Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 7

7 ROC Leiden

Aan de orde is het VAO ROC Leiden (AO d.d. 16/12). 

De voorzitter:

We gaan thans van start met een hele serie VAO's en VSO's. Het eerste VAO betreft ROC Leiden. Ik heet de minister van Onderwijs van harte welkom. Van de zijde van de Kamer zijn er zes deelnemers. Mevrouw Lucas van de VVD is de eerste spreker. Zij heeft, net als iedereen, twee minuten spreektijd. 

Mevrouw Lucas (VVD):

Voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg van gisteren wil ik twee moties indienen en een vraag stellen aan mijn collega's. De eerste motie is dezelfde motie als die ik in juni heb ingediend. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat ROC Leiden in acute financiële problemen is geraakt door naïeve en amateuristische investeringen in vastgoed; 

overwegende dat het redden van ROC Leiden ten koste gaat van andere instellingen en dit alleen gerechtvaardigd is als deze injectie daadwerkelijk leidt tot een duurzame oplossing voor de onderwijskwaliteit; 

overwegende dat de minister de Kamer hiervan niet heeft weten te overtuigen en nu geld overmaken de sector het signaal geeft dat we wel zeggen dat instellingen failliet moeten kunnen gaan, maar dat niet waarmaken en daarmee bestuurders een vrijbrief geven voor wanbeleid; 

verzoekt de regering, geen additionele middelen aan ROC Leiden ter beschikking te stellen en de benodigde besluiten te nemen, in het kader van haar stelselverantwoordelijkheid, voor een ordentelijke afwikkeling van het onderwijs op ROC Leiden en het vervolgens elders onderbrengen van de leerlingen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lucas. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 86 (33495). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de brief van 18 juni 2015 over ROC Leiden de minister heeft aangegeven dat er voorwaarden zijn verbonden aan het beschikbaar stellen van de tranches aanvullende middelen voor ROC Leiden, waaronder een robuust herstelplan en samenwerking in de regio; 

overwegende dat door het afkeuren van het herstelplan door de inspectie feitelijk niet aan de voorwaarden is voldaan; 

overwegende dat ook de intentieverklaring en het versnellingsdocument nog onvoldoende helderheid geven over de voorwaarden rond samenwerking in de regio en de overdracht en uitwisseling van opleidingen; 

verzoekt de regering, zich aan haar eigen afspraken te houden en nu geen aanvullende tranche van 5 miljoen euro beschikbaar te stellen voor ROC Leiden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lucas. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 87 (33495). 

Mevrouw Lucas (VVD):

Gisteren heeft een ruime meerderheid van mijn collega's aangegeven geld te willen overmaken naar ROC Leiden. Het feit dat niet aan de voorwaarden voor de tranche is voldaan, doet daar voor deze partijen blijkbaar niets aan af. De facto gaan ze akkoord met een blanco cheque van 40 miljoen euro. Want zal de houding van de genoemde collega's bij de volgende tranche anders zijn? Zullen de voorwaarden dan wel hard zijn? Of zeggen mijn collega's nu al: kom maar door met de volgende tranche, want dat scheelt ons veel tijd? Ze kunnen dan net zo goed vandaag nog besluiten tot het ter beschikking stellen van het resterende bedrag van de 40 miljoen euro in plaats van ieder halfjaar hetzelfde debat te voeren over 5 miljoen euro. Dat zou ook de docenten en de or van ROC Leiden ontzettend veel tijd schelen. Tijd, die zij beter kunnen besteden aan het onderwijs! 

De voorzitter:

De heer Van Meenen van D66 ziet af van zijn spreektijd. 

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Ik heb geen motie, maar wel een vraag aan de minister. Gisteren stelde de minister in het algemeen overleg dat ROC Leiden op geen enkele manier betrokken is bij de inrichting van het schoolplein van 1 hectare groot bij Lammenschans. Uit de projectovereenkomst, die de grondslag vormt voor de ontwikkeling van dat plein, blijkt dat de gemeente Leiden, ROC Leiden, het Community College en het Da Vinci College wel degelijk betrokken zijn bij de ontwikkeling van dat plein. Daar hoort ook het amoveren van het garagebedrijf bij dat daar is gevestigd. Desnoods wil men overgaan tot onteigening van dat goedlopende bedrijf. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Is ROC Leiden nu wel of niet betrokken bij de ontwikkeling van het veel te grote plein? En gaat er nou wel of geen geld heen dat voor onderwijs bestemd is? Als de minister inderdaad denkt dat dit niet zo is, is zij dan wel bekend met de documenten van burgemeester en wethouders rond de nieuwbouw Lammenschanspark van 22 december 2006? Ik wacht de antwoorden even af. 

De voorzitter:

Heel verstandig. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Bruins van de ChristenUnie. Het is de eerste keer dat hij hier staat. Dat noemen wij soms een maidenspeech, maar dat telt niet echt bij een VAO. Het is dus eigenlijk de opwarming voor zijn maidenspeech. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dus we mogen gewoon interrumperen. 

De voorzitter:

Ja, u mag gewoon interrumperen, maar houdt u zich wel een beetje in, hè. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de minister voor haar antwoorden in het debat van gisteren. De docenten van het ROC Leiden geven met hart en ziel les aan de volgende generatie vakmensen. Er wordt hard gewerkt aan een betere toekomst, maar de inspectie kraakt ook harde noten. Alles afwegende, ben ik van mening dat we docenten en leerlingen nu niet in de kou kunnen laten staan. Ik kies voor de mensen op de werkvloer en spreek mijn vertrouwen in hen uit. Daarom zal ik het overmaken van de volgende tranche, zoals aangekondigd door de minister, steunen. Ik heb daarbij twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat is besloten op voorwaarden 40 miljoen euro in fasen ter beschikking te stellen aan ROC Leiden om op de termijn van drie jaar te komen tot kleinschaliger mbo-onderwijs van goede kwaliteit; 

overwegende dat de Kamer bij overmaking van een volgende tranche in staat moet zijn om te beoordelen of aan de voorwaarden van het reddingsplan is voldaan; 

verzoekt de regering, op korte termijn meer eenduidige, meetbare en tijdsgebonden afspraken te maken met ROC Leiden die getoetst worden alvorens in de toekomst opnieuw wordt besloten tot het ter beschikking stellen van geld, en hierover de Kamer te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 88 (33495). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het ROC Leiden in het kader van een herstelplan een samenwerkingsverband zal aangaan met andere mbo-scholen in de regio; 

overwegende dat hiermee het gevaar bestaat dat als gevolg van deze samenwerking een nóg grootschaliger organisatie ontstaat die "too big to fail" is; 

verzoekt de regering om tijdens de uitvoering van het herstelplan alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat dit proces leidt tot kleinschaliger middelbaar beroepsonderwijs in de regio Leiden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 89 (33495). 

Dank u wel. Dat belooft wat voor uw maidenspeech. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. De oud-bestuurders van ROC Leiden die de onvoorstelbare puinhoop hebben veroorzaakt, zijn niet langer veilig. Er wordt bekeken of zij aansprakelijk gesteld kunnen worden. Eind januari horen we meer en dat is meer dan terecht. En dan zijn er de adviseurs van ROC Leiden, die een dubbele pet ophadden. Ze werkten mede voor het vastgoedbedrijf Green Real Estate. Het is schaamteloos en deze dubbelrol moet dan ook onderzocht worden. Mijn collega Rog gaat daar straks een prachtige motie voor indienen. Ik reken op de steun van de Kamer. 

Tot slot heb ik dezelfde vraag als de heer Beertema. Hoe zit het nou precies met dat plein? De minister zou gezegd hebben dat het een zaak van de gemeente is, maar wij krijgen signalen dat het ook een zaak is van ROC Leiden. Graag een toelichting. 

De voorzitter:

Een korte vraag van mevrouw Lucas. 

Mevrouw Lucas (VVD):

Ik ben benieuwd hoe de SP kijkt naar haar eigen verantwoordelijkheid in dezen. De SP vindt het leuk om op de bestuurders af te geven. Dat hebben wij allemaal ook al eerder gedaan. U bent echter gisteren akkoord gegaan met een herstelplan dat niet goedgekeurd is. U hebt gisteren een blanco cheque gegeven. Hoe kijkt u dus naar uw eigen verantwoordelijkheid in dezen? Volgens mij bent u net zo schuldig als die bestuurders. 

De voorzitter:

En met "u" bedoelt u de heer Van Dijk, neem ik aan. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik heb gisteren gezegd dat er geen winnaars zijn op dit dossier. Het is uiterst triest wat daar gebeurt. Ik heb gezegd dat ik niet voor het steunpakket ga liggen dat de minister nu aan ROC Leiden aanbiedt. Maar de keuze is: steun je nu de docenten en de studenten die daar les krijgen of laat je ze keihard vallen? Daarin begrijp ik mevrouw Lucas niet meer, want dat is de facto wat er gebeurt door haar motie. De oud-bestuurders die aangepakt moeten worden, voelen helemaal niks van haar motie. Wat dat betreft is het dus een wassen neus wat zij aan het doen is. 

Mevrouw Lucas (VVD):

Ik zou graag antwoord krijgen op de vraag of die 40 miljoen nu in een keer helemaal kan worden overgemaakt. Of gaat de heer Van Dijk deze poppenkast ieder halfjaar opnieuw voortzetten? 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik heb de vraag van mevrouw Lucas gehoord. Ik vind het een interessante suggestie. Desalniettemin is de toekomst van ROC Leiden uiterst ongewis. Mevrouw Lucas heeft allerlei terechte punten aangehaald, die ik zelf in mijn spreektekst ook heb aangehaald. Is het wel voldoende solide? Biedt het wel perspectief? Daarom moeten wij er bovenop blijven zitten. Alles afwegende kies ik voor docenten en studenten en hoop ik dat de oud-bestuurders aangepakt gaan worden. 

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. Eindelijk zal de minister onderzoeken of zij de megalomane oud-bestuurders van ROC Leiden en de wegkijktoezichthouders kan vervolgen en aansprakelijk stellen voor de schade die zij jarenlang hebben toegebracht, waarvan leerlingen en onderwijspersoneel de dupe waren. Dank daarvoor. Ik wil de volgende motie indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de commissie-Meurs vaststelt dat er door ROC Leiden aan financieel adviesbureau Ilfa grote sommen geld zijn overgemaakt, waaraan in ieder geval voor een bedrag van €150.000 geen overeenkomst ten grondslag ligt, terwijl Ilfa in die tijd ook opdrachten uitvoerde voor Green Real Estate; 

tevens constaterende dat uit de rapportage van Integis blijkt dat een volledige analyse of er sprake is van ongeoorloofde belangenverstrengeling van de adviseurs van ROC Leiden, alleen kan worden vastgesteld op basis van een integraal onderzoek aan de hand van bankafschriften en alle uitgaande geldstromen; 

tevens constaterende dat de commissie-Meurs van mening is dat een dergelijk onderzoek geen onderdeel uitmaakte van haar opdracht; 

overwegende dat een volledige analyse noodzakelijk is voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van ongeoorloofde belangenverstrengeling; 

verzoekt de regering, een geïntegreerd onderzoek uit te laten voeren naar door ROC Leiden aan adviseurs verrichte betalingen door een daartoe toegeruste en onafhankelijke organisatie, en de Kamer daarover zo spoedig mogelijk te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 90 (33495). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Bussemaker:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 86 van mevrouw Lucas vraagt geen additionele middelen aan ROC Leiden ter beschikking te stellen. Ik ontraad die motie, hetgeen niet zal verbazen. Dit is namelijk dezelfde motie als die welke in de zomer is ingediend, die ik toen ook heb ontraden. 

De motie op stuk nr. 87 van mevrouw Lucas verzoekt de regering nu geen aanvullende tranche van 5 miljoen euro beschikbaar te stellen voor ROC Leiden. Ook die motie ontraad ik. Ik volg het advies van de Inspectie van het Onderwijs op omdat dit het beste perspectief op waarborging van het onderwijs voor studenten in de omgeving Leiden biedt. Ik constateer dat de transitieovereenkomst en de versnellingsovereenkomst perspectief op verbetering bieden. Met de heer Van Dijk ben ik het eens dat er hierbij geen winnaars zijn. We moeten kijken hoe we in deze situatie — ook dat is eigenlijk niet anders dan in de zomer — zo goed mogelijk kunnen borgen dat het onderwijs van niveau is en gegarandeerd is voor studenten. 

Mevrouw Lucas (VVD):

De motie gaat er natuurlijk over of aan de voorwaarden is voldaan, zoals de minister die zelf heeft gesteld in haar brief van 18 juni 2015. Ik zou daar dan ook een helder antwoord op willen van de minister. Vindt zij dat aan al die voorwaarden die zij zelf heeft gesteld, op dit moment is voldaan? 

Minister Bussemaker:

Ik constateer dat aan de meeste voorwaarden is voldaan. Ik constateer ook dat er een kritisch bericht van de inspectie over het herstelplan is gekomen, maar ik constateer ook dat de inspectie daarbij adviseert om de transitieovereenkomst die er ligt, te versnellen. En dat gebeurt nu. Dus er is wel het een en ander gebeurd na dat bericht. Ik denk dat dit het best denkbare is wat we nu kunnen doen. De werkelijkheid is niet altijd zwart-wit en dat is hier ook het geval. 

Mevrouw Lucas (VVD):

Ik constateer dat de minister ook zelf toegeeft dat niet aan alle voorwaarden is voldaan en dat zij dus haar eigen belofte uit de brief van 18 juni hierbij niet nakomt. 

Minister Bussemaker:

Nee, dat is echt een verkeerde conclusie en dat heb ik ook niet gezegd. U legt mij woorden in de mond. Ik constateer dat de werkelijkheid niet altijd zwart-wit is en dat dit ook hiervoor geldt. Ik denk dat dit het best denkbare is wat mogelijk is. 

In de motie van de heer Bruins op stuk nr. 88 wordt de regering verzocht op korte termijn meer eenduidige, meetbare en tijdsgebonden afspraken te maken met ROC Leiden. Die motie is wat mij betreft echt overbodig en zou ik om die reden dan ook willen ontraden. In het versnellingsplan staan al tussenstappen. Op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw Jadnanansing, die daar gisteren naar vroeg, heb ik ook aangegeven welke mijlpalen we daarin willen benoemen. Ik denk dat het belangrijk is dat we ons nu richten op de uitwerking en de uitvoering daarvan en dat we na de transitieovereenkomst en de versnelling ervan niet weer om een nieuw plan moeten gaan vragen. Laat men nu echt eerst maar aan de slag gaan om dat uit te voeren en ervoor te zorgen dat er op de werkvloer en het klaslokaal verdere verbeteringen komen. Ik zeg er wel bij: uiteraard houd ik de Kamer op de hoogte van de uitvoering. Dus bij dezen zeg ik toe dat ik de Kamer erover zal berichten en dat ik haar er zeker over zal berichten voordat er een volgende tranche wordt overgemaakt, die nu is gepland voor eind 2016. Ik denk dus dat het waarschijnlijk is dat ik de Kamer al ver voor die tijd informeer over de stand van zaken, maar wanneer dat dan precies is, moet ik even bezien. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Kan de minister ons dan in ieder geval toezeggen dat we ruim voor eind 2016 informatie krijgen op basis waarvan we duidelijk kunnen beoordelen of aan de voorwaarden is voldoen voor het tijdpad, zoals zij dat schetst? Ik ben werkelijk van mening dat je dat op dit moment nog niet eenduidig kunt vaststellen op basis van de informatie die we tot nu toe hebben gekregen. 

Minister Bussemaker:

Vanzelfsprekend zeg ik dat toe. Ik zei net al meer dan dat. Ik zei dat ik me kan voorstellen dat er, los van het overmaken van een volgende tranche, een moment kan zijn, misschien voor de zomer, om de Kamer op de hoogte te stellen van de stand van zaken. Ik vind en besef dat wij hierover heel intensief met elkaar hebben gedebatteerd en kan mij voorstellen dat de Kamer het op prijs stelt om van een tussenstand op de hoogte te blijven. Ik moet alleen bekijken wat daarvoor het goede moment is. Ik zal u vanzelfsprekend ruim voor het overmaken van de volgende tranche daarover berichten. 

In de motie op stuk nr. 89 verzoekt de heer Bruins de regering om tijdens de uitvoering van het herstelplan alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat er kleinschaliger middelbaar beroepsonderwijs in de regio Leiden komt. Ik verzoek de heer Bruins om deze motie aan te houden tot het debat over governance dat wij begin februari met elkaar voeren. In dat debat zal gesproken worden over de menselijke maat en kleinschalig middelbaar beroepsonderwijs. Hierover hebben wij het in het AO gister niet gehad. Ik denk dat het goed is om eerst met elkaar nader te definiëren wat wij precies bedoelen met kleinschalig middelbaar beroepsonderwijs. 

De voorzitter:

Even voor onze jongste collega: dit is een verzoek van de minister aan u tot aanhouden van de motie. U kunt dit nu bij de microfoon doen, maar u kunt dit ook in uw fractie bespreken en dit later doen. Dat is helemaal aan u. Het betreft een verzoek van de minister aan uw adres. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter, ik zal dit bespreken in mijn fractie. 

De voorzitter:

Heel goed. 

Minister Bussemaker:

Als u hem niet zou aanhouden, moet ik haar ontraden, omdat ik vind dat zij dan niet duidelijk verwoordt wat mij te doen staat. Ik wil daarover eerst dat debat in februari voeren. 

Ik ga verder met de motie op stuk nr. 90 van de leden Rog en Van Dijk, waarin de regering wordt verzocht om door een onafhankelijke organisatie onderzoek te laten doen naar de aan adviseurs gerichte betaling en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren. Ik constateer dat de commissie-Meurs ook heeft gekeken naar de rol van de adviseurs. De commissie schrijft op pagina 43 van haar rapport dat de in de relevante facturen verrichte betalingen administratief niet kunnen worden gewaarborgd, dat de toewijzing van facturen van adviseurs plaatsvond op basis van adressering waarbij niet altijd stond aangegeven welk project het betrof en dat er een grijs gebied is in de toewijzing. Er is inderdaad aanleiding om te veronderstellen dat niet gegarandeerd kan worden dat alles volgens de regels is verlopen. De commissie constateert ook dat een volledige analyse van aan adviseurs verrichte betalingen uitsluitend kan worden gemaakt op basis van een integraal onderzoek aan de hand van bankafschriften en alle uitgaande geldstromen. Dit betekent dat het een zeer omvangrijk onderzoek kan zijn, wat ook heel veel kosten met zich meebrengt. Ik stel voor om het oordeel over deze motie aan de Kamer te laten, als ik haar zo mag begrijpen dat ik als eerste stap ga bekijken hoe kansrijk zo'n onderzoek kan zijn en hoeveel kosten het met zich mee zal brengen. Ik zal de Kamer in de toegezegde brief over de aansprakelijkheid, die ik eind januari zal sturen, berichten over die eerste stap. Daarna zal ik definitief bekijken of het onderzoek kansrijk genoeg is en er voldoende reden is om een onderzoek als dit te laten uitvoeren. 

De heer Rog (CDA):

Dank. Het is natuurlijk van groot belang dat de onderste steen bovenkomt over die belangenverstrengeling, want dit is publiek geld dat mogelijk tussen die organisaties heen en weer is geschoven. De onderste steen moet bovenkomen, wat het CDA betreft. Als dit niet leidt tot de overschrijding van verjaringstermijnen vind ik het prima dat de minister de motie op deze manier interpreteert. Ik hoop van harte dat zij wordt aangenomen. Wij kunnen dan eind januari onze mind opmaken en besluiten of de uitkomst van het onderzoek die de minister ons meedeelt, er eentje is die wij ondersteunen. 

Minister Bussemaker:

Dank. Voor zover ik weet, verloopt de verjaringstermijn alleen voor de bestuurders, niet voor derden. Maar mocht het anders zijn, dan laat ik u dat ook in de brief van eind januari weten. Mocht dat eerder zijn — ik heb geen enkele reden om dat te veronderstellen — dan laat ik u dat zelfs eerder dan eind januari weten. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Dijk, één vraag. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik wijs de minister op een bericht van Omroep West van maandag 30 november met een heel goed overzicht van de exorbitante vergoedingen die aan deze adviseurs werden uitgekeerd. Dat brengt het onderzoek wellicht al een stapje dichterbij. 

Minister Bussemaker:

Dank. Dan betrekken we dat bij alle overige informatie die wij hebben. 

Dan de vraag van de heer Beertema en de heer Van Dijk over het schoolplein. Ik heb gisteren aangegeven dat er een conflict is over het onteigenen van het terrein van een garagebedrijf. Daarbij is er sprake van een onteigeningsconflict tussen de gemeente Leiden en dat garagebedrijf. Daarbij heeft ROC Leiden geen betrokkenheid en OCW evenmin. 

Er is ook gevraagd naar de uitwerking en een document van 2006 waarbij ROC Leiden wel betrokken is. Ik ken dat document, want dat komt ook voor in de rapportage van PWC. Dat document is een oorspronkelijke huisvestingsovereenkomst, waarbij ROC Leiden en Green betrokken zijn. Daarin is opgenomen dat ROC Leiden voor een bedrag van maximaal €788.000 plus 21% btw, dus in totaal maximaal zo'n €950.000, meebetaalt aan het schoolplein. Het gaat dan om het verplaatsen van een fietsenstalling. De huisvestingsovereenkomst is eind april 2015 met een term sheet gewijzigd. Daarmee zijn de toekomstige huisvestingslasten verlaagd. De details voor een aantal onderwerpen worden nu uitgewerkt. Het schoolplein is een van die onderwerpen, maar dat is dus iets anders dan die onteigeningsdicussie die speelt. De inzet van ROC Leiden is nu dat de bijdrage aan het schoolplein wordt geschrapt. Die onderhandelingen lopen nog. Je zou kunnen zeggen dat dit nog losse eindjes zijn waar vele partijen bij betrokken zijn. De onderhandelingen worden naar verwachting in 2016 afgerond. Dus is nog niet bekend of ROC Leiden inderdaad gaat meebetalen en voor welk bedrag, maar dat bedrag ligt dan in ieder geval beneden 1 miljoen en heeft verder ook geen gevolgen voor de maximale bijdrage van 40 miljoen. Een stoep en een fietsenstalling zijn ook onderdelen die bij een school horen. Zeker in dit geval is het niet wenselijk dat er onnodige bedragen uitgegeven worden. 

Daarmee hoop ik de uitspraak van gisteren te hebben verduidelijkt. Het zijn dus eigenlijk twee onderdelen waarbij ROC Leiden genoemd wordt in het kader van een ontwikkelplan. Bij het ene aspect heeft het ROC geen enkele rol. Hier speelt nog een erfenis uit een overeenkomst uit 2006. 

Daarmee ben ik aan het eind van mijn beantwoording. 

De voorzitter:

Heel goed. Dank u wel. Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor haar aanwezigheid. De heer Beertema nog even, over het fietsenhok. 

De heer Beertema (PVV):

Het gaat uiteindelijk om een schoolplein van 1 hectare dat daar gepland is. Ik wil gewoon de zekerheid hebben dat er absoluut helemaal geen geld, ook niet uit de noodsteun, zal ik maar zeggen, besteed wordt aan deze deal, die nog steeds bestaat. Hoe kan de minister ons nu daarin geruststellen? Ik ben nog steeds niet helemaal overtuigd. 

Minister Bussemaker:

Laten wij een onderscheid maken tussen een schoolplein en een stadsontwikkelingsgebied. Dat is daar nu aan de orde, zoals ik u gisteren heb aangegeven. De stoep van ROC Leiden maakt onderdeel uit van dat stadsontwikkelingsgebied. Ik ben daar geen specialist in, maar je moet natuurlijk wel gewoon je school in kunnen komen. Daar houdt de betrokkenheid dan ook op. Ik heb aangegeven dat de inzet van ROC Leiden is om ook af te komen van dat onderdeel waar nog een los eindje aan zit. Ik zal u bij volgende rapportages berichten over de voortgang bij ROC Leiden, dus ook over dit onderdeel van de onderhandelingen, die begin 2016 worden afgerond. De inzet van de heer Beertema is ook mijn inzet. 

Mevrouw Lucas (VVD):

Volgens mij geeft de minister geen duidelijk antwoord op deze vraag. De vraag is: kan zij garanderen dat de noodsteun die door andere roc's wordt betaald als onderdeel van de 40 miljoen, niet gebruikt wordt voor én de aankoop van zo'n belachelijk groot schoolplein, én voor het onteigenen van een goedlopend bedrijf? 

Minister Bussemaker:

Ik heb net aangegeven dat het onteigenen van dat bedrijf een kwestie is van het bedrijf en de gemeente. Daar heeft ROC Leiden helemaal niets mee te maken en daar kan dus ook geen bijdrage in gaan zitten. De 40 miljoen brengt mij weer terug bij de oorzaak van de problemen van ROC Leiden. Dat bedrag zit in een volstrekt onverantwoorde vastgoeddeal. Volgens mij zijn wij het daarover allemaal eens. Daar zijn extra middelen voor nodig. Het is een onderdeel van de vastgoeddeal uit het verleden; ik kan het niet mooier maken. Mijn inzet en de inzet van ROC Leiden is duidelijk. Dit onderdeel kan verder geen gevolgen hebben voor het maximale bedrag van 40 miljoen dat ik eerder heb genoemd. Mooier kan ik het niet maken, helaas. 

De voorzitter:

Dat zou ik ook niet willen. Tot zover dit debat, hartelijke dank aan de minister voor haar aanwezigheid. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Aan het eind van deze vergadering stemmen wij over de moties. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.