Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 8

8 Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming

Aan de orde is het VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming (AO d.d. 12/11). 

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Infrastructuur en Milieu, fijn dat u weer bij ons bent. Wij hebben zes deelnemers van de zijde van de Kamer. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien een aantal moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in België besloten is om de kernreactor Doel 3 toch weer in werking te stellen; 

overwegende dat er twijfels zijn gerezen over de veiligheid van deze kernreactor; 

verzoekt de regering, er bij de Belgische regering op aan te dringen om eerst een milieueffectrapportage te laten uitvoeren, alvorens deze kernreactor opnieuw wordt opgestart, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 127 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er geen belastinggeld naar private ondernemingen moet gaan; 

overwegende dat de regering momenteel geld leent aan de Stichting Voorbereiding Pallas; 

overwegende dat onduidelijk is of er private investeerders bereid zijn om bouw en exploitatie ter hand te nemen; 

verzoekt de regering, aan te geven welk taakstellend budget, inclusief fiscale maatregelen, maximaal beschikbaar is voor Pallas in het geval er onvoldoende private investeerders gevonden kunnen worden, en de Kamer daarover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 128 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de splitsing van energiebedrijf DELTA mogelijk gevolgen heeft voor het zelfstandig voortbestaan van DELTA; 

overwegende dat de veiligheid van kerncentrales van het grootste belang is; 

overwegende dat het ontmantelen van een kerncentrale met grote kosten gepaard gaat; 

verzoekt de regering, te onderzoeken wat er nodig is om voldoende reserves te vormen voor het ontmantelen van kerncentrale Borssele, en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 129 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de splitsing van energiebedrijf DELTA mogelijk gevolgen heeft voor het zelfstandig voortbestaan van DELTA; 

overwegende dat de Kamer met de motie-Van Gent (28982, nr. 78) heeft uitgesproken het juridisch en economisch eigendom van de kerncentrale in Borssele in overheidshanden te willen houden; 

van mening dat overheden de veiligheid van kerncentrales moeten waarborgen middels een eigendomsrelatie; 

verzoekt de regering om te onderzoeken wat de kosten zijn van het overnemen van het juridisch en economisch eigendom van de kerncentrale in Borssele, en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 130 (25422). 

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Wij hebben een vruchtbaar debat met de minister gevoerd. Ik dank haar voor het beantwoorden van de vragen, maar ik heb nog wel een paar punten waarop ik wil terugkomen. Het eerste punt betreft de amoveringskosten van de centrale. Wij maken ons daar zorgen over. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het de bedoeling is om de kerncentrale in Borssele in 2033 te sluiten; 

overwegende dat de kerncentrale daarna moet worden ontmanteld, en het de bedoeling is dat de eigenaar van de centrale, EPZ, zelf middels een amoveringsfonds de kosten hiervan gaat dragen; 

overwegende dat deze kosten circa 500 miljoen euro zouden bedragen, maar dat er vooralsnog slechts 68 miljoen euro in dit fonds zou zitten; 

verzoekt de regering, met EPZ in overleg te treden en te bewerkstelligen dat het amoveringsfonds adequaat gevuld wordt; 

verzoekt de regering, de Kamer hierover binnen drie maanden te rapporteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 131 (25422). 

De heer Jan Vos (PvdA):

Wij hebben in het overleg ook gesproken over wederzijdse inspecties. De minister heeft toegezegd dat zij dat zou bespreken met haar Belgische ambtsgenoot. Daarom de volgende motie, in afwachting van een eventuele toelichting van de minister. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in België zeven kernreactoren vlak over de grens met Nederland staan; 

overwegende dat de bewoners van Zeeland, West-Brabant en Zuid-Limburg hiermee te maken hebben; 

overwegende dat een aantal van deze centrales regelmatig afgeschakeld worden, en er twijfels zijn gerezen aan de veiligheid van deze centrales; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat beide toezichthouders, de Nederlandse ANVS en de Belgische FANC, gezamenlijke inspecties gaan doen bij de kerncentrales aan beide kanten van de grens, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 132 (25422). 

De heer Jan Vos (PvdA):

Dan mijn laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat op 13 oktober in de Tweede Kamer de Wet STROOM is aangenomen, met daarin een splitsingsbepaling voor de netwerkbedrijven; 

overwegende dat daarmee ook de positie van de kerncentrale binnen het energiebedrijf DELTA ter discussie is komen te staan; 

overwegende dat een verzelfstandiging van de kerncentrale buiten de DELTA-holding overwogen wordt; 

overwegende voorts dat met de aangenomen motie-Van Gent de Kamer uitgesproken heeft dat de kerncentrale in overheidshanden moet blijven; 

verzoekt de regering, te onderzoeken of de kerncentrale kan worden genationaliseerd, analoog aan de nationalisatie van TenneT in 2000; 

verzoekt de regering, daarbij de betrokkenheid van EBN, TenneT, COVRA en URENCO te overwegen, en hierover binnen drie maanden aan de Kamer te rapporteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 133 (25422). 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Ik dank de minister voor de brief waarin meteen een heleboel vragen uit het debat van een adequaat antwoord worden voorzien. Wij hopen uiteraard dat de gezamenlijke inspecties met België echt gerealiseerd worden. Het plan ligt er, dus misschien kan de minister daar nog iets over zeggen. Over Doel heb ik een korte motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat burgers in Zeeland en West-Brabant een slechte informatiepositie hebben omtrent de toestand van en incidenten betreffende de kerncentrale in Doel; 

verzoekt de regering, deze informatiepositie structureel te verbeteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 134 (25422). 

De heer Smaling (SP):

Ik heb nog een klein puntje over URENCO in Almelo. D66 heeft schriftelijke vragen hierover gesteld. Het verzoek was om deze vragen voor dit VAO te beantwoorden, maar dat was waarschijnlijk te kort dag. Ik weet niet of de minister in staat is om alvast iets erover te zeggen. Er zou sprake zijn van export van verarmd uranium naar Rusland. Het schijnt een misverstand te zijn, maar we zouden graag van de minister horen of dat echt zo is en of het niet een kwestie van proliferatie is. Ik vraag dat indachtig hetgeen we in het verleden met URENCO hebben meegemaakt op het gebied van spionage. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat sinds 1996 kernafval in de duinen bij Petten ligt; 

overwegende dat dit afval moet worden gesorteerd, herverpakt en verplaatst naar de COVRA; 

overwegende dat de regering de termijn voor het verwijderen van dit afval telkens verlengt; 

verzoekt de regering om een helder tijdpad te geven voor het verwijderen van het kernafval in Petten, en de Kamer hierover voor het voorjaarsreces te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 135 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Europese Unie van alle lidstaten vraagt met een plan te komen voor eindberging van het radioactieve afval; 

overwegende dat de regering aangeeft dat eindberging van het radioactieve afval 2 miljard kost; 

constaterende dat het Waarborgfonds Eindberging 68 miljoen euro omvat en de minister erkent dat het behaalde rendement achterblijft bij de gestelde doelen; 

verzoekt de regering, bij de volgende Voorjaarsnota in kaart te brengen welke financiële stappen gezet moeten worden om de eindberging van radioactief afval te kunnen bekostigen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Van Tongeren en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 136 (25422). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. We hebben een goed AO gehad over nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Het was informatief, maar het kan altijd beter. Bij de nucleaire veiligheid vindt de VVD transparantie van de informatie richting onze inwoners van groot belang. Geen spookverhalen, maar feiten. Zeker in deze tijd zijn omwonenden via social media snel op de hoogte als er een incident plaatsvindt. Het probleem is in zo'n geval dat vaak niet precies duidelijk is wat er is gebeurd. Daardoor kan onrust ontstaan. De minister heeft op vragen van de VVD geantwoord dat zij zal nadenken over de informatievoorziening en het onderwerp zal bespreken met haar Belgische collega. In een recente brief van de minister benadrukt zij dat grensoverschrijdende communicatie en samenwerking van groot belang zijn, ook bij incidenten die geen gevaar opleveren maar wel tot onrust leiden. De Belgische minister heeft op zijn beurt gezegd dat hij graag meewerkt aan maatregelen om de communicatie en samenwerking te verbeteren. Ik ben benieuwd of de minister al meer kan zeggen over de aard van deze maatregelen en de termijn waarop deze worden ingevoerd. Zodoende kunnen we omwonenden goed informeren en kunnen we angstbeelden voorkomen. 

De voorzitter:

Tot zover de termijn van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. De eerste spreker is meteen begonnen met een motie en ik zal dat ook doen. Daarna beantwoord ik de resterende vragen. 

Mevrouw Van Tongeren vraagt de regering in haar motie op stuk nr. 127 om bij de Belgische regering aan te dringen op een m.e.r. over het doel. De afweging om wel of niet een m.e.r. uit te voeren hangt af van het nationaal juridisch kader van een land en de vergunning voor specifieke installaties. De Belgische overheden moeten die afweging maken en het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle), hun ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming), heeft besloten dat dit niet nodig is. Tegen dat besluit is beroep ingesteld bij de Belgische Raad van State en die buigt zich nu over dat besluit. Ik heb daar natuurlijk ook naar gevraagd in mijn gesprek met minister Jambon en hij antwoordde dus dat het nu bij de Raad van State ligt. De heer Jambon heeft ook toegezegd dat de Belgische procedure zal voldoen aan alle internationale regelgeving en dat de veiligheid vooropstaat. Ik denk dat het belangrijk is om het oordeel van die Raad van State af te wachten. Daarom ontraad ik de motie. 

De motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 128 heeft betrekking op Pallas. Zij vraagt de regering om aan te geven welk taakstellend budget, inclusief fiscale maatregelen, maximaal beschikbaar is voor Pallas en de Kamer te informeren als er niet voldoende private investeerders zijn. Het kabinet heeft in 2012 40 miljoen krediet beschikbaar gesteld voor de eerste fase van de oprichting van de Pallas-reactor. In 2013 is daarvoor een Stichting Voorbereiding Pallas-reactor opgericht. Toen is afgesproken dat de uitbetaling gefaseerd zal plaatsvinden op basis van bepaalde go/no go-momenten. De minister van EZ heeft dat onlangs per brief aan de Kamer laten weten. 

Voor de uitvoering van de taken is het van belang dat er niet bij voorbaat budgetten worden toegekend, maar dat er altijd eerst wordt overlegd met het parlement. De regering is natuurlijk bereid om de Kamer te informeren over belangrijke besluiten en mijlpalen, zoals de financiering of de overgang naar een volgende fase in het project. Dat heeft de minister van EZ de afgelopen weken ook al gedaan. In de motie wordt de regering dus eigenlijk alleen maar verzocht om de Kamer te informeren en volgens mij doet de minister van EZ dat al. Daardoor is de motie wat mij betreft overbodig. 

De voorzitter:

En wat betekent dat voor uw oordeel? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zou zeggen ontraden, want het is al toegezegd. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, mag ik u erop wijzen dat de eerste zin van uw papieren motie niet compleet is? Er mist een werkwoord. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik heb het werkwoord wel uitgesproken toen ik achter het spreekgestoelte stond, maar het is inderdaad niet uitgetypt. 

De voorzitter:

Dat meende ik mij te herinneren. Wat was dat werkwoord ook al weer? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Moet gaan of gaat. 

De voorzitter:

Moet gaan? Dat noteren wij dan. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het is inderdaad "moet gaan" geweest. 

Voorzitter. Ik wil graag een uitspraak van de Kamer over de vraag of er oneindig veel geld bij kan. Ik weet namelijk niet of de regering in gedachten heeft dat er een maximum aan zit. Het gaat om een private onderneming en de regering zegt normaal gesproken dat er geen belastinggeld naar zo'n onderneming moet gaan. In dit geval zijn er wel leningen beschikbaar gesteld en ik wil graag weten wat het maximum is. Of zegt de regering dat er oneindig veel geld naar Pallas mag gaan en dat zij daar elke keer een losse oplossing voor bedenkt? Deze uitspraak wil ik met deze motie aan de Kamer ontlokken. Als de minister de Kamer een brief stuurt met daarin "het wordt nooit meer dan de twee nu beschikbaar gestelde leningen", ben ik ook tevreden. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Daarom ontraad ik nu juist deze motie. Het is dus eigenlijk wel prettig dat mevrouw Van Tongeren haar motie nog even toelicht. Zij stelt bij voorbaat een maximum vast, terwijl de minister van EZ duidelijk heeft gezegd welk bedrag hij voor de lening uitgetrokken heeft en dat er ook fases en go/no go-momenten zijn. Bij besluitvorming moet je altijd een verstandige afweging kunnen maken, ook in de toekomst. Je weet immers nooit of er voor het Rijk reden kan zijn om ergens wel of niet een bijdrage aan te leveren. Het ligt niet in de bedoeling, maar je weet het niet. Daarom vind ik dat de minister van EZ de ruimte moet hebben om het wel te kunnen doen. Ik ontraad met het oog hierop de motie om nu alvast een taakstellend budget af te spreken. Ik ben voor een normaal democratisch proces, waarin besluitvormingsmomenten zitten waarop wij in de Kamer terug kunnen komen als er sprake zou zijn van een probleem. 

Dan kom ik bij de motie-Van Tongeren op stuk nr. 129 over het voortbestaan van Borssele en geld voor ontmanteling. Zij vraagt wat er nodig is om voldoende reserves te vormen voor het ontmantelen van de kerncentrale Borssele en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren. Ik heb hier een antwoord in de stapel zitten, waarvan ik niet weet of het er ook bij hoort. Dat was ook de motie waar bij de Kamer net verwarring bestond. Ik moet in dit geval verwijzen naar het antwoord van de minister van EZ, die op 1 december een brief heeft gestuurd, waarin staat dat Borssele in 2016 een nieuw ontmantelingsplan moet maken en opnieuw moet aangeven hoe de ontmanteling betaald gaat worden. De ANVS beoordeelt het plan en de minister van Financiën en ik beoordelen het ontmantelingsfonds. Over de uitkomst zal ik de Kamer informeren. In de motie wordt om een onderzoek gevraagd. Wij onderzoeken dat ook en daarom lijkt het mij goed om de motie aan te houden. 

De voorzitter:

Dat is dan een vraag aan mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Als de minister zegt dat dit ongeveer is wat ze gaat doen, zou ik verwachten dat zij het oordeel aan de Kamer zou laten. Het lijkt me niet zo'n ingewikkelde vraag. De reden waarom ik dit nu vraag, is dat de reservevorming in de landen om ons heen die bezig zijn hun kerncentrales te sluiten echt onvoldoende is. De manier waarop de regering ervoor zorgt dat onderzocht wordt, is uiteraard aan de regering. 

De voorzitter:

U wilt de motie dus gewoon in stemming gebracht zien worden. Dan vraag ik de minister om een oordeel daarover. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Aangezien het ook op het terrein van de minister van EZ ligt en hij al aan het doen is waarom in de motie wordt gevraagd, zal ik de motie voor de zekerheid ontraden, omdat ik niet precies weet wat er allemaal in zijn brief staat en ik niet alle specifieke achtergronden ervan ken. Dat is lastig als je moties krijgt op andermans terrein. 

De voorzitter:

Helder. De volgende motie. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie-Van Tongeren op stuk nr. 130 gaat over de splitsing van Energiebedrijf DELTA. Zij verzoekt de regering te onderzoeken wat de kosten zijn van het overnemen van het juridisch en economisch eigendom van de kerncentrale Borssele en de Kamer hierover te informeren. Ook hierop is de minister van EZ hier in zijn brief van 1 december op ingegaan. De Wet borging publiek belang regelt dat zulk soort constructies niet in vreemde handen kunnen komen. We gaan nu geen onderzoek doen, omdat DELTA eerst zal aangeven wat de gevolgen van de splitsing zijn. Ik ontraad deze motie dus. 

In de motie op stuk nr. 131 verzoeken de heer Vos en mevrouw Van Tongeren de regering met EPZ in overleg te treden over de sluiting van de kerncentrale Borssele in 2033, te bewerkstelligen dat het amoveringsfonds adequaat gevuld wordt en de Kamer daarover binnen drie maanden te informeren. Ik ontraad deze motie, omdat de vergunninghouder verplicht is om financiële zekerheid te stellen voor de ontmantelingskosten van de centrale. Het doel van de financiële zekerheid is ervoor te zorgen dat de vergunninghouder voldoende middelen heeft om die centrale ook te ontmantelen na de economische levensduur. De eigenaren van de centrale Borssele hebben in 2011 financiële zekerheid aangevraagd. Die aanvraag is in 2012 goedgekeurd. In 2016 zullen zij dat opnieuw moeten doen en zullen zij opnieuw zekerheid moeten aanvragen. Als de ontwikkeling van de gereserveerde middelen achterloopt bij de verwachtingen, zal EPZ ook extra middelen beschikbaar moeten stellen. 

De motie op stuk nr. 132 is allereerst ondertekend door de heer Vos, maar de andere ondertekening kan ik niet lezen. Die is een beetje weggevallen. Ik hoor dat dit mevrouw Dik-Faber is. In deze motie roepen zij de regering op om bij de toezichthouders, de Nederlandse ANVS en het Belgische FANC, gezamenlijke inspecties te laten doen bij de kerncentrales. Dat is inderdaad ook onderdeel geweest van het debat met de Kamer. Ik vond dat ook een goed idee. Ik heb inmiddels ook een afspraak gemaakt met mijn collega Jambon. Ik heb hem op de vrijdag gesproken net voordat de dreiging in Brussel aan de orde was. Ik heb uitgebreid met hem gesproken over dit dossier toen hij nog wel de tijd had. Wij hebben afgesproken dat wij dat in januari gezamenlijk zullen gaan doen. Waarschijnlijk beginnen we in Doel, in België en volgens mij is er ook al een datum voor gepland. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Je kunt ook zeggen: dan trek ik hem in, omdat het toch gedaan wordt. Maar dat is aan de Kamer. 

In de motie-Jan Vos op stuk nr. 133 wordt de regering verzocht om te onderzoeken of de kerncentrale kan worden genationaliseerd, analoog aan de nationalisatie van TenneT in 2000, om daarbij de betrokkenheid van EBN, TenneT, COVRA en URENCO te overwegen, en om hierover binnen drie maanden aan de Kamer te rapporteren. Hiervoor geldt hetzelfde als de motie-Van Tongeren op stuk nr. 130. Ik denk dat dat ook te maken heeft met waar zij net gezamenlijk antwoord op gaven. Wij willen nu geen onderzoek doen. Eerst moet DELTA aangeven wat de gevolgen van de splitsing zijn. De Wet borging publiek belang regelt in ieder geval dat het niet in vreemde handen kan komen. De minister van EZ heeft aangegeven welke procedure hij wil volgen. Daarom ontraad ik deze motie op dit moment. 

In de motie-Smaling/Albert de Vries op stuk nr. 134 wordt gevraagd wat wij doen met de informatiepositie. Ik heb contact gehad met collega Jambon over de vraag hoe wij die structureel konden gaan verbeteren. Wij hebben een aantal maatregelen met elkaar afgesproken. Die gaan bijvoorbeeld over de manier waarop wij elkaar over en weer alarmeren bij (dreigende) incidenten, de manier waarop wij de crisiscommunicatie gaan organiseren en allerlei manieren waarop de bevolking wordt geïnformeerd. De echte crisiscommunicatie is al vastgelegd, maar het is ook van belang dat kleine incidenten ook vrij snel op de sites te zien zijn. Wij zijn aan het kijken hoe wij dat kunnen gaan organiseren. Dat gaat om gevallen die minder groot zijn maar wel tot onrust leiden. Wij bekijken hoe wij de informatie van het FANC en de ANVS zo snel mogelijk via de bestaande kanalen en structuren kunnen publiceren. In januari praten wij met zijn tweeën verder over de manier waarop wij dat vormgeven als wij ook de gezamenlijke inspectie gaan organiseren. Een en ander is dus in gang gezet naar aanleiding van de zorg van de Kamer. Dit was een motie en een vraag. Ik hoop dat hiermee de motie niet noodzakelijk is. Anders laat ik het oordeel daarover aan de Kamer. 

De voorzitter:

Die zocht ik nog even. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, precies. Dat dacht ik wel. 

In de motie-Dik-Faber/Van Tongeren op stuk nr. 135 wordt de regering verzocht om een helder tijdpad te geven voor het verwijderen van het kernafval in Petten en de Kamer hierover voor het voorjaarsreces te informeren. Ik heb daarover op 14 december een brief naar de Kamer gestuurd. De ANVS heeft een plan van aanpak goedgekeurd. Er is een nieuw tijdpad ontstaan. Dat is om in 2022 alles naar COVRA te brengen als alles goed gaat. Hiermee informeer ik de Kamer eigenlijk al voor het voorjaarsreces. Ik hoop dat de motie daarmee overbodig is. 

De voorzitter:

Wat is uw oordeel? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan is het oordeel aan de Kamer of kan de Kamer haar intrekken als zij dat wil. 

In de motie-Dik-Faber c.s. op stuk nr. 136 wordt de regering verzocht bij de Voorjaarsnota in kaart te brengen welke financiële stappen gezet moeten worden om de eindberging van radioactief afval te kunnen bekostigen. Een uitgangspunt van het beleid ten aanzien van het beheer van radioactief afval is dat de vervuiler betaalt, voor alle kosten. In Nederland betalen leveranciers van het afval een alomvattende prijs voor alle fases die het afval doorstaat, zowel voor de bovengrondse opslag als voor de eindberging. Na overdracht en betaling van het tarief wordt COVRA eigenaar van het afval. De van afvalproducenten geïnde middelen worden belegd zodat ze ook gedurende de periode van bovengrondse opslag kunnen renderen. Het doel daarvan is om kosten te dekken voor het voorbereiden, aanleggen, exploiteren en sluiten van een geologische eindberging na de periode van bovengrondse opslag. 

Dat doelrendement wordt al enkele jaren niet gehaald. Dat constateert de Kamer ook. De middelen groeien onvoldoende. Dat is een onwenselijke situatie. Dat heeft ook de aandacht van de betrokken partijen. Ik ben met mijn ambtsgenoot in overleg over de manier waarop wij de Kamer hierover zo goed mogelijk kunnen informeren. Ik denk niet dat het mogelijk is om dat al te doen voor het verschijnen van de Voorjaarsnota, maar wij kunnen wel toezeggen om de Kamer op de hoogte te houden, zoals wij altijd doen. Ik beschouw de motie op stuk nr. 136 als ondersteuning van beleid, maar dan wel met de informatie die op dat moment voorhanden is. 

De voorzitter:

En dus is het oordeel over de motie aan de Kamer. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

Voorts zijn er door de SP vragen gesteld over URENCO en het verarmd uranium. Ik heb die vragen wel beantwoord, maar kennelijk zijn die nog niet bij de Kamer beland. Er zat een tekstuele fout in zowel de aanvraag van de Duitse vervoerder als de door de ANVS afgegeven vervoersvergunning. Daardoor kon de indruk ontstaan dat er verarmd uranium zou kunnen worden vervoerd van URENCO naar Rusland, maar dat is niet het geval. Ondanks de tekstuele vergissing is ook het vervoer van verarmd uranium op grond van de verleende vervoersvergunning niet mogelijk. Bij de vervoersvergunning zit een cijfermatige beschrijving van het te vervoeren materiaal. De vergunning is nog niet in werking getreden vanwege de bezwaarperiode van zes weken. Op dit moment wordt de fout hersteld. De aanpassing van de vervoersvergunning zal tegelijk met de vervoersvergunning op 19 december in werking treden. Daarmee is het vervoer van het verarmd uranium dus niet mogelijk. 

De voorzitter:

Op dit punt een vraag van mevrouw Hachchi. Eén korte vraag en daarna gaan wij door. 

Mevrouw Hachchi (D66):

D66 heeft op dit punt vragen gesteld. Ik begrijp van de minister dat de antwoorden naar de Kamer komen. Wij komen hier nog over te spreken, dus ik wil dit VAO niet gebruiken om met de minister in discussie te gaan. Om die reden heb ik niets gezegd tijdens dit VAO. Ik wil dit toch even gezegd hebben. 

De voorzitter:

Dat wordt gewaardeerd. Dank u wel. Fijn dat wij Kamerleden hebben die dit even komen meedelen. 

Ik zie dat ook mevrouw Dik-Faber wil interrumperen. Ook weer kort één vraag. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Alleen een opmerking. Ik zal met de mede-indiener van de motie op stuk nr. 135 overleggen of wij deze motie zullen intrekken. De motie op stuk nr. 136 wordt intussen meeondertekend door de heer Smaling en mevrouw Van Veldhoven. 

De voorzitter:

Wat is er precies veranderd aan de laatste motie? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Twee extra ondertekenaars. 

De voorzitter:

Heel goed. Daar hebben wij nota van genomen. Fijn dat u zo goed oplet, mevrouw de minister. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is helemaal niet nodig bij deze voorzitter. 

Gevraagd is of de regering haast wil maken met het opruimen van het historisch afval. Ik heb zo-even al iets gezegd over Petten en over de einddatum. Het belangrijkste voor ons zijn de nucleaire veiligheid en de stralingsbescherming. Die staan bij ons voorop. Het afval ligt nu in speciaal daarvoor ontworpen gebouwen. Er is op dit moment geen veiligheidsrisico. Daarom ook leg ik de nadruk op het zorgvuldig opruimen van het afval. Om dat afval te kunnen afvoeren naar COVRA, moet het eerst gesorteerd, gescheiden en opnieuw verpakt worden. Daarvoor is een plan van aanpak opgesteld. Het is een technisch complexe operatie, die niet eerder in de wereld op die manier is uitgevoerd. Ik ben ook even gaan kijken om te zien hoe dat eruitziet. Het is best complex en tijdrovend, maar wij hebben in elk geval goed zicht op de voortgang met de afvoer van het afval en de eventueel daarbij optredende knelpunten. Nogmaals, zorgvuldigheid is belangrijker dan snelheid, wat mij betreft. 

De voorzitter:

Een afsluitende vraag van de heer Dijkstra. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik heb gevraagd naar de communicatie en de samenwerking met België. Ook heb ik gevraagd welke maatregelen op welke termijn genomen worden. In de reactie van de minister op de moties heb ik een deel van het antwoord op mijn vraag gehoord. Mag ik daaruit begrijpen dat het goed gaat? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zal daarover nog iets meer zeggen tegen de heer Dijkstra. Wij hebben bekeken hoe wij beter kunnen communiceren over de kleinere incidenten, die soms niet eens specifiek te maken hebben met de nucleaire installatie, maar wel op dat terrein plaatsvinden. De mensen die daar in de buurt wonen, hebben daar natuurlijk zorgen over. Wij bezien hoe wij op de diverse bestaande sites daarvoor de juiste aandacht kunnen vragen. Wij hebben ons afgevraagd waar iemand als eerste zou gaan kijken. Het is best logisch dat iemand niet als eerste op de VANG-site of de ANVS-site kijkt, maar bijvoorbeeld eerst zal kijken op een site van de gemeente. Daar kijken wij naar. De crisiscommunicatie is volledig vastgelegd; die is gewoon helemaal duidelijk. Verder lijkt het mij belangrijk om iedere keer te beschrijven wat een m.e.r.-procedure wel en niet inhoudt en wat de rol van de Raad van State is, zodat de mensen daar enigszins inzicht in krijgen. Ik meen dat ik op 20 januari aanstaande weer met de heer Jambon aan tafel zit. Dan zullen wij ook dit soort onderwerpen verder uitwerken. Wij zullen daar in ieder geval van onze kant de eigen verantwoordelijkheid voor nemen. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Vandaag aan het eind van de vergadering stemmen wij over de moties.