Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928807 nr. 222

28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)

Nr. 222 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 maart 2019

Met deze brief informeer ik u over een tweetal zaken met betrekking tot de preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, de roadmap strategische aanpak vogelgriep en het rapport van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) over het bestrijdings- en vaccinatiebeleid.

Roadmap strategische aanpak vogelgriep

In mijn brief van 13 februari 2018 (Kamerstuk 28 807, nr. 216) heb ik aangekondigd dat ik samen met de pluimveesector en de Dierenbescherming (DB) werk aan een roadmap strategische aanpak vogelgriep. Deze roadmap bevat acties om het risico op en gevolgen van uitbraken met hoog pathogene vogelgriep (HPAI) te verkleinen. De samenwerking was constructief en het is gelukt om, ondanks de complexiteit en soms uiteenlopende belangen, tot consensus te komen. De roadmap is gereed en ik bied u deze hierbij aan (bijlage 1)1. De roadmap bevat 28 uiteenlopende acties, onder andere op het gebied van preventie van insleep van HPAI vanuit wilde vogels, vaccinatie, het beperken van de gevolgen van een HPAI-uitbraak en communicatie.

Veel van de acties hebben betrekking op onderzoek. Sommige van deze onderzoeken hebben een praktische insteek, zoals het onderzoek naar de effectiviteit van het gebruik van lasers voor het verjagen van wilde vogels rond pluimveebedrijven en het onderzoek naar de effectiviteit van windbreekgaas voor het filteren van de ventilatielucht. Lasers worden op dit moment al ingezet om vogels te verjagen, bijvoorbeeld op vliegvelden. Deze twee onderzoeken zijn al gestart. Andere onderzoeken zijn fundamenteler van insteek en zullen mede daarom ook meer tijd en geld kosten. Een voorbeeld hiervan is verder onderzoek naar de precieze rol van wilde vogels bij HPAI-uitbraken.

Naast onderzoek zijn er ook andere type acties in de roadmap opgenomen. Zo is bijvoorbeeld de ontwikkeling van een plan van aanpak voor structuurmaatregelen opgenomen. De meeste HPAI-uitbraken werden de laatste jaren gevonden in waterrijke gebieden. Daarom, is het logisch na te gaan of meer rekening gehouden kan worden met de locatie van pluimveebedrijven in relatie tot het risico op insleep van HPAI. Het plan van aanpak kan onder meer ingaan op specifiek beleid voor de vestiging van nieuwe pluimveebedrijven, het verplaatsen of functieverandering van bestaande bedrijven of voor de aanleg van nieuw open water. Hiermee is het in principe mogelijk het risico op introductie van HPAI te beïnvloeden. Dit plan zal samen met provincies en gemeenten moeten worden opgesteld.

Sommige acties zijn al in gang gezet en andere moeten nog starten. Per actie is bepaald wie het voortouw neemt bij de verdere uitwerking en is een globale inschatting van de kosten en het tijdspad gemaakt. Het zal niet mogelijk zijn om alle acties tegelijkertijd uit te voeren. De eerstvolgende stap is dat ik in overleg met de sectorpartijen de acties zal prioriteren en de mogelijkheden tot financiering zal uitwerken. In regulier overleg tussen mijn departement en de pluimveesector zal de voortgang op de verschillende acties gemonitord worden.

Zienswijze van de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA) over ruimings- en vaccinatiebeleid bij uitbraken van dierziekten

De RDA heeft een zienswijze over het ruimings- en vaccinatiebeleid bij uitbraken van dierziekten gepubliceerd2. Ik waardeer het dat de RDA een zienswijze over dit onderwerp heeft uitgebracht. Ik herken de knelpunten die de RDA schetst en kan me vinden in de aanbevelingen van het rapport. Voor de meeste van deze aanbevelingen zijn er al inspanningen. Zo adviseert de Raad meer aandacht te besteden aan het voorkómen van dierziekte-insleep en -verspreiding bij de inrichting van veehouderijbedrijven, de veehouderijsector en in de ruimtelijke ordening. Deze aanbevelingen hebben met name betrekking op de HPAI-uitbraken van de afgelopen jaren en zijn ook onderdeel van de bovengenoemde roadmap. Daar gaat ik de komende jaren samen met de pluimveesector en Dierenbescherming aan werken.

De Raad vraagt ook aandacht voor de afzet van producten van gevaccineerde dieren. Daar zijn volgens de Raad nog onvoldoende resultaten in geboekt. Ik deel de mening van de RDA dat dit een belangrijk onderwerp is, er zijn echter wel aantoonbare stappen gezet. De mogelijkheid om dieren in geval van een uitbraak van bijvoorbeeld mond-en-klauwzeer te vaccineren en ze daarna niet te hoeven ruimen (vaccinatie voor het leven) is inmiddels onderdeel van de Europese regelgeving en de standaarden van de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (OIE). De regelgeving en internationale standaarden vormen dus geen drempel voor de afzet van producten van gevaccineerde dieren. Eventuele drempels die er zouden zijn komen door keuzes die (internationale) marktpartijen maken en daar speelt de overheid slechts een zeer bescheiden rol in. Ondanks die bescheiden rol blijf ik me zowel nationaal als internationaal waar mogelijk inzetten voor een betere acceptatie van deze producten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten