Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 10

10 Leefomgeving

Aan de orde is het VAO Leefomgeving (AO d.d. 01/10). 

De voorzitter:

De woordvoerders zijn aanwezig en ik zie dat mevrouw Dijksma is gearriveerd. Wat een timing. Er zijn zeven sprekers van de zijde van de Kamer en de eerste staat al te trappelen van ongeduld. De spreektijd bedraagt twee minuten. 

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik probeer u te helpen met uw planning. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de implementing act Euro 6-motoren ingaat tegen ons nationaal beleid van stikstofreductie; 

verzoekt de regering, tijdens het voorzitterschap de voorgestelde implementing act euro 6-motoren te agenderen met het doel de overschrijdingsfactor fors te verlagen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 225 (30175). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat geurmetingen complex zijn en geurbeleving onderhevig is aan grote persoonlijke verschillen; 

constaterende dat de geurregelgeving herzien gaat worden; 

verzoekt de regering, de uitkomsten van het onafhankelijk onderzoek door het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) naar de huidige rekenmodellen en onderzoeksmethoden te betrekken bij de verdere beleidsbepaling die volgt naar aanleiding van het advies van de bestuurlijke werkgroep, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 226 (30175). 

De heer Geurts (CDA):

Ik maak nog een paar opmerkingen. Het is jammer dat de real driving emission test niet eerder uitgevoerd kan worden en dat er geen toezicht komt op het testen. Ik begrijp de positie van de staatssecretaris in Brussel, maar toch moet bekeken worden wat er nog te redden is. Het is voor ons nationaal beleid niet uit te leggen dat de autobranche veel meer stikstof mag blijven uitstoten dan was afgesproken. We hebben het over een overschrijdingsfactor van 110% van Euro 6-motoren tot 2020 en vanaf 2020 van 50%. Dat is geen manier van afspraken maken, vandaar deze motie. 

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik heb geen moties, maar wel twee vragen namens mijn collega Van Veldhoven, die hier helaas zelf niet bij kan zijn. Er ligt nu een nieuw wereldwijd klimaatverdrag en een belangrijke vraag is wat dit gaat betekenen voor Nederland. D66 wil dit graag zo goed mogelijk uitgezocht hebben, zodat wij zo snel mogelijk weten wat de voordelen van dit akkoord zijn voor ons land. In 2012 is op verzoek van de Kamer door het Energieonderzoek Centrum Nederland een maatschappelijke kosten-batenanalyse van het klimaatbeleid uitgevoerd. Het saldo van die kosten en baten hangt sterk af van de mondiale context. Sterker nog, een wereldwijd klimaatbeleid levert waarschijnlijk nog meer positieve effecten voor Nederland op. Het lijkt D66 daarom goed om deze kosten-batenanalyse te actualiseren. Is de staatssecretaris daartoe bereid? Zo ja, kan dat nog voordat wij het plenaire debat voeren over de uitkomsten van de klimaattop? 

De voorzitter:

U geeft zelf al aan dat er over dit onderwerp een debat zal worden gehouden. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Fijn om te zien dat de staatssecretaris weer terug is uit Parijs. Ik hoop in goeden doen. Ik dien één motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat stedelijke luchtvervuiling wordt veroorzaakt door meerdere bronnen; 

constaterende dat de effectiviteit van de verschillende stedelijke maatregelen tegen luchtvervuiling niet inzichtelijk is; 

constaterende dat met gemeentelijke milieuzones de problemen eerder worden verplaatst in plaats van opgelost en daarmee niet altijd de grootste vervuilers worden getroffen; 

overwegende dat het huidige beleid van gemeentelijke milieuzones niet eenduidig is en onduidelijkheid creëert voor burgers en ondernemers; 

constaterende dat cofinanciering voor de aanpak van stedelijke luchtkwaliteit vereist is in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit; 

verzoekt de regering om in overleg te treden met de G-4 om tot een duurzame aanpak stedelijke luchtkwaliteit te komen, waarbij kosteneffectiviteit van stedelijke maatregelen, zoals milieuzones, wordt meegewogen, het principe van cofinanciering wordt vastgehouden en het bedrijfsleven wordt betrokken bij de uitwerking om eenduidigheid te creëren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 227 (30175). 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Kan ik hieruit opmaken dat de SP tegen milieuzones is? 

De heer Smaling (SP):

De SP is nooit voorstander geweest van het instrument "milieuzones" om tot schone steden te komen. Wij zijn net zo voor schone steden als mevrouw Cegerek en waarschijnlijk de meeste partijen hier in de Kamer, maar er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden. Wij vinden al lange tijd — onze verkiezingsprogramma's zijn er op terug te slaan — dat het tot veel verwarring leidt als elke stad op een eigen manier een milieuzone gaat inrichten. Mensen weten dan niet meer waar zij wel en waar zij niet kunnen rijden. Het leidt bovendien tot het verplaatsen van problemen, zodat randen van steden met een dichte bebouwing zwaarder worden belast. Je kunt generieke maatregelen treffen, bijvoorbeeld via de belastingen. Dat is dit jaar ook gebeurd. Wij vinden dat effectiever. Wij zijn meer voor generieke maatregelen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien twee moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het Hoogheemraadschap van Delfland een gewijzigde watervergunning heeft verleend aan Rijkswaterstaat (RWS) voor het retourpompen van grondwater uit de verdiepte delen van de A4 tussen Delft en Schiedam; 

constaterende dat er geen sprake is van oppompen en afvoeren van grondwater, maar van het afvoeren van water dat door lekkage op of onder de weg is gekomen, en dat dit water volgens de Wet milieubeheer als afvalwater beschouwd dient te worden; 

verzoekt de regering om de relevante inspectie te laten onderzoeken of er een lozingsvergunning noodzakelijk is voor het afvoeren van het lekkende grondwater, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 228 (30175). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Net als D66 anticiperen wij op het debat over het Nederlandse klimaatbeleid naar aanleiding van het verdrag dat in Parijs is getekend. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat Nederland als onderdeel van de EU in Parijs heeft ingestemd met het klimaatverdrag; 

constaterende dat landen van de EU, volgens dit verdrag, individueel verantwoordelijk zijn voor het opstellen van een eigen plan om CO2 te reduceren; 

verzoekt de regering om een plan voor de eerste periode van het verdrag op te stellen en dit plan voor het zomerreces aan de Kamer toe te zenden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 229 (30175). 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Voorzitter. Onlangs hebben wij vragen gesteld naar aanleiding van het rapport van de noordelijke GGD's over de gezondheidseffecten van houtstook. Daarover dien ik een motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de noordelijke GGD's en de Universiteit Utrecht dit jaar een rapport hebben gepubliceerd waaruit blijkt dat houtstook gezondheidseffecten heeft, zoals kanker en hart- en vaatziekten; 

overwegende dat uit dit onderzoek blijkt dat er momenteel geen adequate oplossing is voor mensen die extreme overlast ervaren en hierdoor gezondheidsklachten hebben; 

verzoekt de regering, in overleg te treden met het RIVM en de gemeenten en in kaart te brengen wat de problemen en mogelijke oplossingen zijn voor de gezondheidsklachten die een deel van de Nederlanders ervaart door houtstook en de Kamer hierover in het voorjaar van 2016 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cegerek, Jacobi, Van Veldhoven en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 230 (30175). 

De voorzitter:

Tot zover de termijn van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 225 van de heer Geurts over de Implementing Act Euro 6. Onze positie ten aanzien van de real-world driving emission test is bekend. Nederland heeft als enige tegen het voorstel van de Europese Commissie gestemd. Het is nu even wachten op de positie van het Europese Parlement. Dat heeft zich vrij kritisch erover uitgesproken. Wij kunnen nu niet de comitologieprocedure ter discussie stellen. Dat is nu eenmaal de wijze waarop het is vastgesteld. We zullen echt op het Europees Parlement moeten wachten en kunnen het nu niet opnieuw agenderen. Dat zou geen enkele zin hebben. Ik verwacht niet dat landen er een maand later ineens allemaal anders over denken, zeker niet omdat ze zo sterk tegen waren. Onze inzet op dit terrein is volgens mij volledig duidelijk bij de Kamer. Zodra er een kans is om er iets mee te doen, zullen wij die aangrijpen. Ik ontraad de motie. 

Over de lozingsvergunning weet ik niet of mevrouw Van Tongeren een motie heeft ingediend of een vraag heeft gesteld. Ik kon alleen de vraag vinden. Het hoogheemraadschap heeft een vergunning verleend. Ik ga ervan uit dat daarin alle onderdelen zitten die we moeten hebben. Ik kijk dat graag even na. Ik zie mevrouw Van Tongeren gebaren dat het om de motie op stuk nr. 228 gaat, dus ik kijk voor de zekerheid even wat zij nog meer in de motie heeft gezet. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, het is heel aardig dat u de minister persoonlijk uw motie overhandigt, maar ik zou u toch willen vragen om gewoon in de zaal te gaan zitten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik ga ervan uit dat het erin zit, maar ik vind het ook geen enkel probleem om het te onderzoeken. Ik vraag me zelfs af of het in de vorm van een motie aan mij moet worden gevraagd, want ik kan ook nu meteen toezeggen dat ik het even zal laten onderzoeken. 

De voorzitter:

Is dat uw oordeel over de motie op stuk nr. 228? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. Ik moet alleen nog even kijken naar de teksten die er verder nog in staan. Ik zie inderdaad dat ik het oordeel over de motie aan de Kamer kan laten. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 228 is oordeel Kamer. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. In zijn motie op stuk nr. 226 verzoekt de heer Geurts de regering, de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek door het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek mee te nemen. Daartoe ben ik uiteraard bereid. Ik moet wel een kanttekening plaatsen bij het tijdschema. Het is niet helemaal zeker dat dit Vlaamse onderzoek op tijd klaar is. Onder die conditie zou de motie ondersteuning van beleid kunnen zijn en daarmee oordeel Kamer. 

Ik ga verder met de motie op stuk nr. 227 van de heer Smaling en mevrouw Visser. Daarin wordt de regering verzocht om in overleg te treden met de G4. Dat hebben we in de afgelopen periode uitgebreid gedaan en dat heeft geleid tot een extra pakket maatregelen met name in de steden Amsterdam en Rotterdam om de laatste grote problemen door transport met luchtverontreiniging en luchtkwaliteit aan te pakken. Dat heeft ook een extra investering met zich mee gebracht. Ik kan de indieners overigens melden dat beide steden daar heel erg blij mee zijn; het was dan ook zeer noodzakelijk. Dat overleg is er dus al. Verder kijken we altijd naar kosteneffectiviteit en ligt er nu al een actieplan. Dat plan heeft recentelijk de Kamer bereikt. Eerlijk gezegd weet ik dan ook niet wat de motie vraagt wat niet al wordt voorgesteld in dat plan. Om die reden moet ik de motie ontraden. 

Mevrouw Hachchi stelde een vraag over een nieuw MKBA door het ECN van het klimaatbeleid. Misschien mag ik van de gelegenheid gebruikmaken om met de Kamer zeer, zeer verheugd te zijn over de uitkomst van Parijs. Dat is echt fantastisch. We zijn er heel blij mee. Mevrouw Van Tongeren heeft volgens mij namens alle 150 Kamerleden een debat aangevraagd en dat is op zichzelf al uniek. Dat debat gaan we natuurlijk graag met de Kamer aan. Tegen mevrouw Hachchi zou ik willen zeggen dat kosteneffectiviteit ook een onderdeel is van het ibo-CO2 dat nu loopt naar aanleiding van de eerdere discussie over de uitvoering van het oordeel van de rechter. Dat ibo is dus feitelijk al een update van de MKBA. Wat zij vraagt, is op dit moment dus al in beweging gezet. 

Over de motie op stuk nr. 229 van mevrouw Van Tongeren zou ik het volgende willen zeggen. Wat zij voorstelt, is op zichzelf een heel sympathiek en goed idee. Wij gaan de Kamer heel snel, nog voor het kerstreces, een eerste reactie sturen op datgene wat in Parijs is afgesproken, maar wij zullen echt met een veel uitgebreidere appreciatie van het hele akkoord moeten komen. Wat betekent het voor Nederland? Wat betekent het voor de Unie? Wat betekent het voor Nederland binnen de Unie? Wat betekent het voor ons voorzitterschap? Wat gaan we nu echt concreet doen? Wat is er potentieel veranderd? Mijn vraag aan mevrouw Van Tongeren is dan ook of het mogelijk is om de motie tot aan het debat daarover aan te houden. Zo ja, dan beloof ik dat wij op dit hele idee in zullen gaan in de brief met de uitgebreidere appreciatie die de Kamer in januari krijgt toegestuurd. Zou het een idee kunnen zijn en, zo ja, hoe dan? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vind dat een uitmuntend voorstel van de staatssecretaris. Ik houd de motie aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (30175, nr. 229) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. De laatste motie is van mevrouw Cegerek cum suis en gaat over de problematiek van de houtstook. Dat is een bekend probleem, waarover wordt overlegd met de noordelijke GGD's. De Kamer ontvangt voor het algemeen overleg Leefomgeving van 11 februari aanstaande een kabinetsreactie. We weten dat het stoken van hout schadelijke effecten op de gezondheid kan hebben. Daar kan ik een heel lang verhaal over houden, maar gelet op de tijd zal ik dat niet doen. We zijn in overleg en op initiatief van ons ministerie is het Platform Houtstook opgericht, waarin samen met gemeenten, GGD en maatschappelijke organisaties overleg wordt gevoerd tegen houtrookoverlast. Om die reden beschouw ik de motie als een ondersteuning van het beleid, omdat dit platform niet alleen zal worden betrokken bij het in kaart brengen van de problemen, maar ook bij de oplossing daarvan. 

De voorzitter:

Daarmee laat u het oordeel aan de Kamer? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja. 

De voorzitter:

Dank u wel. Zijn er nog vragen? Mijnheer Geurts? Eén vraag per persoon. 

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik wil mijn eerste motie over de Euro 6-motoren aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Geurts stel ik voor, zijn motie (30175, nr. 225) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Mevrouw Hachchi (D66):

De staatssecretaris verwijst naar het onderzoek na de uitspraak van de rechter. Begrijp ik uit haar beantwoording dat daar al een maatschappelijke kosten-batenanalyse in zit, zoals we die kennen uit 2012? 

Staatssecretaris Dijksma:

Het is soortgelijk. Het is misschien niet exact hetzelfde, maar er wordt gekeken naar de kosteneffectiviteit van de mogelijke maatregelen om zo snel mogelijk een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstoot te verminderen. Wat je doorgaans doet met een MKBA zit feitelijk in dit ibo. Mijn idee zou zijn dat dit voldoende inzicht biedt in wat nu effectieve maatregelen kunnen zijn, niet alleen voor onze portemonnee maar ook voor ons milieu. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. We namen afscheid van de minister. Dank dat u hier was. Wij gaan onmiddellijk door met het VAO ProRail en daarvoor blijft de staatssecretaris bij ons.