Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 9

9 Scheepvaart

Aan de orde is het VAO Scheepvaart (AO d.d. 05/11). 

De voorzitter:

Omdat alle woordvoerders er zijn, gaan we meteen door met het volgende VAO. Er zijn zes sprekers van de zijde van de Kamer. 

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Search and Rescue- oftewel reddingshelikopters zijn cruciaal om mensen in veiligheid te brengen wanneer er iets misgaat op zee. Ondanks de pogingen van deze minister om de Kamer gerust te stellen, blijft er onduidelijkheid bestaan over de kwaliteit van deze helikopters. Vandaag bericht ook NRC hierover. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering zich op het standpunt stelt dat zij onverminderd kan voldoen aan haar Search and Rescue (SAR)-taken met de daarvoor aangeschafte reddingshelikopters; 

constaterende dat de geschiktheid van de helikopters voor het uitvoeren van deze SAR-taak echter onverminderd in twijfel wordt getrokken door gerenommeerde partijen; 

van mening dat er simpelweg geen enkele twijfel mag bestaan: 

  • -of de helikopters geschikt zijn voor de SAR-taak; 

  • -of de veiligheid van de bemanning tijdens operaties gewaarborgd is; 

  • -of mensen in iedere in Nederland voorkomende weersomstandigheid adequaat per helikoper uit noodsituaties gered kunnen worden; 

overwegende dat een van de lessen uit aanbestedingstrajecten in het verleden is dat er sprake moet zijn van maximale transparantie en zorgvuldigheid teneinde iedere twijfel over de kwaliteit van het aangeschafte product weg te nemen; 

verzoekt de regering, een onafhankelijke partij, zoals de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, een nadere vergelijking te laten maken tussen het benodigde eisenpakket voor de SAR-taak in Nederland en de geschiktheid van de voor deze taak aangeschafte reddingshelikopters, waarbij de helikopters tevens in de praktijk worden onderzocht en de resultaten van dit onderzoek voor 1 februari aan de Kamer te doen toekomen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 95 (31409). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Goedemorgen voorzitter. Allereerst een motie over het versterken van maritiem onderzoek. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat maritieme kennis essentieel is voor de toekomst van de maritieme sector; 

constaterende dat de maritieme kennisbasis onder druk staat door toenemende druk op budgetten voor fundamenteel maritiem onderzoek; 

overwegende dat de regering in haar Maritieme Strategie 2015-2025 aangeeft het maritiem fundamenteel onderzoek te willen versterken, indien noodzakelijk; 

constaterende dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu jaarlijks ruim 20 miljoen euro inbrengt in de topsector Water en de topsector Logistiek, terwijl er geen onderzoeks- en ontwikkelprojecten voor en met de maritieme sector worden opgestart; 

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het maritiem onderzoek versterkt kan worden en binnen de topsectoren onderzoeks- en ontwikkelprojecten op te starten voor en met de maritieme sector, en de Kamer hierover voor het zomerreces 2016 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Cegerek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 96 (31409). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Nog even specifiek over deze motie: het gaat hierbij niet over geld maar om samen met Economische Zaken en de sector te bekijken hoe we het maritieme onderzoek echt op de agenda kunnen zetten. 

Ook heb ik nog een motie over hinder en stremming in het Twentekanaal. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in 2017 een grootscheepse renovatie van de sluizen van Delden en Hengelo in het Twentekanaal gepland staat; 

constaterende dat hierbij sprake is van een mogelijke stremming van zeker 35 dagen, waarbij achterliggende bedrijven voor miljoenen schade zullen leiden; 

overwegende dat het van groot economisch belang is om de bereikbaarheid over water van de Rotterdamse haven tot ver in het achterland te waarborgen; 

verzoekt de regering, bij de aanbesteding van de renovatiewerkzaamheden een verkorting van de stremmingsduur zwaarder mee te laten wegen als leidend criterium, rekening houdend met de financiële kaders, dan wel gefaseerd, en bij het zoeken naar creatieve oplossingen om de stremmingsduur te beperken de getroffen bedrijven te betrekken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en De Boer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 97 (31409). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

De twee minuten zijn voorbij, voorzitter. 

De voorzitter:

Het gaat sneller dan je denkt. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ja, het gaat hard. 

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese Commissie een formeel onderzoek dreigt te starten naar staatssteun aan Nederlandse bedrijven, waaronder Havenbedrijf Rotterdam en Maastricht Aachen Airport; 

voorts constaterende dat de Europese Commissie wil dat vrijstellingen van vennootschapsbelasting worden opgeheven; 

verzoekt de regering, in actie te komen tegen het groeiende aantal belemmeringen en bemoeienissen vanuit de Europese Commissie zolang Nederland (nog) lid is van de Europese Unie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 98 (31409). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese Commissie een formeel onderzoek dreigt te starten naar staatssteun aan Nederlandse bedrijven, waaronder Havenbedrijf Rotterdam en Maastricht Aachen Airport; 

voorts constaterende dat de Europese Commissie wil dat vrijstellingen van vennootschapsbelasting worden opgeheven; 

verzoekt de regering, op te komen voor onze mainports (van nationaal belang) en de sociaal-maatschappelijke en economische gevolgen van opheffing van vrijstelling voor vennootschapsbelasting in kaart te brengen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 99 (31409). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, al haar mooie woorden en toezeggingen aangaande onze maritieme sector om te zetten in een toekomst- en concurrentiebestendige strategie en meer in te zetten op projecten ten behoeve van het maritieme cluster, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 100 (31409). 

De heer Graus (PVV):

Ik heb nog 30 seconden over. Daarin wil ik onze Kamerbode Jan de Niet hartelijk danken. Hij gaat ons, na meer dan 42 jaar, verlaten. 

De voorzitter:

Hij heeft 42 jaar bij ons gewerkt. Het is vandaag zijn laatste dag. 

De heer Graus (PVV):

Precies. We zullen hem missen. Ik meen dat ik namens meerdere Kamerleden spreek. 

(Geroffel op de bankjes) 

De heer Graus (PVV):

Ik gun hem alle geluk en ik hoop nog een keer ergens een potje Limburgs bier met hem te drinken. 

De voorzitter:

Het is zelfs zo dat de heer De Niet van de publieke tribune applaus krijgt. Dat wordt gewaardeerd. Normaal gesproken mag dat niet. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Wat attent van de heer Graus om dat te melden. Ik wist het niet, maar het is zeker iets om bij stil te staan. Misschien is het wel het hoogtepunt van deze dag; het is belangrijker dan al die VAO'tjes die we afwerken. Niettemin heb ik een motie en het belang daarvan wil ik zeker niet onder het tapijt vegen. De motie heeft betrekking op een punt dat bij ons altijd weer opspeelt, te weten de grote hoeveelheid eisen die aan de binnenvaart wordt gesteld. Nu is de minister wel succesvol geweest in het enigszins terugbrengen van die eisen, maar het percentage van wat nu niet meer hoeft ten opzichte van wat er allemaal nog wel aan eisen ligt, is vrij klein. Dat leidt er in onze ogen toe dat de binnenvaart nog tegen te veel problemen aanloopt. Vandaar dat ik deze motie indien. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Tweede Kamer al meerdere moties heeft aangenomen die de regering oproepen om een einde te maken aan de vele nieuwbouweisen die de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) stelt aan bestaande binnenvaartschepen; 

constaterende dat de regering vooral inzet op het van tafel krijgen van slechts een paar eisen, maar daarmee het gehele pakket van ruim honderd eisen laat voortbestaan; 

overwegende dat een aanzienlijk deel van de binnenvaartvloot zowel technisch als financieel niet kan voldoen aan deze nieuwbouweisen van de CCR, waardoor deze nog goede schepen in een rap tempo naar de sloop verdwijnen; 

overwegende dat de binnenvaart al de meest veilige en schone wijze van transport is en dat daarmee het opleggen van nieuwbouweisen aan bestaande schepen overbodig en disproportioneel is; 

verzoekt de regering, zich in te spannen om een veel groter deel van de nieuwbouweisen van de CCR van tafel te krijgen en de Tweede Kamer per eis te informeren over de voortgang, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 101 (31409). 

Mevrouw De Boer (VVD):

Voorzitter. Ik heb eerst een motie over het scheepvaartregister. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de werking van het scheepvaartregister veel beter kan en dat de dienstverlening voor verbetering vatbaar is; 

overwegende dat verbeteringen van het scheepvaartregister voordelen opleveren ten aanzien van: 

• de werkgelegenheid bij de reders en belastinginkomsten voor de Nederlandse Staat; 

• meer invloed in de IMO bij het opstellen van wet- en regelgeving; 

• meer invloed op de kwaliteit van de schepen via het vlaggenstaattoezicht; 

verzoekt de regering, te komen tot een 24/7 bereikbare en optimale dienstverlening van het scheepvaartregister, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Boer en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 102 (31409). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Europese Commissie overweegt om een besluit te nemen waardoor de Nederlandse zeehavens met ingang van 1 januari 2017 vennootschapsbelastingplichtig worden; 

overwegende dat dit de kwetsbare concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens verder aantast, zeker zolang andere Europese zeehavens effectief geen vennootschapsbelasting betalen en er ook op andere onderdelen geen sprake is van een Europees gelijk speelveld; 

overwegende dat in het voorstel voor een Europese havenverordening wel een belangrijke eerste stap wordt genomen in het bereiken van meer financiële transparantie tussen overheden en Europese zeehavenbeheerders maar dat hierin geen stappen worden gezet om de verschillen in steunmaatregelen tussen lidstaten terug te brengen; 

verzoekt de regering om bij de Europese Commissie aan te blijven dringen op gelijke spelregels voor zeehavens en erop aan te sturen dat de EU-havenverordening voor 1 januari 2017 van kracht wordt, inclusief richtsnoeren met betrekking tot staatssteun voor zeehavens, en ervoor zorg te dragen dat de concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens gewaarborgd blijft, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Boer en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 103 (31409). 

Mevrouw De Boer (VVD):

Dat is een iets andere benadering dan de benadering die de heer Graus van de PVV zonet aan de dag legde, want deze verordening zorgt juist voor een gelijk speelveld en draagt bij aan de interne markt. Daar zijn wij wél erg voor. De heer Graus probeert het omgekeerde te bewerkstelligen met zijn motie. 

De heer Graus (PVV):

Als een gelijk speelveld nodig is voor onze mensen, zullen wij dat altijd steunen, maar als zij meer gebaat zijn bij een ongelijk speelveld, moeten we dat hebben. Het gaat om de belangen van onze mainports. Daar gaat het om. 

De voorzitter:

Helder. 

Mevrouw De Boer (VVD):

En die zijn met de EU-havenverordening gediend; dat klopt. 

Ik wil nog één opmerking maken over het huisvuil. Dat is ook kort aan de orde geweest in het AO. Het komt terug in de evaluatie in juni. Dat vinden wij rijkelijk laat. Wij vragen de minister hoe zij voor 1 maart de motie denkt te gaan uitvoeren die vorig jaar is aangenomen in de Tweede Kamer. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. Allereerst heb ik een motie over reddings- en bergingswerk op zee, op het water. We hebben daar veel over gediscussieerd in de commissie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er meningsverschillen bestaan tussen de Kustwacht, de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM) en enkele bergers over het verlenen van niet-spoedeisende maritieme hulpverlening; 

overwegende dat het eerdere overleg tussen de KNRM, de Kustwacht en de bergers niet heeft geleid tot afspraken en de minister heeft toegezegd dat er een nieuwe bemiddelingspoging zal plaatsvinden om partijen overeenstemming te laten bereiken; 

van mening dat een goede samenwerking tussen partijen op het water essentieel is en de hulpverlening op het water nooit in het geding mag komen; 

verzoekt de regering, een geschillencommissie in te stellen die op basis van nader te bepalen normen conflicten op het water objectief beoordeelt; 

verzoekt de regering tevens om de Kamer daarover binnen twee maanden te rapporteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert, Jacobi en De Boer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 104 (31409). 

De heer Van Helvert (CDA):

Deze motie is ook ingediend door de dames uit het noorden, Jacobi en De Boer. 

De voorzitter:

Behalve uzelf, neem ik aan. 

De heer Van Helvert (CDA):

Uiteraard. Ik diende haar in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Rotterdamse haven bijdraagt aan de aanleg van infrastructuur terwijl dat bij andere Europese zeehavens door overheden wordt bekostigd; 

constaterende dat dat nadelig is voor de concurrentiepositie; 

verzoekt de minister, onderzoek te doen naar de aard en de omvang van concurrentievervalsing door de bijdrage van de Rotterdamse haven in de kosten van de aanleg van infrastructuur, en de Kamer daarover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 105 (31409). 

Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors een enkel ogenblik, zodat de minister even naar de moties kan kijken. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 95 van mevrouw Hachchi over de SAR-helikopters. Zij vraagt of de regering bereid is om onderzoek te laten doen naar het benodigde pakket. Ik heb in het AO al gezegd dat de huidige SAR-helikopters beter zijn toegerust dan de helikopters die we in voorgaande jaren gebruikten. Naar aanleiding van de signalen dat ze niet voldeden en de discussie die we daarover in de commissie hadden, heb ik eerder extra onderzoek laten doen. Ik heb de Kamer daar schriftelijk over geïnformeerd. 

Nu zijn er nieuwe vragen opgekomen over het gewicht van de helikopters. Ik denk dat er ook op dit punt voldaan wordt aan de eisen, want het bericht dat ik krijg is dat ze 3.500 kilogram per stuk zijn. Het maximale gewicht bedraagt 4.300 kilogram. Dat betekent dat je nog zo'n 800 kilogram over hebt voor mensen in nood. Ik vind het erg belangrijk om geen enkel misverstand te laten bestaan over deze zaak. Ik vind het zelf ook belangrijk om precies te weten hoe dit zit. Dit is voor mij nieuw. De andere onderdelen heb ik allemaal laten onderzoeken. Ik zeg toe hier nog eens goed naar te laten kijken, ook door een expert van buiten mijn departement. In de motie wordt een expert genoemd, maar het zou ook een andere kunnen zijn. Ik denk dat het belangrijk is om iemand te vinden die dat goed en snel kan doen, zeker gezien het feit dat mevrouw Hachchi mij vraagt hier voor 1 februari antwoord over te geven. Ik doe mijn best om dat voor 1 februari plaats te laten vinden. Aangezien zij ook vraagt om een praktijktest, denk ik dat het afhankelijk is van wat er wel en niet kan. Nogmaals, ik wil er geen misverstand over laten bestaan. Ik hecht er zelf ook belang aan dat iedereen vertrouwen heeft in de tijdelijke capaciteit die wij hebben ingehuurd. Ik zal het laten onderzoeken met een externe partij erbij. Ik probeer dat voor 1 februari te realiseren. Daarmee laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 96 van mevrouw Jacobi en mevrouw Cegerek over maritieme kennis en maritiem onderzoek. Ik ken hun warme pleidooi voor de sector. Ik heb in het AO aangegeven dat het in eerste instantie een verantwoordelijkheid is van de minister van EZ om ervoor te zorgen dat er voldoende middelen voor onderzoek zijn. Ze vragen ook niet om extra middelen, maar om extra onderzoek. De minister van EZ heeft echter toegezegd met de betrokken partijen te werken aan een gezamenlijke strategische agenda 2017-2021. Ik juich het natuurlijk toe als de maritieme sector via maritiem onderzoek weet bij te dragen aan de doelstellingen van kennis- en innovatiecontracten van de topsectoren water en logistiek. Alle projectvoorstellen kunnen ingediend worden bij de topsectoren en zullen binnen de bestaande kaders worden beoordeeld. Er wordt ook optimaal gebruikgemaakt van de kennis van de sector, zodat de meest kansrijke projecten worden gekozen. Ik zie eigenlijk niet de noodzaak van een extra onderzoek, gezien het feit dat de minister van EZ met de partijen aan die gezamenlijke strategische agenda aan het werk is. Er zijn voldoende mogelijkheden voor de maritieme sector om dit in te brengen. Ik ontraad daarmee deze motie. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Je zou zeggen dat de motie ondersteuning van beleid is. Volgens mij is dat zo. Het gaat hier om toegepast onderzoek. Bijvoorbeeld MARIN, het belangrijkste instituut ter wereld, zou ik bijna zeggen, bezoekt dit ook. De praktijk is niet helemaal zoals de minister zegt. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Volgens mij is het mogelijk toegepast onderzoek daarbij in te brengen. De strategische agenda van EZ gaat juist over alle kennisinstituten die toegepast onderzoek doen. Dat gaat dus ook over andere kennisinstituten die op dat terrein actief zijn. Mevrouw Jacobi vindt het ondersteuning van beleid, maar zij vraagt de regering te onderzoeken hoe het maritiem onderzoek versterkt kan worden. Ik zei al dat de minister van EZ heeft toegezegd dat hij die strategische agenda samen met anderen gaat maken en dat iedereen daar zijn onderzoeksvoorstellen kan indienen, inclusief die voor toegepast onderzoek. 

De voorzitter:

Nee, mevrouw Jacobi, ik kan u niet het woord geven, want we lopen al achter op het schema. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Mevrouw Jacobi zegt buiten de microfoon nog "ik vraag in overleg te treden met". Dat zie ik niet in de motie staan. Nogmaals, de minister van EZ doet het samen met alle partijen. Iedereen kan voorstellen inleveren. Er wordt dus aan gewerkt. Ik zei al dat het idee achter de motie belangrijk en warm is, maar volgens mij moet je geen extra onderzoek gaan doen, nu er al een voorstel ligt. Daarom ontraad ik de motie. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 97 over hinder stremming Twentekanaal, waarin de regering wordt verzocht om bij de aanbesteding van de renovatiewerkzaamheden een verkorting van de stremmingsduur zwaarder mee te laten wegen als leidend criterium. In de Kamer heb ik al toegezegd de aannemer uit te zullen dagen de hinder zo veel mogelijk te beperken. Ik streef ook naar een kortere stremmingsduur. Ik heb dat ook aangegeven in antwoord op Kamervragen van mevrouw Jacobi en mevrouw De Boer van 14 december. We hebben ook naar een gefaseerde aanpak gekeken. Nou, dat is moeilijk. Het is beter om in een keer door de zure appel heen te bijten, want anders leidt het tot een aanzienlijk langere stremmingsduur. Wij zijn ook in gesprek met de omgeving, waaronder het bedrijfsleven, om te kijken welke mogelijkheden er zijn om die stremmingsduur en hinder te beperken, bijvoorbeeld door extra laad- en loslocaties. Ik heb ten aanzien van deze motie eigenlijk als advies staan: overbodig of ontraden. Volgens mij is de motie echter ook ondersteuning beleid. Overigens, hinder leidend laten zijn, kan natuurlijk niet bij een aanbesteding. Het is namelijk altijd een combinatie van kwaliteit en prijs, waarbij hinder een van de onderdelen is. Dus als de hinder niet als leidend wordt beschouwd, kan de motie als ondersteuning beleid worden geïnterpreteerd en is daarmee het oordeel aan de Kamer. 

Dan kom ik op de motie van de heer Graus op stuk nr. 98, die de regering verzoekt in actie te komen tegen het groeiend aantal belemmeringen en bemoeienissen vanuit de Europese Commissie zolang Nederland nog lid is van de Europese Unie; dus er zit ook nog dreigende taal in. Ik ontraad de motie omdat het kabinet alle EU-voorstellen zorgvuldig en kritisch beoordeelt. Bovendien zijn wij altijd tegen onnodige EU-belemmeringen. Daarom moet ik deze motie ontraden. 

De heer Graus (PVV):

Er wordt gezegd: dreigende taal. Ik zie echt geen dreigende taal in deze motie staan. Het is een heel nette motie met zelfs VVD-taal erin. Ik zie de dreiging dus niet. Ik zeg alleen: zolang Nederland nog lid is van de Europese Unie. Dat woordje nog heb ik tussen haakjes gezet — dat kun je tijdens het oplezen niet noemen — en dat is gewoon omdat er ook onder de bevolking een groeiend verzet is. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Helder en ik ga ook niet met de heer Graus in discussie hierover. Ik denk dat hij mijn knipoog zag. Ik las inderdaad de zinsnede: zolang Nederland nog lid is van de Europese Unie. Daarvan zou je kunnen zeggen dat er een zekere dreiging van opstappen in zit. Ik bedoel het dan niet dreigend in de zin van boude woorden, maar dreigend in de zin van opstappen. Ik ken ook de voorkeur van de PVV met betrekking tot dit onderwerp. Dus ik ben er ook niet verbaasd over. 

De motie op stuk nr. 99 van de heer Graus en de heer Van Helvert, afkomstig dus van het Limburgs front, vraagt om op te komen voor onze mainports en de sociaal-maatschappelijke en economische gevolgen door opheffing van vrijstelling voor vennootschapsbelasting in kaart te brengen. Het kabinet heeft zich hevig verzet tegen het besluit van de Europese Commissie met betrekking tot de Vpb-plicht. We wachten nu het formele besluit af. We zijn het er nog steeds niet mee eens en we hebben ook niet gezegd dat we het accepteren, maar er is nu wel een procedure in gang gezet, waarvan we de eventuele consequenties zullen moeten bekijken. Borging van een level playing field is voor ons ontzettend belangrijk. Zo hebben we al eerder een unfair level playing field in de havens aan de orde gesteld bij de Europese Commissie. Op het moment dat de Europese Commissie hier werkelijk toe overgaat, zal ik de consequenties in kaart brengen samen met mijn collega van Financiën om te zien wat wij wel en niet kunnen doen. Daarmee denk ik dat ik deze motie kan zien als oordeel Kamer. 

De motie op stuk nr. 100 van de heer Graus verzoekt de regering al haar mooie woorden en toezeggingen aangaande onze maritieme sector om te zetten in een toekomst- en concurrentiebestendige strategie en meer in te zetten op projecten ten behoeve van het maritieme cluster. Ik heb dit voorjaar een maritieme strategie opgesteld samen met de sector en de betrokken departementen. Ik wil deze best nog een keer aan de heer Graus toesturen. Hierin zijn ook werkprogramma's opgenomen. Het zijn niet alleen maar mooie woorden. Het is meteen heel concreet, want dat vind ik veel leuker dan alleen een strategie. De sector is erbij betrokken, de prioriteiten staan erin en ik zal de Kamer voor de zomer informeren over de voortgang. Ik twijfel of ik de motie als ondersteuning van beleid moet zien of haar moet ontraden, want ik ga niet iets nieuws maken. Ik heb net iets prachtigs gemaakt en ik hoop dat de Kamer dat ook vindt als de Kamer haar leest. 

De voorzitter:

Heel kort, mijnheer Graus, één vraag. 

De heer Graus (PVV):

Allereerst dank voor de vorige en voor deze reactie. Misschien is het ondersteuning van beleid, maar ik zie niet waarom de motie ontraden zou moeten worden. Dit wordt gewoon gevraagd door de jongens uit het maritieme cluster. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik ga haar niet ontraden, maar ik vind haar wel overbodig zoals dat heet, omdat het al gebeurd is, dus ik laat het aan het oordeel van de Kamer of zij dit wil gaan doen. 

De voorzitter:

Het is oordeel aan de Kamer, mijnheer Graus. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De heer Graus kan natuurlijk ook denken: ik ben tevreden zo, ik trek haar terug. 

Ik kom op de motie van de heer Smaling, die gaat over de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en de eisen die aan de binnenvaart worden gesteld. Hij verzoekt de regering om zich in te spannen om een groter deel van de nieuwbouweis van tafel te krijgen. Ik ken het betoog. Ik vind het ook ongelooflijk belangrijk. De Kamer weet dat ik er iedere keer mee bezig ben en dat ik op delen al geslaagd ben en op delen nog niet. Ik moet daarom de motie ontraden, omdat verreweg de meeste eisen van de CCR zinvol zijn en de veiligheid dienen. Als ze echter niet zinvol zijn, zijn ze soms ook niet te veranderen, omdat ik er geen meerderheid voor heb gekregen in de CCR. Wat ik tot nu toe heb kunnen doen, is het maximaal haalbare. Tegelijkertijd blijf ik bezig om daarop te drukken. In het komende jaar komen er nog enkele technische wijzigingen, ook tijdens ons voorzitterschap, die een en ander gaan verlichten. Daarnaast ben ik bezig om sommige punten die moeilijk uitvoerbaar zijn op een alternatieve manier in te vullen. De heer Smaling schrijft: verzoekt de regering om zich in te spannen om een groter deel van de nieuwbouweis van tafel te krijgen. Inspannen doe ik mij altijd, maar ik kan de heer Smaling niet beloven dat ik dit in mijn eentje gedaan krijg, want wij blijven onderdeel uitmaken van een verdrag waaraan meerdere landen hun fiat moeten geven. 

De voorzitter:

De heer Smaling, kort één opmerking. 

De heer Smaling (SP):

Het kan in potentie natuurlijk het einde van heel veel binnenvaartschepen betekenen als ze aan al die eisen moeten voldoen, die lang niet allemaal nodig zijn. Ik denk dat de minister en ik het daarover eens zijn. Zij zegt dat zij geen meerderheid krijgt in de CCR. Zij spant zich altijd in, dat vind ik fijn. Wij moeten toch samen tot een goed resultaat kunnen komen. Ik zou graag net iets in het hoofd van de minister willen kantelen, waardoor ze zegt: ik ga ervoor en ik zorg ervoor dat ik zo veel mogelijk binnensleep. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Als het goed is weet de heer Smaling dat ik ervoor ga en dat ik er heel actief mee bezig ben geweest. Toen wij het afgelopen halfjaar voorzitter zijn geweest hebben wij veel gedaan gekregen, maar niet alles. Wij hebben alle onderwerpen nu wel geagendeerd en aan de orde gesteld. Wij hebben eraan getrokken. Het lijkt mij sterk dat in het komende halfjaar landen over de punten waar ze niet in mee wilden gaan, gaan zeggen: wij hebben er met oud en nieuw nog eens over nagedacht en nu willen we er toch wel in meegaan. Ik blijf mij inspannen, maar de heer Smaling vraagt mij om een veel groter deel van tafel te krijgen. Ik kan hem dat gewoon niet beloven. Ik kan alleen maar een inspanning beloven. 

De voorzitter:

Helder, de motie op stuk nr. 103. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik kom bij de motie op stuk nr. 102. 

De voorzitter:

Ik ging iets te snel, u hebt gelijk. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dit is een motie van mevrouw De Boer en mevrouw Jacobi. Zij vragen om tot een 24/7 bereikbare en optimale dienstverlening van het scheepvaartregister te komen. In het kader van de maritieme strategie wordt nu onderzocht welke verbetermaatregelen zinvol en noodzakelijk zijn om de dienstverlening van het register te verbeteren. De optie van 24/7-dienstverlening voor in- en uitvlaggen wordt daarin betrokken. De beoordeling van deze optie zal plaatsvinden aan de hand van extra kosten die daarmee gemoeid zijn, effecten daarvan op de tarieven en de voordelen voor de Nederlandse economie in termen van werkgelegenheid en toegevoegde waarde. De ILT is overigens op dit moment al wel 24/7 bereikbaar voor calamiteiten. Indien ik de motie interpreteer als een onderzoek naar de wenselijkheid van 24/7-dienstverlening door de ILT afgezet tegen de daarmee gemoeide inspanningskosten, zie ik de motie als ondersteuning van beleid en laat ik haar aan het oordeel van de Kamer. Als u mij vraagt om per direct 24/7 te realiseren, dan wil ik graag eerst de uitkomst van het onderzoek afwachten en vragen of u de motie aanhoudt. 

Mevrouw De Boer (VVD):

Ik houd de motie aan. Wanneer kunnen wij het onderzoek verwachten? 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw De Boer stel ik voor, haar motie (31409, nr. 102) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat weet ik niet uit mijn hoofd. Ik kijk of er nog een briefje deze kant op komt en anders laat ik het de Kamer weten. 

De motie op stuk nr. 103 van mevrouw De Boer en mevrouw Jacobi, waarin de regering wordt verzocht, bij de Europese Commissie te blijven aandringen op gelijke spelregels voor zeehavens en erop aan te sturen dat de EU-havenverordening voor 1 januari 2017 van kracht wordt, zie ik als ondersteuning van beleid, dus ik laat het oordeel aan de Kamer. Wij hebben ons, zoals ik al eerder zei, vergeefs verzet tegen de invoering van de Vpb-plicht zolang dit niet voor onder meer België en Frankrijk geldt. Wij zullen ons tot het laatst blijven verzetten. Het borgen van de concurrentiepositie van Nederlandse zeehavens is staand kabinetsbeleid. Tijdens het EU-voorzitterschap probeer ik ook te komen tot de afronding van de EU-havenverordening, dus ik hoop ook dat die daarmee voor 1 januari 2017 van kracht kan worden. Natuurlijk heb ik daar alle andere landen bij nodig. Laten wij kijken hoe dat gaat. 

Bij de vorige motie, op stuk nr. 102, is het onderzoek in de zomer van 2016 klaar. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 104 van de heer Van Helvert, mevrouw Jacobi en mevrouw De Boer, waarin de regering wordt gevraagd, een geschillencommissie in te stellen met betrekking tot de meningsverschillen tussen de KNRM en de bergers, en de Kamer daar binnen twee maanden over te informeren. Ik heb eerder toegezegd nog een bemiddelingspoging te willen doen. Van een geschillencommissie ben ik geen voorstander omdat op voorhand niet scherp kan worden gemaakt op welk regelgevingskader moet worden getoetst. Dat is omdat er geen sprake is van vrije marktwerking. Maar ik begrijp wel het verzoek om een externe partij hierbij te betrekken. Dus als ik de motie zo mag interpreteren dat ik een externe partij zoek om daarin te bemiddelen, dan zie ik die als ondersteuning beleid en laat ik het oordeel aan de Kamer. 

Mevrouw De Boer (VVD):

Regels van goed zeemanschap duiden erop dat je je keurig moet gedragen op zee. Je kunt dat inderdaad niet in regels vastleggen, omdat iedere situatie op zee anders is. Vandaar dat het ook goed is om misschien een soort commissie aan te stellen met daarin wijze mensen die veel weten van varen op zee en die achteraf kunnen toetsen of er inderdaad sprake was van een bedreigende situatie en wie daarbij als schuldige kan worden aangewezen, zodat je ook in de toekomst kunt voorkomen dat ruzie ontstaat op zee. 

De heer Van Helvert (CDA):

Nu weet ik niet precies in hoeverre de minister de motie wat probeert af te zwakken door te zeggen: als ik die zo kan interpreteren. Laat ik vooropstellen dat een geschillencommissie wel van belang is, dat de partijen die ook van beide kanten zien zitten en dat er gewoon gezamenlijke normen moeten worden vastgesteld waarop ze de geschillencommissie kunnen aanspreken om te bepalen wie nu wel en niet gelijk heeft. Zo moet de motie geïnterpreteerd worden. Het staat er ook, dus ook al begrijp ik dat de minister dit niet zo'n goed idee vind, ik wil toch met de andere indieners de motie zo indienen als die geformuleerd is, omdat dat leidt tot een duurzame oplossing. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Een geschillencommissie kun je instellen op het moment dat je een regelgevingskader hebt. Dat is een juridische term. Een geschillencommissie bepaalt dus op basis van bestaande regels of een partij daaraan wel of niet voldaan heeft. Daarom probeerde ik om een andere interpretatie van uw motie te geven: niet om die af te zwakken maar om te zorgen dat een externe partij erbij betrokken wordt om uitspraken te doen. Dat was veel meer de lezing van mevrouw De Boer die ik hoorde: ervaren partijen die er iets over kunnen zeggen. Er staat ook "op basis van nader te bepalen normen", dus dat betekent dat je eigenlijk met elkaar vervolgens spelregels gaat afspreken. Maar dan moet je eerst spelregels afspreken voordat je een geschillencommissie daarop kunt laten toetsen. 

Misschien is het handig als ik probeer om naar aanleiding van deze motie een voorstel aan uw Kamer te sturen en te kijken of dat dan is waar u zich als Kamer senang bij voelt. Dan zit ik een beetje met de interpretatie, want beide indieners houden een ander verhaal. Als de indieners de motie aanhouden totdat ik mijn briefje gestuurd heb, kunnen zij zien of die op de juiste manier is geïnterpreteerd of niet volgens hen. 

De voorzitter:

Dat is ook een verzoek aan de Kamerleden. Mijnheer Van Helvert, er ligt dus een verzoek van de minister. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik vroeg of u de motie wilt aanhouden totdat ik de brief heb gestuurd. 

De heer Van Helvert (CDA):

Ik merk dat mevrouw De Boer de motie terug wil trekken, maar dat wil ik niet. Ik houd niets aan, ik wil dat er een geschillencommissie komt. Ik weet niet of mevrouw De Boer haar naam eruit haalt of niet, maar de motie blijft staan. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan ontraad ik de motie. Ik zal zelf met een brief naar de Kamer komen over hoe ik denk dit probleem op te kunnen lossen. Ik had al eerder beloofd dit op te lossen. 

Dan kom ik op de motie van de heer Van Helvert op stuk nr. 105, waarin de regering wordt verzocht onderzoek te laten doen naar de aard en de omvang van concurrentievervalsing door de bijdrage van de Rotterdamse haven in de kosten van aanleg van infrastructuur en de Kamer daarover te informeren. Ik ontraad deze motie. Soms betaalt Havenbedrijf Rotterdam mee aan infrastructuur, zoals bijvoorbeeld bij de Calandbrug. Daar is op zich niets mis mee. Ik houd de concurrentiepositie voortdurend in de gaten en zie geen reden voor aanvullend onderzoek. 

Tot slot heb ik nog een vraag van mevrouw De Boer over de huisvuilpassen. Ik ben het met mevrouw De Boer eens dat het amendement financieel aantrekkelijker kan worden als er meer afnemers zijn, en het afnemen van een abonnement is vrijwillig. Ik zal de brancheorganisaties vragen of zij dit kunnen bevorderen. Voor eventuele aanpassing van het abonnementsysteem wil ik de resultaten van de evaluatie gebruiken. De voorbereidingen zijn gestart. Er is contact met de brancheorganisaties, maar het is niet in maart al afgerond. Ik weet dat u haast hebt, maar de planning is uiterlijk 1 juni; dat is niet heel veel later. Ik heb dat in eerdere debatten met u besproken en afgesproken. Ik voorzie dat ik op 1 maart nog niet veel nieuws te melden heb, maar kom zo snel mogelijk na de evaluatie bij u terug. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Als de staatssecretaris arriveert, gaan wij direct door met het volgende VAO.