Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 40, item 16

16 Pgb

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 22 december 2011 over het pgb.

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Voortman van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Mijn eerste motie gaat mij er echt om dat, mocht er reden zijn om de vergoedingsregeling aan te passen, wij niet wachten tot 2014. Als de staatssecretaris deze motie bevestigt, trek ik haar dus fluks in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen die na 1 januari 2012 geïndiceerd worden voor AWBZ-zorg allereerst zijn aangewezen op zorg-in-natura en dat voor wie er geen passend aanbod is, de vergoedingsregeling persoonlijke zorg in het leven wordt geroepen;

constaterende dat de criteria om in aanmerking te kunnen komen voor deze vergoedingsregeling pas per 1 januari 2014 definitief worden vastgesteld;

van mening dat voorkomen moet worden dat mensen door deze criteria en het ontbreken van passende zorg-in-natura tussen wal en schip terecht zullen komen;

verzoekt de staatssecretaris, de criteria van de vergoedingsregeling persoonlijke zorg aan te passen zodra blijkt dat mensen tussen wal en schip terechtkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman, Wiegman-van Meppelen Scheppink en Wolbert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (25657).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onduidelijk is wie er nu bepaalt of een aanvrager van de vergoedingsregeling in aanmerking komt voor deze regeling;

van mening dat het laatste woord bij de zorgvrager hoort te liggen en niet bij de zorgverzekeraar;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat zorgkantoren een aanbod in zorg in natura doen en dat wanneer deze niet voldoet, het indienen van een zorgplan voldoende is om in aanmerking te komen voor de vergoedingsregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman, Wolbert, Van der Staaij, Wiegman-van Meppelen Scheppink en Dijkstra.

Zij krijgt nr. 90 (25657).

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Wij voeren vaak een debat over het persoonsgebonden budget. Er is veel ongerustheid over dit onderwerp. Dat de staatssecretaris dit erkent, ziet de SP in de opgerichte nieuwe pgd-rgeling die niet zo mag heten: de vergoedingsregeling. Wij wilden een motie indienen betreffende mensen die voor hun kind een pgb aanvragen. Om die niet buiten de boot te laten vallen, hebben wij de staatssecretaris scherp bevraagd tijdens het AO. Wij wilden weten of het mogelijk is dat die vergoedingsregeling voor deze groep mensen of voor individuen wordt aangepast of dat kinderen ervan zijn uitgesloten. De staatssecretaris heeft heel duidelijk aangegeven dat de vergoedingsregeling kan worden aangepast voor iedereen die zorg nodig heeft maar die niet passend kan organiseren. Dat is goed nieuws. Daarom dien ik geen motie in. Het debat over het persoonsgebonden budget was stevig, maar ik wil de staatssecretaris verzoeken om in het vervolg in publieke uitingen geen personen meer verdacht te maken die gebruikmaken van het persoonsgebonden budget, in die zin dat zij te gemakkelijk gebruik zouden maken van zorg. Deze mensen hebben een onafhankelijke indicatie en daarmee recht op zorg. Die krijgen zij via een pgb. Dat hebben zij niet lichtzinnig aangevraagd. Ik wil dat de staatssecretaris dat erkent.

Mevrouw Dijkstra (D66):

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat om voor de vergoedingsregeling persoonlijke zorg in aanmerking te komen een 10-uurscriterium wordt gehanteerd dat is gebaseerd op de functies persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding;

constaterende dat bij begeleiding in groepen het 10-uurscriterium zo wordt ingevuld dat een dagdeel van 4 uren wordt geteld als 1 uur per dagdeel;

constaterende dat deze uitzondering oneerlijk is en een grote groep mensen met begeleiding uitsluit van de vergoedingsregeling;

verzoekt de regering, inzake het 10-uurscriterium bij begeleiding in groepen net als in alle andere gevallen één uur indicatie ook als één uur te tellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (25657).

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Voorzitter. Er zijn drie moties en één vraag.

In de motie-Voortman c.s. op stuk nr. 89 wordt mij gevraagd om bij de regeling persoonlijke verzorging een aantal dingen te doen die ik al doe. Die motie is dus overbodig, maar tegelijkertijd heeft mevrouw Voortman het 10 uurscriterium weggelaten. Dat betekent dat ik de motie moet ontraden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wij hebben in het algemeen overleg veel discussie gehad over de vraag: wat gebeurt er als iemand zich meldt die acht of negen uur zorg heeft? De heer Van der Staaij noemde daarbij een mijnheer met een dwarslaesie. De vraag was: zou de vergoedingsregeling dan kunnen worden aangepast? Volgens mij zei de staatssecretaris toen: als blijkt dat zorg in natura niet kan, wordt de regeling mogelijk aangepast.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Dat is precies wat ik gezegd heb. De regeling wordt gemonitord. Ik wil die regeling nadrukkelijk de ruimte geven om precies de dingen te doen die ik beoog. Ik heb al een aantal keren gezegd de regeling te zullen aanpassen als ik voldoende zicht heb gekregen op waar individuen dan wel groepen extra ruimte nodig hebben in de regeling. Die inbreng is dus overbodig. Dat is precies wat ik ga doen. Als dat de beperking is van deze motie, dan is zij overbodig.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Bedankt voor deze duidelijkheid, want dan kunnen wij bijvoorbeeld in juni of ergens volgend jaar een brief krijgen waarin de staatssecretaris stelt dat het haar inmiddels is gebleken dat het zo niet kan en dat zij de regeling aanpast. Dan trek ik deze motie in.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

De brief zal hoogstens bevatten: wij hebben gezien dat wij mogelijk een kleine categorie nog niet voldoende hebben bediend. Er zal zeker in blijven staan dat dit een goede regeling is.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Voortman c.s. (25657, nr. 89) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

In de motie-Voortman c.s. op stuk nr. 90 vraagt mevrouw Voortman om het laatste woord bij de zorgvrager te leggen. Ik heb heel nadrukkelijk vanmiddag verteld dat dat het beleid is. Die motie is dan ook overbodig. In het dictum wordt echter het 10 uurscriterium losgelaten. Dat zal ik nadrukkelijk niet doen. Dat is namelijk de infrastructuur van de vergoedingsregeling. Als dat ontbreekt in dit verhaal, dan moet ik de motie ontraden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat criterium ontbreekt inderdaad heel bewust in dit verhaal. Immers, juist in die categorie wordt een hoop discussie verwacht met bezwaarprocedures die nog niet eens afgerond zijn. Juist om de regeling gemakkelijker te maken, heb ik die categorie erbuiten gelaten. Ik heb gehoord dat de staatssecretaris de motie ontraadt, maar ik breng deze wel in stemming om dit duidelijk te maken.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Voorzitter. De derde spreker was mevrouw Leijten. Zij heeft nogmaals de suggestie gewekt dat ik gesuggereerd zou hebben dat de cliënten gefraudeerd zouden hebben. Ik heb dat al enige malen verre van mij geworpen. Ik herhaal hier dat ik dit absoluut niet wil suggereren.

Ik kom bij de motie-Dijkstra op stuk nr. 91, waarin de regering wordt verzocht, het 10 uurscriterium te nuanceren in de zin dat groepsbegeleiding volwaardig zou meetellen, even zwaar als individuele zorg. Ik heb al een aantal keren uitgelegd dat dit oneerlijk zou zijn ten opzichte van andere cliënten. Ik moet deze motie dan ook ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties vinden plaats bij de eindstemming.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.