Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 23

23 Ggz

Aan de orde is het VAO Ggz (AO d.d. 03/12). 

De voorzitter:

Wij hebben vijf deelnemers, maar slechts één iemand gaat iets zeggen. Zij heeft twee minuten de tijd. Uiteraard heet ik ook de minister van harte welkom. 

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. Het zou mooi zijn als ik nu ook vijf keer de spreektijd zou krijgen. Blijkbaar werkt dat niet zo. Tijdens het debat over de ggz heeft de SP een rapport gepresenteerd met een onderzoek onder meer dan 1.000 medewerkers van ggz-instellingen. Daaruit bleek dat zeven op de tien werknemers het tempo van de afbouw van bedden in de ggz-instellingen onverantwoord vindt en dat het verre van probleemloos verloopt. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat volgens een meerderheid van de werknemers van ggz-instellingen de afbouw van bedden in een onverantwoord tempo gaat; 

constaterende dat op grote schaal de normen voor wachttijden in de ggz overschreden worden; 

constaterende dat er toenemende signalen zijn dat het extramurale ggz-zorgaanbod onvoldoende is; 

verzoekt de regering, een pas op de plaats te maken met de afbouw van bedden totdat de wachtlijsten in de intramurale ggz zijn verdwenen en de extramurale ggz-voorzieningen op orde zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Siderius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 295 (25424). 

Mevrouw Siderius (SP):

De SP is ook bang dat het kwaliteitsstatuut waar de commissie-Meurs en de minister alle hoop op hebben gevestigd, kleine zorgaanbieders uit de markt gaan drukken. Daarom hebben wij de volgende motie voorbereid. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat grote instellingen de samenwerking met kleine zorgaanbieders in het kader van het kwaliteitsstatuut kunnen weigeren om "kwalitatieve redenen"; 

overwegende dat het niet aan grote instellingen is om over de kwaliteit van kleine zorgaanbieders te oordelen; 

overwegende dat ook kleine zorgaanbieders bestaansrecht hebben bij het realiseren van een adequaat zorgaanbod in de ggz en derhalve niet uit de markt gedrukt mogen worden door grote instellingen; 

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen grote instellingen met kleine zorgaanbieders die verder voldoen aan alle daarvoor geldende eisen geborgd wordt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Siderius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 296 (25424). 

De voorzitter:

Ik schors voor een enkel ogenblik zodat de minister de moties in ontvangst kan nemen en ernaar kan kijken. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schippers:

Voorzitter. De eerste motie van mevrouw Siderius verzoekt de regering om een pas op de plaats te maken met de afbouw van de bedden. Ik hecht eraan te benadrukken dat de inzet om bedden af te bouwen niet gepaard gaat met bezuinigingen. Ik bezuinig niet op de ggz. We hebben nog veel bedden, zeker in vergelijking met de rest van Europa. We behoren nog steeds tot de top drie van Europa. We bouwen het aantal bedden af in Nederland omdat we allemaal vinden dat mensen zo veel mogelijk in hun eigen omgeving zorg en ondersteuning moeten krijgen. Ik vind het geen goede zaak om de beweging om de intramurale ggz af te bouwen, te stoppen. Ik wil juist inzet plegen om de ambulante zorg te intensiveren. Wat mij kan helpen is een eenduidig instrument en eenduidige criteria waarmee lokale partijen aan de slag kunnen om te bepalen hoeveel en welke zorg nodig is. Daar wil ik mij hard voor maken, maar deze motie wil ik ontraden. 

De tweede motie van mevrouw Siderius verzoekt mij om in het kader van het kwaliteitsstatuut ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen grote instellingen met kleine zorgaanbieders geborgd wordt. Het is evident dat samenwerking van groot belang is. Samenwerking is ook een onderdeel van het kwaliteitsstatuut en dat is er nog niet. De partijen zijn daar nog mee aan het stoeien en ik wil voorkomen dat we een proces dat al heel ingewikkeld is en waarvan ik echt in januari resultaat wil zien in de vorm van een kwaliteitsstatuut, nu al gaan beleggen met allerlei zaken. Samenwerking is van belang, maar laat ik eerst het kwaliteitsstatuut eens afwachten. Dan beoordeel ik het op zijn merites. Ik wil deze motie dus ontraden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Tot zover dit debat. Wij stemmen later vandaag over de ingediende moties.