Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 12

12 Externe veiligheid

Aan de orde is het VAO Externe veiligheid (AO d.d. 30/09). 

De voorzitter:

We hebben in dit VAO slechts twee sprekers van de zijde van de Kamer. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Staat u mij toe een motie in te dienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het Hof van Justitie te Luxemburg een arrest aangaande artikel 33 van de REACH-verordening heeft gepubliceerd; 

constaterende dat dit arrest bedrijven verplicht voortaan op componentniveau in plaats van op productniveau te rapporteren over de aanwezigheid van zeer ernstige zorgstoffen in hun producten; 

overwegende dat dit leidt tot een grote toename van administratieve en financiële lasten voor bedrijven, en ook de veiligheid niet vergroot; 

verzoekt de regering, te bevorderen dat een impact assessment op Europees niveau wordt uitgevoerd en er in overleg met het bedrijfsleven een "period of grace" wordt afgesproken waarbij geen handhaving van artikel 33 plaatsvindt, en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 206 (26956). 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat voor een goede borging van de externe veiligheid adequaat toezicht en handhaving onmisbaar zijn; 

overwegende dat de inspecteurs het beste zicht hebben op de praktijk en een waardevolle bijdrage kunnen leveren ten aanzien van wat wel en niet goed functioneert; 

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de inspecteurs, belast met externe veiligheid, de inspectiepraktijk ervaren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ulenbelt en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 207 (26956). 

De heer Ulenbelt (SP):

Ik heb nog twee vragen aan de staatssecretaris. Tijdens het algemeen overleg is een reactie toegezegd op een heel doorwrochte analyse van een oud-hoofd van de Arbeidsinspectie over externe veiligheid. Die reactie heb ik nog niet gezien. Wanneer komt die? 

Mijn tweede punt heeft ook te maken met veiligheid; het is de situatie in Calais. TLN (Transport en Logistiek Nederland) riep van de week op om het leger te sturen naar Calais in verband met de veiligheid van de chauffeurs. Wil de staatssecretaris werkgevers ertoe oproepen om in ieder geval de komende periode geen chauffeurs meer naar Calais te sturen, in verband met hun veiligheid? 

De voorzitter:

Ik weet niet of dat onderwerp binnen dit VAO valt. 

De heer Ulenbelt (SP):

Het is een actuele kwestie, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat is het zeker, maar ik weet niet of de staatssecretaris er antwoord op zal geven. U kunt het altijd proberen. Sterker nog, u hebt het geprobeerd. 

Tot zover de termijn van de Kamer. Is de staatssecretaris reeds in staat om te antwoorden? Zij zegt dat zij twee minuutjes nodig heeft. 

De vergadering wordt van 12.56 uur tot 12.58 uur geschorst. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik zal proberen om het heel kort te doen. 

De motie-Remco Dijkstra/Agnes Mulder op stuk nr. 206 kan ik ondersteunen. Dat betekent dat ik het oordeel graag aan de Kamer overlaat. 

Dat wil ik ook doen met de motie-Ulenbelt/Smaling op stuk nr. 207, maar daar moet ik wel iets bij zeggen als de heer Ulenbelt dat goed vindt. We zouden kunnen voortborduren op een toezegging die eerder door mevrouw Mansveld aan de Kamer gedaan is. Dat is geweest in een algemeen overleg op 30 september jongstleden. Toen is gevraagd naar de inspecties. Hoe lopen die? Een uitgebreide reactie kan er komen als ik die mag meenemen in een brief die naar de Kamer komt naar aanleiding van het onderzoek dat nu plaatsvindt naar Chemelot. Dat verwachten we ergens in april. Dan kunnen we ook via de BRZO+ de vraag beantwoorden die de heer Ulenbelt stelt: hoe beleven de inspecteurs het werk? Die nemen we daar dan in mee. Daar hebben we ook tijd voor nodig; dat hebben we niet vandaag uit onze mouw geschud. Op die manier zouden we het kunnen doen. Ik hecht er wel aan om ook vast te stellen dat de wetgeving over de wijze waarop de inspectie plaatsvindt, net de afgelopen week door de Eerste Kamer aanvaard is. Daar kom ik dus niet op terug, maar ik denk dat het prima is om vanuit de vraag van de heer Ulenbelt te bekijken hoe de mensen die in de praktijk moeten werken, het systeem ervaren. Dat laten we in april aan de Kamer weten, via de Chemelotbrief. 

De vraag over Calais schijnt aan de orde te zijn geweest in een overleg dat de minister eerder deze week gehad heeft met de Kamer. Ik heb dat even kunnen navragen. 

Bij dezen, voorzitter. 

De voorzitter:

Wij missen nog het oordeel over de motie op stuk nr. 207. 

Staatssecretaris Dijksma:

Oordeel Kamer. Dat was dan de deal. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dat is duidelijk. Dank u wel. Tot zover dit VAO. Ik schors even totdat de staatssecretaris van Economische Zaken, de heer Van Dam, zich meldt. Dan gaan we verder met het volgende onderwerp. 

De vergadering wordt van 13.00 uur tot 13.27 uur geschorst.