Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928286 nr. 1007

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1007 MOTIE VAN HET LID BROMET

Voorgesteld 5 december 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er landen zijn waar het welzijnsniveau van dieren in industriële veehouderijsystemen beneden het Europees wettelijke minimum ligt;

overwegende dat Nederlandse bedrijven in deze landen mogelijk bijdragen aan totstandkoming en uitbreiding van veehouderijsystemen en daarmee risico lopen betrokken te zijn bij onacceptabele dierenwelzijnspraktijken;

overwegende dat dit op den duur het eerlijke speelveld voor in Nederland opererende veehouders schaadt;

overwegende dat zowel de OESO als de FAO publiek beschikbaar (i)mvo-beleid waarvan dierenwelzijn onderdeel vormt adviseert en dat deze Nederlandse toeleveringsbedrijven veelal niet over een dergelijk (i)mvo-beleid beschikken;

constaterende dat het kabinet voornemens is zich in te zetten voor de verbetering van dierenwelzijn en een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten en de Minister het «sterk gewenst» vindt dat dergelijke bedrijven dierenwelzijn in hun (i)mvo-beleid opnemen;

constaterende dat er momenteel (nog) geen imvo-convenant is voor toeleveringsbedrijven die internationaal werkzaam zijn in dierlijke productieketens;

verzoekt de regering, in gesprek te gaan met Nederlandse toeleveringsbedrijven die internationaal werkzaam zijn in dierlijke productieketens en maatschappelijke organisaties om hen te bewegen deel te nemen aan een imvo-convenant waarvan het dierenwelzijn een van de onderdelen vormt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bromet