020 nog niet juridisch zijn verplicht. Het gaat om gereserveerde middelen die later in het begrotingsjaar worden verplicht. In veel gevallen liggen er ook bestuurlijke afspraken aan deze voornemens ten grondslag. De niet-juridisch verplichte uitgaven zijn dan ook niet te beschouwen als middelen die zonder meer vrijelijk beschikbaar zijn voor alternatieve aanwending.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art.nr.

Naam artikel

(€ totale uitgaven art.)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridisch verplichte uitgaven

 

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

11

Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem (€ 937,4 mln.)

843.026 (90%)

94.355 (10%)

 

Subsidies

Agrarisch ondernemerschap (€ 5,4 mln.)

Duurzame veehouderij (€ 25,3 mln.)

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen (€ 7,4 mln.)

EFMZV (€ 5,5 mln.)

 

Garanties

Garantieregeling Vermogensversterkende kredieten (€ 25,0 mln.)

 

Opdrachten

Duurzame veehouderij (€ 4,8 mln.)

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen (€ 4,4 mln.)

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie (€ 6,0 mln.)

Mestbeleid (€ 4,6 mln.)

 

Overig (€ 8,6 mln.)

12

Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken (€ 132,9 mln.)

111.443 (84%)

21.458 (16%)

 

Opdrachten

Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren (€ 5,2 mln.)

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit (€ 7,7 mln.)

Overige stelsel activiteiten (€ 2,5 mln.)

Internationale samenwerking (€ 2,3 mln.)

Natuur en Biodiversiteit op land (€ 3,1 mln.)

Caribisch Nederland (€ 0,5 mln.)

Totaal aan niet verplichte uitgaven

115.813

   

2.4 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Overzicht meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen
 

Realisatie

Planning

 

Artikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Geheel artikel?

11

Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

 

         

Ja

12

Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

     

     

Ja

Artikel 11: De beleidsdoorlichting bevindt zich momenteel in de afrondingsfase en wordt voor het kerstreces 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 31 104, nr. 4).

Artikel 12: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 18 is op 24 december 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 29).

Voor het meest recente overzicht van de status van beleidsdoorlichtingen, zie: rijksbegroting.nl

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering, zie Bijlage 5 «Evaluatie- en overig onderzoek».

2.5 Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Garantieplafond1

Totaal plafond

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten, artikel 2.5.6.

334.318

79.3002

33.125

380.493

120.0003

50.000

450.493

120.000

 

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten, artikel 2.5.6., tweede lid, onderdeel b, onder 4° (wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies wordt van kracht op 1 januari 2020)

                 

Artikel 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

346.540

0

19.100

327.440

0

19.400

308.040

 

346.540

 

Totaal

680.858

79.300

52.225

707.933

120.000

69.400

758.533

120.000

346.540

X Noot
1

Dit betreft het jaarlijks garantieplafond.

X Noot
2

Voor de BL is in 2019 een garantieplafond van € 79,3 mln. gepubliceerd. De resterende ruimte van het totale garantiebudget in 2019 van € 120 mln. wordt in 2019 mogelijk deels ingezet om de in het Voorstel tot een Klimaatakkoord aangekondigde garantie aan het Groenfonds te kunnen verlenen.

X Noot
3

De wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies waarmee de Borgstelling MKB-landbouwkredieten wordt uitgebreid met een onderdeel «aanvullende subsidies», wordt gepubliceerd op 1 september 2019 en wordt van kracht op 1 januari 2020. In de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2020 zal het geraamd te verlenen bedrag worden gesplitst in een deel dat beschikbaar is voor borgstellingen voor investeringen als bedoeld in het huidige artikel 2.5.6., en een deel voor het nog toe te voegen onderdeel «aanvullende investeringen». Daarnaast zal het bedrag voor de BL in 2020 waarschijnlijk worden bijgesteld om de in het klimaatakkoord aangekondigde garantie aan het Groenfonds te kunnen verlenen.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Stand risicovoorziening 2018

Saldo 2018

Uitgaven 2019

Ontvangsten 2019

Stand risicovoorziening 2019

Saldo 2019

Uitgaven 2020

Ontvangsten 2020

Stand risicovoorziening 2020

Saldo

2020

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten. artikel 2.5.6.

1.311

1.885

14.741

574

3.125

2.925

14.541

– 200

2.000

1.800

14.341

– 200

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten, artikel 2.5.6., tweede lid, onderdeel b, onder 4o (wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies wordt van kracht op 1 januari 2020)1

                       

Artikel 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal

1.311

1.885

14.741

574

3.125

2.925

14.541

– 200

2.000

1.800

14.341

– 200

X Noot
1

De wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies waarmee de Borgstelling MKB-landbouwkredieten wordt uitgebreid met een onderdeel «aanvullende subsidies», wordt gepubliceerd op 1 september 2019 en wordt van kracht op 1 januari 2020. De raming van uitgaven en ontvangsten uit provisies zal in de voorjaarsnota 2020 worden opgenomen. Daarnaast zal voor de bijdrage vanuit de begroting voor een de risicoreservering getroffen worden waarvoor een aparte begrotingsreserve zal worden ingesteld.

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)

Met deze garantieregeling kunnen banken een borgstelling aan land- en tuinbouwondernemers verstrekken indien deze bedrijven voor leningen onvoldoende zekerheden bieden aan de bank. Het knelpunt dat met deze borgstelling wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezonde bedrijven – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in hun kredietbehoefte kunnen voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).

De totale borgstelling voor een onderneming kan maximaal 70% van € 2,5 mln. bedragen. De borgstellingslening is maximaal 2/3 van de benodigde investering, waardoor de borgstelling maximaal 46,6% van de benodigde financiering bedraagt. De borgstelling wordt alleen verleend voor «fresh money»: nieuwe leningen ten behoeve van de (door-)ontwikkeling van een bedrijf.

De BL kent drie varianten:

  • BL basis: Maximale garantstelling 70% van € 1,2 mln.;

  • BL starters/overnemers: Maximale garantstelling 70% (als bij basis of plus), maar tegen verlaagde provisie van 1%;

  • BL plus: Maximale garantstelling 70% van € 2,5 mln. De investeringen die in aanmerking komen zijn Groen Label Kassen (GLK), duurzame stallen die voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) en landbouwinnovaties. Ook landbouwinnovaties vallen onder de plus-borgstelling.

De provisie voor de BL bedraagt eenmalig 3% van het te lenen bedrag of 1% indien het een starter of een overnemer betreft. De provisie wordt gebruikt om verliesdeclaraties te betalen. Jaarlijks worden de premieontvangsten en een bijdrage van LNV in de begrotingsreserve gestort. Het geld uit de begrotingsreserve wordt gebruikt om verliesdeclaraties te betalen.

De horizonbepaling voor de BL is 1 januari 2022.

De Borgstelling MKB-landbouwkredieten in de Regeling nationale EZ-subsidies wordt uitgebreid met een onderdeel «aanvullende subsidies». Deze wijziging wordt van kracht op 1 januari 2020. De wijziging houdt verband met het toevoegen van de mogelijkheid van borgstelling voor specifieke kredieten die aan starters en bedrijfsovernemers worden verstrekt om, naast de financiering van de start of overname, ook extra investeringen te kunnen financieren. Het stimuleren van het verstrekken van deze zogenoemde vermogensversterkende kredieten is, als onderdeel van de uitwerking van het Bedrijfsovernamefonds Jonge Boeren, als voornemen opgenomen in het Regeerakkoord 2017–2021 «Vertrouwen in de toekomst». De maximale garantstelling is 90%.

Voor alle varianten van de BL tezamen is het jaarlijkse garantieplafond van de overheid € 120 mln.

Artikel 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

Het betreft het garant staan voor de leningen die aangetrokken zijn via het Groenfonds voor het realiseren van de EHS-gronden. Deze gronden zijn opgegaan in het Natuur Netwerk Nederland.

Overzicht uitstaande leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd

Lening

Rente (%)

Wijze van

aflossing

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Wageningen Research

27.953

t/m 2029

4,5%

jaarlijks

Wageningen Research

9.242

t/m 2022

4,5%

jaarlijks

Wageningen Research

11.241

t/m 2030

5,2%

jaarlijks

Wageningen Research

2.391

t/m 2031

5,0%

jaarlijks

Het betreft vier leningen met een looptijd van 30 jaar, die zijn verstrekt in de periode van 1999 tot en met 2001. De leningen zijn verstrekt ten behoeve van gebouwen en terreinen die bij de verzelfstandiging van Wageningen Research (destijds Dienst Landbouwkundig Onderzoek, DLO) zijn overgedragen. In 2017 is op de lening uit de tweede rij vervroegd afgelost waarbij de looptijd werd verkort naar 2022.

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Algemene doelstelling

LNV streeft naar een landbouw- en voedselsysteem dat zorgvuldig omgaat met input en natuurlijke hulpbronnen, opbrengsten zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk benut, daarmee internationaal toonaangevend en concurrerend is en waarin sociaal verantwoord, veilig, dier- en milieu- en omgevingsvriendelijk wordt geproduceerd en geconsumeerd.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Het versterken van de positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens, het stimuleren van groene economische groei en het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- visserij- en voedselketens.

  • Het stimuleren van een adequate en duurzame voedselvoorziening/voedselzekerheid, voedselkwaliteit op Europees en mondiaal niveau, evenals het bijdragen aan het Europese en internationale landbouw- en visserijbeleid.

  • Het stimuleren van kennisontwikkeling en -doorwerking (ook via onderwijs), innovatie en nieuwe technologieën voor de maatschappelijke opgaven op het terrein van agro en natuur.

  • Het stimuleren van verduurzaming van de productie en de consumptie van dierlijke en plantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamenwerking en nieuwe marktstrategieën.

  • Het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming door agrarische ondernemers, evenals het borgen en verbeteren van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn.

Regisseren

  • Het borgen van voedselveiligheid. Producenten en partijen uit de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en productiewijze. De Minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) is verantwoordelijk voor wetgeving voor voedselveiligheid, met uitzondering van wetgeving voor het slachten van dieren en het keuren en uitsnijden van vlees, waar de Minister van LNV verantwoordelijk voor is.

Uitvoeren

  • Het doen uitvoeren van een effectief beleid ter realisatie van de doelstellingen uit de Europese regelgeving.

  • Het uitvoeren van adequaat veterinair en fytosanitair beleid.

  • Het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid (primaire productie en slachterijfase).

  • Het uitvoeren van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.

Beleidsinformatie

Kengetallen artikel 11
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1. Maatschappelijke appreciatiescore (schaal 1–10)

   

7,6

Geen meting

7,6

Geen meting

7,7

Geen meting

2. Mate van vertrouwen consumenten in voedsel (schaal 1–5)

   

3,2

Geen meting

3,2

Geen meting

Geen meting

3,3

3. Export van agrarische producten uit Nederland (bedragen x € 1 mln.)

Duitsland

21.079

20.820

20.711

22.026

23.090

22.780

België

8.479

8.652

8.581

9.215

10.170

10.221

Verenigd Koninkrijk

7.843

8.067

8.269

8.391

8.651

8.580

Frankrijk

3.787

3.479

3.183

3.379

3.471

3.447

Italië

7.481

7.122

6.714

7.056

7.803

7.707

Overige landen

32.287

33.561

33.926

34.743

36.880

37.540

 

Totaal

80.955

81.702

81.384

84.809

90.065

90.274

  • 1. De maatschappelijke appreciatiescore is een rapportcijfer waarmee de waardering van de Nederlandse samenleving voor de agrarische- en visserijsector, productiewijzen en de verwerking van agrofood en visproducten wordt uitgedrukt. Bron: TNS/NIPO

  • 2. De NVWA meet op een schaal van 1–5 het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel. Meting vindt om de 2 jaar plaats. De NVWA heeft in 2017 geen onderzoek uitgevoerd naar de mate van vertrouwen van consumenten in voedsel. Dit onderzoek is in 2018 uitgevoerd. Bron: NVWA monitor.

  • 3. Bron: CBS t/m oktober 2018, raming november-december 2018 door WUR en CBS .

Kengetal voedselverspilling
 

Eenheid

2015

2016

2017

   

min

max

min

max

min

max

Voedselverspilling

kiloton

1.771

2.552

1.781

2.466

1.814

2.509

1 kiloton = 1.000 ton = 1 miljoen kg

Er is sprake van voedselverspilling als voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is, hier niet voor wordt gebruikt. De Monitor Voedselverspilling geeft de omvang van voedselresten in Nederland weer, gebaseerd op openbare cijfers over afvalverwerking, veevoerproductie, consumentenafval, primaire producties en hernieuwbare energie. De totale hoeveelheid reststromen wordt uitgesplitst naar de bestemmingen voedselbank, veevoer, vergisten, composteren, verbranden en storten/lozen. De bestemmingen veevoer tot en met storten/lozen worden beschouwd als voedselverspilling.

Bron 2015: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2015, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1747, 2017

Bron 2016: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2016, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1822, 2018

Bron 2017: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2017, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1922, 2019 (nog niet gepubliceerd)

Indicatoren artikel 11
 

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2020

Streefwaarde

Planning

Bron

1. Verhouding duurzame / totale investeringen

28%

2014

15%

30%

Nog niet bepaald

WEcR

2. Totale CO2-emissie glastuinbouw

Circa 7,5 Mton

2013

4,6 Mton

4,6 Mton

2020

LEI

3. Energie-efficiency index voedings- en genotmiddelenindustrie (VGI)

100

2005

75

80

2020

RVO.nl

4. Mate van afname van antibioticagebruik in de dierhouderij

Antibiotica-verkoop in 2009

2009

Volgt in september 2019

Zie toelichting

Nog niet bepaald

SDa

5. Klanttevredenheid

8,6

2018

8,4

8,0

2020

Wageningen Research

6. Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

97%

2018

>90%

>80%

2020

Wageningen Research

7. Percentage innoverende agrarische bedrijven

10,8%

2015

10%

10%

Nog niet bepaald

WEcR

8. Nalevingsniveau HACCP-verplichting

80%

April 2009

90%

90%

2020

NVWA

9. De mate van duurzame bevissing, van de door Nederlandse vissers gericht beviste bestanden

Pelagisch: 0,837

Grootschalige boomkor: 0,89

2017

 

1

Jaarlijks

WMR

  • 1. Deze indicator drukt het bedrag aan duurzame investeringen uit ten opzichte van het bedrag van de totale investeringen in de landbouw.

  • 2. De convenantspartijen hebben op basis van resultaten van de evaluatie van de CO2 sturing (zie Kamerstuk 32 813, nr. 149), afgesproken het CO2-doel voor 2020 technisch aan te scherpen van 6,2 Mton naar 4,6 Mton.

  • 3. De indicator geeft inzicht in de voortgang van de verduurzaming op energie- en klimaatgebied van deze sector.

  • 4. Het betreft de reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij ten opzichte van 2009. De raming 2020 is afhankelijk van de uitwerking van de dit jaar afgesproken sectorspecifieke reductiedoelstellingen (zie ook Kamerstuk 29 683, nr. 247). Het streven is om antibioticumgebruik verder te reduceren door middel van sectorspecifieke reductiedoelstellingen en een reductie van hooggebruikende bedrijven per 2024. De gerealiseerde reductie in 2018 was 63,8%.

  • 5. In 2015 zijn alle TO2-instituten (waaronder Wageningen Research (WR)) overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabel tonen de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor het onderzoek dat WR uitvoert.

  • 6. Zie 5.

  • 7. Dit geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers (vroege volgers).

  • 8. Het betreft het percentage van het totale aantal gecontroleerde bedrijven met een wettelijk verplicht Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP)-systeem uit het eerste deel van de vleesketen (slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen) dat aan alle controle-items voor HACCP voldoet.

  • 9. Voor de levensvatbaarheid van de sector is het bestaan van duurzame instandhouding van visbestanden de belangrijkste voorwaarde. Het EU-instrument voor instandhouding van visbestanden is de quotering. De indicator «duurzaam bevist» geeft bij een score van 1 of lager aan dat de Nederlandse vissers geen negatieve invloed hebben op de duurzaamheid van de gericht beviste bestanden. De mate van duurzame bevissing wordt aan de hand van de Sustainable Harvest Indicator (SHI) geanalyseerd. Hoe dichter bij de 1, hoe beter. Bij een SHI waarde van 1 wordt er namelijk precies op MSY (Maximum Sustainable Yield) gevist, de streefwaarde zoals ook opgenomen in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Deze indicator wordt ieder jaar in het vlootverslag door Wageningen Marine Research (WMR) berekend. Gegevens voor 2018 worden in de zomer van 2020 bekend.

Indicator voedselverspilling
 

Eenheid

Referentiewaarde (jaar)

Huidige waarde

(jaar)

Streefwaarde (jaar)

Afgeleide voedselverspilling (absoluut)

kiloton

2.162

(2015)

2.162

(2017)

1.081

(2030)

Afgeleide voedselverspilling (relatief)

%

100

100

50

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van het Duurzame Ontwikkelingsdoel 12.3 van de Verenigde Naties (SDG 12.3). SDG 12.3 stelt dat in 2030 ten opzichte van 2015 de hoeveelheid voedselverspilling gehalveerd dient te zijn.

In de Monitor Voedselverspilling wordt de omvang van de voedselverspilling in Nederland niet als een absoluut getal weergegeven, maar aangeduid met een bandbreedte. De omvang van de voedselverspilling bedraagt tenminste de ondergrens van de bandbreedte (minimum) en ten hoogste de bovengrens van de bandbreedte (maximum). Hoewel het niet correct is om te stellen dat het «midden» van de bandbreedte de hoeveelheid voedselverspilling aangeeft, is deze afgeleide voedselverspilling wel een indicatie van de ontwikkeling.

Beleidswijzigingen

Klimaatakkoord

In het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342) draagt de sector Landbouw en Landgebruik volop bij aan de klimaatambities van het kabinet: uiteindelijk wordt in 2030 jaarlijks 6 Mton CO2-reductie beoogd. Hiertoe zijn reeds voor diverse onderwerpen meerjarig middelen aan de LNV-begroting toegevoegd (zie de mutaties maatregelen voorstel Klimaatakkoord in de beleidsagenda). In 2020 zal de uitwerking van de klimaatplannen voortvarend worden opgepakt in samenwerking met de sector en andere relevante actoren. Daarbij zal zoveel mogelijk synergie worden gezocht met andere doelen, zoals onder andere beschreven in de LNV-visie «Waardevol en verbonden». Voor ondernemers is dit van groot belang, omdat de verschillende maatregelen samenkomen op het boerenerf. Een integrale aanpak maakt de slagingskans groter.

Warme sanering varkenshouderij

Om geuroverlast door varkensbedrijven in veedichte gebieden in Zuid- en Oost Nederland te verminderen wordt ingezet op het definitief en onherroepelijk beëindigen van varkenshouderijlocaties. Er is een subsidieregeling opengesteld om de beëindiging van varkenshouderijlocaties te stimuleren (Kamerstuk 28 973, nr. 213). De sanering heeft naast de vermindering van geuroverlast ook een effect op de vermindering van broeikasgassen in de varkenshouderijsector en levert daarmee tevens een bijdrage aan de klimaatopgave.

Bedrijfsovernamefonds Jonge Boeren

Als uitwerking van het in het Regeerakkoord opgenomen bedrijfsovernamefonds van € 75 mln. voor jonge boeren en innovatie wordt € 64 mln. gebruikt om een nieuwe garantieregeling Vermogensversterkende kredieten mogelijk te maken (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 70). Het gaat om achtergestelde leningen voor starters en overnemers om aansluitend aan de bedrijfsovername te kunnen investeren in toekomstgerichte en continuïteitversterkende verduurzaming van het bedrijf. De regeling wordt op 1 januari 2020 van kracht. De resterende € 11 mln. is beschikbaar voor het opzetten van een opleidings- en coachingstraject.

Nationaal innovatieprogramma Visserij

Er zijn middelen voor innovatie beschikbaar uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Het EFMZV kent echter een aantal beperkingen om te innoveren. Er is geen ruimte voor fundamenteel onderzoek, vooral grote bedrijven komen in aanmerking voor innovatiebudget en het fonds kent uitgebreide verantwoordingsvereisten en daarmee administratieve lasten. De in het Regeerakkoord gereserveerde innovatiemiddelen zullen daarom in 2020 gedeeltelijk worden ingezet om fundamenteel onderzoek te stimuleren waarvan innovaties verder gebracht kunnen worden via het EFMZV en voor samenwerkingsprojecten die de toepassing naar de praktijk mogelijk moeten maken (Kamerstuk 32 201, nr. 94). Hiermee wordt bijgedragen aan een duurzame en toekomstbestendige visserijsector.

IJsselmeervisserij

In 2020 wordt het Actieplan «toekomstbestendig visserijbeheer IJsselmeergebied» verder uitgevoerd (Kamerstuk 29 664, nr. 71). Het plan kent een drietal pijlers. Pijler 1 behelst het formuleren van de hoeveelheid vis die duurzaam geoogst kan worden. In 2020 komen de resultaten beschikbaar van onderzoek dat hiernaar wordt uitgevoerd. Onder pijler 2 wordt in 2019 het huidige beheersysteem geëvalueerd en wordt een verkenning gedaan van mogelijkheden om het stelsel meer doelmatig in te richten. De resultaten van de evaluatie en verkenning komen in 2020 beschikbaar. Ten behoeve van de herstructurering (pijler 3), die voorzien is voor 2021, worden in 2019 en 2020 voorbereidingen getroffen en wordt besloten over de reikwijdte en aanpak hiervan.

Ontwikkeling Groen Kennisnet (GKN)

Op 17 juni 2019 heeft de Minister van LNV het Realisatieplan Visie LNV gepresenteerd, waarin de omslag naar kringlooplandbouw centraal staat. Deze omslag naar kringlooplandbouw vereist innovatie en lokt kennisvragen uit. Daarmee zal de realisatie van de visie voor de komende jaren de inzet van de kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie voor een groot deel bepalen.

Om de kennisverspreiding naar en -uitwisseling met boeren, tuinders, vissers en de diverse erfbetreders te bevorderen, wordt het Groen Kennisnet (GKN) in 2020 ontwikkeld tot een landelijk interactief digitaal kennisplatform. Nieuwe kennis uit het missiegedreven onderzoek wordt op dit platform beschikbaar gemaakt. Dat geldt ook voor praktijkkennis en informatie uit de fieldlabs en proeftuinen. In overleg met provincies en waterschappen worden in 2020 pilots ontwikkeld en uitgevoerd waarin onafhankelijke bedrijfsadviseurs boeren en tuinders adviseren bij de omslag naar kringlooplandbouw. Daarnaast wordt geïnvesteerd in extra lectoren op het terrein van kringlooplandbouw in het hbo.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

733.422

883.543

1.032.395

876.777

799.361

789.837

785.332

Waarvan garantieverplichtingen

44.715

174.627

149.627

124.627

124.627

124.627

124.627

Waarvan overige verplichtingen

688.707

708.916

882.768

752.150

674.734

665.210

660.705

               

UITGAVEN

661.414

783.172

937.381

776.731

698.768

689.055

684.550

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

90%

       
               

Subsidies

120.109

151.995

306.034

182.098

147.906

135.661

130.711

Sociaal economische positie boeren

5.821

5.439

5.439

5.439

7.439

7.439

7.439

Duurzame veehouderij

2.883

10.110

171.280

58.580

27.780

18.480

16.280

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

8.927

18.147

36.711

27.161

28.311

29.211

26.461

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

100.749

106.100

81.835

80.183

78.741

74.882

74.882

Duurzame visserij

1.729

12.199

10.769

10.735

5.635

5.649

5.649

               

Garanties

3.904

56.752

30.432

5.432

5.432

5.432

5.432

Bijdrage borgstellingsreserve

2.592

53.627

28.627

3.627

3.627

3.627

3.627

Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit

1.312

3.125

1.805

1.805

1.805

1.805

1.805

               

Opdrachten

42.121

73.315

113.263

108.280

72.576

76.722

76.416

Sociaal economische positie boeren

1.227

3.023

2.852

2.913

3.198

3.848

3.848

Duurzame veehouderij

2.333

11.058

17.877

15.346

7.226

7.256

7.106

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

7.378

12.952

21.729

19.365

15.739

16.839

16.739

Mestbeleid

2.744

12.986

23.108

21.397

2.511

4.903

4.898

Duurzame visserij

271

370

705

2.059

198

616

616

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

18.273

18.775

34.790

36.397

33.201

33.432

33.381

Diergezondheid en dierenwelzijn

7.482

11.150

7.557

7.033

6.733

6.058

6.058

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

2.413

3.001

4.645

3.770

3.770

3.770

3.770

               

Bijdragen aan agentschappen

373.004

385.151

370.090

363.468

354.727

351.705

351.761

Rijksrederij

7.570

8.327

9.529

9.530

9.030

7.930

7.930

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu

7.232

8.027

5.543

5.430

3.757

3.641

3.643

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

177.446

202.074

194.732

191.482

185.383

184.774

184.828

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

180.756

166.723

160.286

157.026

156.557

155.360

155.360

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

95.562

100.221

96.315

96.206

96.880

98.288

98.983

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

2.856

2.526

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

Centrale Commissie Dierproeven

0

0

767

767

767

767

767

Wageningen Research

91.502

94.969

92.581

92.427

92.760

93.657

93.657

ZonMw (dierproeven)

0

1.354

370

400

741

1.252

1.947

Medebewind/voormalige productschappen

1.204

1.372

1.372

1.387

1.387

1.387

1.387

               

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

8.333

11.251

10.623

10.623

10.623

10.623

10.623

FAO en overige contributies

8.333

11.251

10.623

10.623

10.623

10.623

10.623

               

Storting en onttrekking begrotingsreserves

13.996

0

0

0

0

0

0

Storting Apurement

10.663

0

0

0

0

0

0

Storting Landbouw

0

0

0

0

0

0

0

Storting Visserij

3.333

0

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

4.387

4.487

10.624

10.624

10.624

10.624

10.624

Diergezondheidsfonds

4.387

4.487

10.624

10.624

10.624

10.624

10.624

               

ONTVANGSTEN

67.123

63.167

47.697

50.240

43.080

40.229

38.129

Sociaal economische positie boeren

1.463

245

245

245

245

245

245

Agroketens

10.563

6.900

0

0

0

0

0

Agrarische innovatie en overig

149

0

0

0

0

0

0

Mestbeleid

4.248

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

Duurzame visserij

4.362

15.256

9.993

6.993

6.993

6.993

6.993

Garanties

1.885

2.925

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Weerbare planten en teeltsystemen

180

0

0

0

0

0

0

Diergezondheid en dierenwelzijn

5.897

7.088

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

13.858

13.723

12.324

12.267

12.107

9.256

9.256

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

5.325

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

Agentschappen

5.520

0

0

0

0

0

0

Onttrekking begrotingsreserves

13.673

3.895

4.100

9.700

2.700

2.700

600

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 6 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

Budgetflexibiliteit

Het budget voor 2020 is voor circa € 843 mln. (90%) juridisch verplicht. Dit komt met name door verplichtingen die rusten op de onderdelen Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie, de bijdrage aan agentschappen en verplichtingen ten laste van doorlopende subsidieregelingen waarvoor de uitgaven van een toekenning over meerdere jaren gespreid zijn. De niet-juridisch verplichte uitgaven betreffen voor het grootste deel middelen die samenhangen met het Klimaatakkoord en met enveloppes uit het Regeerakkoord, waarvan de subsidie- en garantieregelingen naar verwachting begin 2020 worden opengesteld, en met nationale cofinanciering voor EU-fondsen.

Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Sociaal economische positie boeren

Het budget is bestemd voor de tegemoetkoming aan landbouwers op de premie voor de Brede Weersverzekering. De Brede Weersverzekering verzekert actieve landbouwers met landbouwgrond met open teelt tegen schade aan gewassen door extreme en ongunstige weersomstandigheden, zoals storm, hagel, regenval of droogte. In 2020 is hiervoor € 5,4 mln. aan nationaal geld beschikbaar. Daarnaast wordt de Brede Weersverzekering met EU-middelen gesubsidieerd. Met ingang van 2020 wordt er geen assurantiebelasting meer over deze verzekeringen geheven.

Duurzame veehouderij

In totaal wordt in 2020 € 171,3 gereserveerd voor diverse regelingen en activiteiten gericht op de verdere verduurzaming van de veehouderij. Dit budget bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Subsidieregeling sanering varkenshouderijen: uit de envelop Cofinanciering warme sanering varkenshouderij is in totaal € 120 mln. beschikbaar gesteld voor de regeling, waarvan € 86 mln. in 2020. Naar verwachting kunnen hiervan circa 200 varkenshouderijlocaties in aanmerking komen voor een bijdrage voor bedrijfsbeëindiging. Na het verstrekken van de subsidie moeten varkenshouders binnen 8 maanden hun bedrijf beëindigen en binnen 14 maanden (eerste helft 2021) alle voor de varkenshouderij gebruikte gebouwen laten slopen.

  • In het kader van Urgenda is voor 2020 € 60 mln. toegevoegd aan het budget voor de saneringsregeling van de varkenshouderij, waarmee naar verwachting nog 100 extra varkenshouderijlocaties in aanmerking komen voor een bijdrage voor bedrijfsbeëindiging.

  • In totaal is € 60 mln. (€ 40 mln. voor de varkens-, € 15 mln. voor de pluimvee- en € 5 mln. voor de melkgeitenhouderij) gereserveerd voor innovatie- en investeringsregelingen. Het doel van de regelingen is het stimuleren van de ontwikkeling en uitrol van integrale, brongerichte, emissiereducerende maatregelen op het gebied van ammoniak, broeikasgassen, geur en fijnstof/endotoxinen in bestaande en nieuwe stallen. Hierdoor wordt de kwaliteit van de leefomgeving in en rondom veehouderijen verbeterd. In 2020 is € 14,2 mln. van dit budget beschikbaar waarmee naar verwachting vijf innovatieprojecten voor bestaande stalsystemen en drie voor systeeminnovatie worden gerealiseerd.

  • In het kader van het Klimaatakkoord is voor 2020 € 11 mln. beschikbaar gekomen voor brongerichte maatregelen emissies. Het doel is om meerdere innovatieve, haalbare en bewezen brongerichte emissiebeperkende maatregelen in bestaande en nieuwe stalconcepten te ontwikkelen en in de praktijk te introduceren voor alle veehouderijsectoren.

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

De klimaat- en energiedoelen die voor de tuinbouw gesteld zijn, worden uitgewerkt conform de geactualiseerde Meerjarenafspraak Energietransitie glastuinbouw 2014–2020 en het bijbehorende plan van aanpak van het programma Kas als Energiebron. Met de afspraken in het Tuinbouwakkoord (Kamerstuk 32 627, nr. 30) werkt LNV, samen met de glastuinbouwsector, aan de realisatie van de doelstelling van een volledig klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. In 2020 is daarom € 36,7 mln. gereserveerd voor het stimuleren van duurzame plantaardige productie en energiezuinige glastuinbouw. Deze middelen zijn met name bestemd voor de regeling Marktintroductie energie innovaties (€ 5,8 mln.) en het subsidie-instrument Energie-efficiëntie glastuinbouw (€ 30,9 mln.).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

In 2020 is in totaal € 81,8 mln. beschikbaar voor gesubsidieerde programma’s en onderzoeken.

  • Voor toegepast onderzoek door Wageningen Research voor meerjarige missiegedreven programma’s is in 2020 € 58 mln. beschikbaar. De vraagstukken hebben bijvoorbeeld betrekking op duurzaam bodembeheer en watergebruik, het terugdringen van emissies, precisielandbouw met uitgekiende teeltplannen, de ontwikkeling van slimme, lichte landbouwmachines, de ontwikkeling van kunstmestvervangers uit dierlijke mest, het optimaliseren van (her)gebruik van plantenresten, dierlijke bijproducten en andere reststromen en het ontwikkelen van nieuwe eiwitbronnen. De innovaties worden benaderd met de werkwijze «Safe-by-design».

  • Voor de ondersteuning van beleidsontwikkeling, beantwoording van Kamervragen en politieke besluitvorming wordt onderzoek gedaan op een groot aantal thema’s. Dit zijn onder andere internationale markt- en handelstoegang in relatie tot veterinaire en fytosanitaire problematiek, mestproblematiek, verduurzaming van de veehouderij, het waarborgen van voedselveiligheid en diergezondheid, het welzijn van landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren en natuurinclusieve landbouw. Hiervoor is in 2020 circa € 17,8 mln. beschikbaar.

  • Met het Groenpact (tweede fase 2019–2020) wordt samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen gewerkt aan de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt, vernieuwing van het onderwijs en innovaties in de praktijk. De maatschappelijke opgaven, in het bijzonder de omslag naar kringlooplandbouw en de klimaatopgaven, zijn leidend bij de keuze in welke delen van het onderwijs en welke thema’s voor praktijkgericht onderzoek extra geïnvesteerd wordt. LNV ondersteunt vanuit zijn vakdepartementale rol het mbo-Centre voor Innovatief Vakmanschap en het hbo-Centre of Expertise in het groene domein. Ook is in het mbo een pilot voorzien met groene practoren. Vanuit LNV is voor het Groenpact in 2020 € 4,5 mln. beschikbaar.

  • Er is voor het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) (2019–2024) in 2020 € 1,3 mln. beschikbaar. Het OBN is een kennisnetwerk dat is opgezet door LNV, BIJ12 (namens de twaalf provincies) en de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE). Dit kennisnetwerk genereert op een onafhankelijke manier strategieën en maatregelen over structureel herstel en beheer van natuurkwaliteit. De ontwikkelde kennis wordt gebruikt voor de implementatie van belangrijke beleidsitems zoals Natura 2000, soortenbeleid, ontwikkeling en beheer van het cultuurlandschap en de inrichting van nieuw verworven (landbouw)gronden.

Het budget in 2020 van deze post is lager ten opzichte van 2019. Dit komt doordat de uitgaven voor de kennisimpuls binnen het voedselbeleid, missiegedreven onderzoeksprogrammering bij Wageningen Research en meerjarige kennis- en innovatieprogramma’s DuurzaamDoor en Jong Leren Eten begroot staan onder de post «kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie» in de categorie Opdrachten. Het budget wordt jaarlijks vanuit die post overgeboekt naar dit begrotingsonderdeel.

Duurzame visserij

Het EFMZV is het fonds voor het Europees beleid op het gebied van maritieme zaken en visserij voor 2014–2020. De belangrijke uitdagingen voor de visserijsector in 2020 zijn aangeven in de beleidsagenda. In 2020 worden nieuwe openstellingen voorzien voor onder andere partnerschappen tussen vissers en wetenschappers, innovatie en Jonge vissers. In totaal is voor het EFMZV € 5,8 mln. gereserveerd voor uitgaven.

De regeerakkoordmiddelen voor het Nationaal Innovatieprogramma Visserij (€ 5,0 mln. in 2020) zijn aanvullend aan de beschikbare Europese middelen en nationale cofinanciering (Kamerstuk 32 301, nr. 94). Het programma richt zich op de delen van het innovatieproces die onder het EFMZV minder aan bod komen. Er wordt ingezet op twee sporen. Het eerste spoor focust zich op fundamentele en grensverleggende innovaties (fundamenteel onderzoek). Deze worden in de loop van 2020 verwacht. Het tweede spoor richt zich juist op kleinere, toepassingsgerichte innovaties (pre-marktintroductie).

Garanties

LNV verleent steun aan bedrijven in de primaire sector (landbouwondernemingen) door het verstrekken van garanties op leningen voor investeringen. Hierdoor wordt de financiering mogelijk gemaakt van investeringen die in de markt niet tot stand komen doordat betreffende bedrijven niet voldoende zekerheden kunnen bieden. Tegelijkertijd wordt er met deze faciliteit een extra stimulans gegeven aan de verduurzamingsopgave van de primaire sector. In 2020 is € 28,6 mln. beschikbaar dat in de borgstellingsreserve zal worden gestort. Onderdeel hiervan is de uitwerking van het Fonds voor Jonge boeren en innovatie, zoals genoemd in het Regeerakkoord. Hiervoor is in 2019 de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten uitgebreid met borgstelling voor Vermogensversterkende Kredieten. De regeling zal op 1 januari 2020 van kracht worden.

Bij Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit worden uitgaven op afgegeven borgstellingen/garanties zichtbaar. Deze uitgaven doen zich voor als een landbouwonderneming met borgstelling/garantie failliet gaat (zie Kamerstuk 32 637, nr. 287 en de bijbehorende bijlage).

Opdrachten

Sociaal economische positie boeren

Het budget (€ 2,9 mln.) heeft betrekking op het Programma Internationale Agroketens (PIA) en wordt ingezet voor diverse projecten wereldwijd die moeten leiden tot versterking van de internationale positie van de Nederlandse agro-sector. Hierbij vervult het Landbouwraden netwerk (LAN) een belangrijke rol in het ondersteunen van Nederlandse bedrijven in de agrarische sector bij hun internationale ambities. In 2020 worden, op basis van de aanbevelingen van de evaluatie PIA in 2019, de doelstellingen in lijn met de LNV-visie aangescherpt. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor het in kaart brengen van de effecten, het toekennen van meerjarige budgetten aan Landbouwraden, het reserveren van vrije ruimte binnen het PIA-budget voor strategische inzet in specifieke situaties en de visie op de internationale functie van LNV met bijbehorende doelstellingen.

In 2019 is een start gemaakt met het inrichten van de agri-nutrimonitor bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die in 2020 volledig operationeel wordt. Dit is één van de maatregelen ter versterking van de positie van de boer in de keten volgend uit het Regeerakkoord. De benodigde middelen zijn voor de jaren 2019–2022 overgeheveld naar het apparaatsartikel van de begroting van het Ministerie van EZK, waaruit de ACM bekostigd wordt.

Duurzame veehouderij

De inzet van het programma duurzame veehouderij is gericht op de transitie naar een duurzame veehouderij binnen de kringlooplandbouw. Hiervoor is in 2020 in totaal € 8,7 mln. beschikbaar.

Daarnaast is het streven, dat volgt uit het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342), dat alle landbouwbodems in 2030 duurzaam worden beheerd, zodat jaarlijks extra koolstof (0,5 Mton CO2-eq per jaar) kan worden vastgelegd in landbouwbodems. In 2020 zullen maatregelen getroffen worden ten behoeve van kennisontwikkeling en verspreiding daarvan omtrent duurzaam bodembeheer en koolstofvastlegging. Daarnaast zullen gebiedsgerichte pilots en demo’s worden opgezet. Tevens wordt een meet- en monitoringssystematiek ontwikkeld. In 2020 is in totaal € 7,0 mln. hiervoor beschikbaar.

Het overige budget op deze post (€ 2,2 mln.) heeft voornamelijk betrekking op opdrachten aan derden die ondersteunend zijn aan de beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van de veehouderij.

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

Het budget van € 21,7 mln. voor 2020 heeft onder andere betrekking op (onderzoeks)opdrachten op het gebied van de innovatieagenda energie en energietransitie. Het betreft hoofdzakelijk maatregelen die in het kader van het Klimaatakkoord genomen worden.

  • Kas als Energiebron beoogt de CO2-emissie in de glastuinbouw te reduceren en het gebruik en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen met als ambitie een klimaatneutrale glastuinbouw. Gebruik van restwarmte krijgt hierbij bijzondere aandacht. In de gewenste situatie wordt aardgas vervangen door restwarmte en aangevoerde CO2. Daarnaast is het budget bestemd voor kennisopbouw en -uitwisseling (onder andere Proof of principle projecten, extra onderzoeksprojecten, gedragsbeïnvloeding, demo's). In 2020 is hier € 16,2 mln. voor beschikbaar.

  • Een hoogwaardige kwaliteit van plantaardige producten en een hoog plantgezondheidsniveau zijn voor de Nederlandse plantaardige sector van groot belang. Een belangrijk speerpunt is het voorkomen van de in- en uitsleep van plantenziekten in Nederland. In dit verband is de implementatie van het nieuwe Europese fytosanitaire stelsel in 2020 van belang. Voor opdrachten op het gebied van weerbare planten- en teeltsystemen is € 5,6 mln. beschikbaar. Dit budget wordt onder andere ingezet voor een bijdrage aan keuringsinstellingen COKZ, KCB, Ctgb en Naktuinbouw voor de kosten na de Brexit (€ 4,2 mln.) en aan de Raad voor plantenrassen om uitvoering te geven aan het behoud van het kwekersrecht (Kamerstuk 27 428, nr. 352) (€ 0,8 mln.).

Mestbeleid

Ten behoeve van het nationale mestbeleid is in 2020 € 23,1 mln. gereserveerd. Met het nationale mestbeleid wordt invulling gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) en een bijdrage geleverd aan de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG). Het doel van het mestbeleid is een verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater door het bevorderen van een effectief en efficiënt gebruik van meststoffen in de landbouw. Nederland stelt in dit kader elke vier jaar een Actieprogramma Nitraatrichtlijn op waarin het beleid van de komende vier jaar wordt vastgelegd (nu periode 2018–2021). Op basis hiervan heeft de Europese Commissie een derogatie voor 2 jaar verleend. In 2020 zullen de beschikbare middelen worden ingezet ten behoeve van de activiteiten van het 6e Nederlandse actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn. Onderdeel hiervan is de Versterkte Handhavingsstrategie die door de EU als voorwaarde is verbonden aan het verlengen van de derogatieperiode.

In het najaar van 2019 zal vanuit het traject Herbezinning mestbeleid worden besloten over de contouren voor het toekomstige mestbeleid. Mede op basis van de uitkomst hiervan zal in 2020 worden gestart met het opstellen van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat in 2022 in werking zal treden.

In 2020 zal ook worden ingezet op de implementatie van de EU-Meststoffenverordening die op 16 juli 2019 in werking is getreden.

De vierjaarlijkse Nitraatrichtlijnrapportage (waarvoor het Ministerie van IenW eerstverantwoordelijk is) en de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid worden gepubliceerd op de site van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en geven een beeld van de gesteldheid van grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven.

Duurzame visserij

Ten behoeve van de ondersteuning van beleid in diverse gebieden (Noordzee, IJsselmeer, kustwateren, Caribisch Nederland), het beleggen van het stakeholdersoverleg en de inhuur van expertise is in 2020 € 0,7 mln. beschikbaar.

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

Ten behoeve van kennisontwikkeling op het terrein van voedsel en agrarische innovatie is in 2020 in totaal € 34,8 mln. beschikbaar. Dit begrotingsonderdeel bestaat uit twee delen:

Voedselbeleid (€ 23,9 mln.):

  • Het stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze is een belangrijk uitgangspunt van het voedselbeleid voor de komende jaren. In dat kader worden diverse maatschappelijke initiatieven ondersteund, zoals het Nationaal Actieprogramma Groente en Fruit en Dutch Cuisine (€ 0,5 mln.).

  • Het Voedingscentrum wordt, mede door LNV, ondersteund bij het op peil houden van zijn kennisfunctie en bij het uitvoeren van specifieke opdrachten zoals het tegengaan van voedselverspilling en het onderzoeken hoe consumenten daaraan kunnen bijdragen. Hiervoor is in 2020 € 3,4 mln. beschikbaar.

  • De stichting Samen tegen Voedselverspilling voert een opdracht uit binnen het kader van de nationale agenda voor het terugdringen van voedselverspilling (Kamerstuk 31 532, nr. 190). In 2020 is hiervoor € 1,5 mln. beschikbaar. Het overgrote deel hiervan wordt besteed aan de voucherregeling voor het bedrijfsleven om innovaties in de voedselketen te stimuleren en aan de publiekscampagne om consumenten bewuster te maken en handelingsperspectieven te bieden.

  • Met het oog op verduurzaming van voedselproductie en -consumptie wordt bij Wageningen Research budget (€ 9,9 mln.) ingezet voor onderzoeksprogrammering en topsectoren. Het gaat om projecten met een accent op onder meer nieuwe eiwitten (grootschalige zeewierteelt), aardappelen (Holland Innovation Potato, HIP), Groene gewasbescherming en bijenstrategie en ICT-projecten zoals de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL), big data, Trusted Source en blokchain.

  • Voor de meerjarige kennis- en innovatieprogramma’s DuurzaamDoor en Jong Leren Eten is in 2020 een budget van € 4,8 mln. beschikbaar. Binnen DuurzaamDoor zal in 2020 de focus liggen op het «meta-leren» aan de hand van de portfolio van opgebouwde projecten, proeftuinen, pilots en Communities of Practice en daarnaast op het vastleggen van de leerresultaten in publicaties. Voor Jong Leren Eten worden de activiteiten uitgebreid met een nieuwe serie scholen en een nieuwe openstelling van de onderliggende subsidieregeling «Lekker naar buiten». In 2020 is extra aandacht voor de doelgroepen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

  • Om voedselverspilling in de keten en bij de consument tot een minimum te beperken is in 2020 € 2 mln. beschikbaar gesteld. Dit levert een grote bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering en het borgen van voedselzekerheid.

  • Voor innovatie op het boerenerf (vouchers voor kennisuitwisseling en regionale field/living labs als experimenteerruimte) en innovatie via startups en scale-ups is in 2020 € 1,8 mln. beschikbaar.

Kennis en innovatie (€ 10,9 mln.):

  • Internationale samenwerking in Joint Programming Initiatives (JPI’s) en het European Research Area Network (ERA-Net) en multilaterale samenwerking op het gebied van voedselzekerheid (€ 1 mln.).

  • Verbeteren van de onderzoeksvoorzieningen op het gebied van diergezondheid (€ 1 mln.).

  • Meerjarige programmering van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) (€ 4,4 mln.).

  • Planbureau voor de Leefomgeving (€ 2 mln.).

  • Overige projecten (€ 2,5 mln.) voor de verbinding landbouw-natuur (Deltaplan Biodiversiteitsherstel, de Community of Practice Noordzee) en de waardering van voedsel (True Price en True Cost Accounting, implementatie EU Protein Plan, SBIR voedselzekerheid).

Diergezondheid en dierenwelzijn

Gezonde dieren en dierenwelzijn zijn onlosmakelijk verbonden met een duurzame veehouderij. In 2020 wordt daarom € 7,6 mln. ingezet voor onder andere activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelen uit de Beleidsbrief Dierenwelzijn (Kamerstuk 28 286, nr. 991):

  • Diverse bijdragen met betrekking tot diergezondheid, zoals aan projecten als zorgvuldig antibioticagebruik, die bijdragen aan een vervolgbeleid voor 2016–2020 dat meer gericht is op vermindering van resistentierisico’s en meer sectorspecifiek is.

  • Early warning, monitoring en bewaking van dierziekten en zoönosen via bijdragen aan de Gezondheidsdienst voor dieren, Erasmus MC en Dutch Wildlife Health Centre. Daarnaast wordt bijgedragen aan de financiering van voorzieningen voor de crisisparaatheid, zodat een eventuele dierziekte-uitbraak snel, efficiënt en op een maatschappelijk verantwoorde manier bestreden kan worden. Daarnaast is er een bijdrage voor uitvoering van de roadmap vogelgriep (Kamerstuk 28 807, nr. 222).

  • Diverse bijdragen voor de bevordering van het welzijn van gezelschapsdieren, bijvoorbeeld voor de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren, het bevorderen van een gezonde fokkerij en voor inzet op preventie van bijtincidenten die veroorzaakt worden door hoog risico honden.

  • Diverse bijdragen voor bevordering van het welzijn van landbouwhuisdieren, waaronder ondersteuning van het vertrouwensloket welzijn landbouwhuisdieren en het Actieplan brandveilige veestallen 2018–2022 van LTO.

  • Regie en vernieuwingsnetwerken binnen het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

Het budget voor 2020 (€ 4,6 mln.) wordt ingezet voor bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van duurzame economische- en landbouwontwikkeling, mondiale voedselzekerheid en partnerschappen. In 2020 zal, mede op basis van de evaluatie voedselzekerheid in 2019, een toetsingskader worden ontwikkeld dat behulpzaam zal zijn om de beschikbare middelen effectiever te kunnen inzetten.

Bijdragen aan agentschappen

Rijksrederij

De bijdrage aan de Rijksrederij is bestemd voor het uitvoeren van taken op het gebied van visserijonderzoek en het beheer en de inspectie voor natuur en visserij. In 2020 is hiervoor € 9,5 mln. beschikbaar.

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

De bijdrage aan het RIVM is bestemd voor advisering over voedselveiligheid, duurzame voeding, alternatieven voor dierproeven, het Landelijk Meetnet effecten mestbeleid, stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en de Atlas Natuurlijk Kapitaal. Hiervoor is in 2020 € 5,5 mln. beschikbaar. Voor dezelfde thema’s is ook programmabudget opgenomen binnen het onderdeel Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie in de categorie Opdrachten.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De bijdrage aan de NVWA (€ 194,7 mln.) is bestemd voor de financiering van het toezicht op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, diervoeders, diergeneesmiddelen, dierlijke bijproducten, dierproeven, mest, natuur en de veiligheid van voedsel.

In navolging op de toevoeging van de eerste tranche van de regeerakkoordmiddelen ten behoeve van de NVWA, is vanaf 2020 ook de rest van de middelen die in het Regeerakkoord zijn gereserveerd voor de versterking van de capaciteit van de NVWA toegevoegd aan de LNV-begroting. Het gaat voor LNV om € 11,7 mln. (twee derde van het totaal beschikbare bedrag). De resterende middelen zijn toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van VWS. Deze extra middelen worden conform het Regeerakkoord ingezet voor de versterking van het toezicht door de NVWA op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De bijdrage aan de NVWA wordt verder toegelicht in de agentschapsparagraaf.

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

De bijdrage aan RVO.nl (€ 160,3 mln.) is onder andere bestemd voor de uitvoering van zijn taak als Europees betaalorgaan. Vanwege deze status kan RVO.nl Europese subsidies uitbetalen, zoals de basisbetaling, de betaling voor jonge landbouwers, de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken en de uitvoering van het Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). In het kader van het Gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid behandelt RVO.nl aanvragen voor invoercertificaten en tariefcontingenten. Voorts worden taken uitgevoerd betreffende de identificatie en registratie van dieren en het mestbeleid. Daarnaast verleent RVO.nl vergunningen voor agrarische ondernemers en voor bezit en handel in beschermde plant- en diersoorten. Verder wordt het landbouwradennetwerk vanuit deze post gefinancierd.

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2021–2027 zal in 2020 verder vorm krijgen. Voor de implementatie daarvan is voor de jaren 2019 tot en met 2023 in totaal € 63 mln. beschikbaar. Dit is nodig om een nieuw systeem te bouwen dat voldoet aan de veranderende eisen aan de uitvoering en om de administratieve lasten bij de subsidieontvangers te reduceren. De middelen hiervoor zullen worden overgeheveld van artikel 51 naar (met name) bijdragen aan agentschappen op het moment dat er meer duidelijkheid is over de uit te voeren implementatiewerkzaamheden.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)

De ministeries van LNV, IenW, SZW en VWS geven opdracht aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) voor het geven van beleidsadviezen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur. Hiervoor is in 2020 € 1,2 mln. op de LNV-begroting gereserveerd.

Centrale Commissie Dierproeven (CCD)

De CCD verstrekt vergunningen voor het mogen verrichten van dierproeven. De CCD zal het vergunningsstelsel verder inrichten en verbeteren om het effectiever en efficiënter te maken. Voor de bijdrage aan CCD is in 2020 € 0,8 mln. gereserveerd.

Wageningen Research

Een goed functionerend kennissysteem draagt bij aan de economische positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens en levert een belangrijke bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken in het agro- en natuurdomein.

De bijdrage aan Wageningen Research (€ 92,6 mln. in 2020) is voor kennisbasisonderzoek en wettelijke onderzoekstaken. Voor het meerjarig kennisbasisonderzoek vormt het strategisch plan Wageningen UR 2019–2022 de basis. De wettelijke onderzoekstaken vloeien voort uit (inter)nationale wetten, verordeningen en verdragen. Deze taken richten zich op voedselveiligheid, besmettelijke dierziekten, economische informatievoorziening, visserij, genetische bronnen en natuur en milieu.

ZonMW (dierproeven)

Het budget is bestemd voor de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije innovaties en voor het stimuleren van de toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. In 2020 is € 0,4 mln. beschikbaar. De meerjarige bijdrage voor uitvoering van het programma «Meer kennis minder dieren» door ZonMW is in 2019 overgeheveld naar de begroting van VWS.

Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken

In 2014 zijn publieke taken van de Publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO’s) overgaan naar de centrale overheid. Het begrote bedrag (€ 1,4 mln.) is onder meer bestemd voor reorganisatie- en afvloeiingskosten van voormalig medebewindspersoneel bij de PBO’s.

Bijdragen aan (internationale) organisaties

Dit betreft de (jaarlijkse) contributies aan internationale organisaties, waarvan de grootste de contributie aan de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) betreft (€ 8,1 mln.). Daarnaast zijn er middelen gereserveerd in verband met te betalen contributies aan de diverse kleinere internationale organisaties.

Storting en onttrekking begrotingsreserves

Regeling apurement

De Europese Commissie kan financiële correcties opleggen. Op basis van de monitoring van het verloop van correctievoorstellen en -besluiten is de omvang van deze reserve op dit moment proportioneel in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Daarom is voor 2020 geen storting in de reserve voorzien. Zie ook de toelichtingen bij de begrotingsreserves.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Dit betreft de LNV-bijdrage aan de DGF-begroting voor bewaking en monitoring en voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen). Zie ook het begrotingshoofdstuk Diergezondheidsfonds.

Ontvangsten

Mestbeleid

De ontvangsten betreffen de boete-inkomsten voor de handhaving van het mestbeleid en de bijdrage van bedrijven die gebruik maken van de derogatie. De kosten in kader van de derogatie betreffen de kosten van het derogatiemeetnet binnen het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM) en sinds 2019 de kosten die verbonden zijn aan het verlenen van een vergunning voor derogatie. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 7,2 mln.

Duurzame Visserij

De ontvangsten hebben met name betrekking op de geïnde leges van afgegeven visserijvergunningen (zoals mosselpercelen). Daarnaast is een incidentele ontvangst geraamd voor ontvangsten van de Europese Commissie ten behoeve van uitgaven in het kader van het EFMZV. In 2020 is het bedrag van de geraamde ontvangsten in totaal € 10,0 mln.

Garanties

De ontvangsten betreffen inkomsten uit door agrariërs betaalde provisies voor door LNV afgegeven garantstellingen aan banken. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 1,8 mln.

Diergezondheid en dierenwelzijn

Deze geraamde ontvangsten (€ 6,1 mln.) hebben voor € 5,2 mln. betrekking op ontvangsten uit leges identificatie en registratie van dieren. Daarnaast hebben de ontvangsten betrekking op op overtreders verhaalde kosten en dwangsommen volgend uit handhaving van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren (Gwwd, € 0,9 mln.).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

De ontvangsten hebben betrekking op terugontvangen rente en aflossing van leningen aan Wageningen Research en op diverse ontvangsten samenhangend met de onderzoeksfinanciering, zoals budget vanuit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) ten behoeve van datacollectie vis. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 12,3 mln.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

De ontvangsten vanaf 2019 betreffen voornamelijk ontvangsten van vervallen waarborgsommen. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 5,9 mln.

Onttrekking begrotingsreserves

Zie hieronder bij de toelichting op de begrotingsreserves.

Toelichting op de begrotingsreserves

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserves (bedragen x € 1 mln.)
 

Juridisch verplicht

Stand per 1/1/2019

Verwachte toevoegingen 2019

Verwachte onttrekkingen 2019

Verwachte stand per 1\1\2020

Verwachte toevoegingen 2020

Verwachte onttrekkingen 2020

Verwachte stand per 31/12/2020

Begrotingsreserve Landbouw

100%

25,4

 

0,6

24,8

 

0,6

24,2

Begrotingsreserve Visserij

39%

20,8

   

20,8

   

20,8

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

100%

16,7

3,6

0,2

20,1

3,6

 

23,7

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit/Vermogensversterkende kredieten1

0%

0,0

50,0

 

50,0

25,0

 

75,0

Begrotingsreserve Apurement

15%

92,3

 

11,3

81,0

 

3,1

77,9

Totaal begrotingsreserves

 

155,2

53,6

12,1

196,7

28,6

3,7

221,6

X Noot
1

Er zal voor de module Vermogen versterkend krediet van de Borgstellingsfaciliteit in 2019 een aparte reserve worden ingesteld.

Landbouw

De begrotingsreserve Landbouw is bestemd voor uitgaven op het gebied van landbouwbeleid. Het grootste deel van de middelen is bestemd voor het flankerend beleid pelsdierhouderij (€ 22 mln.). Het restant is bestemd voor verplichtingen die zijn aangegaan voor de VAMIL-compensatieregeling en projecten die bijdragen aan een duurzame cacaoconsumptie en -productie. De middelen voor de bijdragen aan duurzame cacaoconsumptie en -productie zijn ontvangen van de Vereffeningsorganisatie PBO's en zijn afkomstig van het cacaobufferstockfonds dat beheerd werd door het voormalig Productschap Akkerbouw. Het bedrag in deze reserve is 100% juridisch verplicht.

Visserij

De begrotingsreserve Visserij is bestemd voor uitgaven op de regelingen van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV 2014–2020). Daarmee wordt zeker gesteld dat de nationale bijdrage, die is vastgesteld in het door de Europese Commissie goedgekeurde Operationeel Programma EFMZV, beschikbaar blijft bij vertragingen in de uitgaven.

Borgstellingsfaciliteit

De begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit is bedoeld om de verliesdeclaraties te betalen die voortvloeien uit garantstellingen aan banken waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw en visserij worden gefaciliteerd. De begrotingsreserve fluctueert door het economische tij. In goede tijden wordt gespaard om verliesdeclaraties in slechte tijden, zoals in de jaren 2009–2015, te kunnen uitbetalen.

Borgstellingsfaciliteit/Vermogensversterkende kredieten

Als uitwerking van het in het Regeerakkoord opgenomen bedrijfsovernamefonds van € 75 mln. voor jonge boeren en innovatie wordt € 64 mln. gebruikt om een nieuwe garantieregeling Vermogensversterkende kredieten mogelijk te maken (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 70). Het gaat om achtergestelde leningen voor starters en overnemers om aansluitend aan de bedrijfsovername te kunnen investeren in toekomstgerichte en continuïteitversterkende verduurzaming van het bedrijf. De regeling wordt op 1 januari 2020 van kracht. De resterende € 11 mln. is beschikbaar voor het opzetten van een opleidings- en coachingstraject.

Apurement

De begrotingsreserve Apurement heeft betrekking op correcties van de Europese Commissie (EC) vanwege een niet EU-conforme uitvoering van EU-subsidieregelingen. LNV monitort het verloop van correctievoorstellen en -besluiten en bepaalt of de omvang van deze reserve proportioneel is in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Pas op het moment van de ontvangen uitspraak van de EC is er sprake van een juridische verplichting. Op grond van de tot nu toe ontvangen definitieve besluiten is 15% van de reserve juridisch verplicht.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota.

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Fiscale regelingen 2018–2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)
 

2018

2019

2020

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

1.337

1.364

1.336

OVB Vrijstelling cultuurgrond1

123

128

133

EB Verlaagd tarief glastuinbouw2

116

136

160

ASB Vrijstelling brede weersverzekeringen3

6

X Noot
1

OVB = Overdrachtsbelasting

X Noot
2

EB = Energiebelasting

X Noot
3

ASB = Assurantiebelasting

Artikel 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

Algemene doelstelling

LNV streeft naar een sterke en veerkrachtige natuur en draagt via gebiedsgericht werken bij aan het versterken van de brede welvaart.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor het beschermen, versterken en duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit in nationaal, EU- en mondiaal verband. Het Rijk werkt hieraan, in lijn met de Rijksnatuurvisie Natuurlijk verder (2014), in verschillende rollen op uiteenlopende werkterreinen. Voor natuur op land is binnen de overheid de samenwerking met de provincies cruciaal: binnen de kaders van de Wet natuurbescherming en het Natuurpact (2013) zijn de provincies verantwoordelijk voor het realiseren van natuurdoelen. De Minister van LNV is verantwoordelijk voor de kaders van het beschermen, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Voor de natuurkwaliteit van de Rijkswateren en voor de internationale samenwerking op natuurgebied treedt de Minister als eerstverantwoordelijke op. De Minister is medeverantwoordelijk voor het stimuleren en versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het beschermen, versterken en duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit.

De Minister is medeverantwoordelijk voor gebiedsgericht werken, waarbij de LNV-opgaven in onderlinge samenhang met andere maatschappelijke en regionale opgaven optimaal worden opgepakt.

Daarnaast voert de Minister van LNV de regie over de aanpak van regionale knelpunten en de inzet van de Regio Envelop, in overleg met de Minister van BZK. Dit betreft niet alleen de inzet van de in het Regeerakkoord genoemde € 950 mln. uit de Regio Envelop en het afsluiten van de Regio Deals, maar ook het vervullen van een voortrekkersrol om samen met betreffende regio’s uitdagingen aan te pakken waar de regio voor staat.

Stimuleren en faciliteren

  • Helpen realiseren van innovatieve combinaties tussen natuur en maatschappelijke en economische activiteiten.

  • Bevorderen van behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in het agrarisch gebied en agroketens.

  • Ondersteunen van de positieversterking Nationale Parken.

  • Versterken van internationale aandacht voor regulering van handel in bedreigde soorten en tegengaan van illegale handel.

  • Ontwikkeling en toepassing van natuurlijk-kapitaal-rekening in zowel publiek domein als bedrijfsleven en bevorderen dat bedrijven, financiële instellingen en de overheid transparant zijn over hun impact op en afhankelijkheid van natuurlijk kapitaal.

  • Stimuleren van de inzet van de Nederlandse bos-, natuur- en houtsector in het energie- en klimaatbeleid en het bevorderen van de duurzame bijdrage van bos en natuur aan de groene grondstoffenvoorziening.

  • Maatschappelijke initiatieven in lijn met de LNV-visie en de natuurvisie van het Rijk.

  • Stimuleren en faciliteren van gebiedsgericht werken, waarbij de LNV-opgaven, in onderlinge samenhang met andere maatschappelijke en regionale opgaven door interbestuurlijke samenwerking en het benutten van de maatschappelijk kracht in het gebied, optimaal worden opgepakt.

Regisseren

  • Samen met andere overheden en bedrijfsleven inzetten op nieuwe ambitieuze afspraken over het versterken van biodiversiteit, gericht op de top eind 2020 van het mondiale biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity, CBD),

  • Verankering hiervan in een nieuwe Europese Biodiversiteitsstrategie en de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (Sustainable Development Goals) op het terrein van natuur en biodiversiteit.

  • Dit zó organiseren, dat publieke en private sectoren hun rol en verantwoordelijkheid kunnen nemen in de keten voor behoud en versterking van natuur en biodiversiteit.

  • Inzet in EU-verband om te komen tot nieuwe ambitieuze afspraken voor de periode 2020–2030; een «new deal for nature».

  • Het sluiten van Regio Deals met als doel om de brede welvaart in de regio’s in Nederland te versterken.

Uitvoeren

  • Met provincies nakomen van afspraken die gemaakt zijn in het Natuurpact en samen met provincies en IenW/RWS monitoren van de toestand van de natuur en biodiversiteit en benutting van natuur op land en in het water.

  • Onderhouden en handhaven Wet natuurbescherming en Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming Caribisch Nederland.

  • Voorbereiding en uitvoering van internationale en in EU-verband gemaakte afspraken over de internationale handel in bedreigde dieren en planten.

  • Voorbereiding en uitvoering van internationale afspraken met betrekking tot de bescherming van Antarctica, in het kader van de ATCM en de CCAMLR, met specifieke inzet op de realisatie van mariene beschermde gebieden.

  • Implementatie van het Europese exotenbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor het beheer van invasieve exoten.

  • Het doen uitvoeren – onder andere door de diensten (RVO.nl, NVWA) – van de in de Wet natuurbescherming vastgelegde rijkstaken.

  • Het doen uitvoeren van regelingen en programma’s, zoals het Programma naar een Rijke Waddenzee, de natuuronderdelen van de Mariene Strategie en het beheer van Kroondomeinen.

  • Versterken van natuurkwaliteit in de Grote Wateren.

  • Uitvoeren van de bossenstrategie, samen met provincies.

  • Staatsbosbeheer, in samenhang met zijn maatschappelijke omgeving, in staat stellen uitvoering te geven aan zijn kerntaken en overige opgedragen taken, zoals bedoeld in de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer en het Convenant LNV/Staatsbosbeheer (2014).

  • Uitvoeren van de samenwerkingsagenda met Staatsbosbeheer, onder andere gericht op experimenten met natuurinclusieve landbouw, het uitvoeringsbureau Nationale Parken en het bieden van werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Beleidsinformatie

Indicator artikel 12
 

1995

2005

2015

2017

2018

Percentage «niet bedreigde soorten»

61,4%

61,2%

61,8%

60,8%

60,8%

Deze indicator geeft het percentage soorten dat niet op de rode lijst van bedreigde soorten staat. Bij een waarde van 100% zijn er geen zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vlinders, libellen of vaatplanten meer bedreigd.

Sinds 1995 is het aandeel van de niet-bedreigde soorten in Nederland licht gedaald.

Fauna in natuurgebieden op land (index: trend 1990 = 100)

Fauna in natuurgebieden op land (index: trend 1990 = 100)

Fauna in agrarisch gebied (index: trend 1990 = 100)

Fauna in agrarisch gebied (index: trend 1990 = 100)

De figuren geven de trend weer van de ontwikkelingen van soorten in respectievelijk natuurgebieden op land en in het agrarisch gebied.

De diersoorten in natuurgebieden op land zijn sinds 1990 afgenomen. De laatste tien jaar is de trend stabiel.

Veel diersoorten van het agrarisch leefgebied nemen af. Vooral broedvogels en dagvlinders gaan achteruit, terwijl de meeste soorten zoogdieren zich staande houden of toenemen.

Beleidsrelevante natuurindicatoren

De Beleidsrelevante Natuur Indicatoren worden jaarlijks gerapporteerd door provincies en het Rijk in de Voortgangsrapportage Natuur (Kamerstuk 33 576, nr. 140). De meest recente versie is te vinden op de website van Compendium voor de Leefomgeving. Deze indicatoren geven een landelijk beeld van de algemene biodiversiteit, maar laten ook zien hoe het gaat met de opgaven voor de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Ook wordt de mate van verdrogen, vermesten en versnipperen in beeld gebracht. Het betreft natuur op land en in zoet water.

Beleidswijzigingen

CO2-reductie veenweidegebieden

In het Klimaatakkoord voor Landbouw en Landgebruik is een CO2-reductie van 6,0 Megaton per jaar beoogd. Een belangrijke bijdrage aan deze reductie (1 Mton CO2-eq per jaar in 2030) zal worden gerealiseerd door het aanpakken van de problematiek in veenweidegebieden.

De doelstellingen in het veenweidengebied worden gerealiseerd op basis van integrale planvorming en bijbehorend gebiedsproces dat gericht is op de opstelling van een door alle partijen gedragen programma per veenweidegebied (regionale veenweidestrategie). De middelen hiervoor zullen, na goedkeuring van de bestedingsplannen, aan de LNV-begroting worden toegevoegd.

Klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer

Een andere bijdrage aan de CO2-reductie voor Landbouw en Landgebruik wordt gerealiseerd door partijen die werken aan een klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer. Partijen in dit domein zetten zich gezamenlijk in voor maatregelen die in 2030 tot een klimaatwinst van ten minste 0,4 Mton CO2/jaar moeten leiden en streven naar 0,8 Mton/jaar in 2030 door het voorkomen van ontbossing, het vergroten van de vastlegging van koolstof en de uitbreiding van bos en landschap. Het Rijk financiert in het bijzonder het opzetten van compensatiepools bij ontbossing, klimaatgerichte inrichting van rijksgronden (waaronder infranetwerken), herstel van landschapselementen, boslandbouw en bosaanleg door boeren en voortzetting van het in 2018 gestarte programma voor praktijkgericht onderzoek voor klimaatslim beheer van bos, bomen en natuur.

Het Rijk en provincies stellen in 2019 een Bossenstrategie op om een zorgvuldige afweging te maken tussen de verschillende doelen op het gebied van klimaat, natuur, recreatie en duurzaam gebruik van grondstoffen. De afspraken daaruit zullen nadere richting geven aan de geplande uitvoering van klimaatmaatregelen voor bomen, bos en natuur in 2020.

Naar een vitaal platteland

In het Interbestuurlijk Programma (Kamerstuk 29 362, nr. 266) is de opgave «Naar een vitaal platteland» opgenomen die gaat over de integrale aanpak van de veranderingsopgaven in het landelijk gebied met als doel een toekomstbestendig landelijk gebied te realiseren. In 2019 zijn hierover samenwerkingsafspraken gemaakt, waarbij is afgesproken om in 15 kansrijke gebieden aan de slag te gaan. Voor de integrale aanpak van de veranderingsopgaven is in 2020 € 40 mln. gereserveerd vanuit de regeerakkoordenvelop Natuur en waterkwaliteit, welke na goedkeuring van de bestedingsplannen naar de LNV-begroting overgeheveld zullen worden.

Nationale Parken

Met de motie Jacobi-Van Veldhoven (Kamerstuk 34 000-XII, nr. 76) uit 2014 is een kwaliteitssprong voor Nationale Parken ingezet waaraan LNV verder wil werken. Deze ambitie ziet op het verhogen van de kwaliteiten van de Nationale Parken, het versterken van de betrokkenheid van de samenleving bij de natuur en het realiseren van een betere marktpositie van de Nationale Parken. Voor het extra ondersteunen van Nationale Parken richting de ambitie, stelt LNV eenmalig € 6 mln. voor de periode 2020–2022 beschikbaar. (Kamerstuk 33 576, nr. 165).

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

99.844

110.163

118.749

118.941

119.319

116.619

116.619

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Waarvan overige verplichtingen

99.844

110.163

118.749

118.941

119.319

116.619

116.619

               

UITGAVEN

110.843

123.008

132.901

125.502

126.304

123.793

123.793

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

84%

       
               

Subsidies

2.952

2.566

2.566

2.566

2.566

2.566

2.566

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

1.070

1.061

1.061

1.061

1.061

1.061

1.061

Natuur en Biodiversiteit op land

1.092

702

702

702

702

702

702

Beheer Kroondomein

790

803

803

803

803

803

803

               

Leningen

26.259

26.345

26.345

26.345

26.345

26.345

26.345

Leningen rente en aflossing

26.259

26.345

26.345

26.345

26.345

26.345

26.345

               

Opdrachten

25.091

35.017

45.678

39.061

39.863

37.652

37.652

Natuur en Biodiversiteit Grote wateren

6.028

10.752

11.265

10.588

10.675

10.675

10.675

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

4.678

3.811

8.510

9.979

10.662

8.851

8.851

Overige stelsel activiteiten

1.480

3.167

4.095

4.325

4.374

4.374

4.374

Internationale Samenwerking

4.118

3.335

3.415

3.715

3.715

3.715

3.715

Natuur en Biodiversiteit op land

8.337

10.966

11.253

3.573

3.573

3.573

3.573

Caribisch Nederland

402

2.169

623

564

464

464

464

Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit

48

200

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Regio Deals

0

617

517

317

400

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

28.018

29.834

29.397

28.863

28.863

28.563

28.563

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

6.955

9.817

9.818

9.818

9.818

9.818

9.818

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

21.063

20.017

19.579

19.045

19.045

18.745

18.745

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

26.967

27.277

27.276

27.028

27.028

27.028

27.028

Staatsbosbeheer

26.967

27.277

27.276

27.028

27.028

27.028

27.028

               

Bijdragen aan medeoverheden

381

200

0

0

0

0

0

Caribisch Nederland

381

200

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.175

1.769

1.639

1.639

1.639

1.639

1.639

Internationale Samenwerking

1.175

1.769

1.639

1.639

1.639

1.639

1.639

               

ONTVANGSTEN

55.777

45.925

39.656

43.956

34.158

24.172

23.764

Landinrichtingsrente

38.243

34.940

31.418

29.478

23.035

21.853

21.545

Verkoop gronden

15.000

5.000

3.933

12.159

8.804

0

0

Overige

2.534

5.985

4.305

2.319

2.319

2.319

2.219

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 8 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

Budgetflexibiliteit

Het budget in 2020 is voor circa € 111 mln. (84%) juridisch verplicht. Dat komt met name door de verplichtingen die rusten op de onderdelen rente en aflossingen, bijdragen aan agentschappen, de bijdragen aan Staatsbosbeheer en aan internationale organisaties (HGIS).

Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteit

De Nationale Parken vertegenwoordigen een maatschappelijke waarde. Om deze waarde goed te benutten is er in 2020 € 1 mln. beschikbaar voor activiteiten op het gebied van communicatie, educatie, samenwerking en promotie van Nationale Parken.

Natuur en biodiversiteit op land

Het Rijk heeft met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies een beperkte rol bij natuur en biodiversiteit op land. Het budget (€ 0,7 mln.) wordt met name ingezet voor subsidieregelingen waarvoor geen nieuwe subsidies meer worden verstrekt, maar waarvoor nog wel (langlopende) betalingen plaatsvinden. Het gaat om de Stimuleringsregeling bosuitbreiding op landbouwgronden en de Tijdelijke regeling Particulier Natuurbeheer.

Beheer Kroondomein

Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomeinen bij Het Loo en het eigenlijke Kroondomein. Bij de Staatsdomeinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. De Kroondrager is economisch eigenaar van het eigenlijke Kroondomein en heeft hierop het vruchtgebruik en gebruikersrechten alsmede de lasten. Het juridisch eigendom berust bij de Staat. Het Rijk verstrekt jaarlijks een subsidie van € 0,8 mln. aan de Kroondrager, als privaatrechtelijk vruchtgebruiker van het eigenlijke Kroondomein, voor beheers- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein Het Loo.

Leningen

Rente en aflossingen voor bestaande leningen

Voor de realisatie (verwerving en doorlevering van gronden) van het Natuurnetwerk Nederland zijn in het verleden leningen verstrekt met tussenkomst van het Groenfonds. Door de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies worden geen nieuwe leningen meer aangegaan. LNV betaalt de rente en aflossing van de leningen die het hiervoor heeft uitstaan aan het Groenfonds. Hiervoor is in 2020 € 26,3 mln. beschikbaar.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit Grote Wateren

Het Rijk is verantwoordelijk voor het beschermen en versterken van natuur en biodiversiteit in de Grote Wateren (het Waddengebied, de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Noordzee, het kustgebied en het rivierengebied). LNV zorgt ervoor dat het natuurbelang goed is geborgd bij het gebruik, beheer en onderhoud van Grote Wateren en bij de uitvoering van projecten. In 2020 is hiervoor € 11,3 mln. beschikbaar. Dit budget betreft de volgende activiteiten:

  • Waddenzee: LNV is onder meer verantwoordelijk voor de trilaterale samenwerking tussen Denemarken, Duitsland en Nederland voor de Waddenzee en is tevens de siteholder (voor Nederland) van dit internationale UNESCO Werelderfgoed-gebied. De Nederlandse delegatie bestaat uit vertegenwoordigers van LNV en IenW, de Waddenprovincies en -gemeenten. Het hiermee samenhangende opdrachtenbudget bedraagt in 2020 € 1,4 mln.

  • Noordzee met een gezond natuurlijk systeem en duurzaam en verantwoord gebruik:

    De Noordzee wordt intensief gebruikt en kent tegelijkertijd een kwetsbaar ecosysteem. In 2020 is € 2,9 mln. beschikbaar voor opdrachten gericht op het bevorderen van het duurzame gebruik van de Noordzee. Het gaat hierbij onder meer om behoud en vergroten van de mariene biodiversiteit en activiteiten in relatie tot de klimaatdoelen, bijvoorbeeld via windenergie op zee of door de implementatie van de EU-Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM).

  • Mariene strategie: het totale geraamde opdrachtenbudget voor Mariene Strategie bedraagt circa € 1,0 mln. Hiermee draagt LNV samen met IenW bij aan het Informatiehuis Marien, bedoeld om alle mariene informatie en onderzoeksgegevens over de Noordzee op één plek toegankelijk te maken voor belangstellenden, overheden en professionals. Daarnaast draagt LNV bij aan de coördinerende rol in de uitvoering van het KRM-monitoringsprogramma dat het Informatiehuis Marien uitvoert.

  • Natuur Grote Wateren: om de natuur een bestendige plaats te geven te midden van ons intensieve gebruik, wordt geïnvesteerd in de veerkracht van het natuurlijk systeem. LNV werkt gebiedsgericht samen met andere overheden, natuurorganisaties en bedrijven om deze veerkracht en Natura 2000-doelen in de Grote Wateren te realiseren. LNV draagt bijvoorbeeld bij aan de ontwikkeling van het Eems-Dollard gebied en de herintroductie van schelpdieren. Ook werken de ministeries van IenW en LNV gezamenlijk aan het verbeteren van de hoogwaterveiligheid en aan de ontwikkeling van natuur in riviergebieden. In het EU-programma LIFE-IP natuur pakt LNV samen met maatschappelijke partijen en andere overheden lastige vraagstukken op rond de relatie vis & natuur, energie & natuur, landbouw & natuur en waterveiligheid & natuur. Het hiermee samenhangende opdrachtenbudget in 2020 bedraagt € 6,0 mln.

Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteit

Ten behoeve van het benutten van de maatschappelijke waarde van de natuur en biodiversiteit worden diverse activiteiten uitgevoerd. In totaal is hiervoor in 2020 € 8,5 mln. beschikbaar. Dit budget wordt voor de volgende activiteiten aangewend:

  • Natuurlijk kapitaal (€ 1,7 mln.): het Ministerie van LNV werkt samen met VNO-NCW, IUCN Nederland, de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants en MVO Nederland aan het versnellen en opschalen van de implementatie van bruikbare methoden en tools om natuurlijk kapitaal mee te wegen in besluiten. De middelen zijn gericht op het ondersteunen en stimuleren van private partners en op het op orde krijgen van de overheidsinformatie op het gebied van impacts en afhankelijkheden van natuurlijk kapitaal. Het gaat bij dit laatste om het opstellen van Natuurlijke Kapitaal Rekeningen voor Nederland door het CBS en het versterken van het natuurelement in het instrument Maatschappelijke Kosten Baten Analyse.

  • Natuurcombinaties (€ 1,8 mln.): onder de noemer natuurcombinaties werkt LNV aan het betrekken van het natuurbelang bij de activiteiten in andere sectoren. Het beschikbare budget wordt ingezet voor ondersteuning van kansrijke maatschappelijke initiatieven, opbouw van kennis door ondersteuning van onderzoeken en pilots, verspreiding van kennis, netwerkvorming waardoor initiatiefnemers en koplopers van elkaar kunnen leren en het sluiten van Green Deals. Daarbij richt de inzet zich met name op natuurinclusieve landbouw.

  • Nationale Parken (€ 2,3 mln.): het Ministerie van LNV ondersteunt de ingezette beweging naar Nationale Parken nieuwe stijl en stelt hiervoor in 2020 € 2 mln. beschikbaar ten behoeve van gebiedsprocessen (Kamerstuk 33 576, nr. 165). Het restant van € 0,3 mln. wordt ingezet voor een internationale marketingcampagne van de Nationale Parken.

  • Stikstofaanpak (€ 1,2 mln.): er wordt samen met medeoverheden en maatschappelijke partners een aanpak ontwikkeld met als doel om stikstofdepositie terug te dringen, ter vervanging van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daarbij wordt beoogd de Natura 2000-doelen versneld te realiseren, terwijl ook economische en ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Naast de ontwikkeling van de aanpak worden de middelen ingezet voor het meten van de stikstofdepositie en ammoniakconcentraties en het beheer van het rekeninstrument AERIUS.

  • Overige activiteiten, zoals de natuurvisie (€ 1,3 mln.) en onderzoeken door het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb, € 0,3 mln.)

Overige stelsel activiteiten

Het budget (€ 4,1 mln.) wordt met name ingezet voor (internationaal) verplichte monitoring van natuurinformatie. Het verzamelen van gegevens over planten, dieren en habitats (monitoring) is nodig om de internationale natuurdoelen te kunnen volgen en voor het opstellen van de internationale rapportages op het gebied van natuur en biodiversiteit (waaronder de EU-richtlijnen, CBD, Verdrag van Bern, Verdrag van Bonn, Waddenverdrag). De gegevens worden vooral via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) verzameld. Verder verstrekt LNV een bijdrage aan BIJ12 voor het beheer van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en aan het CBS voor de statistische bewerking van natuurgegevens en publicaties daarover in het Compendium voor de Leefomgeving.

Internationale samenwerking

In totaal is in 2020 € 3,4 mln. beschikbaar voor opdrachten op het gebied van internationale samenwerking. Dit budget wordt onder meer ingezet voor de uitvoering van acties die zijn overeengekomen in internationale verdragen en afspraken over biodiversiteit (€ 1,4 mln.). In 2020 worden nieuwe, wereldwijde afspraken gemaakt over het verbeteren van biodiversiteit, in het kader van het VN-Biodiversiteitsverdrag (CBD). Een van de bouwstenen daarvan is het rapport van het Intergouvernementele Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES) dat in 2019 verscheen.

Verder wordt een bijdrage van € 1,0 mln. verstrekt voor de implementatie van de aan biodiversiteit gerelateerde onderdelen van de VN-agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de daaraan gekoppelde doelstellingen (Sustainable Development Goals). Zo wordt er internationaal aandacht besteed aan de synergie tussen natuur, voedselproductie en integraal landgebruik. Ook wordt gewerkt aan het beperken van de ecologische voetafdruk van Nederland door het tegengaan van ontbossing, het bevorderen van duurzaam bosbeheer en het verduurzamen van de productie van en de handel in de belangrijkste handelsketens die in relatie tot ontbossing en duurzaam bosbeheer van grote invloed zijn. Het verduurzamen van deze handelsketens wordt samen met het bedrijfsleven en NGO’s opgepakt.

In Nederland worden uitgaven gedaan voor de regeling In Beslag genomen Goederen (IBG) in het kader van de opslag en opvang van in beslag genomen goederen bij overtreding van de regels voor handel in bedreigde dier- en plantensoorten (€ 1,0 mln.).

Natuur en biodiversiteit op land

Natuur en biodiversiteit staan onder druk. Daarom is een intensivering van de inzet op het versterken van natuur en biodiversiteit noodzakelijk. In totaal is voor opdrachten op het gebied van natuur en biodiversiteit op land in 2020 € 11,3 mln. beschikbaar. Dit is inclusief de gereserveerde middelen voor het Project Mainport Rotterdam voor de ontwikkeling van 750 hectare natuur- en recreatiegebied (€ 8,1 mln.). In 2020 gaat LNV, mede op verzoek van de Tweede Kamer, samen met provincies werk maken van nieuwe acties om de natuur en biodiversiteit in Nederland verder te versterken. LNV doet dit op basis van onder andere de LNV-visie «Waardevol en verbonden» (2018), het Deltaplan Biodiversiteitsherstel (2018), het rapport van het IPBES (2019) en de in 2020 te verschijnen Natuurverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Natuur en biodiversiteit op land; Caribisch Nederland

Caribisch Nederland is een internationale «biodiversity hotspot». Natuur en biodiversiteit staan ook hier onder druk. Het rapport «De staat van instandhouding van de natuur, Caribisch Nederland 2017» (2018) beoordeelt de gezondheid van de eilandelijke ecosystemen als matig tot negatief. Bijzondere aandacht wordt hierbij gegeven aan de achteruitgang van de koraalriffen.

LNV is op grond van de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES verantwoordelijk voor het (eenmaal per vijf jaar) voorbereiden en vaststellen van een natuurbeleidsplan voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin mede uitvoering wordt gegeven aan internationale verplichtingen. Het hierboven genoemde rapport is een belangrijke bouwsteen voor het opstellen van het natuurbeleidsplan 2020–2024, dat op zijn beurt – zonder tussenkomst en ondersteuning van provinciaal natuurbeleid – kaders en uitvoeringsdoelstellingen voorschrijft aan de openbare lichamen. Het plan heeft een integraal karakter en bevat op verzoek van de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 576, nr. 47) een koraalherstelplan. Het plan wordt mede opgesteld door de ministeries van BZK en IenW, in nauwe samenwerking met het Openbaar lichaam van de eilanden. Hiervoor wordt in 2020 € 0,6 mln. gereserveerd.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De NVWA levert een bijdrage aan duurzame instandhouding van de biodiversiteit, tegengaan van illegale handel en bezit van bedreigde dier- en plantensoorten en producten daarvan, tegengaan van illegale handel in hout(producten) en toezien op rechtmatig gebruik van natuursubsidies. Dit betreft handhaving op de Wet natuurbescherming, FLEGT en CITES-regelgeving. Hiervoor is in 2020 € 9,8 mln. beschikbaar.

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

De bijdrage aan RVO.nl is bedoeld voor de uitvoering van taken voor het versterken van de natuur en biodiversiteit, de uitvoering van de natuurwetgeving en de uitvoering van CITES. Hiervoor is in 2020 € 19,6 mln. beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Staatsbosbeheer

Ten behoeve van de organisatiekosten en voor aanvullende rijksopdrachten ontvangt Staatsbosbeheer een bijdrage van het Rijk. Hiervoor is in 2020 € 27,3 mln. gereserveerd, waarmee Staatsbosbeheer kosten financiert die samenhangen met bijvoorbeeld het Uitvoeringsbureau Nationale Parken, de Boomfeestdag en het beheer van rijksmonumenten.

Bijdragen aan (internationale) organisaties

Internationale Samenwerking

Nederland is partij bij een aantal internationale verdragen dat opgericht is met als doel dat de mondiale biodiversiteit en de relatie die dit met de Nederlandse biodiversiteit heeft, behouden wordt. Ondertekening en toetreding bij een verdrag leidt tot contributieverplichting aan de betreffende organisatie. Uit deze post worden onder meer de contributies betaald aan (inter)nationale organisaties zoals United Nations Environment Programme, Wetlands International, International Union for Conservation of Nature (IUCN) en CCAMLR. In totaal is er in 2020 € 1,6 mln. beschikbaar.

Ontvangsten

Landinrichtingsrente

Tot aan de start van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007 werd wettelijke landinrichting uitgevoerd op basis van de Landinrichtingswet. Op grond van deze wet schiet het Rijk de kosten van een landinrichting voor en worden de kosten daarna door de gezamenlijke eigenaren terugbetaald. Dit gebeurt door middel van de zogenaamde landinrichtingsrente waarbij wordt voorzien dat het Rijk in een aflopende reeks nog circa 25 jaar landinrichtingsrente zal ontvangen. De geraamde ontvangsten (€ 31,4 mln.) zijn gebaseerd op geprognosticeerde inkomsten per landinrichtingsproject.

Verkoop gronden

Als gevolg van de afronding van de werkzaamheden van Bureau Beheer Landbouwgronden als voorbereiding op de opheffing resteert een positief saldo. De middelen worden in de jaren 2020–2022 afgedragen aan LNV als opdrachtgevend departement (€ 3,9 mln. in 2020).

Overig

Onder overige ontvangsten vallen onder andere ontvangsten voor het Programma Natuuroffensief (NOF, € 1,5 mln.) en ontvangsten van RVO (€ 1,3 mln.).

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Vrijstelling bos- en natuurterreinen box 3

  • OVB (overdrachtsbelasting) Vrijstelling inrichting landelijk gebied

  • OVB Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden, is vervallen per 1 januari 2019

  • OVB Vrijstelling natuurgrond

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Fiscale regelingen 2018–2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)
 

2018

2019

2020

Bosbouwvrijstelling

1

1

1

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

7

11

10

Natuurschoonwet

36

37

37

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 50 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van LNV geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-generaal en stafdirecties). De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel onder SSO DICTU een raming voor de bijdragen aan agentschappen voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kerndepartement LNV.

Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

126.989

133.167

126.761

118.110

116.756

114.407

114.200

UITGAVEN

126.989

133.167

126.761

118.110

116.756

114.407

114.200

               

Personele uitgaven

69.108

95.106

90.907

89.797

89.098

86.949

86.628

– waarvan eigen personeel

60.152

87.030

82.785

81.751

81.265

79.618

79.352

– waarvan externe inhuur

2.426

2.881

2.881

2.881

2.881

2.881

2.881

– waarvan overige personele uitgaven

6.530

5.195

5.241

5.165

4.952

4.450

4.395

Materiële uitgaven

57.881

38.061

35.854

28.313

27.658

27.458

27.572

– waarvan ICT

4.444

4.380

3.126

3.162

3.199

3.237

3.237

– waarvan bijdrage aan SSO’s (exclusief DICTU)

14.825

10.375

10.418

10.612

10.096

10.096

10.096

– waarvan SSO DICTU

24.856

12.414

12.168

12.039

12.039

12.039

12.039

– waarvan overige materiële uitgaven

13.756

10.892

10.142

2.500

2.324

2.086

2.200

               

ONTVANGSTEN

5.550

2.786

2.786

2.793

2.786

3.431

3.431

Het totaal van de ICT uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaan uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de SSO DICTU.

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 42 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

Dit betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. Deze uitgaven zijn inclusief het LNV-deel van de uitgaven die worden gedaan voor de dienstonderdelen die samen worden gedeeld met het Ministerie van EZK (Kamerstuk 34 775-XIII, nr. 138). Deze gezamenlijke onderdelen (o.a. directie Bedrijfsvoering, directie Wetgeving en Juridische Zaken) zijn formeel opgehangen onder het Ministerie van EZK. De kosten van de gezamenlijke onderdelen worden volgens een verdeelsleutel aan de begrotingen van de ministeries van LNV en EZK toebedeeld. Overschrijdingen, meevallers, taakstellingen, etc. bij deze onderdelen worden door beide departementen gezamenlijk gedragen.

Materiële uitgaven

Dit betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Ook hier geldt dat de uitgaven inclusief het LNV-deel van de uitgaven van de gezamenlijke onderdelen van EZK en LNV zijn.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten van het kerndepartement bestaan onder andere uit ontvangsten voor detacheringen en ontvangsten voor doorbelaste kosten.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/-kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor LNV weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/-kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1. Apparaatsuitgaven Departement

126.989

133.167

126.761

118.110

116.756

114.407

114.200

Kerndepartement (beleid en staf)

126.989

133.167

126.761

118.110

116.756

114.407

114.200

               

2. Apparaatskosten Agentschappen

345.312

345.581

371.963

369.892

365.168

365.881

366.030

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

345.312

345.581

371.963

369.892

365.168

365.881

366.030

               

3. Apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

             

Staatsbosbeheer

 

90.269

         

Raad voor Plantenrassen

 

654

         

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden)

 

17.684

         

Wageningen Research

305.814

           

Centrale Commissie Dierproeven (CCD)

 

2.157

         

Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ)

 

5.952

         

Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB)

 

15.423

         

Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw)

 

29.679

         

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 42 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

In de tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de NVWA, ZBO’s en RWT’s vermeld. Deze apparaatskosten worden niet alleen door LNV gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de agentschapsparagraaf en Bijlage 1 «Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak» wordt dit nader toegelicht.

Apparaatsuitgaven per beleidsterrein/Directoraat-Generaal (bedragen x € 1.000)
 

2020

Totaal apparaat

126.761

DG Agro

22.774

DG Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

13.725

Kerndepartement overig en diensten

90.262

Dit betreft de personeelsuitgaven van het kerndepartement en diensten. Materiële kosten worden verantwoord op het onderdeel kerndepartement en diensten.

Artikel 51 Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen (Bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

0

59.239

209.052

108.784

19.040

15.183

11.646

UITGAVEN

0

59.239

209.052

108.784

19.040

15.183

11.646

               

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

0

0

2.500

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

Nog te verdelen

0

59.239

206.552

108.784

19.040

15.183

11.646

               

ONTVANGSTEN

0

0

0

0

0

0

0

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 43 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 51 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd op dit artikel geplaatst.

Het budget op het artikel Nog onverdeeld betreft hoofdzakelijk de nog te verdelen middelen die bij Voorjaarsnota aan de LNV-begroting zijn toegevoegd. Het gaat hier voornamelijk om de middelen voor de regionale opgaven (€ 168,1 mln. in 2020), implementatie van het GLB en het EFMZV (€ 25,8 mln. in 2020) en om de geraamde investeringen in de ICT voor de inrichting van LNV (€ 9,1 mln. in 2020). De gelden op dit artikel zullen bij Najaarsnota (voor 2019) en Voorjaarsnota (voor 2020 en verder) worden verdeeld naar de relevante onderdelen.

Regionale opgaven

De Minister van LNV coördineert in het kabinet de besluitvorming over de Regio Envelop (€ 950 mln. (Kamerstuk 34 775, nr. 54)) in overleg met de Minister van BZK. Om deze rol tot uitdrukking te brengen worden middelen uit de Regio Envelop vanaf de Aanvullende Post eerst overgeboekt naar artikel 51 op de LNV-begroting en vanaf hier uitgekeerd aan de regio dan wel overgeboekt naar de begroting van een ander departement. Dit artikel is dus tevens een verdeelartikel voor de middelen uit de Regio Envelop.

De regio is de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen, of het nu gaat om het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Als het Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken, kan meer gedaan worden voor de regio en wordt bijgedragen aan de brede welvaart in Nederland. Met de Regio Deals wil het kabinet in partnerschap met de regio’s meervoudige opgaven aanpakken die bijdragen aan de brede welvaart. Samen met publieke en private partners wordt gewerkt aan een integrale aanpak van ecologische, economische en sociale opgaven die in de regio spelen.

Toelichting proces Regio Deals

In het Regeerakkoord zijn zes opgaven benoemd. In 2018 zijn hiermee de eerste Regio Deals gesloten en zijn de eerste overboekingen gedaan vanuit het Ministerie van Financiën naar de LNV-begroting. In november 2018 maakte de Minister van LNV bekend dat het kabinet in de tweede tranche met 12 voorstellen aan de slag gaat om deze uit te werken tot Regio Deals (over tien van de twaalf Regio Deals is de Tweede Kamer in juli 2019 geïnformeerd). Deze tweede tranche heeft een totale omvang van € 215 mln. (Kamerstuk 29 697, nr. 56). De deals uit de tweede tranche worden naar verwachting medio 2019 ondertekend.

Inzet van de middelen uit de Regio Envelop (bedragen x € 1 mln.)
 

Gereserveerd

Reeds uitgekeerd

Nog uit te keren

Zes opgaven uit het Regeerakkoord

     

Eindhoven

130,0

81,5

48,5

Nucleaire problematiek

117,0

117,0

0,0

Zeeland

35,0

22,4

12,6

ESTEC

40,0

40,0

0,0

Rotterdam-Zuid

130,0

24,0

106,0

BES-eilanden

30,0

24,4

5,6

Totaal zes opgaven

482,0

309,3

172,71

Tweede tranche Regio Deals

215,0

0,0

215,0

Uitvoeringskosten Regio Portefeuille

13,4

13,4

0,0

       

Resterende middelen

239,6

0,0

239,6

       

Totaal Regio Envelop

950,0

322,7

627,3

X Noot
1

Deze bedragen zijn, op basis van goedgekeurde bestedingsplannen, reeds overgeboekt van de Aanvullende Post naar de begroting van LNV. LNV draagt zorg voor de overboeking naar het Gemeente- of Provinciefonds of, indien van toepassing, naar andere departementen.

Toelichting Regio Deals

Zes opgaven uit het Regeerakkoord

Het kabinet heeft bekendgemaakt in totaal € 482 mln. te reserveren voor de zes opgaven uit het Regeerakkoord: Brainport Eindhoven, Nucleaire problematiek, Zeeland, ESTEC, Rotterdam-Zuid en de BES-eilanden. Inmiddels is een deel van de middelen overgeboekt naar de regio’s en is gestart met de uitvoering van de Regio Deals Brainport Eindhoven, Rotterdam-Zuid en Zeeland. Voor de BES-eilanden is een pakket aan projecten samengesteld in het kader van de Regio Envelop. De middelen voor de nucleaire problematiek en ESTEC zijn overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van EZK.

Tweede tranche Regio Deals

In de tweede tranche werkt het kabinet samen met de regio’s aan twaalf Regio Deals: Noordoost Fryslân en Holwerd aan Zee, Natuurinclusieve landbouw, Zuid- en Oost- Drenthe, Twente, Achterhoek, Foodvalley, Parkstad Limburg, Midden- en West-Brabant Makes and Moves, Den Haag Zuidwest, Noordelijk Flevoland, bodemdaling Groene Hart en ZaanIJ. Met deze Regio Deals zet het kabinet in op het versterken van de brede welvaart in Nederland door de verschillende opgaven die in de regio’s spelen gezamenlijk aan te pakken. Over tien van de twaalf Regio Deals is de Tweede Kamer in juli 2019 geïnformeerd. Naar verwachting worden de eerste Regio Deals uit de tweede tranche medio 2019 ondertekend en komt het eerste deel van de middelen ter beschikking van de regio.

Derde tranche Regio Deals

Naar verwachting wordt in het najaar van 2019 de aanmelding voor de derde tranche Regio Deals geopend. De geselecteerde voorstellen zullen vervolgens medio 2020 tot een nieuwe reeks deals leiden.

5. BEGROTING AGENTSCHAPPEN

Aansluiting raming begroting agentschap met financiering door moederdepartement LNV

Begroting agentschap 2020 (bedragen x € 1.000)
 

Bijdrage moederdepartement (LNV)

Bijdrage overige departementen

Bijdrage derden

Overige baten

Totale baten

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

187.900

96.505

103.113

0

387.518

Totaal

187.900

96.505

103.113

0

387.518

Bijdragen aan agentschappen per begrotingsartikel LNV (bedragen x € 1.000)

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

2020

Art. 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

194.732

Art. 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

9.818

Af: BTW-compensatie

– 8.778

Totaal geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen

195.772

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Begroting agentschap 2020 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

349.469

365.932

387.518

383.131

375.318

373.912

373.912

– Omzet moederdepartement

159.290

171.728

187.900

182.814

176.382

174.976

174.976

– Omzet overige departementen

88.817

90.786

96.505

97.204

95.823

95.823

95.823

– Omzet derden

101.362

103.418

103.113

103.113

103.113

103.113

103.113

Rentebaten

             

Vrijval voorzieningen

442

           

Bijzondere baten

2.607

           

Totaal baten

352.518

365.932

387.518

383.131

375.318

373.912

373.912

               

Lasten

             

Apparaatskosten

345.312

345.581

371.963

369.892

365.168

365.881

366.030

– Personele kosten

222.927

205.270

229.689

227.253

227.923

228.808

228.808

– Waarvan eigen personeel

190.283

171.390

204.712

202.565

203.463

204.349

204.349

– Waarvan externe inhuur

24.708

20.581

13.802

13.631

13.353

13.303

13.303

– Waarvan overige personele kosten

7.936

13.299

11.175

11.057

11.107

11.156

11.156

– Materiële kosten

122.385

140.311

141.874

142.639

137.246

137.073

137.222

– Waarvan apparaat ICT

   

300

200

200

200

200

– Waarvan bijdrage aan SSO’s

44.458

47.166

48.066

48.066

48.066

48.066

48.066

– Waarvan overige materiële kosten

77.927

93.145

93.508

94.373

88.980

88.807

88.956

Rentelasten

67

98

98

77

85

88

88

Afschrijvingskosten

13.524

19.753

15.357

12.662

9.564

7.443

7.294

– Materieel

5.533

5.489

3.175

2.975

2.568

2.273

2.132

– Waarvan apparaat ICT

   

194

237

244

238

213

– Immaterieel

7.991

14.264

12.182

9.686

6.996

5.170

5.163

Overige kosten

290

500

500

500

500

500

500

– Dotaties voorzieningen

290

500

500

500

500

500

500

– Bijzondere lasten

             

Totaal lasten

359.193

365.932

387.518

383.131

375.318

373.912

373.912

               

Saldo van baten en lasten

– 6.675

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, dierenwelzijn en natuur. De NVWA streeft naar effectief toezicht binnen de gegeven financiële kaders, met adequate beheersing van budgettaire en bedrijfsmatige risico’s waarbij gestreefd wordt naar een meerjarige stabiele formatieve omvang. De post omzet moederdepartement (€ 187,9 mln.) is gerelateerd aan de opbrengsten voortvloeiend uit het opdrachtenpakket dat met het moederdepartement is afgesproken. Hierbij is rekening gehouden met een inzet extra regeerakkoordmiddelen van € 3,7 mln. (1e tranche, twee derde deel) en € 11,7 mln. (2e tranche, twee derde deel), bijdrage incidentele kosten Brexit (€ 1,9 mln.), bijdrage ten behoeve van de kosten voor de Cloud-werkplek (€ 3,1 mln.) en de implementatie van de Official Controls Regulation (OCR) accreditatie nationale referentie laboratoria (€ 1,7 mln.). In de omzet is rekening gehouden met een te verwachten loon- en prijsbijstelling van 2,5% (€ 4,2 mln.).

In de onderstaande tabel is de verwachte omzet moederdepartement per product opgenomen. Onder de post «Overig» zijn opbrengsten geraamd die niet op basis van een uurtarief in rekening worden gebracht, zoals directe bijdragen voor uitbesteed onderzoek en voor andere kosten.

Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Handhaven

103.688

103.303

124.160

121.212

123.394

124.510

124.510

Keuren1

8.247

           

Keuren certificering op afstand

 

580

680

664

676

682

682

Keuren import

 

285

333

325

331

334

334

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

 

6.885

8.732

8.524

8.678

8.756

8.756

Overig

47.355

60.675

53.995

52.089

43.303

40.694

40.694

Totaal

159.290

171.728

187.900

182.814

176.382

174.976

174.976

X Noot
1

Met ingang van 2018 is de producten en dienstencatalogus van de NVWA aangepast. De acht bestaande producten zijn vervangen door twee nieuwe producten: handhaven en keuren waarbij het product keuren medio 2018 is onderverdeeld in 3 categorieën.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen (€ 96,5 mln.) bestaat voornamelijk uit de bijdrage van het Ministerie van VWS (€ 91,4 mln.). Dit is inclusief inzet extra middelen van € 1,7 mln. (1e tranche, een derde deel) en € 5,9 mln. (2e tranche, een derde deel). Verder bestaat deze post uit een bijdrage van het Ministerie van EZK (€ 0,7 mln.), het Diergezondheidsfonds (€ 0,6 mln.), het Ministerie van IenW (€ 0,2 mln.) en een bijdrage voor de uitvoering van taken in het kader van Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (€ 3,6 mln.). In de omzet overige departementen is inbegrepen € 1,9 mln. voor de te verwachten loon- en prijsstijging 2020.

Onder de post «Overig» zijn opbrengsten geraamd die niet op basis van een uurtarief in rekening worden gebracht, zoals directe bijdragen voor uitbesteed onderzoek en voor andere kosten.

Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Handhaven

75.616

65.973

73.321

73.614

72.286

72.286

72.286

Keuren1

1.359

           

Keuren certificering op afstand

 

73

89

89

88

88

88

Keuren import

 

618

745

748

734

734

734

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

 

1.288

976

980

962

962

962

Overig

11.842

22.834

21.374

21.773

21.753

21.753

21.753

Totaal

88.817

90.786

96.505

97.204

95.823

95.823

95.823

X Noot
1

Met ingang van 2018 is de producten en dienstencatalogus van de NVWA aangepast. De acht bestaande producten zijn vervangen door twee nieuwe producten: handhaven en keuren waarbij het product keuren medio 2018 is onderverdeeld in 3 categorieën.

Omzet derden

De omzet derden (€ 103,1 mln.) bestaat uit opbrengsten retributies NVWA, retributies Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) en overige baten. Dit is inclusief € 2,1 mln. voor de te verwachten loon- en prijsstijging 2020. Het bedrijfsleven betaalt retributies voor de diensten die de NVWA en KDS verrichten, bijvoorbeeld voor toezicht in de vorm van inspecties en keuringen bij import, export en slachthuizen. Voor retributies NVWA is € 82,2 mln. geraamd. Daarnaast ontvangt de NVWA € 18,8 mln. aan retributies KDS. Naast de retributieopbrengsten realiseert de NVWA ook voor € 2,1 mln. aan overige baten. Deze bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor de uitvoering van projecten voor de Europese Commissie.

Rentebaten

Er zijn geen rentebaten begroot. De rentepercentages die door het Ministerie van Financiën dagelijks worden vastgesteld liggen rond de 0%.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten (€ 229,7 mln.) bestaan uit salariskosten en kosten woon-werkverkeer eigen personeel (€ 204,7 mln.), inhuur externen (€ 13,8 mln.) en overige personeel gerelateerde kosten, waaronder reis- en verblijfkosten en opleidingen (€ 11,2 mln.). De verwachte gemiddelde bezetting van de NVWA voor 2020 is 2.618 fte, waarvan 2.450 fte eigen (ambtelijk) personeel. De gemiddelde ambtelijke personeelskosten in 2020 zijn € 82.831 per fte. De inhuur van externen betreft met name uitzendkrachten voor het primaire werk en tijdelijke inhuur voor ondersteuning bij de uitvoering van projecten en ondersteuning van de bedrijfsvoering.

Materiële kosten

De materiële kosten ad € 141,9 mln. bestaan uit apparaat ICT (€ 0,3 mln.), bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s) (€ 48,1 mln.) en overige materiële kosten (€ 93,5 mln.). De kosten SSO’s betreft de bijdrage aan DICTU voor ICT-beheer, aan het Rijksvastgoedbedrijf voor de huurkosten van kantoorpanden en laboratoria en een bijdrage aan de Rijksschoonmaakorganisatie. De NVWA heeft geen panden in eigendom. De overige materiële kosten bestaan voornamelijk uit uitbesteed onderzoek, inzet practitioners en uitbestede diensten, waaronder KDS en laboratoriumonderzoek door Wageningen Food Safety Research.

Rentelasten

De rentelasten (€ 0,1 mln.) vloeien voort uit rentedragend vermogen waarvan het rentepercentage varieert tussen 0,0% en 1,34%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten voor materiële en immateriële activa bedragen respectievelijk € 3,2 mln. en € 12,2 mln. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn van de verschillende soorten activa ligt tussen 4 en 10 jaar. De immateriële afschrijvingskosten hebben met name betrekking op het systeem Procesvernieuwing Informatie en ICT (PI&I) en kent een afschrijvingstermijn van 4 jaar. De doorontwikkeling van INSPECT is in 2019 stilgelegd, hetgeen lagere toekomstige afschrijvingskosten tot gevolg heeft.

Dotaties aan voorzieningen

Dit betreft de dotatie aan de voorziening claims, geschillen en rechtsgedingen.

Kasstroomoverzicht over het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)
   

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)

64.322

66.831

75.194

77.863

76.683

76.627

77.140

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

352.783

365.932

387.518

373.730

366.165

364.759

364.759

 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

– 332.898

– 346.179

– 373.113

– 361.068

– 356.600

– 357.315

– 357.464

2

Totaal operationele kasstroom

19.885

19.753

14.405

12.662

9.564

7.443

7.294

 

–/– totaal investeringen

– 17.804

– 15.315

– 6.100

– 7.100

– 7.100

– 7.100

– 7.100

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen1

3.817

3.408

2.625

       

3

Totaal investeringskasstroom

– 13.987

– 11.907

– 3.475

– 7.100

– 7.100

– 7.100

– 7.100

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

– 5.520

           
 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

             
 

–/– aflossingen op leningen

– 13.221

– 16.446

– 14.361

– 13.842

– 9.621

– 6.931

– 7.052

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

17.000

6.100

6.100

7.100

7.100

7.100

7.100

4

Totaal financieringskasstroom

– 1.741

– 1.131

– 8.261

– 6.742

– 2.521

169

48

5

Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)

68.479

64.330

77.863

76.683

76.627

77.140

77.382

X Noot
1

In 2017 is de NVWA overgestapt van aankoop naar leasen van dienstauto’s waardoor vanaf 2021 de desinvesteringen vervallen.

Operationele kasstroom

De netto operationele kasstroom 2020 bedraagt € 14,4 mln.

Investeringskasstroom

Materiële activa

De investeringen in inventaris/installaties bedragen € 1,1 mln. en betreft kantoorinventaris (€ 0,5 mln.), vervangingsinvesteringen laboratoriuminventaris (€ 0,5 mln.) en controleapparatuur (€ 0,1 mln.).

De investeringen in aanpassingen van gebouwen bedragen € 0,5 mln. Met ingang van 2017 worden de dienstauto’s geleased in plaats van aangekocht. Als gevolg hiervan dalen de investeringsbedragen en worden de desinvesteringsbedragen op termijn nul. Er wordt voor een bedrag van € 0,5 mln. geïnvesteerd in specifieke hardware.

Immateriële activa

De verdere ontwikkeling van INSPECT is in 2019 stilgelegd waardoor de investeringen beduidend lager uitvallen. De resterende investeringen van € 4 mln. hebben betrekking op reeds lopende programma’s en aanpassingen van bestaande systemen die essentieel zijn voor het functioneren van de NVWA.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom van – € 8,3 mln. geeft het saldo weer van de benodigde leningen en de aflossing op de lopende leningen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Gemiddelde kostprijs (€/uur)

100,53

104,29

107,231

107,23

107,23

107,23

107,23

Tarieven

             

Index 2012 = € 94,07 = 100

106,87

110,86

113,99

113,99

113,99

113,99

113,99

Omzet per productgroep ( in € mln.)

             

Handhaven

200,1

188,4

213,3

210,6

211,5

212,6

212,6

Keuren2

88,7

           

Keuren certificering op afstand

 

6,6

6,7

6,7

6,7

6,7

6,7

Keuren import

 

11,8

12,6

12,6

12,6

12,6

12,6

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

 

57,7

53,7

53,5

53,6

53,7

53,7

FTE

             

Aantal FTE (excl. Externe inhuur)

2.407

2.159

2.450

2.424

2.435

2.446

2.446

Verhouding FTE direct/indirect (exclusief externe inhuur)

1.848/559

1.689/470

1.889/561

1.869/556

1.877/558

1.885/560

1.885/560

Salariskosten per fte

77.733

79.399

82.831

82.831

82.831

82.831

82.831

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

– 1,89%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Kwaliteit

             

Afhandelsnelheid informatieverzoeken, klachten en meldingen3

95%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Tijdig betaalde facturen (< 30 dagen)

97%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

X Noot
1

Op basis van de verwachte kostprijsstijging van 2,5% is rekening gehouden met een loon- en prijsbijstelling van LNV en VWS en een stijging van de retributie-inkomsten.

X Noot
2

Met ingang van 2018 is de producten en dienstencatalogus van de NVWA aangepast. De acht bestaande producten zijn vervangen door twee nieuwe producten: handhaven en keuren waarbij het product keuren medio 2018 is onderverdeeld in 3 categorieën.

X Noot
3

Bij het opstellen van de afhandelsnelheid van de verzoeken/meldingen is de NVWA uitgegaan van de volledige doorontwikkeling van INSPECT met daarin een actief voortgang bewaking mechanisme. De verdere ontwikkeling van INSPECT is echter in 2019 stilgelegd. Hierdoor zal het percentage afhandelsnelheid de komende jaren lager zijn dan eerder de verwachting was.

6. BEGROTING DIERGEZONDHEIDSFONDS

Leeswijzer

Het Diergezondheidsfonds (DGF) is een begrotingsfonds waaruit de kosten worden betaald die verband houden met de bestrijding, bewaking en preventie van besmettelijke dierziekten en zoönosen. Deze fondsbegroting bevat een inleidende paragraaf over de achtergronden van het fonds en plafondbedragen voor de maximale opbrengst van de diergezondheidsheffing. Aansluitend volgt de toelichting bij het enige artikel van het fonds, inclusief budgettaire tabel en de bijbehorende toelichting. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid is de presentatie ten opzichte van de begroting 2019 gewijzigd inclusief de weergave van het saldo DGF. Een toelichting bij de saldosystematiek van het DGF volgt na de tabel.

Inleiding en achtergrond

Uitbraken van besmettelijke dierziekten kunnen een grote impact op de Nederlandse samenleving hebben als geheel en op de agrarische sector in het bijzonder. Voor dierziekten die zich in potentie snel verspreiden gelden speciale bestrijdings- en preventieregimes die grotendeels in Europese regelgeving zijn voorgeschreven. Bij een aantal van deze dierziekten bevat de Europese regelgeving een plicht tot bestrijding. Daarnaast kan sprake zijn van een plicht tot het nemen van preventieve maatregelen en verplichtingen voor het doen van onderzoek naar de aan- of afwezigheid van een dierziekte via het monitoren van dieren.

Het fonds wordt gevoed door jaarlijkse bijdragen vanuit de begroting van LNV, heffingen bij de sector op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de middelen die de Europese Unie ter beschikking stelt in verband met het weren en bestrijden van besmettelijke dierziekten.

Financiering van het fonds

De verdeling welke activiteiten uit de heffingen voor het bedrijfsleven worden gefinancierd en welke uit de begroting van LNV, is vastgelegd in een convenant tussen LNV en de betrokken sectorpartijen. Voor de periode 2020 tot en met 2024 is een nieuw convenant vastgesteld (Kamerstuk 29 683, nr. 248).

De kosten van bewaking van dierziekten worden in beginsel voor 50% door het Rijk en voor 50% door het bedrijfsleven gefinancierd met uitzondering van de bewakingsprogramma’s die LNV heeft overgenomen van de voormalige productschappen. Het gaat hierbij om het voorkomen en/of bestrijden van dierziekten, waaronder de ziekte van Aujeszky, Salmonella (Se en St), Leukose, en een monitoringsprogramma voor AI, NCD, non-zoönotische Salmonella, en Mycoplasma. Deze worden voor 100% door de betreffende sector gefinancierd.

De financiering van de kosten van bestrijding van dierziekten is afhankelijk van de dierziekte en de noodzakelijke voorzieningen om de bestrijding uit te kunnen voeren. Deze kosten worden in beginsel – tot een per diersoort afgesproken plafondbedrag – voor 100% doorberekend aan de veehouderijsectoren, met uitzondering van de kosten van de contractueel vastgelegde voorzieningen voor de bestrijding. Deze worden gefinancierd door overheid en sector, beide voor 50%. Boven de plafondbedragen draagt de overheid de resterende kosten.

De plafondbedragen

De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden voor de jaren 2020 tot en met 2024 zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen niet meer zullen bedragen dan de in onderstaande tabel opgenomen plafonds.

Overzicht plafondbedragen opbrengsten diergezondheidsheffing (bedragen in €)

Sector

Plafond voor de 5 jaarlijkse vaste kosten1

Plafond voor de bestrijdingskosten

Totaalplafond

Rundvee

34.220.000

9.000.000

43.220.000

Pluimvee

46.000.000

32.000.0002

78.000.000

Schapen

4.699.860

490.000

9.095.440

Geiten

3.905.580

Varkens

16.947.300

41.000.0003

57.947.300

X Noot
1

5-jaarlijkse kosten: voor de 5 jaren van de convenantsperiode (2020–2024).

X Noot
2

Waarvan 2.000.000 voor Newcastle disease.

X Noot
3

Waarvan 22.000.00 voor Afrikaanse Varkenspest.

De bedragen voor de totaalplafonds zijn opgenomen in het besluit diergezondheidsheffing dat naar verwachting per 1 januari 2020 in werking zal treden. In het eerdergenoemde convenant zijn deze plafondbedragen nader uitgewerkt in een deelplafond voor de vaste jaarlijkse kosten over de periode 2020 tot en met 2024 en een deelplafond voor de bestrijdingskosten in geval van een uitbraak van een dierziekte.

Artikel 1 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Algemene doelstelling

Bewaking en bestrijding van specifieke dierziekten en het voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is:

  • Verantwoordelijk voor het bestrijden van dierziekten die op basis van (Europese) wetgeving verplicht moeten worden bestreden en indirect verantwoordelijk – houders van dieren zijn zelf primair verantwoordelijk – voor welzijnsaspecten bij de bestrijding.

  • Verantwoordelijk voor het tijdig signaleren en afhandelen van verdenkingen en besmettingen door onderzoek en monitoring/bewaking van bepaalde dierziekten (bijvoorbeeld scrapie, blauwtong, Brucella melitensis, klassieke en Afrikaanse varkens pest (KVP en AVP), mond-en-klauwzeer (MKZ), vogelgriep (aviaire influenza AI), ziekte van Aujeszky, Salmonella, Mycoplasma en Bovine Spongiforum Encephalopathy (BSE)).

  • Verantwoordelijk voor effectieve en doelmatige crisisorganisatie bij dierziekte-uitbraken.

Beleidswijzigingen

In 2019 is de evaluatie van het Diergezondheidsfonds door Wageningen Economic Research afgerond. Het evaluatierapport en de beleidsreactie zijn op 26 april 2019 door de Minister van LNV aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 35 000-XIV, nr. 75). Op basis van de evaluatie is besloten het bestaande beleid grotendeels te handhaven. Een van de aanbevelingen uit het rapport was de plafonds te splitsen in een vast jaarlijks deel en een deel voor bestrijding en is in het nieuwe convenant verwerkt.

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

32.997

60.273

36.357

33.594

33.594

33.594

33.594

               

UITGAVEN

31.584

60.273

36.357

33.594

33.594

33.594

33.594

Waarvan juridisch verplicht

   

72%

       
               

Opdrachten

31.584

34.585

33.594

33.594

33.594

33.594

33.594

Waarvan:

             

Bewaking van dierziekten

19.416

19.686

19.847

19.847

19.847

19.847

19.847

Bestrijding van dierziekten

9.972

12.139

10.987

10.987

10.987

10.987

10.987

Overig

2.196

2.760

2.760

2.760

2.760

2.760

2.760

               

Verwacht effect op het DGF-saldo

   

2.763

       

DGF-saldo

19.3961

17.928

         

Crisisreserve

0

7.760

         
               

ONTVANGSTEN

35.305

60.273

36.357

33.594

33.594

33.594

33.594

Waarvan:

             

Ontvangsten van LNV

4.387

4.387

10.387

10.387

10.387

10.387

10.387

Ontvangsten van sector

30.352

21.099

14.300

20.217

20.217

20.217

20.217

Bijdrage sector crisisreserve

 

7.760

7.760

       

Ontvangsten EU

566

3.910

3.910

2.990

2.990

2.990

2.990

Saldo van de afgesloten rekeningen2

 

23.117

         
X Noot
1

Dit betreft het beginsaldo 2018. Het eindsaldo 2018 is € 23,1 mln. Het verwachte eindsaldo voor 2019 is € 5,2 mln. lager (€ 17,9 mln.).

X Noot
2

Dit betreft het DGF-eindsaldo 2018 ad € 23,1 mln. Dit is bij de 1e suppletoire begroting 2019 toegevoegd aan het budget 2019.

Budgetflexibiliteit

Er zijn doorlopende contracten met bedrijven om bewakingsprogramma’s uit te voeren en/of om beschikbaar te zijn voor dienstverlening tijdens crises, waardoor uitgaven voor circa 72% juridisch verplicht zijn. De rest is op basis van het convenant aan bestuurlijke afspraken gebonden.

Saldosystematiek DGF

Ontwikkeling saldo

In de systematiek van het DGF speelt het fondssaldo een belangrijke rol. Via het saldo worden de middelen in het fonds, die worden gereserveerd voor onverwachte (grote) uitgaven die samenhangen met het uitbreken van een dierziektecrisis, jaar op jaar meegenomen. Het beginsaldo is de resultante van het beginsaldo van het vorige jaar en het saldo van specifieke uitgaven en ontvangsten in dat jaar. Voor de crisisreserve geldt dat deze middelen op vergelijkbare wijze meegenomen worden.

Zo bedroeg het eindsaldo van 2018 € 23,1 mln. Dit is bepaald door de optelsom van het beginsaldo (€ 19,4 mln.) en het saldo van uitgaven en ontvangsten in dat jaar. Dit eindsaldo voor 2018 is als beginsaldo bij eerste suppletoire begroting 2019 toegevoegd aan de lopende begroting 2019.

Op vergelijkbare wijze kan het verwachte DGF-saldo voor 2020 worden berekend onder aanname van het uitblijven van dierziektecrises. Het verwachte eindsaldo voor 2019 (tevens voorzien als beginsaldo voor 2020) komt dan uit op € 17,9 mln. Daarmee is het verwachte DGF-saldo € 5,2 mln. lager dan eind 2018.

Verwachte ontwikkeling van het DGF-saldo (bedragen x € 1.000)
 

2019

Beginsaldo 2019 (1)

23.117

Geraamde Uitgaven 2019 (2)

34.585

Geraamde ontvangsten 2019 (zonder crisisreserve) (3)

29.396

Eindsaldo 2019 (1–2+3) (4)

17.928

Verwacht saldo-effect (4) – (1)

– 5.189

Voor 2020 is de huidige verwachting dat de uitgaven in totaal € 2,8 mln. lager uitvallen dan de ontvangsten. Dit leidt tot een positief effect op het DGF-saldo.

Crisisreserve

In het convenant met de sector voor de periode 2015–2019 zijn afspraken gemaakt over de opbouw van een crisisreserve via door de sector betaalde heffingen ten behoeve van uitbraken van dierziekten. De reserve is een apart onderdeel van het fondssaldo. Het DGF-saldo bestaat uit middelen die in beginsel eveneens beschikbaar zijn in geval er sprake is van een dierziektecrisis. Met de opbouw van de crisisreserve is in 2019 begonnen.

Indien er in 2019 geen aanspraak wordt gedaan op de crisisreserve zullen de in 2019 gereserveerde middelen bij eerste suppletoire begroting 2020 naar 2020 worden overgeheveld.

Meerjarig beeld

Voorheen werden bij de begroting de ontvangsten volledig gelijkgesteld aan de uitgaven. In deze begroting is er voor gekozen om voor de ontvangsten 2019 en 2020 een prognose van verwachte ontvangsten op te nemen. Zo wordt een reëler beeld van de verwachte ontwikkeling van het fondssaldo gepresenteerd.

De geraamde uitgaven worden pro forma meerjarig doorgetrokken naar 2021 en latere jaren. De ontvangsten zijn voor deze jaren conform de systematiek gelijkgesteld aan de uitgaven. Omdat het DGF een begrotingsfonds is, dienen de ontvangsten gelijk te zijn aan de uitgaven. Daarom is de raming voor de EU-bijdrage vanaf 2021 naar beneden bijgesteld. De raming wordt jaarlijks herijkt.

De ontvangsten voor de met de sector afgesproken opbouw van de crisisreserve zijn alleen voor 2019 en 2020 opgenomen (€ 7,8 mln. per jaar).

De raming zal jaarlijks worden herijkt en hierbij worden ook de gevolgen voor het fondssaldo meegewogen. De verdere ontwikkeling van het fondssaldo (of het saldo crisisreserve) wordt dan ook niet voor latere jaren weergegeven omdat hier nu geen reële raming van kan worden gemaakt.

Toelichting op de financiële instrumenten

Opdrachten

Bewaking van dierziekten

Het signaleren van (mogelijke) dierziekten vindt plaats door houders van dieren, dierenartsen en/of medewerkers van laboratoria/onderzoeksinstellingen, hetzij op basis van klinische verschijnselen dan wel op basis van de uitkomsten van laboratoriumonderzoek. In het geval dat deze verschijnselen kunnen wijzen op een aangifteplichtige ziekte, dient dit onmiddellijk bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te worden gemeld. Naast de meldplicht worden in opdracht van LNV bewakings- en monitoringsprogramma’s uitgevoerd die deels door de Europese Unie (EU) verplicht zijn gesteld ter behoud van de dierziektevrij-status.

Ook een vrijstatus voor de Wereldorganisatie voor diergezondheid (Office International des Épizooties, OIE) vereist voor sommige ziekten een monitoringsprogramma. Door bewakingsonderzoeken uit te voeren wordt het risico dat een ziekte niet of niet tijdig wordt opgemerkt gereduceerd.

Naast deze officiële vrijstatus zijn er andere redenen voor het uitvoeren van monitoringprogramma’s, zoals de volksgezondheid of nationale diergezondheidsbelangen. Zo is ervoor gekozen om een monitoringsprogramma uit te voeren op Q-koorts, Mycoplasma gallisepticum en Salmonella (S.T./S.E.). In 2020 worden deze monitoringsprogramma’s voortgezet.

Voor een snelle opsporing van dierziekten is de overheid in sterke mate afhankelijk van de opmerkzaamheid van veehouders en dierenartsen en van hun bereidheid een eventuele verdenking te melden. Hiervoor worden in aanvulling op de monitoringsprogramma’s, waarbij een aangewezen aantal bedrijven wordt bemonsterd, zogenaamde «early warning»-programma’s uitgevoerd voor AI, KVP en AVP. Deze early warning verplicht de dierhouder om bij zieke dieren, waarbij AI, KVP of AVP niet kan worden uitgesloten op basis van het klinische beeld, monsters op te sturen voor uitsluitingsdiagnostiek.

Het budget voor bewaking van dierziekten wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

Uitgaven bewaking van dierziekten (bedragen x € 1.000)
 

2020

Basismonitoring

   

8.044

Brucella melitensis (schaap, geit)

   

450

Blauwtong (rund, schaap, geit)

   

74

BSE rund, bij destructor en bij noodslachting

   

2.360

TSE schaap/geit, bij destructor

   

180

KVP (varkens) (early warning, tonsillen en monitoring wilde zwijnen)

   

431

AI

Bedrijfsmatig pluimvee early warning

98

Wilde vogels early warning / serologische test

80

Q-koorts (melkmonsters)

   

540

Leukose

   

316

Salmonella (S.T./S.E.) (pluimvee)

   

5.250

Monitoring AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoönotische Salmonella

   

2.024

Totaal bewaking van dierziekten

   

19.847

Bestrijding van dierziekten

Onder de bestrijding van dierziekten vallen:

  • Voorzieningen

    • Treffen van voorzieningen om onmiddellijk te kunnen bestrijden;

  • Verdenkingen

    • Onderzoek naar verschijnselen die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte na een melding door een (vee)houder en/of door een dierenarts;

    • Onderzoek van verdachte dieren;

  • Bestrijding

    • Bestrijding van besmettelijke dierziekten zoals tuberculose, brucellose, leukose, AI, MKZ en KVP.

Als veehouders verschijnselen signaleren bij hun dieren die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, is melding daarvan verplicht. Het onderzoeken van deze meldingen is een belangrijke structurele taak van de NVWA. Naast dit structureel onderzoeken van verschijnselen bij dieren als gevolg van een melding, wordt structureel onderzoek uitgevoerd naar brucellose bij runderen als deze runderen binnen een bepaalde periode hun vrucht hebben verloren. Ook bij een positief testresultaat in een bewakingsonderzoek van een aangifteplichtige ziekte wordt dit gemeld bij de NVWA. Indien een bevestigingstest positief is, wordt het bedrijf door de NVWA besmet verklaard en wordt tot bestrijding overgegaan.

Zodra sprake is van een besmetting of hier vanuit moet worden gegaan, worden onmiddellijk bestrijdingsmaatregelen getroffen door de (permanente) crisisorganisatie van LNV. Vertraging van de bestrijding leidt tot meer besmettingen en daarmee tot langdurige bestrijdingsmaatregelen. Bestrijding vindt plaats volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen. De aanpak is geregeld in diverse draaiboeken van het Ministerie. Op Rijksoverheid.nl staan de actuele bestrijdingsdraaiboeken.

In bepaalde gevallen kan de inzet van beschermende noodvaccinatie (vaccinatie «Voor het leven») een effectieve bestrijdingsmethode zijn. In plaats van het in grote aantallen preventief ruimen van dieren kan de uitbraak bij bepaalde dierziekten tot staan worden gebracht door vaccinatie in een bepaald gebied rondom besmette bedrijven. Gezonde gevaccineerde dieren worden niet meer gedood. Op basis van de huidige EU-regelgeving is beschermende noodvaccinatie mogelijk bij de bestrijding van uitbraken van MKZ, KVP, Ziekte van Aujeszky (ZvA) en AI. Deze aanpak is alleen uitvoerbaar bij dierziekten waarvoor een effectief en praktisch toepasbaar vaccin beschikbaar is (MKZ, KVP en ZvA). De mogelijkheid van noodvaccinatie is beschreven in de betreffende beleidsdraaiboeken.

Voor de bestrijding van dierziekten staan onder andere de volgende instrumenten ter beschikking:

  • wettelijke verplichting van houders van dieren en dierenartsen om verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte te melden;

  • klinische inspectie door een zogenaamd deskundigenteam, bestaande uit dierenartsen (bedrijfsdierenarts van veehouder, dierenarts van de Gezondheidsdienst van Dieren en NVWA-dierenarts op bedrijven waar mogelijk sprake is van aangifteplichtige dierziekten);

  • monsternames en diagnostisch onderzoek van afgenomen monsters bij dieren;

  • instellen van stand-still, vervoersverboden en/of compartimenten;

  • vaccineren van dieren;

  • onderzoek van dieren op buurt-/contactbedrijven en andere relevante bedrijven;

  • tracering van een besmetting (van en naar);

  • doden van besmette dieren en van dieren die een reëel gevaar zijn voor verspreiding van de besmetting;

  • destructie van gedode (besmette) dieren;

  • reinigen en ontsmetten van bedrijven.

De grondslag voor de inzet van bovenstaande instrumenten zijn:

  • EU-richtlijnen en EU-verordeningen;

  • Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • Wet Dieren

  • (Beleids)draaiboeken;

  • crisisorganisatie en voorzieningen.

Doordat een mogelijke dierziektecrisis niet op voorhand te voorspellen valt, kunnen de werkelijke bestrijdingskosten niet worden begroot. Het budget voor opdrachten voor voorzieningen en verdenkingen wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

Uitgaven bestrijding van dierziekten (bedragen x € 1.000)
 

20201

Voorzieningen:

     

Middelenbeheer

   

230

Calamiteitenreserve destructie2

   

1.667

Waakvlamcontracten

   

368

Voorziening vaccinatie ZvA, MKZ en KVP

   

1.883

Overige voorzieningen (HCU)3

   

600

Subtotaal Voorzieningen

   

4.748

       

Verdenkingen:

     

Brucellose (verwerpersonderzoek)4

   

1.405

AI (LPAI)

   

479

Diagnostiek verdenkingen5

   

270

Ziekte van Aujeszky

   

38

Salmonella verificatieonderzoek leg- en vermeerderingsbedrijven

   

450

Overige6

   

477

Subtotaal Verdenkingen

   

3.119

       

Bestrijding:

     

Jaarlijks terugkerende kosten bestrijding:

   

1.270

Salmonella

ruimingskosten

500

 

vergoeding waarde dieren7

1.100

Mycoplasma Gallisepticum

   

250

Subtotaal Bestrijding

   

3.120

       

Totaal

   

10.987

X Noot
1

Begrote bedragen gebaseerd op gerealiseerde kosten 2013–2016 (zie jaarverslagen DGF), daarbij rekening houdend met meerjarige trends en structurele veranderingen.

X Noot
2

Het opgenomen bedrag is gebaseerd op de huidige overeenkomst voor de calamiteitenreserve. Deze overeenkomst loopt eind 2019 af. De onderhandeling over een nieuwe overeenkomst is nog gaande. Dit bedrag kan dus op basis van de nieuwe overeenkomst nog worden bijgesteld.

X Noot
3

Het opgenomen bedrag is gebaseerd op de afspraken met de sectoren in het convenant voor de jaren 2015 tot en met 2019. Op basis van het nieuwe convenant voor de periode 2020 tot en met 2024 kan dit bedrag nog worden bijgesteld.

X Noot
4

Aantal bemonsterde dieren geraamd op 11.000.

X Noot
5

Met betrekking tot de diagnostiek verdenkingen is een contract gesloten met het WBVR waarbij een deel ten laste van bestrijding dierziekten komt. Hier valt ook diagnostiek Ziekte van Aujeszky (ZvA) onder. De kosten worden uiteindelijk afgerekend per diersoort. In bovenstaande begroting is de toerekening al grotendeels doorgevoerd.

X Noot
6

Onder de post overige bij verdenkingen is een aantal dierziekten samengevoegd (o.a. KVP, AVP. SVD, MKZ, NCD, BSE, TSE, Psitacosse, TBC, BT, Rabies, Brucella en Q-koorts).

X Noot
7

Betreft 50% cofinanciering door EU en 50% door sector.

Overig

Dit instrument is onder andere voor de financiering van overige uitgaven.

Het budget voor overige opdrachten in 2020 wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

  • de sectorbijdragen aan de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit, € 0,4 mln.

  • de uitvoeringskosten voor het innen van heffingen, € 1,6 mln.

  • de overeenkomst met de Gezondheidsdienst voor Dieren voor veterinaire kennis (inclusief opleiding) en beleidsadvisering, deelname aan de zoönosenstructuur, assistentie van de NVWA bij verdenkingen en de afhaaldienst voor onderzoek dode dieren (€ 0,8 mln.).

Ontvangsten

Toelichting op de ontvangsten in de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

Ontvangsten LNV

Dit betreft de LNV-bijdrage aan de DGF-begroting voor met name de bewaking en monitoring en voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen). De bijdrage van LNV in 2020 is hoger dan de voorgaande jaren omdat in 2018 en 2019 gecompenseerd is voor kosten van uitbraken van vogelgriep die LNV eerder heeft voorgefinancierd. De bijdrage van LNV is op de LNV-begroting terug te vinden op artikel 11 bij Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken.

Ontvangsten van de sector

Sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) per 1 januari 2018 is het mogelijk om een heffingstarief reeds na een jaar te wijzigen. De tarieven worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en gewijzigd. Een tarief wordt vastgesteld voor een bepaald kalenderjaar. Voor het bepalen van de hoogte van het tarief zijn de volgende componenten van belang:

  • een raming van de uitgaven voor het jaar waarin de heffing met gebruikmaking van de tarieven wordt geheven. Dit zijn met name de uitgaven voor het weren van besmettelijke dierziekten (preventieve maatregelen).

  • een berekening van de uitgaven in de voorafgaande vijf jaren die niet gedekt zijn door de inkomsten uit heffingen. Hierdoor sluiten de opbrengsten van de heffingen beter aan op de uitgaven.

Benodigde bijdrage van de sectoren

De benodigde bijdragen van de sectoren betreffen de reguliere jaarlijkse bijdragen uit de DGF-tarifering alsmede ontvangsten die betrekking hebben op verrekeningen van door LNV in voorgaande jaren voorgefinancierde bedragen. Tevens is met de sectoren afgesproken dat er een crisisreserve wordt gevormd in het DGF. De omvang van de reserve per sector is vastgelegd in het Besluit diergezondheidsheffing en is ongeveer 20% van het plafondbedrag voor de bestrijdingskosten per sector in de convenantsperiode. De crisisreserve wordt gevormd en in stand gehouden uit de bijdragen van de sectoren. De reserves zijn bedoeld om in geval van een crisis direct de bestrijdingskosten te kunnen betalen. Tegenover de ontvangsten ten behoeve van de crisisreserve staan nog geen begrote uitgaven omdat uitbraken van dierziekten en daarmee samenhangende uitgaven in enig jaar niet te voorspellen zijn.

Verwachte ontvangsten van de sector in 2020 (bedragen x € 1.000)
 

Runderen

Varkens

Schaap/geit

Pluimvee

Totaal

Ontvangsten in 2020 uit voorgaande jaren

0

4.004

1.504

8.792

14.300

Ontvangsten voor 2020 die in hetzelfde jaar worden ontvangen

0

0

0

0

0

Ontvangsten in 2020 voor crisisreserve

 

4.000

49

3.711

7.760

Totaal verwachte ontvangsten in 2020

0

8.004

1.553

12.503

22.060

In de rundveesector werden tot en met 2019 geen heffingen opgelegd, omdat er nog reserves beschikbaar waren van het voormalige productschap. Die reserves zijn niet langer voldoende om in de kosten van het Diergezondheidsfonds te voorzien. Daarom treedt artikel 9 van het Besluit diergezondheidsheffing op 1 januari 2020 in werking en wordt ook aan rundveehouders een diergezondheidsheffing opgelegd. De inning over het jaar 2020 (€ 5,9 mln.) zal echter in 2021 plaatsvinden. Hierdoor staan er voor het jaar 2020 nog geen inkomsten in de tabel.

Ontvangsten EU

Voor specifieke monitoringsprogramma’s en bestrijding kunnen in een aantal gevallen EU-bijdragen worden toegekend.

7. BIJLAGEN

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

ZBO's en RWT's LNV
 

Naam organisatie

RWT

ZBO

Functie

Art.

Begrotingsramingen

x € 1.000

Verwijzing (URL-link) naar website RWT/ZBO

Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

1

Bureau Beheer Landbouwgronden/

Commissie Beheer Landbouwgronden

X

X1

Verwerving in opdracht van LNV en andere overheden van onroerend goed dat wordt doorgeleverd aan overheids- en andere organisaties die daarmee overheidsdoelen in het landelijk gebied realiseren met betrekking tot de thema’s natuur, landbouw, recreatie, landschap, water en milieu

 

Geen bijdrage

www.dlg.nl

www.rvo.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

2

Centrale Commissie Dierproeven

 

X

De CCD verleent vergunningen voor het verrichten van dierproeven op basis van adviezen van een van de Dierexperimenten Commissies (DEC).

11

767

www.centralecommissiedierproeven.nl

Voorzien voor 2020

3

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

X

X

Het Ctgb oordeelt over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

11

1.225

www.ctgb.nl

Rapportage Evaluatie Ctgb

4

AOC Raad (Bureau Erkenningen)

X

 

Bureau Erkenningen (BE) van de AOC Raad is in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb), aangewezen als instantie voor het verstrekken van vakbekwaamheidsbewijzen gewasbescherming.

 

Geen bijdrage

www.erkenningen.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

5

Grondkamers

 

X

Bevorderen van goede pachtverhoudingen in Nederland, toetsen van de inhoud van pachtovereenkomsten aan de dwingend rechtelijke bepalingen van de Pachtwet, uitvoeren van een prijstoetsing en toetsen van overeenkomsten, bepalen van verpachte waarde.

 

Geen bijdrage

www.grondkamers.nl

Evaluatie wordt meegenomen bij de herziening van de pachtwetgeving

6

Kamer voor de Binnenvisserij

 

X

Toetsen van overeenkomsten van huur en verhuur van visrechten en het goedkeuren van toestemmingen om te vissen, uitgegeven door visrechthebbenden; beide met het oog op een doelmatige bevissing van binnenwateren.

 

Geen bijdrage

www.kamervoordebinnenvisserij.nl

Evaluatie is niet voorzien. ZBO valt niet onder de werking van de Kaderwet.

7

Raad voor Plantenrassen

 

X

De Raad voor plantenrassen geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 op het gebied van toelating van plantenrassen en verlening van intellectuele eigendomsbescherming m.b.t. plantenrassen (kwekersrecht).

11

814

www.plantenrassen.nl

Kamerstuk 25 268, nr. 75

8

Rendac BV

X

 

Ophalen, verwerken en (laten) vernietigen van dierlijke restmaterialen en kadavers (categorie 1- en 2-materiaal, niet bestemd voor consumptie).

 

Geen bijdrage

www.rendac.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

9

Staatsbosbeheer

X

X

Staatsbosbeheer richt zich op de volgende hoofddoelstellingen:

– het instandhouden, herstellen en ontwikkelen van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer

– het bevorderen van recreatie in zo veel mogelijk gebieden van Staatsbosbeheer;

– het leveren van een bijdrage aan de productie van milieuvriendelijke en vernieuwbare grondstoffen zoals hout.

12

27.277

www.staatsbosbeheer.nl

Kaderwet ZBO’s is niet van toepassing, op Staatsbosbeheer.

Voor Staatsbosbeheer geldt de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.

Daarin is ook een evaluatieverplichting opgenomen

(iedere vier jaar evaluatie van doelmatigheid en doeltreffendheid).

Laatst uitgevoerde evaluatie stamt uit 2018 (Kamerstuk 29 659, nr. 51):

10

Stichting Bloembollenkeuringsdienst

X

X

Stichting BKD geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet (Plantenziektenwet) in de sector bloembollen.

 

Geen bijdrage

www.bkd.eu

Kamerstuk 25 268-H

11

Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ)

X

X

– Toezicht uitvoeren op de naleving van de Wet Dieren, handelsnormen voor eieren en vlees van pluimvee, EU-hygiëneverordeningen en de Warenwet.

– Verstrekken van exportcertificaten met betrekking tot melk- en zuivelproducten

11

Brexit (2020): 300

Cross compliance: 165

Totaal: 465

www.cokz.nl

Voorzien voor 2020

12

Wageningen Research

X

 

In het algemeen belang bijdragen aan strategisch en toepassingsgericht onderzoek op het gebied van productie, verwerking, afzet en handel van agrarische producten, van de visserij, van het natuur- en milieubeheer, van de openluchtrecreatie en van het beheer en de inrichting van het landelijk gebied.

11

162.718

www.wur.nl

Loopt mee in de evaluatie subsidieregeling Instituten voor toegepast

onderzoek (TO2-regeling Kamerstuk 32 637, nr. 274

13

Stichting Skal

X

X

Stichting Skal geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet m.b.t. biologische productiemethoden.

 

Geen bijdrage

www.skal.nl

Kamerstuk 25 268, nr. 162

14

Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB)

X

X

Stichting KCB geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet en de Plantenziektenwet in de sector groenten en fruit.

11

Brexit (structurele kosten): 2.700

BOB BGA GTS: 21

Uitvoeringshandelingen: 76

Totaal: 2.797

www.kcb.nl

Kamerstuk 25 268-H

15

Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw)

X

X

Stichting Naktuinbouw geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. teeltmateriaal in sectoren tuinbouw- en de bosbouwgewassen.

11

Brexit (structurele kosten): 800

Biologische database: 13

Kwekersrecht: 230

Totaal: 1.043

www.naktuinbouw.nl

Kamerstuk 25 268-H

16

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen

X

X

Stichting NAK geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. zaaizaad en pootgoed in de sector landbouwgewassen.

 

Geen bijdrage

www.nak.nl

Kamerstuk 25 268-H

ZBO’s en RWT’s andere ministeries
 

Naam organisatie

Ministerie

RWT

ZBO

Functie

Art.

Begrotingsramingen

x € 1.000

Verwijzing (URL-link) naar website RWT/ZBO

Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

1

Zorg Onderzoek Nederland/Medische Wetenschappen (ZonMw)

VWS

x

x

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze onderzoek en ontwikkeling op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren

11

370

www.zonmw.nl

Evaluatie ZonMw

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Uitgaven beleidsartikel 11 (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

622.720

611.662

612.426

596.821

603.314

 

Mutatie nota van Wijziging 2019

23.900

         

Mutatie amendement 2019

           

Mutatie ISB 2019