Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929683 nr. 247

29 683 Dierziektebeleid

Nr. 247 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2019

Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister voor Medische Zorg en Sport, over het rapport «Het gebruik van antibiotica van landbouwhuisdieren in 2018» van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa)1.

Bevindingen SDa-rapportage

Op 11 juni 2019 heeft de SDa haar rapport over het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren over 2018 gepubliceerd.2 Dit is het achtste achtereenvolgende jaar waarin de SDa het antibioticagebruik in de Nederlandse landbouwsectoren inzichtelijk maakt.

De SDa concludeert dat het gebruik van antibiotica in 2018 gemiddeld genomen licht is gedaald, maar feitelijk zich al enige jaren nagenoeg op hetzelfde niveau bevindt. De SDa constateert dat het gebruik stabiliseert.

Uit de cijfers van de SDa blijkt dat er een reductie heeft plaatsgevonden binnen de kalkoensector (13,4%), de kalversector (5,4%), de melkveesector (0,4%), overig rundvee (1,7%) en de varkenssector (0,4%).

Binnen de vleeskuikensector heeft zich een stijging voorgedaan. Over het exacte percentage bestaat onduidelijkheid. Afhankelijk van de rekenmethodiek varieert deze stijging van 2,9% tot 26,3%. Mogelijke oorzaken voor deze variatie zijn volgens de SDa te vinden in de onderschatting van het aantal vleeskuikens over 2018 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een toename van het behandelgewicht. Beide aspecten hebben gevolgen voor de uitkomsten van de toegepaste rekenmethodiek. Het expertpanel van de SDa zal de uitkomsten nader onderzoeken om hierover helderheid te verschaffen en de cijfers eventueel aan te passen.

Het antibioticagebruik binnen de konijnensector wordt sinds enkele jaren bijgehouden, maar de cijfers fluctueren op het moment nog zeer. Hierdoor is een kwantitatieve analyse momenteel nog niet mogelijk. Enkele verbeteringen ter bevordering van de kwaliteit van de cijfers dienen eerst doorgevoerd te worden.

In totaal is het antibioticagebruik bij dieren in 2018 op basis van de verkoopcijfers verminderd met 1,1% ten opzichte van het jaar 2017. Ten opzichte van het referentiejaar 2009 betekent dit een totale daling van 63,8% in de afgelopen tien jaar. Wanneer naar de gebruiksgegevens tussen 2009–2018 per sector wordt gekeken is een totale daling te zien in de kalversector van 44% (sinds 2007 52% daling), binnen de melkveehouderij 47%, de varkenshouderij 58%, de vleeskuikensector 68% en ook de kalkoensector laat een sterk dalende trend zien.

Het gebruik van derde keuze middelen blijft in de meeste sectoren onveranderd zeer laag. De verkoop van colistine is echter gestegen met 29,7%. Het gebruik van colistine blijft overigens in alle sectoren, met uitzondering van de leghensector, nog steeds onder de laagste benchmark voor colistinegebruik die wordt geadviseerd door de European Medicines Agency (EMA). De geconstateerde stijging is echter ongewenst en het expertpanel van de SDa heeft de betreffende sectoren verzocht een verklaring te geven voor deze toename. Het gebruik van colistine binnen de pluimveesector is meer dan verdubbeld (106%) en deze sector wordt opgeroepen dit gebruik op korte termijn te verminderen en maatregelen te nemen om dit laag te houden.

De SDa constateert dat het merendeel van de bedrijven in staat is gebleken het antibioticumgebruik over een langere periode binnen de gestelde streefwaarde te houden. Echter, het aantal bedrijven in het actiegebied met een relatief hoog antibioticumgebruik (de rode bedrijven) is niet substantieel afgenomen. Dit ondanks de inspanningen van alle betrokkenen. De SDa stelt dat op deze bedrijven het risico op het ontstaan van antibioticaresistentie het grootst is en dat tevens hier de grootste stappen te maken zijn om het antibioticagebruik te reduceren. De SDa dringt erop aan het beleid specifiek op deze bedrijven te richten. Dit is des te meer van belang, omdat, afgezet tegen de in 2019 ingevoerde nieuwe benchmarkwaarden, waarover in 2020 gerapporteerd wordt, het feitelijk aantal bedrijven in het actiegebied groter zal worden.

Het SDa-rapport constateert een discrepantie van 10% tussen de verkoopcijfers en de gebruiksgegevens van antibiotica. Een oorzaak hiervoor is dat een aanzienlijk deel van deze antibiotica wordt toegepast bij dieren binnen niet-gemonitorde sectoren zoals schapen, geiten, paarden, nertsen en gezelschapsdieren. Desalniettemin is de discrepantie groter geworden dan deze in verleden jaren was. Het verschil in verkoop- en gebruikscijfers moet transparant worden gemaakt. Om die reden voert de SDa samen met de FIDIN, de dierenartsen en de diersectoren onderzoek uit naar mogelijke oorzaken van dit verschil. Het is goed dat de SDa dit nader onderzoek uitvoert. Volledigheid en betrouwbaarheid van deze gegevens is essentieel.

Appreciatie SDa-rapportage

Ik onderschrijf de genoemde constateringen van de SDa. De totale reductie van het antibioticagebruik van 63,8% in de afgelopen tien jaar is een positief resultaat dat tot stand is gekomen door de inzet van vele betrokken stakeholders.

Het is goed dat in 2018 het antibioticagebruik in een aantal deelsectoren verder gedaald is en dat het merendeel van de veehouders binnen de categorie «laaggebruikers» vallen. Tegelijkertijd zie ik ook dat het gebruik in de afgelopen jaren stabiliseert en dat er nog een flinke opgave ligt voor reductie van het gebruik op de hoog-gebruikende rode bedrijven.

Blijvende aandacht van sectoren en dierenartsen is vereist om de hoog-gebruikende bedrijven concreet te helpen om hun antibioticagebruik te verlagen. Dit vergt een maatwerk aanpak per sector. Ik ben met de verschillende sectoren in gesprek over deze aanpak en maak met hen afspraken over sectorspecifieke reductiedoelstellingen voor de vermindering van het aantal rode bedrijven. Ik verwacht uw Kamer in de zomer over de uitkomst van deze gesprekken met de sectoren en over hun concrete sectorale beleidsdoelstellingen per brief te informeren.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten