Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 19

19 Preventie radicalisering

Aan de orde is het VAO Preventie radicalisering (AO d.d. 10/12). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Karabulut namens de SP, voor twee minuten spreektijd inclusief het indienen van de moties. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Vandaar een snelle start. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende de groeiende invloed van het wahabisme en salafisme en de hieraan gekoppelde financieringsstromen uit landen zoals Saudi-Arabië, Koeweit en Qatar aan Nederlandse gebedshuizen; 

overwegende dat dit gepaard kan gaan met verspreiding van ondemocratisch gedachtegoed en risico's voor het samenleven en de integratie van diverse Nederlanders; 

overwegende dat gebedshuizen van en voor lokale geloofsgemeenschappen zouden moeten zijn en er zorgen bestaan over de buitenlandse invloed en ronselaars; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat Nederlandse gebedshuizen niet langer worden gefinancierd met geld uit Saudi-Arabië, Koeweit en Qatar dan wel dat de financiering aan volledige controle (en met goedkeuring vooraf) van de Nederlandse overheid wordt onderworpen, en de Kamer hiertoe voorstellen te doen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut en Potters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 343 (29754). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat salafistische organisaties fundamentalistisch zijn en een rol spelen bij radicalisering van onze jongeren; 

overwegende dat salafistische organisaties een gesegregeerde, aparte samenleving voorstaan en dit samenleven en integratie van diverse Nederlanders belemmert; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat overheidsorganisaties geen partner-, samenwerkings- of subsidierelatie met deze organisaties aangaan, en bestaande relaties te beëindigen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut en Potters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 344 (29754). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de zoektocht naar identiteit een belangrijke rol kan spelen bij radicalisering van jongeren en er weinig bekend is over de beweegredenen van jongeren die zich aansluiten bij salafisten en jihadisten en de rol die opvoeders, medeopvoeders, moskeeën en haatpredikers hierin spelen; 

verzoekt de regering, aanvullend kwalitatief onderzoek te verrichten naar radicaliseringsprocessen onder jongeren teneinde het handelen ter voorkoming van radicalisering te verbeteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut en Potters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 345 (29754). 

De heer De Graaf (PVV):

Ik heb een korte informatieve vraag. In de eerste motie wordt specifiek gekozen voor drie landen. Wat is de overweging om specifiek voor deze drie landen te kiezen en bijvoorbeeld niet voor alle landen die deel uitmaken van de OIC (Organisation of Islamic Cooperation)? 

Mevrouw Karabulut (SP):

Als er aanleiding toe is om de financiering vanuit meer landen te verbieden, dan moet dat zeker gebeuren, maar van deze drie landen weten wij in ieder geval zeker dat dat gedachtegoed verspreid wordt. 

De heer De Graaf (PVV):

Oké. Dan kunnen wij het daar in de toekomst misschien nog over hebben bij een volgend overleg en dergelijke. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Uiteraard. 

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Gezien de tijd zal ik het ook kort houden. Hier zijn mijn twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Al-Fourqaan moskee en de daaraan gelieerde stichting Al-Waqf te Eindhoven reeds vaak haatpredikers en geweldsverheerlijkers hebben uitgenodigd en laten spreken; 

verzoekt de regering om de Al-Fourqaan moskee te sluiten en stichting Al-Waqf te verbieden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Graaf en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 346 (29754). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat islamisering een bedreiging vormt voor vrijheid, veiligheid, democratie en rechtsstaat; 

verzoekt de regering, de-islamisering van Nederland tot doelstelling van beleid te maken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Graaf en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 347 (29754). 

De heer De Graaf (PVV):

Ook deze motie is medeondertekend door de enige politicus die deze week voor de derde keer is gekozen tot politicus van het jaar: de heer Wilders. 

De voorzitter:

Dat kan niet. Uw naam hoort als eerste eronder te staan. 

De heer De Graaf (PVV):

Medeondertekend. 

De voorzitter:

O, "mede". U zei: als enige. 

De heer Marcouch (PvdA):

De-islamisering van Nederland. Wat beoogt de heer De Graaf met de-islamisering van Nederland? Hoe moet die motie uitgevoerd worden? 

De heer De Graaf (PVV):

Diezelfde vraag stelde de heer Marcouch in het algemeen overleg dat voorafging aan dit VAO. Laat ik het zo uitleggen: de-islamisering houdt een proces in. Islamisering is een proces van de islamisering van Nederland: het oprichten van moskeeën en dergelijke, en het subsidiëren van islamitische organisaties, dat veel overheden nog steeds doen. De-islamisering is precies het tegenovergestelde. 

De heer Marcouch (PvdA):

Dat zijn een hoop wollige zinnen, maar ik snap het nog niet. Betekent dat dat de heer De Graaf aan het kabinet vraagt om een Nederland te maken waarin er geen moslims zijn met hun instituties? Wat heeft hij voor ogen bij die motie? 

De heer De Graaf (PVV):

Hier haalt de heer Marcouch moslims en de islam door elkaar. Die kwestie speelt vaak. Het was trouwens helemaal niet wollig. Ik heb het proces van islamisering beschreven. De-islamisering is het tegenovergestelde. Bijvoorbeeld het sluiten van alle moskeeën is daar een onderdeel van. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Los van het feit dat dit een buitengewoon onsmakelijke motie is, snap ik de vragen van collega Marcouch wel degelijk. Ik vraag de collega van de PVV, de heer De Graaf, wat nu precies de bedoeling is. Gaat het over de vrijheid van godsdienst? Gaat het over het wegsturen van alle moslims in Nederland? Wat is de bedoeling van de PVV? 

De heer De Graaf (PVV):

De heer Sjoerdsma gaat in zijn vraag uit van twee foute twee aannames. Van het wegsturen van alle moslims kan geen sprake zijn, dat is totale onzin, maar sluiting van de instituties is wel mogelijk. Dat is een vorm van de-islamisering. Doe de minaretten weg, zorg dat de moskeeën gesloten worden en subsidieer geen islamitische instellingen meer. Ik herhaal eigenlijk gewoon de plaat. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Moet ik mij daar dan ook bij voorstellen dat de koran verboden moet worden, de gebedshuizen gesloten moeten worden, mensen geen islamitische tekenen meer op straat mogen dragen en dus feitelijk alles moet worden uitgebannen wat aan dat geloof refereert? Is dat wat de heer De Graaf voorstaat? Ik zeg dit met in het achterhoofd soortgelijke oproepen die wij kennen uit een heel nare periode van de geschiedenis. 

De heer De Graaf (PVV):

Ja, ook ik ken natuurlijk de Armeense genocide. Het is heel vreselijk wat daar gebeurd is en dat geldt ook voor andere voorbeelden uit het verleden. Wij zeggen alleen dat de islam geen godsdienst, maar een ideologie is. Dat was de tweede verkeerde aanname van de heer Sjoerdsma; die vergat ik te benoemen. Met het wegsturen van moslims heeft dit helemaal niets te maken. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat is een interessant punt. Onderschrijft de heer De Graaf het individuele recht op godsdienstvrijheid van mensen met een islamitische achtergrond? Mogen mensen met een islamitische achtergrond hun religie in vrijheid belijden, alleen dan wel in een gebedshuis? 

De heer De Graaf (PVV):

Daar zit de moeilijkheid, want het is geen godsdienst, maar een ideologie. Wij kunnen natuurlijk zeggen dat wij doen alsof het een godsdienst is en dat wij er gebedshuizen en dergelijke bij doen. De gebedshuizen zijn in dit geval moskeeën. Ik heb zojuist al gezegd dat wij die het liefst allemaal dicht zien. 

Mevrouw Karabulut (SP):

De heer De Graaf, die gespecialiseerd is in een aantal boeken, doet toch precies hetzelfde als waar de salafisten, de jihadisten en de IS-fascisten zeggen voor te strijden? Zij strijden voor niet de individuele vrijheid. De heer De Graaf respecteert niet de individuele godsdienstvrijheid van anderen die buiten zijn boekje vallen. Het gaat hier om individuele grondrechten binnen de grenzen van de rechtsstaat die wij met ons allen hoog proberen te houden. Als de heer De Graaf één groep die rechten ontzegt, doet hij een beetje hetzelfde als al die islamfascisten. Ook die zeggen: het moet "our way, or no way". 

De heer De Graaf (PVV):

Daar ligt precies de denkfout. Wij gaan juist tegen die organisaties in. Wij gaan in tegen de salafisten, de wahabisten en de moslimbroederschap. Wij strijden daartegen. Door te zeggen dat wij de islam in Nederland alle vrijheid moeten geven, helpen wij die groepen juist. Het is dus precies andersom. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Die strijd delen wij, maar dit is een cruciaal punt. De heer De Graaf doet dat niet als hij individuele leden van een geloofsgemeenschap — dat kunnen mijn ouders zijn, dat kunnen onze buren zijn — die in vrede leven en een bijdrage leveren, hun grondrechten ontzegt. Dan doet hij precies dat lelijke wat de jihadisten, de salafisten en hun organisaties ook doen. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik heb dat uitgelegd. Dat is totale onzin. 

De voorzitter:

Ik geef nu het woord aan de heer Öztürk. Volgens mij is hij nu aan de beurt. Of wilt u een vraag stellen? 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Collega's hebben al een aantal vragen gesteld. Mevrouw Karabulut zegt: die strijd delen wij. Vindt de heer De Graaf niet dat hij met zijn motie een fascistisch-racistisch gedachtegoed verdedigt binnen onze democratie? 

De voorzitter:

Mijnheer Öztürk, wij moeten echt over de inhoud debatteren en elkaar niet van alles beschuldigen. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik wil best antwoorden. Ik vind de aantijgingen te dom voor woorden. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik ben nog niet klaar, voorzitter. De meeste racisten waren juist dom. En de heer De Graaf is dom bezig. Hij is fascistisch bezig en daarmee moet hij ophouden! 

De voorzitter:

Ik ga hier echt een eind aan maken. Het spijt mij zeer. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter, met uw permissie wil ik een persoonlijk feit maken. Ik denk dat het zijn bedoeling was, daarom wil ik het rechtzetten. De heer Öztürk suggereerde dat wij racisme of fascisme of discriminatie zouden steunen. Dat is een grote leugen. De manier waarop hij u en andere collega's daarvan beschuldigt, is schandelijk. Ik neem daar juist afstand van, ook wanneer het mensen met een islamitische achtergrond betreft. Het niet meten met twee maten zou de heer Öztürk zelf ook wat meer kunnen toepassen. 

De voorzitter:

Goed dat u dit punt verheldert. Ik geef nu het woord aan de heer Öztürk voor zijn inbreng in de eerste termijn. Mijnheer Öztürk, ik geef u het woord om uw inbreng te doen. Ik doe een beroep op u om niet anderen te gaan uitlokken. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Gisteren bracht de minister het rapport Werelden van verschil uit. Met in mijn achterhoofd het Motivaction-onderzoek dat de minister vorig jaar naar voren heeft gebracht, waardoor Turks-Nederlandse jongeren zijn beschadigd, denk ik: klopt, het is een wereld van verschil. De minister heeft gisteren ook gezegd dat hij spijt heeft van het rapport van Motivaction, waarmee hij Turks-Nederlandse jongeren beschadigd heeft. Daarom dienen wij een motie in om eindelijk excuses aan te bieden zodat dat eindelijk tot rust komt, ook bij de jongeren. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het gemankeerde Motivaction-onderzoek Turks-Nederlandse jongeren werden versleten voor Daesh-sympathisanten; 

constaterende dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit onderzoek naar buiten heeft laten komen en breed heeft uitgemeten in de media; 

constaterende dat nu uit onderzoek van het SCP blijkt dat deze jongeren in overgrote meerderheid helemaal geen begrip voor Daesh en religieus geweld hebben; 

van mening dat deze minister deze jongeren daarmee onnodig heeft beschadigd en gekwetst; 

verzoekt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, excuses aan te bieden aan de Turks-Nederlandse jongeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 348 (29754). 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Vanwege de extremisten en radicalisten die gisteravond een raadsvergadering in Geldermalsen hebben ontwricht, hebben we de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat gisteren in Geldermalsen de (lokale) democratische besluitvorming op een bedreigende en onacceptabele wijze is verstoord en ondermijnd; 

constaterende dat dit geen incident is, omdat raadsleden worden bedreigd en vergelijkbare gebeurtenissen zich hebben voorgedaan in bijvoorbeeld Purmerend en Den Haag; 

van mening dat er daadkrachtig opgetreden dient te worden tegen welke frustratie van de democratische besluitvorming dan ook; 

verzoekt de regering, een deradicaliseringsprogramma op te stellen voor personen die op al dan niet gewelddadige wijze de (lokale) democratische besluitvorming ondermijnen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 349 (29754). 

We wachten met de beantwoording door de minister totdat de moties zijn gekopieerd en rondgedeeld. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Asscher:

Voorzitter. De regering kan het eerste verzoek in de motie op stuk nr. 343 van de leden Karabulut en Potters niet inwilligen. Daarvoor ontbreekt de wettelijke basis. De regering is het wel eens met het tweede onderdeel van het verzoek, maar dat staat ook al in de aangenomen motie-Knops van eerder dit jaar. Om die reden zou ik de motie willen ontraden. 

De motie van de leden Karabulut en Potters op stuk nr. 344 verzoekt om te bewerkstelligen dat er geen partner-, samenwerkings- of subsidierelatie met die organisaties bestaat. In het algemeen overleg heb ik aangegeven dat die niet moet bestaan voor het in stand houden van dit soort organisaties, maar dat die wel mag bestaan als lokale overheden dat doen ten gunste van activiteiten. Ik heb toegezegd het gesprek met de gemeenten aan te gaan over de wenselijkheid daarvan, ook in aanloop naar de brief over salafisme die ik voor januari heb toegezegd. Om die reden zou ik de motie op dit moment en in deze vorm willen ontraden. 

De motie op stuk nr. 345 gaat over kwalitatief onderzoek naar … 

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, heeft mevrouw Karabulut nog een vraag over de vorige motie. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat oordeel begrijp ik niet. Het punt dat de minister in het debat maakte, was dat iedereen moet meewerken aan de veiligheid. Men moet zich houden aan de wetten en regels in dit land, ook de salafistische organisaties. In deze motie staat niet dat die worden verboden of onmogelijk worden gemaakt. Wel wordt ermee geregeld dat we geen zaken meer doen met fundamentalistische organisaties, iets wat de minister volgens mij ook in het debat heeft toegezegd. Natuurlijk moet de minister daarover het gesprek aangaan en moet hij daar nog aan werken. Prima. Deze motie is eigenlijk ter ondersteuning van de minister. 

Minister Asscher:

Als de motie is bedoeld als ondersteuning, wordt dat natuurlijk altijd in dank aanvaard. Ik meende dat de motie mede zag op andere overheden dan de rijksoverheid. Dat verzoek kun je niet even per motie op die manier bewerkstelligen. Daarom heb ik in het debat toegezegd het gesprek met de gemeenten te voeren en op deze problematiek terug te komen in januari, bij de brief die ik aan de Kamer heb toegezegd. Daarom was er toen ook discussie over de vraag of dit VAO niet beter op dat moment gehouden zou kunnen worden. Dan zou ik de indiener willen verzoeken om de motie aan te houden. Maar op dit moment moet ik de motie ontraden. 

De voorzitter:

Een laatste opmerking, mevrouw Karabulut. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dit is gewoon een mooie brief in handen van de minister, die hij kan gebruiken om in januari met resultaat naar de Kamer terug te komen. Ik ga de motie dus niet aanhouden. 

Minister Asscher:

De motie op stuk nr. 345 gaat over kwalitatief onderzoek naar radicaliseringsprocessen. We hebben daarin natuurlijk al een eerste stap gezet. In het algemeen overleg heb ik aangekondigd om met name op de relatie met families terug te komen, alsook met een handreiking te zullen komen, in het voorjaar. Ik ben het met de indieners eens dat we hiermee nog niet klaar zijn. Het is van belang om hierbij ook het kwalitatief onderzoek naar radicaliseringsprocessen uit het buitenland te betrekken. Ik wil het verzoek graag inwilligen, maar ik ben even in dubio of we het dan nog over hetzelfde hebben. Als het verzoek inderdaad gericht is op het tot stand brengen van die handreiking én op het bekijken van wat er nu in het buitenland aan nieuwe kennis is opgedaan rond radicaliseringsprocessen, zou ik de motie aan het oordeel van de Kamer willen laten. Als het de bedoeling is om nu een eigenstandig kwalitatief onderzoek in te stellen, wil ik vragen om de motie aan te houden. En anders moet ik de motie ontraden, want dan wordt het iets te veel hoteldebotel. We hebben net dat triggerfactorenonderzoek gedaan. Dat moet zijn vertaling krijgen in het voorjaar. Ik zou dat dus niet efficiënt vinden. Sorry, voorzitter, dat het iets meer woorden kost. Als ik het echter op de eerste manier mag uitleggen — een overzicht van wat er in het buitenland aan nieuwe, juist kwalitatieve informatie over die radicaliseringsprocessen is, gecombineerd met de aangekondigde handreiking — wil ik het oordeel aan de Kamer laten. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat kan, voorzitter. 

Minister Asscher:

Akkoord. Dan is het advies dus: oordeel Kamer. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 346. 

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, dat was de motie op stuk nr. 345? 

Minister Asscher:

Ja, dat was de motie op stuk nr. 345. 

De voorzitter:

Dan is bij dezen de motie op stuk nr. 345 van mevrouw Karabulut en de heer Potters aangehouden. 

Minister Asscher:

Nee, het advies is om het oordeel aan de Kamer te laten, omdat ik hem mag interpreteren zoals in het interruptiedebatje zojuist is vastgesteld. 

De voorzitter:

Oké, dat staat dus in de Handelingen. 

Minister Asscher:

De motie op stuk nr. 346 van de heren De Graaf en Wilders gaat over het sluiten van een moskee. Daarvoor hebben we een wettelijke basis nodig. Als er sprake is van strafrechtelijke feiten of daden, zullen we niet schromen om over te gaan tot dat soort middelen, maar daarvan is nu geen sprake. Ik ontraad deze motie. 

In de motie op stuk nr. 347 wordt de regering verzocht om de-islamisering tot doelstelling van beleid te maken. Ik ontraad die motie. In Nederland maken wij geen onderscheid op basis van religie. 

In de motie op stuk nr. 348 wordt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht om excuses aan te bieden. Ik heb gezien dat de heer Öztürk daarbij een interpretatie van mijn toespraak heeft gegeven die ik graag voor zijn rekening laat. Ik heb al eerder gezegd dat degenen die het onderzoek hebben verricht waarover discussie is, zelf moeten besluiten of ze het nodig achten om excuses aan te bieden. Ik ontraad de motie. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 349, waarin de regering wordt verzocht een deradicaliseringsprogramma op te stellen voor personen die democratische besluitvorming ondermijnen à la Geldermalsen gisteravond. Ik ben het zeer met de heer Öztürk eens dat daar grenzen zijn overschreden; dat is ontoelaatbaar. Het strafrecht is daarvoor de meest passende reactie: lik-op-stukstrafrecht. Er zijn arrestaties verricht. Er mag geen enkel misverstand over bestaan dat dit ontoelaatbaar is. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Veel jongeren die het rapport hebben gelezen en het interview hebben gehoord, zeggen dat nu bewezen is dat zij geen Daesh-aanhangers zijn. Het bewijs is er: het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft het geleverd. Kan de minister nu voor eens en altijd een punt zetten achter deze discussie, waar ik ieder keer op moet terugkomen? Kan de minister een heer zijn en zeggen dat hij Motivaction niet zo zwaar had moeten inzetten? Dat kan toch? Daarmee kunnen we ook een brug slaan naar al die jongeren. Laat het gewoon aan die jongeren horen. 

Minister Asscher:

Ik heb gisteren met een grote groep jongeren een inhoudelijk en open gesprek gevoerd over dit rapport. We hebben ook gesproken over de zorgen die erin staan en over een minderheid van de jongeren — het is gelukkig maar een kleine minderheid — die begrip heeft voor geweld op basis van geloof of die begrip heeft voor organisaties als IS, Daesh of hoe je die organisatie ook noemt. Het was een goed gesprek. Die jongeren hadden het helemaal niet nodig dat ik het gesprek nu in deze Kamer met de heer Öztürk nog eens overdoe. De heer Öztürk heeft een andere interpretatie van de gang van zaken dan ik. Daar heb ik respect voor; dat is aan hem. Ik weet echter heel goed wat er toen is besproken en wat er gisteren is besproken. Ik handhaaf dus mijn advies aan de Kamer. 

De voorzitter:

Mijnheer Öztürk, ik geef u gelegenheid tot het stellen van een laatste vraag, maar alleen als die over de motie gaat. Bij het algemeen overleg heeft het debat immers al plaatsgevonden. Dat doen we bij een VAO niet dunnetjes over. Dat geldt voor iedereen, dus ook voor u. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Maar het rapport is pas gisteren verschenen. We hebben hierover dus geen debat gehad. Ik heb een motie ingediend. De minister voelt zich echter te veel, te hoog of wat dan ook en weigert om excuus aan te bieden aan de jongeren die hierdoor geen baan of stageplek hebben kunnen vinden. Ik vraag hem nogmaals of hij excuses wil aanbieden en er zo voor te zorgen dat we hier een punt achter kunnen zetten. Hij draait er echter omheen en zegt dat de jongeren daar niet om hebben gevraagd. Dat moet hij niet zeggen. 

Minister Asscher:

Het is altijd goed als je vanuit de Kamer gewezen wordt op de goede omgangsvormen. Dat trek ik mij ook altijd aan. Ik hoor ze echter niet helemaal doorklinken in de manier waarop de heer Öztürk mij nu portretteert. Dat laat ik echter aan hem en ik respecteer dat. Dat hoort bij zijn vrijheid. Ik ben gisteren heel serieus ingegaan op het SCP-rapport en ik heb er een open gesprek over gevoerd met jongeren van allerlei pluimage. Dat gesprek is ook nog niet afgelopen. Maar nogmaals, ik heb er geen behoefte aan om nu mijn advies op deze motie te wijzigen. 

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik ondersteun dat we het debat niet opnieuw doen. De heer Öztürk geeft aan dat het rapport geen onderdeel van het debat was. Maar er is vandaag door de SP een debat aangevraagd over het betreffende rapport en dat verzoek is door de fractie van de heer Öztürk gesteund. Door veel partijen, ook door partijen die het verzoek niet steunden, is gezegd dat er apart in een AO op moet worden teruggekomen. Volgens mij is dit onderwerp hier nu voldoende besproken. Er komt een debat waarbij dit onderwerp daadwerkelijk op de agenda staat. 

De voorzitter:

Ik maakte de opmerking ... 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Voor de Handelingen wil ik nog iets zeggen. Mijn naam is drie keer genoemd. 

De voorzitter:

Dat is geen reden om iets te zeggen. Alle namen worden hier genoemd. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Meestal wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Nee, dank u wel. Het is mooi geweest, mijnheer Öztürk. Ik ga hier een punt achter zetten, want we vervallen in herhaling. U hebt uw vraag gesteld. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Het rapport gaat ook over deradicalisering van jongeren. Dat betreft ook deze commissie. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

We zijn aan het eind gekomen van dit VAO. Over de ingediende moties zullen we vanavond stemmen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.