Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 40, item 13

13 Ondernemerspleinen

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 23 november 2011 over Ondernemerspleinen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Wij hebben een goed overleg gehad met deze minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Hij weet dat hij de steun heeft van de SP-fractie voor de verandering die hij in gang wil zetten om te komen tot ondernemerspleinen, zodat ondernemers meer centraal terecht kunnen om tal van zaken te regelen. Dat is goed; dat heeft de steun van de SP-fractie. Ik ben ook zeker een groot voorstander van zo beperkt mogelijke lasten voor ondernemers. Dat wil echter niet zeggen dat het terecht is om iets waarvoor ondernemers tot dusver altijd zelf betaalden, namelijk de bijdrage aan de heffingen van de Kamer van Koophandel, nu in deze crisistijd over te hevelen en voortaan uit de algemene middelen te betalen. Daardoor komen die gelden ten laste van de belastingbetaler. Ik heb aangegeven dat het mkb mij bijzonder lief is. Ik heb daarover niet voor niets een notitie geschreven, het boekje Hart voor de Zaak. Wij doen zelf regelmatig voorstellen om de positie van het mkb te verbeteren, maar dit gaat ons echt te ver. De kosten voor de ondernemerspleinen van de Kamers van Koophandel moeten door de ondernemers zelf worden betaald. Ik heb daarover geen motie, maar ik begrijp dat mevrouw Smeets wel een motie met die strekking zal indienen. Die heb ik dan ook mede ondertekend.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. Een dag zonder moties is een dag niet geleefd. Er is dit jaar veel gebeurd. Wij hebben in een jaar tijd de verplichte heffing voor de Kamer van Koophandel en de verplichte heffing voor de product- en bedrijfschappen weten te schrappen. Dat is hartstikke goed, want ruimte voor ondernemerschap wordt ook door de Kamer met vereende krachten mogelijk gemaakt. Dit is een mooi resultaat, je zou het bijna een hervorming noemen.

Dan over het ondernemersloket. Wij zijn positief over de ondernemerspleinen. Voor ons is de vraag wat er achter zo'n loket gebeurt. Er komt ook een ombudsman die zich wellicht gelieerd aan dat loket bezig zal houden met ondernemersvraagstukken. Ik begrijp dat daaraan gewerkt wordt en wij zijn daar heel positief over.

Blijft er nog een ding over waar wij tegenaan hikken en dat is dat de Kamer van Koophandel nog steeds gegevens van ondernemers, die daar geen toestemming voor hebben gegeven, verkoopt aan anderen. Er is weliswaar een ja/neesticker, maar het blijft zo dat een ondernemer er zelf over moet gaan wat er met zijn gegevens gebeurt. Bovendien is de Kamer van Koophandel nu een overheidstaak geworden, dus waarom zouden wij nog moeten verdienen aan data? Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamers van Koophandel (KvK) opgenomen worden in de nieuwe Ondernemerspleinen en daarmee overheidsorgaan worden;

overwegende dat ondernemers verplicht zijn zich te registreren bij de KvK;

overwegende dat de KvK nu verdient aan het verkopen van ingeschreven ondernemers en dat dit leidt tot ongewenste reclamezendingen aan ondernemers;

constaterende dat ondernemers hier alleen onderuit kunnen via een opt-outregeling;

van mening dat het onwenselijk is dat een overheidsorgaan bijverdient aan het verkopen van adresgegevens en dat een ondernemer zelf initiatief moet nemen om dit te voorkomen;

verzoekt de regering, bij de nieuwe Ondernemerspleinen uit te gaan van een opt-inregeling, zodat gegevens van ondernemers alleen worden verspreid als hier actief toestemming voor is gegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (32004).

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik zal snel beginnen deze voor te lezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ondernemers met ingang van 1 januari 2013 geen bijdrage meer verschuldigd zijn aan de Kamers van Koophandel;

constaterende dat dit een lastenverlichting voor het bedrijfsleven betreft;

overwegende dat burgers niet mogen opdraaien voor de lastenverlichting voor het bedrijfsleven;

verzoekt de regering, de afschaffing van de bijdragen aan de Kamers van Koophandel door ondernemers te laten financieren, zodat de rekening niet bij de burgers terechtkomt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeets, Gesthuizen en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (32004).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Centrale Adviesraad van de Ondernemerspleinen een afspiegeling moet zijn van alle partijen en belanghebbenden in het bedrijfsleven;

constaterende dat zzp'ers een steeds belangrijker aandeel vormen in het ondernemersbestand;

overwegende dat zzp'ers ondernemers zonder personeel zijn en daarom bijzondere vertegenwoordiging behoeven in de Centrale Adviesraad;

verzoekt de regering, bij de personele invulling van de Centrale Adviesraad te streven naar evenredige vertegenwoordiging van de diverse belanghebbenden, waarbij ten minste een vijfde deel wordt gereserveerd voor zzp'ers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeets, Gesthuizen, Braakhuis en Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (32004).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de taken van de Ondernemerspleinen op het gebied van regionale voorlichting en stimulering van de economie alleen zinvol kunnen worden ingevuld wanneer dit met inzet van regionale middelen en op basis van besluitvorming door en voor de ondernemingen en overige actoren in de regio gebeurt;

constaterende dat essentieel voor het succes van de Ondernemerspleinen betrokkenheid van en draagvlak bij het regionale bedrijfsleven is;

overwegende dat de regio het relevante schaalniveau is voor het ontwikkelen van de regionale economie;

overwegende dat de Ondernemerspleinen dienen als verbindende, ondersteunende en faciliterende partners voor stakeholders en strategische partners (de vier O's) in de regio;

verzoekt de regering, bij de nadere uitwerking invulling te geven aan een regionaal georiënteerde organisatie, die door middel van regionale Ondernemerspleinen dicht bij de ondernemingen staat en met regionale stakeholders gezamenlijk werkt aan het opstellen en uitvoeren van een Regioagenda door en voor ondernemingen, met een herkenbare regionale structuur en evenredige vertegenwoordiging van de regionale stakeholders, met autonome bevoegdheden ten aanzien van de Regioagenda – zowel inhoudelijk als financieel – binnen landelijk vastgestelde financiële kaders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeets en Koppejan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (32004).

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Onze fractie is een groot voorstander van Ondernemerspleinen. Als kleine aansporing wil ik de volgende motie indienen:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Ondernemerspleinen de vervanging gaan vormen voor de Kamers van Koophandel;

overwegende dat hierdoor sprake zal zijn van verdergaande centralisatie van de dienstverlening aan ondernemers;

constaterende dat de regio's hier niet de dupe van mogen worden;

verzoekt de regering, zich maximaal in te spannen om bij de verdere vormgeving van de Ondernemerspleinen te komen tot optimale spreiding van de resterende fysieke kantoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (32004).

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ik wil de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in het nieuw te vormen Ondernemersplein veel verschillende taken voor ondernemers en belanghebbenden aangeboden zullen worden;

overwegende dat er mogelijk activiteiten op het Ondernemersplein worden aangeboden die ook door andere bedrijven en instellingen worden aangeboden en uitgevoerd;

van mening dat overheidstaken die reeds door markt- of andere partijen worden uitgevoerd onnodig en overbodig zijn en zo min mogelijk dubbel uitgevoerd dienen te worden;

constaterende dat de huidige mogelijkheden tot het melden van deze dubbele taken niet laagdrempelig of toegankelijk zijn en weinig ruimte laten voor dialoog of zelfregulering;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat er bij de inrichting van de nieuw te vormen Ondernemerspleinen een meldpunt wordt opgezet waar het mogelijk is om online, anoniem en openbaar melding te maken van overbodige of dubbele overheidstaken;

verzoekt de regering tevens, in overleg met bestuurders in de Ondernemerspleinen tot een aanpak voor zelfregulering te komen, waarbij meldingen over dubbel uitgevoerde taken worden beantwoord en ingezet ten bate van mogelijke verbeteringen in het takenpakket van de Ondernemerspleinen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (32004).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Verhagen:

Voorzitter. Ik dank de leden van de Kamer voor hun opmerkingen en de moties. Ik begin met de motie van de heer Verhoeven op stuk nr. 5, waarin gevraagd wordt om een opt-inregeling voor de verspreiding van gegevens. De optie die het kabinet kiest, neemt de grootste ergernis van de ondernemers weg. Er is juist in overleg met de werkgeversorganisatie een compromis gesloten tussen maximale transparantie van het handelsverkeer en de persoonlijke belangen van de ondernemers. Waarom opting out en geen opting in? Ondanks diverse berichten die het tegendeel doen vermoeden, waarop de heer Verhoeven zich blijkbaar baseert, kiest nog altijd een minderheid voor de non-mailingindicator. De meerderheid heeft dus geen zwaarwegende bezwaren tegen commercieel gebruik of ziet er zelfs voordelen in. Als wij zouden overgaan op de opt-in, dan moet de meerderheid in de pen klimmen. Dat levert fors hogere administratieve lasten op, en dat kan niet de bedoeling zijn van de grote voorvechter van het afschaffen van administratieve lasten. Ik moet de motie derhalve ontraden.

De heer Verhoeven (D66):

De minister baseert zich op uitspraken van de werkgeversorganisaties en op het feit dat een minderheid van de ondernemers de non-mailingindicator gebruikt. De reden waarom die non-mailingindicator niet vaak gebruikt wordt, is dat ondernemers hem niet zien. Ze vinden hem niet. Daarom wordt hij niet gebruikt. Wij willen dat "nee, tenzij" de standaard wordt. Dat is echt de reden waarom wij hier een verandering willen.

Minister Verhagen:

De verandering die eerder op verzoek van de Kamer is aangebracht en die ik ga uitvoeren voor de Ondernemerspleinen, is juist de ja/nee-sticker waar de PVV mee is gekomen. Het is bekend dat die sticker felle kleuren bevat. De sticker valt heel erg op. Het wordt allemaal veel zichtbaarder voor de ondernemer waarvoor hij of zij kiest. Dat komt overeen met hetgeen gewenst wordt door de ondernemers. Dan heb ik het niet over een organisatie, maar over de brede groep, op basis van het overleg dat heeft plaatsgevonden met mkb en andere ondernemers.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Stel dat deze motie wordt aangenomen. Heeft dat dan ook consequenties voor het niet-commerciële verhaal, het feit dat er geld wordt verdiend bij de Kamers van Koophandel? Heeft het ook consequenties voor de rechtszekerheid? Wordt het lastiger voor andere organisaties, voor andere ondernemers, om informatie op te vragen over een mogelijke handelspartner?

Minister Verhagen:

Ik denk dat mevrouw Gesthuizen daar gelijk in heeft. Mijn grootste bezwaar is dat het leidt tot een verhoging van de administratieve lasten. Ergens, linksom of rechtsom, zul je financiering voor activiteiten moeten vinden. De regering wil in overleg met de Kamer af van de heffingen. Uiteindelijk is de beschikbare hoeveelheid geld voor het verrichten van taken afkomstig uit inkomsten, uit heffingen en uit de opbrengsten die net zijn geschetst. Als gevraagd wordt of het wegvallen van inkomsten consequenties heeft, dan kan ik niet anders dan ja zeggen. De heer Verhoeven kijkt heel verontwaardigd, maar hij weet ook dat hij, als hij geen geld van de Kamer meer krijgt voor zijn laptop, die laptop van iets anders moet betalen.

Ik kom op de motie op stuk nr. 6. Daarin wordt gevraagd om de kosten van het Ondernemersplein niet af te wentelen op de burger. Ik kan daarop eenduidig antwoorden dat dit gegarandeerd is. Dus ik zie deze motie als ondersteuning van beleid maar tevens als overbodig. De financiering vindt namelijk plaats uit de lastenruimte voor de werkgevers. Werkgevers betalen dus zelf, maar niet meer via heffingen maar via de belastingen. Het wordt dus niet afgewenteld op de burgers. Er is dus ook geen sprake van een cadeau aan het bedrijfsleven. Als wij nu niet zouden kiezen voor het afschaffen van de heffing voor de Kamer van Koophandel en we het derhalve niet uit de begroting zouden financieren, dan had ik dat hele bedrag op een andere wijze als lastenverlichting voor het bedrijfsleven moeten teruggeven op grond van de afspraken die we in het regeerakkoord gemaakt hebben over lastenneutraliteit. Dus dit gaat wel ten koste van andere lastenverlichting voor de ondernemers. Dat is de consequentie. Dus ik zie deze motie als ondersteuning maar tegelijkertijd is die overbodig.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Het zou prachtig zijn als het ondersteuning van beleid was, want dat zou betekenen dat de burgers daar niet voor behoeven te betalen. Dat is echter niet zo. De minister heeft in het algemeen overleg een heel debatje gehad met GroenLinks, de SP en de PvdA hierover. Het gaat erom dat de burgers gaan meebetalen aan de Shell's en de C&A's van deze wereld. Dat is wat de ondertekenaars niet wensen. Nu moet iedereen betalen. De minister heeft wel gelijk als hij zegt dat wanneer de ondernemers het zelf moeten betalen, het een lastenverzwaring is.

Minister Verhagen:

Nee, nee.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Ja, want dan heeft het kabinet een probleem. Dat heeft namelijk aan de heer Wientjes cum suis beloofd dat de lasten voor het bedrijfsleven in deze periode niet zullen stijgen. Het zal dus zijn belofte gestand moeten doen. Het kan niet anders. Het blijft echter wel zo dat zoals het voorstel er nu ligt, de burgers mee gaan betalen.

Minister Verhagen:

Het is van A tot Z niet waar. Indien wij de heffing niet zouden afschaffen, zouden we bijvoorbeeld de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting voor bedrijven moeten verlagen met dit bedrag. Dat staat gewoon op de lat. Dat is een harde toezegging die in het financiële kader van het regeerakkoord staat. Dus als wij nu niet de financiering van die Ondernemingspleinen vanuit de begroting zouden doen, dan zou dat betekenen dat we met dit bedrag bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting zouden moeten verlagen. Zo simpel is het. Het is dus echt niet zo dat ik hier een cadeautje geef aan het bedrijfsleven. Het is een invulling van de lastenverlichting voor het bedrijfsleven zoals afgesproken in het regeer- en gedoogakkoord en genoemd financieel kader daarvan. Daarvoor kiezen wij om daarmee de Ondernemingspleinen te financieren. Ook in de schriftelijke antwoorden die ik aan de Kamer gestuurd heb, staat heel duidelijk dat de ondernemers blijven betalen en ze daarmee bijvoorbeeld de verlaging van de vennootschapsbelasting mislopen. Als de motie in zou houden dat ik een andere systematiek zou moeten kiezen, ontraad ik die.

De heer Verhoeven (D66):

Luisterend naar deze discussie heb ik ineens een briljant idee. Waarom maken we de heffing voor de Kamer van Koophandel niet vrijwillig? Dan heb je én de lastenverlichting voor ondernemers én heb je niet die extra druk op de begroting. Ik hoor hierop graag de reactie van de minister.

Minister Verhagen:

Ik bewonder de creativiteit en het uithoudings- en doorzettingsvermogen van D66, maar die discussie hebben wij hier volgens mij al gevoerd. Gelet op het kerstregime lijkt het mij beter om het daarbij te laten.

De voorzitter:

Nou, dat hebben we afgeschaft in het kader van het dereguleren, maar desondanks gaat u naar een volgend punt.

Minister Verhagen:

Voorzitter. Dan kom ik op de motie van mevrouw Smeets, mevrouw Gesthuizen en de heren Braakhuizen en Verhoeven over de zzp'ers. Ik zou de indieners willen vragen om die motie aan te houden tot bij de behandeling van het wetsvoorstel. Er komt een wetsvoorstel naar de Kamer. Daarbij wordt de vertegenwoordiging bij de Centrale Adviesraad zeer nadrukkelijk betrokken. Ik ben het absoluut met de indieners eens dat er bij de personele invulling een goede vertegenwoordiging moet zijn van zzp'ers. Dat zeg ik mevrouw Smeets en de andere indieners toe, maar ik vind het te vroeg om ons nu vast te leggen op de precieze verhoudingen. Ik wil dat betrekken bij de voorbereiding van het wetsvoorstel. Ik wil ook even bekijken of bijvoorbeeld een vijfde evenredig is, gelet op het totale aantal ondernemers. Het belang van de vertegenwoordiging van zzp'ers onderschrijf ik dus volmondig. Ik zal dit punt betrekken bij dat wetsvoorstel, maar ik verzoek de indieners om deze motie aan te houden totdat wij het debat hierover meer in den brede voeren.

Ik kom bij de motie van mevrouw Smeets en de heer Koppejan over de regionale invulling. Ik ben het met de indieners eens dat de Kamers van Koophandel een belangrijke rol spelen in de regio. Dat onderkent de regering. Ook wij zijn dus van mening dat de regionale Ondernemingspleinen die rol zullen moeten blijven spelen, maar – op dat punt moeten wij elkaar niets wijsmaken – met minder geld en met minder mensen. De invulling van de regionale activiteiten worden vraaggestuurd vormgegeven door private organisaties vanuit het bedrijfsleven, dus door werkgevers en werknemers, op basis van een samen met andere provinciale stakeholders geformuleerde regiovisie. Daartoe zal uiteraard op regionaal niveau ook een regioraad van een beperkte omvang worden gevormd, maar ik ben terughoudend met het optuigen van die regioraden met allerlei formele bevoegdheden, mede gelet op de deregulering en de algemene stappen die wij hier moeten zetten. De regionale activiteiten moeten dus passen binnen de andere kaders die wij hebben afgesproken. Ik zie deze motie als een ondersteuning om bij de uitwerking de regionale positie zeer nadrukkelijk in het oog te houden. Ik zie dit dus als een ondersteuning van het beleid dat ik voor ogen heb.

Dan de motie van de heer Van Vliet over de positie van de regio. De heer Van Vliet stelt zeer nadrukkelijk dat de regio niet de dupe mag zijn en dat er dus ook een optimale spreiding van de fysieke kantoren moet komen. Die motie zie ik als een ondersteuning van het beleid. We hebben dit ook gewisseld in het debat. Dit zal wel op basis van objectieve criteria moeten geschieden, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat wij in combinatie met die motie in wezen de Kamers van Koophandel ongewijzigd, met die hele optuiging, in stand houden, want dat doorbreken wij nu juist door naar één zbo te gaan.

In de motie op stuk nr. 10 van de heer Ziengs wordt gevraagd om in overleg met bestuurders tot zelfregulering te komen ten bate van mogelijke verbeteringen in het takenpakket en om bij de inrichting van de nieuw te vormen Ondernemerspleinen een meldpunt op te zetten om online, anoniem en openbaar melding te maken van overbodige of dubbele overheidstaken. Ik wijs de Kamer erop dat de Wet markt en overheid naar verwachting op 1 juli 2012 in werking treedt. Die wet verbiedt overheden niet om economische activiteiten te verrichten, maar geeft wel zeer duidelijk gedragsregels aan om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De heer Ziengs vraagt daar terecht aandacht voor. Ondernemers kunnen dan dus, ook anoniem, terecht bij de NMa voor klachten over marktverstorende activiteiten door overheden die de markt op gaan. Ik zie het punt van de heer Ziengs dat wij ook bij deze nieuwe organisatie geen zaken gaan oppakken waar de markt in voldoende mate in kan voorzien. Het gaat verder dan markt en overheid. Ik zal zorgen voor een adequate klachtenprocedure. De heer Verhoeven wees erop dat ik op basis van de motie van zijn hand al in overleg met de Nationale Ombudsman ben over een apart aanspreekpunt voor ondernemers met klachten over de overheid.

Ik wijs erop dat ik nog naar het punt van de anonimiteit zal kijken. Anonieme tips zullen bij organisaties zoals de nieuwe zbo de effectiviteit van aanpakken en oplossen niet vergroten. Ik laat het oordeel over de motie dus over aan de Kamer. Er zitten voors en tegens aan vast. Het punt als zodanig, de zorg, onderschrijf ik.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de moties zijn bij de eindstemming. Ik schors de vergadering voor een vroege avondpauze tot 18.00 uur, waarna wij beginnen met het VAO ziekenhuisbekostiging. Vanaf dat moment gaan wij ononderbroken door tot het laatste VAO.

De vergadering wordt van 16.07 uur tot 18.00 uur geschorst.