Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 20

20 Herziening Europese verkiezingsakte

Aan de orde is het VSO Herziening Europese verkiezingsakte (34361, nr. 2). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van harte welkom. 

De heer Taverne (VVD):

Voorzitter. Wij hebben schriftelijk overleg gevoerd met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het voorstel dat op 11 november jongstleden is aangenomen door het Europees Parlement, om de Kieswet van de Europese Unie drastisch te hervormen. Vanmorgen heeft de commissie Binnenlandse Zaken besloten te inventariseren welke andere nationale parlementen mogelijk een subsidiariteitstoets willen uitvoeren bij het voorliggende voorstel. Na het kerstreces praten we graag zo snel mogelijk inhoudelijk met de minister verder over het voorstel, maar gelet op de besprekingen in de Raad is het noodzakelijk om vandaag al afspraken te maken met de minister over de procedure van informatieverstrekking aan de Kamer. Het voorstel raakt de kern van onze nationale democratie en de wijze waarop wij in dit land verkiezingen organiseren. Daarom is het essentieel om goede afspraken te maken over de procedure van informatieverstrekking aan de Kamer en over de inzet van het kabinet bij de onderhandelingen in de Raad. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat in het Europees Parlement op 11 november jongstleden een rapport met voorstellen tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezingen van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen is aanvaard; 

overwegende dat de wijziging van de verkiezingsakte nu voorligt in de Raad van de Europese Unie; 

overwegende dat de Kamer op 15 december jongstleden een parlementair behandelvoorbehoud heeft geplaatst; 

verzoekt de regering als het gaat om de informatieverstrekking aan de Kamer het volgende: 

  • -de Kamer te informeren over nieuwe elementen die eventueel aan het oorspronkelijke voorstel worden toegevoegd; 

  • -de Kamer te informeren zodra het onderhandelingsproces zich in een richting ontwikkelt die substantieel afwijkt van de met de Kamer nog overeen te komen inzet van de Nederlandse regering; 

  • -de Kamer te informeren over alle onderdelen van het voorstel waarop zich een duidelijke meerderheid begint af te tekenen in de Raad, bijvoorbeeld in de vorm van een politiek akkoord of een gemeenschappelijke benadering; 

  • -de Kamer te informeren zodra stemming in de Raad aan de orde is over een "concept-gemeenschappelijk standpunt" en dit vooraf ter uitdrukkelijke goedkeuring aan de Kamer voor te leggen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Taverne, Van Raak, Van Toorenburg, Van Vliet en Bisschop. 

Zij krijgt nr. 3 (34361). 

De heer Bosma (PVV):

Wat een interessante motie. Deze komt redelijk overeen met wat ik allemaal heb beweerd en gesteld in debatten. Er staat een groot aantal namen onder die motie. Democratie gaat over het uitwisselen van meningen. De VVD noemt zich een liberale partij. Waarom ben ik niet uitgenodigd om die motie mede te ondertekenen? De heer Taverne heeft wel de heer Van Vliet, een eenmansfractie, weten te vinden. Waarom heeft hij mij niet gevraagd? 

De heer Taverne (VVD):

Ik ben zeer blij met de steun die ik voor deze motie verwacht van de PVV. Ik nodig de heer Bosma dan ook van harte uit om deze motie straks bij de stemming te steunen. 

De heer Bosma (PVV):

Speel nou toch even geen spelletjes. Ik stel een duidelijke, heldere vraag. Kom me dan niet aan met het verhaal dat ik voor die motie mag stemmen, want dat weet ik zelf ook wel. Ik loop hier elf jaar rond. De vraag is heel simpel: waarom hebt u mij niet uitgenodigd om die motie te ondertekenen? Volgens mij is het gewoon een cordon sanitaire, het uitsluiten van één partij, wat ik hier ruik. Dat is wat hier gebeurt. Wees nou eens een keer eerlijk, vent! 

De heer Taverne (VVD):

Niemand wordt in dit parlement uitgesloten. Iedere stem telt, ook hier. Dat willen we ook vervolgens vastleggen in de Europese verkiezingsakte. Daar wil ik het bij laten. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. In tegenstelling tot de heer Taverne heb ik een motie die ook recht doet aan de positie van de Kamer. Heren, zal ik even op jullie wachten? 

De voorzitter:

Ik doe een beroep op jullie om naar onze collega Koşer Kaya te luisteren. Dat heeft zij ook bij de heer Taverne gedaan. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. In tegenstelling tot de heer Taverne, heb ik een motie die ook recht doet aan de positie van de Kamer. 

Mijnheer Bosma en mijnheer Taverne, u bent nog met elkaar in gesprek. Zal ik even op jullie wachten? 

De voorzitter:

Ik doe een beroep op jullie om te luisteren naar collega Koşer Kaya. Zij heeft ook naar de heer Taverne geluisterd. 

Mevrouw Koşer Kaya, begint u maar opnieuw. Dit gaat niet van uw spreektijd af. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. In tegenstelling tot mijn collega Taverne zal ik de minister niet onder curatele stellen door een motie in te dienen die zo dichtgetimmerd is dat hij in feite alleen nog maar in een dwangbuis geluiden kan maken. Ik vind het echter belangrijk dat wij in deze Kamer een "go" geven voordat met welk voorstel dan ook wordt ingestemd. Ik dien daarom de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat een wijziging van de Europese verkiezingsakte ook de Nederlandse verkiezing voor het Europees Parlement kan raken, en daarmee de inrichting van een fundamenteel democratisch recht; 

verzoekt de regering, de Kamer voorafgaand aan een stemming in de Raad over voorstellen en akkoorden hieromtrent te informeren en zonder daarna verkregen uitdrukkelijk mandaat niet in te stemmen met het dan voorliggende voorstel, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 4 (34361). 

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Wij bepalen zelf hoe onze volksvertegenwoordigers gekozen worden. Dat geldt ook voor onze volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement. In het Europees Parlement worden nu allerlei initiatieven genomen om te bepalen hoe wij de verkiezingen in Nederland gaan organiseren. Dat is een aantasting van onze soevereiniteit. Dat is onbestaanbaar en ik heb de indruk dat dat idee in deze Kamer breed wordt gedragen. Wij moeten het Europees Parlement dus een halt toeroepen. Dat doen wij onder meer via een gelekaartprocedure. Ik heb de motie van de heer Taverne van harte medeondertekend. Ik zie dit als het begin van een gelekaartprocedure. 

Uiteindelijk zal dit parlement over een voorstel stemmen. Wij zullen dat afstemmen. Unanimiteit is vereist, en dan gaat het hele project niet door. Kan de minister dat beamen? Kan hij ook een reactie geven op signalen die wij van het Europees Parlement krijgen waaruit blijkt dat het Parlement deze plannen — het vanuit Brussel organiseren van de verkiezingen in Nederland — geen voorstel van wet vindt, maar slechts een resolutie? Kan de minister de mist die door Europa wordt opgeworpen, weghalen en helderheid scheppen? Ik hoop het. Als er al een voorstel komt, wordt dat een wet die wij in deze Kamer kunnen afstemmen. Klopt het dat wij formeel nog geen officiële transmissiebrief hebben gekregen en dat er officieel nog geen enkel plan binnen is? 

Ziet ook de minister de motie die de heer Taverne, een aantal anderen en ik samen hebben ingediend, als het startpunt van een gelekaartprocedure? 

De voorzitter:

Ik zie dat de minister direct kan antwoorden. Het woord is aan de minister. 

Minister Plasterk:

Voorzitter. Ook nu geldt een Europese Kiesakte. Het Europese Werkingsverdrag regelt de manier waarop deze Kiesakte wordt gewijzigd en vastgesteld. Dat is belangrijk voor het beoordelen van de voorliggende moties. Laat ik vooropstellen dat ik het oordeel over beide moties aan de Kamer laat. Ik moet daarbij aantekenen dat het Werkingsverdrag voorziet in een instemmingsprocedure voor de Tweede Kamer nadat de Europese Raad een besluit heeft genomen. Dat ligt dus sowieso voor als onderdeel van het traject. Daarenboven vragen deze moties de regering om de Kamer op een aantal momenten te informeren, voordat de Europese Raad een besluit neemt. Dat lijkt mij uitstekend. 

Achter het laatste gedachtestreepje in de motie van de heer Taverne staat het verzoek om de Kamer op de hoogte te brengen voordat in de Raad tot stemming wordt overgegaan en de kwestie, zo staat er, "ter uitdrukkelijke goedkeuring aan de Kamer voor te leggen". Ik laat het oordeel daarover aan de Kamer, met de kanttekening dat dit geen parlementair voorbehoud is zoals vastgelegd in het Europese Werkingsverdrag, maar dat dit materieel wel de werking zal hebben dat, nadat de Kamer is geïnformeerd over het voorliggende voorstel — en dat is dus niet het door de Raad vastgestelde voorstel — de Kamer daarover een debat zal hebben. Althans, dat neem ik zo aan. Mocht de Kamer dan van mening zijn dat het geen zin heeft om daarmee verder te gaan, omdat het na vaststelling niet zal worden geaccordeerd, dan kan ik mij niet voorstellen dat de Nederlandse regering terug naar Brussel zou gaan en daar akkoord zou gaan met de vaststelling van dat voorstel in de Europese Raad. Met die formele kanttekening laat ik het oordeel over de moties graag aan de Kamer. 

Daarmee heb ik ook gereageerd op het punt van de heer Van Raak dat Europa zich sowieso niet met de verkiezingen moet bemoeien. Strikt genomen is dat niet waar. In de Europese Kiesakte gelden de procedures voor wijziging zoals ik ze net heb becommentarieerd. 

Misschien tot slot het volgende. Dit debat is terecht met mij gevoerd, omdat ik in Nederland verantwoordelijk ben voor de Kieswet. Vanaf nu zal het accent liggen bij de manier waarop Nederland zich internationaal representeert in debatten die met andere landen in de Europese Raad worden gevoerd. Ik denk dat we op dit terrein de fakkel nu dus met twee departementen zullen dragen: Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken, voor de inhoud. Mocht er een vervolggesprek nodig zijn, dan zou ik me zomaar kunnen voorstellen dat de Kamer dat met de collega van BZ en mij voert. 

De heer Van Raak (SP):

Procedureel is dit een beetje een nieuw gebied. Er is her en der nogal wat onzekerheid over de te bewandelen weg. Ik wil die even helder hebben. Als deze motie wordt aangenomen, waar de minister van uit mag gaan, dan laat deze Kamer weten dat zij in januari een overleg wil met de regering, met de ministers van Binnenlandse Zaken en van Buitenlandse Zaken. De minister moet er dan rekening mee houden dat er in dat debat een start zal worden gemaakt met een gelekaartprocedure. Vat de minister deze motie ook in die zin op, dat daarmee een begin wordt gemaakt met dat traject? 

Minister Plasterk:

Dat is eigenlijk een vraag aan de eerste indiener van deze motie, want ik zie noch het woord "januari" noch het woord "gelekaartprocedure" in de motie staan. Als ik zeg dat ik het oordeel aan de Kamer laat, houd ik me aan de tekst van deze motie. Zoiets geldt overigens ook voor de motie van mevrouw Koşer Kaya. Het "uitdrukkelijk mandaat" daarin wil ik nadrukkelijk hebben ingekleurd zoals ik net zei, dus niet in de formele zin van het Werkingsverdrag, al zal het de facto en materieel die werking wel hebben. En zoals net gezegd sluit ik me dus niet aan bij de duiding van de heer Van Raak, die zei dat Europa niks te maken heeft met de kieswijze, omdat op dit moment de Europese Kiesakte geldt, die onderdeel uitmaakt van het verdrag. 

De heer Van Raak (SP):

De minister heeft in zoverre gelijk dat wij als Kamer natuurlijk zelf bepalen of wij een gelekaartprocedure starten. Ik vraag de minister er in zijn verdere contacten in Europa wel rekening mee te houden dat die wens in de Tweede Kamer leeft, en redelijk breed ook. 

Minister Plasterk:

Ik heb de heer Van Raak verstaan. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik wil een vraag stellen over de derde gedachtestreep van de motie van de heer Taverne. Die maakte namelijk dat ik mijn eigen motie heb ingediend. Met "De Kamer te informeren over alle onderdelen van het voorstel waarop zich een duidelijke meerderheid begint af te tekenen in de Raad, bijv. in de vorm van een politiek akkoord of een gemeenschappelijke benadering" heeft de heer Taverne de regering onder curatele gesteld, terwijl de essentie is dat wij hier, voorafgaand aan de stemming in de Europese Raad, goedkeuring moeten geven aan zo'n voorstel. En dat staat er niet. De heer Taverne wil elke stap van de regering zien en horen en in de Kamer bediscussiëren. 

Minister Plasterk:

Dat kan ik me goed voorstellen. Neem het element dat de man-vrouwverdeling op die lijsten gelijk moet zijn. In mijn politieke beweging is dat overigens vanzelfsprekend. Dat hoef je niet voor te schrijven. Het is echter een heel andere zaak als je vindt dat de overheid op die manier de vaststelling van kandidatenlijsten voor verkiezingen moet bepalen. Ik heb er nadrukkelijk een mening over: ik vind dat dit niet moet. Als zich hiervoor een duidelijke meerderheid aftekent, lijkt het me buitengewoon nuttig dat dit hier wordt gemeld. Ik zal dat ook graag doen. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Dat gaat dus over alle onderdelen die in de Verkiezingsakte staan? Daar wordt in de motie namelijk om gevraagd. Een en ander komt dus naar de Kamer voordat u daar überhaupt een gesprek over kunt voeren? 

Minister Plasterk:

Ja, op het moment dat zich een duidelijke meerderheid begint af te tekenen. Ik lees het wel zo dat het dan gaat om zaken die van belang zijn. Er staan er een aantal. Ik noemde er net één, maar er zijn er nog wel een paar, bijvoorbeeld de wijze waarop een politieke partij haar kandidatenlijst samenstelt. In Nederland vinden we dat iedere politieke partij dat zelf moet weten. Als zich hiervoor een duidelijke meerderheid aftekent, zal ik dat aan het parlement melden, samen met mijn collega van BZ. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO. Over de ingediende moties zal vanavond worden gestemd. 

De vergadering wordt van 16.50 uur tot 16.58 uur geschorst. 

Voorzitter: Bosma